bp heemselerweg toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde vastgesteld
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk1
5 Algemene gegevens bestemmingsplan
6
Hoofdstuk2 Inleiding 2.1 Aanleiding 2.2 Ligging plangebied 2.3 Geldende bestemmingsplannen
7 7 7 8
Hoofdstuk3 Bestaande en gewenste situatie 3.1 Bestaande situatie 3.2 Gewenste situatie 3.3 Landschapsplan
10 10 10 11
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Internationaal niveau 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
13 13 14 17 18
Hoofdstuk5 Uitvoeringsaspecten 5.1 Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Bodem 5.4 Water 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Luchtkwaliteit 5.8 Bedrijven en milieuzonering 5.9 Natuurbescherming 5.10 Externe veiligheid 5.11 Verkeer en parkeren
23 23 24 26 27 29 30 30 31 32 36 39
Hoofdstuk6
Plantoetsing
41
Hoofdstuk7 Juridische planbeschrijving 7.1 Algemeen 7.2 Bestemmingsplan 7.3 Plansystematiek
43 43 43 43
Hoofdstuk8 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Haalbaarheid 8.2 Exploitatieplan 8.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45 45 45 45
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
Beoordeling ODA verkennend bodemonderzoek
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Bijlage 3
Aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 4
Beoordeling ODA aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 5
Landschapsplan
Bijlage 6
Wegverkeerslawaai Heemselerweg 1,5 m
Bijlage 7
Wegverkeerslawaai Heemselerweg 4,5 m
Bijlage 8
Wegverkeerslawaai Waalderweg 4,5 m
Bijlage 9
Quickscan Natuurwaarden
4
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Hoofdstuk 1
Algemene gegevens bestemmingsplan
Functieverandering naar Wonen Heemselerweg 1 Mariënvelde
November 2021 Inlichtingen: afdeling Omgeving Unit Ruimtelijke Ontwikkeling
tel.nr. 0544 - 39 35 35
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Hoofdstuk 2 2.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Heemselerweg 1 te Mariënvelde is een melkrundveebedrijf gevestigd. Omdat er geen bedrijfsopvolging is, is er besloten te stoppen met het melkveebedrijf. De eigenaar van het perceel heeft een verzoek ingediend om de bestemming van het perceel te wijzigen van 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' naar 'Wonen'. Door het toepassen van functieverandering van agrarisch naar wonen wil de eigenaar een twee onder één kap woning op het perceel bouwen. Hiervoor worden enkele bedrijfsgebouwen gesloopt en aanwezige verharding op het perceel verwijderd. Het college heeft positief gereageerd op dit verzoek en principemedewerking verleend. In het geldende bestemmingsplan 'Landbouwontwikkelingsgebieden Ruurlosebroek en Mariënvelde' (LOG-gebied) is er geen mogelijkheid voor het toepassen van functieverandering van 'Agrarisch Agrarisch bedrijf'' naar 'Wonen'. Dit in tegenstelling tot het bestemmingsplan welke geldt voor het overige buitengebied in Oost Gelre zijnde het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' met bijbehorende Reparatieplannen. Nu functieverandering van 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'' naar 'Wonen' niet in het geldende bestemmingsplan LOG is opgenomen kan door middel van een herziening van bestemmingsplan aan het verzoek worden meegewerkt.
2.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Oost Gelre ten oosten van de bebouwde kom Mariënvelde. Het gebied wordt gekenmerkt door een mix van woningen en agrarische bedrijven.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Heemselerweg 1 Mariënvelde
2.3
Geldende bestemmingsplannen
Het bestemmingsplan 'Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Mariënvelde' is een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan 'Landbouwontwikkelingsgebieden Ruurlosebroek en Mariënvelde' (LOG-gebied) vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre op 21 september 2010. Op het perceel Heemselerweg 1 te Mariënvelde ligt de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde'. Binnen de regels van dit bestemmingsplan is er geen mogelijkheid voor het toepassen van functieverandering van 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'' naar 'Wonen'. Dit in tegenstelling tot het bestemmingsplan welke geldt voor het overige buitengebied in Oost Gelre zijnde het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' met bijbehorende Reparatieplannen. In dat bestemmingsplan kan met een wijzigingsbevoegdheid worden meegewerkt aan functieverandering van 'Agrarisch' naar 'Wonen'. Bij sloop van minimaal 1.500 m2 aan bedrijfsbebouwing, waarbij er een minimale sloopverplichting geldt 50% bebouwingsreductie op het perceel, kunnen twee onder één kap woningen worden teruggebouwd. Het verzoek voor de Heemselerweg 1 voldoet aan deze voorwaarden. Op het perceel wordt 1.398 + 115 = 1.513 m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt.
