CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp mausoleum lievelde toelichting

Raadscommissie 19 maart 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde17.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toetsing Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de Risicokaart en de omgeving weergegeven.

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Figuur 4.2: Uitsnede risicok aart externe veiligheid (bron: Atlas Leefomgeving)

Provinciale weg N18 (Besluit en Regeling externe veiligheid transportrisico's) Het plangebied ligt op een afstand van circa 125 meter vab de provinciale weg N18. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de 200 meter zone van de N18. Binnen deze zone geldt maatwerk ten aanzien van het vaststellen van het groepsrisico. De bebouwingsdichtheid rond de weg en in de omgeving van het plangebied is laag. Gelet op de beperkte personendichtheid van het plangebied en de omgeving van het plangebied is waarschijnlijk sprake van een zeer laag groepsrisico, bovendien wordt geen toename verwacht van het groepsrisico.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Bedrijven en milieuzonering

4.9.1

Kader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen functies kunnen de richtlijnen in de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) gehanteerd worden om de afstand te bepalen tussen woningen en de verschillende bedrijfscategorieën. Deze afstemming beperkt zich tot de volgende milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.

4.9.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk en rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oost-Gelre. Daarmee kan de ligging van het plangebied worden gekenmerkt als omgevingstype 'rustige woonwijk en rustig buitengebied'.

4.9.3

Situatie plangebied

Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Het voornemen ziet toe op het realiseren van een mausoleum. Een mausoleum kan aangemerkt worden als 'kerkgebouw'. Op basis van de VNG-brochure behoort deze functie tot milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. De dichtsbijzijnde gevoelige functie betreft het Klooster op een afstand van circa 95 meter, maar deze is onderdeel van de inrichting en daarmee uitgezonderd van deze beoordeling. Andere gevoelige objecten liggen op veel grotere afstand. Het voornemen voldoet daarmee aan de richtafstanden waardoor te concluderen is dat er geen sprake is van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonende.

Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving of dat de ontwikkeling leidt tot belemmeringen in de bedrijfsvoering van de bestaande functies. Het gebruik van het klooster is op onderdelen aan te merken als (beperkt) gevoelige functie. De dichtsbijzijnde milieubelastende functie in de omgeving betreft een veehouderij ten westen van het plangebied. Op het adres Kloosterstraat 3 is een vleesvarken- en rundveehouderij gelegen. De afstand tussen de veehouderij en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter. Op basis van de VNG-brochure behoort deze functie tot milieucategorie 4.1 met een richtafstand van 200 meter. Het voornemen voledoet daarmee aan de richtafstanden.

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.10

Verkeer en parkeren

Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de beoogde ontwikkeling, dieneen de kengetallen uit de CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' te worden geraadpleegd. Het beoogde mausoleum kan binnen de CROW-publicatie worden gedefinieerd als een 'religiegebouw'. De CROW-publicatie kent echter geen kencijfers voor het berekenen van de verkeersgeneratie van een 'religiegebouw'. Het mausoleum is een ondergeschikte functie van het klooster waardoor niet te verwachten is dat het voornemen zorgt voor een toename van de verkeersgeneratie. Daarnaast wordt onderhavig bestemmingsplan opgesteld voor een planologische regeling voor het huidige gebruik van het klooster. Op 15 oktober 2019 heeft het college besloten bereid te zijn een tijdelijke vergunning voor het gebruik van het klooster te verlenen. Bij deze verlening is vanuit het aspect verkeer geen bezwaar tegen het voorgenomen gebruik. Het omliggende wegennet kan de hoeveelheid verkeer van en naar het klooster goed afwikkelen. Het gebruik van het klooster wijzigt beperkt ten opzichte van de huidige situatie. Vanuit het aspect verkeer zijn dus geen belemmeringen te verwachten.

Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd.

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein wordt voorzien en daarmee geen hinder ontstaat naar de omgeving.

4.11

Milieueffectrapportage

Algemeen In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. (hierna: C- en D-lijst) staat of sprake is van m.e.r.-plicht of een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Figuur 4.3: Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Als een activiteit onder de drempelwaarden blijft uit onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r., betekent dit echter niet dat er geen beoordeling meer nodig is. De drempelwaarden zijn namelijk indicatieve waarden (zie artikel 2, lid 5, onder b van het Besluit m.e.r.). Dit betekent concreet dat wanneer de omvang van de activiteit onder de drempelwaarden blijft, het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag dus via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.-beoordeling nodig is. Dit ziet op de besluiten op grond waarvan de activiteit direct kan worden uitgevoerd. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Het bevoegd gezag mag de m.e.r.-beoordelingsprocedures ook overslaan en direct de m.e.r.-procedure volgen.

Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is vormvrij: de wet schrijft geen procedure voor. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-procedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld, moet een planMER worden opgesteld.

Toetsing Het voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een mausoleum en een wijziging in het gebruik van het klooster. Gelet op de aard en omvang van het plan betreft dit geen activiteit die voorkomt op de C-lijst en D-lijst. Bovendien blijkt uit de toetsing aan de milieuaspecten in dit hoofdstuk dat van milieueffecten geen sprake is of dat milieueffecten acceptabel zijn.

Conclusie Er is geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapportage of een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Hoofdstuk 5 5.1

Juridisch planbeschrijving

Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

5.2

Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand met bijbehorende regels. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.

5.3

Plansystematiek

5.3.1

Indeling

Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2).Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen.

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Bestemmingsregeling Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Specifiek e gebruiksregels In sommige bestemmingen is het noodzakelijk om het gebruik zoals toegelaten in de bestemmingsomschrijvingen nader te specificeren. Ter nadere toelichting is in sommige bestemmingen aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval vallen onder strijdig gebruik zoals bedoeld in artikel 2.1 Wabo. Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken. Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' een omgevingsvergunningplicht.

Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene wijzigingsregels en parkeerregelgeving

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

5.3.2

Bebouwing

In het bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor de situering en maatvoering van bouwwerken is het belangrijk dat er regels zijn opgenomen met betrekking tot:

Goot- en bouwhoogte De maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van (hoofd)gebouwen is op de verbeelding opgenomen door middel van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte”. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is opgenomen in de regels in de subparagraaf “bouwwerken, geen gebouwen zijnde”.

