CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp n18 zieuwentseweg toelichting bijlage 7 verkennend bodemonderzoek

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘N18 – Zieuwentseweg – Richterslaan Lichtenvoorde’30.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE Ter hoogte van de kruisingen met de Zieuwentseweg, Richterslaan en Zwolseweg Rijkswaterstaat Oost Nederland

10 APRIL 2019

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Contactpersoon CARLO HEUVELING Sr. Projectleider

T +31 615496020 M +31 615496020 E carlo.heuveling@arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

INLEIDING

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Doel

7

1.3

Aanpak

7

1.4

Werkzaamheden

7

1.5

Leeswijzer

8

HISTORISCH ONDERZOEK

9

2.1

Huidige en toekomstige situatie

9

2.2

Voormalig bodemgebruik

10

2.2.1

Zieuwentseweg 4

12

2.2.2

kruising Zieuwentseweg en Lakendijk

12

2.3

Waterbodem

13

2.4

Bodeminformatie

14

2.4.1

Uitgevoerde onderzoeken

14

2.4.2

Gebiedsspecifiek bodembeleid

14

2.4.3

Bodemopbouw en geohydrologie

15

2.4.4

Afstromend wegwater

15

2.5

Archeologie

16

2.6

Niet-gesprongen explosieven

16

CONCLUSIE VOORONDERZOEK

17

3.1

Hypothese en onderzoeksopzet

17

3.2

Uitvoering veldwerk

19

3.3

Uitvoering laboratoriumonderzoek

19

3.4

Kwaliteitsborging

19

RESULTATEN

20

4.1

Bodemopbouw en grondwater

20

4.2

Veldwaarnemingen

20

4.2.1

Grond (land- en waterbodem)

20 3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

5

4.2.2

Grondwater

22

4.3

Laboratoriumonderzoek en toetsing analyseresultaten

22

4.3.1

Grond

23

4.3.2

Grondwater

28

4.3.3

Waterbodem

29

4.3.4

Asbest

30

4.4

Interpretatie

30

4.4.1

Grond

30

4.4.2

Grondwater

31

4.4.3

Waterbodem

32

4.4.4

Asbest

32

4.5

Toetsing hypothese

33

4.6

Werkwijze op basis van de CROW 400 (veiligheid)

33

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

34

5.1

Aanleiding en doel

34

5.2

Conclusies

34

5.3

Aanbevelingen

34

BIJLAGEN BIJLAGE A BOORPROFIELEN

35

BIJLAGE B ANALYSECERTIFICATEN

36

BIJLAGE C TOETSING VAN DE ANALYSERESULTATEN

37

BIJLAGE D TOELICHTING OP HET TOETSINGSKADER

38

BIJLAGE E KWALITEITSBORGING

40

BIJLAGE F FOTO’S VAN DE LOCATIE

45

BIJLAGE G REKENSHEET EN VELDVERSLAG ASBEST

51

BIJLAGE H EIGENDOMSINFORMATIE KADASTRALE PERCELEN

52

BIJLAGE I AFSTEMMING WATERSCHAP RIJN EN IJSSEL

55

BIJLAGE J TEKENINGEN

56

4

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

COLOFON

57

5

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

1

INLEIDING

In opdracht van Rijkswaterstaat heeft Arcadis Nederland B.V. een vooronderzoek verricht met betrekking tot het uit te voeren (water)bodemonderzoek ten behoeve van de geplande ontwikkelingen ter plaatse van de N18 tussen Groenlo en Lichtenvoorde.

1.1

Aanleiding

Onderhavig onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de “MeerVeilig 3 N18”. Hiertoe staan er op twee locaties ingrepen gepland langs de N18. Deze locaties zijn gelegen tussen Groenlo en Lichtenvoorde (zie Figuur 1). De geplande ingrepen omvatten: • De aanleg van een fietstunnel (kruising N18-Zieuwentseweg) en parallelweg (richting de Richterslaan). • De aanleg van een viaduct (kruising N18-Zwolseweg).

Viaduct

Fietstunnel

Figuur 1 Onderzoekslocaties (in rood omcirkeld)

6

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Er is een geplande ontgravingsdiepte van 3,0 m-mv bij de fietstunnel en een ontgravingsdiepte van 1,0 mmv bij de nieuw aan te leggen kruising ten behoeve van de wegfundering. Onder het geplande viaduct is er een ontgravingsdiepte van 1,0 m-mv ten behoeve van de wegfundering. De locaties zijn op de tekeningen in bijlage I weergegeven. Er dient een (water)bodemonderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de (water)bodem. Voorafgaand aan het (water)bodemonderzoek dient er een historisch vooronderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5717:2017 (Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) en NEN 5725:2017 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek).

1.2

Doel

Het doel van het verkennend bodemonderzoek is met een relatief geringe onderzoeksinspanning aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het freatisch grondwater in gehalten boven de achtergrondwaarde of streefwaarde, of te bevestigen dat (bepaalde delen van) de locatie verontreinigd zijn met de verwachte stoffen (Bron: NEN 5740+A1). Het bodemonderzoek is niet gericht op het vaststellen van de mogelijkheden voor hergebruik van (eventueel) in een later stadium af te voeren grond. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Voor bodemonderzoek dat in het kader van grondverzet wordt uitgevoerd gelden andere onderzoeksprotocollen. Wel zijn de onderzoeksresultaten indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Het doel daarvan is om een indicatie te krijgen over de mogelijkheden om eventueel vrijkomende grond te hergebruiken Verder wordt in het kader van de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem een goede inschatting gegeven van de daaraan gerelateerde optredende risico’s tijdens de voorbereiding en realisatie van de Meerveilig 3 maatregelen aan de N18 ter hoogte van Lichtenvoorde.

1.3

Aanpak

Het verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek is vooraf gegaan door een vooronderzoek volgens NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, NEN, 2017) en NEN 5717 (Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, NEN, 2009). Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek is een onderzoekshypothese geformuleerd. Afhankelijk van eventuele aanwijzingen over de aanwezigheid van een bodemverontreiniging wordt een locatie geclassificeerd als ‘verdacht’ of ‘onverdacht’. Op basis van deze classificatie wordt een hypothese geformuleerd, welke vervolgens aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt getoetst. Bij een onderzoek op een ‘onverdachte’ locatie wordt de hypothese getoetst dat er geen verontreiniging aanwezig is, bij een onderzoek van een verdachte locatie wordt de hypothese getoetst dat wel een (specifieke) verontreiniging aanwezig is.

1.4

Werkzaamheden

In het kader van het verkennend (water)bodemonderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: • • • • • • • • • • •

Vooronderzoek op basis van NEN 5725. Vooronderzoek op basis van NEN 5717. Verkennend bodemonderzoek op basis van NEN 5740. Verkennend waterbodemonderzoek op basis van NEN 5720. Verkennend asbest in grondonderzoek op basis van NEN 5707. Het Kader Afstromend Wegwater. Veldonderzoek. Laboratoriumonderzoek. Toetsing en interpretatie van de analyseresultaten. Toetsing van de onderzoekshypothese. Rapportage inclusief formuleren van conclusies en eventuele aanbevelingen. 7

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Disclaimer Hoewel het (water)bodemonderzoek op zorgvuldige wijze is voorbereid en uitgevoerd, kan niet worden uitgesloten dat er in werkelijkheid afwijkingen optreden ten opzichte van de in dit rapport gepresenteerde resultaten. Immers, elk bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een aantal steekproeven, welke representatief worden geacht voor het onderzochte gebied, maar waarbij (lokale) afwijkingen niet volledig kunnen worden uitgesloten.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van het vooronderzoek. De opzet van het veld- en laboratoriumonderzoek volgen in hoofdstuk 3. De resultaten van het onderzoek staan beschreven in hoofdstuk 4. Tenslotte volgen in hoofdstuk 5 een samenvatting, de conclusies en eventuele aanbevelingen. In de bijlagen zijn onder meer boorprofielen, analysecertificaten en kaartmateriaal opgenomen.

8

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

2

HISTORISCH ONDERZOEK

Het historisch onderzoek moet inzicht verschaffen in het huidige en het historische gebruik van het plangebied en de aanwezigheid van potentiële “verdachte (deel)locaties”. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de uiteindelijke definitieve strategie voor het (water)bodemonderzoek vastgesteld. Om de bijhorende onderzoeksvragen te beantwoorde zijn o.a. de in het verleden op de locatie uitgevoerde activiteiten en de resultaten van in het verleden (in de omgeving) uitgevoerde bodemonderzoeken geïnventariseerd. Geraadpleegde bronnen: [1] De opdrachtgever en het document: Kader “Afstromend wegwater (KAWW)”, 24 november 2014. [2] Waterschap Rijn en IJssel. [3] De website www.bodemloket.nl. [4] De website https://report.dotkadata.com/#!search. [5] De website http://www.maps.google.com. [6] De website https://globespotter.cyclomedia.com. [7] Informatie van de gemeente, provincie en/of de omgevingsdienst (bodemarchief). [8] Asbestkansenkaart van Gelderland. Voor informatie over de bodemopbouw en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van: [9] De gegevens uit het DINO loket (www.dinoloket.nl). [10] De website https://www.grondwatertools.nl/grondwatertools-viewer. De onderzoeken betreffende archeologie en niet-gesprongen explosieven van Arcadis: [11] Bureauonderzoek archeologie N18, Arcadis, D03061.000336, 25-06-2018.

