bp n18 zieuwentseweg toelichting bijlage 15 ontheffing wnb inzake vleermuizen
Tekst van het document
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
)OOST GELRE
31 MRT 2021
> Retouradres Postbus 40225, 8004 DE Zwolle
Gemeente Oost-Geire t.a.v. J. Berentsen Postbus 17 7131 AA LICHTENVOORDE
i 1
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Postbus 40225, 8004 DE Zwolle mijn.rvo.nl
T 088 042 42 42 wnb@rvo.nl
Onze referentie Aanvraagnummer 5190024442776
Datum 29 maart 2021 Betreft Beslissing op aanvraag Geachte heer Berentsen,
Kenmerk WNB/2020/034.toek
Bijlagen 3
Op 1 oktober 2020 heeft u een ontheffing aangevraagd. Ik heb uw aanvraag met de aanvullingen van 8 februari 2021 beoordeeld. In deze brief licht ik dit nader toe en leest u wat mijn beslissing is.
Inhoud aanvraag De aanvraag heeft betrekking op de realisatie van het project 'N18 MV3 Zieuwentseweg', gelegen in de gemeente Oost Gelre. Het project betreft een reconstructie van de N18. De werkzaamheden bestaan uit het verbreden en deels verleggen van de huidige parellelweg aan de noordzijde van de N18, het aanleggen van een fietstunnel ten hoogte van de kruising met de Zieuwentseweg (N312) en het wijzigen van de kruising aan de Richterslaan. Hierbij zal een deel van de huidige beplanting moeten wijken. Tevens wordt voor dit gebied het verlichtingsplan gewijzigd. U vraagt ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5, lid 4 van de Wet natuurbescherming voor wat betreft exemplaren van de gewone dwergvleermuis {Pipistrellus pipistrellus) en de laatvlieger {Eptesicus serotinus).
Besluit Ik verleen u voor de periode van 1 augustus 2021 tot en met 30 juni 2023 ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5, lid 4 voor zover dit betreft het voortplantings- of rustplaatsen beschadigen of vernielen van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger.
Pagina 1 van 8
De overwegingen die ten grondslag hebben gelegen aan dit besluit worden in bijlage 1 toegelicht.
Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden: Algemene voorschriften a. a.
b. c.
d.
e.
f.
9-
De ontheffing wordt slechts voor de hierboven genoemde soort(en) en beschreven verboden handelingen verleend. Deze ontheffing geldt alleen voor de werkzaamheden die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. Deze ontheffing geldt alleen voor de werkzaamheden die vallen onder de bevoegdheid van onze minister conform artikel 1.3 van de wet. Het gebied waarvoor de ontheffing geldt, betreft het plangebied voor de realisatie van het project'N18 MV3 Zieuwentseweg', gelegen in de gemeente Oost-Geire en omvat een gedeelte van de Europaweg (N18) met parallelweg, tussen de aansluiting met de Zieuwentseweg (N312) en de Richterslaan, aan de noordzijde van Lichtenvoorde, aan de Europaweg 5, Europaweg 9 en de Boschlaan 2, één en ander zoals is weergegeven in figuur 2-1 van het bij de aanvraag gevoegde rapport 'Activiteitenplan reconstructie N18 Lichtenvoorde' van 4 februari 2021 (bijlage 2 bij dit besluit).
De ontheffinghouder dient onverwijld contact op te nemen met het bevoegd gezag indien bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen of andere handelingen als bedoeld in voorschrift b noodzakelijk zijn, ze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing en de bijbehorende brief op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. De ontheffinghouder dient, zodra de datum waarop de werkzaamheden zullen aanvangen bekend is, het bijgevoegde meldingsformulier volledig in te vullen en naar het bevoegd gezag te zenden.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Datum 29 maart 2021
Onze referentie Aanvraagnummer
5190024442776
Kenmerk WNB/2020/034.toek
Pagina 2 van 8
Specifieke voorschriften h. U dient, met in achtneming van onderstaande voorschriften, de maatregelen uit te voeren zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het bij de aanvraag gevoegde rapport 'Activiteitenplan reconstructie N18 Lichtenvoorde' van 4 februari 2021 (bijlage 3 bij dit besluit). i. U dient bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met de actieve periode van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Deze loopt globaal van april tot en met oktober. Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden kan deze periode langer dan wel korter zijn. De geschiktheid van de periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden dient te worden bepaald door een deskundige op het gebied van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. J- Bij het opstellen van het verlichtingsplan dient een deskundige op dit gebied te worden betrokken. Tevens dient het verlichtingsplan minimaal twee weken voorafgaand aan de start van de werkzaamheden ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederiand Datum 29 maart 2021
Onze referentie Aanvraagnummer 5190024442776 Kenmerk WNB/2020/034.toek
Overige voorschriften k. De werkzaamheden en bovengenoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige^ op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. l. U dient een ecologisch werkprotocol op te stellen met daarin bovengenoemde voorschriften. Alle betrokken partijen, met name de uitvoerenden op de bouwof projectlocatie, dienen van het werkprotocol op de hoogte te worden gesteld. m. Indien blijkt dat de in de ontheffing gestelde termijn niet voldoende is om de werkzaamheden waarop de ontheffing betrekking heeft uit te voeren, dient u, minimaal vier maanden voor het verstrijken van deze termijn, een verzoek tot verlenging van de ontheffing in te dienen. Dit voorkomt onnodige vertraging van het project.
Bezwaar
Als u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u binnen zes weken na verzending van deze brief digitaal of schriftelijk een bezwaarschrift indienen. De datum bovenaan deze brief is de verzenddatum. Een digitaal bezwaarschrift kunt u indienen via mijn.rvo.nl/bezwaar. Als u schriftelijk bezwaar wilt maken, stuurt u het ondertekende bezwaarschrift naarde Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, postbus 40219, 8004 DE Zwolle.
i"i 'Onder een ecologisch deskundige verstaan wij een persoon die ecologisch advies verstrekt of werkzaamheden
begeleidt op het gebied van habitats en soorten en die schriftelijk aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis heeft."
Pagina 3 van 8
Vermeld in uw bezwaarschrift in ieder geval onze referentie, het briefkenmerk en de datum van de beslissing waartegen u bezwaar maakt. U vindt onze referentie en het briefkenmerk in de rechter kantlijn van deze brief.
Meer informatie Heeft u nog vragen, kijk dan op onze website mijn.rvo.nl. Of bel ons: 088 042 42 42 (lokaal tarief).
Rijksdienst voor Ondernemend Nederiand Datum 29 maart 2021
Onze referentie Aanvraagnummer
5190024442776
Kenmerk WNB/2020/034.toek
Met vriendelijke groet,
De Minister van ze: namens
Arjan Wierda Teammanager Vergunningen Natuur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Pagina 4 van 8
Bijlage 1: Overwegingen Wet natuurbescherming
Instandhouding van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger Artikel 3.5, lid 4 H/et natuurbescherming
De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger zijn in het plangebied aangetroffen. Verspreid over het onderzoeksgebied zijn foeragerende en langsvliegende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers aangetroffen. Er wordt onder andere gefoerageerd bij de opgaande groenstructuren langs de Europaweg, de Boschlaan en de Parallelweg. De gewone dwergvleermuis is tevens foeragerend waargenomen bij de Lakendijk. Met name de laanbeplanting langs de Boschlaan en de parallelweg wordt intensief gebruikt als foerageergebied en vliegroute en vormt essentieel leefgebied voor de soorten. De kruising van de Boschlaan - Zieuwentseweg met de Europaweg is dan ook een belangrijke hop-over voor beide soorten. Ook het bosje langs de Europaweg, zuidwestelijk van de Boschlaan, wordt als oversteek gebruikt. Overige groenstructuren in het onderzoeksgebied worden minder intensief gebruikt en zijn niet van essentieel belang voor de gewone dwergvleermuis of de laatvlieger. De aangetroffen vleermuizen hebben hun verblijfplaats(en) in de bebouwde kom van Lichtenvoorde. De locatie(s) hiervan zijn niet bekend.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Datum 29 maart 2021
Onze referentie Aanvraagnummer
5190024442776
Kenmerk WNB/2020/034.toek
Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de soorten tot een minimum te beperken stelt u maatregelen voor zoals beschreven in het bij de aanvraag gevoegde 'Activiteitenplan reconstructie N18 Lichtenvoorde' van 4 februari 2021. De door u voorgestelde maatregelen zijn voldoende. Wel heb ik in de aanvullende voorschriften opgenomen dat het nog aan te leveren verlichtingsplan twee weken voor de start van de werkzaamheden ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.
