bp ikc karel doormanstraat bijlage 10 aanvullend vleermuisonderzoek
Tekst van het document
Aanvullend vleermuisonderzoek Karel Doormanstraat in Groenlo
In opdracht van Gemeente Oost Gelre
Colofon Aanvullend vleermuisonderzoek Karel Doormanstraat in Groenlo
Opdrachtgever
Gemeente Oost Gelre
Opdrachtnemer
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel
Rapportnummer Publicatiedatum Foto voorblad
2172 15-10-2010 Plangebied
Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................... 3 1
2
3
Inleiding en doel........................................................................................................... 4 1.1
Inleiding ................................................................................................................ 4
1.2
Doel ...................................................................................................................... 4
Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 5 2.1
Gegevens plangebied ........................................................................................... 5
2.2
Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 5
2.3
Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................ 5
2.4
Geplande werkzaamheden ................................................................................... 5
2.5
IKC Karel Doormanstraat Groenlo ........................................................................ 7
Methodiek aanvullend onderzoek............................................................................... 10 3.1
4
Resultaten aanvullend onderzoek .............................................................................. 12 4.1
5
6
Vleermuizen........................................................................................................ 10
Vleermuizen........................................................................................................ 12
Wet natuurbescherming ............................................................................................. 16 5.1
Gewone dwergvleermuis .................................................................................... 16
5.2
Laatvlieger .......................................................................................................... 19
Conclusie ................................................................................................................... 20 6.1
Gewone dwergvleermuis .................................................................................... 20
6.2
Laatvlieger .......................................................................................................... 20
Bijlage 1
Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 22
Samenvatting Uit het gericht vleermuisonderzoek blijkt dat het slopen van een schoolgebouw met bijgebouwen en een gymzaal aan de Karel Doormanstraat in Groenlo een negatief effect heeft op vaste rust- en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Tijdens de eerder uitgevoerde quickscan natuurtoets is vastgesteld dat er geen beschermde soorten van overige soortgroepen verwacht worden, met uitzondering van broedvogels (SA-rapport 2098). Het aanvragen van een ontheffing en het opstellen van een mitigatie- en compensatieplan voor de gewone dwergvleermuis is noodzakelijk. Daarnaast moet aantasting van de vliegroute/hop-over via de bomenrij op het schoolplein voorkomen worden. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden moet rekening worden gehouden met broedvogels. Werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd. Voor overige soort(groep)en is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk, aangezien er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming optreden. Dit zijn de uitkomsten van het onderzoek dat is gehouden naar aanleiding van de plannen om aan de Karel Doormanstraat in Groenlo een bestaand schoolgebouw met bijgebouwen en een gymzaal te slopen en opgaande groenstructuren deels te verwijderen. Op de vrijgekomen grond wordt nieuwbouw gerealiseerd voor twee basisscholen en een kinderopvang (IKC Karel Doormanstraat).
Dit kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Daarom is onderzoek noodzakelijk om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van Oost Gelre.
Pagina 3
1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling verlangt de huidige wetgeving een gedegen onderzoek naar flora en fauna in verband met de zorgplicht die de Wet natuurbescherming een plannenmaker oplegt. Er zijn plannen om aan de Karel Doormanstraat in Groenlo een bestaand schoolgebouw met bijgebouwen en een gymzaal te slopen, opgaande groenstructuren deels te verwijderen en op de vrijgekomen grond nieuwbouw te realiseren voor twee basisscholen en een kinderopvang (IKC Karel Doormanstraat). Staring Advies heeft daarom eerder een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd (SA-rapport 2098) en is tot de conclusie gekomen dat aanvullend onderzoek naar vleermuizen (verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen, (essentieel) foerageergebied en vliegroutes) noodzakelijk is. Mevrouw Brus van de Gemeente Oost Gelre is betrokken bij de plannen en heeft Staring Advies opdracht gegeven voor dit aanvullende onderzoek.
1.2 Doel Ruimtelijke plannen kunnen conflicterend zijn met de Wet natuurbescherming, wanneer er sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten. Het doel van het natuuronderzoek is om te inventariseren of er door de geplande ruimtelijke ontwikkeling sprake is van aantasting van vaste verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen, en (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes van vleermuizen. Voor overige beschermde soorten is tijdens de quickscan natuurtoets aangetoond dat negatieve effecten op deze soorten op voorhand uit te sluiten zijn, indien met het broedseizoen van vogels rekening gehouden wordt.
