CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp meddoseweg ong toelichting

Raadscommissie 19 maart 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)39.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.) vastgesteld

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Strijdigheid 1.6 Leeswijzer

6 6 6 7 7 9 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie

10 10 10

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

13 13 14 16 19

Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Archeologie en Cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Ecologie 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Externe veiligheid 4.9 Geur 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Besluit Milieueffectrapportage

23 23 26 27 28 29 30 32 34 35 36 37

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Opzet van de regels 5.3 Verantwoording van de regels

40 40 40 42

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

45 45 45

Bijlagen bij de toelichting

47

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

48

Bijlage 2

Bodemonderzoek

176

Bijlage 3

Stikstofberekening

226

Bijlage 4

Quickscan natuurtoets

252

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

Regels

289

333

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

334 334 337

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Natuur Recreatie - Dagrecreatie Water Waarde - Archeologisch rijksmonument Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1 Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2 Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3 Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4 Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2

338 338 340 342 344 345 346 347 348 349 350

Hoofdstuk 3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Parkeerregelgeving

351 351 352 353 354 356 357

Hoofdstuk 4 Artikel 19 Artikel 20

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

358 358 359

Bijlage bij de regels

361

Bijlage 1

362

4

Akoestisch onderzoek

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het evenemententerrein 't Strootman aan de Meddoseweg ongenummerd in Groenlo (hierna: plangebied). Op het evenemententerrein vinden diverse activiteiten plaats, zoals een meifeest, dansavond, kinderspelen, volleybaltoernooi en de kermis. Het voornemen is om het evenemententerrein te vergroten op de agrarische gronden ten zuiden van het huidige terrein. Deze vergroting is gewenst in verband met ruimtegebrek bij bepaalde evenementen en de wens voor een ruimere opzet van het terrein. Hierbij wordt op het terrein een gebouw van maximaal 300 m2 ten behoeve van opslag en sanitaire voorzieningen gerealiseerd. Daarnaast wordt de aanwezige schuilhut (circa 20 m2) binnen het plangebied in beperkte mate verplaatst. Ten zuiden van het huidige evenemententerrein is momenteel een kavelsloot aanwezig (Reijerinksgoot). De kavelsloot zal worden gedempt en verlegd langs de beoogde uitbreiding, waar de kavelsloot in het zuidwesten wordt aangesloten op de bestaande kavelsloot, die loopt tot aan de Groenlosche Slinge. Ten zuidwesten van het evenemententerrein is ruimte voor natuurontwikkeling en het realiseren van een overstromingsvlakte voor piekafvoer van de Reijerinksgoot.

Verder wordt tussen het toekomstige evenemententerrein en de te verleggen kavelsloot een fietspad aangelegd, waarmee een fietsverbinding wordt gerealiseerd tussen de Meddoseweg en Oude Winterswijkseweg. De beoogde vergroting van het evenemententerrein is op basis van het geldend "Bestemmingsplan Buitengebied Gelre 2011" niet toegestaan. Dit omdat de betreffende gronden zijn voorzien van een agrarische bestemming en binnen deze bestemming het gebruik van gronden ten behoeve van een evenemententerrein niet is toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een adequaat juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling. Hierbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'. Opgemerkt wordt dat het verleggen van de kavelsloot/watergang, het aanleggen van het fietspad en het realiseren van natuurontwikkeling op basis van het geldend "Bestemmingsplan Buitengebied Gelre 2011" reeds is toegestaan. Hier is uitsluitend sprake van een bestemmingswijziging omdat het gewenst is de gebruiksmogelijkheden te beperken in die zin dat agrarische activiteiten niet (meer) zijn toegestaan. Gelet op het vorenstaande wordt in deze toelichting uitsluitend daar waar relevant ingegaan op het verleggen van de kavelsloot, het aanleggen van het fietspad en de beoogde natuurontwikkeling.