Nu functieverandering van 'Agrarisch' naar 'Wonen' niet in het geldende bestemmingsplan LOG is opgenomen kan door middel van een herziening van bestemmingsplan aan het verzoek worden meegewerkt. Hierbij wordt dan getoetst aan de voorwaarden die horen bij de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011'. Uitsnede geldend bestemmingsplan op perceel niveau:
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Heemselerweg 1 Mariënvelde
Overzichtskaart met bestemmingen in omgeving plangebied Heemselerweg 1 Mariënvelde
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Hoofdstuk 3 3.1
Bestaande en gewenste situatie
Bestaande situatie
Op het perceel Heemselerweg 1 te Mariënvelde is een agrarisch bedrijf met een agrarische bedrijfswoning aanwezig. De bestaande bebouwing bestaat uit de bedrijfswoning met berging en stallen. Daarnaast zijn kuilvoerplaten aan de wegzijde gelegen.
Luchtfoto plangebied.
3.2
Gewenste situatie
Het agrarisch bedrijf wordt beëindigd. De eigenaar wil op het perceel blijven wonen. De aanwezige serrestal voor het melkvee wordt gesloopt, evenals een kleine berging aan de wegzijde. De kuilvoerplaten worden verwijderd. In ruil voor sloop van de twee gebouwen is het de wens een twee onder één kap woning op het perceel terug te bouwen. Het achter de woning gelegen bedrijfsgebouw zal dan dienst gaan doen als gezamenlijk bijbehorend bvouwwerk bij alle drie de woningen. Het perceel zal landschappelijk worden ingericht.
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Gewenste opzet nieuwe erf Heemselerweg 1 Mariënvelde
In bovenstaande gewenste opzet is de opzet van het erf met de woningen, de bijbehorende bouwwerken en de landschappelijke inpassing opgenomen. Het erf en de directe omgeving worden landschappelijk ingepast. Het landschapsplan is beschreven in onderstaande paragraaf en bij dit bestemmingsplan als bijlage bijgevoegd.
3.3
Landschapsplan
De eigenaren hebben een erf- en landschapsinpassingsplan laten opstellen door Buitenburo. Dit plan is als bijlage bijgevoegd. Het plan is afgestemd op de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. Het plan is goedgekeurd door de landschapsdeskundige van de gemeente. Inpassingsplan Het voorstel voor inpassing van het nieuwe erf en de daaromheen liggende gronden is opgenomen in onderstaande tekening.
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Overzichtstekening erfinpassing en inpassing van het erf in de omgeving
Het inpassingsplan is als voorwaardelijke verplichting aan dit bestemmingsplan gekoppeld. In een anterieure overeenkomst wordt met de eigenaar van het perceel afspraken gemaakt voor wat betreft aanleg en beheer van deze landschapselementen.
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Internationaal niveau
4.1.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 4.1.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 4.1.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
De archeologische waarden zijn opgenomen als dubbelbestemming in het geldende bestemmingsplan. Hier zijn Regels aan gesteld ter bescherming van mogelijke archeologische waarden. In hoofdstuk 5, paragraaf 5.2 wordt dit nader toegelicht. 4.1.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.
Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Een watertoets is beschreven in hoofdstuk 5 in paragraaf 5.4. Algemene conclusie De internationale regelgeving en/of de europese regelgeving is geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
4.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen.
Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.2.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.
Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. De uitgangspunten van het Barro zijn bij het opstellen van dit wijzigingsplan betrokken. 4.2.3
Besluit ruimtelijke ordening
Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.
Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde van het bebouwde gebied behouden en versterkt.
