bp omgeving marianum bijlagen
Tekst van het document
Bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum vastgesteld
25 mei 2021
bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening omgeving Marianum
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Voorlopig ontwerp
Bijlage 2
Archeologisch bureau- en verkennend bureauonderzoek
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 4
Memo Water
Bijlage 5
Vooradvies luchtkwaliteit
Bijlage 6
Quickscan flora en fauna
Bijlage 7
Vleermuisonderzoek
Bijlage 8
Stikstofdepositie - Aeriusberekening
Bijlage 9
Vooradvies externe veiligheid
Bijlage 10
Beperkte verantwoording groepsrisico
Bijlage 11
Parkeerbalans en verkeersgeneratie
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Indicatieve bedrijvenlijst
Bijlage 2
Lijst van horeca-activiteiten
1
(vastgesteld)
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK DEKEN HOOIJMANSINGEL (ONG.) TE GROENLO GEMEENTE OOST GELRE
Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Deken Hooijmansingel (ong.) te Groenlo Opdrachtgever
Gemeente Oost Gelre Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde
Rapportnummer
11559.003
Versienummer1
1
Datum
Vestiging
31 maart 2020
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
ir. E.M. ten Broeke
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
11559.003
Toponiem
Deken Hooijmansingel (ong.)
Opdrachtgever
Gemeente Oost Gelre
Gemeente
Oost Gelre
Plaats
Groenlo
Provincie
Gelderland
Kadastrale gegevens
Gemeente Groenlo, sectie B, nummers 3551 (ged.), 6365 en 6778 (ged.)
Omvang plangebied
Circa 20.000 m²
Kaartblad
34 B (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 239.230 / Y: 450.645
Bevoegde overheid
Gemeente Oost Gelre De heer P. Ballast Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde Tel. 0544-393505 Email: p.ballast@oostgelre.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
De heer D. Kastelein, MA, Regionaal Archeoloog Omgevingsdienst Achterhoek Postbus 200 7255 ZJ Hengelo (Gld.) Email: archeologie@odachterhoek.nl
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4776111100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
Booronderzoek 4776136100
Archeoregio NOaA
Overijssels-Gelders zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Doetinchem/Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland
Uitvoerder
Econsultancy, ir. E.M. ten Broeke
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Oost Gelre een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Deken Hooijmansingel (ong.) te Groenlo in de gemeente Oost Gelre. De initiatiefnemer is voornemens een nieuwe sportvoorziening te realiseren, bestaande uit de nieuwbouw van een sporthal en de aanleg van sportvelden, een ontsluitingsweg en een parkeerterrein. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het bureauonderzoek en conform de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Oost Gelre, kunnen er in het plangebied archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het voorkomen van resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Late-Middeleeuwen wordt hoog geacht, vanwege de veronderstelde ligging van het plangebied op hoog gelegen terrastrestrug (behorend tot het Laagterras) dat afgedekt is met (gordel)dekzand. Voor zowel Jagers-Verzamelaars als voor Landbouwers vormde deze landschappelijke eenheid een geschikte (tijdelijke) bewoningslocatie.
Voor de periode Nieuwe tijd geldt een lage trefkans op het voorkomen van restanten van historische erven, aangezien geraadpleegd historisch kaartmateriaal aangeeft dat er binnen het plangebied geen historische bebouwing heeft gestaan ouder dan begin jaren ’50 van de 20e eeuw en daarvoor vanaf in ieder geval de tweede helft van de 18 e eeuw alleen een agrarisch gebruik kende. Specifiek voor het uiterst oostelijke deel van het plangebied wordt de kans op de aanwezigheid van restanten van een approche (loopgraaf met vulling/vermengde grond waarmee de loopgraaf gedempt is), als onderdeel van de Circumvallatielinie uit 1627, zeer hoog geacht. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten binnen het westelijke, centraal-westelijke als centrale deel van het plangebied (groenstroken met ontsluitingsweg en het sportveld) een bodemopbouw zien van een humeuze huidige bouwvoor met hieronder gestorte lagen grindhoudend bouwzand/stabilisatiezand en teruggestorte humeuze grond tot een gemiddelde diepte van 150 cm -mv en met uitschieters tot maximaal 225 cm -mv.
In het zuidoostelijke deel van het plangebied (parkeerterrein met groenstroken) laten de verkennende boringen een verstoorde bodemopbouw zien tot minimaal 75 cm -mv, bestaande uit donkerbruingrijs gekleurd, matig humeus, zwak siltig, zeer fijn zand vermengd met resten modern bouw-, betonpuin en baksteen. Ook hier vindt een scherpe overgang plaats direct naar de 1C-horizont. Binnen dit terreindeel is de afdekkende laag dekzand/deken van dekzand vrij dik en verder komen hieronder grondmoreneafzettingen (keizand) voor bestaande uit lichtgrijswit gekleurd, zwak grindig, matig siltig, zeer fijn zand (2C-horizont). De raaien met boringen die gezet zijn specifiek voor het kunnen opsporen van mogelijk nog aanwezige restanten van approches/loopgraven, hebben niet geresulteerd in het kunnen aanduiden van een zone waar een dieper doorlopende laag van gemengde grond aanwezig is, als mogelijke vulling van een approche/loopgraaf. De variërende verstoringsdiepte zal het resultaat zijn van vergravingen ten behoeve van de huidige inrichting van het terrein als de aanleg van nutsvoorzieningen (kabels en leidingen, riolering).