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied bevindt zich tussen de Meddoseweg, Oude Winterswijkseweg en de Groenlose Slinge. Het evenemententerrein ligt ten zuiden van het dorp Zwolle (Gld). In afbeelding 1.1 is het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied (Bron: plattekaart.nl)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1586.BPBUI2052-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld met een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Geldend bestemmingsplan

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het "Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011". Dit bestemmingsplan is op 16 december 2012 door de raad van de gemeente Oost Gelre vastgesteld. Tevens geldt voor het plangebied het "Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre", "Buitengebied, Reparatieplan 2016", "Facetbestemmingsplan Parkeren" en het "Parapluplan Archeologie". Voor het beschrijven van de huidige planologische situatie zijn het "Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011" en het "Parapluplan Archeologie" het meest relevant. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is tevens rekening gehouden met de overige geldende bestemmingsplannen. De gronden in het plangebied zijn voorzien van enkelbestemmingen 'Recreatie - Dagrecreatie' en 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. Verder zijn de gronden op basis van het "Parapluplan Archeologie" voorzien van de volgende dubbelbestemmingen: Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1; Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2; Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3; Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4; Waarde - Archeologisch rijksmonument; Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2. Tot slot zijn op basis van het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre" de volgende gebiedsaanduiidngen van toepassing:

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.) overige zone - gelders natuurnetwerk; overige zone - groene ontwikkelingszone; overige zone - natte natuur. In paragraaf 1.4.2 wordt nader ingegaan op de geldende (dubbel)bestemmingen en aanduiding. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingplan "Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011" opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Bestemmingsomschrijving

Recreatie - Dagrecreatie De voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor dagrecreatieve voorzieningen. Ter plaatse van het plangebied gaat het daarbij tevens om een speelterrein, picknickterrein en feestterrein, met dien verstande dat niet meer dan vier activiteiten per jaar mogen worden georganiseerd. Tevens bij bijbehorende tuinen, erven, groenvoorzieningen, ontsluitingswegen en parkeervoorzieningen toegestaan. Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. Wat betreft de toegestane bebouwing is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan. Agrarisch met waarden - Landschapswaarden De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, behoud van landschappelijke en natuurwaarden, het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen, met de daarbij behorende erfbeplanting, nutsvoorzieningen, erven en terreinen, wegen en paden en water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1, 2, 3 en 4 De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1', 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2', 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 3' en 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. 8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.) Waarde - Archeologisch rijksmonument De voor 'Waarde - Archeologisch rijksmonument' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Voor het bouwen van bouwwerken, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ter plaatse van gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch rijksmonument' is een vergunning van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noodzakelijk. Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2 De voor 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

1.5

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het geldende planologisch regime, aangezien de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' het gebruik van gronden ten behoeve van een evenemententerrein niet toelaat. Daarnaast is het gewenst om de gronden ter plaatse van de beoogde watergang een passende waterbestemming te geven. Tot slot is het gewenst om de gronden ter plaatse van de beoogde natuurontwikkeling en het fietspad te wijzigen in de bestemming 'Natuur'. Om de voorgenomen ontwikkeling (planologisch) mogelijk te kunnen maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. In deze plantoelichting wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.6

Leeswijzer

In Hoofdstuk 1 is de aanleiding en doel van dit bestemmingsplan uiteengezet. In Hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in Hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en terinzagelegging.

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het sport- en evenemententerrein 't Strootman en de ten zuiden gelegen agrarische gronden aan de Meddoseweg ten zuiden van de kern Zwolle (Gld). Daarnaast heeft dit bestemmingsplan betrekking op de gronden ten westen en zuidwesten van het voorgenoemde evenemententerrein. Het gaat hierbij om (een deel van) de gronden tussen het evenemententerrein en de ten westen gelegen Oude Winterswijkseweg en Groenlosche Slinge. Het plangebied is nagenoeg geheel onbebouwd. In het noordoosten is sprake van een ontsluitingsweg en een parkeerterrein. Daarnaast is er een kleinschalig muziekkapel en zijn een aantal speeltoestellen en voetbalgoals aanwezig. Het plangebied wordt omgeven door opgaande beplanting en agrarische cultuurgrond. De oostzijde van het plangebied wordt begrensd door de Meddoseweg. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie in en rondom het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode omlijning.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied en omgeving (Bron: PDOK)

