bp lindeboomweg 26 26a regels bijlagen
Tekst van het document
Lindeboomweg 26, HARREVELD Inpassing-, Beeldkwaliteit- & Beplantingsplan // 18-1-2024
Vooraf Voor u ligt het inpassingsplan, het beeldkwaliteitsplan en de beplantingsindicatie voor de herontwikkeling van het erf aan de Lindeboomweg 26 te Harreveld. Het rapport bestaat uit drie delen: Het inpassingsplan (pg. 4) doet uitspraken over de situering van het erf de bebouwing en het groen, ingepast in het bestaande landschap. Het beeldkwaliteitsplan (pg. 20) doet uitspraak over de beoogde uitstraling en sfeer op het erf en van de bebouwing. In de beplantingsindicatie (pg. 26) zijn de verschillende groenstructuren verder uitgewerkt.
1. INPASSINGSPLAN
2. BEELDKWALITEITSPLAN PG. 20 3. BEPLANTINGSINDICATIE PG. 28
BESTAANDE SITUATIE - Luchtfoto 1:4000 Jongerenhuis Harreveld De Bothweg Aagtemanweg
an
htla c a r G
Onderdeel ontwikkeling Aagtemanweg 9 Plangebied Lindeboomweg 26 Lindeboomweg
Lindeboomweg 26 Het plangebied is gelegen aan de Lindeboomweg 26a ten westen van de kern van Harreveld. Het plangebied is bebouwd met een bedrijfswoning en stallen ten behoeve van de varkenshouderij en is verder grotendeels in gebruik als weiland en akkerland (maïs). De omgeving rond het plangebied bestaat grotendeels uit landbouwgrond en weiden. De initiatiefnemers willen onderzoeken wat het zou kunnen betekenen als de varkenshouderij plaatsmaakt voor woningbouw. Dit zou mogelijk gemaakt kunnen worden binnen de visie voor woondroebels in de gemeente Oost Gelre. Er wordt hierbij samengewerkt met het perceel aan de Aagtemanweg 9 (groene stippellijn). Mogelijk kunnen beide locaties gezamenlijk optrekken om tot een nieuwe zogeheten woondroebel te komen in het plangebied.
4
BESTAANDE SITUATIE - Foto's 1
Aagtemanweg 2
2
3
5
1
5
3
4
4
Lindeboomweg
5
BESTAANDE SITUATIE - Foto's 1
2
3
4
5
Aagtemanweg
2
3
1 5
4
6
Lindeboomweg
ANALYSE - Beoogde ontwikkeling De locatie heeft momenteel de bestemming ‘Agrarisch’ en is bebouwd met een boerderijwoning en een aantal (varkens)stallen en bijgebouwen die een agrarische rol vervulle. De initiatiefnemers hebben de mogelijkheid om de varkenshouderij fors uit te breiden. Echter zouden zij ook een alternatief willen onderzoeken, waarbij de varkenshouderij plaatsmaakt voor woningbouw. Dit zou mogelijk gemaakt kunnen worden binnen de visie voor woondroebels in de gemeente Oost Gelre. Er is echter een te klein oppervlakte aan bebouwing (3.462m2) te slopen om hiervoor in aanmerking te komen (4.000m2). De eigenaren van de Aagtemanweg 9 hebben aangegeven ook te willen stoppen. Mogelijk kunnen beide locaties gezamenlijk optrekken om tot een nieuwe zogeheten woondroebel te komen in het plangebied.
Het initiatief beoogt het behoud van de bestaande boerderijwoningen en de sloop van alle stallen en bijgebouwen. De sloop van deze bebouwing maakt nieuwbouw mogelijk van 10 woningen, waarvan 2 vrijstaand, 2 2-onder-1-kap en 4 starterswoningen. Deze landschappelijke inpassing geeft een voorzet voor een gewenste inrichting van het perceel en inbedding in het bestaande omliggende landschap. Daarnaast kan het ontwerp een belangrijke ontbrekende schakel opvullen in het bestaande routenetwerk.
Te verwijderen Te behouden
Bestaande boerderijwoning
Aagtemanweg 9 ca. 720m2
ca. 3.460m2 Bestaande houtsingel en greppel
Te verwijderen stallen en bijgebouwen
Te verwijderen stallen en bijgebouwen 7
ANALYSE - Historie 1880
Heidegebied
1980
1940
1920
Voormalige weg
Voormalige verbinding richting Huis Harreveld
Huis Harreveld (klooster)
Bosperceel op verhoging
Harreveldse molen
Boederijwoning
Overgang tussen landschapstypen
2020
Aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw bestond het plangebied nog deels uit heidegebied. In deze periode is duidelijk de grens te zien tussen het heidegebied ten westen (jonge heideontginning) en de ontgonnen gebieden ten oosten van het plangebied (kampenlandschap). De aanwezige boerderijen lagen precies in deze overgangszone. Opmerkelijk zijn de structuren die destijds in het plangebied aanwezig waren. Er was een weg tussen de Lindeboomweg en Aagtemanweg dwars door het plangebied. Deze weg liep in noordoostelijke richting door, richting Huis Harreveld. Daarnaast was er een bosperceel op een hoogte in het landschap aan deze weg gelegen. Van beide structuren is momenteel niets meer te zien. Vanaf 1940 zien we de huidige boerderijwoning op de topografische kaart. Daarnaast is te zien dat vrijwel alle heide is ontgonnen. We zien een relatief kleinschalig agrarisch landschap ontstaan. De restanten van de voormalige weg en het bosperceel zijn hier nog te zien.
Jongerenhuis Harreveld
8
Halverwege de vorige eeuw zien we langzaam maar zeker een schaalvergroting van de agrarische percelen. Daarnaast is te zien dat Harreveld met name in zuidoostelijke richting uitbreid. De bebouwing in het plangebied neemt toe en de percelen worden rationeler ingedeeld.
ANALYSE - Landschap en reliëf In de Achterhoek ligt de gemeente Oost Gelre op de overgang van het Oost-Nederlands Plateau en het centrale lage deel van de Achterhoek (het nat). Daartussen ligt een reeks grote dekzandruggen. In de loop der eeuwen zijn op de dekzandruggen nederzettingen gesticht die zijn uitgegroeid tot dorpen, zoals ook het dorp Harreveld. De kern Harreveld is ontstaan uit de vroegere buitenplaats Harreveld met een formele landschapsaanleg van gracht en lanen, waarvan de restanten nog te herkennen zijn bij het Jongerenhuis Harreveld. De buitenplaats lag op de noordelijke rand van de dekzandrug die al sinds de Middeleeuwen in gebruik is als handelsroute.
