CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp laarberg noord 2 toelichting bijlagen

Gemeenteraad 7 mei 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan Laarberg Noord 223.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bodemopbouw en geohydrologie

De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland, kaartblad 34 West, 1979 (schaal 1:50.000), plaatselijk uit een veldpodzol-, beekeerd- en een gooreerdgrond, welke volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk zijn opgebouwd uit leemarm/zwak lemig fijn zand tot lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De onderzoekslocatie ligt aan de westgrens van het Oost-Nederlands Plateau, nabij de overgang naar het ten westen van het plateau gelegen Pleistocene Bekken. Binnen het Oost-Nederlands Plateau komen slecht doorlatende Tertiaire afzettingen, voornamelijk bestaand uit slibhoudende fijne zanden en kleien, tot dicht onder het maaiveld voor. Hier bovenop ligt over het algemeen slechts een dun dek van Kwartaire, grove sedimenten. Ten westen van de terrasrand duiken de Tertiaire lagen dieper de ondergrond in en worden deze bedekt door een aanzienlijk pakket Kwartair sediment, welke over het algemeen bestaat uit goed doorlatende, fluvioglaciale en fluviatiele sedimenten. Het watervoerend pakket heeft een dikte van ± 5 - 10 m en wordt gevormd door fijne zanden van de Formatie van Boxtel met daaronder grove, grindhoudende zanden van de Formaties van Drente en Sterksel en glauconiethoudend zand van de Formatie van Breda.

Het watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleihoudende, fijne zanden van de Formatie van Breda. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 21,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op de onderzoekslocatie op een diepte van 1 tot 2 m -mv zou bevinden. Het freatisch grondwater stroomt volgens de volgens de Wateratlas van de provincie Gelderland in westelijke richting. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

Rapport 11304.001A versie D1

Pagina 6 van 16

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)

Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel III zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel III.

Onderzoeksstrategie Kavel/Deellocatie

Oppervlakte

Verwachte stoffen

Onderzoeksstrategie

2

-

EIGEN

-

ONV-NL

RD-O1

Verkennend bodemonderzoek Openbaar terrein noord (RD-ON) en Kavel RD-1

± 93.750 m

RD-OZ

Verkennend bodemonderzoek Openbaar terrein zuid (RD-OZ)

± 10.500 m1

Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740: ONV-NL : Onverdacht (niet-lijnvormig) EIGEN : Eigen strategie, gebaseerd op strategie ONV-GR-NL (alleen bovengrond)

PFAS-onderzoek Uit het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt, dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” gebied wordt gekenmerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten van dit PFAS voorkomen. PFAS komt diffuus in Nederland voor. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Voor het onderzoek van PFAS is uitgegaan van de strategie VED-HO (homogeen verdacht) waarbij de vijf voor onderzoek aangemerkte kavels (Redan, Redoute, Laarberg Centraal, Bolwerk en Laarberg Zuid/Oude Borculoseweg 8) als één geheel zijn onderzocht. De analyses zijn evenredig met de oppervlakte van de betreffende kavels verdeeld, waarbij minimaal één analyse per kavel is uitgevoerd. Er is voor gekozen enkel de grond van het traject 0-0,5 m -mv ter analyse in te zetten, zijnde de “meest verdachte laag” aangaande PFAS.

De resultaten van deze laag worden, als een “worst-case”, tevens van toepassing verklaard op de grond van het traject 0,5-1,0 m -mv.

Rapport 11304.001A versie D1

Pagina 7 van 16

5

VELDWERK

5.1

Algemeen

Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2 bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 4 zijn de boorprofielen opgenomen. 5.2

Uitgevoerde werkzaamheden

Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel IV zijn vermeld. Het veldwerk is op 17 januari 2020 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer F. Slöetjes. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". Tabel IV.