Situering gebouwen Teneinde de situatie eenduidig te kunnen reguleren, is de bebouwing “gezoneerd”. Voor bouwwerken is met betrekking tot de situering op de verbeelding en in de regels onderscheid gemaakt door het gebruik van de aanduiding “bouwvlak”. Het bouwvlak is bestemd voor hoofdgebouwen. Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, kunnen soms ook buiten het bouwvlak worden toegestaan. De maatvoering is in de planregels uitgewerkt.

5.4

Bestemmingsregels

Maatschappelijk Bestemmingsomschrijving Ter plaatse van de bestemming 'Maatschappelijk' zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan ten behoeve van culturele, levensbeschouwelijke of religieuze doeleinde. Daarbij zijn de gronden binnen deze bestemming bestemd voor een studiehuis, geestelijke hulpverlening en retraite inclusief voor deelnemers en begeleiders, bewoning door de 'vaste' bisschop, monniken en monniken in opleiding. Ten slotte zijn de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden bestemd voor logies en verblijf in een religieuze context, tot maximaal 50 personen tegelijkertijd. Daarnaast zijn de daarbij behorende tuinen, erven, groenvoorzieningen, ontsluitingen, inritten en overige, functioneel met de bestemming 'maatschappelijk' verbonden voorzieningen, zoals een urnenmuur en een mausoleum toegestaan. Op deze manier is de realisatie van het mausoleum mogelijk.

Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het bestemmingsplan. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. Naast bestuurlijke instanties is overleg gevoerd met de Klankbordgroep bestaande uit afgevaardigden van de corsoverenigingen en omwonenden. Zij zijn betrokken bij de invulling van de plannen voorafgaande aan de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan.

Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de wet ruimtelijke ordening. Het plan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen tegen het plan kenbaar te maken. De eventuele ingebrachte zienswijzen worden behandeld in een zienswijzenota. Hierin zullen tevens de eventuele wijzigingen met de behartiging van belangen die in het plan in het gedign zijn. Het ontwerp bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024. In die periode zijn geen zienswijzen ingebracht. Het bestemmingsplan is ambtshalve gewijzigd naar aanleiding van een opmerking van de Provincie Gelderland over de omgevingsverordening. Paragraaf 3.3. is aangevuld met toetsing aan artikel 2.65b over klimaatadaptatie. Behoudens bovenstaande ambtshalve wijziging wordt het omgevingsplan ongewijzigd ter verstelling aangeboden aan de gemeenteraad.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieplan Conform artikel 6.12, eerste lid Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen, tenzij conform artikel 6.12, tweede lid, onder a, het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente zijn een anterieure overeenkomst aangegaan waarmee de economische uitvoerbaarheid is vastgelegd. Een exploitatieplan is niet nodig. Planschade Een belanghebbende kan, na een besluit tot vaststellen van een bestemmingsplan, een verzoek indienen om een tegemoetkoming in de schade, indien die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde artikel 6.1 tweede lid Wro genoemde oorzaak (artikel 6.1 Wro). Eventuele planschade wordt verhaald op de initiatiefnemer.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Bijlagen

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

40

Toelichting (vastgesteld)

Landschappelijke Inpassing 12/01/2023

Mausoleum Kloosterstraat 5 7131 MZ Lievelde

Aanleiding en doel De Koptische gemeenschap heeft de wens een Mausoleum te realiseren op het terrein behorend bij de Kloosterstraat 5 in Lievelde. Architect Erik Wamelink heeft de opdracht gekregen het ontwerp voor het mausoleum te vervaardigen. Voor de plaatsing en de landschappelijke inpassing is de hulp ingeroepen van het Buitenburo. In dit rapport wordt de plaatsing van het mausoleum beargumenteerd en wordt er een landschappelijke inrichting voorgesteld in aanvulling van de eerdere plannen uit 2019 waarin een plan is gemaakt voor de herplant na aanleiding van het verwijderen van bomen en struiken. In de filosofie van het Buitenburo liggen er kansen voor herstel van ecologische processen, leefbaarheid en esthetische waarde in het landschap door nieuwe ontwikkelingen waar natuurwaarden en menselijke activiteiten elkaar versterken. Het is van belang landeigenaren te inspireren en in beweging te brengen richting een natuur inclusief grondgebruik. Een prettig en divers landschap waar mensen bewust als onderdeel van het ecosysteem functioneren en daar ook voldoening uit halen. Die menselijke voldoening is in een dichtbevolkt land als Nederland een belangrijke voorwaarde voor het tot stand brengen van een duurzaam landschap in balans.

Met vriendelijke groet, Dyon Temming

N 2

Situatie in beeld 2019

3

Landschap

Beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand

Veldpodzolgronden; grof zand

Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand

Station

Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand

N Erven

bomenrij

spoorweg

Bomen

watergang

Provinciale weg

Plangebied

Onderduikers schuilhut WO II

Bomen restant houtwal, ondergroei verwijderd

4

Typologie

Coulisse landschap jonge heideontginning essen beekdalen

Op de rand van de voormalige woeste gronden van het Lievelderveld en het beekdal op de kaart gemarkeerd met de naam Braker is in de jaren 60 een klooster gebouwd. De woeste gronden waar schapen werden geweid en plaggen werden gestoken waren begroeid met heide en verspreid staande bomen. Het beekdal had een boel kleinere percelen met een organisch patroon dat de hoogtelijnen volgt. De nattere stukken met broekland worden van de iets drogere stukken gescheiden door singels met hakhout van els en wilg. Op de hoger gelegen essen worden gewassen verbouwd. Het geheel aan deze typen landschap is ontstaan onder het eeuwenoude landbouwsysteem waarbij plaggen van de heide verrijkt met dierlijke mest op de essen werden gebracht waardoor de essen steeds vruchtbaarder en hoger werden en de woeste gronden steeds voedselarmer. De gronden in de beekdalen waren hooilanden en waar mogelijk kleine akkertjes. Dit gebruik heeft geresulteerd in een kleinschalig cultuurlandschap met hoge natuurwaarden en heeft eeuwen zo gefunctioneerd. In het midden van de 19e eeuw is door technologische ontwikkeling een schaalvergroting in de bedrijfsvoering en het landschap gekomen die het mogelijk maakte de heidevelden om te vormen tot productieve landbouwgronden, de beekdalen te draineren door de beken te kanaliseren en ook hiervan productieve landbouwgronden te maken.

