CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp oldenhuis toelichting

Gemeenteraad 11 februari 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 202220.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022 vastgesteld

Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 5 5 7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Ruimtelijke context 2.2 Opstallen plangebied 2.3 Woonprogramma en woningdichtheid 2.4 Stedenbouwkundig concept 2.5 Verkeerskundige opzet 2.6 Landschappelijk concept en groenconcept 2.7 Duurzaamheidsaspecten

8 8 9 9 9 10 10 11

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

13 13 17 18 19

Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Flora en fauna 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Externe veiligheid 4.9 Geur 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

23 23 25 27 31 33 34 37 39 40 41 42 42

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan 5.3 Plansystematiek

44 44 44 44

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

50 50 51

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Het bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' is op 9 juni 2020 vastgesteld. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk de locatie van de voormalige meubelfabriek Oldenhuis in Groenlo te herontwikkelen tot een duurzaam, hoogwaardig, ruim opgezet groen woongebied. Met het genoemde bestemmingsplan worden 40 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. In het gebied blijft de aanwezige voormalige beheerderswoning gehandhaafd. Om deze reden zijn in totaal 41 woningen toegestaan.

Op 17 september 2021 is de omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo' verleend. Ten opzichte van het stedenbouwkundig ontwerp dat als basis diende voor het bestemmingsplan, heeft de ontwikkelaar aangeven de rijwoningen te willen realiseren met een nieuw concept. Doordat de beukmaat van dit concept smaller is dan hun standaard concepten, is er een mogelijkheid om 10 woningen te realiseren in plaats van 8 ter plaatse van de locatie zoals aangegeven in figuur 1. Het plan past binnen het bouwvlak in het bestemmingsplan. De benodigde extra parkeerplaatsen kunnen in de openbare ruimte worden toegevoegd en 4 parkeerplaatsen extra worden op eigen terrein van de eindwoningen gerealiseerd. Vanwege het toepassen van hout zal op dat punt van het beeldkwaliteitsplan afgeweken moeten worden. Het beeldkwaliteitsplan voorziet voor het college in die mogelijkheid. Echter, de ontwikkeling heeft tot gevolg dat in totaal 43 woningen worden gerealiseerd in het plangebied. Het bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' laat maximaal 41 woningen toe. De 42e en 43e woningen zijn met deze omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo' mogelijk gemaakt.

Figuur 1. Locatie waar de 42 en 42e woningen worden toegev oegd. Rechts het oorspronkelijke plan v oor 8 rijwoningen, links het nieuwe plan v oor 10 rijwoningen (bron: omgev ingsv ergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo')

Nu doet zich echter het probleem voor dat de nieuwe woningen in geringe mate zijn verschoven in de ontwerptekeningen. Dit leidt ertoe dat de woningen niet meer binnen de bouw- en bestemmingsvlakken passen. In voorliggend bestemmingsplan wordt deze geringe verschuiving van de bouw- en bestemmingsvlakken doorgevoerd op de verbeelding.

Voor het overige is voorliggend bestemmingsplan conserverend. Het voorliggende bestemmingsplan is dan ook een partiële herziening. In voorliggend bestemmingsplan wordt de planregel uit bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' dat maximaal 41 woningen zijn toegestaan gewijzigd in maximaal 43 woningen. Hiermee wordt het recht op 43 woningen dat met de omgevingsvergunning is verleend, voor de volledigheid opgenomen in voorliggend bestemmingsplan.

4

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Het bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' en de omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo' zijn beide separaat raadpleegbaar via ruimtelijkeplannen.nl.

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 4,4 hectare en ligt tussen de noordelijke uitbreiding van Groenlo uit de tachtiger jaren (Het Blik) en het landelijke stadspark De Grolse Weiden. De oostgrens van het plangebied wordt gevormd door de Slingegoot. De noordwestelijke rand van het plangebied wordt gevormd door de woonpercelen van de woonbuurt Het Blik. De zuidwestgrens van het plangebied wordt gevormd door de Borculoseweg. Op figuur 2 is de globale begrenzing van het plangebied weergegeven.

Figuur 2. Globale begrenzing plangebied (bron: Frans Beune landschap en stedenbouw)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Zoals in de inleiding is besproken, is het bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' op 9 juni 2020 vastgesteld. Hiermee is de herontwikkeling tot woongebied mogelijk gemaakt. Een uitsnede van dit bestemmingsplan is navolgend opgenomen.

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Figuur 3. Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Daarnaast is het facetbestemmingsplan 'Parkeren' (vastgesteld 5 juni 2018) van kracht. Dit facetbestemmingsplan voorziet in een parkeerregeling voor het hele grondgebied van de gemeente, met uitzondering van de kernen Lievelde, Zieuwent, Vragender en Harreveld. De parkeerregeling is opgenomen in het bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis'. Omdat voorliggend bestemmingsplan een partiële herziening is en de regeling grotendeels conserverend is, waaronder de parkeerregeling, zijn de regels uit het facetbestemmingsplan gewaarborgd in voorliggend plan.

De omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo' is op 17 september 2021 verleend. Hierin zijn twee extra nieuwe woningen mogelijk gemaakt in het plan Oldenhuis.

De woningen zijn in geringe mate verschoven, waardoor ze niet meer passen in de bouw- en bestemmingsvlakken. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken, is daarom dit bestemmingsplan opgesteld.