+18,5m NAP
+19m NAP
het nat
+19,5m NAP
zone van dorpen en een stad Algemene hoogtekaart
het plateau
Het plangebied ligt in de zone van dorpen en een stad tussen het plateau en het nat in. Deze driedeling is in de huidige dynamiek in het landschap van Oost Gelre te herkennen. Langs de randen van de zone met de drie dorpen en de stad zijn veel nieuwe initiatieven, plannen en activiteiten waar te nemen. Op het plateau en in het nat is de dynamiek veelal kleinschaliger en vindt plaats vanuit de erven en dorpen. Dit initiatief sluit hierop aan. Op de hoogtekaart is goed het reliëf van het landschap te zien, met in noordwestelijke richting het lage gelegen ‘nat’ en in oostelijke richting het plateau. Harreveld is gelegen op een dekzandrug. Het plangebied ligt op de grens tussen de hogere dekzandruggen en lagere gronden.
Het nat (lager)
Plangebied Dekzandrug
Harreveld op een dekzandrug
Het bodemtype in het plangebied is een veldpodzolgrond (leemarm en lemig fijn zand). Het waterbergend vermogen in het plangebied ligt tussen de 160 en de 80 cm.
Het plateau (hoger)
Algemene hoogtekaart 9
ANALYSE - Beleid Het plangebied bevindt zich in het landschaps-ensemble: Het kerk- en esdorp Harreveld, waarvoor de gemeente Oost-Gelre een landschapsontwikkelingsplan (LOP) heeft opgesteld (2007). De beoogde ontwikkeling voor dit landschaps-ensemble bestaat onder andere uit:
GROEN
LICHT VO OR
HET LAN
DSCHAP
Algemeen Vang de dynamiek in de dorpsranden en om de es op door elke ingreep in het landschap te verevenen met een kwaliteitsverbetering op de plek en de omgeving daarvan. Op te poetsen parels (relevant voor het plangebied): • Oude en nieuwe brinken; • Plekken om te verpozen eventueel met bankjes; • Verschraalde bermen bij erf en typerende erfbeplantingen; • Karakteristieke bestaande beplantingen bijv. op steilranden; • Historische wegen over de ruggen.
Landscha
psontw ikke
lingsplan voor
de gem
eente O ost Gelre
Te behouden en stimuleren landschapselementen (relevant voor het plangebied): • Kerkenpaden: zandpaden met eiken-berkensingel erlangs; • Overlopers kunnen bestaan uit openbare stroken langs kavelgrenzen met daarin natte schrale vegetatie of elzensingels. In de nota “Achterhoekse erven veranderen” (mei 2008) zijn uitgangspunten en criteria opgesteld met betrekking tot transformerende Achterhoekse erven: • Gebouwen zijn gegroepeerd en maken deel uit van een erf. De compositie van de bouwmassa’s en de inrichting van het bijbehorende terrein roepen een evenwichtig beeld op; • Op een erf is de oorspronkelijke boerderij het belangrijkste gebouw. Andere gebouwen op het erf zijn hieraan visueel ondergeschikt; • Er is een duidelijk onderscheid tussen de oriëntatie van de gebouwen naar het erf en de oriëntatie naar de omgeving; • De functieverandering moet bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit, bijvoorbeeld in landschappelijke en/of ecologische kwaliteit of de beeldkwaliteit van de bebouwing.
woon droe bels
ACHTERHOE KSE ERVEN VERANDERE N
KADERNOTA
REGIO ACHTERH ADVIESCOMMIS OEK SIE VOLKSHU ISVE
RUIMTELIJKE
STING EN RUIM
10
TELIJKE ORD
KWALITEIT
ENING
MEI 2008
Naast het LOP heeft de gemeente Oost Gelre een visie opgesteld voor de transformatie van boerenerven naar woonerven, zogenoemde Woondroebels, rond de kleine kernen (Woondroebels, februari 2021). In dit stuk worden bruikbare kaders/criteria gesteld. Een aantal relevante criteria zijn: • Mix aan grondgebonden woningtypen (gasloos en zelfvoorzienend); • Waterhuishoudkundige opgave op het eigen terrein; • Creeëren van nieuwe publieke routes over de woondroebel en langs landschapselementen in de omgeving van het erf; • Hiërarchie in volumes op het erf, een hoofdgebouw en gebouwen die daaraan ondergeschikt zijn; • De bebouwing vertoont onderlinge samenhang, met bijgebouwen inpandig of onder een gezamelijk dak; • De bebouwing kent een eenvoudig rechthoekig volume met een overwegend lage goot; • Versterken van landschapselementen; • Het te ontwikkelen woonerf vormt het hart van diverse routes en beplantingen rondom de woondroebel; • Rondom de woondroebel wordt een buitenerf in de vorm van gras met bomen gerealiseerd, landschap tot aan de gevel; • Laanbeplanting langs toegangswegen; • Zichtlijnen van en naar het erf; • Aanduiding van perceelsgrenzen met landschappelijke elementen, zoals solitaire boom, boomgroep, bomenrij, houtsingel of -singels, watergangen en greppels; • Gebruik maken van gebiedseigen beplanting; • Indien erfafscheiding noodzakelijk is gebruik lijnvormige groene/
landschappelijke elementen; • Voorkom plaatsing van (ongewenste) erfafscheidingen in de ontwerpfase, door privacygevoelige delen goed te positioneren; • Het gezamenlijk erf is het hart van het erf, cluster of woondroebel; • De woningen grenzen zoveel als mogelijk aan het erf.
ANALYSE - Uitgangspunten schetsontwerp De belangrijkste uitgangspunten voor het ontwerp zijn: •
Het behouden en gebruik maken van waardevolle landschapselementen op en om het erf (bestaande bomen en houtsingel).
•
Het verwijderen van ontsierende bebouwing en verhardingen;
•
Een voor het gebied karakteristieke groene inrichting voor de vrijkomende ruimte. Met kenmerkende groenstructuren en elementen zoals solitaire bomen, wegbeplanting, een boomgaard, houtsingellen en bosschages;
•
Gezamenlijke droebel (erf) met een mix aan woningtypen;
•
Een duidelijke hiërarchie in de bebouwing op het erf;
•
Heldere robuuste structuren;
•
Wandelverbinding naar Harreveld over een nieuw Kerkenpad;
•
De waterhuishoudkundige opgave op het eigen terrein.
