CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp flierbos toelichting

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan ‘Flierbeek fase 3, Flierbos’ met bijbehorende grondexploitatie16.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos vastgesteld

22 mei 2024

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

6 6 6 8 9

Hoofdstuk2 Bestaande en toekomstige situatie 2.1 Algemeen 2.2 Bestaande situatie 2.3 Toekomstige situatie

10 10 10 11

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Algemeen 3.2 Internationaal niveau 3.3 Rijksbeleid 3.4 Provinciaal beleid 3.5 Regionaal beleid 3.6 Gemeentelijk beleid

16 16 16 17 18 20 23

Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.3 Bodem 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Geur 4.9 Water 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.11 Ecologie 4.12 Verkeer en parkeren 4.13 Kabels en leidingen 4.14 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

28 28 28 28 29 30 31 33 35 35 37 38 40 41 41

Hoofdstuk5 Juridische planaspecten 5.1 Algemeen 5.2 Dit bestemmingsplan

43 43 44

Hoofdstuk6

46

(vastgesteld)

Procedure

3

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Gemeente Oost Gelre is voornemens om fase 3 van de in ontwikkeling zijnde woonwijk Flierbeek te Lichtenvoorde in ontwikkeling te nemen. Deze derde fase betreft het deelgebied 't Flierbos waar de komende jaren circa 70 nieuwe woningen gerealiseerd gaan worden. Het deelgebied 't Flierbos maakt onderdeel uit van de totale ontwikkeling van de woonwijk Flierbeek in Lichtenvoorde. Het plangebied heeft een omvang van circa 4 hectare en de beoogde woningdichtheid betreft 15 tot 16 woningen per hectare. 't Flierbos wordt een duurzame wijk met een divers woonprogramma voor diverse doelgroepen. Voor wat betreft de verkaveling van de wijk, zijn de onderliggende landschapsstructuren van essentieel belang. Binnen het stedenbouwkundig plan moet er veel aandacht zijn voor klimaatadaptatie, natuur inclusief bouwen, biodiversiteit en voedsel. In de afgelopen periode is de visievorming voor het deelgebied Flierbos in samenspraak met omwonenden doorlopen. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de visie 't Flierbos' van augustus 2021. In een globale stedenbouwkundige visie is het vlekkenplan, alsmede het groen blauwe raamwerk uitgewerkt. Ook is voor het gebied een aantal proefverkavelingen gemaakt en is de groene ambitie voor het plangebied neergezet. Op basis van de visie is uiteindelijk het stedenbouwkundig plan voor de nieuwe woonwijk gemaakt.

Deze wordt behandeld in paragraaf 2.3 van deze plantoelichting. Voor de locatie geldt het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde'. Op basis van dit bestemmingsplan is de locatie bestemd als 'Agrarisch'. Op grond van deze bestemming is de beoogde ontwikkeling niet toegestaan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Onderhavig plan voorziet hierin.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Lichtenvoorde. Het plangebied heeft een omvang van circa 4 hectare en wordt omzoomd door een forse groensingel met bossages en bomen. Hiermee vormt het plangebied als het ware een kamer in het groen. Aan de noordoostzijde van het plangebied ligt de bestaande ontsluitingsweg Het Brook. Verder vormt de Flierbeek aan de noordzijde een duidelijke begrenzing van het plangebied. Voor het overige grenst het plangebied aan agrarische gronden in het buitengebied. Op de navolgende afbeeldingen zijn globaal de ligging en begrenzing van het plangebied met een gele stippellijn weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Globale ligging plangebied

Globale begrenzing plangebied

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied valt onder de werking van het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde', vastgesteld op 8 oktober 2013 door de gemeenteraad van de gemeente Oost Gelre. Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is daarop met een rode stippellijn weergegeven.