Pagina 4
2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:
Karel Doormanstraat Groenlo Oost Gelre Gelderland
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bevindt zich in de noordwestrand van de woonkern Groenlo. Het gebied wordt globaal begrensd door de Karel Doormanstraat, Hartebroekseweg, Willem Barentszstraat en de Van Kinsbergenstraat (zie figuur 1). Het plangebied is deels verhard en bebouwd en ten noordwesten van het Watermolenpad bevinden zich opgaande bomen en gazon. Rondom het schoolgebouw (basisschool St. Willibrordus) en de nabijgelegen bijgebouwen en gymzaal wordt het plangebied voornamelijk bepaald door verharding (schoolplein), een berkenrij en lage groenstructuren in de vorm van beukenhagen, groenstroken van onder andere zuurbes (berberis species), buxus, klimop, laurierkers en mansbloed en een enkele solitaire boom. Tussen het Watermolenpad en de Van Kinsbergenstraat bevindt zich een gazon met opgaande bomen als gewone es, ruwe berk en zomereik en enkele struiken. Verder bevindt zich hier een hondenlosloopveldje en een gebouwtje van het waterschap (rioolgemaal). Het oostelijke deel van het plangebied wordt ingenomen door woonhuizen met aangrenzende tuinen (zie figuur 2 en bijlage 1). De directe omgeving bestaat uit woonhuizen met aangrenzende tuinen, verharding, opgaande groenstructuren en de Groenlosche Slinge (zie figuur 2).
2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied zelf. Het onderzoeksgebied, met daarbinnen het plangebied, wordt bepaald door woonhuizen met aangrenzende tuinen, verharding, opgaande groenstructuren en de Groenlosche Slinge (zie figuur 2).
2.4 Geplande werkzaamheden De gemeente Oost Gelre is in overleg met twee onderwijspartijen bezig met de planvorming voor nieuwbouw van onderwijshuisvesting aan de Karel Doormanstraat in Groenlo (IKC Karel Doormanstraat). Op de huidige locatie van de basisschool St. Willibrordus wordt nieuwbouw gerealiseerd voor de basisscholen St. Willibrordus en ’t Palet en een kinderopvang. Op dit moment wordt gewerkt aan een definitief schetsontwerp
Pagina 5
voor die locatie. Alle gebouwen worden gesloopt en er worden (delen van) opgaande groenstructuren verwijderd. De eveneens binnen de grenzen van het plangebied aanwezige woonhuizen aan de Hartebroekseweg blijven gehandhaafd en ruimtelijke ontwikkeling vindt hier niet plaats.
Figuur 1. Ligging van het plangebied (rood), bron: Provincie Gelderland (2020).
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied (rood omkaderd) en het onderzoeksgebied (geel omkaderd), bron: Provincie Gelderland (2020). De woonhuizen aan de Hartebroekseweg (blauw) vallen buiten plangebied.
Pagina 6
2.5 IKC Karel Doormanstraat Groenlo Voor de geplande ruimtelijke ontwikkeling (huisvesting van de toekomstige IKC) is door Buro Ontwerp & Omgeving een rapport opgesteld. Hierin is het proces en de uitkomsten van het (ontwerpend) onderzoek naar de mogelijkheden voor inpassing van een nieuwe onderwijshuisvesting in het plangebied beschreven. Met de input van de scholen, gemeente en omgeving zijn twee schetsmodellen gemaakt, met verschillende uitgangspunten. Dit om verschillende ontwerpkeuzen inzichtelijk te maken en keuzes mogelijk te maken. In deze paragraaf worden uit beide schetsmodellen de onderdelen toegelicht welke (mogelijk) impact hebben op vleermuizen en de aangetroffen functies (verblijfplaatsen, foerageergebied, vliegroute). Schetsmodel 1 (zie figuur 3): • • • •
Centrale ligging van nieuwbouw (school met gymzaal); De Kiss&Ride (K&R) ligt parallel aan de Willem Barentzstraat (westzijde van het plangebied); De noordelijke rand van het terrein wordt gevormd door een wadistructuur die refereert aan de oude loop van de Slinge; Het parkeren voor zowel personeel/bezoekers gymzaal als openbare parkeerplaatsen bevinden zich op het terrein van de school (oostzijde van het plangebied).
