CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp oorschotweg 2 4 toelichting

Raadscommissie 26 april 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Herziening Oorschotweg 2 en 4 te Vragender’21.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verkeerslawaai In de omgeving van het plan bevinden zich wegen met een wettelijk zone. De Oorschotweg en Lankveldweg zijn 60 km/uur wegen in buitenstedelijk gebied met een zonebreedte van 250 meter. Zonebreedte voor een weg, bestaande uit

stedelijk gebied

buitenstedelijk gebied

een of twee rijstroken of een of twee sporen

200 meter

250 meter

drie of meer rijstroken of drie of meer sporen

350 meter

400 meter

2. Belemmering bedrijfsvoering Door een ruimtelijke ontwikkeling kunnen geluidgevoelige objecten dichter naar bedrijven toe komen. Bedrijven moeten ten aanzien van deze objecten voldoen aan geluidsnormen. Het realiseren van geluidsgevoelige objecten dichter naar de bedrijven kan een beperking voor de bedrijven betekenen. Of deze beperking ook leidt tot directe gevolgen voor de bedrijfsvoering, dient te worden vastgesteld. In dergelijke gevallen is akoestisch nodig om te onderzoeken welke geluidsbelasting het bedrijf op het plangebied heeft. Blijkt uit het onderzoek dat de bedrijven ook in de nieuwe situatie kunnen voldoen aan de gestelde geluidsnormen, dan is in feite voldaan aan dit punt.

3. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Afgewogen moet worden of er in en om de geluidgevoelige objecten een goed woon- en leefklimaat blijft

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender gegarandeerd. Dit aspect speelt wanneer geluidgevoelige objecten en geluid producerende objecten als bedrijven en wegen in elkaars nabijheid worden gerealiseerd. Om hierover een goed oordeel te kunnen vormen dient te worden bepaald wanneer sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Wanneer een gemeente geluidbeleid heeft vastgesteld kunnen daarin geluidnormen zijn opgenomen. Voor rail- en wegverkeerslawaai kan aansluiting worden gezocht bij de normen in de Wet geluidhinder. Ook als er sprake is van een industrieterrein in of rond een plangebied kent de Wet geluidhinder normen. Voor het overige lawaai van bedrijven kennen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Activiteitenbesluit en de Handleiding Industrielawaai en vergunningverlening regels en normen.

Uit vaste jurisprudentie blijkt dat bij ruimtelijke plannen verder moet worden gekeken dan de normen uit de diverse wetten. De VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering” is hiervoor een hulpmiddel. Wanneer aan de richtafstanden van deze publicatie wordt voldaan is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wordt niet voldaan aan de richtafstanden dan dient de situatie akoestisch te worden bepaald en afgewogen. Bij de afweging of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ook in een nieuwe situatie aanwezig blijft, kan de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering worden betrokken. Omdat de gemeente Oost Gelre geluidbeleid heeft vastgesteld vindt de toetst van het woon- en leefklimaat plaats aan de hand van het geluidbeleid.

4. Geluidbeleid Het geluidbeleid van de gemeente Oost Gelre is in 2020 herzien. Het beleid dient als basis voor de vergunningverlening milieu. Bij ruimtelijke procedures moet breder worden getoetst dan alleen dit Geluidbeleid. Ten aanzien van het woon- en leefklimaat wordt in eerste instantie getoetst aan de VNG Brochure. Als aan deze brochure wordt voldaan kan worden gesteld dat wat betreft geluid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is. Kan niet worden voldaan aan de brochure dan kan dit geluidbeleid een aanvullend toetsingskader bieden. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen bij de vergunningverlening milieu.

