bp gasteveldsdijk 6 toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde vastgesteld
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
6 6 7 7 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
10 10 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Algemeen 3.2 Internationaal niveau 3.3 Rijksbeleid 3.4 Provinciaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid
12 12 12 14 16 20
Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Besluit Milieueffectrapportage 4.2 Archeologie en Cultuurhistorie 4.3 Bodem 4.4 Water 4.5 Geluid (Wet geluidhinder) 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Natuurbescherming 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Externe veiligheid 4.10 Geur 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Kabels en leidingen
27 27 28 29 30 32 34 35 38 39 41 43 45
Hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen 5.1 Inleiding 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Specifieke regels voor deze ontwikkeling
46 46 46 49
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
50 50 50
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Ekoboerderij Arink is gevestigd aan de Gasteveldsdijk 6 te Lievelde. Het bedrijf bestaat uit een biologische melkveehouderij met daarbij verschillende nevenactiviteiten, waaronder een kaasmakerij, boerderijwinkel en een B&B. Het bedrijf is volop in ontwikkeling. Zo is de kaasmakerij toe aan uitbreiding. Het bedrijf heeft verschillende plannen om het bedrijf toekomstbestendig te maken. Al deze plannen bij elkaar passen niet binnen het huidige bestemmingsplan. De plannen worden hier kort uiteengezet.
1.1.1
Uitbreiden kaasmakerij
Initiatiefnemer heeft de wens om de kaasmakerij te vergroten. Omdat dit niet in de stal kan en initiatiefnemer de wens heeft de kaasmakerij te verplaatsen naar een locatie buiten de stal, is een principeverzoek bij de gemeente ingediend. Het college heeft op 15 juni 2021 besloten in principe medewerking te verlenen aan dit verzoek.
1.1.2
Horeca
Op de locatie is een Bed & Breakfast aanwezig die ook als zodanig is vergund. Bij de aanvraag voor uitbreiding van de kaasmakerij hebben de eigenaren ook het verzoek ingediend om ontbijt, lunch en diner aan te bieden aan overnachtende gasten, maar ook passanten. Deze zelfstandige daghoreca is niet passend in het geldende bestemmingsplan. Ook voor dit verzoek heeft het college op 15 juni 2021 besloten in principe medewerking te verlenen.
1.1.3
Tweede bedrijfswoning
Eigenaren hebben een verzoek ingediend voor een tweede bedrijfswoning bij het bedrijf. Middels onafhankelijk onderzoek is aangetoond dat er noodzaak bestaat voor een tweede bedrijfswoning bij het agrarisch bedrijf. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 10 bij deze toelichting. Het college heeft op 29 maart 2022 besloten in principe medewerking te verlenen aan dit verzoek.
1.1.4
Nieuw bestemmingsplan
De zelfstandige horeca en plannen voor de ontwikkeling van de kaasmakerij en tweede bedrijfswoning passen niet in het geldende bestemmingsplan. Het college heeft medewerking verleend aan de plannen, onder een aantal voorwaarden: de verschillende nevenactiviteiten dienen ook na medewerking binnen de toegestane 350 m² te blijven, en om de horeca kleinschalig te houden dient deze oppervlakte ook als zodanig begrensd te worden. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
1.2
Ligging en begrenzing
Ecoboerderij Arink is gevestigd aan de Gasteveldsdijk 6 te Lievelde. Het perceel ligt ongeveer 2 kilometer ten oosten van de dichtstbijzijnde kern, Lievelde. In de directe omgeving liggen verschillende agrarische bedrijven.
