CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp omgeving marianum toelichting en regels

Raadscommissie 22 juni 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum' en beeldkwaliteitsplan 'Sporthallocatie Groenlo'19.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Verkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs wegen geluidszones. In buitenstedelijk gebied geldt voor wegen, bestaande uit vijf of meer rijstroken een zone van 600 m, voor drie of vier rijstroken een zone van 400 m en voor wegen bestaande uit één of twee rijstroken een zone van 250 m, gemeten vanuit de as van de weg. Voor wegen binnen de bebouwde kom geldt een zone van 200 m. Binnen de zone moet in het geval van een nieuwe situatie met een geluidsgevoelige bestemming onderzoek worden verricht naar de optredende geluidsbelasting. Een aantal wegen heeft geen zone, te weten: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Nieuwe situaties binnen de zones van deze wegen moeten in beginsel voldoen aan de voorkeursgrenswaarde 48 dB. Daarboven kan in een beperkt aantal gevallen onder voorwaarden een ontheffing worden verleend. Voor nieuwe ontwikkelingen waarvoor het bestemmingsplan gewijzigd wordt, moet rekening gehouden worden met de Wet geluidhinder (Wgh) en aanvullend daarop de beleidsregel Hogere geluidgrenswaarden. Nieuwbouw binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan moet voldoen aan het Bouwbesluit, zodat ook via deze weg rekening wordt gehouden met geluid.

Situatie plangebied Verkeerslawaai Binnen het plangebied komen geen doorgaande wegen voor, alleen een ontsluitingsweg vanaf het parkeerterrein naar de Barkenkamp. Deze weg wordt ingericht voor een maximum snelheid van 30 km/h. Vanuit de Wet geluidhinder geldt daarom geen wettelijke geluidszone. Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening wordt overwogen dat er geen woningen binnen de invloedssfeer van deze weg liggen. Uit de bedrijven en milieuzonering (paragraaf 4.5) blijkt dat de afstand tussen parkeerplaatsen en de dichtstbijzijnde woningen voldoende groot is. Voorts maakt dit plan geen geluidgevoelige functies mogelijk. Verkeerslawaai hoeft derhalve niet te worden onderzocht en vormt geen belemmering voor dit plan. Geluidhinder sportfuncties Uit de bedrijven en milieuzonering (paragraaf 4.5) blijkt dat de afstand tussen de te realiseren sportfuncties en de dichtstbijzijnde woningen ruim voldoende is om een acceptabele geluidbelasting te garanderen. Nader geluidonderzoek is derhalve niet nodig. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m³, NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Situatie plangebied Door de Omgevingsdienst Achterhoek is het aspect luchtkwaliteit beoordeeld (Bijlage 5 Vooradvies luchtkwaliteit). Uit de beoordeling blijkt dat er binnen en rondom het plangebied geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit en er is geen

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum sprake van een gevoelige bestemming. De locatie ligt bovendien op voldoende afstand van rijks- en provinciale wegen. Er is daarom geen aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit nodig. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN.

Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) De provincie Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur. Hiertoe zet de provincie in op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wil de provincie bereiken door de bestaande natuur in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden van natuurgebieden in het GNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Dit vindt plaats in de Omgevingsverordening Gelderland. De GNN en GO kent formeel geen externe werking. Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn door de Europese Unie (EU) aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Binnen deze gebieden mogen geen significant negatieve effecten optreden vanwege nieuwe ontwikkelingen.