Schetsmodel 2 (zie figuur : • • • •
De K&R loopt over het terrein van de Willem Barentzstraat naar de Van Kinsbergenstraat; Nieuwbouw meer richting het oosten en minder centraal gelegen als bij model 1; Het parkeren voor zowel personeel/bezoekers gymzaal vindt verspreid plaats op het terrein van de school, met nadruk op de zuidoosthoek; Openbare parkeerplaatsen worden gerealiseerd aan de Karel Doormanstraat.
Daarnaast is voor de ontwikkeling een stedenbouwkundig programma van eisen opgesteld. Voor het onderdeel ‘groen en water’ zijn onder andere de volgende eisen opgesteld: ➢ Bestaande bomen worden waar mogelijk ingepast. ➢ Op het terrein wordt voldoende waterberging gerealiseerd. ➢ Combinaties van groen, regenwateropvang (wadi) en spelen zijn kansen die onderzocht moeten worden. ➢ De oude loop van de Groenlosche Slinge wordt als cultuurhistorisch element opgenomen in de plannen voor het terrein en/of het gebouw. Het verdient aanbeveling deze eis te koppelen aan de waterbergingseis. ➢ De grenzen van het perceel zijn diffuus in die zin dat er sprake is van verweving met het omringende groen en openbare ruimte. Het is denkbaar dat daarbij zelfs over de Van Kinsbergenstraat wordt gekeken richting de Slinge.
Pagina 7
➢ Door de aanplant van nieuwe bomen wordt voor schaduwwerking gezorgd. Daarbij gaat het met name om de zuidrand van het perceel. ➢ Het schoolterrein heeft ruimte voor natuurlijk spelen, spelen wordt combineert met groen en educatie. ➢ Waar mogelijk worden delen van het terrein beschikbaar gesteld voor recreatief medegebruik vanuit de omgeving.
Figuur 3. Schetsmodel 1, bron: Stedenbouwkundig Programma van Eisen, IKC Karel Doormanstraat Groenlo (Buro Ontwerp & Omgeving, 11 september 2020).
Pagina 8
Figuur 4. Schetsmodel 2, bron: Stedenbouwkundig Programma van Eisen, IKC Karel Doormanstraat Groenlo (Buro Ontwerp & Omgeving, 11 september 2020).
Pagina 9
3 Methodiek aanvullend onderzoek Op basis van de landelijk erkende protocollen voor gericht natuuronderzoek is de onderzoeksintensiteit bepaald. Voor het vleermuisonderzoek is het Vleermuisprotocol, opgesteld door de Zoogdiervereniging VZZ, in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur, richtinggevend.
3.1 Vleermuizen Het schoolgebouw (basisschool St. Willibrordus), de nabijgelegen bijgebouwen en de gymzaal zijn (deels) potentieel geschikt als kraam-, zomer- en paarverblijfplaats voor enkele gebouwbewonende soorten als gewone dwergvleermuis, laatvlieger en eventueel gewone/bruine grootoorvleermuis. De groenstructuren in het plangebied zijn (potentieel) geschikt als (essentieel) foerageergebied en vliegroutes voor de vermelde soorten. Het vleermuisprotocol adviseert om bij het vermoeden op verblijfplaatsen in gebouwen, (essentieel) foerageergebied en vliegroutes van de te verwachten soorten gericht vleermuisonderzoek uit te voeren middels 3 avond- of ochtendbezoeken in de periode 15 mei – 15 augustus, waarvan minimaal twee avondbezoeken in de kraamperiode (15 mei 15 juli), en 2 avondbezoeken in de periode 15 augustus - 1 oktober. Een van de eisen uit het vleermuisprotocol is dat elke vleermuisonderzoeker op ieder moment tenminste 75% van het te onderzoeken gebied kan overzien. Om aan deze eis te voldoen zijn de bezoeken in de periode 15 mei – 15 augustus uitgevoerd door tenminste twee vleermuisonderzoekers. Het onderzoek naar paarverblijfplaatsen is door één vleermuisonderzoeker uitgevoerd. Hierbij moet worden opgemerkt dat het onderzoeksgebied iets groter is dan het weergegeven plangebied (zie figuur 2).