Door de kapwerkzaamheden ontstaat er een toegenomen openheid van het gebied. Hierdoor zal er een toename zijn van wind, waardoor het voedselaanbod van vleermuizen zal afnemen. Wanneer foerageergebieden niet meer bereikbaar zijn of significant in kwaliteit of kwantiteit afnemen, zal dit leiden tot aantasting van de functionaliteit van in de nabijheid aanwezige vaste rust- en verblijfsplaatsen binnen het netwerk van de betreffende vleermuispopulaties die van deze functies afhankelijk zijn. De kap van bomen en de hiermee toegenomen versnippering en afname van het voedselaanbod zorgen hiermee voor een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wet natuurbescherming.
De kap en de herplant van groenstructuren vinden plaats buiten de actieve periode van vleermuizen. De lijnvormige structuren van de vliegroutes blijven behouden of zijn hersteld, voorafgaand aan de nieuwe actieve periode van vleermuizen. Om voor voldoende geleiding te zorgen zodat de aan te tasten vliegroutes functioneel blijven, worden bosplantsoen/hoog struweel en laanbomen aangeplant. Deze aanplant zorgt voor geleiding langs onderliggend wegennet en draagt bij aan foerageermogelijkheden voor passerende vleermuizen. De bomen langs de vliegroute over de N18 ter hoogte van de Boschlaan - Zieuwentseweg worden Pagina 5 van 8
zoveel mogelijk behouden. Indien een boom ter hoogte van deze vliegroute toch moet wijken, worden nieuwe grote bomen geplaatst om de kwaliteit van de bestaande vliegroute te waarborgen. Ter hoogte van de oostelijke aansluiting van de parallelweg op de N18 wordt een vleermuisgeleidende constructie aangebracht, zodat de verbinding over de westelijke rijbaan van de aansluiting van de parallelweg op de N18 doorlopend functioneel blijft. Er vindt één op één herplant van gekapte bomen plaats dan wel binnen, dan wel in de omgeving van het plangebied, in de vorm van lijnvormige elementen en afwisselende groenstructuren. Verder wordt er bij de verlichting rekening gehouden met vleermuizen door het gebruik van vleermuisvriendelijke ledverlichting op locaties waar verlichting noodzakelijk is.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Datum 29 maart 2021
Onze referentie Aanvraagnummer
5190024442776
Kenmerk WNB/2020/034.toek
De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger zijn twee algemeen voorkomende vleermuis soorten in Nederland. Voor de gewone dwergvleermuis wordt de landelijke staat van instandhouding beoordeeld als gunstig. De landelijke populatie wordt geschat op 500.000 tot 600.000 individuen. De landelijke populatie van de laatvlieger is tussen de 30.000 tot 50.000 exemplaren. Mogelijk neemt het aanbod van geschikte verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger af vanwege isolatieprojecten en afnemend insectenaanbod. Dit geldt ook voor de regio Oost-Gelderland, waardoor de plaatselijke stand van instandhouding van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger als 'ongunstig-ontoereikend' wordt aangemerkt. Er gaan netto geen essentiële vliegroutes verloren. Twee vliegroutes over de N18 worden volledig ingepast ten opzichte van de huidige situatie. Kap van bomen langs onderliggend wegennet noordelijk van de N18 leiden plaatselijk tot onderbreking van bestaande landschapselementen. Echter worden gekapte bomen 1 op 1 herplant en worden 'gaten' in de beplanting langs de parallelweg opgevuld met nieuwe bomen die reeds bij aanplant voldoende hoog zijn als veilige geleiding. Verder zijn er noordelijk van de N17 nog ruim voldoende landschapselementen in de directe omgeving die een eventueel tijdelijk verlies van effectiviteit van vliegroutes en foerageergebieden ruimschoots opvangen.
Bovendien worden landschapselementen op meerdere plaatsen versterkt vanuit het project. De gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger komt niet in gevaar, mits gewerkt wordt conform de door u voorgestelde maatregelen. Andere bevredigende oplossing
Locatie De ingreep is locatiegebonden. Zodoende is er geen andere locatie voorhanden, aangezien de problemen zich voordoen ter hoogte van het plangebied.
Inrichting Er zijn meerdere alternatieven ten aanzien van (her)innchting afgewogen, welke in alle gevallen raakvlakken hebben met vitale leefgebiedsfuncties van vleermuizen. Voor de herinrichting van de Europaweg ten hoogte van de Zieuwentseweg zijn in 2017 meerdere varianten ontwikkeld. Pagina 6 van 8
Allereerst is er de huidige variant. Deze betreft de oorspronkelijke tekening van de afgebogen Zieuwentseweg met fietsvoorziening langs de nieuwe parallelverbinding. Hierbij vindt door bomenkap, snoeiwerkzaamheden en het plaatsen van (extra) verlichting aantasting van essentiële vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen plaats. De alternatieve variant ging uit van het behoud van de aansluiting van de Zieuwentseweg. In het westelijk deel van het plangebied bevinden zich geen essentiële foerageergebieden of vliegroutes. Er is bij dit ontwerp mogelijk alleen een knelpunt bij de laanbeplanting op/langs de geluidsscherm langs de Europaweg, indien hier sprake is van bomenkap of toename van verlichting. Deze variant heeft de minste impact op aanwezige vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. Deze laatste variant is niet gekozen, omdat deze niet kan voldoen aan de opgave ten aanzien van veiligheid en doorstroming van het verkeer. Er blijft bovendien sprake van een knelpunt bij behoud van deze aansluiting, wat de verkeersveiligheid en de leefbaarheid niet ten goede komt.
Zodoende is gekozen voor een verbeterde versie van de eerste voorkeursvariant, waarin de N18 niet wordt verbreed, groenstructuren maximaal worden geoptimaliseerd en de doorgaande parallelle groenstructuur wordt ingepast door middel van een vleermuisportaal, gecombineerd met vleermuisvriendelijke verlichting. Op deze manier is een verkeersveilig ontwerp tot stand gekomen waar beschermde soorten en landschep optimaal in ingepast worden, op een zodanige wijze dat effecten geneutraliseerd worden.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Datum 29 maart 2021
Onze referentie Aanvraagnummer 5190024442776 Kenmerk WNB/2020/034.toek
Planning en werkwijze Bij de uitvraag van het project 'reconstructie N18 Lichtenvoorde' aan uitvoerende partijen zullen eisen en randvoorwaarden meegegeven worden ten aanzien van de uitvoering en planning. Ten aanzien van planning van de bouwwerkzaamheden geldt als randvoorwaarde dat deze wordt afgestemd op de meest kwetsbare perioden van vleermuizen, in dit geval de kraam- en de paarperiode. Tevens wordt er gewerkt buiten het broedseizoen van vogels.