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Figuur 4.1: Ligging Natura 2000-gebieden binnen de gemeente en in de omgeving, bron http://natura2000.eea.europa.eu/ Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Situatie plangebied Het plangebied betreft een open locatie welke met name aan de noord- en zuidzijde is omsloten door bomenrijen. Hier zijn wellicht beschermde soorten gevestigd. Door Econsultancy is een quickscan flora en fauna verricht (Bijlage 6 Quickscan flora en fauna). De quickscan flora en fauna heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden,

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Broedvogels Het plangebied is geschikt als habitat voor broedvogels. Indien buiten het broedseizoen wordt gewerkt, vinden er geen overtredingen plaats met betrekking tot deze soorten. Vleermuizen Mogelijk bevinden zich verblijfplaatsen vleermuizen, meer specifiek de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis, in de bestaande sporthal. Hiernaar is nader onderzoek noodzakelijk. Dit vervolgonderzoek is uitgevoerd door Econsultancy (Bijlage 7 Vleermuisonderzoek). Ten behoeve van dit onderzoek zijn 3 veldbezoeken verricht, op 27 mei, 2 juni en 10 juli 2020. Uit het vervolgonderzoek blijkt dat er op de onderzoekslocatie geen beschermde functies zijn voor vleermuizen. Er zijn geen aanwijzingen waargenomen die wijzen op een vaste rust- of voortplantingsplaats voor vleermuizen in het te slopen sportgebouw. Bij de sloop van de sporthal zal er daarom geen overtreding van de Wet natuurbescherming plaatsvinden. Algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren Ten aanzien van te verwachten amfibieën en grondgebonden zoogdieren geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijgestelling bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Een ontheffing is daarom niet nodig. Wel geldt de zorgplicht. Derhalve dient er voldoende zorg te worden gedragen voor de aanwezige individuen en dient redelijkerwijs al het mogelijke te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. Daarom dient verwijdering van houtwallen en vegetatie (struiken e.d.) plaats te vinden buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden te verrichten van september tot en met november. Natuurnetwerk Nederland & Gelders Natuurnetwerk Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en ligt ook niet nabij een gebied behorende hiertoe. Het gebied behoort tevens niet tot het GNN. Er zijn derhalve geen belemmeringen vanuit dit aspect. Natura2000 Het plangebied is niet gelegen in, of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. Op circa 5 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied bevindt zich het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Korenburgerveen. De effecten van stikstofdepositie zijn niet op voorhand uit te sluiten. Daarom is een berekening van stikstofdepositie voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase vereist. Door Royal HaskoningDHV is een Aeriusberekening uitgevoerd (Bijlage 8 Stikstofdepositie Aeriusberekening). De activiteiten in de gebruiksfase leiden in geen enkel Natura 2000-gebied tot een significante bijdrage.

De maximale bijdrage van de activiteiten in de tijdelijke aanlegfase leidt bij gebruik van 10 jaar oud materieel tot een toename van 0,01 mol N/ha/jaar in Natura 2000-gebied Korenburgerveen. De depositiebijdrage in de aanlegfase kan worden teruggebracht door het nemen van maatregelen. Door het opnemen van emissie-eisen (STAGE IV of schoner) aan het in te zetten materieel vormt de aanlegfase niet langer een significante bijdrage (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) als gevolg van de activiteiten in de aanlegfase. Met deze emissie-eisen is ook de aanlegfase vergunningsvrij voor wat betreft stikstof. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt, met inachtneming van maatregelen ten aanzien van de aanlegfase, de uitvoeringsperiode en de zorgplicht, geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Externe veiligheid

Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd. Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente.

Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. Het externe veiligheidsbeleid is samengevat in tabel 2.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Tabel 4.2: samenvattende tabel externe veiligheidsbeleid Oost Gelre. Situatie plangebied De te realiseren sporthal wordt gezien als een (beperkt) kwetsbaar object. Het onderwerp externe veiligheid is derhalve relevant voor dit planinitiatief. De Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) heeft daarom een advies uitgebracht betreffende dit plan (Bijlage 9 Vooradvies externe veiligheid). De planlocatie ligt in de nabijheid van de provinciale wegen N18 en N319 en het LPG tankstation Ueffing aan de industrieweg 11 te Groenlo. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de N18 en het LPG tankstation. De ligging langs de N319 behoeft meer aandacht. Hier wordt in het advies dieper op ingegaan en komt de ODA tot de conclusie dat het project kansrijk is, maar dat een beperkte verantwoording noodzakelijk is. Afhankelijk van de toename van het groepsrisico is mogelijk ook een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Dit is afhankelijk van de daadwerkelijke uitwerking van dit plan. De beperkte verantwoording van het groepsrisico is reeds voltooid door de ODA (Bijlage 10 Beperkte verantwoording groepsrisico). Conclusie Voor het aspect externe veiligheid wordt geconcludeerd dat het project kansrijk is. Op basis van de daadwerkelijke uitwerking van het plan dient het groepsrisico berekend te worden. Mogelijk is dan nog een uitgebreide van het groepsrisico vereist.