Tot slot is het 'Parapluplan Archeologie' (vastgesteld 22 februari 2022) van kracht. Op basis hiervan gelden de dubbelbestemmingen: Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2; Archeologisch verwachtingsgebied 1; Archeologisch verwachtingsgebied 2; Archeologisch verwachtingsgebied 4. Per dubbelbestemming geldt (boven de vrijstellinsgrens) een onderzoeks- en vergunningplicht, wanneer de grond wordt geroerd. Het aspect archeologie wordt nader behandeld in paragraaf 4.1.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

1.4

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de huidige en toekomstige inrichting van het plangebied. Hoofdstuk 3 bestaat uit een beschrijving van en toets aan het relevante beleid op rijksniveau, provinciaalen gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de onderzoeken naar de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 komt de juridische vormgeving van het bestemmingsplan aan bod. In het laatste hoofdstuk tenslotte wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

De herontwikkeling tot woongebied is mogelijk gemaakt middels het bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' en de omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo'. Navolgend komt de planbeschrijving aan bod zoals deze volgt uit het genoemde bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Voorliggend bestemmingsplan verschuift in geringe maten de bouw- en bestemmingsvlakken. Voor het overige is voorliggend bestemmingsplan conserverend.

2.1

Ruimtelijke context

Voor het plangebied is een Beeldkwaliteitsplan met plantoelichting opgesteld. De locatie van de voormalige meubelfabriek Oldenhuis wordt herontwikkeld tot een duurzaam, hoogwaardig, ruim opgezet groen woongebied. De locatie van circa 4,4 hectare ligt ingeklemd tussen de noordelijke uitbreiding van Groenlo uit de tachtiger jaren (Het Blik) en het landelijke stadspark De Grolse Weiden. Dit stadspark ligt als een aantrekkelijke groene wig in het noordelijk gedeelte van de bebouwde kom van Groenlo en grenst direct aan de vestingwerken van de stad. Dit parkgebied is het laatste gedeelte van het open schootsveld rond de vesting dat onbebouwd is gebleven.

Voor het stadspark De Grolse Weiden is in 2014 door de gemeente Oost Gelre een ontwikkelingsvisie opgesteld. In deze visie streeft de gemeente er naar om de toegankelijkheid van het park te verbeteren. Als concrete maatregel wordt voorgesteld om langs de westgrens van de locatie Oldenhuis een fietsroute te realiseren die de schakel vormt tussen het Watermolenpad en de Halvemaanweg. Recreatief fietsverkeer vanuit het westelijk uitbreidingsgebied van Groenlo krijgt zo een goede en directe aansluiting op het stadspark De Grolse Weiden. Ook wordt hiermee de langzaamverkeersverbinding van de woonwijken naar de verderop gelegen bedrijventerreinen geoptimaliseerd. De directe oostgrens van het plangebied wordt gevormd door de Slingegoot; een watergang die de afwatering van de vestinggrachten richting de Groenlose Slinge verzorgt. De Slingegoot wordt begeleid door een zware bomensingel aan de westzijde van de beek. Deze bomensingel bestaat voornamelijk uit essen en zal in het plan worden gehandhaafd. De Slinge liep tot circa 1925 als meanderende beekloop langs de noordwestgrens van de locatie Oldenhuis. Na die tijd werd de waterloop gekanaliseerd, maar vormde deze nog steeds de noordwestgrens van de planlocatie. In 1975 werd de Slingegoot verlegd naar het huidige tracé.

De noordwestelijke rand van het plangebied wordt gevormd door de bebouwing van de woonbuurt Het Blik, deze bebouwing ligt met de tuinzijde aan het plangebied. De plangrens wordt hier voor een belangrijk deel gevormd door een afwateringssloot. De zuidwestgrens van het plangebied wordt gevormd door de Borculoseweg, vanaf deze weg wordt het plangebied ontsloten via de insteekweg “Het Pand”. De gemeente heeft voor de Borculoseweg een plan ontwikkeld om deze een minder doorgaand karakter te geven. Het wegprofiel is recentelijk versmald en voorzien van fietssuggestiestroken. Verder wordt er nieuwe boomplanting aan weerszijden van de weg aangebracht. De weg Het Pand verzorgt op dit moment de ontsluiting van de Aldi supermarkt, die aan de zuidzijde van het plangebied ligt. Voor de landschappelijke inpassing van deze supermarkt is een aantal jaren geleden een groene omwalling ontworpen die als uitloopgebied onderdeel uitmaakt van het stadspark De Grolse Weiden. Aanpalend aan deze omwalling is ook een heuvel met een uitzichtpunt gerealiseerd. De insteekweg Het Pand gaat voor de nieuwe woonbuurt de hoofdentree vormen.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

2.2

Opstallen plangebied

Op de planlocatie bevinden zich op dit moment de bedrijfsgebouwen van de voormalige meubelfabriek Oldenhuis en een beheerderswoning. De beheerderswoning ligt op de zuidpunt van het terrein, aan de Borculoseweg. De bedrijfsloodsen zijn deels in gebruik als opslagfaciliteit voor een aantal ondernemingen. Ten behoeve van de herontwikkeling tot woongebied worden alle bedrijfsgebouwen gesloopt. De beheerderswoning is omgeven door veel opgaand groen en is georiënteerd op de Borculoseweg. Deze woning wordt gehandhaafd. De brede inrit naar het voormalige fabriekscomplex vanaf de Borculoseweg komt te vervallen.