Uitsnede geldende bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde'

Op grond van het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde' is aan het plangebied de bestemming 'Agrarisch' toegekend. Volgende de regels, behorende bij de bestemming 'Agrarisch', zijn de gronden bestemd voor weiden voor het (hobbymatig) houden van vee, erven, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, boomgaarden en houtopstanden, telen van gewassen, extensieve dagrecreatie, wegen en paden en het behoud, herstel en ontwikkelen van natuur- en landschapselementen. De bouw van woningen is op basis van de bepalingen van de bestemming 'Agrarisch' niet toegestaan. Op grond van het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie' is, ter bescherming van eventuele archeologische waarden, aan het plangebied tevens de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3' toegekend. Bij het oprichten van bouwwerken groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld dient er een archeologisch rapport te worden overlegd. Voor de gronden binnen het plangebied geldt tevens het bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan parkeren', dat door de raad van de gemeente Oost Gelre is vastgesteld op 5 juni 2018. In het facetbestemmingsplan zijn de gemeentelijke parkeernormen opgenomen en is bepaald dat deze doorwerken in de reeds vastgestelde bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre. In artikel 4 is de regeling voor parkeren opgenomen.

In de regeling wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota van de gemeente Oost Gelre of een rechtsopvolger daarvan. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader. Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. In Hoofdstuk 5 volgen de juridische planaspecten en in Hoofdstuk 6 de gevolgde procedure.

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande en toekomstige situatie

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hierbij wordt als eerste ingegaan op de bestaande situatie in het plangebied, waarna de beoogde ontwikkeling nader toegelicht wordt.

2.2

Bestaande situatie

Het plangebied bestaat uit een agrarisch perceel met een oppervlakte van circa 4 hectare. Het agrarisch perceel wordt groen omzoomd door middel van een stevige groensingel met bossages en bomen. Het plangebied sluit direct aan op de bestaande ontsluitingsweg Het Brook, die op dit moment de overige delen van de woonwijk Flierbeek ontsluit. Aan zowel de noord als noordoost zijde van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van de Flierbeek. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van het plangebied in de huidige situatie.

Bestaande situatie plangebied (vanuit het noordwesten)

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Bestaande situatie plangebied (vanuit het zuidoosten)

2.3

Toekomstige situatie

2.3.1

Algemeen

Zoals aangegeven maakt 't Flierbos onderdeel uit van de totale ontwikkeling van de woonwijk Flierbeek in Lichtenvoorde. Het plangebied betreft de laatste fase van deze ontwikkeling. De woonwijk voorziet in de bouw van circa 70 woningen in een divers woningbouwprogramma. Het plan biedt ruimte aan zowel huur- als koopwoningen. De in totaal 25 huurwoningen zijn voorzien in een centraal wooncluster gegroepeerd rondom een gezamenlijke buitenruimte. Bij de entree van de nieuwe woonwijk wordt voorzien in zogeheten small houses. Hier worden in totaal 12 small houses ontwikkeld in een groene setting aan de rand van de Flierbeek. Verder wordt voorzien in rijenwoningen (10), twee-onder-een-kap woningen (14) en vrijstaande woningen (8) rondom een tweetal woonpleintjes in het noorden en zuiden van het plangebied. Het plangebied kent verder een groene opzet met ruimte voor voedselbosjes, wadi's en overige groenstructuren. Onderstaand is het stedenbouwkundig plan opgenomen. In Bijlage 1 is het beeldkwaliteitplan voor het plangebied opgenomen.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Stedenbouwkundig plan woonwijk 't Flierbos

2.3.2

Stedenbouwkundige opzet

Het plangebied zal het bestaande perceel veranderen in een klimaatrobuuste woonwijk met een gevarieerd woningaanbod, zowel in programma als in woningtypologie. Er is ruimte voor bijzondere woonvormen en experimentele architectuur. In de openbare ruimte ligt er een speciaal accent op de voedselproductie. De ontsluiting van het gebied ligt in de noordelijke punt en sluit aan op Het Brook, de wijkontsluitingsweg. De hoofdontsluiting heeft een L vorm en ontsluit de verschillende deelgebieden. Centraal in het plangebied ligt een woonhof met daarom heen in de randen bebouwing in een lagere dichtheid. Tussen de woongebieden liggen brede groenstructuren die op verschillende wijze zijn ingericht. Het aandeel verharding wordt zoveel mogelijk beperkt. Parkeren wordt waar mogelijk op eigen erf opgevangen en geclusterd in parkeerkoffers. Verharding bestaat voor een belangrijk deel uit waterpasserende verharding of natuurlijke halfverharding. In het plangebied zijn drie deelgebieden te onderscheiden. Langs de noordelijke en zuidelijke rand liggen woning in een losse setting. Dit betreft het deelgebied 'Groene rand'. Centraal in het gebied ligt een woonhof met sociale huurwoningen. Deelgebied 'Het woonhof'. De woningen hebben een bredere beukmaat waardoor deze levensloopbestendig kunnen worden ingericht. De woningen hebben een privé terras en een gezamenlijke tuin in het midden.