De meest oostelijk aangelegde raai laat wel een vrij intacte hoge bruine enkeerdgrond zien (geroerd plaggendek met hieronder een restant van de van nature gevormde veldpodzolbodem), echter gaat het hier om een zeer beperkt terreindeel waar nog sprake is van een merendeels onverstoorde bodemopbouw. Een restant van een approche/loopgraaf is hier in ieder geval niet aanwezig.
Rapport 11559.003 versie 1
Conclusie Op basis van de verkennende boringen kan geconcludeerd worden dat de bodemopbouw binnen het plangebied dermate verstoord is dat zowel het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau volledig is vergraven. Archeologische waarden ouder dan de Nieuwe tijd zullen daarmee niet meer in situ worden aangetroffen. Verder wordt geconcludeerd dat dat de boringen niet geresulteerd hebben in het kunnen aanduiden van mogelijke restanten/vullingen van approches/loopgraven als onderdeel van de Circumvallatielinie. De hoge archeologische verwachting op het voorkomen van resten daterend vanaf het Laat-Paleolithicum dient daarmee bijgesteld te worden naar een lage verwachting. Er zijn geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een verstoorde bodemopbouw binnen het plangebied, waardoor archeologische resten niet meer in situ worden verwacht (archeologisch potentiële sporen-/vondstniveau is sterk aangetast dan wel volledig verwijderd). Tevens zijn er geen aanwijzingen die duiden op mogelijke restanten/vullingen van approches/loopgraven als onderdeel van de Circumvallatielinie.
Daarnaast zijn er geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oost Gelre). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), de gemeente Oost Gelre of de provincie Gelderland.
Rapport 11559.003 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 20 3.1 3.2 3.3
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 8 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 15 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 17 Afweging gekozen onderzoeksmethode inventariserend veldonderzoek ...................... 19
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 20 Methoden ........................................................................................................................ 20 Resultaten ....................................................................................................................... 21
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 23 4.1 4.2
Conclusie ........................................................................................................................ 23 Advies ............................................................................................................................. 24
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 25 BRONNEN .......................................................................................................................................... 27
Rapport 11559.003 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Overzicht AMK-terreinen Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting Algemene bodemopbouw plangebied
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre Figuur 6. Situering van het plangebied binnen de hoogtekaart van de gemeente Oost Gelre Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied met als achtergrond het AHN Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de Stadsplattegrond van Groenlo van Jacob van Deventer uit 1651 Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de Hottingerkaart uit 1773-1794 vanuit kaartblad 78 Figuur 11. Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1828 (Minuutplan) Figuur 12. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1885 (Bonneblad) Figuur 13. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1927 (Bonneblad) Figuur 14. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1936 (Bonneblad) Figuur 15. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1965 Figuur 16. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1977 Figuur 17.
Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1995 Figuur 18. Boorpuntenkaart plangebied met als achtergrond de luchtfoto Figuur 19a. Boorpuntenkaart van het zuidoostelijke deel plangebied met als achtergrond de luchtfoto Figuur 19b. Boorpuntenkaart van het zuidoostelijke deel plangebied met als achtergrond de verwachte ligging van approches als onderdeel van de Circumvallatielinie van Groenlo (groene lijnen)
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Inrichtingsplan Overzichtsfoto’s plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen Boorprofielen
Rapport 11559.003 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Oost Gelre een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Deken Hooijmansingel (ong.) te Groenlo in de gemeente Oost Gelre (zie figuren 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens een nieuwe sportvoorziening te realiseren, bestaande uit de nieuwbouw van een sporthal en de aanleg van sportvelden, een ontsluitingsweg en een parkeerterrein. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen nodig zijn en zo ja, in welke vorm (hoofdstuk 5). Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 19 en 20 februari 2020 door ir. E.M. ten Broeke (senior KNAprospector). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 9 en 10 maart 2020 door E.M. ten Broeke (senior KNA-prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H.
Schutte (senior KNAarcheoloog/kwaliteitscontroleur).
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: 2
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03);
Beschikbaar via www.sikb.nl
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 1 van 27
beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); de Atlas Gelderland; literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Oost Gelre; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging; Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.3 Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 20.000 m² (circa 2 hectare) en ligt aan de Berkenhofseweg (ong.), gemiddeld 450 meter ten zuiden van de (historische stads)kern van Groenlo in de gemeente Oost Gelre (zie figuren 1 en 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich van oost naar west op een hoogte tussen circa 25,8 en 26,3 m +NAP. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Groenlo, sectie B, nummers 3551 (ged.), 6365 en 6778 (ged.). Volgens de topografische kaart van Nederland, 34 B (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 239.230 / Y: 450.645. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens.
