bp mausoleum lievelde regels
Tekst van het document
Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 7
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Maatschappelijk Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3 Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2
8 8 10 11
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
12 12 13 14 15 16 17
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
18 18 19
Bijlagen Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
21 22
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Regels
Regels (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde met identificatienummer NL.IMRO.1586.BPBUI2050-VG01 van de gemeente Oost Gelre; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.6
bedrijfswoning:
een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (een huishouding van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; 1.7
bestaand:
onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ welke op een legale wijze tot stand is gekomen en is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals de gemeente deze bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Buitengebied, Reparatieplan 2016; 1.8
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.9
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.11
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.12
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
4
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
1.13
bouwlaag:
een al dan niet doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.14
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel; 1.16
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18
erfinpassing:
erfinpassing vindt plaats op het erf en omliggende gronden. Hiertoe behoort in ieder geval de situering van opstallen, de inrichting van het perceel en de aansluiting van het erf op de omgeving. Het gaat hierbij onder andere om aanleg van opgaande beplanting op of direct aangrenzend aan het erf. 1.19
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.20
hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.21
landschapsversterking:
landschapsversterking vindt plaats buiten het erf, met als doel de gewenste karakteristieken en kwaliteiten van het landschap te versterken. Het betreft bijvoorbeeld de aanleg van paden, lanen, bossen en houtwallen; 1.22
maatschappelijke voorzieningen:
culturele, levensbeschouwelijke of religieuze voorzieningen in de vorm van een klooster. Hierbij dient gedacht te worden aan: het gebruik van een klooster, studiehuis en retraite door een bisschop, monniken en monniken in opleiding; bewoning door de 'vaste' bisschop en monniken, maximaal 15 personen tegelijkertijd; geestelijke hulpverlening, met bijbehorend logies en verblijf, aan leden van de eigen geloofgemeenschap; retraite, met bijbehorend logies en verblijf, voor leden van de eigen geloofgemeenschap; logies en verblijf voor maximaal 50 personen tegelijkertijd, inclusief monniken in opleiding; een opleidingscentrum voor monniken; recreatiezalen en een eetzaal voor de bovenstaande groepen (geen gestapeld gebruik door derden); een mausoleum; bijbehorend kantoor en spreekkamers.
Regels (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
1.23
ondergeschikte sportvoorziening
sportvoorzieningen die qua functie ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit. 1.24
peil:
gemiddelde hoogte van aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein; 1.25
retraite:
een omgeving waar het voor mensen mogelijk is zich terug te trekken voor spiritueel zelfonderzoek en/of geestelijke oefening. Tijdens een retraite is er de gelegenheid om zich, individueel of in groepsverband onder begleiding, een aantal dagen terug te trekken om intensief geestelijk of lichamelijk te mediteren. 1.26
wet/wettelijke regeling:
waar in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
6
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2
bovenkant spoorstaaf:
de hoogte van de bovenkant van de laagst gesitueerde spoorstaaf; 2.3
breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.4
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de afwijking niet meer dan 1 m bedraagt.
Regels (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
culturele, levensbeschouwelijke of religieuze doeleinden, waaronder een studiehuis; geestelijke hulpverlening en retraite, inclusief logies voor deelnemers en begeleiders; bewoning door de 'vaste' bisschop en monniken, maximaal 15 personen tegelijkertijd; monniken in opleiding; logies en verblijf tot maximaal 50 personen tegelijkertijd, inclusief monniken in opleiding; ondersteunende horeca; speelvoorzieningen; ondergeschikte sportvoorzieningen.
met daarbij behorende i. j. k. l.
tuinen, erven en groenvoorzieningen; ontsluitingen/inritten; parkeervoorzieningen. overige functioneel met de bestemming 'Maatschappelijk' verbonden voorzieningen, zoals een urnenmuur en een mausoleum;
met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bebouwing gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - klooster' mag de maatvoering van de bebouwing niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is aangegeven: Maximale goothoogte
Maximale bouwhoogte
Maximale oppervlakte Maximale bouwhoogte bouwwerken geen in m2 gebouwen zijnde in m
xx
xx
xx
xx
xx = bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - mausoleum' mag de maatvoering van de bebouwing niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is aangegeven: Maximale goothoogte
Maximale bouwhoogte
Maximale oppervlakte in m2
Maximale bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde in m
4 meter
4 meter
500
n.v.t.
c. de bouwhoogte van palen, masten en gemetselde dakopstanden met kruizen mag niet meer bedragen dan 8 m; d. indien de bestaande bebouwing afwijkt van het bepaalde onder a dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht. 3.3
Afwijken van bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.2 ten behoeve van uitbreiden van de bebouwde oppervlakte met 15%, met dien verstande dat: 1. de bebouwing een compact geheel dient te vormen met de bestaande bebouwing; 2. natuur- en landschapswaarden door de uitbreiding niet onevenredig worden aangetast;
8
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde 3. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing en landschapsversterking blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; 4. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe gebouwen (het mausoleum) zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen landschappelijk inpassingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen nieuwe gebouwen (het mausoleum) worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na de in gebruikname van de gebouwen, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen landschappelijk inpassingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
Regels (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. 4.2
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven (al dan niet ten behoeve van het oprichten van een bouwwerk), verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen en de bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; waarbij de vergunningplicht voor sub b. tot en met g. geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 1.000 m2.
10
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.
5.2
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven (al dan niet ten behoeve van het oprichten van een bouwwerk), verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen en de bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; waarbij de vergunningplicht voor sub b. tot en met g. geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 50 m2.