Afbeelding 1: Luchtfoto plangebied
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Het bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde is een herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' en de daarbijbehorende reparatieplannen. Het perceel Gasteveldsdijk 6 en 6a heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden', met een bouwvlak voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Het bouwvlak is 1,3 hectare groot. Een uitsnede is weergeven in afbeelding 2. Verder geldt ter plaatse het paraplubestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie'. Het perceel heeft deels de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2' en 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3'. Een uitsnede is weergeven in afbeelding 3.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011
Afbeelding 3: Uitsnede paraplubestemmingsplan Archeologie
Strijdigheid De voorgenomen ontwikkelingen zijn in strijd met het geldende planologisch regime, aangezien een 8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde tweede bedrijfswoning niet is toegestaan. Met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid kan dit mogelijk worden gemaakt. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Er dient onder andere aangetoond te worden dat een tweede bedrijfswoning noodzakelijk is voor de ter plaatse aanwezige agrarische bedrijfsvoering. Middels onafhankelijk advies is deze noodzakelijkheid aangetoond: het agrarisch bedrijf behoeft intensief toezicht gedurende 24 uur per dag; dit kan slechts door twee volwaardige arbeidskrachten worden verricht. Dit wordt verder toegelicht en onderbouwd onder paragraaf 3.5.9. Verder zijn nevenactiviteiten alleen toegestaan in bedrijfsgebouwen die al aanwezig waren op de peildatum van 27 april 2006. Dit is voor de nieuw te bouwen kaasmakerij niet het geval en ook de bestaande B&B voldoet hier niet aan. Hier kan alleen met behulp van een herziening van het bestemmingsplan van af worden geweken. Daarnaast is in het bestemmingsplan alleen ondersteunende horeca toegestaan. De B&B ('biotel') is een volwaardige nevenactiviteit en valt niet te bestempelen als zijnde ondersteunende horeca. Ook hiervoor is een herziening van het bestemmingsplan benodigd om dit gebruik planologisch-juridisch mogelijk te maken.
1.4
Leeswijzer
Een bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting (voorliggend document) waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hoofdstuk 2 van deze toelichting bevat de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In Hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. Hoe het plan is vertaald naar een verbeelding en regels is opgenomen in Hoofdstuk 5. Tot slot gaat Hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied aan de Gasteveldsdijk 6 betreft een agrarisch bedrijfsperceel waar melkvee, jongvee en vleesvee gehouden wordt. Er is een bedrijfswoning aanwezig. Daarnaast vindt ondersteunende detailhandel plaats in de vorm van een boerderijwinkel. Achter op het perceel bevindt zich een B&B, het 'Biotel', een nevenactiviteit bij de boerderij.
Afbeelding 4: luchtfoto van de huidige situatie (1)
Afbeelding 5: luchtfoto van de huidige situatie (2)
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
Afbeelding 6: indeling huidige situatie bijzondere functies
2.2
Toekomstige situatie
Het plan voorziet in twee ontwikkelingen: (1) het bouwen van een tweede bedrijfswoning en (2) het bouwen van een kleinschalige kaasmakerij (à 90 m²). Daarnaast wordt de al aanwezige nevenactiviteit van de B&B opgenomen in het bestemmingsplan. De boerderijwinkel is al passend binnen de bestemming agrarisch, zolang deze van een ondersteunende en ondergeschikte functie blijft. Dat is met deze plannen het geval. De tweede bedrijfswoning wordt aan de voorkant (noordzijde) van het erf gesitueerd, in dezelfde lijn met de bestaande woning. De kaasmakerij komt ten noorden van de schuur met rode dakbedekking. Het een en ander is onder andere weergeven op de overzichtstekeningen bij het landschappelijk inpassingsplan, als Bijlage 1 toegevoegd bij deze toelichting. Uit het landschappelijk inpassingsplan blijkt eveneens dat de gronden landschappelijk worden ingepast in de omgeving.
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen en indien noodzakelijk op de verbeelding en in de regels verwerkt.
3.1
Algemeen
Dit hoofdstuk beschrijft het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen en indien noodzakelijk op de verbeelding en in de regels verwerkt.
3.2
Internationaal niveau
3.2.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving ervan is niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn.
3.2.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving ervan is niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. Wel ligt op een afstand van circa 1.800 meter het Natura 2000-gebied Korenburgerveen. Daarop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.7 Natuurbescherming.
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
3.2.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. De archeologische waarden zijn opgenomen als dubbelbestemming in het geldende bestemmingsplan. De meest actuele regels over archeologie zijn echter opgenomen in het op 22 februari 2022 door de raad vastgestelde ‘Parapluplan Archeologie’. In paragraaf 4.2 wordt dit nader toegelicht.
3.2.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.
Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Ook moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. De watertoets is beschreven in paragraaf 4.4.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
3.2.5
Conclusie internationaal beleid
De internationale regelgeving en/of de Europese regelgeving is geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
3.3
Rijksbeleid
3.3.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.
Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.
Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie,
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
Toetsing van de ontwikkeling In voorliggend geval is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling.
3.3.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn. Het gaat om onder andere de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, grote rivieren, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Het Barro is concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming.
Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op de nationale belangen aangezien het geen onderwerp bevat die van rijksbelang zijn, en is daarmee niet in strijd met het Barro.
3.3.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.
Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden – aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, het gaat hier om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.'
Toetsing van de ontwikkeling
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
Onderhavige ontwikkeling betreft een uitbreiding van de bedrijfsmogelijkheden bij een agrarisch bedrijf in het buitengebied van Lievelde. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, waarbij het gaat om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Nu onderhavig geval geen stedelijke ontwikkeling betreft zoals begrepen in artikel 1.1.1 van het Bro, hoeft niet verder getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
3.3.4
Conclusie rijksbeleid
Het Rijksbeleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.
3.4
Provinciaal beleid
3.4.1
Inleiding
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn beide op 1 maart 2019 in werking getreden. Op 14 januari 2023 heeft Provinciale Staten (PS) voor het laatst de Omgevingsverordening geactualiseerd.
3.4.2
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De provincie wil Gelderland in de toekomst 'Gaaf' houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn nationale ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Bij het 'gaaf' houden van Gelderland staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
Naast de nieuwe focus en ambities zijn er 5 wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving. Deze gaan sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Het gaat om de planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu, en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie volgen voor deze planfiguren een aantal specifieke uitwerkingen in programma's of kaders binnen de provinciale omgevingsverordening. Een aantal voorbeelden binnen de planfiguren zijn: Ruimtelijk beleid: zonneparken en windturbines. Waterbeleid: bescherming oppervlakte- en grondwater, waterberging, natte landnatuur;
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde Milieubeleid: stiltegebieden; Natuur- en landschapsbeleid: Natura2000-gebieden, Groene ontwikkelingszone, Gelders natuurnetwerk; Verkeers- en vervoersbeleid: kwaliteit, doorstroming en veiligheid middels voorkomen, benutten en bouwen. Toetsing van de ontwikkeling Het plan voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe bedrijfswoning, de bouw van een kleine kaasmakerij en het planologisch-juridisch regelen van bestaande nevenactiviteiten, zoals de B&B en het aanbieden van ontbijt, lunch en diner aan gasten van de B&B, maar ook aan passanten. Met de ontwikkeling wordt het omliggende landschap versterkt. Het betreft in onderhavig geval een ecologisch en biologische veehouder, hetgeen aansluit bij de ambities van de provincie ten aanzien van circulaire economie, klimaatadaptatie en vestigingsklimaat.
3.4.3
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie Gelderland bij het uitvoeren van de taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening heeft de provincie Gelderland alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Hiermee wordt voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet.
Instructieregel klimaatadaptatie (art. 2.65b) De omgevingsverordening Gelderland bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. De beschrijving dient te worden opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt.
Toetsing van de ontwikkeling De Klimaatatlas Oost Gelre toont de effecten van klimaatverandering voor onze gemeente. Daarmee is het een belangrijk hulpmiddel om de voorwaarden uit de instructieregel klimaatadaptatie te toetsen. De klimaatatlas is tot stand gekomen in een samenwerking tussen de gemeente en Waterschap Rijn en IJssel. Wateroverlast (extreme neerslag), droogte, hittestress en waterveiligheid (overstromingen) voor het jaar 2050 komen aan bod. Het plangebied is geanalyseerd met behulp van de atlas. Hieronder zijn de conclusies per aspect gegeven.
Wateroverlast (extreme neerslag) Voor wateroverlast is gekeken naar extreme neerslag. Er is gekeken naar korte (2 uur) en lange buien (48 uur) in het jaar 2050. Voor de lange buien geldt dat het plangebied begaanbaar blijft en panden maar
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde een klein risico lopen. Dit is het geval voor twee scenario's: 120 mm in 48 uur (kans 1x per 100 jaar) en 160 mm in 48 uur (kans 1x per 1000 jaar). Voor de korte buien is gekeken naar een tijdsduur van 1 en 2 uur, met respectievelijk 70 mm neerslag (kans 1x per 100 jaar) en 160 mm neerslag (kans 1x per 1000 jaar) voor het jaar 2050. Voor deze buien ligt het plangebied in een relatief weerbaar gebied waarbij panden een klein risico lopen en wegen begaanbaar blijven. Maatregelen om dit tegen te gaan zijn daarom niet direct nodig, maar wordt wel geadviseerd. In paragraaf 4.4 is aangegeven hoe om wordt gegaan met de belangrijkste aspecten van mogelijke wateroverlast.