2.3

Woonprogramma en woningdichtheid

In het plangebied worden 42 nieuwe woningen gerealiseerd in een groene, royale setting. Deze woningen zijn mogelijk gemaakt middels het bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' en de omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo'. De gemiddelde kavelmaten zijn ruim en het percentage openbaar groen is hoog, ruim 40%. De woningdichtheid van de locatie is met 9 woningen per hectare zeer laag. Dit betekent een ruime, parkachtige opzet. Het te realiseren woningaanbod wordt gevarieerd: Levensloopbestendige woningen rond een hofje Rijwoningen voor starters en gezinnen Tweekappers op ruime kavels Vrijstaande woningen op reguliere kavels Vrijstaande woningen op ruime kavels Vrijstaande woningen op zeer ruime kavels Qua woonprogramma krijgt het bestemmingsplan een flexibele opzet. Dit betekent dat het woonprogramma en de kavelafmetingen gedurende de uitgiftefase enigszins kunnen worden aangepast aan een veranderende marktvraag. Het totaal aantal woningen neemt daarbij niet toe.

2.4

Stedenbouwkundig concept

Het plan is opgebouwd uit drie woonvelden, waarbij de woningdichtheid per woonveld van zuid naar noord afneemt.

Woonveld A De bebouwing die in dit woonveld ontwikkeld wordt, sluit qua dichtheid en typologie aan bij de bebouwing die de Borculoseweg begeleidt. Langs de Borculoseweg worden vrijstaande woningen gerealiseerd. De noordelijke rand van dit woonveld bestaat uit rijwoningen voor starters, doorstromers en/of 1-2 persoons huishoudens. Vanwege de stedenbouwkundige beëindiging van de parkstrip en de gewenste begeleiding van de hoofdontsluiting, worden aan de noordrand van dit woonveld woningen met hoge gootlijn ontwikkeld.

Woonveld B Qua bebouwingsdichtheid is dit woonveld een overgang van de meer compacte invulling van het zuidelijke veld naar de zeer royale opzet van het noordelijke woonveld. De bebouwing van dit woonveld is deels langs de hoofdontsluiting en deels rond een binnenhof gegroepeerd. Rond dit binnenhof liggen 10 levensloopbestendige woningen in een U vorm en 4 vrijstaande woningen.

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Woonveld C Dit woonveld is het meest royaal qua opzet. Kavelmaten lopen uiteen van ruim 500 m2 tot meer dan 1.500 m2. De kleinere kavels liggen aan de hoofdontsluiting van het plangebied, de grootste kavels liggen aan de buitenrand van het woonveld. In dit woonveld bestaat een grote vrijheidsgraad qua bebouwingsmogelijkheden.

2.5

Verkeerskundige opzet

De verkeersstructuur is eenvoudig en overzichtelijk. De hoofdontsluiting wordt gevormd door een insteekweg vanaf de Borculoseweg. Deze buigt af naar het westen en volgt dan een lineaire parkruimte waarin langwerpige stroken met zonnepanelen liggen. De beëindiging van deze hoofdontsluiting wordt gevormd door een royale keerlus rond een wigvormige groenkern. Deze keerlus is via een calamiteitenroute op de ontsluiting van de woonbuurt Het Blik aangesloten. Dit is een 3 m breed fietspad dat door wegneembare palen in normale situaties niet voor auto’s toegankelijk is. Bij calamiteiten kunnen de paaltjes worden verwijderd. De woningen van het tweede en derde woonveld zijn gegroepeerd rond een binnenhof. Deze binnenhoven staan rechtstreeks in verbinding met de hoofdontsluiting. Langs de hoofdontsluiting (langsparkeren) en op de binnenhoven (haaks parkeren) zijn in totaal 46 openbare parkeerplaatsen gesitueerd. De vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen krijgen elk twee parkeerplaatsen op eigen erf (44 in totaal). Het plan voldoet hiermee aan de gemeentelijke parkeernorm. Dit geldt eveneens voor de omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo', die in een uitbreiding met twee woningen aan de zuidzijde voorziet.

Hiervoor worden de benodigde extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte toegevoegd en 4 parkeerplaatsen worden extra op eigen terrein van de eindwoningen gerealiseerd (zie hiervoor ook paragraaf 4.10).

Langs de westgrens van het plangebied is een 4 m breed vrijliggend fietspad gesitueerd. Dit fietspad wordt ruimtelijk begeleid door een rij nieuwe laanbomen. Het fietspad vormt de verbinding tussen het Watermolenpad en de Halvemaanweg en heeft daardoor een duidelijke bovenwijkse functie. De woonhoven en de diverse parkruimtes staan via wandelpaden in verbinding met het stadspark De Grolse Weiden en de Slingegoot.

2.6

Landschappelijk concept en groenconcept

De woonvelden worden gescheiden door parkachtige groene wiggen die direct in verbinding staan met het stadspark de Grolse Weiden. Hierdoor ligt het leeuwendeel van de nieuwe woningen direct aan het groen. De verschillende parkruimtes in het plangebied krijgen alle een eigen groensfeer. Hierdoor krijgt de woonbuurt een gevarieerde opzet. De padenstructuur in de parkzones vormt de verbinding tussen de woonomgeving van de nieuwe buurt en het stadspark De Grolse Weiden.