2.2

Nieuwe situatie

2.2.1

Algemeen

Vergroting evenemententerrein Voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de uitbreiding van het evenemententerrein 't Strootman aan de Meddoseweg, geleden ten zuiden van de kern Zwolle (Gld). Op het evenemententerrein vinden diverse 10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.) activiteiten plaats, zoals een meifeest, dansavond, kinderspelen, volleybaltoernooi en de kermis. De vergroting van het evenemententerrein is gewenst in verband met ruimtegebrek bij bepaalde evenementen en de wens voor een ruimere opzet van het terrein. Hierbij wordt op het terrein een gebouw van maximaal 300 m2 ten behoeve van opslag en sanitaire voorzieningen gerealiseerd. Dit gebouw heeft een goot- en bouwhoogte van maximaal 4 en 6 meter. Daarnaast wordt de aanwezige schuilhut (circa 20 m2) binnen het plangebied in beperkte mate verplaatst. Gelet op het feit dat het hier gaat om een lokaal evenemententerrein zal het aantal bezoekers niet of nauwelijks toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Tijdens een druk/maatgevend evenement zal het om maximaal 300 bezoekers gaan. In afbeelding 2.2 is de beoogde ontwikkeling ter plaatse van het evenemententerrein weergegeven. Met de blauwe contour is de uitbreiding van het evenemententerrein indicatief weergegeven. Voor het bestaande deel van het evenemententerrein wordt de bestemming overeenkomstig de huidige situatie overgenomen.

Afbeelding 2.2: Beoogde uitbreiding evenemententerrein (Bron: Gemeente Oost Gelre) Verleggen watergang, natuurontwikkeling in fietspad Ten zuiden van het huidige evenemententerrein is momenteel een kavelsloot aanwezig (Reijerinksgoot). De kavelsloot zal worden gedempt en verlegd langs de beoogde uitbreiding van het evenemententerrein, waar de kavelsloot in het zuidwesten wordt aangesloten op de bestaande kavelsloot, die loopt tot aan de Groenlosche Slinge. Ten zuidwesten van het evenemententerrein is ruimte voor natuurontwikkeling en het realiseren van een overstromingsvlakte voor piekafvoer van de Reijerinksgoot.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

Afbeelding 2.3: Beoogde watergang en natuurontwikkeling (Bron: Gemeente Oost Gelre) Tot slot wordt tussen het toekomstige evenemententerrein en de te verleggen kavelsloot een fietspad aangelegd, waarmee een fietsverbinding wordt gerealiseerd tussen de Meddoseweg en Oude Winterswijkseweg. Het fietspad bestaat uit halfverharding. De voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met de aangrenzende natuurgebieden/-stroken. Deze worden als gevolg van voorgenomen ontwikkeling niet aangetast. Daarnaast is tussen het beoogde fietspad en de Reijeriksgoot (nieuwe deel en bestaande deel) ruimte voor versterking van de bestaande natuurgebieden/ -stroken. De exacte invulling hiervan ligt nog niet vast.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

Hoofdstuk 3

Beleid

Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.

3.1

Internationaal niveau

3.1.1

Vogelrichtlijn

De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.

Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 3.1.2

Habitatrichtlijn

De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3

Het verdrag van Valletta (Malta)

Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.) In paragraaf 4.1 wordt nader ingegaan op de archeologische waarden binnen het plangebied 3.1.4

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.

Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de waterhuishouding binnen het plangebied.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de 14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.) ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid.

Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het voornemen betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De laddertoets die is opgenomen in artikel 3.1.6 lid van het Bro is een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes en zo nodig wordt onderzoek gedaan naar behoefte aan de in het bestemmingsplan voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van dit toetsingskader nadrukkelijk in de plantoelichting wordt gemotiveerd en afgewogen. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.) Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Dit betekent dat bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied een nadrukkelijke motivering nodig is, dat wil zeggen in aanvulling op de algemene vereisten van artikel 3.1.6, eerste lid, van het Bro, waarom niet in het bestaand stedelijk gebied in de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Een stedelijke ontwikkeling is in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Bestaand stedelijk gebied is in artikel 1.1.1 lid 1 onder h van het Bro gedefinieerd als: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat aan de eisen van het eerste lid van artikel 3.1.6 van het Bro dient te worden voldaan. Bij de toets of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dient onder meer beoordeeld te worden of de in het plan voorziene bestemmingen passende bestemmingen zijn (ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2294 (Weert) en of de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte (ABRvS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 (Ermelo)). De behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling dient met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan te zijn onderbouwd (ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2471 (Weststellingwerf)). 3.2.2.1 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro).

Zoals aangegeven wordt onder stedelijke ontwikkeling verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onder een 'overige stedelijke voorziening' vallen in ieder geval accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Op basis van het bovenstaande en op basis van de 'Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking' moet worden geconcludeerd dat uitbreiding van het evenemententerrein zonder toename van bouwmogelijkheden niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. Dit geldt eveneens voor de beoogde natuurontwikkeling, verleggen van de watergang en het aanleggen van het fietspad. Geconcludeerd wordt dat de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan. 3.2.3

Conclusie

De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet in strijd met de relevante nationale beleidskaders.

3.3

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

3.3.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

3.3.1.1 Inleiding In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie worden twee provinciale hoofddoelen onderscheiden: een duurzame economische structuur het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, waarbij per ambitie de aanpak op hoofdlijnen is beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel'. In voorliggend geval is met name het beleid ten aanzien van het woon- en leefomgeving van belang. 3.3.1.2 Verscheidenheid en verbondenheid De Kracht van Gelderland zit er ook in dat de verscheidenheid van de verschillende streken geen belemmering vormt om samen te werken. Integendeel. Eenheid en verscheidenheid: dat is wat de Gelderse cultuur kenmerkt en wat leidt tot creativiteit en vernieuwing. Samen optrekken en samenwerken aan en in de Gelderse gebieden. Natuur en water, de inrichting van het landschap, handel en onderwijs, cultuurhistorie, kunst, cultuur en sport, eenheid en verscheidenheid.

Het beste van veel werelden komt hier samen. Dit maakt Gelderland aantrekkelijk om in te wonen, te werken, te leren en te recreëren. 3.3.1.3 Een krachtige economie: leefbare groei! Een economie in balans met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving: dat is waar het om gaat. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De internationale concurrentie neemt toe en mensen en bedrijven verhuizen sneller als het elders beter is. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. De kwaliteit van het vestigingsklimaat, een kwalitatief en kwantitatief sterke arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden in dit licht steeds belangrijker. Bij uitstek kan Gelderland garen spinnen bij deze nieuwe industriële revolutie. Gelderland heeft immers sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en concurrerende positie. Zo kent Gelderland sterke clusters van economische activiteiten, een uitstekende bereikbaarheid en logistieke kracht, sociaal ondernemerschap, arbeidsmarkt, kennis en onderwijs, veel ruimte en een strategische ligging. Een goed vestigingsklimaat vereist ook een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Ook op dit vlak heeft Gelderland een goede uitgangspositie. De fraaie natuur, de mooie landschappen, de vele mogelijkheden op het vlak van cultuur, recreatie en toerisme en sport.

Gelderland heeft economische dynamiek én ruimte voor ontspanning in het groen en is daarmee aantrekkelijk voor burgers, bedrijven én bezoekers. 3.3.1.4 Toetsing van het plan aan de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De ontwikkeling draagt bij aan de leefbaarheid van de samenleving en in dit geval specifiek voor de kern Zwolle en directe omgeving. Met de ontwikkeling wordt ruimte gecreëerd om jaarlijks diverse activiteiten te kunnen organiseren. Geconcludeerd wordt dat deze ontwikkeling past binnen de beleidskaders van de omgevingsvisie.