Nieuwe stedelijke ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft het toevoegen van een tweetal woningen op een voormalig agrarisch perceel. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, het gaat hier om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Het betreft hier dus toevoeging van twee woningen op perceelsniveau. Bij een kleinschalige woningbouwontwikkeling is de ladder niet van toepassing. Waar de grens precies ligt, blijkt niet expliciet uit het Besluit ruimtelijk ordening. Op basis van jurisprudentie blijkt dat bij woningbouw in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). Voorliggende ontwikkeling betreft dus het toevoegen van twee woningen op perceelsniveau. Hierbij is sprake van een dusdanige kleinschalige woningbouwontwikkeling dat hier geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Afweging Uit bovenstaande onderbouwing kan worden geconcludeerd dat de toevoeging van twee extra woningen op perceelsniveau niet wordt beschouwd als een stedelijke ontwikkeling zodat gesteld kan worden dat er geen sprake is van een duurzame verstedelijking.
Conclusie Daarmee vormt de ladder van duurzame verstedelijking geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
Algemene conclusie Het Rijksbeleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling die dit wijzigingsplan mogelijk maakt.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 19 december 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. In de Omgevingsvisie is de Gelderse Ladder opgenomen. De Gelderse Ladder wordt gebruikt als afwegingskader voor de vestigingsplek van stedelijke ontwikkelingen. Als juridische basis voor de Gelderse Ladder gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking, genoemd in de vorige paragraaf. De juridische borging van de ladder is geregeld in de Bro en is niet nogmaals opgenomen in de provinciale verordening. Consequenties met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling zijn dan ook hetzelfde. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In hoofdzaak geeft de Omgevingsverordening regels bij nieuwe ontwikkelingen dus ook voor het toevoegen van woningen. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat er een regionale woonagenda door Gedeputeerde Staten moet zijn vastgesteld. De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld, om in te spelen op de veranderde behoefte. In het najaar van 2019 is de Regionale Woonagenda op onderdelen aangepast. Daarmee wordt vooruit gelopen op de nieuwe Regionale Woonagenda. Het beleidskader is in lijn met de Koers Ruimte voor goed wonen van de provincie en met het provinciale coalitieakkoord. Daarnaast heeft de gemeente Oost Gelre een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016 – 2025. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016. In paragraaf 4.4.2 wordt deze woonvisie nader toegelicht.
Conclusie Het toevoegen van een twee onder één kap woning na sloop van de bedrijfsbebouwing op perceelniveau (functieveranderingsbeleid) passen in de regionale woonagenda en de daarbij opgesteld woonvisie voor de gemeente Oost Gelre. Hiermee wordt voldaan aan de regels uit de provinciale omgevingsverordening. Omgevingsvisie en -verordening vormen dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen die dit wijzigingsplan mogelijk maakt.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020
Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt. Een deel van de bestaande bedrijfsgebouwen op het perceel Heemselerweg 1 Mariënvelde worden gesloopt. De bestaande bedrijfswoning wordt behouden alsmede een bedrijfsgebouw welke dienst gaat doen als bijgebouw voor de woningen op het perceel. De bouwwerken en gebouwen zijn niet aangemerkt als monumentaal en zijn niet cultuurhistorisch waardevol. 4.4.2
Woonvisie Oost Gelre
De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld. Een demografische ontwikkeling in deze regio is dat het aantal inwoners in de komende periode langzaam maar zeker afneemt. In de Regionale Woonvisie wordt ingespeeld op die bevolkingsdaling en afname van het aantal huishoudens. Concreet betekent dit voor iedere gemeente in de Achterhoek dat de aangegeven bouwvolumes in de gemeentelijke woonvisies naar beneden bijgesteld moeten worden. De gemeente Oost Gelre heeft een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016 - 2025 waarin de
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde regionale woonvisie in is verweven. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016. De woonvisie Oost Gelre is een kernachtige en toegankelijke visie. De visie is vormgegeven op basis van een drietal thema's: kwantiteit & kwaliteit, beschikbaarheid & betaalbaarheid en wonen met zorg en welzijn. Bij ieder thema is aangegeven wat wordt gezien als ontwikkelingen, wat er bereikt moet worden en wat hiervoor moet worden gedaan. Voorafgaand hierop is ingegaan op de kwaliteiten van Oost Gelre, specifiek de verschillende kernen, en de maatschappelijke ontwikkelingen die het woonbeleid beïnvloeden. In een uitvoeringsprogramma is aangegeven welke activiteiten uit de woonvisie voortvloeien en wanneer en door wie deze worden uitgevoerd. De ruimtelijke uitvoeringmaatregelen zoals het stoplichtmodel, vijfsporenstrategie, sturingstabel en de richtlijnen voor nieuwe principe verzoeken zijn als bijlage bij het uitvoeringsprogramma gevoegd. Bij het opstellen van dit wijzigingsplan is rekening gehouden met de vastgestelde woonvisie. In de woonvisie zijn reserveringen gemaakt voor wooncontingenten om woningen, welke worden gerealiseerd in het kader van functieverandering en bij woningsplitsingen, mogelijk te maken. De ontwikkeling past daarom in de woningbouwprogrammering.