[12] On B Wegen, Meerveilig 3, maatregelen N18, vooronderzoek Conventionele Explosieven, Arcadis, D03061.00036, 30-05-2018. [13] Vooronderzoek Conventionele Explosieven, Onderhoud B wegen Oost-Nederland - Oost-Gelre, T&A Survey, GPR7129, 30-05-2018. Verder zal het onderzoek voldoen aan het: “Werkpakket Bijlage A.1-04-Scopelijst versie 4.0”, “Werkpakket Bijlage A. 1-40 – Handreiking Watertoetsproces” en “Werkpakket Bijlage A.1-53 – Eisen wet BRO voor Diensten v1.0 13-10-2017.

2.1

Huidige en toekomstige situatie

De N18 is een belangrijke verkeersader voor Twente en de Achterhoek. Bij Varsseveld sluit de N18 aan op de A18, en vormt zo de belangrijkste verbinding van de steden in Twente met de steden Doetinchem, Arnhem en Nijmegen. De N18 is circa 45 kilometer lang en is onderdeel van het Nederlandse hoofdwegennet (bron: Tracébesluit N18 Varsseveld – Enschede | Toelichting). De onderzoekslocatie betreft de provinciale weg (N18) met een aantal geljikvloerse kruispunten en een parallelweg ter hoogte van de Zieuwentseweg. Het gebied in de nabije omgeving van de N18 heeft voornamelijk een agrarische bestemming of is in gebruik als groenstrook (bron 5 en 6). De geschatte oppervlakten van de onderzoekslocaties zijn schematisch weergegeven in Tabel 1. De eigendomsinformatie is weergegeven in Bijlage I. Een impressie van de onderzoekslocatie aan de hand van foto’s is weergegeven in bijlage F.

9

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Tabel 1 Gegevens onderzoekslocatie

Locatie

Oppervlakte m²

Opmerkingen

Kruising N18-Zieuwentseweg (incl. parallelweg)

65.000

Waarvan asfalt

11.000

Het gebied rondom de wegen heeft een agrarische bestemming. Grenst aan een woonwijk, echter bevindt zich geen bebouwing binnen het onderzoeksgebied.

Waarvan sloten (te dempen)

1.720 m

Kruising N18-Zwolseweg

44.500

Waarvan asfalt

3.000

Waarvan sloten (te dempen)

500 m

1

Aan weerszijde van de N18 liggen ventwegen. Het gebied rondom de wegen heeft een agrarische bestemming. De omliggende percelen zijn begrensd met houtwallen of bomenrijen.

1

 De aanleg van een fietstunnel (kruising N18-Zieuwentseweg) en de parallelweg (richting de Richterslaan).  De aanleg van een viaduct (kruising N18-Zwolseweg). Omdat het wegdek deels verplaatst zal worden, komt er verharding- en funderingsmateriaal vrij. Met een verhardingsonderzoek (BRL 1000) moet hier een kwaliteitsbepaling voor gedaan worden. De duur van een dergelijk onderzoek, op basis van uitloging, duurt ongeveer zes weken.

De onderzoekslocatie ter hoogte van Lichtenvoorde wordt begrensd door een woonwijk. Deze woonwijk vormt geen onderdeel van het onderhavige onderzoek, met als uitzondering een deel van de Richterslaan en een deel van de Zieuwentseweg. Er bevindt zich geen bebouwing binnen het onderzoeksgebied. Omliggende woningen worden vanuit de asbestkansenkaart (bron 8) als asbestverdacht beschouwd, maar aangezien deze zich niet op de onderzoekslocatie bevinden en de wegen niet als asbestverdacht worden beschouwd, is de huidige onderzoekslocatie als onverdacht beoordeeld qua aanwezigheid van asbest.

2.2

Voormalig bodemgebruik

In Tabel 2 is het historisch kaartmateriaal (bron 4) van beide deellocaties weergegeven. Op het kaartmateriaal van de deellocatie ter hoogte van Lichtenvoorde is te zien dat de onderzoekslocatie sinds 1850 in gebruik was als weg (Zieuwentseweg) met daar om heen percelen met een agrarische bestemming. Voor 1850 lijkt ook een weg aanwezig te zijn geweest. Omstreeks 1966 is de N18 aangelegd. Het is niet duidelijk zichtbaar of hiervoor gebouwen gesloopt zijn of sloten gedempt. De kruising van met de Zwolseweg is goed zichtbaar op de kaart uit 1850. Hierbij is ook de Grootenhuizer Schans zichtbaar (oude verdedigingslinie (Circumvallatielinie), zie hoofdstuk 2.5 Archeologie). De N18 is op deze locatie altijd al een weg/pad geweest. De kruising met de Zwolseweg is op kaartmateriaal uit 1850 reeds zichtbaar. De N18 is omstreeks 1970 aangelegd. Het is niet duidelijk zichtbaar of hiervoor gebouwen gesloopt zijn of sloten gedempt.

10

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Tabel 2 Historisch kaartmateriaal (Bron: www.topotijdreis.nl)

Deellocatie ter hoogte van Lichtenvoorde

Deellocatie ter hoogte van de Zwolseweg

1850

1850

1916

1893

1966

1966

11

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Uit informatie van het bodemloket (bron 3) blijkt dat ter plaatse van de plangebieden, alleen ter hoogte van het plangebied bij Lichtenvoorde bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. De locaties van deze activiteiten zijn weergegeven in Figuur 2. In de subparagrafen 2.2.1 en 2.2.2 staan beide locaties beschreven.

Ziewentseweg 4

Ziewentseweg / Lakendijk

Figuur 2 Locaties met milieubedreigende activiteiten (Bron: Bodemloket.nl)

2.2.1

Zieuwentseweg 4

Ter hoogte van de Zieuwentseweg 4 heeft een zuivelfabriek gestaan: • Zuivelfabriek (UBI-klasse 4); verdachte parameter: onbekend. • Brandstoftank (bovengronds) (UBI-klasse 4); verdachte parameter: minerale olie, BTEX, brandstoffen. Gezien de ligging van de locatie aan de Zieuwentseweg en de aard van de milieubedreigende activiteiten, hebben deze geen invloed gehad op het plangebied.

2.2.2

kruising Zieuwentseweg en Lakendijk

Ter hoogte van de kruising zijn verschillende activiteiten bekend: a. Slachthuis (UBI-klasse 3); verdachte parameter: onbekend. b. Timmerwerkplaats (UBI-klasse 1); verdachte parameter: onbekend. c. Bouw- en sloopafvalhandel (UBI-klasse 3); verdachte parameter: onbekend. d. Op deze locatie worden in Bodemloket nog 32 andere activiteiten genoemd. e. De locatie met de genoemde activiteiten ligt geprojecteerd over de kruising Zieuwentseweg / Lakendijk. Gezien de aard van de activiteiten en het feit dat de kruising al sinds 1850 (zie Tabel 2) is weergegeven op kaarten, is het erg onwaarschijnlijk dat deze activiteiten ter hoogte van deze kruising hebben plaatsgevonden. Ook uit navraag bij de gemeente blijkt niet dat op deze locatie dergelijke activiteiten hebben plaatsgevonden. f. Gezien het bovenstaande verwachten wij dat de genoemde activiteiten niet op genoemd locatie hebben plaatsgevonden.

12

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

2.3

Waterbodem

De watergangen en greppels/sloten binnen de onderzoekslocatie zijn onderdeel van het klein regionaal oppervlaktewater. De greppels en sloten dienen als afvoer van overtollig hemelwater en staan zodoende een groot deel van het jaar droog. De greppels en sloten hebben met name een afwateringsfunctie voor de N18 en aanliggende wegen. De watergang ter plaatse van het vak 6 heeft daarnaast een afwateringsfunctie voor de omliggende percelen. Gezien het gebruik van deze percelen (grasland) wordt het afstromende wegwater als enige bron beschouwd. De waterbeheerder en eigenaar van de watergang langs de lakendijk (Kruisingen N18 bij Lichtenvoorde – vak 1) binnen het onderzoeksgebied is het waterschap Rijn en IJssel (bron 2). Dit blijkt uit het geo-portaal van het waterschap, waarin de sloot langs de Lakendijk (Rooksbeek) als legger is aangeduid. Deze sloot heeft ter hoogte van de bodem een breedte van 0,6 meter (talud van 1:1,5) en eindigt met een duiker onder de N18 door. Onder de Zieuwentseweg door, is de Rooksbeek verbonden met een duiker. Bij het waterschap is verder geen informatie beschikbaar over waterkwantiteit en -kwaliteit. Het is niet bekend wanneer de watergang voor het laatst is uitgebaggerd. Verder zijn er geen waterbodemonderzoeken bekend voor de watergang binnen het onderzoeksgebied.

Met betrekking tot de greppels en sloten geeft het Waterschap Rijn en IJssel aan dat zij hiervoor niet het beheer voeren en derhalve geen bevoegd gezag zijn. Langs de watergang en greppels/sloten zijn geen bedrijven gevestigd die op het oppervlaktewater lozen. De watergang en greppels/sloten die aanwezig zijn in het onderzoeksgebied zijn aangegeven in Tabel 3.