Regels (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
12
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Bouwen langs wegen en water
a. De gronden gelegen binnen de volgende afstanden: 1. rijkswegen tot 100 m uit de as van elke rijbaan; 2. provinciale wegen tot 50 m uit de as van elke rijbaan; 3. overige ontsluitingswegen tot 15 m uit de as van elke rijbaan; 4. de spoorweg tot 30 m uit de buitenste spoorstaaf; 5. de hoofdwatergangen tot 10 m uit de as van de waterloop, mits minimaal 4 m uit de insteek, met dien verstande dat voor 'de Slinge' een afstand geldt van 10 m uit de boveninsteek van de waterloop; zijn tevens bestemd ten behoeve van het verkeers- en/of waterschapsbelang; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden b. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden op de in sub a bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ophogen van gronden; 2. het beplanten met bomen, heesters en andere opgaande beplanting; 3. het aanleggen van geluidswallen; 4. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur; c.
Een omgevingsvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, danwel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het water- en/of verkeersbelang en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen, in verband waarmee de wegbeheerder en/of het waterschap wordt gehoord; d. Geen omgevingsvergunning is vereist voor: 1. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; 2. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende danwel aangevraagde vergunning. 7.2
Ondergronds bouwen
Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan; b. de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil.
Regels (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met de bestemmingen van het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van de gronden en/of bouwwerken als seksinrichting of ten behoeve van prostitutiedoeleinden.
14
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Artikel 9 9.1
Algemene aanduidingsregels
Gelders natuur netwerk en groene ontwikkelingszone
a. Ter plaatse van de aanduiding: 1. 'overige zone - gelders natuur netwerk' zijn de gronden tevens bestemd voor bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden; 2. 'overige zone - groene ontwikkelingszone' zijn de gronden tevens bestemd voor bescherming, behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van: de ecologische kenmerken, alsmede het voorkomen van significante effecten op kernkwaliteiten en omgevingscondities die de realisatie van de groene ontwikkelingszone in de weg staan; landbouwgebieden met natuurwaarden en landbouwgebieden met een hoge dichtheid aan natuur- en boselementen. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden b. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden op de in sub a bedoelde gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: 1. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; 2. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; 3.
het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; 4. het vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen; 5. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; 6. het verwijderen van onverharde wegen of paden; 7. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. c. Het bepaalde in sub b is niet van toepassing: 1. op gronden welke zijn gelegen binnen de bestemming 'Maatschappelijk'; d. Een omgevingsvergunning als bedoeld in sub b mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.
Regels (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Artikel 10 10.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingsregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan ten behoeve van: a. het oprichten van bouwwerken voor doeleinden van openbaar nut met een oppervlakte, voor zover het een gebouw betreft, van maximaal 25 m2 en een maximale goothoogte van 3 m, in verband waarmee bij het oprichten van bedoelde bouwwerken langs een weg, de kade of een waterloop, de wegbeheerder en/of het waterschap gehoord worden; b. het aanbrengen van geringe wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bebouwingsgrenzen voor zover niet zijnde bestemmingsgrenzen, mits het wijzigingen betreft ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan, waarbij belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden in de verbeelding; c. afwijkingen van regels, gesteld ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages. Deze afwijking geldt niet voor maten met betrekking tot: 1. de inhoud van wooneenheden; 2. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken.
16
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Artikel 11 11.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen ten behoeve van: a. het in geringe mate aanpassen van het plan, teneinde enig onderdeel van het plan, zoals een bestemmingsgrens of een bouwgrens te veranderen, indien bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan gewenst of noodzakelijk is en de bestemmingsgrens niet meer dan 5 m en de bouwgrens niet meer dan 10 m worden verschoven; b. het enigszins anders situeren en/of begrenzen van bouwvlakken, indien dit ten behoeve van de uitvoering van een bouwplan nodig mocht blijken, een en ander, mits de vorm slechts in geringe mate wordt gewijzigd en de oppervlakte van het desbetreffende bouwvlak met niet meer dan 20% afwijkt.
Regels (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10 %. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
18
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde.
Regels (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
20
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Bijlagen
Regels (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Mausoleum Koptische kerk, Kloosterstraat 5 Lievelde
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
22
Regels (vastgesteld)
Landschappelijke Inpassing 12/01/2023
Mausoleum Kloosterstraat 5 7131 MZ Lievelde
Aanleiding en doel De Koptische gemeenschap heeft de wens een Mausoleum te realiseren op het terrein behorend bij de Kloosterstraat 5 in Lievelde. Architect Erik Wamelink heeft de opdracht gekregen het ontwerp voor het mausoleum te vervaardigen. Voor de plaatsing en de landschappelijke inpassing is de hulp ingeroepen van het Buitenburo. In dit rapport wordt de plaatsing van het mausoleum beargumenteerd en wordt er een landschappelijke inrichting voorgesteld in aanvulling van de eerdere plannen uit 2019 waarin een plan is gemaakt voor de herplant na aanleiding van het verwijderen van bomen en struiken. In de filosofie van het Buitenburo liggen er kansen voor herstel van ecologische processen, leefbaarheid en esthetische waarde in het landschap door nieuwe ontwikkelingen waar natuurwaarden en menselijke activiteiten elkaar versterken. Het is van belang landeigenaren te inspireren en in beweging te brengen richting een natuur inclusief grondgebruik. Een prettig en divers landschap waar mensen bewust als onderdeel van het ecosysteem functioneren en daar ook voldoening uit halen. Die menselijke voldoening is in een dichtbevolkt land als Nederland een belangrijke voorwaarde voor het tot stand brengen van een duurzaam landschap in balans.