Dit wordt gedaan omdat, ook al vinden de werkzaamheden binnen de grenzen van het plangebied plaats, deze werkzaamheden ook verstoring kunnen opleveren voor vleermuizen die zich mogelijk net buiten het plangebied bevinden. Het plangebied is door de aanwezigheid van direct aangrenzende openbare wegen (Hartebroekseweg, Karel Doormanstraat, Van Kinsbergenstraat, Watermolenpad en Willem Barentszstraat), bestrating in de vorm van het schoolplein en parkeerterrein zeer overzichtelijk. Door de onderzoeksintensiteit en toegankelijkheid van het plangebied, en de direct aangrenzende openbare wegen, is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door vleermuizen (zie tabel 3).
Pagina 10
Ronde
Functie
Datum Begintijd Eindtijd Weersomstandigheden
Zomer- en kraamverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Foerageergebied en vliegroute Avond – nacht 1
2
Zomer- en kraamverblijfplaatsen + foerageergebied + vliegroute Zomer- en kraamverblijfplaatsen foerageergebied + vliegroute
17-052020
21:30 uur
23:35 uur
Onbewolkt, droog, 16-13°C, wind 0-1 Bft
13-072020
21:45 uur
00:20 uur
Onbewolkt, droog, 19-15°C, wind 1-2 Bft
29-052020
02:15 uur
04:15 uur
Onbewolkt, droog, 8-10°C, wind 0-1 Bft
00:00 uur
02:15 uur
21:05 uur
23:15 uur
Nacht – ochtend 3
Zomer- en kraamverblijfplaatsen
Paarverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Foerageergebied en vliegroute Paarverblijfplaatsen + foerageergebied + vliegroute Paarverblijfplaatsen 2 foerageergebied + vliegroute Tabel 3. Veldonderzoek vleermuizen. 1
31-082020 23-092020
Onbewolkt, droog, 14-12°C, wind 0-1 Bft Bewolkt, droog, 16°C, wind 2-3 Bft
Pagina 11
4 Resultaten aanvullend onderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veldonderzoek besproken.
4.1 Vleermuizen Tijdens het veldonderzoek zijn de volgende vleermuissoorten aangetroffen in, of direct grenzend aan, het plangebied: • • •
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis
4.1.1 Gewone dwergvleermuis Kraamverblijfplaats Er zijn geen kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis in het plangebied waargenomen. Zomerverblijfplaatsen Tijdens het avondbezoek van 13 juli zijn minstens acht uitvliegende gewone dwergvleermuizen bij de oostgevel van de gymzaal vastgesteld. Het eerste exemplaar vloog net na zonsondergang (rond 21:58 uur) uit. De uitvliegplek bevindt zich in een kier onder de dakrand in de zuidoostpunt van het gebouw (zie foto 1 en 2). Na het uitvliegen vlogen de gewone dwergvleermuizen langs de oostrand van het schoolgebouw in noordelijke en zuidelijke richting. Via het schoolplein vlogen de meeste exemplaren richting de Groenlosche Slinge / Van Kinsbergenstraat. Overige aanwijzingen voor de aanwezigheid van een zomerverblijfplaats elders in het plangebied (het schoolgebouw en de nabijgelegen bijgebouwen) of in de directe omgeving zijn niet verkregen. In bijlage 1 is een kaart opgenomen met de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het plangebied. Paarverblijfplaatsen Tijdens het paarverblijfplaatsonderzoek op 31 augustus en 23 september zijn enkele baltsende gewone dwergvleermuizen in het plangebied vastgesteld. Vleermuizen baltsen in het najaar binnen een territorium om vrouwtjes te vinden en mee te lokken naar hun verblijfplaats om te paren.
Zij vliegen daarbij op vaste routes, waarbij ze een zeer sterke binding met een bepaald gebouw(en) en/of beplanting hebben waar zich een paar- en/of baltslocatie bevindt. Baltsende mannetjes zijn dan ook een indicatie voor de aanwezigheid van een baltsen/of paarverblijfplaats.
