CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp herziening japikweg 6 6a toelichting

Raadscommissie 6 december 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde'14.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3: Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Afgewogen moet worden of er in en om de geluidgevoelige objecten een goed woon- en leefklimaat blijft gegarandeerd. Dit aspect speelt wanneer geluidgevoelige objecten en geluid producerende objecten als bedrijven en wegen in elkaars nabijheid worden gerealiseerd. Om hierover een goed oordeel te kunnen vormen dient te worden bepaald wanneer sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Wanneer een gemeente geluidbeleid heeft vastgesteld kunnen daarin geluidnormen zijn opgenomen. Voor rail- en wegverkeerslawaai kan aansluiting worden gezocht bij de normen in de Wet geluidhinder. Ook als er sprake is van een industrieterrein in of rond een plangebied kent de Wet geluidhinder normen. Voor het overige lawaai van bedrijven kennen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Activiteitenbesluit en de Handleiding Industrielawaai en vergunningverlening regels en normen. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat bij ruimtelijke plannen verder moet worden gekeken dan de normen uit de diverse wetten. De VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering” is hiervoor een hulpmiddel. Wanneer aan de richtafstanden van deze publicatie wordt voldaan is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wordt niet voldaan aan de richtafstanden dan dient de situatie akoestisch te worden bepaald en afgewogen.

Bij de afweging of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ook in een nieuwe situatie aanwezig blijft, kan de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering worden betrokken.

Agrarisch bedrijf Japikweg 3 Zieuwent Op de veehouderij wordt rundvee gehouden. De richtafstand van de VNG-publicatie voor geluid is voor een rundveebedrijf 30 meter. De werkelijke afstand is ongeveer 69 meter vanaf de grens van de inrichting tot de nieuwe woonbestemming, zodat aan de richtafstand wordt voldaan. Het woon- en leefklimaat vormt geen belemmering voor de nieuwe woonbestemming.

4: Geluidbeleid

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

Het geluidbeleid van de gemeente Oost Gelre is in 2020 herzien. Het beleid dient als basis voor de vergunningverlening milieu. Bij ruimtelijke procedures moet breder worden getoetst dan alleen dit Geluidbeleid. Ten aanzien van het woon- en leefklimaat wordt in eerste instantie getoetst aan de VNG Brochure. Als aan deze brochure wordt voldaan kan worden gesteld dat wat betreft geluid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is. Kan niet worden voldaan aan de brochure dan kan dit geluidbeleid een aanvullend toetsingskader bieden. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen bij de vergunningverlening milieu.

Waarden op woningen en geluidgevoelige objecten in dB(A Standaard- en grenswaarden gehele gemeente alle gebieden in dB(A) Aard bedrijf / gebied

LAr,LT1

LAmax 2

LAr,LT1

Agrarische bedrijven3

6:00-19:00

Standaardwaarden

45

70

Grenswaarden bestaande bedrijven4

50 (35*)

75 (55) 45 (30*)

Overige bedrijven, overig terrein

7:00-19:00

Standaardwaarden

50

70

Grenswaarden bestaande bedrijven4

55 (35*)

75 (55) 50 (30*)

LAmax 2

LAr,LT1

LAmax 2

19:00-22:00

22:00-6:00

40

65

35

60

70 (50)

40 (25*)

65 (45)

19:00-23:00

23:00-7:00

45

65

40

60

70 (50)

45 (25*)

65 (45)

tussen haakjes de binnenniv eaus in een gev oelige ruimte v an een geluidgev oelig object die v an toepassing zijn bij het op basis v an een bestuurlijke af weging toekenning v an hogere waarden dan de standaardwaarden. 1 De langtijdgemiddelde geluidniv eaus LAr,LT v an stemgeluid worden bij v ergunningv erlening uitgezonderd, maar worden bij ruimtelijke beoordelingen niet uitgezonderd. 2 De maximale geluidniv eaus LAmax v an laden en lossen worden bij v ergunningv erlening uitgezonderd, maar worden bij ruimtelijke beoordelingen niet uitgezonderd. 3 De langtijdgemiddelde geluidniv eaus LAr,LT v an mobiele bronnen worden bij v ergunningv erlening en bij en ruimtelijke beoordelingen meegenomen. 4 De grenswaarden kunnen ook v an toepassing zijn op v oormalige (eigen) bedrijf swoningen en (v oormalige) bedrijf swoningen v an derden. *Het college kan, als v oorzieningen niet mogelijk zijn, een LAr,LT niet hoger dan 40 dB(A) etmaalwaarde als acceptabel aanmerken.