Droogte Voor droogte is het van belang om te weten hoe diep het grondwater zit, zodat planten en gewassen tussen regenbuien door hieruit water kunnen onttrekken. Bij te diep grondwater is dat immers niet mogelijk en droogt de omgeving uit. Ook funderingen van gebouwen kunnen schade oplopen bij een te lage grondwaterstand. In de atlas is te zien dat de grondwaterstand van het gebied dieper dan 2,5 meter onder maaiveld zit. De geologische overzichtskaarten en grondkaart van Nederland schatten het grondwater eveneens zo diep. Daarmee is het plangebied als zeer droogtegevoelig te bestempelen. Zoals in het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 1) is omschreven over de versterking van het landschap wordt voor het plan uitgegaan van robuuste groene verbindingen. Zo kunnen de voorziene struiken en hagen in deze groene verbindingen: (1) een aanzienlijk deel van het regenwater opvangen, (2) het regenwater langer vasthouden, en (3) de bodem beschermen van rechtstreeks zonlicht. Dit alles gaat de droogte in het plangebied tegen.
Hittestress Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt welke zorgt voor gezondheidsrisico's. Langdurig aanhoudende hitte kan leiden tot klachten als vermoeidheid, concentratieproblemen en hoofdpijn. Er bestaat ook verhoogde kans op uitdroging en oververhitting. In het ergste geval kunnen mensen hieraan overlijden. In de fysieke omgeving verhoogt de aanwezigheid van verhard oppervlak de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Het plangebied beslaat circa 1,5 hectare. Er wordt maar een klein deel aanvullend verhard ten opzichte van de bestaande situatie. Het gaat om bouw van een tweede bedrijfswoning en de realisatie van een kleine kaasmakerij. Grofweg 200 m² wordt toegevoegd. Daar tegenover staat de landschappelijke inpassing welke wordt uitgevoerd naar aanleiding van de ontwikkeling. Er wordt ongeveer 4.000 m² extra aan groen voorzien. Het gaat dan om struiken, houtstruwelen, bomen en bloemrijk grasland. Met de aangegeven verhouding verhard en onverhard wordt aantoonbaar geacht dat het plan voorzien is om te gaan met hittestress. De hoeveelheid groen zal een toename van de (gevoels-)temperatuur in het gebied aanzienlijk beperken.
Waterveiligheid (overstromingen) In de nabijheid van de planlocatie zijn geen dijken of andere (regionale) waterkeringen aanwezig. Tegen het plangebied aan, aan de oostzijde, loopt een watergang. Dit betreft een relatief kleine sloot. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van deze sloot. Het plan maakt geen functies mogelijk welke tot verslechtering van de waterkwaliteit zullen leiden. Een en ander wordt ook behandeld in paragraaf 4.4 van deze toelichting.
Overleg Waterschap De plannen zijn voor overleg gestuurd aan Waterschap Rijn en IJssel. Uit een digitale watertoets is gebleken dat met het plan waterschapsbelangen worden geraakt. Uit bespreking is naar voren gekomen dat dit gaat om nabij gelegen watergang. Deze ligt tegen het plangebied aan. Bij de aanleg van de
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde groenvoorzieningen moet voldoende afstand worden bewaard tot de watergang, zodat deze niet in het geding komt. Hierbij moet ook ekening worden gehouden met uit te voeren beheer en onderhoud. De plannen zijn verder akkoord bevonden door het waterschap, waarmee voldaan wordt aan de laatste voorwaarde omtrent klimaatadaptatie (artikel 2.65b) uit de provinciale verordening.
Instructieregel nationale landschappen (art. 5.33) De provincie heeft nationale landschappen aangewezen. Dit zijn gebieden waar internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten zijn gelegen. Hiermee hangt samen dat deze landschappen bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten kennen. Volgens de instructieregel zijn alleen activiteiten toegestaan welke de kernkwaliteiten van een nationaal landschap niet aantasten of die deze versterken. Ingrepen die de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap aantasten, zijn alleen mogelijk wanneer er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van redenen van groot openbaar belang, zoals de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid, werkgelegenheid, het ontstaan van voor het milieu wezenlijk gunstigere effecten of andere grote maatschappelijke opgaven. Daar staat tegenover dat voor de ontplooiing van die activiteiten een bijdrage moet worden geleverd aan de landschapskwaliteit. Hierbij kan sprake zijn van compensatie op gebiedsniveau. De planlocatie is gelegen ter plaatse van het nationaal landschap Winterswijk. De kernkwaliteiten van dit landschap zijn als volgt: 8. kleinschalig, organisch gegroeid halfopen landschap met afwisseling van bosjes, houtwallen, landbouwgrond, lanen, beken, boerderijen; oostelijke helft kleinschaliger dan westelijke helft; 9.