Waarden op woningen en geluidgevoelige objecten in dB(A Standaard- en grenswaarden gehele gemeente alle gebieden in dB(A) Aard bedrijf / gebied

LAr,LT1

LAmax 2

LAr,LT1

Overige bedrijven, overig terrein

7:00-19:00

Standaardwaarden

50

70

Grenswaarden bestaande bedrijven4

55 (35*)

75 (55) 50 (30*)

LAmax 2

LAr,LT1

LAmax 2

19:00-23:00

23:00-7:00

45

65

40

60

70 (50)

45 (25*)

65 (45)

tussen haakjes de binnenniv eaus in een gev oelige ruimte v an een geluidgev oelig object die v an toepassing zijn bij het op basis v an een bestuurlijke af weging toekenning v an hogere waarden dan de standaardwaarden. 1 De langtijdgemiddelde geluidniv eaus LAr,LT v an stemgeluid worden bij v ergunningv erlening uitgezonderd, maar worden bij ruimtelijke beoordelingen niet uitgezonderd. 2 De maximale geluidniv eaus LAmax v an laden en lossen worden bij v ergunningv erlening uitgezonderd, maar worden bij ruimtelijke beoordelingen niet uitgezonderd. 4 De grenswaarden kunnen ook v an toepassing zijn op v oormalige (eigen) bedrijf swoningen en (v oormalige) bedrijf swoningen v an derden. *Het college kan, als v oorzieningen niet mogelijk zijn, een LAr,LT niet hoger dan 40 dB(A) etmaalwaarde als acceptabel aanmerken.

Situatie plangebied 1. Normen Wet geluidhinder De woning Oorschotweg 4 ligt binnen de zone van deze wegen. Voor een ontwikkeling binnen de zone van wegen moet akoestisch onderzoek aantonen dat het verkeerslawaai op de gevel van de woning

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender voldoet aan de grenswaarde uit de Wet geluidhinder. Voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen een zone geldt een voorkeurswaarde van ten hoogste 48 dB. Gelet op de verkeersintensiteit op deze wegen en de afstand van de woning tot deze wegen (meer dan 70 meter) wordt voldaan aan de voorkeurswaarde. Nader akoestisch onderzoek en een hogere waarde procedure zijn niet nodig.

2. Belemmering bedrijfsvoering Doordat de bestemming van beide bestemmingsvlakken niet worden gewijzigd, de functie van de schuur niet zal worden gewijzigd en de schuur qua afmetingen en locatie niet gewijzigd wordt, kan op voorhand geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een grotere belemmering in de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ten opzichte van de huidige situatie. Ook het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen wijzigt niet door deze voorgenomen ontwikkeling. Door de bestaande schuur voor dagopvang ouderen, nu behorend tot het bestemmingsvlak Oorschotweg 4 toe te voegen aan het bestemmingsvlak van Oorschotweg 2 moet worden beoordeeld of de woning Oorschotweg 4 de bedrijfsvoering van de dagopvang voor ouderen belemmerd. Voor de toets is namelijk de planologische aanduiding maatgevend en is de woning Oorschotweg 4 een woning van derden. Niet bekend is welke activiteiten in de dagopvang plaatsvinden en of het een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer betreft. Wanneer tegen vergoeding drank (koffie) wordt geserveerd is er sprake van een inrichting en is het Activiteitenbesluit van toepassing.

De geluidbepalingen van het Activiteitenbesluit. Beoordelingsniveaus in dB(A) tabel 2.17a

dagperiode

avondperiode

Nachtperiode

7:00-19:00 uur

19:00-23:00 uur

23:00-7:00 uur

LAr,LT op gevel gevoelige gebouwen

50

45

40

LAmax op gevel gevoelige gebouwen

70

65

60

De beoordelingsniveaus zijn niet van toepassing op stemgeluid; op een onverwarmd en onoverdekt terrein, van bezoekers op het open terrein voor sport- of recreatieactiviteiten. Het beoordelingsniveau LAmax is in de dagperiode niet van toepassing op laden en lossen. Tenzij er muziek ten gehore wordt gebracht of er sprake is van een werkplaats wordt naar verwachting voldaan aan de beoordelingsniveaus van het Activiteitenbesluit, omdat stemgeluid niet worden getoetst. In de bestemmingsregels is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen nevenactiviteit' (Oorschotweg 2) bij wijzigingen in de situering en oppervlakte en/of van de activiteiten eerst uit akoestisch onderzoek moet blijken dat de woning aan Oorschotweg 4 geen belemmering is voor de bedrijfsvoering van de dagopvang voor ouderen aan de Oorschotweg 2.

3. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Zie hiervoor paragraaf 5.2 Bedrijven en milieuzonering.

4. Geluidbeleid Ten aanzien van het woon- en leefklimaat wordt in eerste instantie getoetst aan de VNG Brochure. De richtafstand voor geluid voor een dagverblijf is 10 meter. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan. Kan niet worden voldaan aan de richtafstand dan beidt het geluidbeleid een aanvullend toetsingskader. In deze situatie is het lastig om te beoordelen of er sprake is van een nieuwe situatie waar de standaardwaarden van toepassing zijn of van een bestaande situatie waar de grenswaarden van toepassing zijn. Planologisch is het een nieuwe situatie, maar feitelijk niet. Omdat stemgeluid wordt meegenomen in de beoordeling en er achter de schuur een mooie plek is om

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender buiten te zitten is stemgeluid een aandachtspunt. Voor een indicatieve berekening is een eenvoudig model in het rekenprogramma Geomilieu V2020.2 gemaakt. Uitgaande van 10 ouderen die 4 uur in de dagperiode buiten zitten met een gemiddeld bronvermogen voor ouderen van 70 dB(A), bedraagt de gevelbelasting 50 dB(A) op de woning Oorschotweg 4. Het piekbronvermogen voor ouderen wordt geraamd op 90 dB(A) waarmee de piekgevelbelasting op 69 dB(A) uitkomt. Er wordt net voldaan aan de standaardwaarden van het geluidbeleid maar ruim voldaan aan de grenswaarden van het geluidbeleid.

Conclusie geluid Onder voorwaarden vormt het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling

5.7

Geur

Wettelijk kader Bij de realisatie van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, is het van belang dat er een goed woonen leefklimaat gewaarborgd wordt. Daarom moet rekening worden gehouden met geurcontouren van bijvoorbeeld bestaande veehouderijen. Hiervoor bieden het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) een toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De Regeling geurhinder en veehouderij is gepubliceerd op 18 december 2006.

Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 De raad heeft bij besluit van 12 maart 2008 de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 vastgesteld. Deze verordening is op 28 maart 2008 in werking getreden. Daarbij zijn de bebouwde kommen van Groenlo, Lievelde en Vragender aangewezen als gedeelte van het gemeentelijk grondgebied waarvoor een andere geurnorm van toepassing is. Op grond van de verordening gelden de volgende waarden als maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij: bebouwde kom van Groenlo: 5 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Lievelde: 7 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Vragender: 7 odour units per kubieke meter lucht. Situatie plangebied Omliggende bedrijven worden niet belemmerd doordat een schuur van eigenaar wisselt (en daarvoor het bouwvlak wordt aangepast, maar de bestemming als zodanig gelijk blijft). Het het woon- en leefklimaat voor de woningen wijzigt daarbij niet.

Conclusie geur Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

5.8

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m³, NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

Situatie plangebied Omliggende bedrijven worden niet belemmerd doordat een schuur van eigenaar wisselt (en daarvoor het bouwvlak wordt aangepast, maar de bestemming als zodanig gelijk blijft). Het het woon- en leefklimaat voor de woningen wijzigt daarbij niet.

Conclusie luchtkwaliteit Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.9

Verkeer en parkeren

Wettelijk kader De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren.

Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.

Situatie plangebied

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

De verkeersaantrekkende werking voor de woonfunctie is zeer beperkt. De transportbewegingen (met name het halen en brengen van de cliënten aan de Oorschotweg 2) in het plangebied blijven nagenoeg hetzelfde. De wegenstructuur is hier ruim voldoende voor. Parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein. Op het erf is ruim voldoende ruimte aanwezig om een aantal parkeerplaatsen mogelijk te maken.