De exacte wijze van uitvoering ligt bij de te contracteren aannemer van het werk. De verwachte periode van uitvoering begint op 1 augustus 2022 en loopt door tot 31 december 2022. In deze periode wordt het groen dat moet wijken gekapt alsook het nieuwe groen aangeplant voordat het actieve seizoen van vleermuizen van het jaar 2023 begint. Werkzaamheden aan verhardingen, kabels, leidingen en verlichting vinden eveneens plaats in deze periode. Op welke wijze er verder rekening gehouden wordt met de voorkomende soorten is beschreven in hoofdstuk 4 van het activiteitenplan en opgenomen in de aanvullende voorschriften. Daarnaast voorkomt werken in de periode tussen november en maart dat er broedgevallen van vogeis worden verstoord of aangetast. Daarmee wordt overtreding van verbodsbepaiingen uit artikei 3.1, eerste lid (opzettelijk doden), van de Wnb ten aanzien van vogels voorkomen. Door de gekozen inrichting, werkwijze en de planning (buiten de kwetsbare periode) wordt schade aan de gewone dwergvleermuis en laatvlieger zoveel mogelijk Pagina 7 van 8
voorkomen. Hiermee is voldoende aangetoond dat geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Belang U heeft ontheffing van verbodsbepalingen aangevraagd op grond van het belang genoemd in artikel 3.8, lid 5, sub b van de Wet natuurbescherming 'de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten'.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Datum 29 maart 2021
Onze referentie Aanvraagnummer 5190024442776 Kenmerk WNB/2020/034.toek
Het verkeer öp de N18 loopt in toenemende mate vast, wat eveneens in toenemende mate leidt tot onveilige situaties. De verkeersdruk op de N18 nam tot maart 2020 al jaren toe, wat in reguliere spitsen leidde tot lange opstoppingen ter hoogte van met verkeersregelinstallaties geregelde kruispunten. Dit leidde ook steeds vaker tot lange wachttijden voor kruisend verkeerd, wat in sommige gevallen weer leidt tot gevaarlijke oversteekmanoeuvres. De voorgenomen ontwikkeling heeft als doel de doorstroming op de N18 te verbeteren en de verkeersveiligheid te verhogen door een kruising op te heffing en fietsverkeer een veilige ongelijkvloerse oversteek van de N18 te bieden. Zo wordt de huidige in toenemende mate onveilige situatie, verbeterd ten gunste van verkeersveiligheid. Dit heeft een gunstig effect op de openbare veiligheid.
Gelet op het voorgaande ben ik van oordeel dat het belang 'de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten' voldoende is om de negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger, die als gevolg van de uitvoering van het project zullen optreden, te rechtvaardigen.
Pagina 8 van 8
'2_
Projectgerelateerd
IRoyaL R
HaskoningDHV
,1
2
Het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling
2.1
Het plangebied
Het plangebied betreft een gedeelte van de Europaweg (NI 8) met parallelweg, tussen de aansluiting met de Zieuwentseweg (N312) en de kruising met de Richterslaan, aan de noordzijde van Lichtenvoorde. In verband met de beoogde ruimtelijke ingrepen is een bredere zone rondom dit wegtraject onderzocht. Binnen het onderzoeksgebied vallen ook een gedeelte van de Lakendijk, de Boschlaan en enkele aangrenzende percelen en groenstructuren.
Het onderzoeksgebied wordt globaal begrenst door de parallelweg aan de noordzijde, de Richterslaan aan de oostzijde, de Zieuwentseweg aan de westzijde en de bebouwde kom van Lichtenvoorde aan de zuidzijde (zie figuur 2-1). De omgeving van het plangebied bestaat deels uit het buitengebied ten noorden van Lichtenvoorde met agrarische percelen, singels, lanen, kleine bosjes en verspreid liggende bebouwing en deels uit de bebouwde kom van Lichtenvoorde.
Figuur 2-1. Ligging van de pianlocatie (paars belijnd) en het studiegebied in de omgeving (rode eilips). Bron kaartmateriaal: ArcGIS Online.
Binnen het plangebied zijn onder andere bestaande infrastructuur, eikensingels, beplantingsstroken, graslandpercelen, een geluidswal, greppels, deels watervoerende sloten en een klein bosje aanwezig (zie figuur 2-2). De wegbegeleidende beplanting in het onderzoeksgebied bestaat hoofdzakelijk uitzomereik.
4 februari 2021
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007060957
3
v'-
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV
4
Mitigerende maatregelen per soort
Tijdens het aanvullend onderzoek in 2017 zijn in het plangebied en de directe omgeving 6 soorten vleermuizen aangetroffen. Echter zijn niet voor alle voornoemde soorten essentiële leefgebiedsfuncties vastgesteld. Aanwezigheid van essentiële vliegroutes en foerageergebieden heeft feitelijk alleen betrekking op gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Overige vleermuissoorten zijn weinig danwel incidenteel waargenomen, zodat gesteld kan worden dat essentiële leefgebiedsfuncties voor deze soorten niet zijn vastgesteld. Zodoende worden deze soorten niet in de aanvraag betrokken. Wel liften deze soorten volledig mee op de mitigerende maatregelen zoals uitgewerkt in paragraaf 4.1.4.
4.1
Gewone dwergvleermuis
4.1.1
Voorkomen en de regionale en landelijke staat van instandhouding
De gewone dwergvleermuis komt in Nederland algemeen voor en is een wijdverbreide soort die in heel Nederland wordt waargenomen. Het is de meest algemene vleermuissoort in Nederland. De soort komt vooral in de bebouwde omgeving voor, zowel in het stedelijk gebied als op het platteland. Er zijn geen uitspraken te doen over aantalsontwikkelingen: er zijn geen aanwijzingen voor een af- dan wel toename in aantallen. Mogelijk neemt het aanbod van geschikte verblijfplaatsen wel af vanwege de toenemende na-isolatie van gebouwen en het dichten van kieren en gaten in gebouwen in het licht van de energietransitie. Al met al is de staat van instandhouding nog altijd gunstig te noemen, met de kanttekening dat het toekomstperspectief mogelijk (vrij) ongunstig is als gevolg van sloop en renovatie van geschikte gebouwen (Arcadis, 2018). Dit leidt ertoe dat de eindbeoordeling van de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis alsnog als “ongunstig-ontoereikend” aangemerkt wordt binnen de provincie Gelderland.
4.1.2
Functie van het plangebied voor de gewone dwergvleermuis
In het gehele plangebied zijn foeragerende en langsvliegende gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Er wordt onder andere gefoerageerd bij de opgaande groenstructuren en erfbeplantingen langs de Europaweg, de Boschlaan, de Lakendijk en de parallelweg noordelijk van de NI8. Met name de laanbeplanting langs de Boschlaan en de parallelweg worden intensief gebruikt door deze soort als foerageergebied en vliegroute en vormt essentieel leefgebied voor deze soort. De kruising van de Boschlaan Zieuwentseweg met de Europaweg is dan ook een belangrijke hop-over voor de gewone dwergvleermuis. Ook het bosje langs de Europaweg wordt als oversteek gebruikt door de gewone dwergvleermuis. Overige groenstructuren in het onderzoeksgebied worden minder intensief gebruikt en zijn niet van essentieel belang voor de gewone dwergvleermuis.
De aangetroffen vleermuizen hebben hun verblijfplaats(en) in de bebouwde kom van Lichtenvoorde. De exacte locaties zijn niet bekend, met uitzondering van de bewuste woning aan de Lakendijk, zoals in voorgaand hoofdstuk is beschreven.
Verder is eenmalig een baltsend mannetje van de gewone dwergvleermuis aangetroffen langs de Boschlaan. Deze soort baltst in vlucht, in de nabijheid van de verblijfplaats. Deze bevindt zich dan ook vermoedelijk in één van de gebouwen aan de Boschlaan 2 of 4, welke verder niet door de ingreep wordt aangetast.