Bij de inrichting van de groenzone rond de nieuwe fietsroute wordt afstemming gezocht bij de groensituatie langs het Watermolenpad, waardoor er een ecologische corridor ontstaat tussen een groot woongebied en het stadspark De Grolse Weiden. Bij de nadere uitwerking van het groenplan is het streven om een maximaal samenhangende flora en fauna te ontwikkelen. Groensortiment en vegetatietypen worden maximaal afgestemd op de lokale bodemgesteldheid en hydrologische karakteristiek. Bij het bomensortiment zal maximaal aangesloten worden op de vegetatiekundige mogelijkheden van ondergrond en watersysteem. De fauna zal ook nadrukkelijk de aandacht krijgen; bloeiende en bes-dragende planten, struiken en bomen zijn belangrijk voor het fourageren van vogels en insecten die op hun beurt zorgen voor het bestuiven van alle vruchtdragende flora. Er dienen in de beplantingen ruime beschuttingsmogelijkheden voor vogels te worden gecreëerd. Nestkasten en

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022 insectenhotels vormen hierop een goede aanvulling. Er zijn in het plangebied goede mogelijkheden om in de vorm van bewonerscollectieven groen aan te leggen en te beheren; bijvoorbeeld in de binnenhoven en in de gemeenschappelijke tuinen van de levensloopbestendige hofwoningen. Hierbij kan gedacht worden aan een kleine moestuin, een kruidentuin, een snijbloementuin en/of hoogstam fruitbomen.

2.7

Duurzaamheidsaspecten

Energie De gemeente Oost Gelre wil de locatie Oldenhuis als meest duurzame wijk van Groenlo tot ontwikkeling brengen. Het begrip duurzaamheid krijgt in het plan Oldenhuis concreet gestalte. Alle woningen worden gasloos gebouwd, en naar behoefte voorzien van een warmtepomp. Ten behoeve van de eigen energieopwekking wordt een strip met fotovoltaïsche zonnepanelen gerealiseerd. De bewoners van de buurt participeren via een VvE of energiecoöperatie in de energieopbrengst van dit systeem.

Water Door de ruime kavels en het grote aandeel openbaar groen heeft het plan een royaal “lommerrijk” karakter. Door de grote oppervlaktes openbaar en particulier groen, krijgt het regenwater ruime mogelijkheden om in het plangebied te infiltreren. Op de Oldenhuislocatie wordt een duurzaam watersysteem ontwikkeld. Dit bestaat uit een doorgaande wadi langs de hoofdontsluiting van het plangebied. Deze wadi ligt min of meer op de oude loop van de Slingegoot en speelt daardoor goed in op de oorspronkelijke hydrologische situatie in het plangebied. Overigens betreft dit geen watervoerende beek. Verhardings- en dakwater kan rechtstreeks en deels zichtbaar naar deze wadi afstromen. De wadi staat aan de beide uiteinden in verbinding met de Slingegoot. Het water dat bij zeer zware/langdurige buien niet in de wadi infiltreert of geborgen kan worden, wordt afgevoerd naar de Slingegoot. Er zal sprake zijn van een klimaatrobuust systeem. Het plan zal niet alleen voldoen aan 40 mm berging, maar ook worden doorgerekend met extreme normbuien (minimaal T=100+10%) (zie ook paragraaf 4.3). Van het zuidelijke woonveld worden de kavels langs de Borculoseweg gekoppeld aan de regenwaterriolering die zich langs de Borculoseweg bevindt.

Het verhardingswater en eventueel ook het dakwater van de kavels aan de noordzijde van het zuidelijke woonveld kan afstromen via de hoofdontsluiting naar de wadi direct ten noorden van deze hoofdontsluiting. Ook in de groene parkwiggen wordt een systeem van wadi’s aangelegd. Op deze wadi’s zal het dakwater van de woningen uit het middelste en noordelijke woonveld kunnen afwateren. Ook deze wadi’s voeren hun overtollige regenwater af naar de Slingegoot. De beide woonhoven en de toeleidende woonstraten worden voorzien van molgoten in combinatie met IT riolen die hun water afvoeren naar de centrale wadi of rechtstreeks naar de Slingegoot. Voor de verharding van de binnenhoven is afgezien van een open afwatering, omdat er dan een relatief groot verhardingsoppervlak op één oor gelegd zou moeten worden. Dit is esthetisch weinig fraai. De totale oppervlakte aan verhardingen wordt tot een minimum gereduceerd. Ontsluitingswegen krijgen een breedte van 4,90 m. De trottoirs langs de hoofdontsluiting wateren af op een bomenberm waarin het afstromende water kan infiltreren. Dit water komt de bomen ten goede. Wandelpaden bestaan uit schors of halfverharding; infiltratie van regenwater wordt hierdoor geoptimaliseerd. Het fietspad wordt in milieuvriendelijk, duurzaam materiaal uitgevoerd.

Hierbij dient een goede afstemming te worden gevonden tussen fietscomfort, beheersaspecten en duurzaamheidsaspecten. Over de precieze materiaalsoort vindt in de engineeringsfase overleg tussen gemeente en initiatiefnemer plaats.

Groen Voor de aanplant van bomen dient zowel boven- als ondergronds voldoende ruimte aanwezig te zijn. Het

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022 wortelpakket van een boom heeft immers vrijwel hetzelfde volume als de kroon. Een goede voorbereiding van de plantplaatsen is onontbeerlijk (lucht, water, voedingsstoffen). Het bomen- en groensortiment wordt aangepast op de groei omstandigheden die hier van naturel aanwezig zijn. Alle bomen worden in parkzones, brede bermen of royale plant vakken geplant. Er worden geen solitaire bomen in verharding aangeplant. Dit betekent een beplanting die goed zal aanslaan en die zich met een minimum aan onderhoud (bemesting/bestrijding) goed zal ontwikkelen. Door in een aantal parkgebieden fruitbomen en notenbomen aan te planten, kunnen de bewoners “vruchten van eigen bodem plukken”. De speelvoorzieningen worden in robuuste, natuurlijke materialen uitgevoerd, bijvoorbeeld onbehandeld inlands hardhout.