11
^
ONTWERP - Schetsontwerp 1:1000 N
Boomgaard
Bestaande houtsingel en greppel
Nieuwe houtsingel
Wadi met vlonderpad en natuurlijke speelelementen
Bloemrijk grasland met gemaaid graspad Schapenweide Hakhout- en vogelbosjes Rustpunt
Bloemrijk grasland
12
Bomenrij langs oprit
Bestaande boerderij
ONTWERP - Toelichting schetsontwerp
Het schetsontwerp laat de toevoeging van 10 nieuwe wooneenheden zien; een vrijstaande woning in een Schöppe, een vrijstaande woning, 2 twee-onder-een-kap woningen en 4 rijwoningen in schuurvolumes. De nieuwe woningen zijn gesitueerd rond een gezamenlijke droebel (erf) op gepaste afstand achter de bestaande woonboerderij, achter de denkbeeldige lijn tussen voor en achter (vrouwelijk-mannelijk). De boerderij blijft hiermee het belangrijkste gebouw op het erf. De nieuw toe te voegen woningen zijn hieraan ondergeschikt en refereren qua architectuur aan agrarische opstallen. De aan het erf gelegen gevels zullen een ingetogen uiterlijk krijgen, de gevel richting het open landschap zullen opener zijn. De rijwoningen krijgen een bijgebouw/berging in een kapschuur ten oosten van de woningen. In deze kapschuur bevinden zich 5 parkeerplaatsen, 4 bergingen en 1 extra berging voor gezamenlijk gebruik ten behoeve van het onderhoud van het erf en de gezamenlijke tuin. De compositie van de gebouwen oogt samen met de boerderij een evenwichtig geheel en vertoont onderlinge samenhang. Het erf en de nieuwe woningen worden ontsloten vanaf de Lindeboomweg met een eigen oprit ter plaatste van een bestaande oprit om de kap van bomen aan de Lindeboomweg te voorkomen. De oprit wordt begeleid door een nieuwe bomenrij.
Het erf heeft een eenvoudige vorm die uit verschillende verhardingtypen kan bestaan, denk bijvoorbeeld aan waterdoorlatende halfverharding met een passe partout van klinkers. In het midden van het erf is ruimte voor groen met twee solitaire (noten)bomen en natuurlijke zit- en speelelementen. Vanaf het erf kan via twee karresporen de vrijstaande woning en het bijgebouw van de rijwoningen worden bereikt. De bestaande houtsingel wordt ter plaatse van het erf en de rijwoningen uitgedunt. De rijwoningen zijn bereikbaar door middel van vlonders/duikers over de bestaande greppel heen.
13
Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. Voor de bezoekers kan er geparkeerd worden op het erf. In totaal is hier plaats voor max. 25 auto’s (19 op eigen terrein, 6 op het erf). In oost-west richting bevinden zich een aantal robuuste groenstructuren. Direct aan de Lindeboomweg bevindt zich een strook bloemrijk grasland en een (bestaande) schapenweide. Op de overgang tussen het vrouwelijk en mannelijk deel van het erf (halverwege de bestaande woonboerderij) bevindt zich opgaand groen in de vorm van hakhoutbosjes en/of vogelbosjes. Verder naar het noorden is de volgende oost-west structuur de bestaande houtsingel en greppel. Achter de houtsingel wordt een boomgaard gerealiseerd die deels privé (bij de tuinen van de rijwoningen en vrijstaande woning) en deels semi-openbaar/gezamenlijk is. Door de boomgaard loopt een wandelpad (gemaaid graspad), dat bereikbaar is vanaf het karrespoor en doorloopt in noord- oost- en zuidelijke richting als Kerkenpad. Langs dit pad in de boomgaard kunnen natuurlijke zit- en speelelementen worden gemaakt, zoals stapstenen of boomstronken om over de klimmen en klauteren. Daarnaast kan het openbare deel de boomgaard gebruikt worden als overloop van de bestaande sloot door een wadi/laagte te maken tussen de bomen.
De daken van de nieuwe woningen worden afgekoppeld op de bestaande greppel en nieuwe wadi, zodat hier de nodige waterberging kan plaatsvinden. Over de wadi kan het pad doorlopen als vlonderpad. Op de noordelijke erfgrens wordt een nieuwe houtsingel gecreëerd waarmee het erf wordt afgerond. In deze houtsingel kunnen doorkijkjes worden gemaakt voor een mooi uitzicht het open landschap in. De bestaande schapenweide blijft behouden, maar krijgt een nieuwe vorm en een kleine stal. Mogelijk is hier een relatie te maken met de zorgboerderij de Lindeboom aan de Lindeboomweg 33. Ook kan gedacht worden aan het maken van een Rustpunt voor fietsers en wandelaars.
Het overige groen bestaat uit een aantal solitaire bomen op het erf en op erfafscheidingen. Voor alle erfafscheidingen worden gemengde en gebiedseigen hagen gebruikt. Ten aanzien van de beoogde rijwoningen geldt dat hier een erfafscheiding in de vorm van een schutting van maximaal 4 meter lengte, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van de woning, is toegestaan. Vanaf het erf vertrekt een wandelpad (Kerkenpad) richting Harreveld. Dit pad kan aansluiten op bestaande paden en andere droebels met elkaar verbinden door middel van de bestaande wegen en bermen richting Harreveld. Bij de paden worden bordjes geplaatst dat honden aangelijnd moeten blijven en uitwerpselen opgeruimt dienen te worden.