Het agrarisch bedrijf aan de Japikweg 3 Zieuwent voldoet aan de richtafstand van de VNG-brochure. Daarmee wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid.

Conclusie geluid Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.7

Geur

Wettelijk kader Voor de beoordeling van geurhinder van veehouderijen gelden de volgende kaders: Wet geurhinder en veehouderij (voor vergunningplichtige bedrijven); Activiteitenbesluit milieubeheer (voor meldingsplichtige bedrijven); Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre (2008). Bij ruimtelijke besluitvorming is het volgende belangrijk:

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde het kunnen garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; het niet onevenredig schaden van iemands belangen. Hiervoor is het nodig om voldoende afstand aan te houden tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten.

Situatie plangebied In de gemeente Oost Gelre gelden voor geurgevoelige objecten de in onderstaande tabel opgenomen geurnormen en minimumafstanden. Ligging geurgevoelig object

Geurnorm Minimumafstand (geldt voor varkens, (geldt voor koeien, pluimvee, vleeskalveren, paarden en konijnen) geiten en schapen)

Gevel-tot-gevel-afstand (geldt voor alle veehouderijtypen)

Binnen bebouwde kom Groenlo

5 odour units/m3

100 meter

50 meter

Binnen bebouwde kom Lievelde en Vragender

7 odour units/m3

100 meter

50 meter

Binnen bebouwde kom overige kernen

3 odour units/m3

100 meter

50 meter

Buiten bebouwde kom

14 odour units/m3

50 meter

25 meter

Voor woningen en andere geurgevoelige objecten bij veehouderijen geldt in het buitengebied een minimumafstand van 50 meter. Dit is inclusief woningen en andere geurgevoelige objecten die daar op na 19 maart 2000 geen deel meer van uitmaken. Ook voor woningen en andere geurgevoelige objecten die op of na 19 maart 2000 zijn gebouwd in samenhang met de beëindiging van de veehouderij geldt deze minimumafstand van 50 meter. De aangevraagde ontwikkeling vindt plaats buiten de bebouwde kom. Geur van veehouderijen is van toepassing op gevoelige bestemmingen. De wijziging van de bestemming van de percelen rondom Japikweg 6/6a van agrarisch naar wonen en van wonen naar agrarisch wijzigt niets aan de geurgevoeligheid van het plangebied. Er wordt namelijk geen bouwvlak gerealiseerd waar een agrarisch bedrijf kan worden gerealiseerd of een geurgevoelig gebouw op de te herbestemmen percelen. In de toekomst zou het realiseren van een geurgevoelig object op de percelen 1872,1874 en 1782 echter wel mogelijk gemaakt kunnen worden. In de omgeving van te herbestemmen percelen 1872,1874 en 1782 bevinden zich meerdere veehouderijen. In bijlage 1 staat een opsomming van deze veehouderijen (inclusief de daarbij behorende berekeningen). De huidige woningen op Japikweg 6 en 6a liggen op minimaal 50 meter van de emissiepunten van omliggende veehouderijen, met name de veehouderij op Japikweg 3.

De nieuw te bestemmen percelen 1872,1874 en 1782 liggen echter binnen 50 meter van de veehouderij op Japikweg 3. Mocht er op deze percelen in de toekomst een nieuwe woning gebouwd worden, dan is het van belang dat deze woning ook buiten 50 meter vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van de veehouderij op Japikweg 3 gerealiseerd wordt. Op dit moment is er voor de veehouderij op Japikweg 3 aan de voorzijde al tot aan de grens van het bouwblok gebouwd. Eventuele uitbreiding van het bedrijf zal plaatsvinden aan de achterzijde van het bedrijf. Van het belemmeren van de uitbreidmogelijkheden van de veehouderij op n meer dan 350 m2 bij de veehouderij op Japikweg 3. Een mogelijke woning op de te herbestemmen percelen moet daarnaast voldoen aan de geldende geurnorm van 14 odour units/m3. Gemeten vanaf de grens van het perceelvlak (van het dichtst bij de veehouderij gelegen perceel) wordt er voor omliggende veehouderijen, met name voor de veehouderij op Japikweg 3, voldaan aan de geurnorm van 14 odour units/m3. Er is daarom sprake van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat op het perceel. Anderzijds is er geen sprake van belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven door de herbestemming van de percelen. Mochten er echter daadwerkelijk plannen zijn voor het realiseren van een woning, dan moeten er opnieuw berekeningen