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

3.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

3.3.2.1 Algemeen Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 3.3.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval zijn de artikelen 2.38, 2.52, 2.53a en 2.56van de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing. Artikel 2.38 Instructieregel bestemmingsplan Intrekgebied Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Artikel 2.52 Beschermen Groene ontwikkelingszone 1. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat; a. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b.

de samenhang niet verloren gaat. 2. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken. Artikel 2.53a Onderzoek kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone 3. Bij toepassing van artikel 2.52 bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de resultaten van het onderzoek naar de te verwachten effecten van die activiteit of ontwikkeling op de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone. 4. In de beschrijving van de onderzoeksresultaten worden in ieder geval betrokken de in het gebied aanwezige: a. actuele en potentiële natuurwaarden; b. in de bij of krachtens de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode Lijsten; en c. ecologische samenhang. 5. Voor zover de ontwikkeling of activiteit daar effect op kan hebben, wordt in de beschrijving van de onderzoeksresultaten betrokken de in het gebied aanwezige: a. kwaliteit van water, bodem en lucht; b. stilte, rust en duisternis; en c. landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische, bodemkundige waarden en het reliëf. Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) 1.

Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.) Landschappen, niet aantasten. 2. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. 3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Omgevingsverordening Gelderland' Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van het wijzigen van een agrarische bestemming naar een bestemming ten behoeve van dagrecreatie en natuur. De voorgenomen ontwikkeling gaat niet uit van het winnen van fossiele energie. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.38 van de Omgevingsverordening Gelderland. In het kader van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling een flora- en fauna quickscan heeft plaatsgevonden. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 4.6.3 van deze toelichting. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Gelders Nationaal Landschap 'Winterswijk'. Dit is een kleinschalig, organisch gegroeid halfopen landschap met afwisseling van bosjes, houtwallen, landbouwgrond, lanen, beken en boerderijen. De voorgenomen bestemmingswijziging doet hier geen afbreuk aan.

Temeer omdat ter plaatse geen nieuwe bouwmogelijkheden worden toegevoegd. Ten aanzien van artikel 2.52 en 2.53a wordt opgemerkt dat het plangebied (deels) is aangewezen als 'Groene ontwikkelingszone' (hierna: GO). Voor bestemmingsplannen binnen de GO geldt dat ontwikkelingen alleen plaats kunnen vinden wanneer er sprake is van een aantoonbare versterking van de GO. Daar waar de bestemming wordt gewijzigd van 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' naar 'Recreatie - Dagrecreatie' is sprake van agrarische cultuurgronden. Voor zover het plangebied binnen de GO ligt wordt de ter plaatse geldende agrarische bestemming gewijzigd in de bestemming 'Natuur' of 'Water'. Er is geen sprake van enige afbreuk van het halfopen landschap, bosjes en houtwallen. De uitstraling van het gebied blijft wat dat betreft behouden of wordt juist versterkt door de beoogde natuurontwikkeling. Indachtig het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3.3

Conclusie

De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet in strijd met de relevante provinciale beleidskaders

3.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is een doorvertaling van rijks-, provinciaal en regionaal beleid en is verwoord in tal van plannen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de voor de ontwikkeling relevante beleidsstukken. 3.4.1

Omgevingsvisie Oost Gelre

3.4.1.1 Algemeen De gemeente Oost Gelre beschikt over een (concept) omgevingsvisie. Omdat deze visie het nieuwe kader zal gaan vormen voor ontwikkelingen, wordt hier al wel aan getoetst. De visie is uitgewerkt in vijf doelen. Dit betreffen de volgende doelen. Oost Gelre: 1. heeft hechte en leefbare kernen; 2. geeft ruimte voor ondernemen; 3. blijft dichtbij en bereikbaar;