ONTWERP - Schetsontwerp - netwerk van Kerkenpaden
Harreveld
14
ONTWERP - Referentiebeelden
Bebouwing 1
3
5
4
Bestaande boerderij 3
3
2
2 1
6
Vrijstaande woning in Schöppe 3
Vrijstaand en tweekapper in schuurwoning
15
4
Rijwoningen in schuurvolume
4
Rijwoningen in schuurvolume
5
Bijgebouwen bij rijwoningen
6
Stal bij schapenweide
ONTWERP - Referentiebeelden
Erf, parkeren en paden 1
2
2
6
5
7
6
3
Erf, mix van verhardingen in passe partout
4
3 5
1
2
Karrespoor 3
Parkeren bij tweekapers 16
4
Parkeren op het erf op grasbeton
5
Gemaaide graspaden door boomgaard
6
Wadi met natuurlijke speelementen
7
Vlonderpaden over bestaande greppels
ONTWERP - Referentiebeelden
Groenstructuren 1
5
5
4
4
3
1 6
6
1
2
Erfbomen
6
2 2
3
2 7
7
Vogelbosje 3
4
5
Bomenrijen langs oprit
Boomgaard langs karrespoor met uitzicht
Groenstructuur met doorkijkjes
17
6
Solitaire bomen
7
Bloemrijk grasland
ONTWERP - Referentiebeelden
Groenstructuren 8
11
8
8
8
10
Boomgaard
11
8 10 11
9
10
12
Natuurlijke zit- en speelelementen in boomgaard 9
Schapenweide 18
9
Schapenweide
10
Insectenhotels bij boomgaard en bloemenweide
11
Groene erfafscheidingen
12
Aanwijzing Kerkenpaden
1. INPASSINGSPLAN PG. 2
2. BEELDKWALITEITSPLAN
3. BEPLANTINGSINDICATIE PG. 28
BEELDKWALITEITSPLAN - Criteria Doel
•
Ontsluiting en parkeren
Een beeldkwaliteitsplan dient ter inspiratie en toetsing. Architecten, ontwerpers, kopers/huurders en andere betrokkenen kunnen in het beeldkwaliteitplan lezen wat het beoogde ruimtelijk beeld is. Zowel de criteria met betrekking tot de inrichting als de architectuur worden beschreven. het afwijken van deze criteria moet gemotiveerd worden. Voor de criteria van de beplanting wordt in dit beeldkwaliteitsplan gerefereerd naar de beplantingsindicatie (pg. 28). De beplantingsindicatie wordt gezien als de criteria van de groeninrichting.
•
Het nieuwe erf wordt ontsloten via een halfverhard pad aan de Lindeboomweg; De hoofdwoning (A) behoudt de eigen oprit; De verharding van het gezamenlijk erf draagt bij aan het erfensemble. De verharding loopt door tot aan de bebouwing en bestaat uit een materiaalmix van een klinkerverharding in de rand/ plint en een halfverharding (bijv. gebroken puin of grasbetonklinkers) daarbinnen; Vanaf het erf lopen twee karresporen richt de vrijstaande woning (E) en bijgebouw (F). Deze paden lopen door tot aan de noordelijke perceelsgrens; Vanaf het bijgebouw (F) komt dwars door de fruitboomgaard een gemaaid graspad richting de Aagtemanweg en Lindeboomweg. Ter hoogte van de wadi loopt het pad door ove een vlonder. Hierover kan een ommetje worden gemaakt. Dit pad wordt verbonden met het wandelpad (Kerkenpad) richting Harreveld;
Criteria Hieronder worden de beeldkwaliteitscriteria opgesomd. Deze zijn onderverdeeld in: • Verkaveling; • Ontsluiting en parkeren; • Overige inrichtingselementen • Bebouwing - volume en typologie; • Bebouwing kleur en materiaal. De criteria worden vervolgens verduidelijkt met referentiebeelden.
• •
• •
•
• • •
• •
Parkeren vindt inpandig plaats in de woningen en in het bijgebouw (F) voor de rijwoningen. De hoofdwoning (A) krijgt twee parkeerplaatsen aan het erf. Bezoekers kunnen tijdelijk op het gezamenlijk erf parkeren. Overige inrichtingselementen
Op het erf en in de boomgaard worden natuurlijke speelementen toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan stapstenen, een klauterboom, speelbult of blotevoetenpad; Het erf wordt een ontmoetingsplek met in het midden een zitgelegenheid in het groen. Denk bijvoorbeeld aan een (picknick) bank of zitrand. Deze inrichtingselementen dienen te passen binnen het agrarische karakter van het erf.
Verkaveling
• •
•
• •
22
Het nieuwe erf met bestaande boerderijwoning vormt een eigen ensemble; Het erf volgt de traditionele hiërarchie van een boerenerf met: 1. Een hoofdwoning (bestaande boerderijwoning, A). De uitstraling aan de voorzijde is bescheiden, maar formeler en statiger dan de achterzijde. De hoofdwoning heeft aan de voorzijde een siertuin; 2. Overige woningen en bijgebouwen (B t/m F) vormen schuurvolumes aan een functioneel erf. Deze schuurvolumes staan terug ten opzichte van de hoofdwoning en zijn in hoogte en uitstraling hieraan ondergeschikt. Rond dit deel, de achterzijde, staat functioneel groen; De nieuwe bebouwing en nokrichting volgen de richting van de bestaande hoofdwoning, met uitzondering van de Schöppe woning (B) en rijwoningen (D). Deze staan loodrecht op de richting van de hoofdwoning; Bijgebouwen worden geïntegreerd in de woningen. De rijwoningen krijgen een losstaand gezamenlijk bijgebouw (F). De bijgebouwen worden niet tegen de woningen aangebouwd; De bebouwing omsluit een gezamenlijke verharde buitenruimte; het erf.
E
F
D
C
C B A
Scheiding voor en achter
1. Hoofdwoning, met siertuin aan de voorzijde 2. Overige woningen aan een functioneel erf, met functioneel groen aan de achterzijde
BEELDKWALITEITSPLAN - Referentiebeelden
Ontsluiting van het erf en de karresporten in halfverharding
Gezamenlijk erf met een mix aan verhardingen Wadi met vlonderpad en natuurlijke speelelementen
Geïntegreerde berging/parkeren in woningen en gezamenlijk bijgebouw (F)
Gemaaid graspad door de boomgaard Het gezamenlijk erf als ontmoetingsplek met parkeren op waterdoorlatende verharding
23
BEELDKWALITEITSPLAN - Criteria Bebouwing - volume en typologie
Bebouwing - kleur en materiaal
•
•
•
•
•
• • • • • •
De bebouwing bestaat uit (zie afbeelding hiernaast): A: De bestaande hoofdwoning (vrijstaand) B: Een Schöppe woning (vrijstaand) C: Schuurwoningen (twee-onder-een-kap) D: Kapschuurwoningen (rij) E: Schuurwoning (vrijstaand) F: Kapschuur (bijgebouw bij rijwoningen) De bestaande hoofdwoning (A) heeft de uitstraling van een streekeigen boerderij. De overige bebouwing aan het erf (B t/m F) krijgen de uitstraling van schuren en zijn hierin ondergeschikt aan de hoofdwoning; Alle (nieuwe) bebouwing heeft een eenvoudige hoofdvorm en footprint en bestaat uit één laag met een kap, met uitzondering van de rijwoningen in de kapschuur (D), deze wordt twee lagen met een kap; De nieuwe woningen krijgen een lage goot passend bij het agrarisch karakter.