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, maar behoeft nog wel nadere aandacht bij de concrete invulling van het plan.

4.10

Verkeer en parkeren

Wettelijk kader Verkeer Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre,

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Parkeren De Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma.

In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. In de parkeernota is ook aangesloten op de bepalingen die waren opgenomen in de bouwverordening, maar door de recente wetswijziging zijn vervallen. Voor specifieke gevallen is een afwijkingsbevoegdheid (onder voorwaarden) opgenomen. Door het laten doorwerken van deze parkeerbepaling in alle geldende plannen is het wegvallen van de parkeerregels door de wetswijziging, hersteld. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien.

Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren. Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.

Situatie plangebied Verkeer Verkeersgeneratie, verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling vormen belangrijke aandachtspunten bij dit plan. Royal HaskoningDHV heeft onderzoek gedaan naar het verkeersaspect (Bijlage 11 Parkeerbalans en verkeersgeneratie). Op basis hiervan is een ontwerp gemaakt voor de ontsluiting vanaf het

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum sportcomplex en de nieuwe kruising aan de Barkenkamp. De verkeersgeneratie als gevolg van dit plan is dermate gering dat verkeer vanuit het plangebied zonder aanzienlijke wachttijden veilig en comfortabel de Barkenkamp op kan rijden. Het kruispunt is voldoende ruim en veilig vormgegeven. Parkeren Samen met stakeholders is een inventarisatie gemaakt van de (toekomstige) parkeerbehoefte. Tevens zijn er afspraken gemaakt over nieuw aan te leggen parkeerplaatsen ten behoeve van omliggende functies. De Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre is gebruikt om de algehele parkeerbehoefte als gevolg van dit plan te bepalen. Royal HaskoningDHV heeft dit eveneens onderzocht (Bijlage 11 Parkeerbalans en verkeersgeneratie). Binnen het plangebied is voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor te realiseren functies. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.11

Laagvliegroute, kabels en leidingen

Deze paragraaf gaat in op de boven- en ondergrondse planologisch relevante technische infrastructuur. Situatie plangebied Kabels en leidingen Er zijn binnen het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Laagvliegroute Binnen het plangebied ligt een deel van een militaire laagvliegroute. Op deze route mag door militaire vliegtuigen worden gevlogen op een hoogte van minimaal 75 m. Op grond van het gestelde in artikel 2.6.10 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, gelden onder de route beperkingen voor de bouw van obstakels (zoals telecommunicatiemasten, windturbines en dergelijke). Bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 m zijn niet toelaatbaar onder de laagvliegroute. De zone waarvoor de beperking geldt, is weergegeven op onderstaande afbeelding. Omdat het bestemmingsplan geen mogelijkheden biedt voor bouwwerken tot 40 m hoogte, is dit niet verwerkt in de regels van dit bestemmingsplan.

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Figuur 4.2: Afbeelding laagvliegroute Conclusie Kabels, leidingen en laagvliegroutes vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voorliggende bestemmingsplan is een conserverend plan (wat betekent dat het huidige gebruik en de huidige verschijningsvorm als uitgangspunt dienen). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

5.2

Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1586.BPGRO507--VG01 met bijbehorende regels.