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.) 4. is een gezonde en veilige leefomgeving; 5. heeft een aantrekkelijk landelijk gebied vol leven. In dit geval is met name het tweede doel van belang, hier wordt hierna op ingegaan. 3.4.1.2 Oost Gelre heeft hechte en leefbare kernen De gemeente Oost Gelre zet in op hechte en leefbare kernen. De gemeente Oost Gelre streeft daarom naar een basisniveau aan voorzieningen in elke kern: een basisschool, een ontmoetingsplek en een zorgpunt. De inwoners hechten hier sterk aan en vinden dit voor de leefbaarheid van de kernen belangrijk. De gemeente Oost Gelre is zich ervan bewust dat het niet altijd mogelijk is om bestaande voorzieningen in stand te houden. Waar voorzieningen verdwijnen, zorgen we ervoor dat deze in een andere kern goed toegankelijk zijn, door middel van goede en veilige infrastructuur voor zowel auto’s als fietsers en openbaar vervoer of vraaggestuurd- en leerlingenvervoer. 3.4.1.3 Oost Gelre geeft ruimte aan ondernemen Gemeente Oost Gelre is bij uitstek een ondernemersgemeente. De gemeente moedigt ondernemerschap aan en wil koploper worden in toekomstbestendige werklocaties voor zowel bestaande als nieuwe bedrijventerreinen. Concrete doelen betreffen. Op weg naar 2040: Worden we sterker als echte ondernemersgemeente met aantrekkelijke voorwaarden voor ondernemers.

Dat betekent dat we werken aan duurzame, groene en klimaatadaptieve bedrijventerreinen. Daarbij zoeken we naar slimme verbindingen met de opwekking en inzet van hernieuwbare energie. Maken we ruimte voor uitbreiding van de Laarberg waarbij we rekening houden met de geldende milieuwetgeving. Zijn we terughoudend met het vestigen van bedrijven in de opslag- en distributie sector. Zorgen we voor goede woningen en bereikbaarheid om jong talent en arbeidsmigranten aan te trekken. Versterken we cultuurhistorische monumenten en landschappen in onze gemeente. Bij nieuwe invulling van gebouwen kiezen we een geschikte functie die recht doet aan de cultuurhistorische kwaliteiten. Hebben we volop ruimte voor kleine en grote evenementen onder voorwaarden die we nog verder uitwerken. Deze voorwaarden passen binnen de geldende milieu- en (water) veiligheidsgrenzen. Recreatie en toerisme zijn belangrijke groeisectoren voor Oost Gelre. De combinatie tussen historie, cultuur, het verenigingsleven en de vele evenementen maken de gemeente interessant voor bezoekers. De gemeente zet daarom in op het verstevigen van dit deel van de economie door het versterken van de cultuurhistorische kwaliteiten (monumenten en landschap), kleine en grote evenementen en recreatieve highlights, zoals de Grolse Linie.

Hierbij wil de gemeente de aantrekkelijkheid vergroten voor dag- en met name meerdaagse toeristen, die naast het buitengebied en de cultuurhistorische kwaliteiten ook komen voor de grote en kleine kernen. Daarom is het nodig dat nog meer ingezet wordt op het aantrekkelijk maken van onze winkelcentra en onder meer het aanbod aan overnachtingsmogelijkheden in de gemeente. De gemeente zet in op het jaarlijks verhogen van het aantal overnachtingen per jaar. De gemeente wil ook de komende jaren volop ruimte bieden aan de evenementensector in Oost Gelre. Evenementen zijn al decennialang geworteld in de gemeente en zorgen voor een grote mate aan verbondenheid in en rondom de kernen. Tegelijkertijd vormt bij sommige evenementen milieu- en (water)veiligheidsgrenzen (incl. Wet Natuurbescherming) een belemmering. De gemeente zet zich in om al de evenementen doorgang te laten vinden, onder bepaalde voorwaarden. 3.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Dit bestemmingsplan draagt bij aan het (be)leefbaar houden van de kern Zwolle en directe omgeving. Dit door het evenemententerrein ruimte te bieden waardoor deze in stand kan worden gehouden. Bovendien blijft hiermee de ruimte voor evenementen ter plaatse behouden, hetgeen bijdraagt aan de verbondenheid/sociale cohesie in en rondom de kern Zwolle. Het initiatief past hiermee binnen de ambities van de Omgevingsvisie.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

3.4.2

Beleidsvisie Externe veiligheid

3.4.2.1 Inleiding Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. 3.4.2.2 Toetsing van het plan aan de beleidsvisie Externe veiligheid In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de externe veiligheidsrisico in relatie tot de ontwikkeling. 3.4.3

Geluidsbeleid gemeente Oost Gelre

3.4.3.1 Inleiding Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van dit beleidsstuk. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.

Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. 3.4.3.2 Toetsing van het plan aan het Geluidsbeleid Oost Gelre In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op het aspect geluidshinder door weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op milieuhinder, waaronder geluid, van omliggende bedrijfsmatige functies.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

3.4.4

Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024

3.4.4.1 Inleiding Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen.

Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 3.4.4.2 Toetsing van het plan aan het integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024 In voorliggend geval zijn de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van belang. In paragraaf 4.10 wordt hier nader op ingegaan. 3.4.5

Conclusie

De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met de relevante gemeentelijke beleidskaders.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

Hoofdstuk 4

Uitvoeringsaspecten

4.1

Archeologie en Cultuurhistorie

4.1.1

Wettelijk kader

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart.

Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld. 4.1.2

Situatie plangebied

4.1.2.1 Archeologie Zoals in paragraaf 1.4 is vermeld zijn de gronden ter plaatse van het plangebied voorzien van de volgende dubbelbestemmingen: Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1; Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2; Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3; Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4; Waarde - Archeologisch rijksmonument; Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2. Vanwege het verleggen van de kavelsloot/watergang en de beoogde natuurontwikkeling waarbij gronden worden afgegeven is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het volledige archeologisch onderzoek is opgenomen in Bijlage 1 van deze plantoelichting. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten en bevindingen. Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, in de vorm van een verkennend en deels karterend booronderzoek. De aangetroffen bodemopbouw bestaat in het westelijke deel van het tracé uit dekzandafzettingen van

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.) de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. In het centrale deel van het tracé zijn verspoelde dekzandafzettingen en beekdalafzettingen aanwezig. Het centrale deel van het tracé ligt wel voor het merendeel in een gebied waar beekdalafzettingen aanwezig zijn in plaats van verspoelde dekzanden, en wijkt daarmee enigszins af de verwachte landschappelijke ligging en bodemopbouw zoals weergegeven op de archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre. De aanwezigheid van beekeerdgronden wordt wel duidelijk bevestigd, daar waar de verstoringsdiepte beperkt blijft tot de huidige bouwvoor. Ter plaatse van de vlakelementen van het oostelijke deel plangebied en oostelijk deel van het tracé komen sneeuw- en ijssmeltwaterafzettingen voor, overgaand in keileem. In het westelijke deel van het tracé, de oostelijk gelegen vlakelementen in het oostelijke deel van het tracé bestaat de bodemopbouw veelal uit een AC-profiel. Slechts bij enkele boringen in voornamelijk de oostelijk gelegen vlakelementen is een zwak ontwikkeld restant van een veldpodzolprofiel waargenomen.

Het archeologisch sporenniveau ligt bij deze boringen rond gemiddeld 50 cm -mv, op de overgang van de BC- naar de C-horizont, wat betekent dat eventueel aanwezige archeologische sporen ter plaatse en in de directe omgeving nog intact zullen zijn, indien aanwezig. Bij de meeste boringen komt onder de humeuze bovenlaag direct de Chorizont voor (AC-profiel). Er lijkt in het meest westelijke deel van het tracé een matig dik tot dik plaggendek te zijn opgebracht, welke echter bij het merendeel van de boringen recentelijk sterk verstoord is. Binnen de oostelijk gelegen vlakelementen in het oostelijke deel van het tracé beperkt de humeuze bovenlaag zich veelal tot de eerste 30 cm. Van een duidelijk plaggendek (met nog een restant dat niet recentelijk verstoord is) is geen sprake, ook niet in het uiterst oostelijke deel van het tracé (wat wel werd verwacht op basis van de archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre). Binnen het plangebied/tracé is sprake van veel variatie in de verstoringsdiepte, vooral in het westelijke en centrale deel, tot minimaal 30 en maximaal 170 cm -mv. In het oostelijke deel betreft de gemiddelde verstoringdiepte 50 cm-mv. De verstoringen reiken bij de meeste boringen tot minimaal aan de oorspronkelijke top van de C-horizont.