Erfgrenzen De erfgrenzen tussen openbaar en privé worden in vrijwel alle gevallen gevormd door hagen. Schuttingen zijn slechts onder architectonische voorwaarden toegestaan. Dit wordt op adequate wijze geborgd in het bestemmingsplan en in de koopcontracten van de woonkavels. Dit betekent naast een groen en hoogwaardig beeld een maximale beperking van tropisch hardhouten- of chemisch verduurzaamde, uitlogende schuttingen.

Verlichting De verlichting van de woonbuurt wordt uitgevoerd als duurzame en energiezuinige LED verlichting, die zodanig is uitgevoerd dat deze geen overbodige lichtvervuiling veroorzaakt. Langs de doorgaande fietsroute kan overwogen worden om te werken met bewegingssensoren, waardoor het energieverbruik van deze verlichting tot een minimum wordt teruggebracht.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Hoofdstuk 3

Beleid

De herontwikkeling tot woongegebied is mogelijk gemaakt middels het bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' en de omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo'. Navolgend komt de toetsing aan het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijke beleid aan bod zoals deze volgt uit het genoemde bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Voorliggend bestemmingsplan verschuift in geringe maten de bouw- en bestemmingsvlakken. Voor het overige is voorliggend bestemmingsplan conserverend. Dit leidt niet tot een andere toetsing aan het beleid dan is gedaan in bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' en omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo'.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. In zijn totaliteit kent de NOVI in totaal 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt.

Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond,

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022 leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. Het initiatief is niet strijdig met de NOVI. 3.1.2

Besluit ruimtelijke ordening

LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.

Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.

NIEUWE STEDELIJKE ONTWIKKELING Onderhavige ontwikkeling betreft de transformatie van een voormalig fabrieksterrein naar een nieuw woongebied. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, het gaat hier om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Het betreft hier een woningbouwlocatie met 42 nieuwe woningen (exclusief de bestaande beheerderswoning). Vanwege de omvang van het project kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

BEHOEFTE Achtergrondinformatie In eerste instantie hadden de gemeente Oost Gelre en Oldenhuis Ontwikkeling BV een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor de realisatie in dit plangebied van 80 woningen. De eerdere gemeentelijke visie Noordrand voorzag ook in woningbouw op deze locatie. Gelet op de regionale afspraken lag die plancapaciteit inmiddels echter fors hoger dan de daadwerkelijke behoefte. In het kader van het Stoplichtmodel zijn partijen in gesprek gegaan over een andere invulling van het plangebied. Vervolgens is overeenstemming bereikt over het terugbrengen van het aantal woningen van 80 naar 40. Het aantal woningen in de planningslijst is vervolgens ook terug gebracht naar 40. Deze planningslijst heeft de gemeente in april 2019 ingediend bij de provincie. Plan Oldenhuis is derhalve geen nieuw plan en was eerder met aanzienlijk hogere aantallen meegenomen in de planningslijsten. In de behoefteberekening van RIGO is plan Oldenhuis meegerekend als een groen plan met 40 woningen. In het kader van de verleende omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo' is dit aantal opgehoogd met 2 extra woningen. Regionale planning De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld (zie

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022 paragraaf 3.3.1). De gemeente Oost Gelre heeft een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016 2025 waarin de regionale woonvisie is verweven (zie paragraaf 3.4.8). Geconcludeerd wordt dat er ook in de komende jaren binnen de gemeente Oost Gelre nog een vraag naar nieuwe woningen blijft. Deze behoefte komt met name voort uit het kleiner worden van huishoudens. Herijking 2018 - 2019 In maart 2018 zijn de uitkomsten gepresenteerd van het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO). Het AWLO schetste een beeld van de toekomstige woningbehoefte waarin de gemeente Oost Gelre zich niet herkende. Dit is in regionale overleggen ook kenbaar gemaakt. De kwantitatieve woningbehoefte ligt op grond van het AWLO aanzienlijk lager dan de onderliggende Primos-prognose laat zien. De AWLO-prognose voor Oost Gelre komt niet overeen met de historische trend, de bevolkingsopbouw en de marktontwikkelingen. Een dergelijk scenario is alleen reëel bij een nieuwe, zware crisis waarbij er grootschalig vertrek uit de regio is, of bij grootschalige sloop van woningen waardoor er per saldo huishoudens zouden moeten vertrekken naar buurgemeenten. Scenario's die in de huidige markt niet voor de hand liggen.

Gezien de gemiddeld jongere leeftijd van de bevolking en de relatief grote huishoudens mag verwacht worden dat Oost Gelre nog iets langer zal blijven doorgroeien dan de regio als geheel. Vervolgens heeft ABF Research de behoefte in beeld gebracht voor de Regio Achterhoek. Aan de hand daarvan zou Oost Gelre met 460 tot 790 woningen kunnen groeien in de periode 2018-2025. Deze cijfers zouden als bouwsteen dienen voor de nieuw op te stellen regionale woonagenda. Dit heeft langer geduurd dan dat men voorspelde. Door de toegenomen druk op de woningmarkt in de kleine kernen van Oost Gelre is de gemeente Oost Gelre samen met de DBO's gestart met de verkenning woningbouw in de kleine kernen. Om de vraag in de kleine kernen in beeld te brengen heeft de gemeente RIGO gevraagd om per kern de behoefte te onderzoeken. De uitkomsten van dit onderzoek liggen in dezelfde lijn als het onderzoek van ABF Research. De behoefte ligt aanzienlijk hoger dan de woningbouwafspraken.