Uitgevoerde werkzaamheden Deellocatie

Veldwerk Boringen/peilbuizen

RD-ON en Openbaar terrein RD-1 noord (RD-ON) en Kavel RD-1 RD-OZ

Openbaar terrein Zuid

Analyses Verharding

Grond

Grondwater

RDO1-01 t/m RDO1-46 34 (0,5 m -mv) 12 (1,0 m -mv)

Onverhard

Standaardpakket (6x) PFAS (3x)

-

RDOZ-01 t/m RDOZ-21 15 (0,5 m -mv) 4 (2,0 m -mv) 2 (peilbuis)

Onverhard

Standaardpakket (5x) (ondergrond incl. arseen) PFAS (1x)

Standaardpakket (2x) Lozingpakket (2x)

De boringen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Voor de geplaatste peilbuizen geldt dat het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter is opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 17 januari 2020 is ingeschat. De peilbuizen zijn direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. 5.2.1

Grond

De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak siltig, zwak humeus, zeer fijn zand. De ondergrond bestaat uit zwak siltig, zwak grindig, zeer fijn tot matig fijn zand. De ondergrond is tot een diepte van circa 1,5 m -mv veelal zwak tot matig oer-/gleyhoudend. Zintuiglijk zijn er geen verontreinigingen waargenomen.

Rapport 11304.001A versie D1

Pagina 8 van 16

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief. 5.2.2

Grondwater

Er zijn op de locatie RD-OZ twee peilbuizen (filterstelling 1,5-2,5 en 1,8-2,8 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 17 januari 2020 is ingeschat. 5.2.3

Bemonstering

De grondwaterbemonstering is op 4 februari 2020 uitgevoerd door de heer A. Bruil. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel V geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel V. Peilbuisnummer

Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater Situering peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

Elektrisch Geleidingsvermogen (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Zuurgraad (pH)

RDOZ-05

Westelijk terreindeel

1,5-2,5

0,82

1.820

384

6,9

RDOZ-17

Oostelijk terreindeel

1,8-2,8

1,08

790

28

6,7

6 6.1

LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses

Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 15 grondmengmonsters samengesteld. De grondmengmonsters en de 2 grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: Grond: standaardpakket (+ arseen ondergrond): droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;

Rapport 11304.001A versie D1

Pagina 9 van 16

-

PFAS grond (28 verbindingen Tijdelijk Handelingskader): droge stof, organische stof, perfluoroctaansulfonaat lineair (PFOS), perfluoroctaansulfonaat vertakt (PFOA), perfluoroctaanzuur lineair (PFOS), perfluoroctaanzuur vertakt (PFOA) en overige verbindingen;

Grondwater: standaardpakket: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie. -

lozingspakket grondwater: ijzer (Fetotaal), zuurstof en onopgeloste bestanddelen.

Tabel VI geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel VI.

Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten

Grondmengmonster

Traject (m -mv)

RDO1-MM1

RDO1-02 (0,00 - 0,50) + RDO1-07 (0,00 - 0,50) + RDO1-08 (0,00 - 0,50) + RDO1-17 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket

Bovengrond (humeus zand) zand (zintuiglijk schoon)

RDO1-MM2

RDO1-01 (0,00 - 0,50) + RDO1-04 (0,00 - 0,50) + RDO1-06 (0,00 - 0,50) + RDO1-09 (0,00 - 0,50) + RDO1-11 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket

Bovengrond (humeus zand) (zintuiglijk schoon)

RDO1-MM3

RDO1-19 (0,00 - 0,50) + RDO1-27 (0,00 - 0,50) + RDO1-28 (0,00 - 0,50) + RDO1-29 (0,00 - 0,50) + RDO1-35 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket

Bovengrond (humeus zand) (zintuiglijk schoon)

RDO1-MM4

RDO1-13 (0,00 - 0,50) + RDO1-14 (0,00 - 0,40) + RDO1-21 (0,00 - 0,50) + RDO1-23 (0,00 - 0,50) + RDO1-24 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket

Bovengrond (humeus zand) (zintuiglijk schoon)

RDO1-MM5

RDO1-30 (0,00 - 0,50) + RDO1-31 (0,00 - 0,50) + RDO1-37 (0,00 - 0,50) + RDO1-38 (0,00 - 0,50) + RDO1-42 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket

Bovengrond (humeus zand) (zintuiglijk schoon)

RDO1-MM6

RDO1-33 (0,00 - 0,50) + RDO1-40 (0,00 - 0,50) + RDO1-41 (0,00 - 0,40) + RDO1-43 (0,00 - 0,50) + RDO1-44 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket

Bovengrond (humeus zand) (zintuiglijk schoon)

RDOZ-MM1

RDOZ-01 (0,00 - 0,50) + RDOZ-04 (0,00 - 0,50) + RDOZ-05 (0,00 - 0,50) + RDOZ-06 (0,00 - 0,50) + RDOZ-07 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket

Bovengrond (humeus zand) (zintuiglijk schoon)

RDOZ-MM2

RDOZ-09 (0,00 - 0,50) + RDOZ-10 (0,00 - 0,50) + RDOZ-12 (0,00 - 0,50) + RDOZ-13 (0,00 - 0,50) + RDOZ-14 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket

Bovengrond (humeus zand) (zintuiglijk schoon)

RDOZ-MM3

RDOZ-15 (0,00 - 0,50) + RDOZ-18 (0,00 - 0,50) + RDOZ-19 (0,00 - 0,50) + RDOZ-20 (0,00 - 0,50) + RDOZ-21 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket

Bovengrond (humeus zand) (zintuiglijk schoon)

RDOZ-MM4

RDOZ-05 (0,90 - 1,40) + RDOZ-08 (0,50 - 1,00) + RDOZ-08 (1,50 - 2,00) + RDOZ-11 (0,50 - 1,00) + RDOZ-11 (1,00 - 1,50)

Standaardpakket + arseen

Ondergrond (zand) (zintuiglijk schoon)

RDOZ-MM5

RDOZ-14 (1,00 - 1,40) + RDOZ-17 (0,50 - 1,00) + RDOZ-17 (1,00 - 1,50) + RDOZ-21 (1,00 - 1,50)

Standaardpakket + arseen

Ondergrond (zandige leem) (zintuiglijk schoon)

RD-PFAS (MM1)

RDO1-01 (0,00 - 0,50) + RDO1-05 (0,00 - 0,50) + RDO1-08 (0,00 - 0,50) + RDO1-26 (0,00 - 0,50) +

PFAS (28 verbindingen Tijdelijk Handelingskader)

Bovengrond (zintuiglijk schoon)

RD-PFAS (MM2)

RDO1-10 (0,00 - 0,50) + RDO1-22 (0,00 - 0,50) + RDO1-32 (0,00 - 0,50) + RDO1-41 (0,00 - 0,40)

PFAS (28 verbindingen Tijdelijk Handelingskader)

Bovengrond (zintuiglijk schoon)

Rapport 11304.001A versie D1

Analysepakket

Bijzonderheden

Pagina 10 van 16

Grondmengmonster

Traject (m -mv)

RD-PFAS (MM3)

RDO1-18 (0,00 - 0,50) + RDO1-29 (0,00 - 0,50) + RDO1-34 (0,00 - 0,50) + RDO1-39 (0,00 - 0,50)

PFAS (28 verbindingen Tijdelijk Handelingskader)

Bovengrond (zintuiglijk schoon)

RD-PFAS (MM4)

RDOZ-05 (0,00 - 0,50) + RDOZ-17 (0,00 - 0,50)

PFAS (28 verbindingen Tijdelijk Handelingskader)

Bovengrond (zintuiglijk schoon)

6.2

Analysepakket

Bijzonderheden

Toetsingskader

De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -

achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;

-

streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;

-

tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;

-

interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.

In bijlage 6a is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 5a.

Rapport 11304.001A versie D1

Pagina 11 van 16

Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.

Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.

De omgerekende gehalten naar gehalten in een standaardbodem zijn tevens indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit. Dit opgenomen resultaat geeft een indicatie van de kwaliteit van de grond met betrekking tot grondverzet en/of (indien van toepassing) terugsaneerwaarden. Hierbij wordt grond ingedeeld in de klassen Achtergrondwaarde, Wonen, Industrie en Niet Toepasbaar. De analyseresultaten voor wat betreft PFAS in grond zijn getoetst aan de voorlopige toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau, zoals opgenomen in het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” (29 november 2019) (zie tabel VII). Tabel VII.

Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau (μg/kg d.s.)

