CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp n18 zieuwentseweg toelichting bijlage 8 watertoets

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘N18 – Zieuwentseweg – Richterslaan Lichtenvoorde’5.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HaskoningDHV Nederland B.V. Water

Notitie / Memo Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie:

Jan van der Schoot (Waterschap Rijn en IJssel) Sander van den Tillaart, Evert de Lange 28 oktober 2019 Pascale Knibbeler (Rijkswaterstaat) BG6222WATNT1910281955 Projectgerelateerd

Onderwerp:

Watertoets N18 MV3 traject Zieuwentseweg - Richterslaan Lichtenvoorde

1

Inleiding

In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets is een instrument, dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is een proces, waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een zo vroeg mogelijk stadium in gesprek komt met de waterbeheerder (in dit geval Waterschap Rijn en IJssel). Onderlinge goede afspraken moeten ervoor zorgen dat het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed wordt toegepast en uitgevoerd. Het watertoetsproces sluit aan bij bestaande procedures en beleid. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen, en een (positief) wateradvies vanuit het waterschap. Waterschap Rijn en IJssel werkt vanuit het Waterbeheerplan 2016-2021, waarin het taakgebied, de doelen en de maatregelen die het waterschap tot 2021 voor ogen heeft, staan beschreven. Een kompas voor de langere termijn biedt de Watervisie 2030. Beide documenten bieden een samenwerkingsagenda voor ieder die op het gebied van water een belang of betrokkenheid heeft.

De ontwikkelingen in het Waterbeheerplan die voor het waterbeheer van belang zijn: • Veilig water: bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid; • Voldoende water: zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen; • Schoon water: zorgen voor een goede waterkwaliteit, die nodig is voor mens, plant en dier; • Afvalwater: Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit; • Vaarwegbeheer: Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel. Voor het project N18 Meer Veilig 3 traject Zieuwentseweg – Richterslaan moet de watertoets doorlopen worden. Bij dit project worden de kruispunten Zieuwentseweg en Richterslaan met de N18 bij Lichtenvoorde aangepast, waarbij nieuwe wegaansluitingen komen ter hoogte van de Richterslaan en er bij de Zieuwentseweg een fietstunnel wordt aangelegd. Waterschap Rijn en IJssel heeft voor de watertoetsprocedure een handreiking ontworpen, waarbij een initiatiefnemer zelf kan bepalen in welke mate het waterschap betrokken dient te worden bij het opstellen van de waterparagraaf (zie referentie [1]). Op 27 mei 2019 heeft een eerste gesprek plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer en het waterschap en zijn de relevante wateraspecten benoemd. Hierbij is afgesproken om de zogenaamde watertoetstabel te vullen.

De watertoetstabel heeft als doel om de intensiteit van het watertoetsproces in beeld te krijgen. Deze tabel is ingevuld en te vinden in hoofdstuk 2. De onderbouwing van relevante aspecten in de watertoetstabel is te vinden in hoofdstuk 3. Hoofdstuk

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

1/24

4 bevat nog een beschrijving van overige wateraspecten, die niet in de watertoetstabel beschreven staan. In hoofdstuk 5 hebben we de correspondentie met Waterschap Rijn en IJssel bijgevoegd. Deze correspondentie bestaat uit twee e-mails, die samen het wateradvies vormen.

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

2/24

2

Watertoetstabel

De watertoetstabel heeft als doel om de intensiteit van het watertoetsproces in beeld te krijgen. De ingevulde tabel is hieronder te zien. De toetsvragen waar het antwoord “Nee” op is, zijn grijs gekleurd. De toetsvragen met het antwoord “Ja” en de vragen die extra toelichting behoeven, zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3 Tabel 1: ingevulde watertoetstabel

Thema

Toetsvraag

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?

Nee

Intensiteit # 2

Nee

2

3. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m 3/uur? 4. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ?

Nee Ja

2 1

5. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap? 6. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500m2? 7. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500m 2?

Nee Nee Nee

1 2 1

8. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 9. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

Nee Nee

1 1

10. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?

Ja

1

11. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 12. Is in het plangebied sprake van kwel? 13. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 14. Beoogt het plan aanleg van drainage? 15. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee Nee Ja Nee Nee

1 1 1 1 1

16. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?