5.3

Plansystematiek

5.3.1

Indeling

Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis. Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (Artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (Artikel 2).Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Daarbij worden, indien en voor zover aan de orde, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving;

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsregels. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Specifieke gebruiksregels In sommige bestemmingen is het noodzakelijk om het gebruik zoals toegelaten in de bestemmingsomschrijvingen nader te specificeren. Ter nadere toelichting is in sommige bestemmingen aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval vallen onder strijdig gebruik zoals bedoeld in artikel 2.1 Wabo. Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken. Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' een omgevingsvergunningplicht. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en parkeerregelgeving. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. 5.3.2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen - 3 De bestemming betreft gronden waarop uitsluitend groenvoorzieningen, paden, sport- en spelvoorzieningen, water e.d. zijn toegestaan. In afwijking daarvan is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - fietsenstalling/berging' een fietsenstalling en/of berging ten behoeve van het direct aangrenzende perceel mogelijk ter grootte van maximaal 30 m2. Artikel 4 Maatschappelijk - 1 De bestemming “Maatschappelijk - 1” is bedoeld voor de nieuwe sporthal. Deze krijgt tevens de aanduidingen 'Sporthal' en 'Openbare dienstverlening'. Artikel 5 Sport

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

De nieuwe sportvelden krijgen/behouden de bestemming 'Sport'. Tevens behoudt het noordelijk deel van het plangebied de huidige sportbestemming, met het oog op mogelijk toekomstige ontwikkelingen. Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied De verkeersstructuur wordt voorzien van de bestemming 'Verkeer -Verblijfsgebied'. Verkeersmaatregelen en eventuele herinrichting kan plaatsvinden binnen de verkeersbestemming. Ook kleinschalig groen valt onder de verkeersbestemming. Nutsvoorzieningen zijn mogelijk tot een maximum van 25 m2. In aanvulling daarop is ter plaatse van de functieaanduiding een fietsenstalling ten behoeve van de aangrenzende bestemming mogelijk ter grootte van maximaal 125 m2. Artikel 7 Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 3 Deze dubbelbestemming heeft als doel om mogelijk aanwezige archeologische waarden te beschermen. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de dubbelbestemming geheel of gedeeltelijk te laten vervallen. Op basis van archeologisch onderzoek is de dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2" in dit plan afgeschaald naar "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 3". 5.3.3

Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelbepaling Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) overgenomen in het bestemmingsplan. Artikel 9 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn regels opgenomen ten behoeve van overschrijdingen van de bouwgrenzen. Tevens is een vervangende bouwregel opgenomen ten behoeve van bestaande bebouwing die afwijkt van de in de regels en op de verbeelding opgenomen maatvoering. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Het verbod om gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan te gebruiken is geregeld in de Wabo, ex art. 2.1 lid 1 sub c. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder andere geregeld dat nutsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd tot een maximum van 75 m³. Tevens is overschrijding van de hoogten en oppervlakten tot een maximum percentage van 10% mogelijk. Verder is afwijking mogelijk voor zendmasten en onder voorwaarden verschuiving van bijvoorbeeld bouwgrenzen.

Artikel 12 Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het in geringe mate van het plan, zoals het aanpassen van bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen.

Artikel 13 Parkeerregelgeving In artikel 13 is de regeling voor parkeren opgenomen. Op basis hiervan kan als voorwaarde voor vergunningverlening een parkeernorm worden opgelegd. In de regeling wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

5.3.4

Overgangs- en slotregels

Artikel 14 Overgangsrecht In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform het Bro opgenomen. De peildata voor bouwen en gebruiken zijn gelijkgetrokken en gelegd op de datum waarop het bestemmingsplan in werking treedt.

Artikel 15 Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ter voldoening hieraan wordt het voorontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de vooroverlegpartners. Waterschap Rijn en IJssel Het planvoornemen is afgestemd met waterschap Rijn en IJssel. Het waterschap ziet geen bezwaren om medewerking te verlenen aan dit plan. Provincie Gelderland Met de provincie is afgestemd dat dit bestemmingsplan geen provinciaal belang uit de provinciale omgevingsverordening raakt. Vooroverleg is daarom niet nodig. Het betreft hier een stedelijke ontwikkeling en de Ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing. De behoeftevraag en onderbouwing zijn opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Inspraak Op 18 maart 2019 is een eerste informatieavond georganiseerd betreffende het voornemen. Op basis hiervan is het voornemen in samenwerking met betrokken partijen verder uitgewerkt tot onderhavig plan.

Samenwerking met betrokken partijen In samenwerking met Scholengemeenschap Marianum, Stichting Carmelcollege, de eigenaar van het pand van Univé, de eigenaar van het pand van LBA/locatie ambulance en Gymnastiekvereniging Rap en Snel is dit plan tot stand gekomen. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan is op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd. Er is één zienswijze ingediend. Deze wordt behandeld in de "Nota Inhoud en beantwoording zienswijze en Ambtshalve wijziging beeldkwaliteitsplan", die als bijlage deel uitmaakt van het raadsvoorstel en -besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieplan Conform artikel 6.12, eerste lid Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen, tenzij conform artikel 6.12, tweede lid, onder a, het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. De gemeente is zelf initiatiefnemer van dit plan. De exploitatie van de sporthal is onderdeel van het raadsbesluit van 15 oktober 2019 geweest en is daarmee geaccordeerd door de gemeenteraad. Met overige grondeigenaren zijn contractuele afspraken vastgelegd over de overdracht van gronden ten behoeve van de uitvoerbaarheid van dit plan. Planschade Een belanghebbende kan, na een besluit tot vaststellen van een bestemmingsplan, een verzoek indienen om een tegemoetkoming in de schade, indien die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum artikel 6.1 tweede lid Wro genoemde oorzaak (artikel 6.1 Wro). Eventuele planschade wordt verhaald op de initiatiefnemer. Conclusie De gemeente is initiatiefnemer van dit plan. De exploitatie van de sporthal is geaccordeerd door de gemeenteraad. Contractuele afspraken met overige grondeigenaren zijn afgesloten om zodoende dit plan uitvoerbaar te maken. Een exploitatieplan is niet nodig.

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Regels

Regels (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum met identificatienummer NL.IMRO.1586.BPGRO507-VG01 van de gemeente Oost Gelre; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aangebouwd bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar tegenaan gebouwd gebouw; 1.6

achtergevel:

de van de openbare weg afgekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één van de weg afgekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.7

archeologisch deskundige:

de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.8

archeologisch monument:

terrein dat op basis van de Erfgoedwet is aangewezen als beschermd archeologisch monument; 1.9

archeologisch onderzoek:

onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 MW en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; 1.10

archeologische verwachting:

een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

42

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

1.11

archeologische waarde:

een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.12

bebouwde oppervlakte van een perceel of ander terrein:

de som van de oppervlakten van alle op een perceel of terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde, 1 m boven peil en buitenwerks gemeten; 1.13

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.14

bebouwingspercentage:

een percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.15

bedrijf:

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, produceren, bewerken/herstellen, installeren en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop en/of levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. 1.16

bedrijfsgebouwen:

gebouwen die dienen voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit, inclusief bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij de woning. 1.17

beperkt kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.18

bestaand:

legaal aanwezig ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.19

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.20

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

Regels (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

1.22

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.23

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.24

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.25

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.26

bouwlaag:

een al dan niet doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.27

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.28

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.29

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.30

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.31

brutovloeroppervlakte (bvo.):

de som van de horizontale vloeroppervlakte van de bouwlagen, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren, magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten, buitenwerks gemeten; 1.32

daghoreca:

horeca dat is gericht op het overdag tot 23:00 uur verstrekken van dranken en etenswaren aan bezoekers; 1.33

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, uitgezonderd internetverkoop;

44

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

1.34

erf:

het al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.35

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.36

geluidsgevoelige bebouwing:

geluidgevoelige gebouwen en terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, zoals woningen, woonwagenstandplaatsen, onderwijsgebouwen (met uitzondering van gymnastieklokalen en andere gebouwdelen welke niet primair voor les of studiedoeleinden worden gebruikt), ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra en poliklinieken (uitsluitend de gebouwdelen die daadwerkelijk voor de behandeling van patiënten worden gebruikt), medische kleuterdagverblijven en terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg; 1.37

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.38

horeca

een bedrijf of instelling zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 2 Lijst van horeca-activiteiten, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of mee te nemen waren worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; 1.39

kwetsbaar object

een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risico-afstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.40

maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, sociale, medische, culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening alsmede soortgelijke voorzieningen, of een combinatie daarvan, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.41

nettovloeroppervlakte (nvo):

de som van de oppervlakten van de tot een gebouw behorende binnenruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de begrenzende opgaande scheidingsconstructies van de afzonderlijke ruimten, een en ander conform NEN 2580:2007; 1.42

nevenactiviteit:

een activiteit van beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft;

Regels (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

1.43

niet-geluidsgevoelige bebouwing:

bebouwing die volgens de Wet Geluidhinder en de daarop gebaseerde regelgeving niet aangemerkt wordt als geluidsgevoelige gebouwen en ruimten; 1.44

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d; 1.45

onderbouw:

een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1.20 m boven peil is gelegen; 1.46

ondergeschikte detailhandel

detailhandel die qua oppervlakte en qua functie ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit van een niet-detailhandelsbedrijf of -voorziening; 1.47

ondergeschikte horeca:

het in verband met een andere hoofdactiviteit op een perceel verstrekken van eten en drinken tegen betaling voor gebruik ter plaatse in die mate dat duidelijk herkenbaar is dat die hoofdactiviteit de kernactiviteit is die op het perceel plaatsvindt en het verstrekken van dat eten en drinken alleen plaatsvindt als beperkt en ondergeschikt onderdeel van en voortvloeiende uit de hoofdactiviteit; 1.48

openbare dienstverlening:

het door of namens de overheid verlenen van diensten met een (semi-)openbaar karakter; 1.49

peil:

gemiddelde hoogte van aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein; 1.50

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.51

relatie:

ter plaatse van de aanduiding 'relatie' wordt de verbinding aangegeven tussen twee of meer afzonderlijk begrensde bouwvlakken of bestemmingsvlakken, inclusief de daaraan toegekende aanduidingen waarmee die bouwvlakken of bestemmingsvlakken één vlak vormen; 1.52

rijbaan:

elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden;

46

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

1.53

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.54

straatmeubilair:

bij de openbare weg behorende bouwwerken; 1.55

voorgevel:

de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.56

voorgevelrooilijn:

denkbeeldige lijn getrokken langs de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan; 1.57

wegen:

alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin gelegen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; 1.58

wet/wettelijke regeling:

waar in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.59

woning:

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten;

Regels (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

breedte van een bouwwerk:

van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingslijn; 2.2

breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.3

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand tussen de zijdelingse bouwperceelgrenzen en enig punt van de op dat bouwperceel voorkomende bouwwerken; 2.4

de (bouw)hoogte van een bouwwerk: (kern)

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, waaronder schijnkappen met een maximum van 2 meter; 2.5

de bouwhoogte van een bouwwerk: (buitengebied)

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8

de hoogte van een windturbine:

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.9

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.10

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de afwijking niet meer dan 1 m bedraagt.

48

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Regels (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. voet- en fietspaden met bijbehorende voorzieningen; c. fietsparkeervoorzieningen; in ondergeschikte mate voor: d. nutsvoorzieningen, waaronder in elk geval worden begrepen ondergrondse voorzieningen voor afvalinzameling; e. waterpartijen, waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen; f. straatmeubilair en speelvoorzieningen; met daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming mogen worden gebouwd. 3.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en fietsparkeren gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen mag maximaal 50 m² bedragen; b. in aanvulling op het bepaalde onder artikel 3.2.2, sub a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - fietsenstalling/berging' een fietsenstalling en/of berging ten behoeve van de direct aangrenzende percelen toegestaan met een maximum oppervlakte van 30 m²; c. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen. 3.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal bedragen: 1. speeltoestellen: 6 m; 2. licht- en vlaggenmasten: 10 m; 3. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2 m. 3.3

Nadere eisen

a. Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het elders in dit artikel bepaalde, nadere eisen stellen met betrekking tot: 1. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 2. de breedte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 3. de oriëntering van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 4. de wijze van afdekking van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. b. De nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten.

50

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Artikel 4 4.1

Maatschappelijk - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een sporthal, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sporthal'; b. medegebruik van de sporthal als bedoeld in sub a voor openbare dienstverlening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'openbare dienstverlening'; met daarbij behorende: c. d. e. f.

groenvoorzieningen; ondergeschikte horecavoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; fietsparkeervoorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Op deze gronden mogen, uitsluitend ten behoeve van de bestemming, worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bebouwingspercentage (%)" is aangegeven; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven. 4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor de voorgevel maximaal 1 m en achter de voorgevel maximaal 2 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder artikel 4.2.3, sub a, mag de bouwhoogte van antennes, (tuin)verlichting, speeltoestellen, vlaggenmasten en vergelijkbare andere bouwwerken maximaal 7 m bedragen. 4.3

Afwijken van gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 voor het toestaan van andere naar aard en invloed daarmee gelijk te stellen maatschappelijke voorzieningen en/of instellingen. De genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, onder de voorwaarden dat: a. b. c. d. 4.4

in voldoende mate wordt voorzien in parkeergelegenheid in/bij het gebouw; de gebruiksmogelijkheden van percelen in de omgeving niet onevenredig worden belemmerd; de bestaande ruimtelijke kwaliteit niet wordt aangetast; een aanvaardbare milieukundige inpassing wordt gewaarborgd. Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

Regels (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van detailhandel, met uitzondering van de aan de maatschappelijke voorziening ondergeschikte detailhandel; b. gebruik van gronden en gebouwen voor enige vorm van horeca, met uitzondering van ondergeschikte horeca; c. bewoning van gebouwen; d. de realisatie van zorgwoningen; e. een asielzoekerscentrum, crematorium, opvang van dieren, justitiële inrichting of militaire zaken.

52

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Artikel 5 5.1

Sport

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. atletiekbaan en sportvelden; b. straatmeubilair en speelvoorzieningen; met de daarbijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en verhardingen. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming mogen worden gebouwd. 5.2.2

Gebouwen

Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 5.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 2 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van vlaggen-, verlichtingsmasten en vergelijkbare andere bouwwerken, alsmede speeltoestellen maximaal 10 m bedragen, met dien verstande dat het aantal vlaggenmasten niet meer dan 3 per bouwperceel mag bedragen.

Regels (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Artikel 6 6.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

wegen, straten, pleinen, paden voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen en fietsenstallingen; groenvoorzieningen; ondergrondse afvalcontainers; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; geluidswerende voorzieningen; nutsvoorzieningen en straatmeubilair; standplaatsen,

met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en verhardingen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming mogen worden gebouwd. 6.2.2

Gebouwen

Op of in deze gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan, met uitzondering van het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen mag maximaal 25 m² bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder artikel 6.2.2, sub a is ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling' een fietsenstalling ten behoeve van de aangrenzende bestemming toegestaan met een oppervlakte van maximaal 125 m²; c. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen. 6.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 4 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder artikel 6.2.3, sub a mag de bouwhoogte van lichtmasten en antennes maximaal 10 m bedragen.

54

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning onderdeel bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 2500 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen op basis van inventariserend archeologisch onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10247829/1