rijk aan microreliëf (steilranden, essen en eenmansessen), een duidelijke terrasrand (westzijde); 10. meanderende beken in smalle dalen als doorgaande structuren, met natuurlijke begroeiing (elzen en essen) in halfopen landschap; 11. fraaie, open essen (opvallend groot op de plateaurand van Aalten tot Groenlo) en bijzondere broekgebieden; 12. de verspreid gelegen oude boerderijen hebben veelal een bijbehorende eenmanses. Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling aan de Gasteveldsdijk 6 te Lievelde betreft het bouwen van een kleinschalige kaasmakerij, het bouwen van een tweede bedrijfswoning, en het gebruiken van het aanwezige 'biotel' ten behoeve van recreatief verblijf, alsook het aanbieden van eten en drinken. Het gaat hier om relatief kleine aanpassingen welke de kernkwaliteiten van het nationaal landschap Winterswijk niet aantasten. Ter compensatie wordt het plangebied landschappelijk versterkt. De aanleg van dit groen draagt bij aan een versterking van het nationaal landschap. Met de inpassing is rekening gehouden met de kernkwaliteiten ten aanzien van de afwisseling van houtwallen, bosjes, beken, landbouwgrond en boerderijen. Het plan voldoet hiermee aan de instructieregel ten aanzien van de nationale landschappen (art. 5.33).
Instructieregel Gelderse streek Achterhoek (art. 5.34) Deze streek kent 13 kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen. De ontwikkeldoelen zijn van belang voor nieuwe ontwikkelingen. Deze worden hier dan ook specifiek aangehaald. Alleen de voor dit plan relevante ontwikkeldoelen worden benoemd. Daarna wordt de ontwikkeling getoetst op basis van deze ontwikkeldoelen.
1. Ruimtelijke ontwikkelingen houden rekening met en dragen zo mogelijk bij aan de kernkwaliteiten van de Achterhoek en de te onderscheiden deelgebieden. 2. Zoveel mogelijk het microreliëf respecteren. De regionale waterhuishouding vormt de basis voor verdere ruimtelijke ontwikkeling. Herstel van dynamisch rivier- en beekdallandschappen met landschapsbouw en het klimaatbestendig maken van het watersysteem om droogte en wateroverlast te
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde voorkomen. Dit heeft een nauwe relatie met de transitie naar duurzame (kringloop)landbouw. 3. Behouden en versterken van de kleinschaligheid en bijdragen aan herstel en onderhoud van structurerende en bijzondere groene landschapselementen. Bij inplaatsen van nieuwe functies, bijvoorbeeld voor energietransitie, het coulisselandschap versterken. 6. Het bijzondere coulisselandschap behouden en versterken door aanleg en beheer van groene landschapselementen, natuurontwikkeling langs beken en betere recreatieve toegankelijkheid beleefbaarheid. Recreatie meer gericht op het verhaal van de plek. Zorgvuldig openhouden van de oude bouwlanden en de bestaande steilranden niet schaden. Introduceren van passende nieuwe grondgebruiksvormen zoals duurzame landbouw (kringloop-landbouw, natuurinclusief etc.), voedselbossen, beleefplekken en kleinschalige energieopwekking. 13. Ruimtelijke en economische dynamiek dragen op passende wijze bij aan een levendige identiteit van de Achterhoek. Handhaven van de stiltegebieden.
Toetsing van de ontwikkeling Bij dit plan is ten aanzien van landschap rekening gehouden met de ontwikkeldoelen van de streek Achterhoek. Zoals onder ontwikkeldoelen 1, 2, 3 en 6 is benoemd, wordt met het plan voorzien in landschappelijke inpassing welke aansluit bij de kernkwaliteiten, het kleinschalige karakter van groene landschapselementen en de versterking van het coulisselandschap. Tot slot wordt met het plan aan de Gasteveldsdijk 6 te Lievelde een biodynamisch bedrijf versterkt welke bijdraagt aan de economische dynamiek en de identiteit van de Achterhoek. Daarmee past het ook binnen ontwikkeldoel 13. Het plan voldoet derhalve aan de instructieregel ten aanzien van de Gelderse streek Achterhoek (art. 5.34).
3.4.4
Conclusie provinciaal beleid
Het plan is in overeenstemming met de relevante kaders uit het hiervoor omschreven provinciaal beleid.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Woonvisie 2023-2027
Op 4 juli 2023 heeft de gemeenteraad de Woonvisie 2023-2027 voor Oost Gelre vastgesteld. De rijksoverheid heeft de landelijke woondeal vastgesteld. Deze is vertaald in de regionale woonagenda. Hieruit is de lokale woonvisie voor Oost Gelre ontstaan in samenwerking met andere gemeenten in de regio. In deze woonvisie staat hoe in Oost Gelre de lokale uitdagingen op de woningmarkt opgepakt worden. In de woonvisie komen drie ambities naar voren: 1. Meer woningen bouwen Met de Rijksoverheid is afgesproken dat Oost Gelre tenminste 895 woningen gaat bouwen. De ambitie van de gemeente ligt echter hoger, namelijk in 9 jaar 1.265 woningen bouwen. Dat is 140 woningen per jaar. 2. Meer variatie in woningen Er wordt gericht op de bouw van betaalbare woningen. Een derde van de woningen die gebouwd worden zijn bedoeld voor sociale huur. Nog eens een derde bestaat uit betaalbare koopwoningen tot € 355.000. Verder is er aandacht voor woningen die geschikt zijn voor ouderen (traploos,
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde levensloopbestendig) en voor kortere perioden (flexwonen). 3. Duurzaamheid, natuur en klimaat Aansluiting wordt gezocht bij het advies van de Rijksoverheid. Regenwater wordt opgevangen, vastgehouden en afgevoerd. Dat voorkomt droogte en wateroverlast. Hitte wordt beperkt door verharding waar kan te vervangen voor groene oplossingen. Tot slot is er aandacht voor CO2-uitstoot, verduurzaming van bestaande woningen en een combinatie van circulair en natuurinclusief bouwen. Toetsing van de ontwikkeling In onderhavige ontwikkeling wordt een extra bedrijfswoning mogelijk gemaakt. Bedrijfswoningen vallen buiten de scope van de genoemde woonvisie. Wel wordt met het plan aangesloten bij de ambitie ten aanzien van duurzaamheid, natuur en klimaat. Dit is tevens behandeld onder het provinciaal kader in paragraaf 3.4.3. Derhalve kan gesteld worden dat onderhavige ontwikkeling voldoet aan de Woonvisie 2023-2027.
3.5.2
Economische visie 'Economie Voorop!'
Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen.
De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden.
Toetsing van de ontwikkeling Met het plan wordt een tweede bedrijfswoning mogelijk gemaakt, zodat het agrarisch bedrijf ter plaatse voldoende ondersteund kan worden in haar bedrijfsvoering. Daarnaast worden nevenactiviteiten mogelijk gemaakt en bestendigd in de vorm van een kaasmakerij en een B&B. Dit draagt bij aan de economische gezondheid en weerbaarheid van het agrarisch bedrijf. Het plan sluit derhalve aan bij de Economische visie – Economie Voorop!.
3.5.3
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Toetsing van de ontwikkeling Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt de tweede bedrijfswoning getoetst aan het Welstandsbeleid. Zo wordt voldaan aan het Welstandsbeleid Oost Gelre 2017.
3.5.4
Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020
Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt. Toetsing van de ontwikkeling Bij de ontwikkeling zijn geen monumentale of karakteristieke panden betrokken. Het plan past binnen Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020.
3.5.5
Landschapsontwikkelingsplan 'Groen licht voor het Landschap'
Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' In het Visiedeel van het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven dat het plangebied is gelegen in het landschaps-ensemble 'Twintigste-eeuwse ontginningen van Lievelder Veld'. Hierna wordt ingegaan op het landschaps-ensemble.
Twintigste-eeuwse ontginningen van Lievelder Veld Voor dit landschaps-ensemble geldt: "Koppel de ecologische verbindingszones langs bossen, Gasteveldsedijk en de spoorlijn aan groenblauwe dooradering van het cultuurlandschap met 'landweren' en 'broekbossstroken' en
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde 'diekpaden'." Het belangrijkse bodemgebruik is en blijf landbouw. Waar beperkingen gevoeld worden voor de landbouw, moet er ruimte gecreëerd worden via de 'voor-wat-hoort-wat-benadering'. Landgoedontwikkeling en uitbreiding van de woonfunctie moeten niet gestimuleerd worden, maar er is per geval maatwerk mogelijk. Kleinschalige recreatieve ontwikkelingen (gastenkamers, B&B, kamperen) kunnen goed ingepast worden. Zandwegen moeten gehandhaafd worden.
Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling is erop gericht om het aanwezige agrarische bedrijf te versterken in haar bedrijfsvoering. Het voegt een tweede bedrijfswoning toe en verschillende nevenactiviteiten. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van het landschapsensemble. Het landschappelijke inpassingsplan (Bijlage 1) onderbouwt daarnaast verder hoe de ontwikkeling aansluit bij het Landschapsontwikkelingsplan 'Groen licht voor het Landschap'. Overigens wordt hierbij als kanttekening geplaatst dat de op de landschappelijke inpassing vermelde windmolen geen onderdeel is van de inpassing. In een eerder verzoek van initiatiefnemer bestond de wens om hier een windmolen te plaatsen. Naderhand is het verzoek op dit onderdeel aangepast. In de landschappelijke inpassing is de vermelding blijven staan, maar het beplantingsplan geeft hierover niets aan. Het maakt dus als dusdanig geen deel uit van de landschappelijke inpassing zoals bedoeld met het plan.
3.5.6
Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024
Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen.
Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma.
Toetsing van de ontwikkeling In voorliggend geval zijn de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van belang. In paragraaf 4.11 wordt hier nader op ingegaan.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
3.5.7
Beleidsvisie Externe veiligheid
Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.
Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet.
Toetsing van de ontwikkeling In paragraaf 4.9 wordt nader ingegaan op de externe veiligheidsrisico in relatie tot de ontwikkeling.
3.5.8
Geluidbeleid gemeente Oost Gelre
Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van dit beleidsstuk. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.
Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing.
Conclusie Geluidbeleid Oost Gelre In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op het aspect geluidshinder door weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai. In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op milieuhinder, waaronder geluid, van het eigen bedrijf en van omliggende bedrijfsmatige functies (interne en externe werking).
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
3.5.9
Wijzigingsbevoegdheid tweede bedrijfswoning
Binnen het voorheen geldende bestemmingsplan was een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van het toestaan van een tweede bedrijfswoning. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Een voorwaarde is dat is aangetoond dat er sprake is van een noodzakelijk en intensief toezicht gedurende 24 uur per dag dat slechts door twee volwaardige arbeidskrachten kan worden verricht en dat het bedrijf duurzame werkgelegenheid biedt aan twee volwaardige arbeidskrachten. Hieronder wordt onderbouwing gegeven voor de noodzaak van de tweede bedrijfswoning. Naast onderstaande onderbouwing wordt ook verwezen naar het onafhankelijk advies dat hiervoor is uitgevoerd. Deze is bijgevoegd als Bijlage 10 bij deze toelichting.
Specifieke bedrijfssituatie Bij het bedrijf is aangetoond dat er sprake is van plaats voor ten minste twee volwaardige arbeidskrachten. Met name de specifieke bedrijfsvoering is in dit geval reden voor deze conclusie. Het gaat hier om een biodynamisch bedrijf met Demeter-certificering. Dat wil zeggen dat aan de EU-regelgeving voor biologische agrarische bedrijven wordt voldaan én aan aanvullende normen. Deze manier van boeren kent daarom een veel hogere arbeidsintensiteit dan de meeste agrarische bedrijven van soortgelijke omvang. Dit volgt onder andere uit het feit dat de koeien afkalven in de weide te midden van de kudde en doordat geen antibiotica wordt toegepast – beiden vereisten voor de Demeter-certificering. Er is daardoor meer toezicht nodig in het algemeen en meer toezicht nodig buiten de reguliere arbeidstijden.
Arbeidsbehoefte Voor het bepalen van de arbeidsbehoefte van bedrijven zijn er normen opgesteld door het Landbouw Economisch Instituut (LEI). Elke diersoort en elk type landbouw laat zich vertalen in Nederlandse Grootte Eenheden (NGE). De NGE wordt gebruikt voor verschillende doelen, zoals statistieken en bedrijfseconomisch onderzoek. Ook dient het voor heffingen, regelgeving (Laser, Ministerie van LNV, maar ook provincies en gemeenten) en bij de uitvoering van wetgeving. De NGE is een maat waarmee de economische omvang van agrarische activiteiten wordt weergeven. Het gaat in alle gevallen van typeringen en normeringen om algemene benaderingen van agrarische bedrijven. Het zijn slechts indicatoren. Deze gestandaardiseerde vorm van het bepalen van bedrijfsomvang is minder geschikt wanneer een bedrijf niet standaard te werk gaat. Aan de Gasteveldsdijk 6 kan hiervan gesproken worden, aangezien hier sprake is van een volledig biodynamische agrarische bedrijfsvoering. Desalniettemin kan ook hier op basis van de NGE een aantal volwaardige arbeidskrachten worden afgeleid. Er wordt daarbij dus geen rekening gehouden met de exacte bedrijfsvoering, zoals gangbare landbouw/veeteelt of een biodynamische aanpak. Gemiddeld geldt echter dat voor een NGE van circa 48 één volwaardige arbeidskracht staat.
Bij een arbeidsintensiever bedrijf, zoals bij een biodynamische bedrijfsvoering in voorliggend geval, zal de NGE per volwaardige arbeidskracht eerder lager liggen. Voor de Gasteveldsdijk 6 kan de volgende invulling worden gegeven op basis van de dieraantallen: Categorie
Aantal
NGE per eenheid NGE totaal
A1: melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar
65
1,204
78,26
A3: vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
45
0,254
11,43
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Buitengebied herziening Gasteveldsdijk 6 Lievelde
A6: vleesstieren en overig vleesvee van circa 8 tot 24 maanden (roodvleesproductie)
49
0,130
6,37
Varkens: opfokzeugen en -beertjes, 20-50 kg
15
0,058
0,87
E2: legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen
249
0,003
0,747
Totaal:
97,67
Met een totaal NGE van ongeveer 97, kan worden aangegeven dat er, op basis van een gemiddelde NGE per volwaardige arbeidskracht van 48, ruimte is voor 2 volwaardige arbeidskrachten. Dit laat nog buiten beschouwing de biodynamische bedrijfsvoering welke gehanteerd wordt. Ook laat het buiten beschouwing het landbeheer van circa 127 hectare, waarvan een deel gebruikt wordt voor akkerbouw. Hiermee wordt aangetoond dat de noodzakelijkheid van de tweede bedrijfswoning ook op basis van deze methode is aangetoond. Nogmaals wordt hierbij de kanttekening gegeven dat deze benadering achterwege laat de specifieke bedrijfsvoering welke juist hier zorgt voor de noodzakelijkheid van de tweede bedrijfswoning.
Wijzigingsbevoegdheid In het ter plaatse geldende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een tweede bedrijfswoning mogelijk te maken. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Een voorwaarde is dat is aangetoond dat er sprake is van een noodzakelijk en intensief toezicht gedurende 24 uur per dag dat slechts door twee volwaardige arbeidskrachten kan worden verricht en dat het bedrijf duurzame werkgelegenheid biedt aan twee volwaardige arbeidskrachten. Op basis van het hierboven gegeven van deze zienswijzenota is inmiddels aangetoond dat er sprake is van een noodzakelijk en intensief toezicht gedurende 24 uur per dag dat door slechts twee volwaardige arbeidskrachten kan worden verricht. De vereisten vanuit de biodynamische bedrijfsvoering zorgen hiervoor. Er is daarnaast sprake van een duurzame werkgelegenheid die het bedrijf biedt voor twee volwaardige arbeidskrachten. Juist op dit punt heeft het bedrijf in de laatste jaren zich gericht op aanvullende activiteiten om het bedrijf levensvatbaar te houden. Verder zal de tweede bedrijfswoning dienst doen voor de toekomstig bedrijfsopvolger. Daarmee wordt dus tevens bijgedragen aan de levensvatbaarheid en daarmee duurzame werkgelegenheid van het bedrijf.
3.5.10 Conclusie gemeentelijk beleid De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met de relevante gemeentelijke beleidskaders.