Conslusie verkeer en parkeren De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmeringen voor de ontwikkelingen in het plangebied.

5.10

Water

Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.

De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen).

Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Specifiek voor het stedelijk gebied is het volgende van belang: De waterketen moet worden geoptimaliseerd (meer afkoppelen en infiltreren). In het GRP wordt hiertoe een aanzet gegeven; Kwaliteit oppervlaktewater en waterbodem: Saneren overstorten en afkoppeling en ontlasting van het riool; Wateroverlast in stedelijk gebied: reguleren van de piekafvoeren door middel van het vasthouden van het water bovenstrooms, actief stuwbeheer, extra retentie en herverdeling van het water.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld. Het bestemmingsplan legt voornamelijk de bestaande legale situatie vast, hierdoor zijn een aantal thema's minder relevant.

Thema

Toetsvraag

Relevant

Hoofdthema's Veiligheid

Riolering afvalwaterketen

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale Nee waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

Nee

en 1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?

Nee

2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en Nee IJssel? 3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie Nee van het waterschap? Wateroverlast

1. Is sprake van toename van verhard oppervlak?

Nee

(oppervlaktewater)

2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 3. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen Nee gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes?

Grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of Nee IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel?

Nee

4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?

Nee

Oppervlaktewaterkwalit 1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd? Nee eit 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee

3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een strategisch Nee actiegebied? Grondwaterkwaliteit

1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking?

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Nee gemengde of verbeterde gescheiden stelsel?

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

2. Bevinden zich of komen er functies in of nabij het plangebied die Nee milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?

een

hydrologisch Nee

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische Nee verbindingzone? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor Nee natte landnatuur?

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Nee of beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Nee

Aandachtsthema's Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?

Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's

Er zijn geen vragen met 'ja' beantwoord.

Conclusie water Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische toelichting

Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voorliggende bestemmingsplan is een conserverend plan (wat betekent dat het huidige gebruik en de huidige verschijningsvorm als uitgangspunt dienen). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

6.2

Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan 'Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBUI2033-VG01 met bijbehorende regels.

6.3

Plansystematiek

6.3.1

Indeling

Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2).Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Bestemmingsregeling Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied.

Specifiek e gebruiksregels In sommige bestemmingen is het noodzakelijk om het gebruik zoals toegelaten in de bestemmingsomschrijvingen nader te specificeren. Ter nadere toelichting is in sommige bestemmingen aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval vallen onder strijdig gebruik zoals bedoeld in artikel 2.1 Wabo. Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken. Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' een omgevingsvergunningplicht.

Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en parkeerregelgeving.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ter voldoening hieraan is het ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de vooroverlegpartners. Er zijn geen reacties binnengekomen van de provincie en het Waterschap.

Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan is op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd. Er zijn geen zienswijzen binnen gekomen. Er is wel een kleine ambtelijke wijziging in het bestemmingsplan doorgevoerd, waardoor de bestaande bebouwing, die afwijkt van het de maximale toelaatbare, geldt op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht. Omdat het wijziging in de regels betreft wordt het plan gewijzigd vastgesteld.

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente zijn een anterieure overeenkomst aangegaan, waarmee de economische uitvoerbaarheid is vastgelegd. Een exploitatieplan is niet nodig. In de anterieure overeenkomst is opgenomen dat eventuele planschade verhaald wordt op de initiatiefnemer.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

Bijlagen

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

42

Toelichting (vastgesteld)

Betreft

Landschappelijke erfinrichting en landschappelijke versterking Oorschotweg 2-4 Vragender

Datum

12 mei 2021

Aanleiding De familie Dorresteijn is woonachtig op de locatie Oorschotweg 2 te Vragender. In 2020 heeft de familie de naastliggende (direct aangrenzende) locatie Oorschotweg 4 erbij aangekocht.

Locatie Oorschotweg 2 en 4 zijn gelegen binnen het “Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018”.

Figuur 1: uitsnede huidig bestemmingsplan

Oorschotweg 2 (links in onderstaand figuur) • •

De locatie is bestemd voor woondoeleinden. Het bestemmingsvlak is hierna weergegeven. Daarnaast is er toestemming voor een “nevenactiviteit: dagopvang voor ouderen”.

Figuur 2: bouwvlak Oorschotweg 2

Oorschotweg 4 (rechts in onderstaand figuur) • •

De locatie is bestemd voor woondoeleinden. Het bestemmingsvlak is hierna weergegeven. Daarnaast is er sprake van agrarisch medegebruik. Dat betekent dat de toelaatbare oppervlakte aan bijgebouwen maximaal 250 m2 mag zijn.

Figuur 3: bouwvlak Oorschotweg 4 met rood omlijnd de aan Oorschotweg 2 toe te voegen schuur

Gemeente Oost Gelre wordt verzocht om de bestaande schuur (rood omlijnd in figuur 3), die thans hoort bij Oorschotweg 4, toe te voegen aan het bestemmingsvlak voor Oorschotweg 2. De extra schuur die dus wordt overgenomen van Oorschotweg 4 zal (na herbouw) worden gebruikt voor zowel de zorgboerderij als voor privédoeleinden (hobby-dierenverblijf, stallingsruimte voor tuinmachines, tuinmeubelen, duofiets, bus, rollators en rolstoelen). In de nieuwe situatie wordt aan de Oorschotweg 2, inclusief de nieuwe “schoppe” (zie rode scheidslijn figuur 4), circa 200 m2 van de bebouwing gebruikt voor de nevenactiviteit ‘dagopvang voor ouderen’. Aanpassing van de bestemmingsvlakken is derhalve nodig. Een voorwaarde daarvoor is een landschappelijke erfinpassing.

Voorstel inpassing De bestaande toegangswegen naar de locaties blijven ongewijzigd. De bestaande rij beuken langs de toegangsweg naar Oorschotweg 2 zijn zwaar aangetast door droogte en zwammen. Deze beuken zullen worden gerooid. De gemeente Oost Gelre hanteert voor landschappelijke inpassingen de gemeentelijke Landschapsontwikkelingsplan (LOP) als leidraad. Binnen dit LOP is de planlocatie gelegen binnen deelgebied 4, “De marke Vragender”. Binnen de kaders van het LOP stellen wij de volgende landschapsversterkende erfelementen voor (zie bijgaande luchtfoto): 1) vervanging van de bestaande rij aangetaste beuken, door de Hollandse linde (Tilia europaea). Als minimaal plantformaat wordt 12-14 cm (omtrek op borsthoogte) geadviseerd. Onderlinge plantafstand, 7,5 meter. Daarmee worden hier op een afstand van 45 meter, 7 bomen worden geplant. 2) langs de toegangsweg van Oorschotweg 4 wordt aan de beide zijden ook een rij met Hollandse linde (Tilia europaea) voorgesteld, in een minimaal plantformaat van 12-14 cm (omtrek op borsthoogte). Ook hier wordt de plantafstand van 7,5 meter gehanteerd, waardoor op een afstand van 52,5 meter, 8 bomen per zijde (16 in totaal) worden geplant;

Ter versterking van het om de gezamenlijke erven gelegen landschap worden de volgende elementen voorgesteld: 3) langs de Oorschotweg worden een 15-tal laanbomen, Hollandse linde (Tilia europaea), in een minimaal plantformaat van 12-14 cm (omtrek op borsthoogte), voorgesteld. Deze komen op een onderlinge afstand van circa 15 meter te staan.