In het huidige landschap ziet alleen een getraind oog nog de verschillen tussen de essen, broeklanden en de heideontginningen. Berk, zomereik, fladderiep hulst en veldesdoorn, zijn de meest voorkomende boomvormers die horen bij dit landschapstype. Ook vinden we struiken zoals Jeneverbes, vuilboom vlier lijsterbes en brem. In de bodem zitten waarschijnlijk nog slapende zaden van de voormalige heide die als ze de kans krijgen nog kunnen ontkiemen.

5

Beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand

Veldpodzolgronden; grof zand Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand

N

Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand

Een veldpodzolgrond is een bodemtype in het Nederlandse systeem van bodemclassificatie dat behoort tot de suborde van de hydropodzolgronden. In deze suborde worden hydromorfe kenmerken hoog in het profiel waargenomen, wat erop wijst dat ze in het verleden permanent of periodiek met water verzadigd waren. Veldpodzolen zijn de meest voorkomende podzolgronden in Nederland. Ze worden veel aangetroffen in de jonge heideontginningen, gebieden die tot eind de 19e - begin 20e eeuw met heide waren bedekt (de woeste gronden). De veldpodzolgronden liggen in lagere delen, zoals afvoerloze laagten, en op lage ruggen, met relatief hoge grondwaterstanden. Op hogere plaatsen worden ze alleen gevonden als daar tijdens het proces van bodemvorming hoge grondwaterstanden waren; dit is het geval bij bijvoorbeeld dekzandruggen die vroeger in het veen hebben gelegen. Bij de veldpodzolen wordt aangenomen dat niet de vegetatie, maar de hydrologische ligging van grote invloed op de bodemvorming geweest. De naam van deze gronden is ontleend aan de vele toponiemen die eindigen op veld in de streken waar ze worden aangetroffen. Een oude benaming voor deze bodem is laag heidepodzol. Door bemesting zijn de meeste in cultuur gebrachte veldpodzolgronden in de loop der jaren sterk verrijkt in nutriënten.

Om weer voedselarme omstandigheden terug te krijgen voor de aanleg van nieuwe natuur moet vaak eerst de bodem worden verschraald door de verrijkte bovengrond af te graven.

Beekeerdgronden zijn zand-eerdgronden die meestal voorkomen in beekdalen. De beekeerdgronden behoren binnen de Nederlandse bodemclassificatie tot de hydro-zandeerdgronden. De bodem bestaat uit een voedselrijke humuslaag die overgaat in een voedselarme laag van dekzand. Beekeerdgrond komt voor in gebieden met een fluctuerende grondwaterstand. In de bodem treedt daardoor oxidatie op. Beekeerdgronden wordt als verzamelnaam gebruikt voor de zwarte- en de bruine beekeerdgronden.

6

Biodiversiteit Biodiversiteit gaat over de rijkdom aan soorten planten, dieren, bodemleven op een plek, en over alle relaties daartussen. Het gaat ook over de rijkdom waar ze voor zorgen voor mensen: een aantrekkelijk landschap om van te genieten (met kleur en geur), vruchtbare bodems, bestuiving van vruchten voor groenten en fruit, zuivering van lucht en water. In een gevarieerd landschap leven veel soorten samen: planten, dieren, paddenstoelen, bodemleven. Ze zijn sterk afhankelijk van elkaar. Ze zijn elkaars voedsel of zorgen voor omstandigheden waarin de ander kan leven. Zo kan een bij niet zonder bloeiende bloemen, een vis niet zonder waterinsecten, een uil niet zonder muizen, een muis niet zonder planten, een plant niet zonder bodemdiertjes, de bodemdieren niet zonder planten. En niet te vergeten: ook mensen kunnen niet zonder planten, en dus niet zonder bodemleven, en dus ook niet zonder andere soorten die planten en bodem gezond en talrijk houden. We staan direct met andere soorten in verbinding. De (boeren)erven en directe omgeving bieden kansen voor de versterking van de biodiversiteit in de vorm van groene stapstenen in het groenblauwe netwerk van sloten, beken, bermen, houtsingels en bermen. Er zijn veel mogelijkheden om het verdere verlies van soorten planten en dieren tegen te gaan en zelfs om te buigen naar herstel.

Belangrijk is dat we weer gunstige(re) leefomstandigheden gaan creëren voor soorten. Welke omstandigheid gunstig is verschilt uiteraard per soort plant of dier. Een bij, vlinder of dotterbloem heeft iets heel anders nodig dan een das, pad of een orchidee. Maar in de basis geldt voor elke soort dat een plek aan vier voorwaarden met voldoen: • er is ruimte om te verblijven en schuilen, • er is voldoende voedsel, • er zijn mogelijkheid om zich te kunnen voortplanten, • er zijn mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen naar een ander leefgebied. Er zijn veel dingen die we kunnen doen die eenvoudig zijn en niets hoeven te kosten. Het makkelijkste advies is om vooral dingen te laten of minder intensief te doen. Bijvoorbeeld door rommelhoekjes te houden. Heel simpel door een berg met stenen te laten liggen, in hoekjes waar u niet hoeft te komen planten te laten staan en snoeihout te laten liggen (op een stapel of ril). Op en rond deze rommelhoekjes leven veel dieren waar onze gidssoort steenuil weer van profiteert. Uw gazon of bloemenweide (of een deel daarvan) pas vanaf juni maaien betekend voor veel insecten ruimte voor overwintering en voortplanting. Hierdoor kunnen insecten in aantal en soorten toenemen

Alles hangt samen (Bron: Ecogroen)

7

Het Plangebied Erven Relevante bebouwing (bomen)Tuin Verharding Boomgroepen en singels bomenrij Recreatieve route Gegraven watergang Landbouwbeheer natuurbeheer sport