Daar waar de verstoringsdiepte zich beperkt tot de huidige bouwvoor (eerste 30 cm) zal het archeologisch sporenniveau ook nog (deels) intact aanwezig zijn, maar dit geldt dan vooral voor de boringen die gezet zijn binnen terreindelen met een lage archeologische verwachting. Enkele antropogene resten zijn aangetroffen bij een aantal boringen in het centrale deel van het tracé die gezet zijn langs de berm van de Oude Winterwijkseweg. Het gaat om enkele resten asfalt, puin en stenen in het geroerde/verstoorde deel van de bodemopbouw, en die vanuit archeologisch oogpunt dan ook niet interessant zijn. In alle andere boringen zijn geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen. De boringen gezet in het centraal-oostelijke deel van het tracé om restanten van de Circumvallatielinie hebben wel op twee locaties een gevlekte/humeuze laag opgeleverd direct onder de huidige bouwvoor. Het duidt op een vermoedelijk dubbel aangelegd deel van de Circumvallatielinie, in de vorm van twee greppelvullingen (dempingsmateriaal).

Op basis van de geleverde onderzoeksinspanning wordt geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn om archeologische resten van complextypen in de vorm van een basis-/extractiekamp (JagersVerzamelaars), nederzettingscomplex of huisplaats (Landbouwers) en afvaldumps, te verwachten in het westelijke deel van het tracé, de oostelijke gelegen vlakelementen en het oostelijk gelegen tracé. Voor het centrale deel van het tracé blijft daarmee de verwachting laag op het aantreffen van beekdalgerelateerde resten. Deze vondcomplexen betreffen veelal puntlocaties van zeer kleine omvang, waarmee dan ook opgemerkt dient worden dat een booronderzoek niet de geschikte methode is om dergelijke resten op te sporen. Er is echter wel sprake van een archeologische vindplaats in het centraal-westelijke deel van het plangebied, vermoedelijk in de vorm van een dubbel aangelegd deel van de Circumvallatielinie. Voor behoud in situ van deze te verwachten archeologische vindplaats is het wellicht mogelijk om het inrichtingsplan aan te passen, bijvoorbeeld door ter plaatse het terreindeel op te hogen. Hierdoor zullen bodemingrepen buiten het bereikt blijven van de huidige bodemopbouw. Indien dit niet mogelijk is, dan is vervolgonderzoek (gravend onderzoek) noodzakelijk, waarbij nader bepaald kan worden wat de waarde/fysieke kwaliteit van de vindplaats is.

In afbeelding 4.1 is het archeologisch onderzoeksgebied weergegeven.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening Meddoseweg (ong.)

Afbeelding 4.1: Archeologisch onderzoeksgebied (Bron: Econsultancy) Ten aanzien van het centraal-westelijke deel van het plangebied, specifiek de blauwe contour zoals aangegeven in afbeelding 4.1, wordt opgemerkt dat hier in beginsel geen nieuwe bodemroerende activiteiten gaan plaatsvinden. Het beoogde fietspad wordt zodanig aangelegd dat hiervoor ter plaatse geen grond afgegraven hoeft te worden. Er is eerder sprake van een lichte ophoging. Vervolgonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden worden de ter plaatse aanwezige archeologische dubbelbestemmingen van het "Parapluplan Archeologie" overgenomen in dit bestemmingsplan. Voor het overige en daarmee het merendeel van het onderzoeksgebied wordt, op basis van het ontbreken van archeologische indicatoren, geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. 4.1.2.2 Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13892420/1