Bodemfunctieklasse

PFOS

PFOA

GenX

Overige PFAS

Landbouw/natuur

0,9

0,8

0,8

0,8

Wonen

3,0

7,0

3,0

3,0

Industrie

3,0

7,0

3,0

3,0

6.3

Resultaten grond- en grondwatermonsters

Tabel VIII geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tevens is het resultaat van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit weergegeven. Tabel VIII.

Overschrijdingen toetsingskaders grond

Grondmengmonster

Traject (m -mv)

RDO1MM1

RDO1-02 (0,00 - 0,50) + RDO1-07 (0,00 - 0,50) + RDO1-08 (0,00 - 0,50) + RDO1-17 (0,00 - 0,50)

-

-

-

AW

RDO1MM2

RDO1-01 (0,00 - 0,50) + RDO1-04 (0,00 - 0,50) + RDO1-06 (0,00 - 0,50) + RDO1-09 (0,00 - 0,50) + RDO1-11 (0,00 - 0,50)

-

-

-

AW

Rapport 11304.001A versie D1

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

Indicatieve toetsing Rbk

Pagina 12 van 16

Grondmengmonster

Traject (m -mv)

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

Indicatieve toetsing Rbk

RDO1MM3

RDO1-19 (0,00 - 0,50) + RDO1-27 (0,00 - 0,50) + RDO1-28 (0,00 - 0,50) + RDO1-29 (0,00 - 0,50) + RDO1-35 (0,00 - 0,50)

-

-

-

AW

RDO1MM4

RDO1-13 (0,00 - 0,50) + RDO1-14 (0,00 - 0,40) + RDO1-21 (0,00 - 0,50) + RDO1-23 (0,00 - 0,50) + RDO1-24 (0,00 - 0,50)

-

-

-

AW

RDO1MM5

RDO1-30 (0,00 - 0,50) + RDO1-31 (0,00 - 0,50) + RDO1-37 (0,00 - 0,50) + RDO1-38 (0,00 - 0,50) + RDO1-42 (0,00 - 0,50)

-

-

-

AW

RDO1MM6

RDO1-33 (0,00 - 0,50) + RDO1-40 (0,00 - 0,50) + RDO1-41 (0,00 - 0,40) + RDO1-43 (0,00 - 0,50) + RDO1-44 (0,00 - 0,50)

-

-

-

AW

RDOZMM1

RDOZ-01 (0,00 - 0,50) + RDOZ-04 (0,00 - 0,50) + RDOZ-05 (0,00 - 0,50) + RDOZ-06 (0,00 - 0,50) + RDOZ-07 (0,00 - 0,50)

-

-

-

AW

RDOZMM2

RDOZ-09 (0,00 - 0,50) + RDOZ-10 (0,00 - 0,50) + RDOZ-12 (0,00 - 0,50) + RDOZ-13 (0,00 - 0,50) + RDOZ-14 (0,00 - 0,50)

-

-

-

AW

RDOZMM3

RDOZ-15 (0,00 - 0,50) + RDOZ-18 (0,00 - 0,50) + RDOZ-19 (0,00 - 0,50) + RDOZ-20 (0,00 - 0,50) + RDOZ-21 (0,00 - 0,50)

-

-

-

AW

RDOZMM4

RDOZ-05 (0,90 - 1,40) + RDOZ-08 (0,50 - 1,00) + RDOZ-08 (1,50 - 2,00) + RDOZ-11 (0,50 - 1,00) + RDOZ-11 (1,00 - 1,50)

-

-

-

AW

RDOZMM5

RDOZ-14 (1,00 - 1,40) + RDOZ-17 (0,50 - 1,00) + RDOZ-17 (1,00 - 1,50) + RDOZ-21 (1,00 - 1,50)

-

-

-

AW

RD-PFAS (MM1)

RDO1-01 (0,00 - 0,50) + RDO1-05 (0,00 - 0,50) + RDO1-08 (0,00 - 0,50) + RDO1-26 (0,00 - 0,50) +

-

N.v.t.

N.v.t.

AW

RD-PFAS (MM2)

RDO1-10 (0,00 - 0,50) + RDO1-22 (0,00 - 0,50) + RDO1-32 (0,00 - 0,50) + RDO1-41 (0,00 - 0,40)

-

N.v.t.

N.v.t.