De volgende maximale goot- en nokhoogtes zijn van toepassing: B: goot 3,5m, nok 9m C: goot 3,5m, nok 9m D: goot voorzijde 6m, goot achterzijde 3m, nok 10m E: goot 3,5m, nok 9m F: goot voorzijde 3m, goot achterzijde 2m, nok 5m Alle daken zijn zadeldaken (asymmetrisch bij de kapschuren); Dakvlakken zijn grotendeels gesloten en dakkapellen zijn niet toegestaan; Aan de erfzijde krijgt de bebouwing een meer gesloten uitstraling en richting het landschap wordt deze opener; Aanbouwen aan de woningen zijn niet toegestaan; De bebouwing wordt in samenhang ontworpen; Er wordt natuurinclusief gebouwd met voorzieningen voor voorkomende soorten, zoals de gierzwaluw, huismus en vleermuissoorten.
• • •
De nieuwe bebouwing (B t/m F) wordt overwegend uitgevoerd in ‘schuurmaterialen’, zoals hout en dakpannen. Details in andere materialen, zoals een plint van metselwerk, zijn ook mogelijk; De nieuwe bebouwing (B t/m F) wordt in dezelfde materialen- en kleurencombinatie uitgevoerd; Alle bebouwing wordt uitgevoerd in natuurlijke materialen en aardse tinten (rood, bruin, antraciet of onbehandeld hout); Daken worden gemaakt van niet-geglazuurde dakpannen.
E
F
D
C
C B A
24
BEELDKWALITEITSPLAN - Referentiebeelden A
B
Voorzijde bestaande hoofdwoning
Vrijstaande Schöppe woning
B A
Vrijstaande Schöppe woning
25
Referentie Schöppe (Boveltweg 12 Woold)
BEELDKWALITEITSPLAN - Referentiebeelden C
D E
E D
C E
Eigentijdse schuurwoning (vrijstaand en tweekapper)
Rijwoningen in kapschuurvolume
Eigentijdse schuurwoning
D
C
Eenvoudig volume met hout
Gesloten gevel erfzijde
26
C E
C
Woning aan erf en in boomgaard
Open zijde richting landschap
Eenvoudige detaillering
Open zijde richting landschap
Ongeglazuurde pannen
Inpanding parkeren
Gesloten dakvlak
Aardse tinten
BEELDKWALITEITSPLAN - Referentiebeelden F
Voorbeelden Natuurinclusief bouwen (B t/m F)
F
Kapschuur als bijgebouw met asymetrische kap
Losse of ingebouwde kasten
Overstekende dakranden (vogels)
Kapschuur als bijgebouw met parkeren voor rijwoningen
Hout
Nokvorst (vleermuis)
Mussenpan
Kapschuur als bijgebouw
Pannen
Bijenstenen
Groene daken
27
1. INPASSINGSPLAN PG. 2 2. BEELDKWALITEITSPLAN PG. 20
3. BEPLANTINGSINDICATIE
ONTWERP - Beplantingsindicatie BESTAAND 1
houtwal langs de greppel op het perceel
2
solitaire eiken twee eiken op het voorerf
3
solitaire beuk rode beuk bij entree boerderijwoning
4
bosschage bosje rond bestaande stallen
5
weiland schapenweide
F
J
NIEUW A
solitaire bomen op het gezamenlijke erf
C
solitaire bomen solitaire bomen in tuinen
D
solitaire boom bij entree van het erf
E F
30
bomenrij langs entree van het erf houtwal noordelijke grens van het perceel
G
vogelbosje op overgang voor- en achtererf
H
hagen rond tuinen en in boomgaard
I
bloemrijk grasland in boomgaard en perceelranden
J
gazon in de nieuwe tuinen
I
A
J
H
H
boomgaard noordelijk deel van het erf
B
F
F
1
1 J H
C
B
B
I
H
C
C
J G G
G
4 H I
E 3
D 2
I 5
ONTWERP - Beplantingsindicatie BESTAAND
LANDSCHAPSELEMENT
2 solitaire beuk
bosschage
4
solitaire eiken
3
houtwal
1
AANPLANT
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
SOORT/AANTAL
Houtwal langs de greppel.
Twee eiken op het voorerf.
Rode beuk bij entree boerderijwoning.
Bosschage rond bestaande stallen.
PLANTVERBAND
Wildverband.
Solitair (vrijstaand).
Wildverband.
BEHEER OP TERMIJN
Uitdunnen ter plaatse van de rijwoningen.
Begeleiding snoei (jaarlijks). Opschot verwijderen (jaarlijks).
Bosplantsoen: Gefaseerd afzetten (tussen de 5-10 jaar). Afzetten betekent dat het bosplantsoen tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De struiken groeien uit zichzelf weer uit.
Bosplantsoen: gefaseerd afzetten (tussen de 5-10 jaar). Afzetten betekent dat het bosplantsoen tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De struiken groeien uit zichzelf weer uit. Boomvormers: Begeleiding snoei (een per 5 jaar), opschot verwijderen (jaarlijks), verwijderen dood hout (jaarlijks indien aanewzig).
31
Boomvormers: Begeleiding snoei (een per 5 jaar), opschot verwijderen (jaarlijks), verwijderen dood hout (jaarlijks indien aanewzig).
ONTWERP - Beplantingsindicatie BESTAAND
LANDSCHAPSELEMENT
weiland
5
AANPLANT
n.v.t.
SOORT/AANTAL
(Schapen)weide.
PLANTVERBAND
n.v.t.
BEHEER OP TERMIJN
Begrazing door kleinvee.
32
ONTWERP - Beplantingsindicatie NIEUW BOMEN LANDSCHAPSELEMENT
B
AANPLANT
Aanplant van boomgaard met fruitbomen. Soort naar keuze, variatie is gewenst.
Op het erf worden twee solitaire bomen aangeplant.
Op hoekpunt van tuinen en in de schapenweide worden solitaire bomen aangeplant als markering, schaduw- of speelboom. Vanuit de woning wordt langs de boom het landschap ingekeken. Inheemse soort naar keuze.
Aan de Lindeboomweg wordt een solitaire boom aangeplant om hde entree te accenturen.