Pagina 12
Het merendeel van de baltsende mannetjes vloog al roepend in het noordelijke deel van het plangebied (tussen de Van Kinsbergenstraat en het Watermolenpad). Het gaat deels om exemplaren welke geen aanwijsbare binding vertoonde met de te slopen gebouwen. Op beide onderzoeksmomenten vloog minstens één baltsend mannetje vrijwel constant rond het schoolgebouw. Dit gedrag duidt op een binding met het schoolgebouw en aanwezigheid van een balts- en/of paarverblijfplaats (zie foto 3). In bijlage 1 is een kaart opgenomen met de (vermoedelijke) paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het plangebied. De locatie is, op basis van het gedrag van het baltsende individu, bij benadering bepaald. Foerageergebied Het noordelijke deel van het plangebied (tussen de Van Kinsbergenstraat en het Watermolenpad) functioneert als foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis (zie foto 4 en 5). Tijdens vrijwel alle bezoeken is dit deel van het plangebied in gebruik als foerageergebied door enkele gewone dwergvleermuizen (tot maximaal 10 exemplaren op 17 mei). Een enkel foeragerend exemplaar is ook elders in het plangebied vastgesteld. In de directe omgeving, met de Groenlosche Slinge en hier aangrenzende groenstructuren, tuinen, gazons en openbaar groen, is voldoende (alternatief) geschikt foerageergebied aanwezig.
Op korte afstand van het plangebied bevindt zich verder ook geschikt foerageergebied in het buitengebied van Groenlo (ten noorden van de Groenlosche Slinge). Vliegroute Op 17 mei is vastgesteld dat minimaal 7 gewone dwergvleermuizen vanuit het zuiden, via het plangebied, in noordelijke richting (Groenlosche Slinge en/of buitengebied) overvlogen. De op het schoolplein aanwezige bomenrij (berken) (zie foto 6) wordt gebruikt om zich te verplaatsen. Op 29 mei en 13 juli is hier ook een enkele passerende gewone dwergvleermuis vastgesteld. De beplantingen langs de Groenlosche Slinge en de Van Kinsbergenstraat worden als vliegroute gebruikt en sluiten aan op het foerageergebied in het noordelijke deel van het plangebied en alternatieve foerageergebieden.
Pagina 13
Foto 1. Oostgevel gymzaal met locatie zomerverblijfplaats (rode cirkel).
Foto 2. Oostgevel gymzaal met in- en uitvliegplek zomerverblijfplaats (rode cirkel).
Foto 3. Potentiele locatie paarverblijfplaats in zuidgevel schoolgebouw: kieren tussen muur en gevelbekleding.
Foto 4. Noordelijke deel plangebied: foerageergebied voor gewone dwergvleermuis en laatvlieger.
Foto 5. Noordelijke deel plangebied (noordzijde Watermolenpad): foerageergebied voor gewone dwergvleermuis en laatvlieger.
Foto 6. Bomen op het schoolplein welke als vliegroute worden gebruikt door gewone dwergvleermuis.
Pagina 14
4.1.2 Laatvlieger Kraam-, paar- en zomerverblijfplaats Er zijn geen kraam- en zomerverblijfplaatsen van de laatvlieger in het plangebied waargenomen. In het plangebied zelf zijn geen aanwijzingen vastgesteld die duiden op aanwezigheid van een verblijfplaats. Foerageergebied Op 17 mei foerageerden tot maximaal 10 laatvlieger in het noordelijke deel van het plangebied (tussen de Van Kinsbergenstraat en het Watermolenpad): zie foto 4 en 5. Tijdens overige veldbezoeken is hier (vrijwel) geen foerageergedrag van de laatvlieger meer vastgesteld. Elders in het plangebied ontbreekt de soort vrijwel. De aanwezigheid beperkt zich tot maximaal één passerend of kort in het plangebied foeragerend exemplaar. Het is aannemelijk dat het jachtgebied van de laatvlieger (en de gewone dwergvleermuis) aansluit op overige foerageergebieden langs de aan de Groenlosche Slinge grenzende groenstructuren. Het plangebied is dan ook een onderdeel van een groter gebied waar gefoerageerd/gejaagd wordt. Vliegroute Er zijn geen (essentiële) vliegroutes van de laatvlieger in het plangebied waargenomen. De beplantingen langs de Groenlosche Slinge en de Van Kinsbergenstraat worden door enkele passerende laatvliegers gebruikt. Grote concentraties van passerende laatvliegers zijn hier niet, of elders in het plangebied, vastgesteld.