Tabel 3 Watergangen

Deellocatie

Locatie

Type Geschatte afmeting watergang (lxbxd) in meter

Kruising N18 – Zwolseweg

Oostzijde hoofdrijbaan N18

Greppel

100 x 1 x 0,5

Kruising N18 – Zwolseweg

Westzijde hoofdrijbaan N18

Greppel

80 x 1 x 0,5

Kruising N18 – Zwolseweg

Zwolseweg oostzijde N18

Sloot

140 x 1 x 1

Kruising N18 - Zwolseweg

Ventweg westzijde N18

Sloot

80 x 1 x 1

Kruising N18 - Zwolseweg

Ventweg oostzijde N18

Sloot

50 x 1 x 1

Kruisingen N18 bij Lichtenvoorde

Lakendijk

Sloot

90 x 1 x 1

Kruisingen N18 bij Lichtenvoorde

Linkerzijde kruising Zieuwentseweg - N18 Sloot

80 x 1 x 1

Kruisingen N18 bij Lichtenvoorde

Afbuiging ventweg (Europaweg)

Sloot

170 x 1 x 1

Kruisingen N18 bij Lichtenvoorde

Linkerzijde hoofdrijbaan N18

Greppel

800 x 1 x 0,5

Kruisingen N18 bij Lichtenvoorde

Ventweg Europaweg 9a

Sloot

280 x 1 x 1

Kruisingen N18 bij Lichtenvoorde

Rechterzijde N18 en Richterslaan

Greppel

350 x 1 x 0,5

Op 13 december 2018 is afstemming gezocht met het waterschap over de wijze van toetsen (zie Bijlage I) van de waterbodem bij de watergang. Het waterschap Rijn en IJssel stelt geen extra eisen aan de waterbodemtoetsing als getoetst wordt aan het Besluit bodemkwaliteit. In het document ‘Kader “afstromend wegwater (KAWW)”’, wordt verontreiniging van wegen en wegverkeer aangemerkt als diffuse bron. Derhalve dienen de greppels en sloten langs de N18 als verdacht te worden beschouwd.

13

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

2.4

Bodeminformatie

In deze paragraaf is de informatie verwerkt uit de reeds uitgevoerde onderzoek, het gebiedsspecifiek bodembeleid, regionale bodemopbouw en geohydrologie en afstromend wegwater.

2.4.1

Uitgevoerde onderzoeken

Betreffende de locatie zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. Hieronder volgt een opsomming van de verschillende onderzoeken en de conclusies uit die onderzoeken. Hierbij is de onderzoeks-scope ingezoomd op de geplande ontwikkeling. [A]

Historisch Onderzoek tracé N18 (Varsseveld - Enschede), Oranjewoud, 200944, 04-01-2011. Het historisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen ontwikkelingen ter plaatse van de N18. Ook het onderhavige tracé is hierin meegenomen. Uit het onderzoek blijkt dat arseen in Gelderland en Overijssel plaatselijk van nature verhoogd kan zijn. Er zijn geen directe aanwijzingen gevonden dat dit ook het geval is bij het tracé van de N18. Ook andere zware metalen kunnen plaatselijk in het grondwater matig tot sterk aanwezig zijn zonder een duidelijke bron en zonder dat er ook een verhoging in de grond aanwezig is.

[B]

Verkennend (water)bodemonderzoek N18, traject Varsseveld-Enschede, deel 1 t/m 8, 249451.20 deel 1 t/m 8, Oranjewoud, april 2013. Onderhavige onderzoekslocatie valt binnen het tracé van de N18 (deel 4), maar is niet milieuhygiënisch onderzocht. De voorgenomen werkzaamheden aan dit deel van het tracé (tussen km 223.500 en 232.700) bestonden uit het onderhouden van de bestaande situatie, het opheffen van doorsteken en het aanleggen van parallelaansluitingen. Voor dit deel van het tracé is op basis van het bovenstaande besloten toen geen milieuhygiënisch onderzoek te verrichten. De naastgelegen delen (deel 3 en deel 5) zijn wel milieu-hygiënisch onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat op beide deellocaties maximaal lichte verhoogde gehalten met zware metalen, PAK en PCB zijn aangetoond.

Ondanks de gedateerdheid van de rapporten, geeft het historisch bodemonderzoek een goed beeld van de historie tot 2011. De verwachting is dat er sinds 2011 geen bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden op de onderzoekslocatie, met uitzondering van afstromend wegwater naar de bermen (zie subparagraaf 4.2.4.

2.4.2

Gebiedsspecifiek bodembeleid

De gemeente Oost Gelre beschikt over een bodemkwaliteitskaart (Bodemkwaliteitskaart regio Achterhoek, CSO Adviesbureau, 2011), inclusief bodembeheernota (Nota bodembeheer, Vakberaad Bodem Achterhoek, 2011). Deze bodemkwaliteitskaart en nota zijn op moment van schrijven (20 juni 2018) geldig voor gemeente Oost-Gelre. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemkwaliteitszones ‘Overig’ en ‘Wonen voor 1970’. In het deelgebied ‘Overig’ wordt de bovengrond (0,0-0,5 m –mv.) en de ondergrond (>0,5 m –mv.) wordt gekwalificeerd als ‘schoon’. In het deelgebied ‘Wonen voor 1970’ wordt de bovengrond als ‘Wonen’ en de ondergrond als ‘schoon’ gekwalificeerd. Uit de informatie van Oost-Gelre (bron 7) blijkt dat in de gemeente puinwegen (verhard met puingranulaat) aanwezig zijn. Puingranulaat in de bodem dat zonder certificaat als verharding is toegepast, of puinbijmengingen in de bodem, wordt als asbestverdacht beschouwd. Verhardingen zijn niet aangetroffen in het onderhavige onderzoeksgebied. Echter met groen overwoekerde puinverhardingen worden tijdens een locatie bezoek dan wel luchtfoto’s niet altijd beschouw als puinweg/verharding. Verder ligt dit deel van de N18 in agrarisch gebied, waarbij in de meeste bebouwing en daken van schuren asbesthoudende producten zijn gebruikt.

Bij sloop van dergelijke gebouwen in het verleden is het eventueel mogelijk geweest dat asbesthoudende producten in de bodem terecht zijn gekomen. Er zijn een aantal verdachte locaties op het tracé van de N18 aangewezen waar nader of specifiek onderzoek naar asbest nodig is. Echter de onderhavige onderzoekslocatie valt niet binnen deze verdachte locaties.

14

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

2.4.3

Bodemopbouw en geohydrologie

De regionale bodemopbouw, samengesteld op basis van de bovengenoemde gegevens, is weergegeven in Tabel 4. Een groot deel van de onderzoekslocatie is bestraat met asfalt. Omdat het een provinciale weg betreft, wordt ook een funderingslaag verwacht.

Tabel 4 Schematisering bodemopbouw (bron 9 en 10)

Diepte (t.o.v. mv)

Samenstelling

Geohydrologische betekenis

Geologische formaties

0 – 10

Fijn zand

1

ste

watervoerende pakket

Formatie van Boxtel

10 – 15

Grof zand

1

ste

watervoerende pakket

Formatie van Kreftenheye

15 – 25

Grof zand

1

ste

watervoerende pakket

Formatie van Urk

25 – 30

Veen en klei

1

ste

scheidende laag

Formatie van Oosterhout

30 – 40

Klei en fijn zand

2

de

watervoerende pakket

Formatie van Breda

Het grondwater op de locatie bij de kruising Europaweg - Zwolseweg bevindt zich naar verwachting op circa 3,0 m-mv. Op de locatie bij de N18 langs Lichtenvoorde bevindt het grondwater zich naar verwachting op circa 1,8 m-mv. De regionale grondwaterstromingsrichting is ter hoogte van de kruising met de Zwolseweg noordwestelijk gericht en ter hoogte van de kruisingen met de Richterslaan en Zieuwentseweg westelijk gericht. De stroming van het oppervlakkige grondwater wordt beïnvloed door de aanwezigheid van sloten en drainage. De locatie ligt niet in een grondwaterwin- of bodembeschermingsgebied.