SOORT/AANTAL
Voorbeelden geschikte soorten: 30 - 40 stuks Malus domestica (Appelboom) Pyrus communis (Perenboom) Prunus avium (Kersenboom) Prunus domestica (Pruimenboom) Mespilus germanica (Mispel) Cydonia oblonga (Kweekpeer)
Voorbeelden geschikte soorten: 2 stuks Castanea sativa (Tamme Kastanje) Juglans regia (Walnoot) Aesculus hippocastanum (Paardenkastanje)
Voorbeelden geschikte soorten: Acer campestre (Veldesdoorn) Quercus robur (Zomereik) Tilia cordata (Winterlinde) Fraxinus excelsior (Es)
Geschikte soort: 1 stuk Fagus sylvatica ‘Atropunicea’ (Rode beuk)
Aanplanten als 18-20, ho
solitaire boom
solitaire bomen
D
solitaire bomen
C
boomgaard
A
4 stuks
Aanplanten als 18-20, ho
Aanplanten als 18-20, ho
Gaard totaal aantal bomen in het werk te bepalen. Aanplanten als 14-16, ho
Appelboom
Kersenboom
Tamme Kastanje
Walnoot
Veldesdoorn
Zomereik
Rode beuk
PLANTVERBAND
Plantverband in een grid, afstand h.o.h. ca. 5-8 meter.
Solitair (vrijstaand).
BEHEER OP TERMIJN
Begeleiding snoei (jaarlijks), opschot en waterloten verwijderen (jaarlijks), verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Begeleiding snoei (eens per 3 jaar), opschot verwijderen (jaarlijks), verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
33
ONTWERP - Beplantingsindicatie
LANDSCHAPSELEMENT
BOSSCHAGES
E
HAGEN G
houtwal
vogelbosjes
H
bomenrij
F
gemengde hagen
BOMEN
AANPLANT
Langs de nieuwe toegangsweg wordt ter begeleiding een bomenrij aangeplant. Inheemse soort naar keuze.
Er worden bomen en struiken aangeplant om een houtwal te maken aan de noordrand van het plangebied, vergelijkbaar met de bestaande houtwal. Inheemse soorten naar keuze, variatie is gewenst.
Er worden bomen en struiken aangeplant om hakhout- en vogelbosjes te maken op de overgang tussen het voor- en achtererf. Inheemse soorten naar keuze, variatie is gewenst.
Als erfafscheidingen en in de boomgaard worden gemengde hagen toegepast. Voor de hagen wordt meidoorn de basis en deze kan afgewisseld of aangevuld worden met andere inheemse soorten.
SOORT/AANTAL/MAAT
Voorbeelden geschikte soorten: Tilia x europaea (Linde) Betula pendula (Ruwe berk) Alnus glutinosa (Zwarte els)
Voorbeelden geschikte soorten: Quercus robur (Zomereik, boomvormer) Fraxinus excelsior (Gewone es, boomvormer) Alnus glutinosa (Zwarte els, boomvormer) Betula pendula (Ruwe berk, boomvormer) Sambucus nigra (Gewone vlier) Sorbus aucuparia (Lijsterbes) Corylus avelana (Hazelaar)
Voorbeelden geschikte soorten: Quercus robur (Zomereik, boomvormer) Sambucus nigra (Gewone vlier) Sorbus aucuparia (Lijsterbes) Cornus mas (Gele kornoelje) Corylus avelana (Hazelaar) Amelanchier lamarckii (Krentenboompje) Crataegus monogyna (Eenstijlige meidoorn)
Basis: Crataegus monogyna (Eenstijlige meidoorn)
Aanplanten als bosplantsoen 60/80. Totaal 1.175m2. Totaal aantal ca. 420 stuks. Variatie in de mix is naar keuze in te vullen.
Aanplanten als bosplantsoen 60/80. Totaal 1.500m2. Totaal aantal ca. 680 stuks. Variatie in de mix is naar keuze in te vullen.
Aanplanten als bosplantsoen 60/80. Totaal ca. 360m1 haag. Totaal aantal ca. 1.800 stuks.
Linde
Hazelaar
Meidoorn
Bomen in rij, afstand h.o.h ca. 10 meter
Driehoeksverband 1,5x1,5 meter
Rij, 5 per strekkende meter.
Begeleiding snoei (een per 5 jaar), opschot verwijderen (jaarlijks), verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Bosplantsoen: gefaseerd afzetten (tussen de 5-10 jaar). Afzetten betekent dat het bosplantsoen tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De struiken groeien uit zichzelf weer uit.
Hagen dienen 1-2x jaarlijks geschoren worden. Vrijgekomen afval kan daarbij gemulcht of composteerd worden waarna het onder de haagvoet verdeeld wordt. Dit zorgt voor extra voeding en het vasthouden van vocht.
3 stuks
Aanplanten als 14-16, ho
PLANTVERBAND BEHEER OP TERMIJN
34
Gewone vlier
Gele kornoelje
Boomvormers: Begeleiding snoei (een per 5 jaar), opschot verwijderen (jaarlijks), verwijderen dood hout (jaarlijks indien aanewzig)
Voorbeelden om aan te vullen: Ligustrum (Liguster haag) Acer campestre (Veldesdoorn) Carpinus betulus (Haagbeuk) Prunus spinosa (Sleedoorn)
Meidoorn
Veldesdoorn
ONTWERP - Beplantingsindicatie
hagen
H
scheiding voor en achter
ALGEMEEN
I
J
gazon
LANDSCHAPSELEMENT
bloemrijk grasland
GRASSEN
AANPLANT
Voor de erfafscheidingen aan de voorzijde wordt de bestaande beukenhaag aangevuld.
Aan de randen van het perceel en onder de boomgaard wordt bloemrijk grasland ingezaaid. Mengselkeuze op basis van bodemsoort en wens voor kleur.
In de privétuinen wordt gras ingezaaid.
SOORT/AANTAL
Soort: Carpinus betulus (Haagbeuk)
Geschikte mengsels: Mengsel G1 - (leverancier: Cruydthoeck) Mengsel BM-10 - (leverancier: Medigran) Margrietmengsel - (leverancier: Neutkens)
Geschikte soorten: Speelgazon, bestaande uit circa 75% roodzwenkgras en 25% veldbeemdgras
Aanplanten als bosplantsoen 60/80. Totaal ca. 30m1 haag. Totaal aantal ca. 150 stuks.
Haagbeuk
Inzaaien met bloemrijk grasland en ruige kruidenvegetatie mengsel, totaal ca. 6.500 m2. Er worden geen mengsels gebruikt die mogelijk geiftig zijn voor dieren.
Mengsel G1
Margrietmengsel
Inzaaien met graszaad, totaal ca. 4.300 m2.
Gazon
PLANTVERBAND
Rij, 5 per strekkende meter.
ca. 0,15 kg bloemrijkmengsel per 100 m2
ca. 0,25 kg graszaad per 100 m2
BEHEER OP TERMIJN
Hagen dienen 1-2x jaarlijks geschoren worden. Vrijgekomen afval kan daarbij gemulcht of composteerd worden waarna het onder de haagvoet verdeeld wordt. Dit zorgt voor extra voeding en het vasthouden van vocht.
Het beheer van deze graslanden bestaat uit jaarlijks één tot maximiaal twee keer maaien en afvoeren (mogelijk composteren) van het maaisel. Dit zorgt ervoor dat de bloemsoorten ook overleven in het gras, indien bemest wordt krijgt het gras de overhand.
Maaien (regelmatig)
35
Zoveel mogelijk variatie in de beplanting draagt bij aan de biodiversiteit van de plek. Daarnaast wordt door variatie voorkomen dat er bij plantziektes hele structuren verdwijnen.
Lindeboomweg 26, HARREVELD
Erfinpassingsplan Inpassingsplan Aagtemanweg 9 Harreveld
Colofon Erfinpassingsplan Aagtemanweg 9 Harreveld
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
Projectnummer en versie: 4519 versie 1.0 Ligging plangebied: Aagtemanweg 9 te Harreveld Auteur: Ing. P. Leemreise
Locis Adviseurs
Status: definitief Rapportdatum: 16-1-2024
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................................... 3
1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 3
Het ontwerp .......................................................................................................................... 8
3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 8 3.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 8 3.3 Kansen voor versterking van het erf ........................................................................................................ 8 3.4 Het ontwerp ............................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 4
Inrichting en beheer ............................................................................................................ 10
4.1 Inrichtingsmaatregelen .......................................................................................................................... 10 4.2 Beheer .................................................................................................................................................... 12
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een erf op het adres Aagtemanweg 9 te Harreveld. Het voornemen bestaat de bestemming van het erf te wijzigen van ‘agrarisch met landschapswaarden’ met een aanduiding voor een bouwvlak, naar ‘wonen’. Ter compensatie voor deze wijziging wordt een varkensstal gesloopt. De gemeente Oost-Gelre stelt als voorwaarde voor een dergelijke ontwikkeling, dat het nieuwe erf landschappelijk ingepast wordt en dat het omringende landschap versterkt wordt. In voorliggend rapport wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf en versterking van het landschap gepresenteerd. Op onderstaande luchtfoto wordt het huidige erf weergegeven. Tevens wordt de te slopen bebouwing aangegeven.
Luchtfoto van het erf met daarop aangeduid de te slopen stal (gele vlak).
3
HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Aagtemanweg 9 te harreveld. Het ligt in het buitengebied, iets ten westen van de woonkern Harreveld en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een agrarisch bedrijf, waar de agrarische bedrijfsactiviteiten enige tijd geleden gestaakt zijn. Het grenst aan de zuidzijde aan een agrarisch bedrijf, aan de noord- en oostzijde aan agrarisch cultuurland en aan de westzijde aan de Aagtemanweg. Op het erf staan een woning met aangebouwde schuur en een varkensstal. Rondom de woning ligt een eenvoudige siertuin met gazon, heesters en sierplanten. Ten zuidoosten van de stal staat een houtsingel als kavelgrensbeplanting. Hieronder wordt een luchtfoto van het erf weergegeven.
Luchtfoto van het erf. Met de gele lijn wordt het plangebied aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
4
Luchtfoto van het erf en het omringende landschap (bron foto: Ruimtelijke plannen).
Zicht op het oostelijke deel van het plangebied, gezien vanaf de Lindeboomweg in noordwestelijke richting (bron foto: Google streetview).
5
Zicht op de woning met siertuin, gezien vanaf de Aagtemanweg ter hoogte van het erf (bron foto: Google streetview).
Zicht op het plangebied, gezien vanaf de Aagtemanweg in zuidoostelijke richting (bron foto: Google streetview).
6
2.3 Landschap Het plangebied en de omgeving behoren tot het kampenlandschap, welke ten westen van de Aagtemanweg geleidelijk over gaat in het jonge heideontginningslandschap van de Harreveldse Heide. Op onderstaande uitsnede van de historische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven.
Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de gele cirkel aangeduid.
Het kampenlandschap is een oud agrarisch cultuurlandschap dat ontstaan is vanaf de middeleeuwen. Het kenmerkt zich door de grillige, bochtige wegenstructuur waarbij boerderijen tegenwoordig ook op enige afstand van de weg zijn komen te liggen als gevolg van ruilverkaveling waarbij veel zandwegen verloren zijn gegaan. De agrarische percelen hebben ongelijke vormen en volgen het oorspronkelijke landschap. Essen en graslanden wisselen elkaar af en wegen zijn veelal voorzien van laanbeplanting. Veel kavelgrensbeplanting, zoals houtwallen, zijn verdwenen tijdens de ruilverkaveling in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Ook zijn de meeste oorspronkelijke zandwegen verdwenen of verhard. Als gevolg van de ruilverkaveling ‘Aalten’ (jaren ’80 van de vorige eeuw) zijn veel zandwegen verdwenen, nieuwe wegen aangelegd, kavelgrensbeplanting verdwenen en percelen samengevoegd tot grote, meer rationele percelen. Het plangebied ligt langs de noordwestrand van een essencomplex. Dit essencomplex ligt ten noorden en zuiden van de Lindeboomweg. Het landschap ten oosten van het plangebied is vrij open. Houtsingels, struweelhagen of solitaire bomen ontbreken.
Essengordel ten noorden van de Lindeboomweg. Het plangebied ligt aan de linkerzijde op de foto (bron foto: Google streetview).
7
Circa 100 meter ten noordoosten van het plangebied, aan de rand van de essengordel, is een enkele jaren geleden een poel aangelegd. Deze poel ligt geïsoleerd in het agrarisch cultuurland.
Ligging van de poel ten noordoosten van het erf.
HOOFDSTUK 3
HET ONTWERP
3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij. De doelstelling van voorliggen rapport is het opstellen van een erfinpassingsplan van het nieuwe erf, na sloop van de stal, en versterking van het omringende landschap.
3.2 Uitgangspunten Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). Geadviseerd wordt autochtoon plantmateriaal te gebruiken. Autochtoon plantgoed is fenologisch afgestemd op het klimaat van de Achterhoek en voorkomt dat de aanwezige autochtone bomen en struiken verbasteren door kruisingen met allochtoon plantmateriaal. Autochtoon plantgoed wordt geleverd met een certificaat.