Op basis van het onderzoek van RIGO wordt uitgegaan van een behoefte van ongeveer 560 woningen tot 2025 (gemiddeld scenario), binnen een bandbreedte van 460 woningen tot 660 woningen. De gemeenteraad van Oost Gelre heeft op 17 september 2019 besloten uit te gaan van deze woningbehoefte en bandbreedte. Op basis van het onderzoek van RIGO en de actuele plancapaciteit is de woningbehoefte voor de kern Groenlo tot 2025, op basis van het gemiddelde scenario, 160 woningen. De plancapaciteit voorziet in alle plannen die reeds in een bestemmingsplan zijn vastgelegd en/of contractueel zijn toegezegd (waaronder dit bestemmingsplan). Het aantal van 160 woningen ligt circa 20 woningen hoger dan de actuele plancapaciteit. Er is daarmee sprake van een kwantitatieve woningbehoefte. De notitie van RIGO geeft naast aantallen ook inzicht in de kwalitatieve behoefte. Daarbij is gekeken naar woningtype en prijsklasse. Ten opzichte van het AWLO, dat een tekort aan rijwoningen en appartementen met lift voorspelt tot 2033, blijkt uit de notitie van RIGO dat er ook vraag is naar grotere koopwoningen zoals 2-onder-1-kappers en vrijstaande woningen. Dit komt doordat vestigers zich vooral in dit segment vestigen. In Groenlo is in alle segmenten behoefte en in verhouding meer in de grotere en duurdere woningen.

De bestaande woningvoorraad en het beschikbare aanbod daarin voorzien in de behoefte voor starters. Ook voor ouderen is er voldoende aanbod op voorraad. Daarnaast is een nieuwbouwwoning, zowel in het algemeen maar al helemaal met de kwaliteit die de gemeente op deze locatie stedenbouwkundig gezien nodig vindt, niet betaalbaar te krijgen voor de starter. Door het creëren van doorstroomwoningen op Oldenhuis komt er weer aanbod voor starters vrij. De behoefteontwikkeling per koopprijsklasse is hieronder te zien in tabel 9 van het RIGO onderzoek. Daarnaast betreft de behoefteraming van RIGO een korter tijdvak. Op langere termijn zal door de vergrijzing de vraag naar gelijkvloerse woningtypen toenemen.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Van kwantitatief naar kwalitatief In de Achterhoek zijn inmiddels kwalitatieve toetsingscriteria opgesteld voor (nieuwe) woningbouwinitiatieven. Deze zijn in de gemeenteraad van Oost Gelre vastgesteld op 17 september 2019 . Deze criteria zijn opgesteld om de mismatch in de woningvoorraad te verminderen. Alleen nieuwbouwinitiatieven die voldoen aan de kwalitatieve voorwaarden krijgen van de provincie een positief advies. Niet alleen de kwantitatieve opgave, maar ook de kwalitatieve opgave is in Oost Gelre per kern in beeld gebracht. De beoogde invulling van Oldenhuis voldoet hieraan. Daarnaast is het plan ruimtelijk gewenst. Het gaat om een transformatie van een leegstaand vastgoed en is een inbreidingslocatie binnen de kom, net buiten de gracht van Groenlo. Tot slot is er veel aandacht besteed aan duurzaamheid, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit. Daarmee kan geconcludeerd worden dat het plan volgens het toetsingsproces uit de Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw op alle 4 punten een plus scoort: 1. Aangetoonde behoefte: score: + 2. Transformatie van leegstaand vastgoed: score: + 3. Inbreiding gaat voor uitbreiding: score: + 4. Lokale criteria: score: +.

Gemeenten zijn vrij om eigen lokale kwaliteitscriteria voor hun gemeente toe te voegen aan de regionale kwaliteitscriteria en deze mee te wegen bij de toetsing van nieuwe plannen.

Dit plan voorziet in de realisatie van 42 nieuwe woningen. Daarmee past het plan, kwantitatief gezien, binnen de woningbouwprogrammering. Met het plan wordt de locatie van een vervallen voormalige meubelfabriek herontwikkeld tot een duurzaam, hoogwaardig, ruim opgezet groen woongebied op korte afstand van voorzieningen en het centrum van Groenlo. Het te realiseren woningaanbod wordt gemengd en bestaat uit 10 levensloopbestendige woningen rond een hofje, 10 rijwoningen voor starters en gezinnen, 4 tweekappers en 18 vrijstaande woningen. Hiermee wordt voorzien in een gevarieerd aanbod voor starters, senioren, gezinnen en mensen die zorg behoeven. Het streven is om van de Oldenhuislocatie een duurzame wijk maken die uniek is voor Groenlo en omgeving. De wijk wordt volledig gasloos en de elektriciteit is afkomstig uit een zonnepanelen-weide in de wijk. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaand volwassen groen is er direct sprake van woonkwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit wordt verder versterkt door een landschappelijke opzet met parkachtige groene wiggen die aansluiten op het bestaande groen. Daarnaast wordt een duurzaam watersysteem ontwikkeld. Dit alles maakt dat er met de herontwikkeling van het plangebied sprake is van een onderscheidend, kwalitatief hoogwaardig plan dat door zijn opzet en aanbod voorziet in zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte.

BESTAAND STEDELIJK GEBIED Het planvoornemen betreft de transformatie van een voormalig fabrieksterrein naar een nieuw woongebied. Het is daarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied.