4 februari 2021
i.
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007060957
14
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV
Figuur 4-1: vastgestelde vliegroutes en essentiële foerageergebieden van zowel gewone dwergvleermuis als laatvlieger (Staring Advies, oktober 2017).
4.1.3
Effect van de voorgenomen ontwikkeling
De functionaliteit van het leefgebied van de gewone dwergvleermuis wordt (mogelijk) aangetast als er in de aaneengesloten groenstructuren gaten van 7 meter of meer ontstaan, als een wezenlijk deel van de aanwezige opgaande beplanting verwijderd wordt of als er lichtverstoring optreedt door extra wegverlichting. Door de toegenomen openheid van het gebied kan het verwijderen van bomen al snel een negatief effect op vleermuizen hebben door toename van wind. Ook kan hierdoor het voedselaanbod voor vleermuizen afnemen. Wanneer foerageergebieden niet meer bereikbaar zijn of significant in kwaliteit of kwantiteit afnemen, leidt dit mogelijk tot aantasting van de functionaliteit van in de nabijheid aanwezige vaste rust en verblijfplaatsen binnen het netwerk van de betreffende vleermuispopulaties die van deze functies afhankelijk zijn. Daarmee leidt kap van bomen en bijgevolg toegenomen versnippering en afnemend voedselaanbod tot overtreding van artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb. Er zijn aanvullende preventieve en mitigerende maatregelen nodig om overtreding van voornoemde verbodsbepaling te voorkomen en waar mogelijk zoveel als mogelijk te niet te doen, opdat de staat van 4 februari 2021
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG5222TPRP2007060957
15
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV instandhouding van gewone dwergvleermuis, laatvlieger en andere vleermuissoorten niet in het geding komt.
4.1.4
Voorzorgs- en mitigerende maatregelen
Om te voorkomen dat vliegroutes en daarmee samenhangende leefgebiedsfuncties van vleermuizen worden aangetast worden de volgende mitigerende maatregelen getroffen: Tabel 4-1
Randvoorwaarden
Doel
R 1
Aanleg- en beheerhoogte van minimaal 2,5 meter langs verlegde wegen, veelal op de noordelijke taluds.
Dit zorgt voor geleiding Figuur 4-3 langs onderliggend wegennet en draagt bij aan foerageermogelijkheden voor passerende vleer muissoorten, in het bijzonder gewone dwergvleermuis. Dit is vooral een ondersteunende maatregel en nooit een korte termijnvervanging van essentiële vliegroutes.
8
2
I
Aanbrengen bosplantsoen/hoog struweel, ter continuering van ter plaatse doorsneden landschapselementen
Aanplanten laanbomen, bij voorkeur zomereiken en lindes.
g I
I e
I
g Kruinhoogte minimaal 6
Dit zorgt voor geleiding
ii' meter hoogte ter plaatse van langs onderliggend
Si'.
ï 3
S' ■ 4 februari 2021
Behouden bonnen op vliegroute over N18 ter hoogte van Boschlaan Zieuwentseweg.
Figuur 4-3
kruingaten (minimaal 5 stuks).
wegennet en draagt bij aan foerageermogelijkheden voor passerende vleer muissoorten, in het De onderlinge plantafstand is zodanig, dat de onderlinge bijzonder gewone kroonafstand niet meer dan dwergvleermuis. 7 meter is. Bij grotere kroonafstanden kan onderplanten van struweel ovenwogen worden, indien een kleinere plantafstand niet wenselijk is.
NB op grond van derden zijn reeds lindes in een rij geplant en tussen de NI8 en de Europaweg zijn in december ‘20 reeds 4 eiken geplant ter opvulling van gaten in de te behouden bomenrij, e.e.a. volgens 'i I ■ tbijlage 4.
I
!
[Figuur
Maatregel | Beschrijving
'il
Waarborgen kwaliteit g figuur 4-3 Plaatsing van een of twee bestaande vliegroute N18grote bomen (zie Boschlaan voor randvoorwaarden punt 5 in passerende vleer deze tabel) in de bermen muissoorten, in het tussen deN18ende bijzonder gewone parallelweg ter hoogte van de Boschlaan. NB Dit is dwergvleermuis. i, alleen nodig als er een boom
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007060957
16
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV Maatregel Beschrijving
Randvoorwaarden
[Doel
moet wijken ter hoogte van de vliegroute over de N18 ter hoogte van de Boschlaan. Vooralsnog is dit niet aan de orde, maar dat zou kunnen veranderen op basis van voortschrijdend inzicht.
I
ïAanbrengen van één Aanbrengen van een Waarborgen vliegroute vleermuisgeleidende vleermuisgeschikt parallel aan N18 voor constructie ter hoogte van de permanent portaal over de passerende vleer oostelijke aansluiting van de westelijke rijbaan van de muissoorten, in het parallelweg op de N18, aansluiting van de bijzonder gewone rekening houdend met het parallelweg op de N18 dwerg vleermuis. verkeerskundige gebruik van gedurende inactieve de N18: deze wordt periode, zodat deze uitgevoerd middels een verbinding doorlopend houten of metalen constructie functioneel blijft in de actieve welke de aansluiting geheel periode van vleermuizen. overspant.
5
Eén-op één herplanten van Bomen worden gekapt en gekapte bomen binnen dan herplant tijdens de inactieve wel in de omgeving van het periode van vleermuizen, projectgebied, in de vorm van .grofweg van november tot lijnvormige elementen en en met februari. afwisselende groenstructuren - Herplant geschiedt met die voorzien in geschikt passende inheemse foerageerhabitat. boomsoorten als zomereik en kleinbladige linde, plaatselijk aangevuld met valse acacia (Robinia); dit zijn droogteresistente soorten, waarmee effectieve werking van groene geleiding gewaarborgd wordt. - Op minder droge plaatsen wordt gekozen voor soorten als zwarte els, steeliep, zomereik, veldesdoorn, hazelaar en ratelpopulier. - Waar mogelijk worden nieuwe bomen al aangeplant voordat bestaande bomen wijken.
6
Vleermuisvriendelijke LEDverlichting en waar mogelijk geen verlichting (wordt nog nader uitgewerkt in te actualiseren ontwerp): Nieuwe kruising met Richterslaan wordt
i p
{
4 februari 2021
Ter hoogte van vastgestelde en gefaciliteerde essentiële vliegroutes, zowel ter hoogte van de N18 als heringerichte delen van onderliggend wegennet. Basis-eisen aan toe te passen verlichting:
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
Figuur4-^'4® 3
Waarborgen vliegroutes Figuur 4-3, annex foerageergebieden bijlage 1 ter hoogte van en nabij de N18 voor passerende vleer muissoorten, in het bijzonder gewone dwergvleermuis; op deze manier blijft de kwaliteit van het omringende leefgebied op peil voor de huidige vleermuispopulaties die gebruik maken van dit leefgebied,
Voorkomen en beperken ï^osteïïjSWB van aantasting van aansluiting, ” vliegroutes en nader uit te foerageergebieden. werken in nieuwe tekening versie
BG6222TPRP2007060957
17
I
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV Maatregel Beschrijving
Randvoorwaarden
voorzien van vleermuisvriendelijke verlichting. Verlichting ter hoogte van de kruising met de Zieuwentseweg wordt verwijderd, Wegverlichting ter hoogte van vaste vliegroutes wordt vervangen en vleermuisvriendelijk uitgevoerd. h
[■BH
Figuur
Lichtmasten van |i maximaal 5 meter hoog; Flexibel inregelbaar, ■5 bijvoorbeeld op al basis van verkeersaanbod. Gebruik lichtkappen die alleen het asfalt; belichten Gebruik van aantoonbaar vleermuisvriendelijk
i
Maatregelen 1 t/m 3 zijn weergegeven op de ontwerptekening (Bijlage 1, uitsnede figuur 4-3). Maatregel 4 zal over het gehele plangebied worden genomen, evenals maatregel 5. Maatregel 6 tenslotte wordt toegepast op plaatsen waar essentiële vliegroutes zijn vastgesteld dan wel worden gefaciliteerd, in dit geval ter hoogte van de oostelijke aansluiting van de parallelweg op de N18.
•J
.r-
V;;.
.
J-,
i
Figuur 4-2: voorbeeld van een aantoonbaar functionerend vleermuisportaal ter hoogte van de N35 bij Wijthmen (Bron: S. Bogaerts, Rijkswaterstaat).
4 februari 2021
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007060957
18
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV
Figuur 4-3: Weergave van vliegroutes (rode pijlen) die onderbroken worden doorbet kappen van bomen. In het helder lichtgroen is aangegeven waar bomen worden terug geplant voor herstel van de functionaliteit van de essentiële vliegroute. Bestaande bomen zijn donkergroen ingetekend. De blauwe blokpijl geeft weer waar het vleermuisgeleidende portaal wordt geplaatst. Tot slot geeft de oranje polygoon vastgestelde essentiële foerageergebieden aan. In bijlage 1 is de legenda getoond die voor de ondergrond van deze tekening geldt. Nummers corresponderen met maatregelnummers in tabel 4-1.
Planning van maatregelen
Voornoemde maatregelen hebben effect op de planning en de wijze van uitvoering, zie daarvoor onderstaande tabel: Activiteit
[Planning
W‘ ■ji-' Voortijdig aanplanten December nieuwe bomen waar 2020 mogelijk
I
Kappen bomen,
Er zijn op 19 december 2020 reeds 5 eiken geplant om gaten in de te behouden bomenrij tussen de bestaande parallelweg en de N18 op te vullen. Ook zijn er op 19 december '2020 langs het traject van de verlegde parallelweg nog eens 10 lindes geplant, zie ook bijlage 4.
Wellicht ten overvloede: er zijn geen bomen gekapt, dit gebeurt pas vanaf 1 augustus 2022.
Vanaf 1 verwijderen vegetatie augustus en overige 2022 voorbereidingen
4 februari 2021
[Toelichting
Kap van bomen welke reeds functioneel gecompenseerd zijn in 2020 vindt plaats tussen 1 augustus en 1 november 2022. Dit geldt voor bomen langs de parallelweg ter hoogte van de Boschlaan.
Op plaatsen waar nog geen vervangende beplanting is geregeld (ter hoogte van de lus-aansluiting op de N18), mag er pas gekapt worden na 1 november. Hierbij geldt als voorwaarde dat vervangende beplanting uiterlijk in maart 2023
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007060957
19
i
i
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV ! ctiviteit
Planning
Aanleg infrastructuur (verhardingen, kabels Oktober t/m en leidingen, lichtplan december inclusief 2022 vleermuisvriendelijke verlichting)
I-
4. Aanleg vleermuisportaal aansluiting N18nieuwe parallelweg I
ff' •
Vanaf 1 augustus 2022
p~oelichting Tot 1 november vinden er geen werkzaamheden plaats tussen zonsondergang en zonsopkomst, met het oog op het voorkomen van lichthinder in het paarseizoen. Vleermuisvriendelijke verlichting van een nog nader te bepalen leverancier wordt naar verwachting voor eind december 2022 doch uiterlijk in maart 2023 aangebracht Na deze periode zijn er geen beperkingen ten aanzien van vleermuizen, onder voorbehoud van overleg met en toestemming van een ter zake deskundige op het gebied van vleermuizen. Hierbij geldt - bij de kap van bomen t.h.v. de toekomstige aansluiting parallelweg/N18- van 1 augustus tot 1 november dat er op dezelfde dag voor I zonsondergang een tijdelijke danwel permanente voorziening is gerealiseerd welke direct een veilige oversteek van de parallelweg waarborgt, parallel aan de te behouden bomenrij langs de NI8. Als dit niet haalbaar blijkt, dient alsnoc uitgeweken te worden naar de winterrustperiode, grofweg vanaf 1 november. Tussen 1 november en 31 maart geldt deze eis niet en is er - bij afwezigheid van vleermuisactiviteit - gelegenheid om meer tijd te nemen en gelijk een definitieve voorziening aan te brengen, die uiterlijk 31 maart 2023 moet functioneren voor vleermuizen.
December Nog in het werk te planten nieuwe bomen worden naar verwachting voor eind 5. Aanplant nieuwe 2022, uiterlijk december 2022 doch uiterlijk in maart 2023 aangeplant. bomen maart 2023 Effectiviteit van mitigerende maatregelen Voornoemde maatregelen zijn in beginsel bewezen effectief. Het Kennisdocument voor zowel gewone als ruige dwergvleermuis (BIJ 12, juli 2017) geeft aan dat zowel fysieke (al dan niet tijdelijke) portalen als groene geleiding en groene hop-overs effectief zijn ter behoud van essentiële vliegroutes. Ook passen genoemde maatregelen in de Leidraad faunavoorzieningen van Rijkswaterstaat (Rijkswaterstaat, 2013) en mogen mede op basis daarvan als voldoende effectief beschouwd worden, bij gebrek aan concrete alternatieven. Op basis van bovenstaande is een voorkeur af te leiden voor groene geleiding, te meer omdat dit tegelijk kan voorzien in jachtgebied. De toegepaste dimensionering en plantafstand van de nieuw aan te planten bomen (kruinhoogte: minimaal 6 ml) van maatregelen waarborgt een snelle beschikbaarheid en een veilige passeerhoogte ter hoogte van wegvakken. Verder zijn er talrijke alternatieven aanwezig in het omringende kleinschalige landschap. Zodoende kan aantasting van eventueel gerelateerde verblijfplaatsen redelijkerwijs niet aan de orde zijn.
Verder kan gesteld worden dat ter hoogte van essentiële vliegroutes die de N18 kruisen in de huidige situatie geen voorzieningen aanwezig zijn die vleermuizen helpen om de weg op veilige hoogte te kruisen. De afstand tussen groenelementen aan weerzijden van de N18 niet toe, zodat de situatie ter hoogte van beide vliegroutes niet verslechtert.
Omdat bestaande vliegroutes worden versterkt, kan zelfs sprake zijn van een netto positief effect op de staat van instandhouding van gewone dwergvleermuis en andere vleermuissoorten die de vliegroutes ter hoogte van de NI8 in het plangebied gebruiken.
4 februari 2021
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007060957
20
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV Ten aanzien van technische haalbaarheid van groene geleiding c.q. hop-overs kan gesteld worden dat een goede verzorging en conditionering (bijvoorbeeld toepassen bodemverbetering, periodiek water geven in groeiseizoen) van de bomen in de eerste drie jaren na aanplant goede kansen biedt op functioneel herstel. Hiervoor is gericht advies gegeven aan de opdrachtgever, ten aanzien van de boomsoorten die het beste aangeplant kunnen worden. Zo hebben winterlindes en acacia’s de voorkeur boven zomereiken, omdat eerstgenoemde beter tegen droogte bestand zijn (Bomenwijzer.be, geraadpleegd op 29 juli 2020). Daarmee wordt werking en levensvatbaarheid van groene geleiding maximaal gewaarborgd, ook in langdurig droge periodes. Zo ontstaat er bovendien meer diversiteit in het bomenbestand, waarin zomereiken nu dominant zijn. Tot slot Zijn een aantal nieuwe bomen reeds geplant in december '20. wat maakt dat bomen tijd hebben om aan te slaan en hun kronen te verbreden, zodat de kroonafstand van bomen tussen de parallelweg en de N18 altijd <7 meter bedraagt, in lijn met het Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Voorkomen van slachtoffers Er wordt optimaal rekening gehouden met de meest kwetsbare perioden van voorkomende vleermuis soorten, te weten april tot en met oktober.
Bomen die op de kaplijst staan worden in de periode november t/m maart verwijderd, in periodes met avond- en nachttemperaturen van minder dan 7 graden, omdat verreweg de meeste soorten dan niet (ver) vliegen. Ter hoogte van vliegroutes worden reeds voor het eerstvolgende actieve seizoen van vleermuizen (d.w.z. buiten de winterperiode) na de bomenkap tijdelijke dan wel permanente voorzieningen aangebracht, zodat de functionaliteit van vastgestelde essentiële vliegroutes zowel tijdens als na de uitvoeringsperiode van het werk gewaarborgd is. Daarmee wordt voorkomen dat vleermuizen die de N18 en de aansluiting hierop passeren ter hoogte van vaste vliegroutes op onveilige hoogte de weg moeten kruisen met risico op dodelijke aanrijdingsslachtoffers onder vleermuizen.
4.1.5
Staat van instandhouding op lange termijn
Er gaan netto geen essentiële vliegroutes verloren, aldus paragraaf 4.1.3. Twee vliegroutes over de N18 worden volledig ingepast ten opzichte van de huidige situatie, op basis van de maatregelen zoals beschreven in paragraaf 4.1.4. Hierbij is het uitgangspunt dat er geen verslechtering optreedt en te overbruggen (kroon)afstanden niet groter worden. Kap van bomen langs onderliggend wegennet noordelijk van de NI 8 leiden plaatselijk tot kap van bomen en onderbreking van bestaande landschapselementen. Echter worden gekapte bomen 1-op-1 herplant en worden "gaten” in de beplanting langs de parallelweg opgevuld met nieuwe bomen die reeds bij aanplant voldoende hoog zijn als veilige geleiding. Daarbij geldt dat kronen van bestaande bomen (zomereiken) goed ontwikkeld zijn, opdat er geen gaten ontstaan die groter zijn dan 7 meter. Omdat de gaten in kwestie reeds zijn opgevuld ligt het in de venwachting dat de situatie in het najaar van '22 op voldoende niveau is om de functie van essentiële vliegroute te waarborgen. Verder zijn er noordelijk van de NI 8 nog ruim voldoende landschapselementen in de directe die een eventueel tijdelijk verlies van effectiviteit van vliegroutes en foerageergebieden ruimschoots opvangen. Bovendien worden landschapselementen op meerdere plaatsen versterkt vanuit het project.
Zodoende kan gesteld worden dat de activiteit met toepassing van voornoemde mitigerende maatregelen geen negatief effect heeft op de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis alsook andere (vleermuis)soorten die gebruik maken van de vastgestelde vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden.
4 februari 2021
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007060957
21
H
Project gerelateerd
Royal HaskoningDHV
5
4.2
Laatvlieger
4.2.1
Voorkomen en de regionale en landelijke staat van instandhouding
De laatvlieger komt in Nederland algemeen voor en is een wijdverbreide soort die in heel Nederland wordt waargenomen. De soort komt vooral in de bebouwde omgeving voor, zowel in het stedelijk gebied als op het platteland. Er zijn geen uitspraken te doen over aantalsontwikkelingen: er zijn geen concrete aanwijzingen voor een af- dan wel toename in aantallen. Mogelijk neemt het aanbod van geschikte verblijfplaatsen wel af vanwege de toenemende na-isolatie van gebouwen en het dichten van kieren en gaten in gebouwen in het licht van de energietransitie. Afnemend insectenaanbod in de vorm van kevers en nachtvlinders maken de soort potentieel kwetsbaar. Al met al is de staat van instandhouding nog altijd vrij gunstig te noemen, zo ook in de regio Oost-Gelderland, met de kanttekening dat het toekomstperspectief mogelijk (vrij) ongunstig is als gevolg van sloop en renovatie van geschikte gebouwen (Arcadis, 2018). Dit leidt ertoe dat de eindbeoordeling van de staat van instandhouding van de laatvlieger alsnog als “ongunstigontoereikend" aangemerkt wordt binnen de provincie Gelderland.
4.2.2
De functie van het plangebied voor de laatvlieger
In het gehele plangebied zijn foeragerende en langsvliegende laatvliegers aangetroffen, al zijn de aantallen beperkt ten opzichte van de aantallen gewone dwergvleermuizen. Verspreid over het onderzoeksgebied zijn foeragerende en langsvliegende laatvliegers aangetroffen. Er wordt onder andere gefoerageerd bij de opgaande groenstructuren langs de Europaweg, de Boschlaan en de parallelweg. Met name de laanbeplanting langs de Boschlaan wordt intensief gebruikt door deze soort als foerageergebied en vliegroute en vormt essentieel leefgebied voor deze soort. De kruising van de Boschlaan - Zieuwentseweg met de Europaweg is ook voor de laatvlieger een belangrijke hop-over. Ook het bosje langs de Europaweg wordt als oversteek gebruikt door deze soort. Overige groenstructuren in het onderzoeksgebied worden minder intensief gebruikt en zijn niet van essentieel belang voor de laatvlieger.
De aangetroffen laatvliegers hebben hun verblijfplaats(en) hoogst waarschijnlijk in de bebouwde kom van Lichtenvoorde. De locatie(s) zijn niet bekend.
4 februari 2021
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE NI8 LICHTENVOORDE
BG5222TPRP2007060957
22
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV
Essentieelfoerageergebied <
»
Vliegroute
?■*
Figuur 4-4: vastgestelde vliegroutes en essentiële foerageergebieden van zowel gewone dwergvleermuis als laatvlieger (Staring Advies, oktober 2017).
De aangetroffen vleermuizen hebben hun verblijfplaats(en) in de bebouwde kom van Lichtenvoorde. De exacte locatie(s) zijn niet bekend.
4.2.3
Het effect van de voorgenomen ontwikkeling
Hiervoor geldt een soortgelijke redenering als voor de gewone dwergvleermuis. De functionaliteit van het leefgebied wordt aangetast als er in de aaneengesloten groenstructuren gaten van 10 meter of meer ontstaan, als een wezenlijk deel van de aanwezige opgaande beplanting verwijderd wordt of als er lichtverstoring optreedt door extra wegverlichting. Door de toegenomen openheid van het gebied zal het verwijderen van bomen al snel een negatief effect op vleermuizen hebben door toename van wind. Ook zal hierdoor het voedselaanbod voor vleermuizen afnemen. Wanneer foerageergebieden niet meer bereikbaar zijn of significant in kwaliteit of kwantiteit afnemen, zal dit leiden tot aantasting van de functionaliteit van in de nabijheid aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen binnen het netwerk van de betreffende vleermuispopulaties die van deze functies afhankelijk zijn.
Daarmee leidt de voorgenomen ontwikkeling en in het bijzonder daarmee gepaard gaande kap van bomen en bijgevolg toegenomen versnippering en afnemend voedselaanbod tot overtreding van artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb.
4 februari 2021
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007060957
23
Projectgerelateerd
! I
Royal HaskoningDHV Er zijn aanvullende preventieve en mitigerende maatregelen nodig om overtreding van voornoemde verbodsbepaling te voorkomen en waar mogelijk zoveel als mogelijk te niet te doen, opdat de staat van instandhouding van laatvlieger niet in het geding komt.
4.2.4
Voorzorgs- en mitigerende maatregelen
Om te voorkomen dat vliegroutes en daarmee samenhangende leefgebiedsfuncties van vleermuizen worden aangetast worden de volgende mitigerende maatregelen getroffen, welke feitelijk identiek zijn aan de maatregelen voor de gewone dwergvleermuis, zoals beschreven in paragraaf 4.1.4:
Maatregel Beschrijving
1
Aanbrengen bosplantsoen/hoog struweel, ter continuering van ter plaatse doorsneden landschapselementen
Randvoorwaarden
[ Doel
I Figuur
Aanleg- en beheerhoogte van minimaal 2,5 meter langs verlegde wegen, veelal op de noordelijke taluds.
Dit zorgt voor geleiding langs onderliggend wegennet en draagt bij aan foerageermogelijkheden voor passerende vleermuissoorten, in het bijzonder gewone dwergvleermuis en laatvlieger.
Figuur 4-3
Dit zorgt voor geleiding langs onderliggend wegennet en draagt bij aan foerageerDe onderlinge plantafstand mogelijkheden voor is zodanig dat de onderlinge passerende vleer muissoorten, in het kroonafstand bij aanplant bijzonder gewone niet meer dan 7 meter is. dwergvleermuis A/ö op grond van derden zijn reeds lindes geplant en tussen de N18 en de Europaweg zijn in december '20 reeds 4 eiken geplant ter opvulling van gaten in de te behouden bomenrij, e.e.a. volgens bijlage 4.
Figuur 4-3
Planning: november ’22 t/m februari ‘23
Lbf-
I 2
ii
Aanplanten laanbomen, bij voorkeur zomereiken en lindes.
Kruinhoogte minimaal 6 meter hoogte ter plaatse van kruingaten (minimaal 5 stuks).
Behouden bomen op vliegroute ter hoogte van Boschlaan - Zieuwentseweg.
Plaatsing van een of twee Waarborgen kwaliteit Figuur 4-3 grote bomen (zie bestaande vliegroute N18-Boschlaan voor randvoorwaarden punt 5 in passerende vleer deze tabel) in de bermen muissoorten, in het tussen deN18ende parallelweg ter hoogte van bijzonder gewone dwergvleermuis. de Boschlaan. NB Dit is alleen nodig als er een boom moet wijken ter hoogte van de vliegroute over de N18 ter hoogte van de Boschlaan. Vooralsnog is
I.
i
1
4 februari 2021
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007050957
24
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV Maatregel Beschrijving
s
I
i
Randvoorwaarden
[Doel
I Figuur
dat zou misschien kunnen veranderen op basis van voortschrijdend inzicht.
4
5
§ f
i^SSSaftjorgeh Aanbrengen van één Aanbrengen van een vleermuisgeleidende vleermuisgeschikt vliegroute parallel constructie ter hoogte van de permanent portaal over de aan N18 voor oostelijke aansluiting van de westelijke rijbaan van de passerende vleer parallelweg op de N18, aansluiting van de muissoorten, in het rekening houdend met het parallelweg opde N18 bijzonder gewone verkeerskundige gebruik van gedurende inactieve dwergvleermuis. de N18; deze wordt uitgevoerd periode, zodat deze middels een houten of metalen verbinding doorlopend constructie welke de functioneel blijft in de aansluiting geheel overspant, actieve periode van vleermuizen.
Eén-op één herplanten van gekapte bomen binnen dan wel in de omgeving van het projectgebied, in de vorm van lijnvormige elementen en afwisselende groenstructuren die voorzien in geschikt foerageerhabitat.
Bomen worden gekapt en i. Waarborgen herplant tijdens de inactieve vliegroutes annex periode van vleermuizen, foerageergebieden grofweg van november tot ter hoogte van en en met februari, nabij de N18 voor - Herplant geschiedt met passerende vleer passende inheemse muissoorten, in het boomsoorten als zomereik bijzonder gewone en kleinbladige linde, dwergvleermuis; op plaatselijk aangevuld met deze manier blijft de valse acacia (Robinia); dit kwaliteit van het zijn droogteresistente omringende soorten, waarmee effectieve leefgebied op peil werking van groene voor de huidige geleiding gewaarborgd vleermuispopulaties wordt. die gebruik maken - Op minder droge plaatsen van dit leefgebied. wordt gekozen voor soorten als zwarte els, steeliep, zomereik, veldesdoorn, hazelaar en ratelpopulier, - Waar mogelijk worden nieuwe bomen al aangeplant voordat bestaande bomen wijken.
i I Figuur 4-3, bijlage 1
- Planning: november ’22 t/m februari ‘23, voor eerstvolgend vleermuisactief seizoen
6
4 februari 2021
Vleermuisvriendelijke LEDTer hoogte van vastgestelde Voorkomen en verlichting en waar mogelijk en gefaciliteerde essentiële beperken van geen verlichting (wordt nog vliegroutes, zowel ter effecten op nader uitgewerkt in te hoogte van de NI8 als foeragerende en actualiseren ontwerp): heringerichte delen van passerende Nieuwe kruising met onderliggend wegennet. vleermuizen ter Richterslaan wordt je hoogte van ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
Oostelijke aansluiting, nader uit te werken in nieuwe tekeningversie AV''.’ï^«ga
BG6222TPRP2007060957
25
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV Maatregel Beschrijving
[Figuur
I Randvoorwaarden
Doel
Basis-eisen aan toe te
vliegroutes en foerageergebieden.
Lichtmasten van maximaal 5 meter hoog; Flexibel inregelbaar, bijvoorbeeld op basis van verkeersaanbod. Gebruik lichtkappen die alleen het asfalt ; belichten Gebruik van « aantoonbaar vleermuisvriendelijk amberkleurig licht.
2L. MBg te ‘g
iK
I
fifistasir.'..
Maatregelen 1 t/m 3 zijn weergegeven op de ontwerptekening (Bijlage 1, uitsnede figuur 4-3). Maatregel 4 zal over het gehele plangebied worden genomen, evenals maatregel 5. Maatregel 6 tenslotte wordt toegepast op plaatsen waar essentiële vliegroutes zijn vastgesteld dan wel worden gefaciiiteerd, in dit geval ter hoogte van de oostelijke aansluiting van de parallelweg op de N18. Zie paragraaf 4.1.4 van dit activiteitenplan voor situering van de maatregelen.
Planning van maatregelen Voornoemde maatregelen hebben effect op de planning en de wijze van uitvoering, zie daarvoor onderstaande tabel: [Planning
Voortijdig aanplanten Vanaf nieuwe bomen waar december mogelijk 2020 g
I
I Kappen bomen, Vanaf 1 verwijderen vegetatie augustus en overige 2022 voorbereidingen
®r
Aanleg infrastructuur ■ (verhardingen, kabels I Oktober t/m en leidingen, lichtplan december inclusief 2022 vleermuisvriendelijke verlichting)
4 februari 2021
[Toelichting Er zijn op 19 december 2020 reeds 5 eiken geplant om gaten in de te behouden bomenrij tussen de bestaande parallelweg en de NI8 op te vullen Ook zijn er op 19 december ‘2020 langs het traject van de verlegde parallelweg nog eens 10 lindes geplant, zie ook bijlage 4.
Wellicht ten overvloede: er zijn geen bomen gekapt, dit gebeurt pas vanaf 1 augustus 2022. Kap van bomen welke reeds functioneel gecompenseerd zijn in 2020 vindt plaats tussen 1 augustus en 1 november 2022. Dit geldt voor bomen langs de parallelweg ter hoogte van de Boschlaan.
Op plaatsen waar nog geen vervangende beplanting is geregeld (ter hoogte van de lus-aansluiting op de N18), mag er pas gekapt worden na 1 november. Hierbij geldt als voorwaarde dat vervangende beplanting uiterlijk in maart 2023 gerealiseerd is.
Tot 1 november vinden er geen werkzaamheden plaats tussen zonsondergang en zonsopkomst, met het oog op het voorkomen van lichthinder in het paarseizoen. Vleermuisvriendelijke verlichting van een nog nader te bepalen leverancier wordt naar verwachting voor eind december 2022 doch uiterlijk in maart 2023 aangebracht
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2CW7060957
26
V
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV ctiviteit
Planning
Na deze periode zijn er geen beperkingen ten aanzien van vleermuizen, onder voorbehoud van overleg met en toestemming van een ter zake deskundige op het gebied van vleermuizen.
i 4. Aanleg vleermuisportaal aansluiting NI 8nieuwe parallelweg
Vanaf 1 augustus 2022
I
Ie
Aanplant ^omen
nieuwe
p'oelichting
Hierbij geldt - bij de kap van bomen th.v. de toekomstige aansluiting parallelweg/N18- van 1 augustus tot 1 november dat er op dezelfde dag voor zonsondergang een tijdelijke danwel permanente voorziening is gerealiseerd welke direct een veilige oversteek van de parallelweg waarborgt, parallel aan de te behouden bomenrij langs de NI8. Als dit niet haalbaar blijkt, dient alsnoj uitgeweken te worden naar de winterrustperiode, grofweg vanaf 1 november. Tussen 1 november en 31 maart geldt deze eis niet en is er - bij afwezigheid van vleermuisactiviteit - gelegenheid om meer tijd te nemen en gelijk een definitieve voorziening aan te brengen, die uiterlijk 31 maart 2023 moet functioneren voor vleermuizen.
December Nog in het werk te planten nieuwe bomen worden naar verwachting voor eind 2022, uiterlijk december 2022 doch uiterlijk in maart 2023 aangeplant. maart 2023
Effectiviteit van mitigerende maatregelen Er is geen kennisdocument beschikbaar voor de laatvlieger. Het Kennisdocument voor zowel gewone als ruige dwergvleermuis (BIJ12, juli 2017) geeft aan dat zowel fysieke (al dan niet tijdelijke) portalen als groene geleiding en groene hop-overs effectief zijn ter behoud van essentiële vliegroutes. Daarnaast geeft de Zoogdiervereniging aan dat lanen, singels en groenelementen belangrijk zijn als jachtgebied en oriëntatie voor de laatvlieger. al kan de soort bij gunstige weersomstandigheden ook door open landschep vliegen. Ook passen genoemde maatregelen in de Leidraad faunavoorzieningen van Rijkswaterstaat (Rijkswaterstaat, 2013) en mogen mede op basis daarvan als voldoende effectief beschouwd worden, bij gebrek aan concrete alternatieven, ook voor de laatvlieger. De toegepaste dimensionering van de nieuw aan te planten bomen (kruinhoogte: minimaal 6 ml) van maatregelen waarborgt een snelle beschikbaarheid en een veilige passeerhoogte ter hoogte van wegvakken. Verder kan gesteld worden dat ter hoogte van essentiële vliegroutes die de N18 kruisen in de huidige situatie geen voorzieningen aanwezig zijn die vleermuizen helpen om de weg op veilige hoogte te kruisen. De afstand tussen groenelementen aan weerzijden van de NI 8 niet toe, zodat de situatie ter hoogte van beide vliegroutes niet verslechtert.
Omdat bestaande vliegroutes worden versterkt, kan zelfs sprake zijn van een netto positief effect op de staat van instandhouding van laatvlieger en andere vleermuissoorten die de vliegroutes ter hoogte van de NI8 in het plangebied gebruiken.
Ten aanzien van technische haalbaarheid van groene geleiding c.q. hop-overs kan gesteld worden dat een goede verzorging en conditionering (denk aan toepassen bodemverbetering, periodiek water geven in groeiseizoen) van de bomen in de eerste drie jaren na aanplant goede kansen biedt op functioneel herstel. Hiervoor is gericht advies gegeven aan de opdrachtgever, ten aanzien van de boomsoorten die het beste aangeplant kunnen worden. Zo hebben winterlindes en acacia’s de voorkeur boven zomereiken, omdat eerstgenoemde beter tegen droogte bestand zijn (Bomenwijzer.be, geraadpleegd op 29 juli 2020). Daarmee wordt werking en levensvatbaarheid van groene geleiding maximaal gewaarborgd, ook in 4 februari 2021
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007060957
21
Projectgerelateerd
I Royal B
HaskoningDHV
langdurig droge periodes. Zo ontstaat er bovendien meer diversiteit in het bomenbestand, waarin zomereiken nu dominant zijn. Tot slot zijn een aantal nieuwe bomen reeds geplant in december '20. wat maakt dat bomen tijd hebben om aan te slaan en hun kronen te verbreden. Voorkomen van slachtoffers Er wordt optimaal rekening gehouden met de meest kwetsbare perioden van voorkomende vleermuis soorten, te weten april tot en met oktober.
Bomen die op de kaplijst staan worden in de periode november t/m maart verwijderd, in periodes met avond- en nachttemperaturen van minder dan 7 graden Celsius, omdat verreweg de meeste soorten dan niet (ver) vliegen, indachtig dat een warmteminnende soort als de laatvlieger veelal niet meer vliegt als het na zonsondergang kouder is dan 12 graden Celsius. Ter hoogte van vliegroutes worden reeds voor het eerstvolgende actieve seizoen van vleermuizen (d.w.z. buiten de winterperiode) na de bomenkap tijdelijke dan wel permanente voorzieningen aangebracht, zodat de functionaliteit van vastgestelde essentiële vliegroutes zowel tijdens als na de uitvoeringsperiode van het werk gewaarborgd is. Daarmee wordt voorkomen dat vleermuizen die de NI 8 en de aansluiting hierop passeren ter hoogte van vaste vliegroutes op onveilige hoogte de weg moeten kruisen met risico op dodelijke aanrijdingsslachtoffers onder vleermuizen.
4.2.5
Staat van instandhouding op lange termijn
Er gaan netto geen essentiële vliegroutes verloren, aldus paragraaf 4.1.3. Twee vliegroutes over de NI8 worden volledig ingepast ten opzichte van de huidige situatie, op basis van de maatregelen zoals beschreven in paragraaf 4.1.4. Kap van bomen langs onderliggend wegennet noordelijk van de NI 8 leiden plaatselijk tot kap van bomen en onderbreking van bestaande landschapselementen. Echter worden gekapte bomen 1-op-1 herplant en worden “gaten” in de beplanting langs de parallelweg opgevuld met nieuwe bomen die reeds bij aanplant voldoende hoog zijn als veilige geleiding. Verder zijn er noordelijk van de NI 8 nog ruim voldoende land schapselementen in de directe die een eventueel tijdelijk verlies van effectiviteit van vliegroutes en foerageergebieden ruimschoots opvangen. Bovendien worden landschapselementen op meerdere plaatsen versterkt vanuit het project. Zodoende kan gesteld worden dat de activiteit met toepassing van voornoemde mitigerende maatregelen geen negatief effect heeft op de staat van instandhouding van de laatvlieger, alsook andere (vleermuis)soorten die gebruik maken van de vastgestelde vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden.
4 februari 2021
ACTIVITEITENPLAN RECONSTRUCTIE N18 LICHTENVOORDE
BG6222TPRP2007060957
28
Meldingsformulier start werkzaamheden Ontheffing Wet natuurbescherming Gegevens
Aanvraagnummer Project Ontheffingsperiode
Naam
Adres Woonplaats
Gegevens werkzaamheden Contactpersoon uitvoering werkzaamheden
Telefoonnummer (vast) Telefoonnummer (mobiel)
Locatie(s) werkzaamheden
Datum gereedkomen compensatiemaatregelen
Datum start werkzaamheden Overzicht planning werkzaamheden
Dit formulier dient zodra de aanvang van de werkzaamheden bekend is te worden ingediend bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland!
Retouradres
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Postbus 19530 2500 CM Den Haag Email: wnb@rvo.nl