3
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 2 van 27
Het plangebied is grotendeels in gebruik als sportveld van het scholengemeenschap Marianum. De noordoostelijke hoek van het plangebied is bebouwd met een sporthal. Het zuidoostelijke deel van het plangebied is deels in gebruik als parkeerterrein, welke voorzien is van een klinkerverharding, en verder in gebruik als grasveld/groenstrook. Het uiterst centraal-westelijke deel van het plangebied is deels voorzien van een met klinkers verharde ontsluitingsweg en verder in gebruik als grasveld/groenstrook. De Deken Hooijmansingel bevindt zich op enige afstand ten noorden van het plangebied. Langs de zuid- en westzijde van het plangebied liggen respectievelijk de Rondweg N319 en de Barkenkamp. Het scholengemeenschap Marianum ligt ten noordoosten van het plangebied. Rondom het plangebied bevinden zich verder woonpercelen en enkele kantoren (zie figuur 3). Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden.
De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Woonwijken Groenlo (vastgesteld op 30-10-2012). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een bestemming Waarde – Archeologische verwachting categorie 2. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -mv.4 Deze dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre.5 Volgens deze kaart (zie figuur 4) ligt het gehele plangebied binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting, waarbij eventueel aanwezige archeologische resten afgedekt zijn door een >50 cm dik plaggendek en daardoor waarschijnlijk goed geconserveerd zijn (Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied (AWV) categorie 6). Aanvullende gegevens vanuit de gemeente geven aan dat in het uiterst zuidoostelijke deel van het plangebied een approche wordt verwacht, onderdeel vormend van de Circumvallatielinie uit 1627 (zie onderstaande afbeelding). In § 2.6 volgt een algemene verhandeling over de Circumvallatielinie. waarna wordt ingegaan welke structuur, als onderdeel van de linie, binnen de begrenzing van het plangebied worden verwacht.
Atlas Gelderland6 Met de Atlas Gelderland wilt de provincie Gelderland inzicht geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit binnen de provincie in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat de Atlas Gelderland zien waar vroeger (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Het raadplegen van de Atlas Gelderland heeft voor het plangebied geen aanvullende gegevens opgeleverd.
4
Portaal voor Ruimtelijke Plannen De Roode & Van den Berghe, 2008 6 https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Essentials/ REST/sites/Bodemverontreinigingen/viewers/test/virtualdirectory/Resources/Config/Default 5
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 3 van 27
Belijning van approches als onderdeel van de Circumvallatielinie van Groenlo (groene lijnen) binnen en rondom het plangebied (rode lijn) (bron: gemeente Oost Gelre)
2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De toekomstige inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De initiatiefnemer is voornemens de nieuwbouw van een sporthal te realiseren. Tevens zullen er sportvelden, een ontsluitingsweg en een parkeerterrein worden aangelegd. De nieuwbouw van de sporthal komt te staan op een staalfundering, welke wordt aangelegd tot een diepte van 1 m -mv. Tot deze minimale diepte zullen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd (uitgraven bouwput). De nieuwbouw zal niet worden onderkelderd. Voor de aan te leggen sportvelden, de ontsluitingsweg en het parkeerterrein zullen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd tussen minimaal 30 en maximaal 100 cm -mv, waarbij de meest diepe bodemingrepen de aanleg van diverse nutsvoorzieningen (kabels en leidingen) zal betreffen. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen.
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 4 van 27
De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie7
Dekzandafzettingen op fluvioperiglaciale afzettingen (sneeuwsmeltwaterafzettingen) van de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden) op grondmorene/keileem/keizand van de Formatie van Drente (Laagpakket van Gieten) op geconsolideerde Tertiaire afzettingen (Formatie van Rupel).
Archeologische landschappenkaart gemeente Oost Gelre8
Gelegen binnen terrasvormige hoogten en dekzandruggen, afgedekt door een > 50 cm dik plaggendek (code Tenk).
Bodemkunde en grondwatertrap9
Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom, maar zeer waarschijnlijk een hoge zwarte enkeerdgrond, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21).
Landschappelijke ontwikkeling 10 Het plangebied is gelegen op het Oost-Nederlandse Plateau. Het Oost-Nederlandse Plateau helt af naar het noordwesten en wordt begrensd door het Pleistocene bekken. De geologische opbouw van het gebied is zeer gecompliceerd. Gedurende de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 250.000 130.000 jaar geleden) heeft het gebied geruime tijd onder een dikke, schuivende ijskap gelegen, waardoor het landoppervlak werd 'overreden', geërodeerd en afgevlakt. Onder het landijs werd op veel plaatsen grondmorene (meestal keileem) afgezet, behorend tot de Formatie van Drente, Laagpakket van Gieten. De grondmorene is gevormd op het contactvlak tussen het voortschuivende ijs en de ondergrond en bestaat in zijn meest kenmerkende vorm uit een structuurloze leem vermengd met grof zand, grind en stenen. Onder het honderden meters dikke gletsjerijs verzamelde zich gedurende het smeltseizoen veel water. Dit concentreerde zich in subglaciale smelwaterstromen, die door de enorme hydrostatische druk een diep ingesneden systeem van tunneldalen vormden. De aanwezigheid van deze slecht waterdoorlatende afzetting aan of nabij de oppervlakte is, samen met de onderliggende tertiaire kleien, de oorzaak van het voorkomen van ondiepe grondwaterstanden tijdens regenachtige perioden.