Bergingen en eventuele overige gemeenschappelijke voorzieningen worden geclusterd in een apart gebouw. 12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Langs de noord-oostelijke rand, parallel aan de Flierbeek met aangrenzende wadi ligt een zone waarin small houses komen. Dit betreft het deelgebied 'Small Houses'. De Flierbeek vormt samen met bijbehorende groenstructuur de noordelijke rand. De zuidelijke rand wordt eveneens gevormd door een dichte groenstructuur. Opgaande bomen en heester maken een dichte groene rand rondom de nieuwe woonwijk Flierbos en daarmee een robuuste omkadering. Het vroegere landschap werd hier altijd gekenmerkt door veel, dichte en opgaande groenstructuren. 2.3.3

Groenblauwe structuur

De basis van de groenblauwe structuur wordt gevormd door de bestaande structuur van houtstructuren. Binnen het plan zullen de bestaande houtstructuren behouden blijven (en verstevigd), om zo een groene zoom te vormen aan de buitenkanten van het plangebied. Aan de binnenkant van deze zoom worden diverse bomen toegevoegd, volgens het principe dat aan de randen de dichtere bosschages staan en naar het midden toe kleinere boomgroepen en solitaire bomen.

Groenblauwe structuur plangebied

De groenstructuur wordt ingericht volgens de principes van een gelaagd voedselbos, waarbij er tenminste sprake is van een kruinlaag, tussenlaag, struiklaag, kruidlaag en bodembedekkers. Deze lagen worden ten behoeve van de ecologische, recreatieve en educatieve waarde uitgebreid met een 'sociale' laag. In iedere laag dienen diverse, aan elkaar complementaire voedselproducerende soorten aanwezig te zijn. De waterstructuur voorziet in de retentiebehoefte door water vertraagd af te voeren en in de bodem te infiltereren. Om dit te realiseren is gekozen voor een combinatie van waterberging op eigen perceel, de aanleg van ecologische wadi's en het bergen van water onder het cunet van de hoofdontsluitingswegen en parkeerplaatsen. 2.3.4

Woningbouwprogramma

Het programma bestaat uit een combinatie van verschillende woonconcepten. In totaal zijn 69 woningen voorzien.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Woningbouwporgramma Flierbos

In deelgebied 1, welke is gelegen aan de zuidwestelijke zijde van het plangebied, worden met name grondgebonden woningen op eigen perceel ontwikkeld. Hier komen zowel vrijstaande, twee-onder-een kap en rijwoningen voor. Deelgebied 2 centraal gelegen in het plangebied bestaat uit rijwoningen rond een gezamenlijk hof. Aan de binnenzijde van het hof hebben bewoners zowel een privé buitenruimte als een gedeelde groene binnentuin. Het hof bestaat uit sociale huurwoningen Deelgebied 3 vormt een strook van 'small houses', welke in clusters georienteerd staan om zo woongemeenschappen te vormen rondom gedeelde voorzieningen in de buitenruimte. Dit concept heeft een speciale focus op betaalbaar wonen in het groen, waardoor de private buitenruimte is teruggebracht tot een overkapt vlonderdek aan de woning. Met behulp van gedeelde voorzieningen wordt sociale cohesie in de woongemeenschappen gefaciliteerd. 2.3.5

Verkeersstructuur

De ontsluiting van het gebied vindt plaats via de noordwestzijde van het gebied, via de aansluiting op de straat 'het Brook', welke reeds de hoofdontsluitingsroute van de gerealiseerde wijk Flierbeek (fase 1,2) vormt. Na binnenkomst in het plangebied buigt de hoofdroute af in zuidoostelijke richting en vormt de grens tussen deelgebied 2 en 3. De route eindigt in een parkeergebied. Haaks op de hoofdroute bevinden zich twee inprikkers, welke toegang geven tot groene parkeerhoven in deelgebied 1. Verder zijn er achter de bebouwing van deelgebied 1 twee parkeerhoven gerealiseerd aan de noordwestelijke en zuidoostelijke buitengrens van het plan. De vrijstaande woningen en tweekappers binnen deelgebied 1 krijgen twee parkeerplaatsen op eigen erf. De bewoners van overige typologieën parkeren op geclusterde groene parkeererven, welke te vinden zijn aan de uiteinden van de ontsluitingsroutes. Er wordt voorzien in voldoende laadpalen tbv elektrisch rijden. In overleg met toekomstig bewoners wordt het gebruik van deelauoto's onderzocht.

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

2.3.6

Beeldkwaliteit

Ten behoeve van de ontwikkeling van het plangeied is een beeldkwaliteitplan opgesteld, welke als Bijlage 1 bij dit bestemmingsplan is gevoegd. Het beeldkwaliteitplan gaat in algemene criteria in op de gewenste beeldkwaliteit in het gebeid. Vervolgens wordt voor een drietal deelgebieden specifieke kwaliteitseisen gesteld. Dit betreft de deelgebieden 'groene rand', 'het woonhof' en 'small houses'. Ieder deelgebied kent zijn eigen kwaliteitseisen waaraan aanvragen om omgevingsvergunningen worden getoetst. Ook zijn eisen opgenomen ten aanzien van de openbare ruimte, de groene randen, maar ook de erfafscheidingen die het privé bezit van toekomstige bewoners en de openbare ruimte duiden. Voor de inhoudelijke criteria wordt verwezen naar het beeldkwaliteitplan.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Algemeen

In deze paragraaf wordt een analyse gegeven van het relevante beleidskader. De beleidsnota's die direct of indirect doorwerken in voorliggend bestemmingsplan, worden in deze paragraaf behandeld. Er wordt ingegaan op het geldende relevante beleid op internationaal, rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende beleidsnota's, alsmede de consequenties voor het voorliggende plan.

3.2

Internationaal niveau

Vogelrichtlijn De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.

Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijn De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. Het Verdrag van Valletta (Malta) Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel.

Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen.

3.3

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en gezonder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, electriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken.

De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing rijksbeleid Onderhavige ontwikkeling betreft een uitbreiding van het aantal woningen als derde fase van de woonwijk Flierbeek. In het plangebied worden circa 70 nieuwe woningen gerealiseerd. Dit in de vorm van huur- en koopwoningen bestaande uit vrijstaande, twee aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen. Ook wordt voorzien in een twaalftal small houses. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, waarbij het gaat om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Nu het een woningbouwlocatie

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos betreft met een omvang van circa 70 woningen is hier sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarop de ladder van toepassing is. Met het plan is sprake van een toename van circa 70 woningen. Binnen het kader van het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid levert het initiatief een significante bijdrage aan het bereiken van de doelstelling over het toevoegen van deze type woningen. Voor de toetsing aan de diverse beleidskader op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau wordt verwezen naar paragraaf 3.4, 3.5 en 3.6. De ontwikkeling voldoet vooral aan de provinciale, regionale en gemeentelijke kwalitatieve behoefte door het toevoegen van geschikte woningen voor verschillende type doelgroepen. Dit initiatief levert een waardevolle bijdrage aan het toevoegen van woningen in verschillende prijsklassen. Met dit woningbouwprogramma wordt woonruimte gecreëerd die aantrekkelijk is voor starters, maar ook voor senioren die op zoek zijn naar een levensloopbestendige woning. Geconcludeerd kan worden dat met het initiatief gelegen in bestaand stedelijk gebied wordt voorzien in zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan woningen binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de (her)ontwikkellocatie. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro).

3.4

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit bestemmingsplan zijn de ambities voor klimaatadaptatie en het woon- en leefklimaat van toepassing. Woon- en leefklimaat Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen.

In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Klimaatadaptatie Het klimaat is merkbaar aan het veranderen, waarbij hoosbuien, extreme hitte en langdurige droogte hierbij goede voorbeelden van zijn. Provincie Gelderland wil zich voorbereiden op het veranderende

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos klimaat door in te zetten op het tegengaan van de bijbehorende risico's en gevaren. Dit heeft prioriteit: In 2050 wil Gelderland optimaal beschermd zijn en kunnen meebewegen met het veranderend klimaat. De provincie Gelderland werkt hierbij vooral vanuit haar betrokkenheid bij waterveiligheid, waterkwaliteit, bodem en natuur. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de variatie van de Gelderse streken. De provincie Gelderland wil met haar partners verder kijken. Bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving nemen we de gevolgen van het veranderende klimaat mee en maken afspraken over hoe met de risico's om te gaan. Klimaatbestendig werken is daarbij voor de provincie Gelderland een logische voorwaarde als er samengewerkt wordt met anderen. Verschillende ontwikkelingen binnen toerisme en recreatie horen hier ook bij. Deze ontwikkelen wil de provincie Gelderland benutten. Hierbij is het van belang dat de ontwikkelingen passen bij de Gelderse kwaliteiten. De provincie streeft naar een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid zodat Gelderland versterkt wordt voor nu en in de toekomst. Omgevingsverordening De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert.

De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'wonen' en 'klimaatadaptatie' relevant. Wonen, instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda (art.

2.2) In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woningen alleen mogelijk zijn als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Instructieregel klimaatadaptie (art. 2.65b) De provinciale omgevingsverordening die op 1 februari 2022 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte.

Voor de beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Toetsing provinciaal beleid Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van circa 70 woningen waarvan 1/3 goedkoop, 1/3 betaalbaar en 1/3 duur. Er worden daarmee verschillende type woningen aangeboden in verschillende prijsklasses, waaronder betaalbare woningen, waardoor er voor alle doelgroepen woningen gerealiseerd

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos worden. Met het initiatief wordt voorzien in een actuele behoefte aan woningen in Lichtenvoorde. De regionale woonagenda wordt behandeld in paragraaf 3.5. Daar is onderbouwd hoe voorliggend plan voldoet aan de regionale woonagenda, waarmee het plan derhalve voldoet aan de instructieregel uit artikel 2.2 lid 1 van de provinciale omgevingsverordening. Op basis van de klimaatatlas gemeente Oost Gelre is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het plangebied geen plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui. Daarnaast wordt er in paragraaf 4.9 uitgebreid ingegaan op het aspect water en hoe om te gaan met eventuele wateroverlast. Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het plangebied normaal zal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige onbebouwde situatie. De geplande nieuwbouwwoningen zijn goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode.

In het plangebied is sprake van woningen in een uitermate groene setting, waarmee hittestress niet aannemelijk is. Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf zoals dat in feite in de huidige (onbebouwde) situatie ook zo is. Het plangebied ligt in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. In het plangebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming. De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er een watergang in eigendom van het waterschap Rijn en IJssel is gelegen langs het plangebied. De dimensionering van deze watergang is dermate groot dat overstroming van het plangebied vanuit deze watergang geen risico vormt. Overleg waterschap.

De plannen zijn voor overleg gestuurd naar Waterschap Rijn en IJssel. Voor het plangebied is een waterhuishoudkundige analyse uitgevoerd met daarin opgenomen de digitale watertoets. Gezien de resultaten van onderhavige analyse worden er met de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied geen negatieve gevolgen verwacht voor de waterhuishouding ter plaatse. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om hemelwater te kunnen bergen. Wel dient het hemelwatersysteem bij civiele inrichting van het plangebied in een latere fase verder gedimensioneerd te worden waarbij afstemming met het waterschap zal plaatsvinden. Er hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de provinciale Omgevingsvisie en de regels op het gebied van 'wonen' en 'klimaatadaptatie'. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het provinciaal beleid. Conclusie Provinciaal beleid Het plan is in overeenstemming met de relevante kaders uit het hiervoor omschreven provinciaal beleid.

3.5

Regionaal beleid

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, zoals: energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening; en de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en ter recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten.

Als regionale speerpunten worden genoemd: omgaan met de krimp (bevolkingsdaling), externe relaties, veranderingen in het landelijk gebied, en overstap naar duurzame energie. Toetsing Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Vooral hierom is er behoefte aan extra woningen. Voorliggend plan ziet toe op de afronding van een woningbouwgebied en voorziet in aantrekkelijk nieuw woongebied, met een divers woonprogramma dat voorziet in woningen voor zowel starters als senioren. De ontwikkeling past binnen de regionale structuurvisie. Zo is er in onderhavig plan sprake van een plan wat bijdraagt aan vitale kernen en het toevoegen van kwaliteit in de regio. Door het realiseren van verschillende woningtypes, zowel (sociale)huur als koop is het voor de doelgroep mogelijk zich in de Achterhoek te vestigen. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012. Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 Op 4 maart 2023 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de Regionale woonagenda Achterhoek 2023 2030 ('Goed wonen in een vitale regio') vastgesteld als opvolger van de Regionale woonagenda 2015 2025.

De directe aanleiding hiervoor zijn de veranderingen op de woningmarkt, in woonbehoeftes en de wens om wonen meer dan voorheen te bezien als een integrale gebiedsopgave. De vorige regionale woonagenda (2015) ging uit van een krimpscenario. De bevolking in de Achterhoek neemt inmiddels toe en ook de woonbehoeftes veranderen. Er komen meer ouderen, kleine huishoudens en starters vinden moeilijk een plek op de woningmarkt. Alle reden om het bestaande beleid op wonen te actualiseren en doelstellingen aan te passen. In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren. Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit onze regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naar de Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen. Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen, en inwoners behorend tot de bijzondere aandachtsgroepen. Dit vraagt om een passend woningaanbod, waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar moet zijn zowel in het koop- als in het huursegment. Deze nieuwe agenda kent vier programmalijnen: Vergroten woningvoorraad en versnelling productie De ambitie is om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wil de regio haar woningvoorraad flink en versneld uitbreiden.

Het streven is om 1.200 woningen per jaar te realiseren. De gemeenten, de provincie en het Rijk maken in de Regionale Woondeal onder voorwaarden afspraken om tot en met 2030 in ieder geval 8.390 woningen te bouwen in de Achterhoek. Investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos De ambitie is om zoveel mogelijk woningen kwalitatief en energetisch te verbeteren. Met verbeteren wordt verduurzamen, levensloopbestendig maken en/of herstructurering bedoeld. De Achterhoek, een plek voor iedereen Er wordt fors geïnvesteerd in een toename van betaalbare woningen. Hiermee wordt ingezet op een evenwichtig woningaanbod in de regio. De Achterhoekse gemeenten geven elkaar de ruimte om te bouwen passend bij de lokale behoefte, tegelijkertijd wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid genomen om de extra vraag van jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen te kunnen beantwoorden. Er wordt daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij de ambities van het Rijk om tot en met 2030 tweederde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. Daarbij wordt het volgende nieuwbouwprogramma gehanteerd bij projecten van twintig of meer woningen: 28% sociale huur, 32% betaalbare koop tot € 355.000,- (prijspeil 2022) en middenhuur (tot € 1.000,- per maand of minder). Voor starters ligt de betaalbaarheidsgrens vast op maximaal € 250.000,- (prijspeil 2022). Bij minder dan twintig woningen vindt maatwerk plaats, met inachtneming van de gewenste kwaliteit zoals opgenomen in de regionale woonagenda. Elke gemeente is verantwoordelijk dat over het gemeentelijk totaal de verdeling in betaalbaarheid gehaald wordt.

Wonen als integrale gebiedsopgave Vanuit de regionale woonagenda worden regionale woonstrategieën benoemd. Woonstrategieën zijn regionale aanpakken om op integrale wijze invulling te geven aan de woningbouw en transformatieopgaven in alle Achterhoekse gemeenten, passend bij de gebiedseigen opgaven en context. Het gaat daarbij om de volgende woonstrategieën: a. Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten; b. Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; c. Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteitsknooppunten; d. Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied. Toetsing Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 Het plan voorziet in de bouw van circa 70 woningen in een divers woonprogramma voldoet daarmee aan het nieuwbouwprogramma uit de regionale woonagenda. Het aanbod aan woningen is voor verschillende doelgroepen bedoeld (starters, doorstromers en senioren). Daarmee wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de Regionale woonagenda 2023-2030. De woningen worden opgedeeld in zes categorieën, namelijk:

Met het plan wordt voor meer dan 1/3 deel voorzien in een woonprogramma in de sociale huur. Verder is 32% van de woningen voorzien in de betaalbare koop tot maximaal € 355.000,00. het overige woonprogramma, te weten twee-onder-een-kap woningen en vrijstaande woningen is voorzien in de dure koop. Hiermee voldoet het plan aan de regionale woonagenda. Conclusie Regionaal beleid Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 en aan de Regionale woonagenda 2023-2030.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

3.6

Gemeentelijk beleid

Woonvisie 2023-2027 Op 4 juli 2023 heeft de gemeenteraad de Woonvisie 2023-2027 voor Oost Gelre vastgesteld. De rijksoverheid heeft de landelijke woondeal vastgesteld. Deze is vertaald in de regionale woonagenda. Hieruit is de lokale woonvisie voor Oost Gelre ontstaan in samenwerking met andere gemeenten in de regio. In deze woonvisie staat hoe in Oost Gelre de lokale uitdagingen op de woningmarkt opgepakt worden. In de woonvisie komen drie ambities naar voren: Meer woningen bouwen Met de Rijksoverheid is afgesproken dat Oost Gelre tenminste 895 woningen gaat bouwen. De ambitie van de gemeente ligt echter hoger, namelijk in 9 jaar 1.265 woningen bouwen. Dat is 140 woningen per jaar. Meer variatie in woningen Er wordt gericht op de bouw van betaalbare woningen. Een derde van de woningen die gebouwd worden zijn bedoeld voor sociale huur. Nog eens een derde bestaat uit betaalbare koopwoningen tot € 355.000. Verder is er aandacht voor woningen die geschikt zijn voor ouderen (traploos, levensloopbestendig) en voor kortere perioden (flexwonen). Duurzaamheid, natuur en klimaat Aansluiting wordt gezocht bij het advies van de Rijksoverheid. Regenwater wordt opgevangen, vastgehouden en afgevoerd. Dat voorkomt droogte en wateroverlast. Hitte wordt beperkt door verharding waar kan te vervangen voor groene oplossingen.

Tot slot is er aandacht voor CO2 uitstoot, verduurzaming van bestaande woningen en een combinatie van circulair en natuurinclusief bouwen. Toetsing Woonvisie 2023-2027 Het plan voorziet in het bouwen van meer woningen op een duurzame, klimaatbestendige manier. Het plan voorziet in een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen. In bijlage 7 van de woonvisie is de planvoorraad van de gemeente opgenomen. Het voorliggende plan is in die voorraad meegenomen. Daarin is opgenomen dat met het plan circa 70 woningen worden gebouwd. Het huidig aantal woningen is wat lager, als gevolg van aanpassingen in het woonprogramma om te kunnen voldoen aan de recente afspraken van de regionale woonagenda. Het plan 't Flierbos voorziet in verschillende typen woningen in verschillende prijsklassen. Naast koopwoningen zijn ook sociale huurwoningen opgenomen. Het plan maakt onderdeel uit van het totale woningbouwprogramma in Oost-Gelre. Hiermee wordt geconcludeerd dat voorliggend plan past in de algehele planvoorraad en ambities van de Woonvisie 2023-2027.

WelstandsbeleidOost Gelre 2017 Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Toetsing Welstandsbeleid Oost Gelre 2017 Bij de aanvraag omgevingsvergunning worden de woningen getoetst aan het Welstandsbeleid. Zo wordt voldaan aan het Welstandsbeleid Oost Gelre 2017.

Geluidsbeleid gemeente Oost Gelre Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van dit beleidsstuk. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypen (agrarisch en tankstations) als uitzondering.

Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. Toetsing In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op het aspect geluidshinder door weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op milieuhinder, waaronder geluid, van omliggende bedrijfsmatige functies.

Beleidsvisie Externe veiligheid Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. Toetsing In paragraaf 4.6 wordt er ten aanzien van voorgenomen ontwikkeling nader ingegaan op het aspect

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos externe veiligheid.

Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024 Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen.

Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Toetsing In paragraaf 4.12 wordt er ten aanzien van voorgenomen ontwikkeling nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren.

Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2021-2024 In 2016 hebben de gemeenten Aalten, Winterswijk en Oost Gelre gezamenlijk hun erfgoedbeleid vastgesteld voor de periode 2017 tot en met 2020. Met dit erfgoedbeleid 'Wi-j doet ’t samen' hebben de gemeenten een basis gelegd voor een samenwerking op dit beleidsveld. De samenwerking tussen de 3 gemeenten is goed bevallen en gezamenlijk hebben ze in de afgelopen periode een aantal mooie projecten opgestart. Ook was er voldoende ruimte om lokale projecten uit te voeren. De samenwerking willen de gemeenten met het nieuwe erfgoedbeleid graag voortzetten met de beleidsnota 'Wi-j Doet ’t samen Erfgoednota Oost Achterhoek 2021-2024'. Doel van het vaststellen van ambities voor de instandhouding en ontwikkeling van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt. Vanuit de inbreng van vele samenwerkingspartners zijn in 2017 vier ambities vastgesteld. Deze ambities blijken bij de evaluatie maar ook tijdens de Erfgoeddag 2020 goed aan te sluiten bij de wensen van vele eigenaren, gebruikers en partners. Ze geven houvast en het merendeel van onze projecten geeft invulling aan verschillende de ambities.

Daarom blijft de inzet gericht op: Samen werken aan en met Erfgoed Duurzame instandhouding Erfgoed Identiteit benutten voor de beleving van Erfgoed Kennis vergroten en delen, inspiratie voor jong en oud Toetsing Er is geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied. Er wordt dan ook geen monumentale en/of karakteristieke bebouwing gesloopt. In paragraaf 4.10 wordt er ten aanzien van voorgenomen ontwikkeling nader ingegaan op het aspect erfgoed.

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Economische visie - Economie Voorop! Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van de gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden opgepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers.

De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen. De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden. Toetsing Voorliggend plan biedt ruimte aan circa 70 nieuwe woningen. Met de komst van nieuwe woningen zal het aantal inwoners van de gemeente verder toenemen, hetgeen de lokale economie te goede komt. Ook de uitgifte van bouwrijpe kavels draagt bij aan economische positie van de gemeente. Een nadere onderbouwing op economisch vlak is verder niet noodzakelijk.

Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap' Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' Toetsing Voorliggend plan ligt in het landschapsensemble 'Het dorp Lichtenvoorde'. Hierbij geldt het motto: vang de dynamiek in de dorpsranden op door elke ingreep in het landschap te verevenen met een kwaliteitsverbetering op de plek en de omgeving daarvan. Op te poetsen parels: golvende hellingen van de plateaurand met uitzichtpunten de Hofbeek; de elzensingels in de westelijke ontginningen; plekken om te verpozen eventueel met bankjes; verschraalde bermen bij erf en typerende beplantingen.

Te behouden en stimuleren landschapselementen: hamelanen en vraaghagen op de hellingen; boerenlanen in landgoederen; losse lanen met menging van eik en berk, zwarte els (nat) en es. Soms ook populier en wilg; diekpaden in de broekontginning: elzensingels, soms met pad; overlopers in het westen kunnen bestaan uit openbare stroken langs kavelgrenzen met daarin elzensingels, elzenbroek of berkensingel, ook toe te pasen als beekbegeleidende beplanting. Er wordt gekozen voor een groene inrichting van het plangebied. Dit zal op een landschappelijke manier

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos worden gedaan. Natuurlijke wadi's worden gecombineerd met bossages en verspreid enkele voedselbosjes die zorgen voor diverse biotopen. Nestkasten worden in de gebouwen opgenomen waarmee het plan natuurinclusief wordt. De parkeervoorzieningen wordt ook maximaal vergroend. Hagen zullen de parkeervelden afkaderen en de parkeerplaatsen zelf zullen in halfverhardingen uitgevoerd worden om extra infiltratie mogelijk te maken.

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Flierbeek, fase 3 Flierbos

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt getoetst in hoeverre deze ontwikkeling haalbaar is in het kader van milieu- en omgevingsaspecten.

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Algemeen Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is verplicht voor besluiten van de overheid over initiatieven van particulieren of marktpartijen, zoals bij de bouw van woonwijken, de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen. Een m.e.r. kan ook verplicht zijn voor plannen van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit Milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). De voornoemde drempelwaarden hebben een indicatief karakter, hetgeen inhoudt dat ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden een (vormvrije) beoordeling dient plaats te vinden of het planvoornemen kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen. Deze beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

Hierin worden drie hoofdthema's genoemd 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten': kenmerk van het project; plaats van het project; kenmerken van het potentiële effect. Toetsing Voor de activiteiten en functies die onderhavig bestemmingsplan mogelijk maakt geldt geen directe MER-plicht. Wel geldt er een m.e.r.-beoordelingsplicht, maar omdat de activiteit onder de relevante drempelwaarde blijft, is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat er een vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure doorlopen moet worden. Om die reden is een Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Op basis van deze aanmeldnotitie wordt geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen, risico's of negatieve effecten voor gevoelige gebieden te verwachten zijn. Er kan daarom worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapportage. Conclusie Het bestemmingsplan kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14310762/1