4.1.3 Rosse vleermuis Kraam-, zomer- en paarverblijfplaats Er zijn geen verblijfplaatsen van de rosse vleermuis in het plangebied of direct hieraan grenzend vastgesteld en deze zijn, door het ontbreken van geschikte bomen met holten, ook niet in het plangebied verwacht. Vaste rust- en verblijfplaatsen worden alleen op ruime afstand van het plangebied, in het buitengebied of in een enkele stadspark van Groenlo (bijv. De Halve Maan), verwacht. Foerageergebied en vliegroute Op 17 mei en 23 september vloog een rosse vleermuis hoog over het plangebied. Betreffende exemplaren vertoonde geen binding (foerageergedrag) met het plangebied. Foerageergebied en vliegroutes van de rosse vleermuis zijn niet in het plangebied aanwezig en worden alleen op ruime afstand van het plangebied verwacht.
Pagina 15
5 Wet natuurbescherming De effecten op aangetroffen beschermde fauna en de wettelijke consequenties zijn ingeschat aan de hand van de geplande werkzaamheden. In het plangebied zijn de strikt beschermde gewone dwergvleermuis en laatvlieger vastgesteld.
5.1 Gewone dwergvleermuis Beschermde status Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Ze staan ook vermeld in de Europese Habitatrichtlijn. Dat wil zeggen dat de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd zijn. Daarnaast zijn essentiële foerageergebieden en vliegroutes ook strikt beschermd. Wanneer een vaste rust- en verblijfplaats, vliegroute of essentieel foerageergebied verdwijnt dient hiervoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden. Gebruik van gebied Het plangebied is in gebruik als zomer- en paarverblijfplaats door de gewone dwergvleermuis. In totaal is één zomerverblijfplaats en één paarverblijfplaats in het plangebied aangetroffen. Het plangebied is eveneens in gebruik als foerageergebied door enkele gewone dwergvleermuizen en de groenstructuren langs de Groenlosche Slinge Van Kinsbergenstraat en de berkenrij op het schoolplein zijn in gebruik als vliegroute. Mede op basis van de resultaten van het aanvullend vleermuisonderzoek kan men verder concluderen dat elders in de bebouwde kom van Groenlo, in de nabije omgeving van het plangebied, een enkele paar- en zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig is.
Deze verblijfplaatsen bevinden zich (ruim) buiten de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden en inrichting. In het actieve seizoen moeten de in de bebouwde kom aanwezige verblijfplaatsen voldoende foerageergebied in de omgeving hebben dat vanuit deze verblijfplaatsen bereikbaar is. Onder verschillende omstandigheden (bijvoorbeeld weersomstandigheden, voedselaanbod) gebruiken de vleermuizen bij eenzelfde verblijfplaats verschillende foerageergebieden. Ook kunnen de gewone dwergvleermuizen afhankelijk van de omstandigheden (bijvoorbeeld op momenten met veel wind) langs andere structuren van de verblijfplaats naar eenzelfde foerageergebied vliegen. Hierdoor kunnen bepaalde structuren of foerageergebieden tijdelijk niet in gebruik zijn of door een wisselend aantal dieren worden gebruikt. De grootte van het jachtgebied van een individu is sterk afhankelijk van het voedselaanbod en bedraagt 0,3 hectare in zeer natte gebieden tot 300 hectare in droge gebieden (bron Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, BIJ12). De gekozen
Pagina 16
jachtlocatie hangt af van het insectenaanbod en van de weersomstandigheden. Bij bijvoorbeeld harde wind kunnen alternatieve, meer beschutte plekken worden gebruikt om te foerageren. Door de beperkte grootte van het plangebied, het deels ontbreken van opgaande beplanting (tussen het Watermolenpad en de Karel Doormanstraat) en de aanwezigheid van voldoende alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving van het plangebied, waaronder langs de Groenlosche Slinge en het buitengebied, kan men aannemen dat het plangebied één van de locaties is waar (vaak kort) gefoerageerd wordt. Voor de meeste exemplaren van de gewone dwergvleermuis geldt dat het plangebied onderdeel uitmaakt van een groter geheel aan foerageergebied van de soort, die doorgaans in een netwerk aan foerageergebieden binnen een straal van enkele kilometers vanaf de verblijfplaats foerageert. Aangezien er geen kap van bomen tussen de Van Kinsbergenstraat en het Watermolenpad plaats gaat vinden blijft de vliegroute langs de Groenlosche Slinge en de Van Kinsbergenstraat intact. Indien er sprake is van het kappen van de rij berken op het schoolplein wordt een vliegroute geblokkeerd. Hierdoor kan, door toename verlichting en toekomstige bebouwing, het foerageergebied tussen de Van Kinsbergenstraat en het Watermolenpad onbereikbaar worden.