Naast de grondmorenes werden tijdens het Saalien plaatselijk glacio-fluviale sedimenten afgezet door ijssmeltwater. Deze glaciofluviale afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Drente, Laagpakket van Schaarsbergen, en bestaan voornamelijk uit grindhoudende zanden. De rand van het ijs bestond uit een aantal gletsjertongen. Aan weerszijden van deze ijsmassa's werden stuwwallen opgeduwd. De rivier de Rijn, die normaliter van zuid naar noord stroomde door het Pleistocene Bekken, werd door deze ijskap gedwongen hun weg langs de zuidzijde van het ijs westwaarts naar de zee te zoeken. Tijdens het terugtrekken, en daarmee het afsmelten van het landijs, werd met name het Pleistocene Bekken gedeeltelijk opgevuld met glaciofluviale afzettingen (grove, grindhoudende zanden vermengd met leem), behorend tot de Formatie van Drente. Vervolgens hervatte de voorlopers van de Rijn weer hun loop door het Pleistocene Bekken naar het noorden, waarbij de afzettingen van de Formatie van Kreftenheye werden gevormd.
7
De Mulder et al., 2003 De Roode & Van den Berghe, 2008 9 Stichting voor Bodemkartering, 1977 10 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2008 / De Roode & Van den Berghe, 2008 / Van Beek, 2009 / Willemse & Keunen, 2014 8
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 5 van 27
Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 tot 10.000 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. Wel had het klimaat een continentaal karakter (koud en droog). Het landschap bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was. De zeespiegel daalde tot wel 110 meter ten opzicht van het huidige niveau (NAP). Door een combinatie van deze daling van de zeespiegel en vernieuwde tektonische activiteiten, waarbij het Pleistocene Bekken verder daalde en een deel van het Oost Nederlandse Plateau omhoog kwam, is de Rijn zich gaan insnijden in zijn eigen sedimenten tot aan de lijn Aalten-Neede en loopt langs de westzijde van de bebouwde kom van Groenlo. Ten opzichte van het plangebied ligt deze lijn circa 1 kilometer ten westen. Hierbij is toen de terrasrand ontstaan. Het terrein ten oosten van deze terrasrand wordt daarom aangeduid als het Oost Nederlandse Plateau. Pas tijdens het Midden-Weichselien (ook wel aangeduid als Pleniglaciaal, 73.000 tot 13.000 jaar geleden) is de Rijn weer sedimentpakketten gaan opbouwen, echter nu alleen ten westen van de terrasrand. Deze sedimenten behoren tot de Formatie van Kreftenheye. Buiten de invloedsfeer van de Rijn werd een pakket dekzand afgezet. De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge Dekzand. Het Oude Dekzand is afgezet tijdens het Pleniglaciaal.
Het is veelal horizontaal gelaagd en er komen lemige banden in voor. Het Jonge Dekzand is afgezet tijdens het Laat-Weichselien (Laat-Glaciaal) in de vorm van langgerekte, vaak ZW-NO georiënteerde ruggen. Gelaagdheid is in het Jonge Dekzand meestal niet aanwezig. Ook komen er geen leemlagen in voor. Het water van de in het voorjaar smeltende sneeuwmassa´s erodeerde een deel van de dekzandruggen, waarna afzetting plaatsvond in de lagere delen van het landschap als vlaktes van verspoelde dekzanden. Door het hoogteverschil ontstonden bij de terrasrand lokale beekdalsystemen (sneeuwsmeltwaterdalen), waarbij aan de westzijde waaiers van uitgespoeld materiaal werden gevormd (daluitspoelingswaaiers). Op het Oost-Nederlandse Tertiaire Plateau is slechts een dunne laag Jong dekzand afgezet of ontbreekt het geheel, waardoor tertiaire kleien en keileem (vrijwel) dagzomen. Het dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, dat behoort tot de Formatie van Boxtel (voorheen de Formatie van Twente). In het Holoceen (vanaf ca. 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk heeft plaatsgevonden tijdens de laatste eeuwen.
De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Veel beken bevinden zich binnen de lager gelegen smeltwaterdalen (tunneldalen). Het beekdal van de Groenlosche Slinge, welke op een afstand van circa 1 kilometer ten oosten/noordoosten van het plangebied ligt, bevindt zich in een dergelijk tunneldal. Daar waar tertiaire kleien en keileem (vrijwel) dagzomen bevinden zich, vanwege hun slechte waterdoorlatendheid, relatief veel natte bodems. Ook zijn in het Holoceen verspreid over delen van het Oost-Nederlandse dekzandlandschap veengebieden ontstaan. Deze ontstonden vooral daar waar sprake was van een slechte ontwatering vanwege het voorkomen van natte, vlakke delen (depressies) omgeven door hoger gelegen terreindelen en de aanwezigheid van ondoorlatende lagen. De veengebieden hadden vaak een kleine tot middelgrote omvang, samenhangend met de sterke landschappelijke variatie op relatief korte afstanden. Vanaf de Late-Middeleeuwen is het aanwezige veen vooral kleinschalig gewonnen. Vanwege de meestal vrij geringe dikte van de veenpakketten en de slechte ontsluiting was grootschalige veenwinning economisch niet rendabel.
Aanwijzingen van de voormalige venen en het afgraven daarvan zijn in het huidige landschap nauwelijks meer herkenbaar.