4) De voorgestelde struweelhaag, met daarin vooral besdragende struikvormers, vormt zowel landschappelijk als ecologisch een waardevol element. Daarnaast zorgt deze struweelhaag voor de nodige (wind)beschutting voor het bestaande erf van Oorschotweg 4. Het aan te planten struweel bestaat uit circa 3 rijen gemengde streekeigen beplanting. Deze rijen worden in zogenaamd 3-hoeksverband op een onderlinge afstand van 1,5 meter geplant, zodat een struweel ontstaat van circa 5 meter breed. De voorgestelde soorten kunnen zijn: kardinaalsmuts (struik), hondsroos (struik), veldesdoorn (struik), meidoorn (struik), gelderse roos (struik) en sprokehout (struik). Er wordt bijgemengd met (wilde) zoete kers. Dit plantmateriaal kan in zogenaamd 2- tot 3-jarig bosplantsoen-formaat (circa 0,6 - 0,8 meter hoog) worden geplant. Dit verhoogd de kans op het aanslaan van het plantgoed. Over een lengte van circa 60 meter zal in totaal circa 120 stuks worden geplant, 20 stuks van iedere genoemde soort. Bestaande toegangsweg Bestaande toegangsweg

1

2 Oorschotweg 4

Oorschotweg 2

3

4

Figuur 4: voorgestelde erfbeplanting en landschapsversterkende elementen (nummers komen overeen met de tekst)

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

Bijlage 2 Omschrijving huidige activiteiten

Toelichting (vastgesteld)

47

Toelichting op het gebruik van de extra ruimte en de transportbewegingen van zorgboerderij Bergensteijn:

Betreft een zorgboerderij welke zich richt op de dagopvang van thuiswonende overwegend hoog bejaarde, cliënten met een geestelijke of lichamelijke beperking. Deze verblijven van 9.30 uur tot 16.30 uur op de zorgboerderij op de Oorschotweg nr 2.

Benodigde ruimte voor de zorgboerderij: -

Huisvesting schapen; kippen; een paar (zoog-) koeien Stalling van de duofiets Stalling rollators, rolstoelen Opslag voor terrasmeubilair Opslag voor kweekbakken Opslag voor grasmaaier/tuinmachines en (aangepast) tuingereedschap Diverse spelmaterialen zoals biljart en tafeltennis

Welke activiteiten doen we met de cliënten in de ruimte buiten de inpandige dagopvang: (uitgaande dat de binnen activiteiten in dit kader niet vermeld hoeven te worden): -

(Gezamenlijk) koffie en ontspanning Rustmomenten Buiten recreëren (op het gehele terrein) Fietsen met vrijwilligers op de Duo fiets Gezelschapsspelen zowel binnen als buiten Tuinieren Dieren verzorgen Biljart en tafeltennisspel

Transportbewegingen: -

2 x per dag komt een taxi cliënten halen en brengen. Verder is er voortdurend een vrijwilliger aanwezig die meestal met de fiets komt en soms met de auto. Heel af en toe komt er een bezorgdienst iets brengen (5x per jaar). Soms wordt vervoer voor een client door een mantelzorger gedaan (gem 2x/week). Bezoeken door nieuwe cliënten in de oriëntatiefase (1 x per twee weken) Bezoeken door professionals uit de keten van zorgaanbieders (1 x per 4 weken) Overigens onvoorzien (1 x per 4 weken)

bestemmingsplan Herziening Oorschotweg 2 en 4 Vragender

Bijlage 3 QuickScan Flora en Fauna

Toelichting (vastgesteld)

49

Quickscan natuurwaardenonderzoek Sloop en vervangende nieuwbouw schuur Oorschotweg 2 Vragender

Effectbeoordeling in het kader van soortbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Sloop en vervangende nieuwbouw schuur Oorschotweg 2 Vragender

Effectbeoordeling in het kader van soortbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Locis Adviseurs

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 3608 versie 1.0 Ligging plangebied: Oorschotweg 2 te Vragender Auteur: H. van Gijn

Status: definitief Rapportdatum: 8-9-2021 Veldbezoek uitgevoerd door: Ing. P.Leemreise

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 5

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 6

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 6 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 6 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 6 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 6 Hoofdstuk 4