N

8

Het Plangebied Open Diffuus Dicht Ruimte Zichtlijn

N

9

Bebouwing Het nieuw te bouwen mausoleum wordt gesitueerd op de weide tussen de Brakerweg en de Kloosterstraat. Het wordt ruimtelijk gepositioneerd in een prettige verhouding tussen de boomstrook van eiken in het noorden en de bomenrij langs de Kloosterstraat. Beide houtopstanden begrenzen de ruimte maar bieden zicht op de omliggende ruimte onder het bladerdak door. Het geheel wordt een besloten ruimtelijke eenheid . De bestaande ruimtelijke eenheden worden gescheiden door de verschijningsvorm. A) open ruimte, weide/Parkeerplaats en B)Openruimte met bladerdak, boomtuin. Mausoleum nieuw a

b

Boomtuin

Klooster, bestaand

N

Door het aanplanten van een drietal boomgroepen met ondergroei worden de harde contouren van het gebouw enigszins verzacht. Het brengt ook balans in de met bomen beplante kloostertuin en de directe ruimte rond het mausoleum. Het pad dat het mausoleum met het Klooster verbind wordt vloeiend en verhoogt tov het nieuwe maaiveld. Uitgevoerd in een grasbaan om wel de verbinding te creëren zonder hardheid toe te voegen. De parkeerplaats voelt als onderdeel van de boomtuin door het bladerdak, dat blijft ook zo. De hele parkeerplaats wordt door een heg omzoomd om een groene beeld te waarborgen en de geparkeerde auto’s aan het beeld te onttrekken.

Open

diffuus

Mausoleum nieuw

N

diffuus

Klooster, bestaand

10

Inpassing plan 2023

Heischraal grasland 0,75 ha De voedselrijke toplaag wordt verwijderd. Maaisel uit een natuurgebied van vergelijkbaar karakter wordt aangevoerd om autochtoon zaad te introduceren. Beheren volgens het sinusmaaibeheer.

doorzichten

Heischraal Grasland

Boomgroepen: De boomgroepen van den en berk met een ondergroei van jeneverbes en brem zijn passend in het heidelandschap. De verspreide bomen zorgen voor een balans en relatie van het nieuw te bouwen mausoleum met het beeld van het bestaande klooster. Bomen vrij uit laten groeien, niet snoeien.

Parkeren in de groene kamer (Taxus)

N Betula pendula Berk, 4 st 14/18 Pinus sylvestris Den, 2 st 14/18 Juniperus communis Jeneverbes, 9 st 60/80 Citisus scoparius Brem 7 st 60/80 Taxus baccata taxus: 680st 60/80

3m

Pad, +/- 20 cm hoger dan nieuw maaiveld

Golvende haag

Pad: Het pad slingert door het heischraal grasland in een vloeiende beweging. Het pad ligt op een dijkje dat niet wordt afgeplagd. Het pad wordt in stand gehouden door te maaien als gazon. Golvende haag rond Parkeerkamer: De parkeerplaats wordt aan het zicht onttrokken door een haag bestaande uit taxus. De haag golft in hoogte tussen 1,2 m en 2,0 meter met in acht name van de zichtlijn en in breedte tussen 0,5 en 1,5 meter

11

Inpassing en herstel plan in overzicht 2019-2023

N

N Open Diffuus Dicht Ruimte Zichtlijn

12

Aanvulling LIP, Sinus maaibeheer Bloemrijk grasland wordt beheerd op bloei van grassen en kruiden. Dit gebeurt door middel van een ander maaibeheer gericht op verhoging van biodiversiteit door het bijdragen aan voedsel, schuilplekken en verbinding. Dit maaibeheer voorkomt de opslag van houtige gewassen en levert een prachtig kleurrijk beeld op in het voorjaar en in de zomer. Het voorgestelde maaibeheer wordt ook wel sinusbeheer genoemd. De bewoner bepaalt bij sinusbeheer zelf waar, wanneer en hoe vaak hij maait, mits er nooit meer dan 40 procent van de oppervlakte wordt gemaaid. Door telkens in wisselende, sinusvormige patronen te maaien, ontstaat er een maximum aan variatie in habitats, met delen die jaar rond of zelfs meerdere jaren overstaan tot delen die tot meermaals per seizoen gemaaid worden. Zo is er op elk moment van het jaar voor iedere soort wat wils; van nectarplanten tot overwinteringsplekken. Aanpak: de eerste snede is het maaien van een sinuspad. Deze slingert zich door de gehele. Bij de tweede maaibeurt wordt het binnenste deel van het pad weggehaald. Laat daarbij rustig stukken met mooie bloeiende kruiden staan, die komen een volgende keer wel aan bod. De derde maaibeurt pakt de buitenrand grotendeels mee. Afhankelijk van het groeiseizoen herhaalt zich de cyclus een aantal keren Lees de uitgebreide beschrijving (bron de vlinderstichting)

13

Versterkin GO provinciale norm

Verliesfactor

Sinds actualisatie 8 van de Omgevingsverordening zijn de instructieregels voor de Groene ontwikkelingszone (GO) als volgt: Aan omgevingsplannen wordt de voorwaarde opgelegd dat nieuwe activiteiten of ontwikkelingen zijn toegelaten, mits uit onderzoek blijkt dat: • de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en • de samenhang niet verloren gaat. GS hebben Regels versterking Groene ontwikkelingszone vastgesteld, waarvan een rekenmethodiek deel uitmaakt. Deze methodiek is beschikbaar als Excelbestand. 3 kolommen voor aantekeningen 1. Verliesfactor categorie

voorbeelden van beheertypen

Natuurvriendelijke oever, L01.15, L01.01, N04.02 poel, zoete plas Houtwal, houtsingel, L01.02, L01.03, L01.07,L01.08 leeftijd < 25 jaar elzensingel, bomenlaan, rij knotwilgen, solitaire bomen (niet Wnb beschermd hout opstand) leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar Struweelhaag of L01.05 en L01.06 scheerhaag Hoogstamboomgaard L01.09 Moeras, rietland N05.04 Nat schraalland / vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig N13.01 weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden N11.01, N12.02, N12.03 Kruiden- en faunarijke N12.05 akker Ruigteveld of -zoom N12.06 Alle typen bos die niet Wnb N14, N15, N16 en N17 leeftijd < 25 jaar beschermd houtopstand zijn leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar

punten /eenheid 4000

oppervlakte (ha)

punten

er worden geen landschappelijke elementen verwijderd 0

3000

0

4000 5000 4000

0 0 0

2700 2700 2000

0 0 0

1000

0

1000 1000

0 0

1000 3000

0 0

4000 5000

0 0 opp. (ha) 0 0,00

VERLIESPUNTEN

14

Versterking GO provinciale norm

Impactfactor

3 kolommen voor aantekeningen

eenheid

basispunten /eenheid

aantal eenheden

wooneenheid ha. woonbestemming wooneenheid ha woonwijk ha. bedrijventerrein

20 400 25 600 1500

ha. bedrijventerrein ha. bedrijventerrein aantal turbines verstoringsafstand (m) verstoringsgraad (%) ha. functioneel zonneveld ha. verharding of half verharding ha. verharding ha. verharding ha. verharding