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 6 van 27
Nadat veenwinning had plaatsgevonden ontwikkelde zich op de braakliggende terreinen een droge tot natte heidevegetatie. In de 19e en 20e eeuw werden deze gebieden vervolgens ontgonnen ten behoeve van agrarisch gebruik, waardoor resten veen vaak volledig zijn vermengd met het onderliggende zanddek en volledig is geoxideerd, mede als gevolg van de gereguleerde grondwaterstanden. Dit (voormalige) hoogveen behoort tot de Formatie van Nieuwkoop. DINO11 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd 12. Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit een minder dan een meter dik pakket (nat-)eolische zanden van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Hieronder liggen tot maximaal 2,7 m -mv soms grindhoudende, matig grove tot zeer grove zanden en betreffen sneeuwsmeltwaterafzettingen van de Formatie van Boxtel. De dikte hiervan is zeer variabel.
Vervolgens vind een overgang plaats naar een dunne laag zandige, grindrijke leem. Dit betreft een restant van de grondmorene/keileem, behorend tot de Formatie van Drente (Laagpakket van Gieten). Ter plaatse van het plangebied wordt verwacht dat er vrijwel geen leem aanwezig meer is en dat er van de oorspronkelijke keileemlaag alleen nog een laag keizand resteert, ten gevolge van erosie. Archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre De Geomorfologische kaart geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre, dat het meest actuele landschappelijke beeld weergeeft, ligt het gehele plangebied binnen terrasvormige hoogten en dekzandruggen, dat afgedekt is door een > 50 cm dik plaggendek (code Tenk, zie figuur 5). Deze landschappelijke eenheid betreft de vereffeningsrestplateaus met terrasresten die afgedekt zijn door een dik pakket (dek)zand. Het gaat om relatief hooggelegen en goed ontwaterde gebieden. Bodemkundig gezien kenmerken ze zich door (grofzandige) veldpodzolen, moderpodzolen en enkeerdgronden (plaggendekken). Gebieden waar plaggendekken voorkomen waren waarschijnlijk ook al in de Prehistorie aantrekkelijke vestigingslocaties.
Ook zijn eventueel aanwezige archeologische resten die door een plaggendek afgedekt zijn beter beschermd geweest tegen latere bodembewerkingen en hierdoor mogelijk beter geconserveerd. Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late-Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten.
11 12
www.dinoloket.nl Dit betreft de boringen B34D0452, B34D0453 en B34D0354
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 7 van 27
Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkheid aan archeologische resten heeft er toe geleidt dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.13 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)14/hoogtekaart van de gemeente Oost Gelre Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Op basis van het AHN is specifiek voor de gemeente Oost Gelre een hoogtekaart gemaakt (zie figuur 6). Hierop is te zien dat het plangebied op de noordelijke uitloper van een plateau-achtige terrasrest ligt.
Verder ten zuiden van het plangebied zijn nog hoger gelegen dekzandruggen te onderscheiden, geaccentueerd doordat er grootschalige plaggenbemesting heeft plaatsgevonden, waardoor omvangrijke oude bouwlandcomplexen zijn ontstaan (de oude enken). Het plangebied ligt daarmee in het meest noordelijke deel van een oude enk. Het lager gelegen beekdal van de Groenlosche Slinge, verder ten oosten/noordoosten van het plangebied, volgt de oriëntatie van een tijdens de voorlaatste ijstijd gevormde tunneldal. Bodemkunde en grondwatertrap Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied niet gekarteerd vanwege ligging binnen de bebouwde kom. Op basis van de gekarteerde bodem eenheden buiten de bebouwde kom en niet ver ten zuiden van het plangebied, komt er meest waarschijnlijk een hoge zwarte enkeerdgrond voor, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21, grondwatertrap VI of VII) (zie figuur 7). Kenmerken van enkeerdgronden zijn hierboven al beschreven. 2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).15 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Tevens zijn in de figuur de indicatieve archeologische waarde en de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 350 meter rondom het centrale punt van het plangebied weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd.
13
Doesburg et al., 2007 www.ahn.nl 15 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 14
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 8 van 27
Het beleg van Grol en de aanleg van de Circumvallatielinie16 Groenlo (oude naam: Grol(le)) vormde in de 16e en 17e eeuw een sterke vesting die in de Tachtigjarige Oorlog als welvarende grensstad herhaaldelijk werd belegerd. De Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, ook wel de Opstand genaamd, begon in 1568 met de Slag bij Heiligerlee en duurde tot de Vrede van Munster in 1648. Bij aanvang van de Opstand leidde Willem van Oranje het Staatse leger van de Nederlanden. Na zijn dood in 1584 nam zijn zoon Maurits de leiding over. Maurits werd bewonderd voor zijn hervormingen van het Staatse leger en de verovering van een aanzienlijk aantal vestingen op de Spanjaarden. Na het overlijden van Maurits in 1625 volgde zijn halfbroer Frederik Hendrik hem op als bevelhebber van de Staatse troepen.
Groenlo onder leiding van Prins Maurits wordt door Spinola veroverd op 9 november 1606. Geschilderd door Pieter Snayers in opdracht van Spinola (17e eeuw)
Zowel het Spaanse regime als de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden hadden onvoldoende manschappen om hun grondgebied onder controle te houden of de grenssteden permanent van voldoende bezetting en uitrusting te voorzien. De vestingsteden hadden dan ook een eigen garnizoen. In de loop van de Tachtigjarige Oorlog kwam een groot deel van de noordelijke Nederlanden onder de controle van het Staatse leger. De vestingsteden in het grensgebied (waaronder Groenlo) werden daardoor het meest bedreigd.