Hiermee wordt dan ook voldaan aan het gestelde in de Woonvisie. 4.4.3
Beleidsvisie Externe veiligheid
Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.
Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. Externe veiligheid is nader beschreven in paragraaf 5.10. 4.4.4
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. 4.4.5
Economische visie - Economie Voorop !
Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen.
De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden. 4.4.6
Geluidbeleid gemeente Oost Gelre
Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van het geluidbeleid. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.
Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. Het geluid is nader beschreven in paragraaf 5.5. 4.4.7
Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024
Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 4.4.8
Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'
Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' Het plangebied ligt in het landschapsensemble 'Het kampenlandschap van Zieuwent en Mariënvelde'. Koppel de historische karakteristiek aan het eigentijdse gemengd bedrijf. Dat bevordert de leefbaarheid van deze cultuurlandschappen. Breng het water terug in de haarvaten tussen de buurtschappen met kerkepaden, overlopers en elzensingels. De historische karakteristiek bestaat hier vooral uit het kleinschalige cultuurlandschap dat hier ooit was en uit het watersysteem, dat gekenmerkt werd door periodiek stagnerend water in de lagere delen van het landschap, eveneens kleinschalig tussen de zandruggen in.
Dit gebied is bij de Ruilverkaveling Harreveld-Zieuwent vrij fors op de schop gegaan ten behoeve van de landbouw, waardoor de kleinschaligheid is verdwenen en het onderscheid met de ontginningslandschappen nauwelijks meer zichtbaar is. Niettemin zijn er toch op veel plaatsen gronden die maar nauwelijks rendabel gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld omdat ze te nat zijn. Zeker als hier een nieuwe wateropgave én een opgave voor de ontwikkeling van natuur bij komt, kan op veel plaatsen een omslagpunt bereikt worden om juist deze moeilijkere gronden af te stoten en de wat hogere, goed ontwaterde gronden te blijven benutten. Omdat de bodemgesteldheid op veel plaatsen nog kleinschalig wisselt, kan het oude patroon van natte laagtes hier weer relatief gemakkelijk hersteld worden. Door juist deze gronden te benutten voor ontwikkeling van kleinschalige natuur en het vasthouden en bufferen van water, ontstaat een relatief kleinschalige afwisseling van open landbouwgronden en verdichte lagere gronden, waar water, moeras en moerasbos zorgen voor afwisseling in het landschap. Hierbij wordt beoogd de ondergenoemde parels te beschermen en op te poetsen en aanwezige landschapselementen te stimuleren: Op te poetsen parels: bliksembomen en andere solitaire bomen Werenfriduskerk en boerderijen kapelletjes bestaande kleine natuurgebiedjes o.a.
aan schoolpad en Witte Riete steilranden typerende erfbeplantingen voorbeelden van landschapskunst plekken om te verpozen eventueel met bankjes Te behouden en stimuleren landschapselementen: nieuwe kerkepaden en espaden met knotes, knoteik en knotwilg steilrandbeplantingen langs essen
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde overloopweides: lagere vochtige weides met elzensingels overloopbroeken: lagere percelen met bosjes of grienden. Deze uitgangspunten zijn de basis geweest voor het opgestelde landschappelijk inpassingplan voor het plangebied. De geschiedenis van het landschap heeft hierbij als basis gediend voor de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Het erf wordt op een dusdanig manier ingepast rekening houdend met de karakteristieke lijnen en steilranden. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage bijgevoegd.
Conclusie Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoeringsaspecten
Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming
Het bestemmingsplan, waarin ruimtelijke belangen worden geborgd, is het resultaat van een integrale ruimtelijke afweging. In deze integrale afweging worden ook alle milieuonderwerpen meegewogen, los van de wettelijke verplichtingen van de milieueffectrapportage. Welke milieuonderwerpen vanuit een duurzame ruimtelijke ordening voor een plangebied van belang zijn, moet per plan in beeld worden gebracht. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied en de opgave en eventuele wettelijke eisen. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). c.