Toetsingskaders ........................................................................................................................ 7

4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................... 7 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ....................................................................................... 7 4.4

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ..................................................................... 8

Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming ................................................................................................................ 9

5.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 9 5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone ........................................................................... 9 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 10 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 6

Soortenbescherming .............................................................................................................. 12

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 12 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 12 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 14 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 16 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 18 6.6 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 18 Hoofdstuk 7

Conclusies ............................................................................................................................... 19

2

SAMENVATTING Er zijn concrete plannen voor de bouw van een schuur aan de Oorschotweg 2 te Vragender. Om de nieuwe schuur te kunnen bouwen, dient een oude boerderij op de bouwplaats gesloopt te worden. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 23 juli 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000gebied.

Vanwege de ligging buiten het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone geen externe werking kennen. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening wordt niet noodzakelijk geacht. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot matig geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels. Grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied. Voor amfibieën en vleermuizen vormt het plangebied geen foerageergebied maar voor steenmarter wel. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden.

Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de bebouwing gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor de foeragerende diersoorten niet aangetast. Wettelijke consequenties samengevat: • Werkzaamheden afstemmen op voortplantingsperiode van vogels;

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING Er zijn concrete plannen voor de bouw van een schuur aan de Oorschotweg 2 te Vragender. Om de nieuwe schuur te kunnen bouwen, dient een oude boerderij op de bouwplaats gesloopt te worden. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het plangebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven.

Er is in het plangebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland .

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

4

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Oorschotweg 2 te Vragender, gemeente Oost Gelre. Het ligt circa 1,2 kilometer ten noordoosten van de woonkern Vragender en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat volledig uit bebouwing. In het plangebied staat een oude, deels vervallen boerderij daterend uit de tweede helft 19e eeuw, begin 20e eeuw. De boerderij heeft bakstenen buitengevels en is gedekt met dakpannen. De boerderij beschikt niet over een luchtspouw of beschoten kap. Vanweg de gaten in het dakvlak en de houten topgevel zitten, is het gebouw niet wind- en waterdicht en tocht het flink op de zolder. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een impressie van het plangebied wordt verwezen naar de fotobijlage.

Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

5

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om de oude boerderij te slopen en op de slooplocatie een nieuwe schuur te bouwen. De nieuwe schuur wordt ongeveer even groot als de oude boerderij. Tijdens het schrijven van dit rapport is er geen verbeelding van het wenselijk eindbeeld beschikbaar. De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Slopen bebouwing; • Bouwrijp maken bouwplaats; • Bouwen schuur;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het plangebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het plangebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan erfverharding en gazon. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De invloedsfeer is lokaal. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.

6

HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS

4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.

de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of

7

•

onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland.

8

HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING

5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Gelders Natuurnetwerk (voorheen EHS genoemd). 5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000-gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk vervult daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie wil de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Centraal staat de bescherming van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en de omgevingscondities zoals stilte.

De (nog te ontwikkelen) natuurwaarden zijn beschreven en als bijlage bij de Omgevingsverordening opgenomen. De omgevingscondities zijn in de bijlage bij de Omgevingsverordening wel benoemd, maar er heeft geen provincie dekkende inventarisatie plaatsgevonden. Bij projecten kan op maat een effectbeschrijving worden gemaakt voor de relevante omgevingscondities. Ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.

GO

Ligging van Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone t.o.v. het plangebied.

GNN

Ligging van Gelders Natuurnetwerk (GNN) in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) behoren worden aangeduid met de donkergroene kleur. Gronden die tot de Groene Ontwikkelingszone (GO) behoren, worden met de lichtgroene kleur aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

9

Beschermingsregime De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone kent geen externe werking. Toetsing aan beleid Er vinden geen activiteiten plaats op gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk behoren. Omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent, hoeft voorgenomen plan niet getoetst te worden aan regels voor de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland. Wettelijke consequenties Voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties

5.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11403523/1