Met vriendelijke groet, Dyon Temming
N 2
Situatie in beeld 2019
3
Landschap
Beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Veldpodzolgronden; grof zand
Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Station
Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand
N Erven
bomenrij
spoorweg
Bomen
watergang
Provinciale weg
Plangebied
Onderduikers schuilhut WO II
Bomen restant houtwal, ondergroei verwijderd
4
Typologie
Coulisse landschap jonge heideontginning essen beekdalen
Op de rand van de voormalige woeste gronden van het Lievelderveld en het beekdal op de kaart gemarkeerd met de naam Braker is in de jaren 60 een klooster gebouwd. De woeste gronden waar schapen werden geweid en plaggen werden gestoken waren begroeid met heide en verspreid staande bomen. Het beekdal had een boel kleinere percelen met een organisch patroon dat de hoogtelijnen volgt. De nattere stukken met broekland worden van de iets drogere stukken gescheiden door singels met hakhout van els en wilg. Op de hoger gelegen essen worden gewassen verbouwd. Het geheel aan deze typen landschap is ontstaan onder het eeuwenoude landbouwsysteem waarbij plaggen van de heide verrijkt met dierlijke mest op de essen werden gebracht waardoor de essen steeds vruchtbaarder en hoger werden en de woeste gronden steeds voedselarmer. De gronden in de beekdalen waren hooilanden en waar mogelijk kleine akkertjes. Dit gebruik heeft geresulteerd in een kleinschalig cultuurlandschap met hoge natuurwaarden en heeft eeuwen zo gefunctioneerd. In het midden van de 19e eeuw is door technologische ontwikkeling een schaalvergroting in de bedrijfsvoering en het landschap gekomen die het mogelijk maakte de heidevelden om te vormen tot productieve landbouwgronden, de beekdalen te draineren door de beken te kanaliseren en ook hiervan productieve landbouwgronden te maken.
In het huidige landschap ziet alleen een getraind oog nog de verschillen tussen de essen, broeklanden en de heideontginningen. Berk, zomereik, fladderiep hulst en veldesdoorn, zijn de meest voorkomende boomvormers die horen bij dit landschapstype. Ook vinden we struiken zoals Jeneverbes, vuilboom vlier lijsterbes en brem. In de bodem zitten waarschijnlijk nog slapende zaden van de voormalige heide die als ze de kans krijgen nog kunnen ontkiemen.
5
Beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Veldpodzolgronden; grof zand Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
N
Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand
Een veldpodzolgrond is een bodemtype in het Nederlandse systeem van bodemclassificatie dat behoort tot de suborde van de hydropodzolgronden. In deze suborde worden hydromorfe kenmerken hoog in het profiel waargenomen, wat erop wijst dat ze in het verleden permanent of periodiek met water verzadigd waren. Veldpodzolen zijn de meest voorkomende podzolgronden in Nederland. Ze worden veel aangetroffen in de jonge heideontginningen, gebieden die tot eind de 19e - begin 20e eeuw met heide waren bedekt (de woeste gronden). De veldpodzolgronden liggen in lagere delen, zoals afvoerloze laagten, en op lage ruggen, met relatief hoge grondwaterstanden. Op hogere plaatsen worden ze alleen gevonden als daar tijdens het proces van bodemvorming hoge grondwaterstanden waren; dit is het geval bij bijvoorbeeld dekzandruggen die vroeger in het veen hebben gelegen. Bij de veldpodzolen wordt aangenomen dat niet de vegetatie, maar de hydrologische ligging van grote invloed op de bodemvorming geweest. De naam van deze gronden is ontleend aan de vele toponiemen die eindigen op veld in de streken waar ze worden aangetroffen. Een oude benaming voor deze bodem is laag heidepodzol. Door bemesting zijn de meeste in cultuur gebrachte veldpodzolgronden in de loop der jaren sterk verrijkt in nutriënten.
Om weer voedselarme omstandigheden terug te krijgen voor de aanleg van nieuwe natuur moet vaak eerst de bodem worden verschraald door de verrijkte bovengrond af te graven.
Beekeerdgronden zijn zand-eerdgronden die meestal voorkomen in beekdalen. De beekeerdgronden behoren binnen de Nederlandse bodemclassificatie tot de hydro-zandeerdgronden. De bodem bestaat uit een voedselrijke humuslaag die overgaat in een voedselarme laag van dekzand. Beekeerdgrond komt voor in gebieden met een fluctuerende grondwaterstand. In de bodem treedt daardoor oxidatie op. Beekeerdgronden wordt als verzamelnaam gebruikt voor de zwarte- en de bruine beekeerdgronden.
6
Biodiversiteit Biodiversiteit gaat over de rijkdom aan soorten planten, dieren, bodemleven op een plek, en over alle relaties daartussen. Het gaat ook over de rijkdom waar ze voor zorgen voor mensen: een aantrekkelijk landschap om van te genieten (met kleur en geur), vruchtbare bodems, bestuiving van vruchten voor groenten en fruit, zuivering van lucht en water. In een gevarieerd landschap leven veel soorten samen: planten, dieren, paddenstoelen, bodemleven. Ze zijn sterk afhankelijk van elkaar. Ze zijn elkaars voedsel of zorgen voor omstandigheden waarin de ander kan leven. Zo kan een bij niet zonder bloeiende bloemen, een vis niet zonder waterinsecten, een uil niet zonder muizen, een muis niet zonder planten, een plant niet zonder bodemdiertjes, de bodemdieren niet zonder planten. En niet te vergeten: ook mensen kunnen niet zonder planten, en dus niet zonder bodemleven, en dus ook niet zonder andere soorten die planten en bodem gezond en talrijk houden. We staan direct met andere soorten in verbinding. De (boeren)erven en directe omgeving bieden kansen voor de versterking van de biodiversiteit in de vorm van groene stapstenen in het groenblauwe netwerk van sloten, beken, bermen, houtsingels en bermen. Er zijn veel mogelijkheden om het verdere verlies van soorten planten en dieren tegen te gaan en zelfs om te buigen naar herstel.