2.4.4

Afstromend wegwater

De N18 is een belangrijke verkeersader voor Twente en de Achterhoek. Bij Varsseveld sluit de N18 aan op de A18, en vormt zo de belangrijkste verbinding van de steden in Twente met de steden Doetinchem, Arnhem en Nijmegen. De N18 is circa 45 kilometer lang en is onderdeel van het Nederlandse hoofdwegennet. Het Kader Afstromend Wegwater is van toepassing op alle lozingen van afstromend wegwater op het hoofdwegennet (de kunstwerken inbegrepen).Het Kader Afstromend Wegwater is in 2009 in opdracht van de Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat tot stand gekomen en is een nadere invulling van de zorgplicht uit het Besluit lozen buiten inrichtingen, gezien de maatschappelijke gevolgen van het besluit voor Rijkswaterstaat. Door afstroming met het regenwater en verwaaiing kunnen verontreinigingen vanaf het wegdek in de wegberm (omgeving) terecht komen. De effecten van afstromend wegwater en verwaaiing– bij een deklaag van dicht asfaltbeton (DAB) – kunnen in de bodem van de berm meetbaar zijn tot op 10 tot 20 meter afstand van de weg en tot circa 0,4 meter diepte (Poot, 2009). Kenmerkend voor afstromend wegwater is de aanwezigheid van vooral zink (slijtage autobanden en wegmeubilair), koper (slijtage auto-onderdelen), minerale olie, PAK en strooizout. (bron 1). Op de onderzoekslocatie, langs de N18, zijn geleiderails aanwezig waarvandaan milieubelastende stoffen (oa.

zink) vrij kunnen komen. Deze bevinden zich aan de rechterzijde tussen hectometerpalen 224.8 en 224.9 en aan de rechterzijde tussen hectometerpalen en 224.9 en 225.3. Het type asfalt van de deklaag bestaat overwegend uit dicht asfalt beton (DAB). Hierdoor is het reëel te verwachten dat verontreinigingen in afstromend wegwater en door verwaaiing zich richting de bermen heeft verspreid. Gezien de ligging van de N18, verwachten wij dat dit effect tot 10 meter afstand van de weg en tot circa 0,4 m-mv kan hebben opgetreden.

15

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

2.5

Archeologie

Door Arcadis is een bureauonderzoek archeologie (bron 11) uitgevoerd voor de twee locatie langs de N18. Voor het plangebied bij Lichtenvoorde (Zieuwenseweg e.o.) is een hoge verwachting op archeologie. Voor 1 het plangebied bij Groenlo is met uitzondering van de Circumvallatielinie een lage verwachting op archeologie. Ter hoogte van de Circumvallatielinie is een hoge verwachting op archeologie. Op beide gebieden is geadviseerd een karterend booronderzoek uit te voeren. Ter hoogte van het historisch erf en de Circumvallatielinie is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd (zie Figuur 3). Het advies vormt geen belemmering voor het uitvoeren van een milieu-hygiënisch bodemonderzoek. Het archeologische advies is ook weergegeven in Figuur 3.

Lichtenvoorde

Zwolseweg

Figuur 3 Archeologisch advies deelgebied ter hoogte van Lichtenvoorde en de Zwolseweg

2.6

Niet-gesprongen explosieven

In opdracht van Arcadis heeft T&A Survey te Amsterdam een historisch vooronderzoek Conventionele Explosieven (CE) uitgevoerd (bron 12). Uit het vooronderzoek is geconcludeerd dat beide plangebieden onverdacht zijn op het voorkomen van CE (zie figuur 4).

Figuur 4 Conclusie vooronderzoek Conventionele Explosieven

1

Bij de belegering van Groenlo werd voor het eerst in de geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog, voor de verovering van de stad, een volledige insluitingslinie (circumvallatielinie) om een vesting aangelegd. 16

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

3

CONCLUSIE VOORONDERZOEK

Uit het vooronderzoek blijkt dat bij beide plangebieden langs de N18 sprake is van verdachte en onverdachte deellocatie.

3.1

Hypothese en onderzoeksopzet

Op basis van de informatie uit hoofdstuk 2, is per deelgebied de onderzoekshypothese en de bijbehorende onderzoeksstrategie geformuleerd en schematisch weergegeven in Tabel 5. In de NEN 5740+A1 zijn, afhankelijk van de onderzoeksstrategie, richtlijnen gegeven voor de aantallen te verrichten boringen en te analyseren grond‐ en grondwatermonsters als functie van de oppervlakte van de te onderzoeken locatie. Als ontgravingsdiepte wordt uitgegaan van maximaal 1,0 m -mv ter hoogte van het kruispunt. Bij de aan te leggen viaduct wordt uitgegaan van ontvangende bodem vanaf maaiveld, waarbij ter hoogte van de N18 eveneens wordt uitgegaan van een ontgravingsdiepte van maximaal 1,0 m -mv ten behoeve van de fundatie van het viaduct. Derhalve worden de boringen ter hoogte van de kruisingen ten minste door gezet tot 1,0 m -mv. In het kader van afstromend wegwater worden de bermen van de N18 tot tien meter uit het asfalt als verdachte locaties met een heterogene belasting beschouwd. Met een lengte van 1.100 meter voldoen deze wegbermen aan de kenmerken van een lijnvormig element. Het overige terrein buiten tien meter van de rijbaan van de N18 wordt als onverdachte deellocatie beschouwd.

De bovengrondmonsters uit het onderzoek ter plaatse van de bermen, worden per laag van 0,4 m vanaf het maaiveld geanalyseerd (een en ander naar aanleiding van de opmerkingen in het kader “Afstromend water” De watergang langs de Lakendkijk (vak 1) wordt onderzocht conform de NEN 5720. De overige greppels en sloten, vallen niet onder het beheer en bevoegdheid van het Waterschap Rijn en IJssel. In paragraaf 2.3 is reeds gesteld dat de greppels en sloten eveneens vallen binnen het kader “afstromend wegwater’. In dit kader vallen de greppels en sloten langs de N18 binnen het (bermen)onderzoek. Omdat de greppels en sloten voor de afwatering van onder andere de wegen worden gebruikt, is er voor gekozen de greppels en sloten aanvullend te onderzoek op basis van den NEN 5720. De bodem ter plaatse van de greppels en sloten is indicatief getoetst aan het besluit Bodemkwaliteit.

Tabel 5 Samenvatting onderzoeksopzet Deellocatie

Strategie

Omvang

Viaduct over de N18 – Zwolseweg

ONV-NL (A>1,0) 38.500 m

Berm linkerzijde N18 ter hoogte van Zwolseweg

VED-HE-NL (0,20<A≤0,30)

3000 m

Berm rechterzijde N18 ter hoogte van Zwolseweg

VED-HE-NL (0,20<A≤0,30)

3000 m

Watergangen bij viaduct Zwolseweg

LN

5 vakken

Berm linkerzijde N18 ter hoogte van Lichtenvoorde

VED-HE-L

1100 m

1

19 tot 0,5 m-mv 2 2 tot 1,0 m -mv# 1 tot 3,0 m -mv#

4 x STP GR 2 x STP GW

Berm rechterzijde N18 ter hoogte van Lichtenvoorde

VED-HE-L

1100 m

1

19 tot 0,5 m-mv 2 2 tot 1,0 m -mv# 1 tot 3,0 m -mv#

4 x STP GR 2 x STP GW

Middenberm N18 ter hoogte van Lichtenvoorde

VED-HE-L

300 m

5 tot 1,0 m-mv# 1 1 tot 3,0 m -mv#

2 x STP GR 1 x STP GW

1

Aantal boringen

Aantal peilbuizen

Aantal analyses

30 tot 0,5 m-mv 4 tot 1,0 m-mv# 8 tot 2,0 m-mv 2 tot 2,0 m-mv#

5

11 x STP GR 5 x STP GW

2

9 tot 0,5 m-mv 2 tot 1,0 m-mv# 2 tot 2,0 m-mv

In combi met bovenstaande

3 x STP GR

2

9 tot 0,5 m-mv 2 tot 1,0 m-mv# 2 tot 2,0 m-mv

In combi met bovenstaande

3 x STP GR

50 steken

Nvt

5 x STP RW

2

17

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Deellocatie

Strategie

Omvang

Overige terrein ter hoogte van Lichtenvoorde

ONV-NL (A>1,0) 42.000 m

Watergangen ter hoogte van Lichtenvoorde*

LN

8 vakken

2

Aantal boringen

Aantal peilbuizen

Aantal analyses

31 tot 0,5 m-mv 6 tot 1,0 m-mv# 8 tot 2,0 m-mv 2 tot 3,0 m-mv#

5

9 x STP GR 4 x STP GR# 5 x STP GW

80 steken

Nvt

8 x STP RW

Toelichting bij Tabel 5: # = ten behoeve van fundatie kunstwerk/fietstunnel i.v.m. ontgravingsdiepten (plaatsing aan weerszijden van de N18) A = oppervlakte (in ha)  = percelen zijn allen in eigendom van Rijkswaterstaat  = de watergangen en greppels zijn in eerste instantie onderzocht conform de NEN5720, Uit navraag bij het Waterschap Rijn en IJssel, blijkt dat alleen de watergang die in eigendom is van het Waterschap, dient te zijn onderzocht conform de NEN5720. Voor de overige watergangen en greppels geldt dat deze als landbodem kunnen worden onderzocht. De onderzoeksinspanning bij de overige watergangen en greppels is groter geweest dan conform de NEN5740 hoefde te worden verricht. Ondanks de afwijkende onderzoeksinspanning, betreft het derhalve geen kritische afwijking. * = Vak 1 van de watergangen is in beheer en eigendom van Waterschap Rijn en IJssel ONV-NL = onverdacht, niet lijnvormig LN = lijnvormig water, normale onderzoeksinspanning VED-HE-NL = verdacht, heterogeen belast, niet lijnvormig VED-HE-L = verdacht, heterogeen belast, lijnvormig

Naast de toetsing aan de achtergrond/streef- en interventiewaarden (circulaire Wet bodembescherming), worden de resultaten eveneens getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. De monsternamegegevens (veldwerk) en analyseresultaten worden separaat en digitaal aangeleverd volgens het SIKB protocol.