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Ad.a: Wanneer uit een toets blijkt dat de activiteit (mogelijk) significante negatieve effecten tot gevolg heeft, dan kan een vergunning alleen worden verleend als uit een passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. Onderdeel van de passende beoordeling vormt de ADC-toets. De ADC-toets houdt een onderzoek in naar Alternatieven, het aantonen van Dwingende redenen van openbaar belang en het vooraf en tijdig treffen van Compenserende maatregelen. Het Natura 2000-gebied, het Korenburgerveen, is gelegen op ongeveer 11 km van de planontwikkeling op het perceel Heemselerweg 1 te Mariënvelde. Het opheffen van een veehouderijbedrijf op deze afstand van het Natura 2000-gebied zal een positief effect hebben op de instandhoudings doelstellingen voor dit Natura 2000-gebied. Deze opheffing van de veehouderij heeft meer positieve gevolgen voor de instandhoudings doelstellingen voor dit Natura 2000-gebied dan de bouw van twee woningen en het gebuik van het perceel voor wonen. Een passende beoordeling is dan ook niet noodzakelijk.
Ad.b en c.: het omzetten van de agrarische bedrijfsbestemming naar wonen met toevoeging van twee nieuwe wooneenheden, wordt niet als zodanig genoemd in de onderdelen C en D van de bijlage van het besluit milieueffectrapportage genoemde kolommen 3 en 4. Een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht is dan ook niet nodig. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteiten(en) die voorkomen op de D-lijst (kolom 2) die onder de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Het omzetten van de bestemming naar wonen en toevoegen van twee woningen wordt niet genoemd in kolom 2 van de D-lijst in het Besluit m.e.r. zodat een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is. Conclusie Een milieueffectrapportage, zowel -plicht, -beoordeling als -vormvrij, is niet nodig nu de gewenste activiteiten op perceelsniveau niet onder de genoemde drempelwaarden vallen en/of worden genoemd. Daarnaast is een passende beoordeling op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied niet noodzakelijk.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
5.2
Archeologie en cultuurhistorie
De Erfgoedwet bevat de implementatie in de Nederlandse wetgeving van het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed, (ook wel het verdrag van Malta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het Verdrag in 1992 door verschillende EU-lidstaten is ondertekend). De Erfgoedwet verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. IWAK en AMK Archeologische waarden zijn in Nederland veelal onzichtbaar, omdat ze grotendeels verborgen liggen in de bodem, waardoor ze niet eenvoudig te karteren zijn. Voor de onbekende waarden heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IWAK) opgesteld. Voor de bekende waarden is de Archeologische Monumentenkaart (AMK) opgesteld. Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient door te werken in het bestemmingsplan.
Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld. Nieuw Archeologiebeleid Op 14 april 2020 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre nieuw archeologisch beleid vastgesteld met titel 'Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre, een actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtings- en beleidskaart'. De actualisatie betreft het bijwerken van de bestaande archeologische vindplaatsen-, verwachtings- en beleidskaart uit 2008 alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische, historische en landschappelijke gegevens en inzichten.
De meest opvallende wijzigingen aan het kaartbeeld ten opzichte van het beleidskader uit 2008 is het toevoegen van historisch gezien belangrijke terreinen waarvan het op basis van historisch onderzoek zeer aannemelijk is dat zich hier archeologische en/of bouwhistorische resten bevinden of hebben bevonden. Daarnaast zijn in deze actualisatie wijzigingen opgenomen voor wat betreft de mate van oppervlakte waarbij een verkennend archeologisch onderzoek nodig is. Dit nieuwe beleid is ten tijde van dit bestemmingsplan als ontwerp Parapluplan Archeologie beschikbaar. De planontwikkeling is hieraan getoetst.
Situatie plangebied Geldend bestemmingsplan Ingevolge het geldende bestemmingsplan 'Landbouwontwikkelingsgebieden Ruurlose Broek en Mariënvelde' zijn de gronden in het plangebied gelegen in de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachtingswaarde'. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 100 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen op basis van nader onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Ontwerp Parapluplan Archeologie Ingevolge het ontwerp Parapluplan Archeologie zijn de meeste gronden in het plangebied gelegen in de bestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3'. Een klein deel ligt in de bestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4' men een heel klein deel in de bestemming 'Waarde Archeologisch verwachtingsgebied 1'. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1' Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 250 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen op basis van nader onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld.