16
De Roode & Van den Berghe, 2008 / Nijs & van der Pluijm, 2008 / Van der Pluijm, 2009 / Boshoven et al., 2014
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 9 van 27
Groenlo was vanaf het begin van de oorlog doelwit van aanvallen. In 1576 kwam Groenlo aan Staatse zijde, maar in 1580 viel de stad alweer in Spaanse handen door toedoen van de overgelopen Graaf van Rennenberg, stadhouder van de noordelijke gewesten. Na een mislukte poging in 1595 werd de stad in 1597 opnieuw door Maurits van Nassau op de Spanjaarden veroverd. In 1606 werd Grol echter weer heroverd door de Spaanse troepen onder leiding van Spinola (zie bovenstaande afbeelding). Tussen alle belegeringen door werden de vesting van Groenlo steeds verder uitgebouwd en versterkt. In 1609 sloten de koning van Spanje en de Staten-Generaal een wapenstilstand. Dit Twaalfjarig Bestand duurde van 1609 tot 1621. Tijdens het Twaalfjarig Bestand werd de vesting Grol door de Spaanse bezetter uitgebouwd volgens de laatste inzichten. Grol kreeg onder andere een zesde bastion en werd van nieuwe poorten voorzien. Toen in 1621 de vijandelijkheden tussen Spanje en de Nederlanden werden hervat, gold de vesting als één van de best verdedigbare vestingen in het oosten. In 1627 werd Grol definitief heroverd door Frederik Hendrik na het groots opgezette Beleg van Grol. Om het belegeringsleger te beschermen tegen aanvallen van buitenaf liet Frederik Hendrik een gesloten linie van schansen, redoutes, hoornwerken en andere veldwerken rondom Grol aanleggen.
Deze Circumvallatielinie lag buiten schootsafstand van de vesting en sloot de stad volledig af van de buitenwereld. De verdedigbaarheid van de linie was dan ook naar buiten gericht. Na de verovering van Grol werd binnen enkele maanden een groot deel van de linie weer geslecht om niet door de Spaanse troepen gebruikt te kunnen worden voor een eventuele herovering. Het gebruik van een Circumvallatielinie was niet nieuw, maar bij Groenlo bereikte het systeem een hoge mate van perfectie. Dit luidde een nieuw tijdperk van moderne oorlogvoering in waarbij Frederik Hendrik de bijnaam `de Stedendwinger` kreeg. In de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog bestonden de insluitingswerken rondom een stad niet uit een doorlopende linie, maar uit schansen die op de voornaamste punten waren gelegen. Een schans was een door een aarden wal omgeven (meestal vierkant) terrein waar zich een gracht omheen bevond. Op de vier hoekpunten bevonden zich kleine bastions (vijfhoekige uitbouw) waarop kanonnen konden worden geplaatst. Een schans was een soort vesting in het klein. De kampementen lagen in de tijd van Maurits achter de schansen. Vanuit de schansen werd begonnen aan de aanvalswerken en werd weerstand geboden aan aanvallen uit de stad. Het ontbreken van een doorlopende linie tussen deze schansen had echter als nadeel dat de belegerde vesting niet volledig van toevoer kon worden afgesloten.
De belegerde vesting probeerde haar munitie- en voedselvoorraden op peil te houden en versterking te krijgen van omliggende garnizoenen. Als het ontzettingsleger eenmaal arriveerde lagen de aanvallers van de stad onder twee vuren: in de rug werden zij aangevallen door oprukkende troepen en tevens moesten zij zich wapenen tegen aanvallen vanuit de stad. Een dergelijke belegering had alleen kans van slagen als deze in zeer korte tijd werd uitgevoerd. Maurits was, na de mislukte belegeringspoging in 1595, gestart met de aanleg van aarden wallen tussen de schansen waarmee de stad rondom werd omsloten. De grote afstand tussen de schansen maakte het echter onmogelijk de tussenliggende wallen dag en nacht te bewaken. Onder Frederik Hendrik werd de insluitingslinie zo ingericht dat aanvoer van manschappen, voedsel, materieel en informatie van buitenaf naar de stad nagenoeg onmogelijk werd.
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 10 van 27
Frederik Hendrik stationeerde zijn voetvolk in drie kwartieren: het Kwartier van Frederik Hendrik in het zuiden, het Kwartier van Ernst Casimir van Nassau in het oosten en het Kwartier van Willem van Nassau in het noordwesten. De kwartieren lagen op circa 2,5 kilometer van de stad waardoor zij buiten de reikwijdte van de kanonnen uit de stad waren gelegen. Gelijk na aankomst begon zijn leger met de bouw van de Circumvallatielinie die deze drie legerplaatsen met elkaar verbond. De linie bestond uit een aarden wal met een daarvoor liggende droge of natte gracht. De Circumvallatielinie bevat 35 verdedigbare elementen (kampementen, schansen, redouten, redans en batterijen) die waren verbonden door een liniedijk en/of (dubbele) gracht. Van deze elementen zijn er inmiddels 25 gelokaliseerd. Dit resulteerde in een gemiddelde onderlinge afstand van 650 m. Deze permanent bemande elementen van de linie vergemakkelijkten de verdediging ervan. Na het voltooien van de linie kon met het ‘approcheren’ worden begonnen: de aanleg van zogenaamde loopgraven die zigzaggend in de richting van de stad werden aangelegd om de stadsgrachten te kunnen bereiken zonder door de manschappen binnen de veste direct beschoten konden worden. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied17 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland.
De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het plangebied liggen geen AMK-terreinen. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein (zie tabel II en figuur 8). Tabel II.
Overzicht AMK-terreinen
AMK nr.
Situering t.o.v. plangebied
Datering
Waarde en omschrijving
13210
500 meter ten noorden van het plangebied Centrum te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239351/451150
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
Complex: Stad Waarde: Terrein van archeologische waarde Terrein met daarin de middeleeuwse stadsresten van Groenlo. Oudste vermelding in 1188 als Gronlo. In 1236 komt de hof Groenlo in handen van graaf Otto II van Gelre; in 1246 is voor het eerst sprake van een parochie. In 1251 wordt er in bronnen gerept van burgers, in 1265 is voor het eerst sprake van een schepenbestuur. Toch dateert Groenlo‘s stadsrecht (het Zuthfense) van 1277. Mogelijk verkreeg de nederzetting al eerder stedelijke rechten. De stad is waarschijnlijk onder Reinoud III (1327-1343) ommuurd; van 1548 tot 1555 omvest.
In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 18 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal elf archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om negen bureau- en/of booronderzoeken (prospectief onderzoek) en twee archeologische begeleidingen (zie tabel III en figuur 8). Van belang voor het plangebied is de in 2004 uitgevoerde archeologische begeleiding van een reconstructie van de bestrating en de vernieuwing en verlegging van de riolering in een deel van de Deken Hooijmansingel. Tijdens de begeleiding is een spoor gevonden dat mogelijk geïnterpreteerd kan worden als een approche (naderingsloopgraaf) uit eind 16 e of begin 17e eeuw. Binnen de inmiddels bekende begrenzing van de 16e eeuwse vestingsgracht zijn eveneens restanten hiervan aangetroffen.
17 18
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 11 van 27
Verder ten noorden van het plangebied, binnen de vestingstad van Groenlo, zijn hieraan gerelateerde restanten al meerdere malen aangetroffen tijdens onderzoek. Gezien de ligging van het plangebied buiten de begrenzing van deze vestingstad als -gracht, wordt de resultaten van deze onderzoeken niet verder behandeld. Diverse uitgevoerde prospectieve onderzoeken ten oosten van het plangebied hebben geen in situ liggende archeologische resten opgeleverd, duidend op de aanwezigheid van een intacte archeologische vindplaats. Tabel III.
Overzicht onderzoeksmeldingen
Zaakindentificatie (OMnummer)
Situering t.o.v. plangebied
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
2052518100 (7448)
100 meter ten noorden van het plangebied Deken Hooymansingel te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239243/450776
Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: Becker & Van de Graaf Datum: 23-9-2004 Resultaat: Het archeologische onderzoek heeft in drie deelgebieden plaatsgevonden. In deelgebied I waren de werkzaamheden reeds voor de komst van de archeoloog afgerond, zodat geen sporen zijn waargenomen. Zowel in deelgebied II (nabij Schralenstein) als in deelgebied III (nabij de Lichtenvoordseweg) werd een spoor in het profiel aangetroffen, dat mogelijk geïnterpreteerd kan worden als resten van een approche (naderingsloopgraaf ten behoeve van de belegering van de stad) uit eind 16e of begin 17e eeuw. Deze approches zijn bekend van verschillende historische kaarten, maar kunnen vanwege de onnauwkeurigheid van dergelijke kaarten niet met zekerheid geïdentificeerd worden. Er was slechts één vondst, een loden musketkogel.
2123985100 (18018)
250 meter ten oosten van het plangebied Groeneweg Ong. te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239515/450656
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 7-7-2006 Resultaat: Het bureauonderzoek heeft geleid tot de toekenning van een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden aan het plangebied. Deze verwachting is getoetst door middel van een booronderzoek waarbij een vijftal boringen is uitgevoerd. Uit het veldonderzoek bleek dat de bodem in het overgrote deel van het plangebied verstoord is. In het plangebied is een verstoord esdek aanwezig met een gemiddelde dikte van 90 cm dat op de BC dan wel Chorizont van de dekzandafzettingen rust. Geconcludeerd kan worden dat op basis van de resultaten van het veldonderzoek de verwachting voor het plangebied kan worden bijgesteld naar een lage verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen in het archeologisch relevante deel van het dekzandpakket. Wel bevatte het esdek brokjes baksteen, houtskool, en enkele scherfjes aardewerk. Deze indicatoren in het esdek zijn hoogstwaarschijnlijk van elders met de mest aangevoerd en hebben dan ook geen archeologische waarde.