Belangrijk is dat we weer gunstige(re) leefomstandigheden gaan creëren voor soorten. Welke omstandigheid gunstig is verschilt uiteraard per soort plant of dier. Een bij, vlinder of dotterbloem heeft iets heel anders nodig dan een das, pad of een orchidee. Maar in de basis geldt voor elke soort dat een plek aan vier voorwaarden met voldoen: • er is ruimte om te verblijven en schuilen, • er is voldoende voedsel, • er zijn mogelijkheid om zich te kunnen voortplanten, • er zijn mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen naar een ander leefgebied. Er zijn veel dingen die we kunnen doen die eenvoudig zijn en niets hoeven te kosten. Het makkelijkste advies is om vooral dingen te laten of minder intensief te doen. Bijvoorbeeld door rommelhoekjes te houden. Heel simpel door een berg met stenen te laten liggen, in hoekjes waar u niet hoeft te komen planten te laten staan en snoeihout te laten liggen (op een stapel of ril). Op en rond deze rommelhoekjes leven veel dieren waar onze gidssoort steenuil weer van profiteert. Uw gazon of bloemenweide (of een deel daarvan) pas vanaf juni maaien betekend voor veel insecten ruimte voor overwintering en voortplanting. Hierdoor kunnen insecten in aantal en soorten toenemen
Alles hangt samen (Bron: Ecogroen)
7
Het Plangebied Erven Relevante bebouwing (bomen)Tuin Verharding Boomgroepen en singels bomenrij Recreatieve route Gegraven watergang Landbouwbeheer natuurbeheer sport
N
8
Het Plangebied Open Diffuus Dicht Ruimte Zichtlijn
N
9
Bebouwing Het nieuw te bouwen mausoleum wordt gesitueerd op de weide tussen de Brakerweg en de Kloosterstraat. Het wordt ruimtelijk gepositioneerd in een prettige verhouding tussen de boomstrook van eiken in het noorden en de bomenrij langs de Kloosterstraat. Beide houtopstanden begrenzen de ruimte maar bieden zicht op de omliggende ruimte onder het bladerdak door. Het geheel wordt een besloten ruimtelijke eenheid . De bestaande ruimtelijke eenheden worden gescheiden door de verschijningsvorm. A) open ruimte, weide/Parkeerplaats en B)Openruimte met bladerdak, boomtuin. Mausoleum nieuw a
b
Boomtuin
Klooster, bestaand
N
Door het aanplanten van een drietal boomgroepen met ondergroei worden de harde contouren van het gebouw enigszins verzacht. Het brengt ook balans in de met bomen beplante kloostertuin en de directe ruimte rond het mausoleum. Het pad dat het mausoleum met het Klooster verbind wordt vloeiend en verhoogt tov het nieuwe maaiveld. Uitgevoerd in een grasbaan om wel de verbinding te creëren zonder hardheid toe te voegen. De parkeerplaats voelt als onderdeel van de boomtuin door het bladerdak, dat blijft ook zo. De hele parkeerplaats wordt door een heg omzoomd om een groene beeld te waarborgen en de geparkeerde auto’s aan het beeld te onttrekken.
Open
diffuus
Mausoleum nieuw
N
diffuus
Klooster, bestaand
10
Inpassing plan 2023
Heischraal grasland 0,75 ha De voedselrijke toplaag wordt verwijderd. Maaisel uit een natuurgebied van vergelijkbaar karakter wordt aangevoerd om autochtoon zaad te introduceren. Beheren volgens het sinusmaaibeheer.
doorzichten
Heischraal Grasland
Boomgroepen: De boomgroepen van den en berk met een ondergroei van jeneverbes en brem zijn passend in het heidelandschap. De verspreide bomen zorgen voor een balans en relatie van het nieuw te bouwen mausoleum met het beeld van het bestaande klooster. Bomen vrij uit laten groeien, niet snoeien.
Parkeren in de groene kamer (Taxus)
N Betula pendula Berk, 4 st 14/18 Pinus sylvestris Den, 2 st 14/18 Juniperus communis Jeneverbes, 9 st 60/80 Citisus scoparius Brem 7 st 60/80 Taxus baccata taxus: 680st 60/80
3m
Pad, +/- 20 cm hoger dan nieuw maaiveld
Golvende haag
Pad: Het pad slingert door het heischraal grasland in een vloeiende beweging. Het pad ligt op een dijkje dat niet wordt afgeplagd. Het pad wordt in stand gehouden door te maaien als gazon. Golvende haag rond Parkeerkamer: De parkeerplaats wordt aan het zicht onttrokken door een haag bestaande uit taxus. De haag golft in hoogte tussen 1,2 m en 2,0 meter met in acht name van de zichtlijn en in breedte tussen 0,5 en 1,5 meter
11
Inpassing en herstel plan in overzicht 2019-2023
N
N Open Diffuus Dicht Ruimte Zichtlijn
12
Aanvulling LIP, Sinus maaibeheer Bloemrijk grasland wordt beheerd op bloei van grassen en kruiden. Dit gebeurt door middel van een ander maaibeheer gericht op verhoging van biodiversiteit door het bijdragen aan voedsel, schuilplekken en verbinding. Dit maaibeheer voorkomt de opslag van houtige gewassen en levert een prachtig kleurrijk beeld op in het voorjaar en in de zomer. Het voorgestelde maaibeheer wordt ook wel sinusbeheer genoemd. De bewoner bepaalt bij sinusbeheer zelf waar, wanneer en hoe vaak hij maait, mits er nooit meer dan 40 procent van de oppervlakte wordt gemaaid. Door telkens in wisselende, sinusvormige patronen te maaien, ontstaat er een maximum aan variatie in habitats, met delen die jaar rond of zelfs meerdere jaren overstaan tot delen die tot meermaals per seizoen gemaaid worden. Zo is er op elk moment van het jaar voor iedere soort wat wils; van nectarplanten tot overwinteringsplekken. Aanpak: de eerste snede is het maaien van een sinuspad. Deze slingert zich door de gehele. Bij de tweede maaibeurt wordt het binnenste deel van het pad weggehaald. Laat daarbij rustig stukken met mooie bloeiende kruiden staan, die komen een volgende keer wel aan bod. De derde maaibeurt pakt de buitenrand grotendeels mee. Afhankelijk van het groeiseizoen herhaalt zich de cyclus een aantal keren Lees de uitgebreide beschrijving (bron de vlinderstichting)
13
Versterkin GO provinciale norm
Verliesfactor
Sinds actualisatie 8 van de Omgevingsverordening zijn de instructieregels voor de Groene ontwikkelingszone (GO) als volgt: Aan omgevingsplannen wordt de voorwaarde opgelegd dat nieuwe activiteiten of ontwikkelingen zijn toegelaten, mits uit onderzoek blijkt dat: • de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en • de samenhang niet verloren gaat. GS hebben Regels versterking Groene ontwikkelingszone vastgesteld, waarvan een rekenmethodiek deel uitmaakt. Deze methodiek is beschikbaar als Excelbestand. 3 kolommen voor aantekeningen 1. Verliesfactor categorie
voorbeelden van beheertypen
Natuurvriendelijke oever, L01.15, L01.01, N04.02 poel, zoete plas Houtwal, houtsingel, L01.02, L01.03, L01.07,L01.08 leeftijd < 25 jaar elzensingel, bomenlaan, rij knotwilgen, solitaire bomen (niet Wnb beschermd hout opstand) leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar Struweelhaag of L01.05 en L01.06 scheerhaag Hoogstamboomgaard L01.09 Moeras, rietland N05.04 Nat schraalland / vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig N13.01 weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden N11.01, N12.02, N12.03 Kruiden- en faunarijke N12.05 akker Ruigteveld of -zoom N12.06 Alle typen bos die niet Wnb N14, N15, N16 en N17 leeftijd < 25 jaar beschermd houtopstand zijn leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar
punten /eenheid 4000
oppervlakte (ha)
punten
er worden geen landschappelijke elementen verwijderd 0
3000
0
4000 5000 4000
0 0 0
2700 2700 2000
0 0 0
1000
0
1000 1000
0 0
1000 3000
0 0
4000 5000
0 0 opp. (ha) 0 0,00
VERLIESPUNTEN
14
Versterking GO provinciale norm
Impactfactor
3 kolommen voor aantekeningen
eenheid
basispunten /eenheid
aantal eenheden
wooneenheid ha. woonbestemming wooneenheid ha woonwijk ha. bedrijventerrein
20 400 25 600 1500
ha. bedrijventerrein ha. bedrijventerrein aantal turbines verstoringsafstand (m) verstoringsgraad (%) ha. functioneel zonneveld ha. verharding of half verharding ha. verharding ha. verharding ha. verharding
3000 4500 600
toeslagfactoren nieuwe indien van functie op toepassing deze locatie factor verhogen
1 0,0445
2 2 2 2 2 2 2 1,5
1,5
600 1000 2000 3000 4000
2 2 2 2
open landschap
indien van toepassing factor verhogen
1 1 1 1 1
2
1 1 1
2
1 1 1 1 1
1,5
2 2 2 2
2 1
2 2 2 2
IMPACTPUNTEN
aardkundig e waarden voor zover BUITEN open landschap
indien van ligging in toepassing EVZ factor verhogen
1 1 1 1 1
1,5
1 1 1
1,5
1 1 1 1 1
1,25
1,5 1,5 1,5 1,5
1,5 1
1,5 1,5 1,5 1,5
1 1 1 1 1
1,25
1 1 1
1,25
1 1 1 1 1
1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1,25 1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
Impactpunten indien van basis incl. toetoepassing slagen factor verhogen
1 1 1 1 1
20 17,8 0 0 0
1 1 1
0
1 1 1 1 1
0
0 0
0 0 0 0
20 17,8 0 0 0
oppervlak van het mausoleum 445m2
0 0 0
0 0 geen verharding 0 0 0 opp. (ha) 38 0,04 excl. windturbine
Impact = 600 x aantal windturbines x verstoringsafstand(m) x verstoringsafstand(m) / 10000 x pi x verstoringsgraad %
15
Versterking GO provinciale norm
Versterkingsmaatregel
2 Tabel 3. VERSTERKINGSMAATREGELEN categorie voorbeelden van beheertypen basis
Natuurvriendelijke oever Poel (max. 0,3 hectare per stuk) Houtwal, houtsingel, elzensingel, Struweelhaag of scheerhaag Laan (dubbele bomenrij) Rij knotwilgen Hoogstamboomgaard Zoete plas Dynamisch moeras Nat schraalland / Vochtig hooiland Vochtig weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden Kruiden- en faunarijke akker Ruigteveld of -zoom Alle typen natuurlijk bos Speciale elementen Stobbenwallen Takkenril/ houtstapel Nestkast steen, bos- of kerkuil Bijenhotel Kleine zoogdiertunnel Herpetofaunatunnel Boombrug ‘Hop-over’ Loopstroken of -richels
VEREISTE VERSTERKING
3 kolommen voor aantekeningen opp (ha)
factor tijdelijke maatregel
indien van toepassing factor verlagen
factor bijdrage EVZ
indien van Verstertoepassing kingsfactor punten verhogen basis
incl. toeslagen
L01.15 L01.01
3000 3000
0,7
1 1
1,25 1,25
1 1
0
0,7
0
0 0
L01.02 en L01.03
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
L01.05 en L01.06
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
L01.07 L01.08 L01.09 N04.02 N05.04 N10.01 en N10.02
3000 3000 2000 2000 2000 2000
0,7
1,25
1,25
1 1 1 1 1 1
0
0,7
1 1 1 1 1 1
0
0 0 0 0 0 0
N13.01
1000
0,7
1
1,25
1
0
0
N11.01, N12.02, N12.03 N12.05
1000 1000
0,7
1 1
1,25
1 1
750
750 0
N12.06 N14, N15, N16 en N17
1000 2000
0,7
1 1
1,25 1,25
1 1
0
0,7
0
0 0
hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
10
0,7
1
1,25
1
0
0
per m2 functioneel oppervlak das, bever, kleine marters e.a.
10 100
0,7
1 1
1,25
1 1
0
0 0
reptielen en amfibieën marters, eekhoorn vleermuizen, vlinders en vogels bij bestaande brug of duiker, voor zoogdieren
300 100 100
0,7
1,25 1,25
1 1 1
0
0,7
1 1 1
0
0 0 0
100
0,7
1
1,25
1
0
0
0,7 0,7 0,7 0,7
0,75
0,7
0,7
0,7
VERSTERKINGSPUNTEN 37,8 BALANS
1,25 1,25 1,25 1,25
1,25
1,25
1,25
0 0 0 0
0
0
0
750 opp. excl. speciale elementen 712,2 0,75
De huidige weide wordt verschraald dmv afgraving
16
Tips biodiversiteit Schuilplaatsen en nestelgelegenheid voor insecten/vogels/vleermuizen en kleine zoogdieren • • • • • •
Nestkasten • Vogelkastjes • Vleermuiskastjes Takkenrillen Broedhopen insectenhotels Stapelsteen muren (stekel)hagen
Insectenhotel
Nestkastjes
Takkenrillen De takkenrillen worden gemaakt van het vrijkomend snoeihout uit de singel. Staken van 1,30 m1 worden in 2 rijen met een tussenafstand van 1 meter in de grond gestoken. De ruimte er tussen wordt gevuld met takhout.
Wilde bijtjes; Wilde solitaire bijtjes hebben genoeg aan een gaatje van zo’n 3 cm diep in hout of steen. Misschien heeft u al eens zo’n bijennestje gevonden in een sleutelgat of in een nisje van een tuinstoel. Als u holle stengels met een doorsnede van 3 tot 8 mm recht afknipt en ze tot een bundeltje bindt, heeft u al een prachtig insectenhotel. Hang zo’n bundel begin april stevig aan een boom of muur op een zonnige plaats en wachten maar… Na een paar dagen ziet u de kleine bijtjes al rondhangen rond de stengels. Ze brengen steeds wat stuifmeel en nectar in het gangetje en leggen er een eitje bij. Daarna wordt er een mooi dekseltje opgemetseld. Het nest is dan klaar voor de nakomelingen die er veilig in kunnen opgroeien en het volgende jaar tevoorschijn zullen komen. Er bestaan nog talloze voorbeelden van nesten voor deze bijen. Denk ook aan geboorde gaatjes in boomschijven, in lemen wanden of aan het gebruik van isolatiestenen met gaatjes. Er kan zo een complete toren worden opgebouwd waaraan u veel plezier kunt beleven. Een open plek met zand waarop niet gelopen mag worden is een uitnodiging aan de graafbijtjes. Zij graven loodrecht een gangetje met dwars daarop zijkamertjes voor hun larven. Hommels; Een hommel vliegt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, weer of geen weer, dus een ijveriger knecht voor de tuinder bestaat er niet.
Als er voor hommels geen plekje is van natuurlijk materiaal zoals een takkenhoop of een kier onder een schuurtje, dan kunt u een hommelnestkast maken. Een houten kast ter grootte van een schoenendoos wordt daarvoor gevuld met droge mosjes en/of haren van een hond of mens. Oud droog materiaal van een vogelnest of van een muizennest is ook ideaal. Daarna moet de kast een rustig en droog plekje krijgen in de tuin. Een goede plek is onder een grote struik, of tussen een paar houtblokken of stronken. Zo’n kast moet u wel al in februari een plaatsje geven, want de eerste hommelkoninginnen zoeken meteen na het ontwaken uit de winterslaap naar een geschikte plek voor een nest. Een hommelvolkje leeft maar een paar maanden, dus na de zomer ligt de kast er weer verlaten bij. Vlinders; Vlinders zijn wel de meest geliefde insecten in de tuin. Natuurlijk heb je voor vlinders geen nestelgelegenheid nodig; vlinders leggen hun eitjes op de planten die hun voorkeur hebben. Vaak zijn dat brandnetels, maar ook de klimop, marjolein, pinksterbloem en diverse grassen zijn in trek. Toch kun je overwinterende vlinders helpen door ze een schuilplaatsje voor de winter te geven. Hier geldt alweer: een stapel houtblokken of een dichte takkenril met veel droge bladeren is al genoeg.
Wilt u toch zelf een kastje maken? Maak dan een kastje met het formaat van een mezenkastje en zaag in de voorzijde enkele verticale sleuven van ruim een halve centimeter breed en 6 cm lang. Stop het kistje vol met droog materiaal zoals takjes, mos en bladeren. Hang het aan een boom of tegen een muur op ooghoogte. In februari kunnen de eerste vlinders ontwaken en uw krokussen gaan bezoeken. Oorwormen; Een oorworm eet vooral bladluizen en andere kleine insecten die van fruitbomen en struiken leven. Heel nuttig dus! Een oorwormhuisje is supersnel gemaakt: een bloempot, een stuk ijzerdraad, wat houtwol en een stukje gaas. Ophangen tegen een boomstam of aan een tak. Zoogdieren; Zoogdieren Een nachtelijke bezoeker van de tuin die door iedereen op prijs wordt gesteld, is de egel. In de schemering doet hij zich luid smakkend tegoed aan slakken, wormen en andere kleine prooien. Overdag zult u hem niet tegenkomen, dan rust hij op zijn vaste slaapplaats. Een egel houdt van een dichte ondergroei en heeft dus een hekel aan kale open terreinen. Als uw tuin er geschikt voor lijkt, kunt u denken aan het plaatsen van een egelkast. Echt nodig is het niet, want een flinke takkenril vormt voor een egel al een prachtige slaapplaats. Zo’n egelkast dient u op een droge plek achterin de tuin te zetten en met takken en bladeren af te dekken.
Reptielen; Reptielen Een ringslang is een ongevaarlijke, niet giftige slang. Hij leeft van kikkers, padden, en kleine visjes. Als er zich water met een glooiende oever langs of in de tuin bevindt, kunt u het voor ringslangen extra aantrekkelijk maken door een broeihoop aan te leggen. De ringslang legt haar eieren namelijk op warme vochtige plekken zoals een stapel van vermolmd hout, maaisel en bladeren. Wat strorijke paardenmest erdoor mengen is heel goed. De eieren worden in juni/juli gelegd en komen in augustus/september uit. De broeihoop wordt bij voorkeur 3 meter lang, 3 meter breed en 1,5 meter hoog op een onderlaag van snoeihout opgebouwd. (bron: AVVN.nl)
17
Landschappelijke Inpassing en Herstel Plan 2019 (gedeeltelijk gereed) Mausoleum Kloosterstraat 5 7131 MZ Lievelde
samenvatting herplant en compensatie plan 2019 Wandelroute (p12) Hoogstamfruit (p14) Herplant (p 15) Hooiland en akkerrand op bestaande bodem (p 20) Biologisch gebruik, bij hernieuwing pacht (p22)
N
19
Recreatieve natuur beleving: een wandelroute
Tijdens de tweede wereldoorlog hebben er onderduikers gezeten in de houtwal noordelijk van het klooster. Vandaag de dag is deze plek gereconstrueerd en loopt er ook een pad naartoe
Links: Het huidige wandelpad. Rechts het zicht op het Klooster
De suggestie die de gemeente doet is om dit pad door te trekken langs het slootje zo dat er een verbinding ontstaat waarvan zowel Kloosterbezoekers als mensen uit de omgeving gebruik kunnen maken.
20
Compensatie: wandelroute
Start wandelroute
Links: gewenst beeld lans de weide, aangevuld met akkerandenkruiden Rechts: gewenst beeld door de houtwallen
Advies Routing: • Over de parkeerplaats naar de boomweide, en door de boomweide naar de weg. • Over de weg tot aan boerderij Braker. • Daar links af over het bestaande landweggetje. • Bij de onderduikersbult de trap op, de houtwal in • Linksaf langs het weiland het pad volgen • Vervolgens rechts af over een nieuw pad onder de fruitbomen door richting het voetbalveld. • Dan links af parallel aan het voetbalveld over het weiland naar het bosje. • Door het bosje naar de weg. Langs de weg naar de ingang van het Kloosterterrein. Aanleg: De paden worden aangelegd met zo min mogelijk kunstmatige ingrepen. Ten hoogste zouden de paden gemarkeerd kunnen worden door een halfverharding in de vorm van houtsnippers of steengruis(gravel) door de weides is het regelmatig maaien van een pad door het gras voldoende. 21
Compensatie: Hoogstamfruit Peer: bloei: 1 st Pyrus c. Pondspeer (stoofpeer) 4/5 1 st Pyrus c. Bon Chretien Williams (om te stoken!!) 3/4 1 st Pyrus c. Beurre Durondeau (wat later rijp ) 4/5 1 st Pyrus c. Le Lectier (winterpeer, dus plukken en ff laten liggen) 3/4 1 st Pyrus c. Conseiller de la Cour (Oktober rijp) 3/4 Appel: 1 st Malus d. Cox Orange Pipin 4/5 1 st Malus d. Lemoenappel` 5 1 st Malus d. Ribston Pippeling 4/5 1 st Malus d. Yellow Transparant (zomerappel en handappel) 4/5 1 st Malus d. Reinette Bauman 4/5 De reinettes en pippins zijn eersteklas appels die je kunt gebruiken om te bewaren, te stoven, te stoken en te nuttigen als je ze langer aan de boom laat hangen. Pruim: 1 st Prunus d. Reine Claude verte 4 1 st Prunus d. Reine claude victoria 3/5 1 st Prunus d. Dubbele Boeren witte 3 1 st Prunus d. betuwse kwets 4/5
Begeleiding recreatieve route en visuele en functionele duiding oude landschappelijke lijn door aanplant 14 st hoogstamfruit.
22
Herplant: inheemse onderbegroeiing 2000 m2 houtwal herplant door aanplant ondergroei
3
3
3 typen beplanting voor 3 situaties
2
2 1 N
2
1. 500 m2 Brede strook met veel schaduw onder bestaande oude beplanting. Beplantingsadvies: schaduwverdragende ondergroei aanplanten 30 st in grotere maten en met kluit op eindafstand 1 st/16m2. Stinzeplanten (bolllen) in groepen 5 groepen a 16 m2 2. 900 m2 onder halfwas boomvormers. Beplantingsadvies: inheems bosplantsoen voor de halfschaduw 1 st /m2 900 st 3. 600 m2 5 meter brede stroken in de zon langs het pad. Beplantingsadvies: in aanvulling op de laagstamfruitbomen adviseer ik hier inheemse eetbare struikvormers te planten in grootvruchtige cultivars in een ruim verband.
23
Biodiversiteit: maatvoering vakken inheemse onderbegroeiing type 1
1
24
Biodiversiteit: maatvoering vakken inheemse onderbegroeiing type 2
2
2
2
25
Biodiversiteit: maatvoering vakken inheemse onderbegroeiing type 3
3
3
26
Soortenlijsten en beheer Beplanting: Ondergroei type 1 Solitaire heesters 500 m2 • • • • • •
5 st kornoelje ,Cornus mas 120/140 met kluit 5 st liguster, Ligustrum vulgare 100/120 met kluit 5st geldersche roos, Viburnum opulus 120/140 met kluit 5 st vlier, Sambucus nigra 120/140 met kluit 5 st hulst, Ilex aquifolium 120/140 met kluit 5 st taxus, Taxus baccata 100/120 met kluit
Stinze planten type 1 • 800 st bollen, Holwortel- Corydalis cava • 1600 st bollen, wilde Narcis, Narcissus pseudonarcissus • 1600st bollen Boshyacint, Scilla non-scripta • 2400 st bollen Sneeuwklokje, Galantus nivalis • 3200st bollen, Crocus, Crocus vernus Nazorg en beheer • 1e twee jaar na aanplant watergeven • 1e twee jaar vervangen wat dood gaat. • Na 2 keer vervangen een andere soort kiezen • Stinzeplanten niet betreden
Beplanting: Ondergroei type 2 Bosplantsoen 900 m2 • • • • • • • • • • • • • •
65 st Hazelaar, Corylus avellana 80/100 65 st Krentenboompje, Amelanchier lamarckii 80/100 65 st kornoelje, Cornus alba 80/100 65 st Meidoorn, Crataegus monogyna 65 st Kardinaalsmuts, Euonimus europaeus 65 st Liguster, Ligustrum ovalifolium 65st kamperfoelie, Lonicera carprifolium 65 st Mispel, Mespilus germanica 65 st sleedoorn, Prunus spinosa 65 st Vuildoorn, Rhamnus frangula 65 st hondsroos, Rosa canina 65 st geoorde wilg, Salix aurita 65 st lijsterbes, Sorbus aucuparia 65 st geldersche roos, Viburnum Opulus
Beplanting: Ondergroei type 3 Solitaire heesters 600 m2 formaat 100/120 met kluit of in container • • • • • •
4 st hazelaar Corylus avellana ‘Webs price Cob’ 4 st hazelaar Corylus avellane ‘Hallesche riesen’ 4 st mispel, Mespilus germanica ‘Westerveld 4 st mispel, Mespilus germanica ‘Bredasche reus’ 4 st vlier, Sambucus nigra ‘Haschberg’ 4st viler, Sambucus nigra ‘Korsor’
Nazorg en beheer Nazorg en beheer • 1e twee jaar water geven • 1e twee jaar na aanplant watergeven • 1e twee jaar vervangen wat dood gaat • 1e twee jaar vervangen wat dood gaat. • Na twee keer vervangen een andere soort kiezen • Na 2 keer vervangen een andere soort kiezen • Als de beplanting in sluiting komt een dunningsronde uitvoeren. 30% verwijderen na ongeveer 5 jaar • Als de beplanting weer in sluiting komt een dunningsronde uitvoeren. 50% verwijderen na ongeveer 10 jaar. • Indien nodig randen 1x per 3 jaar scheren (bij voorkeur vrijuit laten groeien) 27
Compensatie: hooiland en akkerranden 8000 m2 ruigtekruiden in twee typen 1. 2.
2
2500m2 Ruige hooigraslanden 5500 m2 Akkerandenmengsel
2
1
2 1
Type 1 ruige hooigraslanden • In aanleg veranderd er niets Beheer: • 2 keer per jaar maaien en afvoeren 1e keer maaien medio juli, de tweede keer half september • Faseer het maaien, laat iedere keer stukken of een rand van zo’n 200 m2 staan. Ook door de winter heen.
Type 2 akkerranden • inzaaien maart tot medio juni met 5,5 kg Tubinger mengsel 1gram/m2 • in een fijn, kruimelig zaaibed. Frees de graszode door. • zaai oppervlakkig breedworpig of met een zaaimachine beheer • niet bemesten! Hoe armer de grond, des te rijker de vegetatie • Maaien en het maaisel afvoeren na augustus. • faseer het maaien, laat stukken door de winter over staan voor beschutting en 28 overwinteringsmogelijkheden van insecten. • In het voorjaar opnieuw fresen en doorzaaien met het Tubinger mengsel
Biodiversiteit: Maatvoering hooiland en akkerranden
29
Compensatie: biologisch gebruik landbouwgronden
Een wens voor de toekomst is het omvormen van het beheer op de landbouwpercelen naar een werkwijze die bijdraagt aan een hogere biodiversiteit en een gezondere leefomgeving. Wanneer de huidige pachtovereenkomst ten einde komt op 10/04/2021 wordt in de daaropvolgende overeenkomst de eis gesteld dat de percelen alleen nog bewerkt en gebruikt mogen worden volgens de richtlijnen van de biologische landbouw. Biologische landbouw is een landbouwvorm die nadrukkelijk rekening houdt met milieueffecten en dierenwelzijn. De biologische landbouw gebruikt geen chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest en genetisch gemodificeerd organismen.
30
Opdrachtgever:
Erik Wamelink
Uitvoerder:
Het Buitenburo Aaltenseweg 59 7131NB Lichtenvoorde dyon@hetbuitenburo.nl 0638202278
31