AW

RD-PFAS (MM3)

RDO1-18 (0,00 - 0,50) + RDO1-29 (0,00 - 0,50) + RDO1-34 (0,00 - 0,50) + RDO1-39 (0,00 - 0,50)

-

N.v.t.

N.v.t.

AW

RD-PFAS (MM4)

RDOZ-05 (0,00 - 0,50) + RDOZ-17 (0,00 - 0,50)

-

N.v.t.

N.v.t.

AW

Tabel IX geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel IX.

Overschrijdingen toetsingskader grondwater

Grondwatermonster

Situering peilbuis

Concentratie > S

Concentratie > T

Concentratie > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

RDOZ-05-1-1

Westelijk terreindeel

Barium Cadmium

-

-

RDOZ-17-1-1

Oostelijk terreindeel

Barium

-

-

Rapport 11304.001A versie D1

Pagina 13 van 16

Tabel X. Grondwatermonster

Overzicht concentratie ijzer-totaal, zuurstof en onopgeloste bestanddelen Situering peilbuis

Concentratie ijzer-totaal (in mg/l)

Concentratie zuurstof in (mg/l)

Concentratie onopgeloste bestanddelen (in (mg/l)

RDOZ-05-1-2 Westelijk terreindeel

9

5,7

310

RDOZ-17-1-2 Oostelijk terreindeel

0,064

7,4

220

Bijlage 5a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 5b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering. Bijlage 5c bevat de getoetste analyseresultaten aan de Regeling bodemkwaliteit (indicatief). 6.4

Interpretatie resultaten

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er in grond geen verontreinigingen zijn aangetoond. PFAS is eveneens niet boven de Achtergrondwaarde aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met metalen (barium en cadmium), naar alle waarschijnlijkheid zijnde natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. De resultaten komen overeen met die van het onderzoek van 2014. Zintuiglijk zijn er in de grond geen verontreinigingen aangetroffen. Met het oog op ontwatering en lozing van het vrijkomende water op oppervlaktewater kan worden gesteld dat de concentraties aan onopgeloste bestanddelen de lozingsnorm van 50 mg/l (Besluit lozen buiten inrichtingen) in ruime mate overschrijden.

Rapport 11304.001A versie D1

Pagina 14 van 16

7

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

Gebiedsonderneming Laarberg heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een actualiserend/verkennend bodemonderzoek op de locatie RBT Laarberg (Kavel Redan) te Groenlo. Het onderzoek betreft één van de kavels die zijn onderzocht ten behoeve van het te ontwikkelen regionaal bedrijventerrein Laarberg. De resultaten van de overige kavels (Redan, Redoute, Laarberg Centraal, Bolwerk, Noordgang en het perceel Oude Borculoseweg 8) zijn separaat gerapporteerd. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en verkoop van de onderzoekslocatie. De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak siltig, zwak humeus, zeer fijn zand. De ondergrond bestaat uit zwak siltig, zwak grindig, zeer fijn tot matig fijn zand. De ondergrond is tot een diepte van circa 1,5 m -mv veelal zwak tot matig oer-/gleyhoudend. Zintuiglijk zijn er geen verontreinigingen waargenomen. Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten.

Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: RD-O1: Openbaar terrein noord (RD-ON) en Kavel RD-1 Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht kan worden volgens een eigen strategie, gericht op het verkrijgen van een actueel beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond, waarbij ervan wordt uitgegaan dat de locatie “onverdacht” is. Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Zintuiglijk zijn in de bovengrond geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen zijn aangetoond. PFAS is eveneens niet boven de Achtergrondwaarde aangetoond. Het grondwater is gezien de doelstelling van het onderzoek niet onderzocht. De onderzoeksresultaten komen overeen met die van het onderzoek van 2014. RD-OZ: Openbaar terrein Zuid Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient worden volgens de strategie “Onverdacht, niet lijnvormig”. Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Zintuiglijk zijn in de grond geen verontreinigingen aangetroffen. In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen zijn aangetoond. PFAS is eveneens niet boven de Achtergrondwaarde aangetoond.

Het grondwater is licht verontreinigd met metalen (barium en cadmium), naar alle waarschijnlijkheid zijnde natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties.

Rapport 11304.001A versie D1

Pagina 15 van 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14091414/1