2306575100 (43690)
250 meter ten oosten van het plangebied De Schans En Groenweg 18 te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239512/450586
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 11-11-2010 Resultaat: Het onderzoek bestond uit een beknopt bureauonderzoek en een karterend booronderzoek. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een woning. De ondergrond in beide plangebieden bestaat uit matig fijn, zwak siltig, roesthoudend, goed gesorteerd zand, dat is geïnterpreteerd als dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). De bodem in beide plangebieden wordt gekenmerkt door verstoringen. De oorspronkelijke bodem was mogelijk een podzolgrond, waarop in plangebied De Schans mogelijk een dun plaggendek was opgebracht. Er zijn geen resten van een podzolgrond dan wel van een enkeerdgrond met podzolgrond aangetroffen. De (middel)hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum als nederzettingssporen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. Het kan niet worden uitgesloten dat binnen de plangebieden losse vondsten of toevalsvondsten voorkomen die met de belegering van het gebied in de 16e en 17e eeuw te maken hebben. Booronderzoek is voor dit type vondsten minder geschikt.
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 12 van 27
2322864100 (45866)
250 meter ten zuidoosten van het plangebied te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239502/450532
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 25-3-2011 Resultaat: Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek gold bij de aanvang van het veldonderzoek voor het plangebied een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de alle archeologische perioden. Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat de bodemopbouw ter plaatse volledig is verstoord. Veelal zetten de verstoringen zich door tot in de top van de geologische ondergrond. Archeologische indicatoren zijn tijdens het veldonderzoek niet aangetroffen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt in het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Vanuit archeologisch oogpunt kan de geplande ontwikkeling van nieuwbouw zonder bezwaren worden uitgevoerd.
2329255100 (46703)
250 meter ten noordoosten van het plangebied Graafschapcollege te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239375/450886
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 19-5-2011 Resultaat: Er is geen enkeerdgrond of veldpodzolgrond in het plangebied aangetroffen. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de bodem is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Bovendien zijn tijdens het booronderzoek geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. De lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen in zowel het noordwestelijk deel als het zuidoostelijke deel van het plangebied kan daarom worden gehandhaafd. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. De lage verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Vroege -Middeleeuwen voor zowel het noordwestelijke deel als het zuidoostelijk deel van het plangebied kan daarom worden gehandhaafd.
In alle boringen zijn ophoogpakketten aangetroffen. In de boringen 1, 3 en 4 konden de onderste delen van de ophoogpakketten gedateerd worden in de Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. In boring 1 is een restant van de gracht aangetroffen, in deze boring kan het ophoogpakket gediend hebben om de gracht te dempen. In de overige boringen is geen restant van de gracht aangetroffen. Mogelijk heeft het ophoogpakket hier deel uitgemaakt van de omwalling van de stad. Daarom kan de hoge verwachting om archeologische waarden uit de perioden Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd aan te treffen voor het plangebied worden gehandhaafd.
2480936100 (66395)
250 meter ten noordoosten van het plangebied Lichtenvoordsestraat 2 te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239462/450799
Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: Archeodienst Gelderland BV Datum: 28-4-2015 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS en een rapportage is niet beschikbaar.
4544508100
300 meter ten zuidoosten van het plangebied De Schans 2, 4 en 8 te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239531/450520
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: KSP Archeologie Datum: 19-5-2017 Resultaat: Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem is verdwenen en dat mogelijk ook het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont is afgegraven. Ook is vastgesteld dat er geen sprake is van een enkeerdgrond, maar van een opgebracht pakket verstoorde zandige grond en dat het plangebied relatief laag gelegen is. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis hiervan is de middelmatige verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en nederzettingsresten vanaf het Neolithicum tot en met de Volle-Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) naar laag bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor nederzettingsresten uit de LateMiddeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Op grond van de resultaten van het booronderzoek kan de hoge verwachting om resten van de circumvallatielinie van Groenlo uit de 16e tot en met 17e eeuw aan te treffen voor het plangebied worden bijgesteld naar laag.
Rapport 11559.003 versie 1
Pagina 13 van 27
4684809100
300 meter ten noordwesten van het plangebied Deken Hooijmansingen te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239104/450897
Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 25-3-2019 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden nog niet vermeld in ARCHIS. Het onderzoek is vorig jaar uitgevoerd.
2148877100 (21559)
350 meter ten noordwesten van het plangebied Tramstaat 2 te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239043/450895
Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 5-3-2007 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS en een rapportage is niet beschikbaar.
2154205100 (22277)
350 meter ten noordwesten van het plangebied Tramstraat 2 te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239042/450895
Type onderzoek: booronderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2148877100 (21559) Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 20-4-2007 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS en een rapportage is niet beschikbaar.
2368516100 (51907)
350 meter ten noorden van het plangebied Nieuwstad 9 te Groenlo Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 239347/451009
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 14-5-2012 Resultaat: Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek gold bij de aanvang van het veldonderzoek voor het plangebied een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische overblijfselen uit de (Late-)Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het plangebied maakt deel uit van de historische kern van Groenlo, die als ‘terrein van archeologische waarde’ op de Archeologische Monumentenkaart staat aangegeven. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat in het plangebied inderdaad archeologische resten in de bodem aanwezig zijn. De vondst van scherven van zogeheten grijsbakkend aardewerk verwijzen hoogstwaarschijnlijk naar een pottenbakkerswerkplaats uit de 16e-17e eeuw. In de diepere ondergrond zijn tevens oudere resten (uit de Late-Middeleeuwen) aangetroffen.