3000 4500 600

toeslagfactoren nieuwe indien van functie op toepassing deze locatie factor verhogen

1 0,0445

2 2 2 2 2 2 2 1,5

1,5

600 1000 2000 3000 4000

2 2 2 2

open landschap

indien van toepassing factor verhogen

1 1 1 1 1

2

1 1 1

2

1 1 1 1 1

1,5

2 2 2 2

2 1

2 2 2 2

IMPACTPUNTEN

aardkundig e waarden voor zover BUITEN open landschap

indien van ligging in toepassing EVZ factor verhogen

1 1 1 1 1

1,5

1 1 1

1,5

1 1 1 1 1

1,25

1,5 1,5 1,5 1,5

1,5 1

1,5 1,5 1,5 1,5

1 1 1 1 1

1,25

1 1 1

1,25

1 1 1 1 1

1,25

1,25 1,25 1,25 1,25

1,25 1,25

1,25 1,25 1,25 1,25

Impactpunten indien van basis incl. toetoepassing slagen factor verhogen

1 1 1 1 1

20 17,8 0 0 0

1 1 1

0

1 1 1 1 1

0

0 0

0 0 0 0

20 17,8 0 0 0

oppervlak van het mausoleum 445m2

0 0 0

0 0 geen verharding 0 0 0 opp. (ha) 38 0,04 excl. windturbine

Impact = 600 x aantal windturbines x verstoringsafstand(m) x verstoringsafstand(m) / 10000 x pi x verstoringsgraad %

15

Versterking GO provinciale norm

Versterkingsmaatregel

2 Tabel 3. VERSTERKINGSMAATREGELEN categorie voorbeelden van beheertypen basis

Natuurvriendelijke oever Poel (max. 0,3 hectare per stuk) Houtwal, houtsingel, elzensingel, Struweelhaag of scheerhaag Laan (dubbele bomenrij) Rij knotwilgen Hoogstamboomgaard Zoete plas Dynamisch moeras Nat schraalland / Vochtig hooiland Vochtig weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden Kruiden- en faunarijke akker Ruigteveld of -zoom Alle typen natuurlijk bos Speciale elementen Stobbenwallen Takkenril/ houtstapel Nestkast steen, bos- of kerkuil Bijenhotel Kleine zoogdiertunnel Herpetofaunatunnel Boombrug ‘Hop-over’ Loopstroken of -richels

VEREISTE VERSTERKING

3 kolommen voor aantekeningen opp (ha)

factor tijdelijke maatregel

indien van toepassing factor verlagen

factor bijdrage EVZ

indien van Verstertoepassing kingsfactor punten verhogen basis

incl. toeslagen

L01.15 L01.01

3000 3000

0,7

1 1

1,25 1,25

1 1

0

0,7

0

0 0

L01.02 en L01.03

3000

0,7

1

1,25

1

0

0

L01.05 en L01.06

3000

0,7

1

1,25

1

0

0

L01.07 L01.08 L01.09 N04.02 N05.04 N10.01 en N10.02

3000 3000 2000 2000 2000 2000

0,7

1,25

1,25

1 1 1 1 1 1

0

0,7

1 1 1 1 1 1

0

0 0 0 0 0 0

N13.01

1000

0,7

1

1,25

1

0

0

N11.01, N12.02, N12.03 N12.05

1000 1000

0,7

1 1

1,25

1 1

750

750 0

N12.06 N14, N15, N16 en N17

1000 2000

0,7

1 1

1,25 1,25

1 1

0

0,7

0

0 0

hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten

5000

0,7

1

1,25

1

0

0

5000

0,7

1

1,25

1

0

0

10

0,7

1

1,25

1

0

0

per m2 functioneel oppervlak das, bever, kleine marters e.a.

10 100

0,7

1 1

1,25

1 1

0

0 0

reptielen en amfibieën marters, eekhoorn vleermuizen, vlinders en vogels bij bestaande brug of duiker, voor zoogdieren

300 100 100

0,7

1,25 1,25

1 1 1

0

0,7

1 1 1

0

0 0 0

100

0,7

1

1,25

1

0

0

0,7 0,7 0,7 0,7

0,75

0,7

0,7

0,7

VERSTERKINGSPUNTEN 37,8 BALANS

1,25 1,25 1,25 1,25

1,25

1,25

1,25

0 0 0 0

0

0

0

750 opp. excl. speciale elementen 712,2 0,75

De huidige weide wordt verschraald dmv afgraving

16

Tips biodiversiteit Schuilplaatsen en nestelgelegenheid voor insecten/vogels/vleermuizen en kleine zoogdieren • • • • • •

Nestkasten • Vogelkastjes • Vleermuiskastjes Takkenrillen Broedhopen insectenhotels Stapelsteen muren (stekel)hagen

Insectenhotel

Nestkastjes

Takkenrillen De takkenrillen worden gemaakt van het vrijkomend snoeihout uit de singel. Staken van 1,30 m1 worden in 2 rijen met een tussenafstand van 1 meter in de grond gestoken. De ruimte er tussen wordt gevuld met takhout.

Wilde bijtjes; Wilde solitaire bijtjes hebben genoeg aan een gaatje van zo’n 3 cm diep in hout of steen. Misschien heeft u al eens zo’n bijennestje gevonden in een sleutelgat of in een nisje van een tuinstoel. Als u holle stengels met een doorsnede van 3 tot 8 mm recht afknipt en ze tot een bundeltje bindt, heeft u al een prachtig insectenhotel. Hang zo’n bundel begin april stevig aan een boom of muur op een zonnige plaats en wachten maar… Na een paar dagen ziet u de kleine bijtjes al rondhangen rond de stengels. Ze brengen steeds wat stuifmeel en nectar in het gangetje en leggen er een eitje bij. Daarna wordt er een mooi dekseltje opgemetseld. Het nest is dan klaar voor de nakomelingen die er veilig in kunnen opgroeien en het volgende jaar tevoorschijn zullen komen. Er bestaan nog talloze voorbeelden van nesten voor deze bijen. Denk ook aan geboorde gaatjes in boomschijven, in lemen wanden of aan het gebruik van isolatiestenen met gaatjes. Er kan zo een complete toren worden opgebouwd waaraan u veel plezier kunt beleven. Een open plek met zand waarop niet gelopen mag worden is een uitnodiging aan de graafbijtjes. Zij graven loodrecht een gangetje met dwars daarop zijkamertjes voor hun larven. Hommels; Een hommel vliegt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, weer of geen weer, dus een ijveriger knecht voor de tuinder bestaat er niet.

Als er voor hommels geen plekje is van natuurlijk materiaal zoals een takkenhoop of een kier onder een schuurtje, dan kunt u een hommelnestkast maken. Een houten kast ter grootte van een schoenendoos wordt daarvoor gevuld met droge mosjes en/of haren van een hond of mens. Oud droog materiaal van een vogelnest of van een muizennest is ook ideaal. Daarna moet de kast een rustig en droog plekje krijgen in de tuin. Een goede plek is onder een grote struik, of tussen een paar houtblokken of stronken. Zo’n kast moet u wel al in februari een plaatsje geven, want de eerste hommelkoninginnen zoeken meteen na het ontwaken uit de winterslaap naar een geschikte plek voor een nest. Een hommelvolkje leeft maar een paar maanden, dus na de zomer ligt de kast er weer verlaten bij. Vlinders; Vlinders zijn wel de meest geliefde insecten in de tuin. Natuurlijk heb je voor vlinders geen nestelgelegenheid nodig; vlinders leggen hun eitjes op de planten die hun voorkeur hebben. Vaak zijn dat brandnetels, maar ook de klimop, marjolein, pinksterbloem en diverse grassen zijn in trek. Toch kun je overwinterende vlinders helpen door ze een schuilplaatsje voor de winter te geven. Hier geldt alweer: een stapel houtblokken of een dichte takkenril met veel droge bladeren is al genoeg.

Wilt u toch zelf een kastje maken? Maak dan een kastje met het formaat van een mezenkastje en zaag in de voorzijde enkele verticale sleuven van ruim een halve centimeter breed en 6 cm lang. Stop het kistje vol met droog materiaal zoals takjes, mos en bladeren. Hang het aan een boom of tegen een muur op ooghoogte. In februari kunnen de eerste vlinders ontwaken en uw krokussen gaan bezoeken. Oorwormen; Een oorworm eet vooral bladluizen en andere kleine insecten die van fruitbomen en struiken leven. Heel nuttig dus! Een oorwormhuisje is supersnel gemaakt: een bloempot, een stuk ijzerdraad, wat houtwol en een stukje gaas. Ophangen tegen een boomstam of aan een tak. Zoogdieren; Zoogdieren Een nachtelijke bezoeker van de tuin die door iedereen op prijs wordt gesteld, is de egel. In de schemering doet hij zich luid smakkend tegoed aan slakken, wormen en andere kleine prooien. Overdag zult u hem niet tegenkomen, dan rust hij op zijn vaste slaapplaats. Een egel houdt van een dichte ondergroei en heeft dus een hekel aan kale open terreinen. Als uw tuin er geschikt voor lijkt, kunt u denken aan het plaatsen van een egelkast. Echt nodig is het niet, want een flinke takkenril vormt voor een egel al een prachtige slaapplaats. Zo’n egelkast dient u op een droge plek achterin de tuin te zetten en met takken en bladeren af te dekken.

Reptielen; Reptielen Een ringslang is een ongevaarlijke, niet giftige slang. Hij leeft van kikkers, padden, en kleine visjes. Als er zich water met een glooiende oever langs of in de tuin bevindt, kunt u het voor ringslangen extra aantrekkelijk maken door een broeihoop aan te leggen. De ringslang legt haar eieren namelijk op warme vochtige plekken zoals een stapel van vermolmd hout, maaisel en bladeren. Wat strorijke paardenmest erdoor mengen is heel goed. De eieren worden in juni/juli gelegd en komen in augustus/september uit. De broeihoop wordt bij voorkeur 3 meter lang, 3 meter breed en 1,5 meter hoog op een onderlaag van snoeihout opgebouwd. (bron: AVVN.nl)

17

Landschappelijke Inpassing en Herstel Plan 2019 (gedeeltelijk gereed) Mausoleum Kloosterstraat 5 7131 MZ Lievelde

samenvatting herplant en compensatie plan 2019 Wandelroute (p12) Hoogstamfruit (p14) Herplant (p 15) Hooiland en akkerrand op bestaande bodem (p 20) Biologisch gebruik, bij hernieuwing pacht (p22)

N

19

Recreatieve natuur beleving: een wandelroute

Tijdens de tweede wereldoorlog hebben er onderduikers gezeten in de houtwal noordelijk van het klooster. Vandaag de dag is deze plek gereconstrueerd en loopt er ook een pad naartoe

Links: Het huidige wandelpad. Rechts het zicht op het Klooster

De suggestie die de gemeente doet is om dit pad door te trekken langs het slootje zo dat er een verbinding ontstaat waarvan zowel Kloosterbezoekers als mensen uit de omgeving gebruik kunnen maken.

20

Compensatie: wandelroute

Start wandelroute

Links: gewenst beeld lans de weide, aangevuld met akkerandenkruiden Rechts: gewenst beeld door de houtwallen

Advies Routing: • Over de parkeerplaats naar de boomweide, en door de boomweide naar de weg. • Over de weg tot aan boerderij Braker. • Daar links af over het bestaande landweggetje. • Bij de onderduikersbult de trap op, de houtwal in • Linksaf langs het weiland het pad volgen • Vervolgens rechts af over een nieuw pad onder de fruitbomen door richting het voetbalveld. • Dan links af parallel aan het voetbalveld over het weiland naar het bosje. • Door het bosje naar de weg. Langs de weg naar de ingang van het Kloosterterrein. Aanleg: De paden worden aangelegd met zo min mogelijk kunstmatige ingrepen. Ten hoogste zouden de paden gemarkeerd kunnen worden door een halfverharding in de vorm van houtsnippers of steengruis(gravel) door de weides is het regelmatig maaien van een pad door het gras voldoende. 21

Compensatie: Hoogstamfruit Peer: bloei: 1 st Pyrus c. Pondspeer (stoofpeer) 4/5 1 st Pyrus c. Bon Chretien Williams (om te stoken!!) 3/4 1 st Pyrus c. Beurre Durondeau (wat later rijp ) 4/5 1 st Pyrus c. Le Lectier (winterpeer, dus plukken en ff laten liggen) 3/4 1 st Pyrus c. Conseiller de la Cour (Oktober rijp) 3/4 Appel: 1 st Malus d. Cox Orange Pipin 4/5 1 st Malus d. Lemoenappel` 5 1 st Malus d. Ribston Pippeling 4/5 1 st Malus d. Yellow Transparant (zomerappel en handappel) 4/5 1 st Malus d. Reinette Bauman 4/5 De reinettes en pippins zijn eersteklas appels die je kunt gebruiken om te bewaren, te stoven, te stoken en te nuttigen als je ze langer aan de boom laat hangen. Pruim: 1 st Prunus d. Reine Claude verte 4 1 st Prunus d. Reine claude victoria 3/5 1 st Prunus d. Dubbele Boeren witte 3 1 st Prunus d. betuwse kwets 4/5

Begeleiding recreatieve route en visuele en functionele duiding oude landschappelijke lijn door aanplant 14 st hoogstamfruit.

22

Herplant: inheemse onderbegroeiing 2000 m2 houtwal herplant door aanplant ondergroei

3

3

3 typen beplanting voor 3 situaties

2

2 1 N

2

1. 500 m2 Brede strook met veel schaduw onder bestaande oude beplanting. Beplantingsadvies: schaduwverdragende ondergroei aanplanten 30 st in grotere maten en met kluit op eindafstand 1 st/16m2. Stinzeplanten (bolllen) in groepen 5 groepen a 16 m2 2. 900 m2 onder halfwas boomvormers. Beplantingsadvies: inheems bosplantsoen voor de halfschaduw 1 st /m2 900 st 3. 600 m2 5 meter brede stroken in de zon langs het pad. Beplantingsadvies: in aanvulling op de laagstamfruitbomen adviseer ik hier inheemse eetbare struikvormers te planten in grootvruchtige cultivars in een ruim verband.

23

Biodiversiteit: maatvoering vakken inheemse onderbegroeiing type 1

1

24

Biodiversiteit: maatvoering vakken inheemse onderbegroeiing type 2

2

2

2

25

Biodiversiteit: maatvoering vakken inheemse onderbegroeiing type 3

3

3

26

Soortenlijsten en beheer Beplanting: Ondergroei type 1 Solitaire heesters 500 m2 • • • • • •

5 st kornoelje ,Cornus mas 120/140 met kluit 5 st liguster, Ligustrum vulgare 100/120 met kluit 5st geldersche roos, Viburnum opulus 120/140 met kluit 5 st vlier, Sambucus nigra 120/140 met kluit 5 st hulst, Ilex aquifolium 120/140 met kluit 5 st taxus, Taxus baccata 100/120 met kluit

Stinze planten type 1 • 800 st bollen, Holwortel- Corydalis cava • 1600 st bollen, wilde Narcis, Narcissus pseudonarcissus • 1600st bollen Boshyacint, Scilla non-scripta • 2400 st bollen Sneeuwklokje, Galantus nivalis • 3200st bollen, Crocus, Crocus vernus Nazorg en beheer • 1e twee jaar na aanplant watergeven • 1e twee jaar vervangen wat dood gaat. • Na 2 keer vervangen een andere soort kiezen • Stinzeplanten niet betreden

Beplanting: Ondergroei type 2 Bosplantsoen 900 m2 • • • • • • • • • • • • • •

65 st Hazelaar, Corylus avellana 80/100 65 st Krentenboompje, Amelanchier lamarckii 80/100 65 st kornoelje, Cornus alba 80/100 65 st Meidoorn, Crataegus monogyna 65 st Kardinaalsmuts, Euonimus europaeus 65 st Liguster, Ligustrum ovalifolium 65st kamperfoelie, Lonicera carprifolium 65 st Mispel, Mespilus germanica 65 st sleedoorn, Prunus spinosa 65 st Vuildoorn, Rhamnus frangula 65 st hondsroos, Rosa canina 65 st geoorde wilg, Salix aurita 65 st lijsterbes, Sorbus aucuparia 65 st geldersche roos, Viburnum Opulus

Beplanting: Ondergroei type 3 Solitaire heesters 600 m2 formaat 100/120 met kluit of in container • • • • • •

4 st hazelaar Corylus avellana ‘Webs price Cob’ 4 st hazelaar Corylus avellane ‘Hallesche riesen’ 4 st mispel, Mespilus germanica ‘Westerveld 4 st mispel, Mespilus germanica ‘Bredasche reus’ 4 st vlier, Sambucus nigra ‘Haschberg’ 4st viler, Sambucus nigra ‘Korsor’

Nazorg en beheer Nazorg en beheer • 1e twee jaar water geven • 1e twee jaar na aanplant watergeven • 1e twee jaar vervangen wat dood gaat • 1e twee jaar vervangen wat dood gaat. • Na twee keer vervangen een andere soort kiezen • Na 2 keer vervangen een andere soort kiezen • Als de beplanting in sluiting komt een dunningsronde uitvoeren. 30% verwijderen na ongeveer 5 jaar • Als de beplanting weer in sluiting komt een dunningsronde uitvoeren. 50% verwijderen na ongeveer 10 jaar. • Indien nodig randen 1x per 3 jaar scheren (bij voorkeur vrijuit laten groeien) 27

Compensatie: hooiland en akkerranden 8000 m2 ruigtekruiden in twee typen 1. 2.

2

2500m2 Ruige hooigraslanden 5500 m2 Akkerandenmengsel

2

1

2 1

Type 1 ruige hooigraslanden • In aanleg veranderd er niets Beheer: • 2 keer per jaar maaien en afvoeren 1e keer maaien medio juli, de tweede keer half september • Faseer het maaien, laat iedere keer stukken of een rand van zo’n 200 m2 staan. Ook door de winter heen.

Type 2 akkerranden • inzaaien maart tot medio juni met 5,5 kg Tubinger mengsel 1gram/m2 • in een fijn, kruimelig zaaibed. Frees de graszode door. • zaai oppervlakkig breedworpig of met een zaaimachine beheer • niet bemesten! Hoe armer de grond, des te rijker de vegetatie • Maaien en het maaisel afvoeren na augustus. • faseer het maaien, laat stukken door de winter over staan voor beschutting en 28 overwinteringsmogelijkheden van insecten. • In het voorjaar opnieuw fresen en doorzaaien met het Tubinger mengsel

Biodiversiteit: Maatvoering hooiland en akkerranden

29

Compensatie: biologisch gebruik landbouwgronden

Een wens voor de toekomst is het omvormen van het beheer op de landbouwpercelen naar een werkwijze die bijdraagt aan een hogere biodiversiteit en een gezondere leefomgeving. Wanneer de huidige pachtovereenkomst ten einde komt op 10/04/2021 wordt in de daaropvolgende overeenkomst de eis gesteld dat de percelen alleen nog bewerkt en gebruikt mogen worden volgens de richtlijnen van de biologische landbouw. Biologische landbouw is een landbouwvorm die nadrukkelijk rekening houdt met milieueffecten en dierenwelzijn. De biologische landbouw gebruikt geen chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest en genetisch gemodificeerd organismen.

30

Opdrachtgever:

Erik Wamelink

Uitvoerder:

Het Buitenburo Aaltenseweg 59 7131NB Lichtenvoorde dyon@hetbuitenburo.nl 0638202278

31

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Bijlage 2 Ontwerp

72

Toelichting (vastgesteld)

ontwerp bovengrondse galerijgraven aan de kloosterstraat 5 in lievelde………………………...d.d 01-11-21 opdrachtgever: koptische kerk kloosterstraat 5 in lievelde buro voor architectuur erik wamelink asser esch 5 7141 gm groenlo………………………........06-51 87319

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Bijlage 3 Situatie

Toelichting (vastgesteld)

91

21-7204 getekend: 09-11-21 gewijzigd: 17-02-22 gewijzigd: 14-04-22 gewijzigd: 20-12-22

40000

20950

40000

20950

opdrachtgever: Koptische kerk

architekt: buro voor architektuur erik wamelink asser esch 5 7141 gm groenlo T: 06 517 87 319

galerijgraven

onderdeel:

situatie

schaal: 1:1000

blad: 3

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Bijlage 4 Watertoets

Toelichting (vastgesteld)

93

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. normale procedure 2. Advies drainage 3. Advies kwaliteit oppervlaktewater 4. Advies grondwaterbeheer

Op basis van onderstaande locatie

03-10-2023 13:28

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

nee

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?

nee

Is er in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of grondwateroverlast?

nee

Ligt in of nabij het plangebied een watergang?

nee

Ligt in of nabij het plangebied een waterkering?

nee

Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie?

nee

Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast?

nee

Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waterschap mogelijk gemaakt?

nee

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?

nee

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 500m2?

nee

Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg en nee de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 20 centimeter? Is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 80cm?

nee

Zijn er kansen voor afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?

nee

Wordt regenwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd?

ja

Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen nee in de ondergrond? Worden bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd, waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?

nee

Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?

nee

ligt in het plangebied een beschermd watererfgoed?

nee

ligt het plangebied in een grondwaterbeschermingsgebied in Overijssel

nee

ligt het plangebied in een grondwaterbeschermingsgebied in Gelderland

nee

Ligt het plangebied nabij een rioolwaterzuivering?

nee

Ligt het plangebied nabij een rioolgemaal?

nee

Ligt in of nabij het plangebied een persleiding?

nee

Ligt in of nabiji het plangebied een rioolwateroverstort? nee Legt u drainagemiddelen aan?

ja

03-10-2023 13:28

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. normale procedure Wat moet ik doen? Gebruik alstublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om een advies aan te vragen bij het waterschap. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. In een startoverleg kan gezamenlijk bepaald worden welke wateraspecten een rol spelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan ook betekenen dat er een waterhuishoudkundig plan, een geohydrologisch onderzoek of een uitgebreide analyse van het huidige watersysteem noodzakelijk is. Gezamenlijk wordt er invulling gegeven aan de wateraspecten. Als er overeenstemming is over de inhoud van de waterparagraaf kan u de tekst opnemen in de toelichting van het ruimtelijk plan.

U kunt ook contact opnemen via info@wrij.nl of met onze adviseurs:

Marieke Brouwer-te Molder (m.brouwer@wrij.nl) voor de gemeenten: Deventer, Rijssen-Holten, Hof van Twente, Haaksbergen, Zutphen, Lochem, Berkelland, Winterswijk. Mieke Okhuysen (m.okhuysen@wrij.nl) voor de gemeenten: Doesburg, Bronckhorst, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Doetinchem, Aalten. Henk Meulenveld (h.meulenveld@wrij.nl) voor de gemeenten: Arnhem, Rozendaal, Rheden, Westervoort, Duiven, Zevenaar, Montferland.

03-10-2023 13:28

3

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 2. Advies drainage

03-10-2023 13:28

4

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 3. Advies kwaliteit oppervlaktewater Wat moet ik doen? U zult voorzorgsmaatregelen moeten nemen om verontreiniging van oppervlaktewater te voorkomen.

03-10-2023 13:28

5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 4. Advies grondwaterbeheer

03-10-2023 13:28

6

https://dewatertoets.nl

bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde

Bijlage 5 Quickscan natuurbescherming

100

Toelichting (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13892321/1