Landbodem en grond (STP GR): • • • •

Droge stofgehalte. Bodemkenmerken: organisch stof en lutum. Metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. Organische parameters: som-PCB's (polychloorbifenylen; 7), som-PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen; 10) en minerale olie. Grondwater (STP GW): • •

Metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. Vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen, naftaleen. • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen: vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform. • Minerale olie. Waterbodem (STP RW): • • • •

Droge stofgehalte. Bodemkenmerken: organisch stof en lutum. Metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. Organische parameters: som-PCB's (polychloorbifenylen; 7), som-PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen; 10) en minerale olie.

18

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

3.2

Uitvoering veldwerk

Het veldwerk is uitgevoerd in de periode 16 juni 2018 tot 12 september 2018. In het veld is de vrijgekomen grond beoordeeld op de bodemkundige samenstelling. Hierbij zijn eveneens de percentages lutum en organische stof geschat. Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke en op afwijkingen van geur en kleur, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De grond uit de boringen is met behulp van de oliedetectiepan beoordeeld op de aanwezigheid van olieachtige en oppervlakte-actieve stoffen. De uitgeboorde grond van elke boring is per bodemlaag van maximaal 0,5 meter bemonsterd. Voor het bermenonderzoek is op basis van het KAWW de toplaag als 0,4 m-mv bepaald. Deze laag is separaat bemonsterd in tegenstelling tot de reguliere 0,5 meter. Afhankelijk van de bodemopbouw en de veldwaarnemingen is eventueel een kleiner monstertraject gekozen. Na een wachttijd van minimaal een week zijn grondwatermonsters van de geplaatste peilbuizen genomen. In deze periode heeft het evenwicht tussen de grond en het grondwater zich kunnen herstellen. Om een indruk te krijgen van de grondwaterkwaliteit zijn in het veld de zuurgraad (pH), het elektrische geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald. De resultaten van het veldwerk zijn opgenomen in hoofdstuk 4.

De resultaten van het veldwerk gaven aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksopzet (§ 3.1). Vanwege het aantreffen van puinbijmengingen in vijf boringen ter hoogte van berm de Zieuwentseweg en de Richterslaan is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De inspectiegaten zijn weergegeven op de tekening in Bijlage I.

3.3

Uitvoering laboratoriumonderzoek

Voor de analyses van de vaste bodem zijn van zowel de bovengrond als de ondergrond in het laboratorium representatieve mengmonsters samengesteld. De samenstelling van de mengmonsters heeft plaats gevonden op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de locaties van de boringen en/of het bodemtype. De monsters zijn geanalyseerd op de parameters van het standaard pakket. De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De resultaten van het laboratoriumonderzoek gaven aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksopzet (§ 3.1). Om inzicht te krijgen in ruimtelijke verspreiding van een lichte verhoging met minerale olie is een uitsplitsing gedaan door individuele monsters te analyseren.

3.4

Kwaliteitsborging

De genoemde werkzaamheden zijn uitgevoerd in overeenstemming met de regelgeving die bekend is onder de naam Kwalibo (=kwaliteitsborging in het bodembeheer). Arcadis Nederland B.V. is gecertificeerd en erkend voor de genoemde werkzaamheden. Dit houdt in dat: •

De werkzaamheden conform BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 zijn uitgevoerd door een gecertificeerd en erkend bedrijf. Dit rapport draagt daarom het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB’.

Conform de eisen uit de BRL SIKB 2000 melden wij het volgende: •

De werkzaamheden waarop deze rapportage betrekking heeft, zijn conform BRL SIKB 2000 getoetst op partijdigheid. Daarom vermelden wij dat de uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek een ander is dan de eigenaar van het terrein waarop het veldwerk betrekking heeft.

De onafhankelijkheidsverklaring van de veldwerkers is opgenomen in Bijlage E. De afwijkingen op de NEN-normen zijn opgenomen in een tabel in Bijlage E.

19

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

4

RESULTATEN

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek besproken.

4.1

Bodemopbouw en grondwater

De lokale bodemopbouw is afgeleid uit de uitgevoerde boringen en is in Tabel 6 geschematiseerd weergegeven. In Bijlage A zijn de boorstaten opgenomen van de bij het onderzoek uitgevoerde boringen en geplaatste peilbuizen. De ligging van alle boringen en peilbuizen is weergegeven op de tekeningen in Bijlage I.

Tabel 6 Lokale bodemopbouw

Deellocatie

Diepte (m –mv.)

omschrijving

Lichtenvoorde

0–3

Zand, zeer tot matig fijn, zwak tot matig siltig

Zwolseweg

0 - 0,5

Zand, matig fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig, zwak tot matig grindig

0,5 - 3,5

Zand, matig fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig, zwak tot matig grindig, plaatselijk leem, sterk zandig

Het grondwater is tijdens het onderzoek aangetroffen tussen de 1,72 en 2,32 m –mv.

4.2

Veldwaarnemingen

4.2.1

Grond (land- en waterbodem)

De bij de boringen vrijkomende grond is in het veld onderzocht op (zintuiglijk) waarneembare kenmerken. In de boorstaten (Bijlage A) zijn deze waarnemingen per boring weergegeven. In Tabel 7 zijn de waarnemingen samengevat die kunnen wijzen op bodemverontreiniging. Uit de beschrijvingen blijkt dat bij enkele verrichte grondboringen waarnemingen zijn gedaan die duiden op de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging. Het betreft hier met name resten, sporen, brokken of zwakke bijmengingen met puin, baksteen of asfalt. In het waterbodemmonster geen zijn waarnemingen gedaan die duiden op de (mogelijke) aanwezigheid van (water)bodemverontreiniging.

Tabel 7 Zintuiglijke waarnemingen

Boring

Diepte (m-mv)

Bijmengingen

Olie/water-reactie

B12

0,00 - 0,60

puin, zwak keien, zwak

geen

B12a

0,00 - 0,60

baksteen, sporen asfalt, sporen

geen

B15

0,00 - 0,40

puin, sporen keien, zwak grind, sporen wortels, zwak

geen

20

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Boring

Diepte (m-mv)

Bijmengingen

Olie/water-reactie

B15a

0,00 - 0,50

baksteen, zwak

geen

B45

0,40 - 0,50

puin, sporen

geen

B45a

0,00 - 0,50

baksteen, sporen

geen

B46

0,30 - 0,70

puin, zwak

geen

Boring

Diepte (m-mv)

Bijmengingen

Olie/water-reactie

B46a

0,00 - 0,70

baksteen, sporen beton, sporen

geen

B50

0,10 - 0,50

puin, zwak wortels, zwak

geen

B50a

0,00 - 0,50

baksteen, sporen

geen

B53a

0,00 - 0,50

baksteen, sporen

geen

L14

0,00 - 0,40

wortels, matig baksteen, sporen

geen

LZ07

0,00 - 0,40

asfalt, sporen

geen

M03

0,00 - 0,50

asfalt, brokken puin, zwak wortels, zwak plastic, resten

geen

R18

0,00 - 0,50

wortels, zwak puin, zwak baksteen, sporen asfalt, brokken

geen

R19

0,00 - 0,50

baksteen, resten beton, resten metselpuin, resten plastic, resten

geen

R22

0,00 - 0,50

baksteen, resten beton, resten

geen

RZ11

0,00 - 0,50

asfalt, sporen

geen

RZ12

0,00 - 0,50

asfalt, sporen

geen

Asbest In diverse boringen zijn tijdens de uitvoering van het onderzoek zwakke antropogene bijmengingen met puin aangetroffen. Visueel is hierin geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de veldwaarnemingen in combinatie met de uit het vooronderzoek verzamelde informatie kan echter onvoldoende worden onderbouwd of gemotiveerd dat het puin(granulaat) eenduidig definieerbaar is en gezien typering, ouderdom, bijmengingen en historisch onderzoek niet kan worden gerelateerd aan asbest. Naar aanleiding van het bovenstaande is er een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de drie deellocaties. De inspectiegaten zijn opgenomen in de tekeningen in Bijlage I. De analyseresultaten zijn weergegeven in hoofdstuk 4.3.4.

21

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Tabel 8 Samenvatting onderzoeksopzet asbest Deellocatie

Strategie

Middenberm N18

Verdachte per boring beoordeeld bovengrond, diffuse 2 370 m bodembelasting, heterogeen per boring beoordeeld verdeeld 2 600 m

Kruising N18 - Zieuwentseweg Kruising N18 - Richterslaan Richterslaan

4.2.2

Omvang

Aantal inspectiegaten

Aantal analyses

1

1

2

2

3

3

4

2

Grondwater

In Tabel 9 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwateronderzoek weergegeven.