3.3 Kansen voor versterking van het erf Het huidige erf ligt redelijk fraai ingepast in het landschap en rond de woning ligt een fraaie siertuin. Als gevolg van het slopen van de stal, dient het hakhout, dat direct naast de stal staat verwijderd te worden. Ter versterking van de landschappelijke inpassing van het erf, wordt geadviseerd een bongerd aan te leggen aan de voorzijde van de boerderij. 8
Om de geïsoleerde poel te verbinden met andere landschapselementen, wordt geadviseerd een gemengde houtsingel aan te leggen. Hierdoor wordt het voor dieren makkelijker de poel te bereiken, zoals voor amfibieën en kleine grondgebonden zoogdieren. Deze houtsingel dient aan te sluiten bij bestaande houtige structuren.
3.4 Het ontwerp Het ontwerp voorziet in het aanbrengen van 6 hoogstam fruitbomen op het erf en een struweelhaag tussen het erf en een reeds aanwezige poel ten oosten van het plangebied. Concreet worden volgende maatregelen genomen: • • • •
Aanplant hoogstam fruitbomen (6 stuks) (erfinpassing) Aanplant gemengde struweelhaag op 2 meter van de eigendomsgrens (versterking van het landschap) Verwijderen bestaande struweelhaag op de erfgrens, en herplant gemengde struweelhaag op 2 meter afstand van de eigendomsgrens (erfinpassing) Verlengen van de schutting over de lengte van de te slopen schuur (erfinpassing)(afscheiding tussen Aagtemanweg 9 en Aagtemanweg 11)
Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd.
Voorstel voor landschappelijke inpassing.
9
HOOFDSTUK 4
INRICHTING EN BEHEER
4.1 Inrichtingsmaatregelen 1. Aanleg hoogstam fruitbomen Er worden 6 hoogstam fruitbomen geplant, (minimaal 3 appel en 3 peer). De bomen komen minimaal vijf meter uit elkaar te staan. Er worden bij voorkeur oude fruitrassen toegepast. Deze zijn robuuster en beter bestand tegen ziektes en plagen en dragen bij aan behoud van cultuurhistorisch erfgoed. Specifieke plantinstructie • Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. • Plaats daarna twee boompalen van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal. • U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. • Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 5 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.
Fruitboom met boomband.
Aanduiding van de plek van de hoogstam fruitboomgaard. Deze wordt met nummer 12 aangeduid.
10
2. Verwijderen bestaande struweelhaag Een bestaande struweelhaag wordt verwijderd en herplant, iets noordelijker dan de oorspronkelijke groeiplaats. De te verwijderen beplanting wordt op twee meter afstand van de eigendomsgrens aangelegd.
Aanduiding van de te verwijderen beplanting (nr 8 op de kaart).
3. Aanplant gemengde struweelhaag Er wordt een gemengde struweelhaag aangelegd met een totale lengte van 125 meter. Deze komt op twee meter afstand van de eigendomsgrens. De beplanting wordt geplant in een plantverband van 1,5x1,5 meter. De aanplant bestaat uit een gemengde aanplant van veldesdoorn, éénstijlige meidoorn, sleedoorn, Gelderse roos, hondsroos, gewone vlier en vuilboom. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen in de maat 80-120cm. Ter bescherming tegen vraat (koeien/paarden) wordt een raster geplaats.
Aanduiding van de aan te leggen struweelhaag (nr 11 op de kaart).
11
In onderstaande tabel wordt de plantlijs weergegeven. type beplanting
lengte (m) element opp. (m2)
Struweelhaag
125
500
aantal totaal soort
250 eenslijlige meidoorn sleedoorn Gelderse roos vuilboom/sporkehout Gewone vlier veldesdoorn hondsroos
latijn
n_plantgoed
Crataegus monogyna Prunus spinosa) Viburnum opulus Frangula alnus Sambucus nigra Acer campestre Rosa cania
35 80-120cm hoogte 35 80-120cm hoogte 35 80-120cm hoogte 35 80-120cm hoogte 35 80-120cm hoogte 35 80-120cm hoogte 35 80-120cm hoogte
Plantlijst.
4.2 Beheer Hoogstam fruitboom Geen beheer of specifiek beheer gericht op vruchtdracht van hoogstam fruitbomen. Struweelhaag De struweelhaag wordt beheerd als hakhout. Dat wil zeggen dat de singel periodiek afgezet mag worden, waarna deze weer zal uitlopen. Tak- en tophout wordt afgevoerd of in rillen in het element gelegd.
12
10 10 10
0 0 0
10 10 10
1 1 1
1 P 1 G 1 G
1 1 1
36 361
2
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
0
10
10
0
10
1
1 P
1
51 511
-
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren)
0
0
10
0
10
1
1 P
1
52 527
-
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
0
0
10
10
10
1
1 P
1
55 5511, 5512
-
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Pensions
10
0
10
10
10
1
2 P
1
61, 62 61, 62
- VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)
0
0
10
0
10
1
2 P
1
63 6322, 6323 633 634
-
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)
0 0 0
0 0 0
10 10 10
0 0 0
10 10 10
1 1 1
2 P 1 P 1 P
1 1 1
65, 66, 67 65, 66, 67
- FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen
0
0
10 C
0
10
1
1 P
1
70 70
- VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed
0
0
10
0
10
1
1 P
1
D
LUCHT
0 0 0
-
BODEM
0 0 0
VISUEEL
CATEGORIE
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) A Grafische afwerking Reproduktiebedrijven opgenomen media
VERKEER
GROOTSTE AFSTAND
22 221 2223 223
-
nummer
GEVAAR
INDICES
GELUID
AFSTANDEN IN METERS
STOF
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-CODE
0
10
1
1 P
1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
0
0
10
0
10
1
2 P
1
GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven
0
0
10
0
10
1
2 P
1
DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)
0
0
10
0
10
1
1 P
1
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Ateliers e.d.
0
0
10
0
10
1
2 P
1
0 0 0
0 0 0
10 10 10 C
0 0 0
10 10 10
1 1 1
1 P 1 P 1 P
1 1 1
73 732
-
74 74
- OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren
85 8512, 8513
-
91 9111
-
92 9251, 9252
-
93 9301.3 9302 9305
- OVERIGE DIENSTVERLENING B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
D
D
LUCHT
CATEGORIE
10
BODEM
GROOTSTE AFSTAND
0
- COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
VISUEEL
GEVAAR
0
72 72
VERKEER
GELUID
INDICES
STOF
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
OMSCHRIJVING
nummer
SBI-CODE