Aangezien er al sprake is van een gat tussen de bomenrij en de bosschage ten noorden van het Watermolenpad dient voorkomen te worden dat deze groter wordt en zo als verbinding/vliegroute verdwijnt. Indien de bomenrij niet verwijdert wordt blijft de vliegroute over het schoolplein behouden. Bij de inrichting van het terrein dient echter wel rekening te worden gehouden met het plaatsen van verlichting en eventueel versterken van de groenverbinding (vliegroute) door aanplant van bomen en struiken. Als de functionaliteit van de vliegroute op het schoolplein, door kap van één of meerder bomen en het nemen van maatregelen, niet behouden kan blijven is het aanvragen van een ontheffing en het treffen van compenserende maatregelen noodzakelijk. De functionaliteit van het foerageergebied en de vliegroute langs de Van Kinsbergenstraat blijft behouden. Het aanvragen van een ontheffing en het treffen van compenserende maatregelen is niet noodzakelijk. Door het slopen van alle gebouwen verdwijnen locaties welke in gebruik is als vaste rusten verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in de vorm van: • •
Eén zomerverblijfplaats van 8 exemplaren (locatie: gymzaal) Eén paarverblijfplaats van 1 exemplaar (locatie: schoolgebouw)
Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom noodzakelijk. Er dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.
Pagina 17
Uitvoer schetsmodellen en effecten op de gewone dwergvleermuis Het noordelijke deel van het plangebied (tussen het Watermolenpad en de Van Kinsbergenstraat) is in gebruik als foerageergebied door de gewone dwergvleermuis. Bij beide schetsmodellen blijft deze zone (grotendeels) intact en worden geen bomen gekapt. Na herontwikkeling van het plangebied blijft er hier voldoende geschikt foerageergebied voor gewone dwergvleermuizen over. De kwaliteit van het foerageergebied van de gewone dwergvleermuis neemt, door sloop- en bouwwerkzaamheden, ten hoogte van de nieuwbouw mogelijk wel (tijdelijk) af. Aangezien in de directe omgeving veel geschikt (alternatief) foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis aanwezig blijft, is geen sprake van een zodanige aantasting van foerageergebied van de gewone dwergvleermuis dat daardoor de buiten het plangebied gelegen verblijfplaats(en) in hun functionaliteit worden aangetast. De ruimtelijke ontwikkeling heeft geen negatief effect op het foerageergebied van de gewone dwergvleermuis. De bomenrij op het centrale schoolplein (globaal langs de westzijde van de gymzaal) worden als onderdeel van een vliegroute gebruikt. Het betreft hier een cluster van 4-5 solitaire bomen met alleen lage beplanting van onder andere laurierkers en klimop, direct grenzend aan bestrating.
De bomen vormen geen opgaande lijnvormige element die voor een geleide structuur vormen, zoals bij een bomenlaan of houtwal, en sluit niet direct aan op groenstructuren. Tussen de laatste boom van de berkenrij en de opgaande beplanting ten noorden van het Watermolenpad bevindt zich een gat van 20-25 meter. Vermoedelijk worden deze bomen als ‘hop-over’ gebruikt in de vliegroute van de gewone dwergvleermuis. Bij beide schetsmodellen blijven deze bomen gehandhaafd. Echter bij model 1 is er rond de bomen sprake van inpassing/aanplant van meer groen (plantenborders) dan bij model 2. Alternatieve vliegroutes, in de vorm van lijnvormige groenstructuren, ontbreken direct rondom het onderzoeksgebied. Tijdens het gericht vleermuisonderzoek zijn in het onderzoeksgebied ook geen overige vliegroutes in noordzuidrichting vastgesteld. Indien handhaving van de berkenrij niet mogelijk is kan men spreken van een significante aantasting van een (essentiële) vliegroute (‘hop-over’) van de gewone dwergvleermuis. Indien de bomenrij niet verwijdert wordt blijft de vliegroute over het schoolplein behouden. Bij de inrichting van het terrein dient echter wel rekening te worden gehouden met het plaatsen van verlichting en eventueel versterken van de groenverbinding (vliegroute) door aanplant van bomen en struiken.