Tabel 9 Veldmetingen grondwater

Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Datum monstername

grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

B02

2,2-3,2

12-9-2018

2,24

6,44

1673

84,4

B08

2,5-3,5

12-9-2018

2,28

6,9

518

69,9

B10

2,2-3,2

12-9-2018

2,44

7,4

720

48,1

B15

2,2-3,2

12-9-2018

2,10

6,77

397

26

B17

2,0-3,0

12-9-2018

2,15

7,21

1830

102

B29

2,3-3,3

12-9-2018

1,72

7,3

2270

55,8

B51

2,7-3,7

12-9-2018

2,51

5,69

155

25,9

BZ06

2,0-3,0

28-8-2018

1,89

4,96

247

6,3

BZ16

2,0-3,0

28-8-2018

1,92

4,83

358

8,7

BZ24

2,3-3,3

12-9-2018

2,15

4,33

1284

481

BZ36

2,5-3,5

12-9-2018

2,32

5,46

225

42,6

BZ49

2,5-3,5

12-9-2018

2,32

5,05

418

65,8

Plaatselijk is een (sterk) verhoogde NTU gemeten (een watermonster met een waarde >10 NTU wordt als troebel beschouwd). De zuurgraad en/of het geleidingsvermogen van het grondwater van de peilbuizen bij de Zwolseweg (BZ06, BZ16, BZ24, BZ36 en BZ49) zijn laag te noemen voor dit type bodem. Deze afwijkende waarden kunnen een indicatie zijn voor bodemverontreiniging.

4.3

Laboratoriumonderzoek en toetsing analyseresultaten

De chemische analyses van de monsters geven informatie over de aanwezigheid en de gehalten van de onderzochte stoffen. De analysecertificaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in Bijlage B. Toetsing van de analyseresultaten van grond- en grondwater heeft plaatsgevonden aan het toetsingskader zoals gedefinieerd in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007.

22

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Toetsing van de analyseresultaten van waterbodem heeft plaatsgevonden aan het toetsingskader zoals gedefinieerd in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007 als zijnde landbodem. Daarnaast zijn de analyseresultaten getoetst aan de waterbodemtoetsing T5 en T6 (verspreidbaar op aangrenzende percelen en in zoet oppervlaktewater). De gemeten gehalten voor grond zijn gecorrigeerd naar een standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof). De resultaten van toetsing van de analyses zijn, inclusief correctie naar een standaard bodem, opgenomen in Bijlage C. Om de mate van bodemverontreiniging aan te geven wordt in de voorliggende rapportage de volgende terminologie gebruikt: • • •

Niet verontreinigd: Index ≤ 0,0 (gehalte ≤ AW (achtergrondwaarde) / S (streefwaarde)). Licht verontreinigd: Index > 0,0 ≤ 1,0 (AW / S < gehalte ≤ I (interventiewaarde)). Sterk verontreinigd: Index > 1,0 (gehalte > I).

Daarnaast is een toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007 uitgevoerd. Deze toetsing geeft een indicatieve indruk over de toepassingsmogelijkheden van eventueel vrijkomende grond. De resultaten zijn getoetst aan het generieke beleid, zoals vastgesteld in de Regeling bodemkwaliteit. Een uitgebreide toelichting op het toetsingskader is weergegeven in Bijlage D. Mengmonster MMM01 van de bovengrond in de middenberm ter hoogte van Lichtenvoorde is uitgesplitst geanalyseerd op minerale olie. In het mengmonster is een licht verhoogd gehalte minerale olie aangetoond, die indicatief voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Niet toepasbaar. Hierdoor zou een groot oppervlakte als indicatief Niet toepasbaar beschouwd moeten worden. Om de omvang van de eventuele verontreiniging met minerale olie inzichtelijk te maken, zijn de individuele grondmonsters uit het mengmonster MMM01 op minerale olie geanalyseerd. Mengmonster BMM02 van de bovengrond bij de kruising N18 - Zieuwentseweg is uitgesplitst en geanalyseerd op PAK. In het mengmonster is een matig verhoogd gehalte PAK aangetoond. Een matig verhoogd gehalte in een mengmonster kan duiden op een sterke verontreiniging in een van de individuele grondmonsters. Om meer duidelijkheid te krijgen is besloten de individuele grondmonsters waaruit het mengmonster is samengesteld, op PAK te analyseren.

Omdat de conserveringstermijn voor PAK slechts 5 dagen betreft, zijn op dezelfde locatie nieuwe boringen geplaatst en monsters van de bovengrond genomen. In peilbuis BZ24 zijn een matige verhoging met barium en een sterke verhoging met lood aangetoond. Om vast te stellen of dit een eenmalig resultaat is, heeft een herbemonstering plaatsgevonden om vast te stellen of deze zware metalen daadwerkelijk in matige en sterke verhoging aanwezig zijn.

4.3.1

Grond

De resultaten van toetsing van de grondmonsters zijn samengevat in Tabel 10.

Tabel 10 Samenvatting toetsingsresultaten grond

Analyse code

Deelmonsters Diepte (m-mv) > AW (index)

> I (index)

Klasse Bbk (indicatief)

Deellocatie: Lichtenvoorde (onverdacht) BMM01

B12-1, B15-1

0,00 - 0,50

PAK VROM (0,10)

-

WO

BMM02

B11-1, B13-1, B14-1, B14-2

0,00 - 0,50

Min.olie (0,05), PAK VROM (0,53), PCB7 (0,01)

-

IND

BMM03

B12-3, B13-2, B15-3

0,50 - 1,05

PAK VROM (0,02)

-

AW

BMM04

B45-2, B46-2, B50-2

0,10 - 0,70

-

-

AW

23

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Analyse code

Deelmonsters Diepte (m-mv) > AW (index)

> I (index)

Klasse Bbk (indicatief)

BMM05

B40-1, B41-1, B42-1, B43-1, B44-1, B47-1, B48-1, B49-1, B51-1

0,00 - 0,50

Min.olie (0,03)

-

IND

BMM06

B42-2, B46-3, B51-2, B51-3

0,50 - 1,00

-

-

AW

Analyse code

Deelmonsters

Diepte (m-mv)

> AW (index)

> I (index)

Klasse Bbk (indicatief)

BMM07

B06-7, B08-8, B11A-7, B15-8

2,50 - 3,10

-

-

AW

BMM08

B01-1, B02-1, B03-1, B04-1, B05-1, B06-1, B07-1, B08-1, B09-1, B52-1

0,00 - 0,50

PAK VROM (0,04)

-

WO

BMM09

B02-2, B03-2, B06-2, B08-3, B09-2

0,50 - 1,00

PAK VROM (0,08)

-

WO

BM10

B10-2

0,40 - 0,80

-

-

AW

BMM11

B16-1, B17-1, B18-1, B19-1, B20-1, B21-1, B22-1, B23-1, B24-1, B37-1

0,00 - 0,50

-

-

AW

BMM12

B25-1, B26-1, B31-1, B32-2, B33-1

0,00 - 0,50

PAK VROM (0,01), PCB7 (0,05)

-

IND

BMM13

B17-2, B17-3, B22-2, B32-3, B33-2, B37-2, B37-3

0,50 - 1,00

-

-

AW

BMM14

B27-1, B28-1, B30-1, B34-1, B53-1

0,00 - 0,50

-

-

AW

BMM15

B27-2, B28-2, B34-3

0,50 - 1,00

-

-

AW

BMM16

B38-1, B39-1

0,00 - 0,50

PCB7 (0,01)

-

AW

Uitsplitsing BMM02 (PAK VROM) B11pak-1

B11pak-1

0,00 - 0,50

-

-

AW

B13pak-1

B13pak-1

0,00 - 0,50

PAK VROM (0,04)

-

WO

B14pak-1

B14pak-1

0,00 - 0,50

-

-

AW

24

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Analyse code

Deelmonsters Diepte (m-mv) > AW (index)

> I (index)

Klasse Bbk (indicatief)

Deellocatie: Lichtenvoorde linkerberm LMM01

L01-1, L03-1, L05-1, L06-1

0,00 - 0,40

-

-

AW

LMM02

L07-1, L09-1, L11-1, L12-1

0,00 - 0,40

PCB7 (0,01)

-

AW

LMM03

L13-1, L15-1, L16-1, L18-1

0,00 - 0,40

-

-

AW

Analyse code

Deelmonsters

Diepte (m-mv)

> AW (index)

> I (index)

Klasse Bbk (indicatief)

LMM04

L19-1, L20-1, L21-1, L22-1

0,00 - 0,40

-

-

AW

L14-1

L14-1

0,00 - 0,40

PAK VROM (0,02)

-

AW

LOG01

L07-2, L07-3, L20-3

0,40 - 1,20

-

-

AW

Deellocatie: Lichtenvoorde middenberm MMM01

M01-1, M02-1, M04-1

0,00 - 0,40

Min.olie (0,13), PCB7 (0,05)

-

NT

MMM02

M05-1, M06-1

0,00 - 0,40

-

-

AW

MOGMM01

M01-3, M02-3, M05-3, M06-2

0,40 - 1,00

-

-

AW

M03-2

M03-2

0,40 - 0,90

Lood (0) Min.olie (0,01), PAK VROM (0,02), PCB7 (0,08)

-

IND

Uitsplitsing MMM01 (minerale olie) M01-1

M01-1

0,00 - 0,40

-

-

AW

M02-1

M02-1

0,00 - 0,40

-

-

AW

M04-1

M04-1

0,00 - 0,40

-

-

AW

Deellocatie: Lichtenvoorde rechterberm RMM01

R01-1, R03-1, R04-1, R06-1

0,00 - 0,40

Min.olie (0,02), PAK VROM (0,35)