'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3' Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 1.000 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen op basis van nader onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4' Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 5.000 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen op basis van nader onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld.
Conclusie archeologie Op het perceel is sprake van sloop van bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning. De grond onder deze bedrijfsgebouwen is daardoor al geroerd en heeft een archeologisch onderzoek hiervan geen meerwaarde. Daarbij zal een deel van de nieuwbouw plaatsvinden op deze geroerde grond. Op basis van het geldende bestemmingsplan dient er een verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van het ontwerp Parapluplan Archeologie is dit niet nodig nu de minimale oppervlakte van 1.000 m2 niet wordt overschreden.
Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). De intentie van het bevoegd gezag is gericht op behoud van bestaande traditionele boerderijen. De bestaande voormalige boerderij wordt behouden maar is niet aangemerkt als karakteristiek en/of monumentaal. De overige bouwwerken en gebouwen op het perceel hebben geen cultuur- of monumentale historische waarde.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde
Conclusie cultuurhistorie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor deze herziening van het bestemmingsplan.
5.3
Bodem
Wettelijk kader Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek. Situatie plangebied Door Terra Agribusiness is een verkennend bodemonderzoek op het perceel Heemselerweg 1 te Mariënvelde uitgevoerd.
De resultaten zijn opgenomen in een rapport met nummer 2021-111 d.d. 10 juni 2021. Dit rapport is als bijlage bijgevoegd. Het onderzoeksrapport is ter beoordeling voorgelegd aan de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Deze beoordeling is als bijlage bijgevoegd. De ODA geeft aan dat "de bodemkwaliteit op de onderzochte locatie niet helemaal geschikt is voor een gebruik als 'wonen'. Dit bodemonderzoek is geschikt als je alleen kijkt naar het bouwen van een woning. Er is hier echter sprake van een bestemmingsplanwijziging. Uit het HBB blijkt dat er een tank aanwezig is/is geweest. Over de precieze locatie zijn er geen gegevens beschikbaar. Het uitvoeren van een historisch onderzoek in het kader van de bestemmingsplanwijziging is daarom nodig. Ook blijkt dat één van de panden op de te wijzigen locatie asbestverdacht is (asbestdak). Voor een omgevingsvergunning moet voor de gehele te wijzigen locatie minimaal alle verdachte deellocaties worden onderzocht. De ODA adviseert om aan de vergunning de volgende voorwaarden te verbinden, de graaf- en/of grondwerkzaamheden mogen niet eerder plaatsvinden nadat: -
Er een historisch onderzoek is uitgevoerd met betrekking tot de tank die aanwezig is/geweest. Aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden met betrekking tot het overig terrein van de te wijzigen locatie, deze resultaten zullen een beter perspectief geven over de actuele bodemkwaliteit van de gehele onderzoekslocatie.
Naar aanleiding van de beoordeling door de ODA ten aanzien van het verkennend bodemonderzoek heeft Terra Agribusiness het verkennend bodemonderzoek opnieuw uitgevoerd en aangevuld. Dit nieuwe verkennend bodemonderzoek met nummer 2021-194 d.d. 23 september 2021 is als bijlage bijgevoegd. Ook dit onderzoeksrapport is wederom ter beoordeling voorgelegd aan de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Deze beoordeling is als bijlage bijgevoegd. De ODA geeft aan dat "het bodemonderzoek voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. De aangetroffen gehalten in de grond voldoen aan de functienorm voor wonen. In het grondwater is een sterke verontreiniging met barium en zink aangetroffen. Er is geen nader bodemonderzoek nodig. De ODA adviseert om aan de bestemmingsplanprocedure de volgende voorwaarde te verbinden: Het grondwater is niet geschikt om op te pompen en te gebruiken voor
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Heemselerweg 1 Marienvelde consumptieve doeleinden".
Conclusie bodem Het aspect bodem vormt geen belemmering voor dit plan. Wel wordt een voorwaarde ten aanzien van het oppompen van grondwater opgenomen in een mogelijk te verlenen omgevingsvergunning.
5.4
Water
Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.
De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen).
Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld.