bp flierbos toelichting bijlage 2 aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Pierikstraat 11 te Gaanderen ’t Flierbos te Lichtenvoorde Gemeente Doetinchem
Gemeente Oost Gelre
Projectnummer: 3746.01 Datum: 2 november 2023
Inhoudsopgave Algemeen ............................................................................................................... 3 Toetsing ................................................................................................................. 4 2.1
Algemeen ................................................................................................................................................... 4
2.2
De kenmerken van het project ................................................................................................................... 4
2.3
De plaats waar de activiteit wordt verricht ............................................................................................... 5
2.4
De kenmerken van het potentiële effect .................................................................................................... 6
Conclusie ................................................................................................................ 8 Bijlage 1 Ecologisch onderzoek Bijlage 2 Stikstofberekening
2
Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld.
3
Toetsing 2.1
Algemeen Gemeente Oost Gelre is voornemens om fase 3 van de in ontwikkeling zijnde woonwijk Flierbeek te Lichtenvoorde in ontwikkeling te nemen. Deze derde fase betreft het deelgebied 't Flierbos waar de komende jaren circa 70 nieuwe woningen gerealiseerd gaan worden. Het deelgebied 't Flierbos maakt onderdeel uit van de totale ontwikkeling van de woonwijk Flierbeek in Lichtenvoorde. Het plangebied heeft een omvang van circa 4 hectare en de beoogde woningdichtheid betreft 15 tot 16 woningen per hectare. 't Flierbos wordt een duurzame wijk met een divers woonprogramma voor diverse doelgroepen. Voor wat betreft de verkaveling van de wijk, zijn de onderliggende landschapsstructuren van essentieel belang. Binnen het stedenbouwkundig plan moet er veel aandacht zijn voor klimaatadaptatie, natuur inclusief bouwen, biodiversiteit en voedsel. De realisatie van de woningen met bijbehorende buitenruimte en parkeerplaatsen kan worden gekwalificeerd als "de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd.
Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De activiteit valt ruim beneden de gestelde drempelwaarde, waardoor geen sprake is van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit, wanneer deze onder de drempelwaarden zit, daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt, conform de Bijlage III van de Europese Richtlijn, ingegaan op de volgende onderdelen: • de kenmerken van het project; • de plaats waar de activiteit wordt verricht; • de kenmerken van het potentiële effect.
2.2
De kenmerken van het project De ontwikkelingen binnen het plangebied vinden plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Er wordt voorzien in de realisatie van circa 70 woningen met bijbehorende voorzieningen zoals parkeerplaatsen, groenvoorzieningen en openbare ruimte.
4
2.3
De plaats waar de activiteit wordt verricht Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Lichtenvoorde. Het plangebied heeft een omvang van circa 4 hectare en wordt omzoomd door een forse groensingel met bossages en bomen. Hiermee vormt het plangebied als het ware een kamer in het groen. Aan de noordoostzijde van het plangebied ligt de bestaande ontsluitingsweg Het Brook. Verder vormt de Flierbeek aan de noordzijde een duidelijke begrenzing van het plangebied. Voor het overige grenst het plangebied aan agrarische gronden in het buitengebied. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Korenburgerveen, bevindt zich op circa 6 kilometer afstand ten oosten van de onderzoekslocatie. Navolgend is het plangebied ten opzichte van dit Natura 2000-gebied weergegeven (gele pijl).
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000 Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstof-depositie zijn vanwege de voorgenomen woningbouw op voorhand niet uit te sluiten. Om die reden is een stikstofberekening uitgevoerd. De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 500 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie. Het Natuurnetwerk betreft in Gelderland een louter planologische bescherming van de aangewezen gebieden zelf. Aangezien het planvoornemen niet leidt tot een wijziging van de bestemming van het aangrenzende onderdeel van het Natuurnetwerk zijn aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van het GNN of GO niet aan de orde. Navolgend is het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven (gele pijl).
5
Ligging plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland
2.4
De kenmerken van het potentiële effect De omvang van het project ligt ver beneden de voor de m.e.r.-beoordeling gedefinieerde drempelwaarden. In de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk is aangetoond dat voor deze ontwikkeling geen sprake is van negatieve effecten op het milieu. Op grond van de kenmerken van het plan en de ligging, kan de realisatie van de woningen, met bijbehorende ontsluiting, groen en parkeerplaatsen in potentie de volgende milieueffecten hebben: • verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving; • invloed op omliggende beschermde natuurgebieden.
2.4.1
Luchtkwaliteit Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. In dit plan worden in totaal circa 70 nieuwe woningen gerealiseerd. Het initiatief zorgt niet voor een verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving.
2.4.2
Beschermde natuurgebieden Voor het initiatief is door Econsultancy ecologisch onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is ingegaan op de effecten van het voorgenomen initiatief op omliggende beschermde natuurgebied. Het onderzoek is als bijlage 1 bijgevoegd. Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid door de voorgenomen plannen zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet
6
te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn op basis van de voorgenomen ingreep op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof wordt noodzakelijk geacht. Dit kan in eerste instantie worden onderzocht middels een model-berekening (Aerius-calculator). AERIUS-berekening Door NOX Advies is een Aerius-berekening uitgevoerd. Het rapport is als bijlage bij deze notitie gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat de emissie die als gevolg van het plan vrijkomt in zowel de bouwals gebruiksfase leidt tot een depositieresultaat van 0,00 mol N/ha/jaar. Enkele belangrijke worst-case uitgangspunten hierbij zijn dat er geen rekening is gehouden met een referentiesituatie en dat bij de inzet van mobiele werktuigen geen rekening is gehouden met het gebruik van AdBlue. Om die reden zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden uit te sluiten en vormt het plan geen bedreiging voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling is derhalve niet aan de orde. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt buiten de gebieden die behoren tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en buiten de gebieden die behoren tot de Groene Ontwikkelingszone (GO).
Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van het natuurnetwerk zijn in onderhavige situatie niet benodigd. 2.4.3
Overige milieuaspecten Naast voorgenoemde aspecten zijn er in het kader van de ontwikkeling verschillende onderzoeken uitgevoerd naar aspecten die in potentie nadelige milieueffecten kunnen hebben. Dit betreffen de volgende onderzoeken: • Bodemonderzoek • Akoestisch onderzoek • Geur • Bedrijven en milieuzonering Deze onderzoeken zijn allen bijgevoegd aan het bestemmingsplan ‘Flierbeek, fase 3 Flierbos’ welke via www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen is. Uit alle onderzoeken blijkt dat de ontwikkeling niet zorgt voor nadelige milieueffecten.
7
Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Het bestemmingsplan voor de ontwikkelingen in het onderzoeksgebied kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.
8
Bijlage 1 Ecologisch onderzoek
Bijlage 2 Stikstofberekening