Ja

1

Riolering en Afvalwaterketen

Wateroverlast (oppervlaktewater)

Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwateroverlast

Grondwaterkwaliteit Inrichting en beheer

28 oktober 2019

Relevant

BG6222WATNT1910281955

3/24

Korte toelichting (uitgebreide toelichting in hoofdstuk 3) 1. Gecontroleerd aan de hand van de online legger WRIJ, ref [5] (controle laag: “beschermingszone waterkering” 2. Gecontroleerd aan de hand van de online legger WRIJ, ref [5] (controle laag: “bergingsgebied” en controle op ligging rivieren) 3. Geen extra DWA 4. Er zijn een aantal persleidingen aanwezig in het plangebied 5. Op ±350 meter ligt de RWZI Lichtenvoorde. Dat is buiten de milieuzone (200 m) 6. en 7. Er is geen toename van verhard oppervlak. Vanwege verontreinigd afstromend regenwater, zullen we toch waterberging realiseren. Zie hoofdstuk 3 voor toelichting 8. Nee 9. Beekdal Nieuwe Beek / Baakse Beek ligt op ongeveer 900 meter. Hier is ook een bergingsgebied (niet als “bergingsgebied” aangemerkt in de legger). De activiteiten hebben geen invloed op het bergingsgebied of het beekdal 10. Vanuit de tunnel wordt hemelwater op oppervlaktewater geloosd 11. Zie onderbouwing in hoofdstuk 3 12. Zie onderbouwing in hoofdstuk 3 13. Lokaal worden perceelsloten of andere wateren gedempt 14. Nee 15. Gecontroleerd aan de hand van de Omgevingsverordening van de Provincie Gelderland, ref [8] 16. Zie onderbouwing in hoofdstuk 3

Thema

Volksgezondheid

Natte natuur

Recreatie Cultuurhistorie

Toetsvraag

Relevant

17. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? 18. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 19. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? 20. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 21. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee Ja

Intensiteit # 2 1

Nee Nee Nee

1 2 2

22. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur?

Nee

1

23. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?

Nee

1

24. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 25. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee Nee

2 1

Uitgebreidere toelichting van de relevante onderwerpen is te vinden in hoofdstuk 3.

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

4/24

Korte toelichting (uitgebreide toelichting in hoofdstuk 3) 18. Zie onderbouwing in hoofdstuk 3 19. Nee

20. Nee 21. Op ongeveer 900 meter van de Richterslaan bevindt zich HEN water Nieuwe Beek / Baakse Beek De activiteiten hebben geen invloed op het bergingsgebied of het beekdal 22. Nee, gecontroleerd in omgevingsvisie Provincie Gelderland (ref. [10]) 23. Nee, gecontroleerd in omgevingsvisie Provincie Gelderland (ref. [10]) 24. Nee 25. Nee

3

Onderbouwing aspecten watertoetstabel

In dit hoofdstuk worden de onderdelen uitgelicht die in de watertoetstabel met “Ja” zijn beantwoord of de onderdelen die een specifieke toelichting behoeven. Veiligheid Geen relevante thema’s voor de voorgenomen activiteiten. Riolering en afvalwaterketen 4. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? In het plangebied zijn een aantal persleidingen van het waterschap aanwezig, namelijk bij de Zieuwentseweg, Boschlaan en Richterslaan. Afstemming met het waterschap (unit Zuiveringstechnische Werken) vindt plaats via het overleg over kabels en leidingen van derden. In deze overlegstructuur staat de bereikbaarheid en het functioneren van de persleidingen centraal. 5. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap? Op ongeveer 350 meter van het plangebied bevindt zich RWZI Lichtenvoorde. Het waterschap heeft aangegeven dat de milieuzone van de RWZI reikt tot 200 meter vanaf de zuivering. Dit heeft dus geen invloed op de werkzaamheden Wateroverlast (oppervlaktewater) 6. (en 7.) Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m 2 of 2.500 m2? De achtergrond van deze vraag is het feit dat een toename van verhard oppervlak zorgt voor een snellere afvoer van hemelwater richting het oppervlaktewater. Deze snelle afvoer moet gecompenseerd worden. De normen zijn vastgelegd in de notitie “Duurzaam en Veilig water in de stad” [2].

In stedelijk gebied bedraagt deze norm 40 mm. In de huidige situatie vindt de afwatering van de wegen plaats door afstroming via de berm, naar zaksloten en uiteindelijk oppervlaktewater. Het idee is dat voor de nieuwe m 2 verharding een voorziening getroffen moet worden. Op basis van het ontwerp (ref. [4]) is berekend dat er geen netto toename van verhard oppervlak is. Op basis van het ontwerp is de volgende toe- en afname van verhard oppervlak bepaald. • • •

Toename verharding: 8.107 m 2; Afname verharding: 10.142 m 2; Netto toename verharding: -2.035 m2 (dus een afname)

De toe- en afname van verhard oppervlak is op tekening te vinden in Bijlage 1. In dit geval is geen netto toename verharding en dus geen opgave vanuit waterkwantiteit. Maar: omdat de eerste neerslag die op een weg valt door het waterschap als verontreinigd wordt beschouwd, moet neerslag op de nieuwe oppervlaktes via een bodempassage of andere voorziening naar het oppervlaktewater afgevoerd worden. Deze voorziening is dus nodig met het oog op waterkwaliteit. Deze voorzieningen worden besproken onder punt “Oppervlaktewaterkwaliteit” (punt 10). 9. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

5/24

Op ongeveer 900 meter van de planlocatie ligt het beekdal van de Nieuwe Beek / Baakse Beek. Aangenomen wordt dat de werkzaamheden en de nieuwe inrichting geen invloed hebben op het beekdal of de aanwezige bergingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit 10. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd? Ja, op twee manieren: • Het hemelwater dat in de fietstunnel terecht komt; • Het hemelwater dat op de verharding valt. Het hemelwater dat in de fietstunnel terecht komt, wordt met een pomp uit de tunnel gepompt. Vanwege de waterkwaliteit stelt Waterschap Rijn en IJssel dat dit water niet zonder zuivering geloosd mag worden op oppervlaktewater. Daarom zal het water via een bodempassage (wadi) geloosd worden, waarna het vertraagd kan afvoeren richting oppervlaktewater. De eerste neerslag die op wegen of parkeerterreinen valt, wordt door het waterschap als verontreinigd beschouwd. Daarom moet neerslag op de nieuwe oppervlaktes via een bodempassage of andere voorziening naar het oppervlaktewater afgevoerd worden. Ter voorkoming van verontreiniging van het oppervlaktewater door afstroming van neerslag, wordt de norm gesteld dat nieuw verhard oppervlak een retentie/bodempassage moet hebben van 10 mm/m 2.

Deze retentie moet zo aangelegd worden, dat de toename van hemelwater op de verharding opgevangen wordt en vertraagd wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater, bijvoorbeeld via een bodempassage (wadi). De toename van verhard oppervlak bedraagt 8.107 m 2, dus is de bergingsopgave: • Minimaal 82 m3 (bij de norm van 10 mm). In het ontwerp (ref. [4]) was in eerste instantie ruimte gereserveerd voor groen en/of waterberging, op vier locaties. Deze vier locaties hebben een oppervlakte van in totaal 4730 m 2 (zie ook Error! Reference source not found.). Dat is ruim voldoende om de minimale opgave van 82 m 3 te bergen, maar het waterschap heeft aangegeven dat de locatie van de waterbergingen ook van belang is. Het is namelijk wel belangrijk dat de 10 mm de waterbergingen bereiken. Daarom beveelt het waterschap aan om de berging te spreiden over meerdere locaties. Als gekozen wordt voor alle vier de locaties, moeten ze echter ook beheerd en onderhouden worden, hetgeen een kostenpost met zich meebrengt. De keuze welke locaties ingericht gaan worden als retentie, is dus een resultaat van een kosten-batenafweging. Daarom is voor een alternatief gekozen. In het ontwerp is nu centraal in het gebied een greppel opgenomen, met een diepte van 0,5 meter, bodembreedte 0,25 meter, taluds 1:1,5 en bovenbreedte van 1,75 meter. Deze greppel heeft een lengte van 180 meter.

Dit betekent een capaciteit van 90 m3. De greppel ligt tussen de parallelweg en de N18 (zie ook gemarkeerde locatie in Figuur 3-1). De capaciteit van 90 m3 is voldoende om de opgave van 82 m 3 te bergen. De greppel ligt centraal in het gebied. Om te zorgen dat het water daadwerkelijk in de greppel terecht komt, wordt geadviseerd om het wegprofiel dusdanig te ontwerpen dat het hemelwater afstroomt richting berm, waarbij de bermen langs de weg hol uitgevoerd worden, zodat het uiteindelijk afwatert richting greppel.

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

6/24

Figuur 3-1: locatie greppel tussen parallelweg en N18

Grondwateroverlast 11. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de grond? Lichtenvoorde ligt op de rand van het Oost-Nederlands plateau. Het gebied tussen Lichtenvoorde en Ruurlo kenmerkt zich door een dik dekzandpakket. Er zijn geen geschikte grondwatermeetreeksen beschikbaar binnen dit plangebied uit bijvoorbeeld conditionerende onderzoeken. Daarom is met behulp van Dinoloket (referentie [6]) is een inschatting gemaakt van de ondergrond. Uit het hydrogeologische model REGIS II (v2.2) blijkt dat de ondergrond tot ongeveer 25 tot 30 meter minus maaiveld bestaat uit zandige eenheden, namelijk: • Formaties van Boxtel, zandige eenheden z2, z3 en z4; • Formaties van Kreftenheye, zandige eenheden z2, z3, z4 en z5; • Formaties van Urk, zandige eenheden z1, z2, z3, z4 en z5.

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

7/24

Figuur 3-2: Doorsnede hydrogeologisch model REGIS II (v2.2), ref [6]

Omdat REGIS II een regionaal model betreft, zijn ook lokale boringen gecontroleerd op slecht doorlatende lagen Uit de nabije boringen en sonderingen blijkt dat er zandlagen aanwezig zijn tot een diepte van 15 m-maaiveld. De enige uitzondering is een boring uit 1966 (B41B0075, zie Figuur 3-3), waar een leemlaag is aangetroffen van 2 tot 6 meter onder maaiveld. Omdat geen van de overige boringen en sonderingen deze leemlaag laten zien, wordt aangenomen dat deze leemlaag zeer lokaal voorkomt en dus geen belemmering vormt voor waterdoorlatendheid.

Boring B41B0075

Figuur 3-3: locatie en profiel boring B41B0075

12. Is in het plangebied sprake van kwel? Met behulp van de WMS kaartlaag “Kwel en infiltratie – huidig” (zie ref. [9]) is te zien dat in dit gebied alleen wegzijging aanwezig is.

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

8/24

Legenda Sterke kwel (> 2 mm/dag) (1-2 mm/dag) (0,5-1 mm/dag) Enige kwel (0,1-0,5 mm/dag) Geen of weinig flux Enige wegzijging (0,1-0,5 mm/dag) (0,5-1 mm/dag) (1-2 mm/dag) Sterke wegzijging (>2 mm/dag)

Figuur 3-4: Kwel en wegzijging op en nabij het projectgebied (ref. [9])

13. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere water? Ja er worden diverse perceelsloten gedempt. In overleg met het waterschap zijn per demping de volgende uitgangspunten afgestemd: • Bij iedere demping moet de afvoer van de bovenstrooms gelegen percelen gewaarborgd blijven. Dit kan door het aanleggen van een duiker of het omleggen van de afwatering; • Bij iedere demping moet de hoeveelheid berging intact blijven. Dit betekent dat voor iedere m2 gedempt water er elders 1 m 2 aan open water gegraven moet worden. Grondwaterkwaliteit Geen relevante thema’s voor de voorgenomen activiteiten, aangezien het plangebied niet in een beschermingszone van een drinkwateronttrekking ligt. Inrichting en beheer 16. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? Figuur 3-5 toont de leggerwaterlopen van Waterschap Rijn en IJssel op en om het plangebied. Het betreft de Rooksbeek en een zijtak van de Rooksbeek. Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich de Hofbeek.

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

9/24

Figuur 3-5: Leggerwaterlopen in en nabij het plangebied (ref. [5])

De voorgenomen ontwikkelingen zijn geen belemmering voor het reguliere beheer en onderhoud van de Hofbeek. Bij de Rooksbeek zijn aanpassingen nodig (zie ook Figuur 3-6). • De duiker onder de Zieuwentseweg (DR74250173, muilvorm, breedte 1,50m, hoogte 0,95m) moet verlengd worden in zowel noordelijke als zuidelijke richting, vanwege de nieuw te maken aansluiting op de parallelweg; • De duiker onder de N18 (DR7425017, rond 1000mm) moet verlengd worden in noordelijke richting, vanwege de nieuw te maken aansluiting op de parallelweg. Voor alle aanpassingen aan duikers en watergangen moet een watervergunning aangevraagd worden. Hierbij wordt aangeraden in een vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap. Bij het aanvragen van een vergunning moet rekening gehouden worden met een termijn van 8 weken (reguliere procedure)1.

1

De termijn van 8 weken gaat pas in op het moment dat het waterschap een ontvankelijke aanvraag heeft ontvangen. Er wordt geadviseerd om in een zo vroeg mogelijk stadium met het waterschap af te stemmen over de activiteiten, zodat zo snel mogelijk tot een ontvankelijke aanvraag gekomen kan worden

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

10/24

Verlengen duiker

Duiker DR74250173

Verlengen duiker

Duiker DR74250170 Figuur 3-6: benodigde aanpassing duikers Rooksbeek

Volksgezondheid 18. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? In het Raadsvoorstel Gemeentelijk Rioleringsplan van de Gemeente Oost-Gelre (ref. [3]) is een kaart opgenomen met daarop de ligging van de externe overstorten. Hieruit blijkt dat er één externe overstort vanuit het gemengde stelsel aanwezig is. Deze komt uit in de waterloop ten zuiden van de N18, juist bovenstrooms van de duiker DR74250170 (zie Figuur 3-6). Het oppervlaktewatersysteem wijzigt hier in principe niet, dus hebben de werkzaamheden geen negatieve gevolgen voor volksgezondheid. Natte natuur Geen relevante thema’s voor de voorgenomen activiteiten, aangezien het plangebied niet nabij natte natuur gelegen is. Op ongeveer 900 meter ten oosten van de Richterslaan bevindt zich HEN water Nieuwe Beek / Baakse Beek. De activiteiten en nieuwe inrichting hebben naar verwachting geen invloed op de Nieuwe Beek / Baakse Beek. Recreatie In het plangebied zijn geen aan het water gekoppelde recreatieve functies opgenomen. Cultuurhistorie Er zijn voor zo ver bekend geen cultuurhistorische objecten in of nabij het plangebied, die een link hebben met water(beheersing).

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

11/24

4

Overige wateraspecten

Er zijn nog een aantal wateraspecten die van belang zijn voor de realisatie van de werkzaamheden: • Bemaling • Drempelhoogte tunnelbak fietstunnel • Aanleg lange duiker Bemaling Voor de uitvoering van de werkzaamheden is mogelijk een bronbemaling benodigd. Afhankelijk van de omvang van de bemaling, moet een watervergunning aangevraagd worden of een melding gedaan bij Waterschap Rijn en IJssel. Indien een vergunning benodigd is, wordt aangeraden in een vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap. Bij het aanvragen van een vergunning moet rekening gehouden worden met een termijn van 8 weken (reguliere procedure)2. Als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, kan volstaan worden met een melding: • De hoeveelheid te onttrekken grondwater is niet meer dan 100.000 m3 per aaneengesloten periode van 30 dagen; • De onttrekking duurt niet langer dan 180 dagen; • De pompcapaciteit bedraagt minimaal 10 m 3 per uur. Indien aan bovenstaande voorwaarden voldaan wordt, moet de onttrekking gemeld worden bij Waterschap Rijn en IJssel, 4 weken voorafgaand aan de werkzaamheden, met de volgende voorwaarden: a. de freatische grondwaterstand en de stijghoogte in het eerste watervoerend pakket mogen niet verder verlaagd worden dan maximaal 0,5 meter beneden het gewenste ontgravingsniveau of saneringsniveau; b.

indien de gewenste grondwaterstandsverlaging is bereikt, moet de bemalingscapaciteit zodanig teruggebracht worden dat de verlaging niet verder toeneemt; c.

op zo kort mogelijke afstand van het op dat moment diepste ontgravingsniveau of saneringsniveau wordt een peilbuis geplaatst;

d. dagelijks wordt de onttrokken hoeveelheid grondwater vastgesteld en op een meetstaat aangetekend; e. de bronnen worden na definitieve beëindiging van de onttrekking gedicht en daarbij worden de oorspronkelijke scheiding van de bodemlagen hersteld. Indien op oppervlaktewater geloosd wordt, is daarvoor ook een watervergunning nodig. Drempels tunnelbak De drempels van de fietstunnelbak moeten zo gedimensioneerd zijn, dat er geen ontoelaatbaar risico op overlast ontstaat als gevolg van instromend grondwater. Voor het bepalen van de minimale

2 De termijn van 8 weken gaat pas in op het moment dat het waterschap een ontvankelijke aanvraag heeft ontvangen. Er wordt

geadviseerd om in een zo vroeg mogelijk stadium met het waterschap af te stemmen over de activiteiten, zodat zo snel mogelijk tot een ontvankelijke aanvraag gekomen kan worden

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

12/24

drempelhoogtes, wordt gebruik gemaakt van de GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand). Boven deze GHG wordt een marge van 10 cm gezet, om daarmee de minimale drempelhoogte te bepalen. De GHG kan op verschillende manieren bepaald worden, namelijk met peilbuizen uit Dinoloket, grondwatertrappen of de isohypsenkaart van TNO. Er zijn helaas nog geen grondwaterstandsreeksen beschikbaar op het plangebied afkomstig uit conditionerende onderzoeken. 1. Peilbuizen op Dinoloket (TNO, [6]); Er zijn vier peilbuizen redelijk dicht bij de fietstunnel gelegen, met een filter in het freatisch pakket. Helaas hebben ze allemaal een te korte meetperiode om een echte GHG te bepalen: 1. B41B0507 (20-06-2017 t/m 31-07-2019), op ongeveer 500 meter oostelijk van de fietstunnel; GHG = +19,11 m NAP (meetperiode eigenlijk te kort voor bepaling GHG) GHG = 1,37 m-mv 2. B41B0505 (20-06-2017 t/m 31-07-2019), op ongeveer 300 meter zuidoostelijk van de fietstunnel. GHG = +19,05 m NAP GHG = 1,74 m-mv 3. B41B0501 (20-06-2017 t/m 31-07-2019), op ongeveer 300 meter zuidoostelijk van de fietstunnel. GHG = +19,25 m NAP GHG = 0,91 m-mv. 4. B41B0504 (20-06-2017 t/m 31-07-2019), op ongeveer 300 meter zuidoostelijk van de fietstunnel. GHG = +19,13 m NAP GHG = 1,14 m-mv.

B41B0507

B41B0505

B41B0501

B41B0504

2. Grondwatertrappenkaart ([10]) Ter plaatse van de fietstunnel geldt grondwatertrap VII. Dit betekent dat er een GHG van 80 tot 140 cm mv voorkomt. Het omringend maaiveld ligt ongeveer op +19,90. Dit zou betekenen dat de GHG tussen +19,10 en +18,70 m NAP ligt. Dit beeld komt redelijk overeen met de grondwaterstanden bij de peilbuizen van TNO (Dinoloket). 3. Isohypsenkaart van TNO ([10])

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

13/24

Op de isohypsenkaart van TNO is te zien dat de GVG (Gemiddelde Voorjaars Grondwaterstand) ligt tussen de +18,0 en +18,5 m NAP.

Figuur 4-1: Isohypsenkaart GVG (TNO [10])

Zoals op de isohypsenkaart te zien is, loopt de grondwaterstand af in oostelijke richting. De grondwaterstand bij de vier TNO-peilbuizen zal dus enkele decimeters hoger zijn dan bij de fietstunnelbak. Conclusie De GHG ter hoogte van de fietstunnel zal maximaal +19,25 m NAP bedragen. De minimale drempelhoogte wordt gedimensioneerd op deze GHG, met een marge van 10 cm daar bovenop. De drempelhoogte wordt daarmee minimaal +19,35 m NAP. Aanleg lange duiker Vanuit de gemeente speelt de wens om een lange duiker aan te leggen nabij de fietstunnel (zie Figuur 4-2). Figuur 4-3 toont de ligging van de beoogde duiker ten opzichte van de watergangen op de legger. De functie van de duiker is het overtollig water vanuit de kern van Lichtenvoorde naar het noordwesten te transporteren. In de toekomst wil de Gemeente Oost-Gelre een extra woonwijk gaan afkoppelen, en daarvoor is een extra afvoermogelijkheid gewenst. Die mogelijkheid is er nu namelijk niet. De gemeente ziet de werkzaamheden als kans om deze afvoermogelijkheid in de toekomst wel te hebben.

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

14/24

Figuur 4-2: ligging lange duiker (zwarte stippellijn)

Figuur 4-3: ligging lange duiker t.o.v. leggerwaterlopen (lichtblauwe lijn)

Voor de aanleg van een duiker die uitkomt op een leggerwaterloop gelden normaal gesproken voor twee zaken een vergunningplicht, waarvoor een watervergunning zal moeten worden aangevraagd; namelijk de uitstroomvoorziening en de lozing van het water: 1. De duiker mondt uit in een watergang die op de legger staat. De te maken uitstroomvoorziening is vergunningplichtig.

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

15/24

2. Lozing van water op een leggerwatergang is vergunningplichtig. Via de aan te leggen duiker wordt in eerste instantie geen water geloosd, maar mogelijk in de toekomst wel. Ook hiervoor geldt in de toekomst een vergunningplicht, waarbij het gaat om de hoeveelheid water die via de duiker geloosd gaat worden op de leggerwatergang. Deze hoeveelheid is momenteel echter nog niet bekend. De gemeente heeft aangegeven een rond 1000 mm aan te willen leggen, om voor de toekomst zeker te zijn dat niet een te kleine duiker aangelegd wordt. De Gemeente Oost Gelre heeft aangegeven dat de komende jaren geen daadwerkelijke lozing door middel van de duiker zal plaatsvinden, omdat de woonwijken nog niet zijn afgekoppeld en niet zeker is dat dit in de toekomst wel gaat gebeuren. Met het waterschap is afgestemd dat de uitstroomvoorziening (onderdeel 1 hierboven) wel vergunningplichtig is voor de aanleg, maar dat de lozing (onderdeel 2) pas vergunningplichtig wordt op het moment dat de lozing gaat plaatsvinden.

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

16/24

5

Correspondentie waterschap: wateradvies

Er heeft op verschillende manieren afstemming plaatsgevonden met Waterschap Rijn en IJssel; in een overleg (d.d. 27 mei 2019), per e-mail en telefonisch. In drie e-mails van Jan van der Schoot (WRIJ) zijn een aantal belangrijke wateraspecten samengevat en samen vormen deze e-mails het wateradvies van Waterschap Rijn en IJssel. 5. E-mail d.d. 28-05-2019 om 11:58; 6. E-mail d.d. 26-07-2019 om 12:13; 7. E-mail d.d. 25-09-2019 om 13:51. Deze e-mails zijn hieronder te vinden.

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

17/24

Email d.d. mei 2019

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

18/24

Email d.d. 26 juli 2019

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

19/24

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

20/24

E-mail d.d. 25-09-2019

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

21/24

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

22/24

6

Referenties [1] Rapport: Handreiking Watertoetsprocedure en standaard waterparagraaf voor Bestemmingsplannen, Waterschap Rijn en IJssel, versie maart 2017; [2] Rapport: Duurzaam en veilig water in de stad, Normen en uitgangspunten voor wateraspecten bij (stedelijke) ontwikkelingen, Waterschap Rijn en IJssel, versie maart 2017; [3] Rapport: Raadsvoorstel Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021, Gemeente Oost Gelre, d.d. 17 mei 2016; [4] Tekening: N18 Meer Veilig 3 Traject Zieuwentseweg – Richterslaan, Totaalsituatie ontwerpaanpassingen, Tekeningnummer BG6222-DR-RO-CD-0010, Concept versie 1.1, d.d. 1206-2019 [5] Website: https://www.wrij.nl/thema/kennis-informatie/legger/, Waterschap Rijn en IJssel, geraadpleegd op 5 juli 2019; [6] Website: https://www.dinoloket.nl/, TNO, Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond, geraadpleegd op 5 juli en 24 september 2019; [7] Website: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/, Actueel Hoogtebestand Nederland, geraadpleegd op 5 juli 2019.

[8] Website: http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html, Omgevingsverordening Provincie Gelderland, kaart Drinkwater, geraadpleegd op 5 juli 2019 [9] WMS Kaartlaag: Kwel en infiltratie – huidig, Klimaateffectatlas Helpdesk Water, geraadpleegd op 5 juli 2019 [10] WMS Kaartlagen Omgevingsvisie Provincie Gelderland, via Nationaal Georegister (NGR), https://opendata.gelderland.nl/ geraadpleegd op 5 juli 2019 a. Grondwatertrappenkaart b. Isohypsenkaart GVG TNO c. Natura2000

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

23/24

7

Bijlagen

Bijlage 1: Overzicht van toename en afname verhard oppervlak

28 oktober 2019

BG6222WATNT1910281955

24/24

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24 pa uro

8b

3

weg

E

6

A

A

8a

Lakendijk

8

B

B 4

h Bosc

C

laan

C 1

D

D

2

an sla

r hte

Ric

23/s01

E

E 21/s01

F Lakendijk

F

3

4a

1

G

26

20 18

10

G 4

eg

aw rop

1

16b

H

aat

str

el änd

27 25

6 8

2

01

18 t

g

4

2b 2a

ewe

12 10

5 3

2 4

ts wen

20

31 29

6

7

16 14

Zieu

39a

39

33

8

Eu

Zuivelstraat

H

H

23 21

16a

15 13

19 17

11 9

7

5

18

6-6a

8

12

n

2

of laa

37

Ke rk h

37a

14

Zieuwentseweg

a 16 14 15

19

9 5

1

5b

J

iss

-3 35

tra

25

at

27

12b

18 hu

21

23

11

ad

tseweg Zieuwen

13

17

Ra

J

29

12

31

21a

1

20 t0

29

8 5

20

22

-

24

16

26

28

tr

aa

t ns ho ve et Be

t tra a za rts Mo

16

2

4

1

38 17

g we opa Eur

36

31

40

48

25

29 5

aat str

58

erg atb

Sch

47 49

sp le

in

21

ijp er

4b

3

4-

11

2

37

35

6

25

1a

9

N

a -9

29

7

1

8

33

5 22

41

24

26

4a

4-

2

12

2/

2/

2

7

01

2a

P

28

45

Ku

6 5

50

4 6 5

33

46

M

7

13

13

9

56

52

43

at tra cks tin Ben

31

27

39

21

8

2

t

1a

23

9

15

01

at

aa

tr

S

1

1t

ra

aat r t ts ber u h c

2

1-

9

st

19 4

27

17

5

32

15

1

4 10

is hu ad

lts

31

23

17

L

Ra

fe es

P

28

t0

6

32

34

2

10

Ra

4

at

n va

2

30

3

34

tra

t aa

5

11

15

19

17

er tb ha

24 19

15

6

8

33

rts

9

tr

12 36

26

13

t

ins

t

aa

11

7

38

9

21

5

37

Sc

1

6

19

op

tr

hs

14

aa

3

12

c 21

at tra s g

22

Ch

c Ba

16

18

11

Sc 18

8

7

35

aa

23

10

9

40

N

t

hu

20

tr

13

20

aa

rt be

ks

25

21

3

7

r st

inc

44

van Raesfeltstraat

1

22

12

18

11

3

nt

15

20 13

5

Be

22

42

3

24 27

tr

2

-

1614

za

29 17

24

1

5

26

Mo

3

7

31

19

1

M

28

14

21

Sweelinckstraat

34

t0

ns

7

23

12

1

16

23

11

9

18

14

at ra

33

20

10

6

8

ist

2

13

25

t aa

15

9 16

tr iss

8

35

22

8

rd Ve

4

2

34a

37

L

6 10

hu

3

12

ad

1

ge

10

Ra

3-3 a

Moza

34

39

Ha

11

t

aat rtstr

32

41

4

14

30

Mendelssohnstraat

7a -2 7 2

K

er

38

2

18

12

6

es t

4

a 38

31

Me

K

48-

54

12

9a

30

36-

436434

10

a

Q

Q

Legenda Afname verhard oppervlak R

R

Toename verhard oppervlak 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10318757/1