-

IND

RMM02

R07-1, R09-1, R10-1

0,00 - 0,40

Co (0), Min.olie (0,03), Ni (0,09), Pb (0,04), PCB7 (0)

-

IND

RMM03

R12-1, R13-1, R17-1

0,00 - 0,40

PAK VROM (0,04)

-

WO

RMM04

R20-1, R21-1

0,00 - 0,40

Min.olie (0,09)

-

NT 25

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Analyse code

Deelmonsters Diepte (m-mv) > AW (index)

> I (index)

Klasse Bbk (indicatief)

ROGMM01

R06-3, R07-2, R18-3, R22-3

PAK VROM (0,03), PCB7 (0,06)

-

IND

0,40 - 1,00

Deellocatie: Zwolseweg onverdacht BZMM01

BZ31-1, BZ33-1, 0,00 - 0,50 BZ36-1, BZ37-1, BZ40-1, BZ42-1, BZ44-1, BZ46-1, BZ48-1, BZ49-1

Min.olie (0,01), PAK VROM (0,04)

-

IND

Analyse code

Deelmonsters

> AW (index)

> I (index)

Klasse Bbk (indicatief)

BZMM02

BZ31-2, BZ36-2, 0,20 - 1,00 BZ40-2, BZ49-2

-

-

AW

BZMM03

BZ01-1, BZ02-1, 0,00 - 0,50 BZ03-1, BZ04-1, BZ05-1, BZ06-1, BZ07-1, BZ08-1

-

-

AW

BZMM04

BZ09-1, BZ10-1, 0,00 - 0,50 BZ11-1, BZ12-1, BZ13-1, BZ14-1, BZ15-1, BZ16-1

-

-

AW

BZMM05

BZ17-1, BZ18-1, 0,00 - 0,50 BZ19-1, BZ20-1, BZ21-1, BZ21-2, BZ22-1, BZ23-1

PAK VROM (0), Min.olie (0,02)

-

IND

BZMM06

BZ02-2, BZ06-2, 0,40 - 1,00 BZ13-2, BZ16-2

-

-

AW

BZMM07

BZ17-3, BZ18-2, 0,50 - 1,00 BZ19-2, BZ21-4

-

-

AW

BZMM08

BZ25-1, BZ26-1, 0,00 - 0,50 BZ27-1, BZ28-1, BZ29-1, BZ30-1

PAK VROM (0,02)

-

AW

BZMM09

BZ34-1, BZ35-1, 0,00 - 0,50 BZ38-1, BZ41-1, BZ43-1, BZ45-1

-

-

AW

BZMM10

BZ25-2, BZ25-3, 0,50 - 1,30 BZ28-3

-

-

AW

BZMM11

BZ29-3, BZ30-3, 0,50 - 1,30 BZ43-2

-

-

AW

Diepte (m-mv)

Deellocatie: Zwolseweg linkerberm LZMM01

LZ01-1, LZ03-1, LZ05-1, LZ06-1

0,00 - 0,50

Min.olie (0,01)

-

IND

LZM02

LZ07-1

0,00 - 0,40

PAK VROM (0,02)

-

AW

LZMM03

LZ08-1, LZ10-1,

0,00 - 0,40

Min.olie (0)

-

IND

26

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Analyse code

Deelmonsters Diepte (m-mv) > AW (index)

> I (index)

Klasse Bbk (indicatief)

LZ12-1, LZ13-1 Deellocatie: Zwolseweg rechterberm RZMM01

RZ01-1, RZ02-1, 0,00 - 0,40 RZ04-1, RZ05-1

Min.olie (0,01)

-

IND

RZMM02

RZ06-1, RZ08-1, 0,00 - 0,40 RZ09-1, RZ10-1

-

-

AW

RZMM03

RZ11-1, RZ12-1

-

-

AW

0,00 - 0,40

Toelichting bij tabel 10: Circulaire bodemsanering

Regeling bodemkwaliteit

> AW >I n.v.t.

AW WO IND NT

Geen van de geanalyseerde stoffen > AW Gehalte groter dan achtergrondwaarde Gehalte groter dan interventiewaarde Niet van toepassing

Achtergrondwaarden (Altijd toepasbaar) Bodemkwaliteitsklasse Wonen Bodemkwaliteitsklasse Industrie Niet Toepasbaar

De resultaten van de toetsing van de bodemmonsters uit de greppels en sloten zijn samengevat in Tabel 11.

Tabel 11 Samenvatting toetsingsresultaten

Analyse code

Deelmonsters

Diepte (m-mv)

> AW (index) (indicatief)

Klasse Bbk (indicatief)

Deellocatie: waterbodem Lichtenvoorde V2MM01

V201-1, V202-1, V203-1, V204-1, V205-1, V206-1, V207-1, V208-1, V209-1, V210-1

0,00 - 0,40

Cu (0,05), Min.olie (0,03), Pb (0,16), PCB7 (0), Zn (0)

IND

V3MM01

V301-1, V302-2, V303-2, V304-2, V305-2, V306-1, V307-2, V308-2, V309-1, V310-1

0,00 - 0,50

-

AW

V4MM01

V401-1, V402-1, V403-1, V404-1, V405-1, V406-1, V407-1, V408-1, V409-1, V410-1

0,00 - 0,50

-

AW

V5MM01

V501-1, V502-1, V503-1, V504-1, V505-1, V506-1, V507-1, V508-1, V509-1, V510-1

0,00 - 0,30

-

AW

V6MM01

V601-1, V602-1, V603-1, V604-1, V605-1, V606-1, V607-1, V608-1, V609-1, V610-1

0,00 - 0,50

-

AW

V7MM01

V701-1, V702-1, V703-1, V704-1,

0,00 - 0,50

-

AW

27

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Analyse code

Deelmonsters

Diepte (m-mv)

> AW (index) (indicatief)

Klasse Bbk (indicatief)

0,00 - 0,40

-

AW

V705-1, V706-1, V707-1, V708-1, V709-1, V710-1 V8MM01

V801-1, V802-1, V803-1, V804-1, V805-1, V806-1, V807-1, V808-1, V809-1, V810-1

Deellocatie: waterbodem Zwolseweg S1MM01

S101-1, S102-1, S103-1, S104-1, S105-1, S106-1, S107-1, S108-1, S109-1, S110-1

0,00 - 0,50

PAK VROM (0,10)

WO

S2MM01

S201-2, S202-2, S203-2, S204-2, S205-2, S206-2, S207-2, S208-2, S209-2, S210-2

0,10 - 0,50

-

AW

S3MM01

S301-1, S302-1, S303-1, S304-1, S305-1, S306-1, S307-1, S308-1, S309-1, S310-1

0,00 - 0,50

-

AW

S4MM01

S401-1, S402-1, S403-1, S404-1, S405-1, S406-1, S407-1, S408-1, S409-1, S410-1

0,00 - 0,30

Pb (0,01)

AW

S5MM01

S501-1, S502-1, S503-1, S504-1, S505-1, S506-1, S507-1, S508-1, S509-1, S510-1

0,00 - 0,20

PAK VROM (0,03)

AW

Toelichting bij Tabel 11: Circulaire bodemsanering

Regeling bodemkwaliteit

> AW >I n.v.t.

AW WO IND NT

Geen van de geanalyseerde stoffen > AW Gehalte groter dan achtergrondwaarde Gehalte groter dan interventiewaarde Niet van toepassing

4.3.2

Achtergrondwaarden (Altijd toepasbaar) Bodemkwaliteitsklasse Wonen Bodemkwaliteitsklasse Industrie Niet Toepasbaar

Grondwater

De resultaten van toetsing van de grondwatermonsters zijn samengevat in Tabel 12. Tabel 12 Samenvatting toetsingsresultaten grondwater

Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Datum monstername

> S (index)

> I (index)

B02

2,20 - 3,20

12-9-2018

Ni (0,47), Cd (0,01), Ba (0,26)

-

28

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Datum monstername

> S (index)

> I (index)

B08

2,50 - 3,50

12-9-2018

-

-

B10

2,20 - 3,20

12-9-2018

Ba (0,09)

-

B15

2,20 - 3,20

12-9-2018

Ni (0,20), Ba (0,07)

-

B17

2,00 - 3,00

12-9-2018

Ba (0,24)

-

B29

2,30 - 3,30

12-9-2018

Ba (0,45)

-

B51

2,70 - 3,70

12-9-2018

Naftaleen (0)

-

BZ06

2,00 - 3,00

28-8-2018

-

-

BZ16

2,00 - 3,00

28-8-2018

-

-

BZ24

2,30 - 3,30

12-9-2018

Ba (0,77)

Pb (1,13)

11-10-218

Ba (0,9)

Pb (1,58)

BZ36

2,50 - 3,50

12-9-2018

Ba (0,03), Hg (0,08)

-

BZ49

2,50 - 3,50

12-9-2018

Ni (0,67), Cd (0,02), Ba (0,04)

-

Toelichting bij Tabel 12: -

Geen van de geanalyseerde stoffen > S

>S

Concentratie groter dan de streefwaarde

>I

Concentratie groter dan de Interventiewaarde

4.3.3

Waterbodem

De resultaten van de toetsing van het waterbodemmonster is samengevat in Tabel 13. Tabel 13 Samenvatting toetsingsresultaten waterbodem

Analyse code

Deelmonsters

Diepte (m-mv)

T1

T5

T6

Altijd toepasbaar

Verspreidbaar

Verspreidbaar

Deellocatie: waterbodem Lichtenvoorde V1MM01

V101-1, V102-1, V103-1, 0,00 - 0,30 V104-1, V105-1, V106-1, V107-1, V108-1, V109-1, V110-1

Toelichting bij Tabel 13: T1 T5 T6

Toetsing waterbodem: Besluit Bodemkwaliteit Toetsing waterbodem: Verspreidbaar op aangrenzende percelen Toetsing waterbodem: Verspreidbaar in zoet wateroppervlakte

29

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

4.3.4

Asbest

De resultaten van asbestanalyses zijn samengevat in Tabel 14.

Tabel 14 Samenvatting analyseresultaten asbest

(Deel)locatie

Proefgaten

Traject (m –mv.)

Gehalte grond (mg/kg d.s.)

Gehalte verzamelmonster (mg)

Gewogen gehalte (mg/kg d.s.)

Wbb

Bbk

Lichtenvoorde middenberm

M03

0,0 – 0,5

<1

-

<1

< AW

AW

Lichtenvoorde rechterberm

R18

0,0 – 0,5

<1

-

<1

< AW

AW

R19

0,0 – 0,5

8,6

2400

45

> AW

WO

R22

0,0 – 0,5

<1

-

<1

< AW

AW

B12a

0,0 - 0,6

<1

-

<1

< AW

AW

B15a

0,0 - 0,5

<1

-

<1

< AW

AW

B45a, B50a, B53a

0,0 - 0,5

<1

-

<1

< AW

AW

B46a

0,0 - 0,7

<1

-

<1

< AW

AW

Lichtenvoorde Zieuwentseweg

Lichtenvoorde Richterslaan

Toelichting bij Tabel 14: Circulaire bodemsanering (Wbb) Geen van de geanalyseerde stoffen > AW > AW Gehalte groter dan achtergrondwaarde >I Gehalte groter dan interventiewaarde n.v.t. Niet van toepassing

4.4

Interpretatie

4.4.1

Grond

AW WO IND NT

Regeling bodemkwaliteit Achtergrondwaarden (Altijd toepasbaar) Bodemkwaliteitsklasse Wonen Bodemkwaliteitsklasse Industrie Niet Toepasbaar

Lichtenvoorde Ter hoogte van Lichtenvoorde zijn plaatselijk in de bovengrond licht verhoogde gehalten PAK, PCB en minerale olie aangetoond. In de bovengrond van de rechterberm zijn daarnaast licht verhoogde gehalten nikkel en lood aangetoond. Naast deze licht verhoogde gehalten zware metalen is er geen duidelijk verschil zichtbaar in de bodemkwaliteit van de bermen ten opzichte van de onverdachte deellocatie. De licht verhoogde gehalten in de bovengrond van de onverdachte deellocatie zijn aangetoond nabij de kruisingen met de Zieuwentseweg en de Richterslaan. De verhoogde gehalten lijken zich te concentreren nabij de kruisingen en de zijwegen (Zieuwentseweg en Richterslaan). Het verkeer op deze wegen is een bron van verontreiniging door afstromend wegwater en depositie door de lucht. Met de uitsplitsing van mengmonster MMM01 van de bovengrond zijn in de bovengrond van de middenberm geen verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. De middenberm valt hiermee indicatief binnen de bodemkwaliteitsklasse Industrie (vanwege PCB). De uitsplitsing van mengmonster BMM02 toont geen matig verhoogde gehalten PAK meer aan. Alleen in B13pak is een licht verhoogd gehalte PAK aangetoond. De bovengrond valt daarmee indicatief binnen de bodemkwaliteitsklasse Industrie (vanwege minerale olie).

In de ondergrond is een lichte verhoogd gehalte PAK aangetoond in de rechter- en middenberm ter hoogte van Lichtenvoorde en ter hoogte van de kruising tussen de Zieuwentseweg en de Lakendijk. In de ondergrond van boring M03 zijn licht verhoogde gehalten PAK, PCB en minerale olie aangetoond. Het 30

VERKENNEND BODEMONDERZOEK N18 TE LICHTENVOORDE

monster is representatief voor de zintuiglijk schone bodemlaag onder de bodemlaag waarin zintuiglijk puin, asfalt en plastic is aangetroffen. De middenberm is het meest blootgesteld aan de invloed van het verkeer. Ook de aanwezigheid van verdachte bijmengingen in de bovengrond kunnen als de oorzaak van de lichte verontreinigingen in de ondergrond worden aangewezen. In de ondergrond zijn elders ter hoogte van Lichtenvoorde geen verhogingen aangetoond. De boven- en ondergrond van de linkerberm voldoet indicatief aan de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. De verhogingen aangetoond onder de bodemlaag met zintuiglijke verontreinigingen in de middenberm bij de kruising N18-Zieuwentseweg voldoet indicatief aan de kwaliteitsklasse Industrie. De zintuiglijk schone bovengrond van de middenberm voldoet indicatief aan de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Mogelijk dat de aangetroffen bijmengingen de oorzaak zijn van de verhogingen in de bodemlaag eronder. De rechterberm voldoet over het algemeen indicatief aan de klasse Industrie. In het traject tussen de kruispunten met de Zieuwentseweg en de Richterslaan voldoet het deel van de rechterberm indicatief aan de kwaliteitsklasse Wonen. Ter hoogte van de kruising N18-Richterslaan voldoet de rechterberm indicatief aan de kwaliteitsklasse Niet toepasbaar.

Met deze indicatieve kwaliteitsklassen dient rekening gehouden te worden bij het graven in en mogelijk afvoeren van grond. De definitieve kwaliteitsklasse moet worden vastgesteld met een partijkeuring volgens de BRL SIKB 1000, protocol 1001 (AP04). In de slootbodem van vak 2, zijn licht verhoogde gehalten koper, lood en minerale olie aangetoond. Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, voldoet de slootbodem aan de bodemkwaliteitsklasse Industrie. De sloot die onderzocht is als vak 2 ligt dicht bij het wegdek van de N18. Afstromend wegwater vormt mogelijk de bron van de licht verhoogde gehalten met koper, lood en minerale olie. In de bodem van de overige greppels en sloten, zijn analytisch geen verhoogde gehalten van de onderzochte stoffen aangetoond. Deze greppels en sloten liggen op grotere afstand van het wegdek waardoor het afstromende wegwater voldoende kan infiltreren in de bermbodem. Hierdoor zijn in deze vakken geen verhoogde gehalten aangetoond. Ter hoogte vak 2 zijn werkzaamheden gepland voor de aanleg van de fietstunnel. Mocht de bodem van de sloot ter plaatse van vak 2 (gedeeltelijk) worden afgegraven, dan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van de licht verhoogde gehalten met koper, lood en minerale olie (bodemkwaliteitsklasse Industrie).

Zwolseweg Ter hoogte van de Zwolseweg zijn plaatselijk in de bovengrond licht verhoogde gehalten PAK en minerale olie aangetoond. De licht verhoogde gehalten zijn in de bovengrond van de bermen en van de onverdachte deellocatie aangetoond. Als er op boorpuntniveau naar de aangetoonde verhogingen gekeken wordt, lijkt er een verband te zijn met de aanwezigheid van de wegen. Alleen in de bovengrond bij de parallelweg en de Zwolseweg zijn lichte verhogingen aangetoond. Mogelijk dat het verkeer op de Zwolseweg en parallelweg een bron van verontreiniging is door afstromend wegwater en depositie door de lucht. In de ondergrond zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde of detectielimiet aangetoond. In de bodem van de greppel ter hoogte van vak 1 en de sloot ter hoogte van vak 5, zijn licht verhoogde gehalten PAK aangetoond. In de bodem van de sloot ter hoogte van vak 4, is een licht verhoogd gehalten lood aangetoond. De bodem is indicatief getoetst als landbodem met een bodemkwaliteitsklasse Wonen. De bodem van de overige greppels en sloten, inclusief die binnen vak 4 en 5, voldoen indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde.

4.4.2

Grondwater

De troebelheid van de genomen grondwatermonsters is conform de NEN5744+C1 met behulp van een veldmeting bepaald. Omdat de troebelheid groter dan 10 NTU is kan worden gesteld dat de bemonstering van het grondwater van invloed is geweest op de helderheid en derhalve dat de troebelheid van invloed is op de analyseresultaten. Troebelheid heeft met name invloed op de concentraties van verontreinigingen die zich aan de bodemdeeltjes binden (zoals hydrofobe verontreinigingen, zware metalen, organische stoffen). Bij analyse op metalen wordt het grondwatermonster gefiltreerd met een 45 µm filter bij monstername, waardoor de mogelijke invloed van troebelheid op de analyseresultaten weer grotendeels teniet wordt gedaan. Echter kunnen metalen zich ook binden aan bodemdeeltjes <45 µm, met name lutum. 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10318782/1