Als de functionaliteit van de vliegroute op het schoolplein, door kap van één of meerder bomen, niet behouden kan blijven is het aanvragen van een ontheffing en het treffen van compenserende maatregelen noodzakelijk. De functionaliteit van het foerageergebied en de vliegroute langs de Van Kinsbergenstraat blijft behouden. Het aanvragen van een ontheffing en het treffen van compenserende maatregelen is niet noodzakelijk.
Pagina 18
5.2 Laatvlieger Beschermde status Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Ze staan ook vermeld in de Europese Habitatrichtlijn. Dat wil zeggen dat de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd zijn. Daarnaast zijn essentiële foerageergebieden en vliegroutes ook strikt beschermd. Wanneer een vaste rust- en verblijfplaats, vliegroute of essentieel foerageergebied verdwijnt dient hiervoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden. Gebruik van gebied Het plangebied is in gebruik als foerageergebied door enkele laatvliegers. Verblijfplaatsen en een vliegroute zijn niet in plangebied aanwezig. Door de beperkte grootte van het plangebied, het deels ontbreken van opgaande beplanting en de aanwezigheid van voldoende alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving van het plangebied, waaronder langs de Groenlosche Slinge en het buitengebied, kan men aannemen dat het plangebied één van de locaties is waar (vaak kort) gefoerageerd wordt. Het onderzoek bevestigd dit aangezien er tijdens slechts één veldbezoek (17 mei) meerdere foeragerende laatvliegers in het plangebied zijn vastgesteld. Tijdens de overige veldbezoeken zijn vrijwel geen foeragerende laatvliegers meer in het plangebied waargenomen.
Uitvoer schetsmodellen en effecten op de laatvlieger Bij beide schetsmodellen blijft het noordelijke deel van het plangebied (grotendeels) intact en worden geen bomen gekapt. Na herontwikkeling van het plangebied blijft er hier voldoende geschikt foerageergebied voor laatvlieger over. Aangezien in de directe omgeving veel geschikt en gelijkwaardig foerageergebied voor de laatvlieger aanwezig blijft, is geen sprake van een zodanige aantasting van foerageergebied dat daardoor de buiten het plangebied gelegen verblijfplaats(en) in hun functionaliteit worden aangetast. De functionaliteit van het foerageergebied van de laatvlieger blijft behouden. Het aanvragen van een ontheffing en het treffen van compenserende maatregelen is niet noodzakelijk voor deze soort.
Pagina 19
6 Conclusie Aan de hand van de verkregen resultaten en datgene wat gesteld wordt in de Wet natuurbescherming kunnen de volgende conclusies getrokken worden:
6.1 Gewone dwergvleermuis Door de geplande ruimtelijke ontwikkeling verdwijnt één zomerverblijfplaats en één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Hiervoor is het aanvragen van een ontheffing en het treffen van compenserende maatregelen noodzakelijk. Daarnaast moet aantasting van de vliegroute (’hop-over’) via de bomenrij op het schoolplein voorkomen worden.
6.2 Laatvlieger Door de geplande ruimtelijke ontwikkeling worden geen verblijfplaatsen, (essentieel) foerageergebied en vliegroutes van de laatvlieger aangetast. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Pagina 20
Bijlagen 1
Resultaten veldonderzoek
Pagina 21
Bijlage 1 Resultaten veldonderzoek Gewone dwergvleermuis
Groenlosche Slinge
Van Kinsbergenstraat
Schoolplein
= zomerverblijfplaats
= paarverblijfplaats
= vliegroute
= foerageergebied
Pagina 22
Laatvlieger
= vliegroute
= foerageergebied
Pagina 23
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel T 0314 641 910 info@staringadvies.nl
Pagina 24