AFWEGING Uit bovenstaande onderbouwing kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de ladder voor duurzame verstedelijking. Er kan gesteld worden dat er sprake is van een duurzame verstedelijking.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Conclusie Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Omgevingsvisie De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 19 december 2018. Op die datum is tevens de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo wordt de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt: nu en in de toekomst. De ambitie is: een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut, met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Omgevingsverordening De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland.

Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In hoofdzaak geeft de Omgevingsverordening regels bij nieuwe ontwikkelingen. Denk hierbij aan nieuwe woningbouw, het oprichten van bedrijventerreinen, etcetera. Het plan voorziet in het realiseren van nieuwe woningen en het plangebied is gelegen op korte afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Hierdoor zijn met name artikel 2.1 (Regionale woonagenda), 2.2 (Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) en 2.39 (GNN) van belang. Dit bestemmingsplan voorziet in de transformatie van een gedateerde bedrijfslocatie tot een hoogwaardig woongebied. Met het plan wordt bijgedragen aan het realiseren van voldoende woningen in Groenlo, die daarnaast voldoen aan de recentelijk regionaal en lokaal vastgestelde Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouwinitiatieven, en vindt er een kwalitatieve versterking van de leefomgeving plaats. Voor wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking wordt opgemerkt dat er sprake is van een binnenstedelijke locatie (zie ook paragraaf 3.1.2).

Het behouden van de bestaande voormalige bedrijfsgebouwen is, gelet op de aard en omvang van de bebouwing en de beoogde visie voor het gebied, niet mogelijk. Deze worden dan ook gesloopt. De voormalige beheerderswoning van de fabriek wordt wel gehandhaafd. De gemeenteraad van Oost Gelre heeft op 20 september 2016 de Woonvisie 2016 - 2025 vastgesteld en daarnaast recentelijk regionale kwaliteitscriteria vastgesteld. De gemeenten in de Achterhoek hebben

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022 gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld (zie ook paragraaf 3.3.1 en 3.4.8). Het bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' en de omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo' (beide vastgesteld) voorzien in de bouw van 42 woningen in een duurzaam, hoogwaardig, ruim opgezet groen woongebied. Het gaat om koopwoningen in de vorm van levensloopbestendige hofwoningen, rijwoningen voor starters, doorstromers en gezinnen, tweekappers en vrijstaande woningen. Met dit gemengde programma en deze aantallen wordt aangesloten op het regionale woonbeleid. Hiermee is het plan, kwalitatief en kwantitatief, in overeenstemming met artikel 2.1 en 2.2 van de omgevingsverordening. Het plangebied zelf maakt geen onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk (GNN), maar ligt hier tegenaan. Om aan te tonen dat het plan geen gevolgen heeft voor dit gebied is er een quick scan flora en fauna uitgevoerd. Voor de resultaten van dit onderzoek wordt verwezen naar paragraaf 4.6 en Quickscan flora en fauna. Hier wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor het Gelders Natuurnetwerk.

Conclusie De Omgevingsvisie en -verordening Gelderland vormen geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale woonagenda 2015-2025

De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld. Een demografische ontwikkeling in deze regio is dat het aantal inwoners in de komende periode langzaam maar zeker afneemt. In de Regionale Woonvisie wordt ingespeeld op die bevolkingsdaling en afname van het aantal huishoudens. Concreet betekent dit voor iedere gemeente in de Achterhoek dat de aangegeven bouwvolumes in de gemeentelijke woonvisies naar beneden bijgesteld moeten worden. De Regionale Woonvisie is in 2013 geëvalueerd. Dit heeft geleid tot een bijstelling, in de vorm van een Regionale woonagenda 2015-2025. Deze woonagenda richt zich primair op het ontwikkelen van een evenwichtige kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad en secundair op het voorkomen en aanpakken van leegstand in maatschappelijk vastgoed en op wonen en zorg. Het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van maart 2018 laat zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen (mismatch) in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale woonagenda.

In 2019 is een regionale set aan kwaliteitscriteria vastgesteld op basis waarvan nieuwe woningbouwplannen worden beoordeeld. Daarmee wordt beoogd dat alleen extra nieuwbouw wordt toegevoegd, als dit bijdraagt aan het oplossen van de mismatch op de lokale woningmarkt. De notitie “Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek” beschrijft dit regionale kader, de te hanteren werkwijze en het monitoren van de nieuwe woningbouwinitiatieven. Diverse onderzoeken laten zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld, om in te spelen op de veranderde behoefte. In het najaar van 2019 is de Regionale Woonagenda op onderdelen aangepast. Daarmee wordt vooruit gelopen op de nieuwe Regionale Woonagenda. Het beleidskader is in lijn met de Koers Ruimte voor goed wonen van de provincie en met het provinciale coalitieakkoord. Een aantal passages zijn niet meer van toepassing, zoals: de afspraken over de woningbouw tot 2025 over de netto toevoegingen incl. 10% extra verlaging (pag. 3 en 4 en uit samenvatting pag. 7, 11, 12) en het schema over de bouwopgave (pag. 12) en; hoofdstuk 5, pagina 11 onder kopje ‘De gewenste situatie’: de passage over de regionale huishoudensgroei in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 is achterhaald door de nieuwe Primos-prognose, waarbij per gemeente of kern wel verschillen in de bevolkingsontwikkeling kunnen bestaan. Conclusie Het regionale beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Bij de planontwikkeling is gebruik gemaakt van de beleidsnota's zoals hierboven genoemd. Op de kwaliteitscriteria is uitgebreid ingegaan in paragraaf 3.1.2 en Hoofdstuk 2 van het bestemmingsplan.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020

Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt. 3.4.2

Beleidsvisie Externe veiligheid

Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen/streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022 beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. 3.4.3

Welstandsbeleid Oost Gelre 2017

Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Bovendien is aan onderhavig plan nog een beeldkwaliteitsplan gekoppeld, dat ook door de gemeenteraad is vastgesteld en eveneens richtinggevend is. 3.4.4

Economische visie - Economie Voorop!

Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden opgepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen.

De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden. 3.4.5

Geluidbeleid Oost Gelre

In het jaar 2008 heeft de gemeente Oost Gelre, net als de gemeenten Aalten en Winterswijk, een door de Regio Achterhoek voorgesteld geluidbeleid vastgesteld. Dit geluidbeleid wordt alweer meer dan 10 jaar gebruikt. Er is gezien de vele veranderingen in het rijksbeleid, behoefte aan een nieuw geluidbeleid. De gemeente heeft de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) verzocht een voorstel te doen voor nieuw geluidbeleid. Het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' wordt, naar verwachting, op 11 februari 2020 vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen bij de vergunningverlening milieu. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

AANLEIDING In 1998 toen de “Handreiking industrielawaai en vergunningverlening” (hierna de Handreiking) is vastgesteld, was de insteek bij geluid lokaal maatwerk en differentiatie. Kortom geluid per gebied regelen. Hoofdstuk 3 van de Handreiking geeft de mogelijkheid en een voorstel om lokaal per gebied geluidsnormen op te kunnen leggen. Het Geluidbeleid van Oost Gelre uit 2008 is volledig hierop gebaseerd. Met de komst van het Activiteitenbesluit is de landelijke overheid een nieuwe weg ingeslagen. In het streven naar vereenvoudiging van regels en stroomlijning van procedures voor bouw en milieu is de insteek van de Handreiking verlaten. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering. Dit staat in schril contrast met het geluidbeleid van Oost Gelre met de negen verschillende gebiedstypen en de vele (streef-, grens- en plafond)waarden. Het Activiteitenbesluit is nu op het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. 3.4.6

Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024

Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 3.4.7

Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre

De gemeente heeft een Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre opgesteld voor de kernen en buitengebied. Dit inspiratiedocument biedt een visie voor de toekomst van Oost Gelre door middel van het weergeven van de kwaliteiten. Het vormt een leidraad voor ruimtelijke ontwikkelingen. 3.4.8

Woonvisie Oost Gelre

De gemeente Oost Gelre heeft een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016 - 2025 waarin de regionale woonvisie in is verweven. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016. De woonvisie Oost Gelre is een kernachtige en toegankelijke visie. De visie is vormgegeven op basis van een drietal thema's: kwantiteit & kwaliteit, beschikbaarheid & betaalbaarheid en wonen met zorg en welzijn. Bij ieder thema is aangegeven wat wordt gezien als ontwikkelingen, wat er bereikt moet worden en wat hiervoor moet worden gedaan. Voorafgaand hierop is ingegaan op de kwaliteiten van Oost Gelre, specifiek de verschillende kernen, en de maatschappelijke ontwikkelingen die het woonbeleid beïnvloeden. In een uitvoeringsprogramma is aangegeven welke activiteiten uit de woonvisie voortvloeien en wanneer en door wie deze worden uitgevoerd. De ruimtelijke uitvoeringmaatregelen zoals het stoplichtmodel, vijfsporenstrategie, sturingstabel en de richtlijnen voor nieuwe principe verzoeken zijn als

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022 bijlage bij het uitvoeringsprogramma gevoegd. Geconcludeerd wordt dat er ook in de komende jaren binnen de gemeente Oost Gelre nog een vraag naar nieuwe woningen blijft. Deze behoefte komt met name voort uit het kleiner worden van huishoudens (zie ook paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3).

Conclusie Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Bij de planontwikkeling is voor zover relevant gebruik gemaakt van de beleidsnota's zoals hierboven genoemd. Op de aspecten geluid en externe veiligheid wordt verder ingegaan in respectievelijk paragraaf 4.4 en 4.8. Voor verkeer wordt verwezen naar zowel paragraaf 2.5 als 4.10. Voor het plan is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is een aanvullend document op de welstandsnota en dient als toetsingskader voor de beoordeling van bouwplannen door de welstandscommissie. Op de ruimtelijke opzet en ruimtelijke kwaliteit van het plan is uitgebreid ingegaan in Hoofdstuk 2.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis 2022

Hoofdstuk 4

Uitvoeringsaspecten

De herontwikkeling tot woongegebied is mogelijk gemaakt middels het bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' en de omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo'. Navolgend komt de toetsing aan de omgevingsaspecten aan bod zoals deze volgt uit het genoemde bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Voorliggend bestemmingsplan verschuift in geringe maten de bouw- en bestemmingsvlakken. Voor het overige is voorliggend bestemmingsplan conserverend. Dit leidt niet tot een andere toetsing aan de omgevingsaspecten dan is gedaan in bestemmingsplan 'Woonwijken Groenlo, herziening Oldenhuis' en omgevingsvergunning '43 woningen, Oldenhuis Groenlo'. De verschuivingen zijn zodanig gering, dat zij geen onevenredige invloed hebben op de onderzoeken. Dit wordt navolgend gemotiveerd.

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

Toetsingskader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, moet op grond van voorgaande dan ook worden aangegeven op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden rekening wordt gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15103069/1