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde worden gedaan op de gevel van de te realiseren woning. Voor andere agrarische bedrijfsactiviteiten dan het huisvesten van dieren geldt meestal een minimumafstand van 50 meter. Het gaat hierbij om de opslag van mest, de opslag van vaste bijvoermiddelen en een composteringshoop. Die activiteiten zijn overal binnen het agrarisch bouwvlak toegestaan. Voor een mestbassin met een oppervlakte van 350 m2 of meer geldt een minimumafstand van 100 meter (artikel 3.51 Activiteitenbesluit) Alle omliggende veehouderijen, met uitzondering van de veehouderij op Japikweg 3, bevinden zich op meer dan 100 meter van de te herbestemmen percelen 1872,1874 en 1782. Er wordt voor deze veehouderijen voldaan aan de vereiste minimumafstand. Van een mestopslag in die omvang is bij de naastgelegen veehouderij op Japikweg 3 momenteel geen sprake. De huidige woningen aan de Japikweg 6/6a zijn al geurgevoelig. De wijziging van de bestemming van de percelen 1872, 1874 en 1782 maakt voor de veehouderij niet uit, want er is geen sprake van de realisatie van een geurgevoelig object. Er is daarom geen sprake van een beperking van de bedrijfsvoering. Mocht er in de toekomst een woning gerealiseerd worden op één van de percelen dan moet er tenminste 100 meter afstand gehouden worden tot een mestopslag van meer dan 350 m2 bij de veehouderij op Japikweg 3.

Wonen naar agrarisch (perceel 1780) Het perceel 1780 wordt omgezet van de bestemming wonen naar de bestemming agrarisch. Het gaat hierbij slechts over het herbestemmen van het perceel en het perceel krijgt geen bouwvlak waar zich een agrarisch bedrijf zou kunnen vestigen. Er is daarom geen sprake van het aantasten van het woonen leefklimaat van nabijgelegen woningen of beperking van de bedrijfsvoering. Verdere geurberekeningen zijn daarom voor dit perceel niet nodig. Het onderwerp geur vormt geen belemmering voor het omzetten van de bestemming.

Conclusie geur De herbestemming van de percelen 1872, 1780, 1874 en 1782 is niet van invloed op de geurbelasting binnen het plangebied. De voorgenomen herbestemming werkt daarom niet belemmerend voor omliggende veehouderijen. Ook het woon- en leefklimaat op de locatie zelf is hierbij niet in het geding. De geur afkomstig van veehouderijen vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling. Mocht er in de toekomst een geurgevoelig object gerealiseerd worden op 1 van de percelen, dan moet minimaal 50 meter afstand gehouden worden van het emissiepunt van de veehouderij op Japikweg 3 en voldaan worden aan de geurnorm van 14 odour units/m3.

Aandachtspunten Mocht in de toekomst een woning gebouwd worden op de percelen 1872,1874 en 1782 dan moet dit alsnog ter adviesvraag bij de ODA worden uitgezet. Dit advies geldt niet als advies voor het bouwen van een woning.

5.8

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m³, NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

Situatie plangebied Binnen en rondom dit plangebied is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. De Regeling niet in betekenende mate bijdragen (nibm) is in dit geval van toepassing. De aanvraag heeft geen betrekking op het bouwen van woningen. De grens in de regeling ligt bij 1500 woningen met een enkele ontsluitingsweg of 3000 woningen met twee ontsluitingswegen. De aanvraag gaat slechts over de wijziging van de bestemming en niet over het realiseren van een woning. De locatie ligt bovendien op een afstand van: meer dan 300 meter van een rijksweg; meer dan 50 meter van een provinciale weg. Alleen bij realisatie van gevoelige bestemmingen binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden nodig. Er hoeft geen aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit plaats te vinden.

Conclusie luchtkwaliteit Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.9

Milieueffect rapportage

Het bestemmingsplan, waarin ruimtelijke belangen worden geborgd, is het resultaat van een integrale ruimtelijke afweging. In deze integrale afweging worden ook alle milieuonderwerpen meegewogen, los van de wettelijke verplichtingen van de milieueffectrapportage. Welke milieuonderwerpen vanuit een duurzame ruimtelijke ordening voor een plangebied van belang zijn, moet per plan in beeld worden gebracht. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied en de opgave en eventuele wettelijke eisen. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). c.

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Ad.a: Wanneer uit een toets blijkt dat de activiteit (mogelijk) significante negatieve effecten tot gevolg heeft, dan kan een vergunning alleen worden verleend als uit een passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. Onderdeel van de passende beoordeling vormt de ADC-toets. De ADC-toets houdt een onderzoek in naar Alternatieven, het aantonen van Dwingende redenen van openbaar belang en het vooraf en tijdig treffen van Compenserende maatregelen. Het Natura 2000-gebied, het Korenburgerveen, is gelegen op ruim 6 km van de te splitsen woning op het perceel aan de Japikweg 6-6a te Lichtenvoorde. De gesplitste woning heeft geen negatieve effecten op de instandhoudings doelstellingen voor dit Natura 2000-gebied ook mede gezien de relatief grote afstand. Een passende beoordeling is dan ook niet noodzakelijk.

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

Ad.b en c.: Splitsing van een voormalige boerderij wordt niet als zodanig genoemd in de onderdelen C en D van de bijlage van het besluit milieueffectrapportage genoemde kolommen 3 en 4. Een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht is dan ook niet nodig.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteiten(en) die voorkomen op de D-lijst (kolom 2) die onder de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Woningsplitsing wordt niet genoemd in kolom 2 van de D-lijst in het Besluit m.e.r. zodat een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is.

Conclusie milieu effect rapportage Een milieueffectrapportage, zowel -plicht, -beoordeling als -vormvrij, is niet nodig nu de gewenste activiteiten op perceelsniveau niet onder de genoemde drempelwaarden vallen en/of worden genoemd. Daarnaast is een passende beoordeling op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied niet noodzakelijk.

5.10

Water

Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.

De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van:

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Specifiek voor het stedelijk gebied is het volgende van belang: De waterketen moet worden geoptimaliseerd (meer afkoppelen en infiltreren). In het GRP wordt hiertoe een aanzet gegeven; Kwaliteit oppervlaktewater en waterbodem: Saneren overstorten en afkoppeling en ontlasting van het riool; Wateroverlast in stedelijk gebied: reguleren van de piekafvoeren door middel van het vasthouden van het water bovenstrooms, actief stuwbeheer, extra retentie en herverdeling van het water. Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een Digitale Watertoets als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De toets is bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De toets is zodanig opgesteld dat na het invullen ervan duidelijk wordt of het plan voor overleg naar het waterschap moet. Voor dit plan is de Digitale watertoets ingevuld (Bijlage 2). Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met Waterschap Rijn en IJssel is niet nodig.

Het waterschap geeft een positief wateradvies.

5.10.1 Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie heeft in het landelijke beleid een flinke impuls gekregen. Het Deltaprogramma 2018 bevat voor het eerst een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress en droogte versnelt en intensiveert. Daarnaast zijn er in de nabije toekomst diverse ontwikkelingen zoals het stimuleren van de bewustwording in relatie tot klimaatadaptatie, de invoering van de Klimaatwet en de invoering van de Omgevingswet. De Klimaatwet hangt samen met het beleid dat in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is verwoord. In het regeerakkoord 2017 “Vertrouwen in de toekomst” staat dat de hoofdlijnen van de afspraken op het terrein van klimaat en energie worden verankerd in een klimaatwet. Lessen die Planbureau voor de Leefomgeving (2016) uit de Britse klimaatwet heeft getrokken, zijn onder andere dat het geen probleem is om zowel mitigatie als adaptatie in deze wet te borgen. Naar verwachting volgt Nederland dat voorbeeld gezien de invoering van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en de verplichte klimaatstresstest voor gemeenten. Daarnaast werkt het Rijk momenteel aan een Aanpak Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving en wordt nagedacht over regels in het Bouwbesluit voor klimaatadaptief bouwen.

De invoering van de Omgevingswet biedt, naast het al door de gemeente ingezette klimaatbeleid, mogelijkheden om klimaatadaptatie een basis te geven in (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen en zo te werken aan een leefbare en gezonde stad. Hiervoor kunnen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan als juridische instrumenten worden ingezet. We kunnen zo een afgewogen keuze maken, welke risico's we al dan niet accepteren. De invoering van de Omgevingswet is nu gepland op 1 januari 2023.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

5.10.1.1

Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRPA)

Mede gebaseerd op de adviezen uit het Manifest Klimaatbestendige Stad (2013) is in 2014 de intentieverklaring Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie verschenen. In deze beslissing staat het gezamenlijk doel centraal: in 2050 is het bebouwde gebied in Nederland, inclusief vitale en kwetsbare objecten, zo goed als mogelijk “waterrobuust” en “klimaatbestendig” ingericht. Hierbij wordt gewerkt aan maatregelen om de kwetsbaarheid van de stad te verlagen voor drie opgaven: te nat (overstroming en wateroverlast), te droog (wateronderlast) en te warm (hittestress). In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) staan zeven ambities centraal:

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Kwetsbaarheid in beeld brengen via stresstest Risicodialoog voeren en strategie opstellen Uitvoeringsagenda opstellen Meekoppelkansen benutten Handelen bij criminaliteiten Reguleren en borgen Stimuleren en faciliteren, kennis ontwikkelen en delen

Door te werken aan deze zeven ambities wordt de totstandkoming van een waterrobuuste en

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde klimaatbestendige inrichting versneld en geïntensiveerd.

5.11

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Japikweg. Dit is een doorgaande weg in het buitengebied. Meerdere woningen van derden en agrarische bedrijven worden ontsloten via deze weg. Het verkeer naar en afkomstig van het plangebied maakt hiervan deel uit. In dit geval is reeds sprake van bewoning van de voormalige boerderij door twee huishoudens. De woningsplitsing moet alleen nog planologisch worden geregeld. Het verkeer zal daarom niet toenemen.

Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren.

Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.

Situatie plangebied Binnen het plangebied is voldoende parkeergelegenheid aanwezig op eigen terrein. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. In de parkeernota is ook aangesloten op de bepalingen die waren opgenomen in de bouwverordening, maar door de recente wetswijziging zijn vervallen. Voor specifieke gevallen is een afwijkingsbevoegdheid (onder voorwaarden) opgenomen. Door het laten doorwerken van deze parkeerbepaling in alle geldende

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde plannen is het wegvallen van de parkeerregels door de wetswijziging, hersteld.

Conclusie verkeer en parkeren De aspecten verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

Hoofdstuk 6 6.1

Juridisch planbeschrijving

Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voorliggende bestemmingsplan is een conserverend plan (wat betekent dat het huidige gebruik en de huidige verschijningsvorm als uitgangspunt dienen). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

6.2

Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan '' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBUI2040-VG01 met bijbehorende regels.

6.3

Plansystematiek

Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

6.4

Regels

De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn:

1. Inleidende regels; In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

2. Bestemmingsregels; In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Bestemmingsregeling Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming.

Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied.

Specifieke gebruiksregels In sommige bestemmingen is het noodzakelijk om het gebruik zoals toegelaten in de bestemmingsomschrijvingen nader te specificeren. Ter nadere toelichting is in sommige bestemmingen aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval vallen onder strijdig gebruik zoals bedoeld in artikel 2.1 Wabo.

Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken. Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' een omgevingsvergunningplicht.

Wijze van bestemmen Het perceel Japikweg 6-6a Lichtenvoorde heeft de bestemming 'Wonen'. Hier zijn maximaal 2 aaneengebouwde woningen toegestaan. Daarnaast geldt op het perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 3'.

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

3. Algemene regels; In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en parkeerregelgeving.

4. Overgangs-, en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid 7.1

Haalbaarheid

Het project en bijbehorende procedure worden door verzoeker bekostigd. Indien het project aanleiding geeft tot vergoeding van planschade (artikel 6.1 Wro) zullen de kosten worden doorberekend aan verzoeker. Ten behoeve van het project is een anterieure overeenkomst afgesloten met verzoeker inzake planschade.

7.2

Exploitatieplan

Het bestemmingsplan voorziet in splitsing van de voormalige boerderij in twee wooneenheden, waarbij sprake is van een bouwactiviteit zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor voor de betrokken gronden een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro dient te worden vastgesteld. Burgemeester en Wethouders mogen op grond van artikel 6.12 Wro afzien van een exploitatieplan indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Met verzoeker is een anterieure overeenkomst afgesloten waarin is opgenomen dat de te maken kosten, waaronder eventuele planschade, voor rekening van verzoeker zijn. Burgemeester en wethouders achten het plan economisch uitvoerbaar.

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.3.1

Inspraak

Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen

7.3.2

Zienswijze

Er zijn geen zienswijzen ingediend. Er is wel een ambsthalve wijziging doorgevoerd. In de regels zaten in het ontwerp namelijk verwijzigen naar verkeerde artikelen. Dit is in het vastgestelde bestemmingsplan hersteld.

7.3.3

Artikel 3.1.1.-overleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

Binnen het plan zijn geen nationale en provinciale belangen in het geding. Vooroverleg met de Vrom-inspectie en de provincie Gelderland is dan ook geen verplichting. Daarnaast zijn er geen wateraspecten in het geding waardoor er vooroverleg moet worden gevoerd met het Waterschap Rijn en 44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde IJssel.

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

Bijlagen

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Japikweg 6 6a Lichtenvoorde

Bijlage 2 Digitale Watertoets

50

Toelichting (vastgesteld)

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 06-07-2022

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

Geen belang procedure

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

06-07-2022, 12:31

P agina 1 van 4

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? ja

2.

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? nee

3.

Is er in of rondom het plangebied wel eens s prake (gewees t) van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee

4.

Ligt in of nabij het plangebied een watergang? nee

5.

Ligt in of nabij het plangebied een waterkering? nee

6.

Ligt in of nabij het plangebied natte landnatuur? nee

7.

Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een mas terplan/ s tedenbouwkundige vis ie? nee

8.

Wordt water aangelegd, gedempt of aangepas t? nee

9.

Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waters chap mogelijk gemaakt? nee

10.

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 1500m2? nee

06-07-2022, 12:31

P agina 2 van 4

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 11.

Bedraagt het vers chil tus s en de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? nee

12.

Is de afs tand tus s en de gemiddeld hoogs te grondwaters tand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 100cm? nee

13.

Z ijn er kans en voor afkoppelen van bes taand verhard oppervlak? ja

14.

legt u drainagemiddelen aan binnen een beperkingengebied voor drainage? nee

06-07-2022, 12:31

P agina 3 van 4

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

Geen belang procedure Bij dit plan treedt alleen een functieverandering op. Er is geen waterbelang bij uw ruimtelijke activiteit.

Wat moet ik doen? Overleg met het waters chap is niet nodig. Mochten er in de toekoms t wijzigingen in het plan voordoen, dan kunt u de Digitale Watertoets nogmaals doen. U kunt de volgende teks t in uw ruimtelijke plan opnemen: De initiatiefnemer heeft Waters chap Rijn en IJs s el geïnformeerd over het onderhavige plan via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets .nl). Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuis houding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met Waters chap Rijn en IJs s el is niet nodig. Het waters chap geeft een pos itief wateradvies . Wilt u ter beves tiging een reactie van het waters chap gebruik dan de knop "Direct Aanvragen" om uw aanvraag voor een wateradvies naar het waters chap te vers turen.

Waar moet ik op letten? Eventueel vereis te (water)vergunningen worden niet geregeld met deze Digitale Watertoets en zullen via de daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wij willen u ook wijzen op de verwerking van afvalwater. Omdat in de mees te gevallen de gemeente bevoegd gezag is , dient u hiervoor contact op te nemen met uw gemeente.

Achtergrondinformatie

06-07-2022, 12:31

P agina 4 van 4

https://dewatertoets.nl

bezoek Varsseveldseweg 2 7131 BJ Lichtenvoorde post Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde telefoon (0544) 39 35 35 fax (0544) 37 29 69 e-mail gemeente@oostgelre.nl internet www.oostgelre.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12092811/1