CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp dorpsstraat ong zieuwent toelichting

Raadscommissie 4 oktober 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent’16.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 250 m2. Er wordt op het perceel een bouwvlak verbeeld met een oppervlakte van 160 m2. Hierbinnen zal de woning worden gerealiseerd. Daarnaast is het mogelijk om bij de woning een bijbehorend bouwwerk te realsieren van 70 m2. Tezamen wordt hiermee de oppervlakte van 250 m2 niet overschreden. Een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2 Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 50 m2. Een klein deel van het beoogde perceel zal komen te liggen in deze dubbelbestemming. Op dit deel van het perceel zullen geen bouwwerkzaamheden en dus ook geen grondwerkzaamheden plaatsvinden. Ook hiervoor is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Wettelijke meldingsplicht In de Erfgoedwet is in artikel 5.10 en 5.11 de wettelijke meldingsplicht beschreven. Dit is om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: 'Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister'. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Oost Gelre hiervan per direct in kennis te stellen.

Conclusie archeologie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel geldt de algehele zorgplicht waarin wordt aangegeven dat bij toevalsvondsten het bevoegd gezag op de hoogte moet worden gesteld.

Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). De intentie van het bevoegd gezag is gericht op behoud van bestaande traditionele boerderijen. Het betreft hier nieuwbouw van een vrijstaande woning. Conclusie cultuurhistorie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent

4.3

Water

Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.

De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen).

Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld. Het bestemmingsplan legt voornamelijk de bestaande legale situatie vast, hierdoor zijn een aantal thema's minder relevant.

Thema

30

Toetsvraag

Relevant

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent

Hoofdthema's Veiligheid

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale Nee waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

Riolering afvalwaterketen

Nee

en 1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?

Ja

2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en Nee IJssel? 3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie Nee van het waterschap? Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is sprake van toename van verhard oppervlak?

Ja

2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 3. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen Nee gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes? Grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of Nee IJssel?

Oppervlaktewaterkwaliteit

3. Is in het plangebied sprake van kwel?

Nee

4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?

Nee

1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater Nee geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee

3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een strategisch Nee actiegebied? Grondwaterkwaliteit

1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking?

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Nee gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich of komen er functies in of nabij het plangebied die Nee milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?

een

hydrologisch Nee

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische Nee verbindingzone? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor Nee natte landnatuur?

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Nee of beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Nee

Aandachtsthema's

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent

Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?

Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's

De met 'ja' beantwoorde vragen zijn hieronder nader uitgewerkt. Riolering en Afvalwaterketen Een toename van het afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie dienen de toename te kunnen verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Voor onderhoud aan het persleidingenstelsel is bereikbaarheid van de leiding noodzakelijk. Tot slot mogen in de milieuzone van de RWZI geen hindergevoelige functies worden opgenomen. In de Dorpsstraat is riolering aanwezig. De bestaande woning wordt hierop aangesloten. De dimensionering van de riolering is dusdanig groot dat het afvalwater dat afkomstig is van de te realiseren woning, op dit riool geloosd mag worden.

Wateroverlast (oppervlaktewater) Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe met ongeveer 300 m2 (woonhuis met bijbehorend bouwwerk en straatwerk). Om wateroverlast, kwantitatief en kwalitatief, nu en in de toekomst te voorkomen wordt het regenwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen - afvoeren behandeld. Het hemelwater wordt ter plekke geïnfiltreerd in de bodem.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Geluid

Wettelijk kader In het kader van de Wet geluidhinder is bij de wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Naast het wettelijk kader van de Wet geluidhinder moet ook een afweging gemaakt worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Verkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs wegen geluidszones. In buitenstedelijk gebied geldt voor wegen, bestaande uit vijf of meer rijstroken een zone van 600 m, voor drie of vier rijstroken een zone van 400 m en voor wegen bestaande uit één of twee rijstroken een zone van 250 m, gemeten vanuit de as van de weg. Voor wegen binnen de bebouwde kom geldt een zone van 200 m. Binnen de zone moet in het geval van een nieuwe situatie met een geluidsgevoelige bestemming onderzoek worden verricht naar de optredende geluidsbelasting. Een aantal wegen heeft geen zone, te weten: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; 32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De nieuw te bouwen woning komt te liggen aan de Dorpsstraat een weg binnen de bebouwde kom van Zieuwent. Hiervoor geldt dus een zone van 200 m. De maximum snelheid op deze weg bedraagt echter 30 km/uur waardoor de genoemde zone komt te vervallen. Een onderzoek naar de optredende geluidsbelasting van het wegverkeer is dan ook niet noodzakelijk. Om toch een indicatie te krijgen naar de geluidsbelasting op de gevel van de woning, afkomstig van het wegverkeer, is er door Sain milieuadvies een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in een onderzoeksrapport met nummer 2022-3019, d.d. 21 maart 2022, welke als bijlage is bijgevoegd. Dit akoestisch onderzoek is beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Zij hebben hierop een advies uitgebracht die is verwoord in een vooradvies met nummer 2022EA0550, d.d. 19 mei 2022, welke als bijlage is bijgevoegd. De ODA geeft aan dat het rapport voldoende representatief en betrouwbaar is. Wel wordt geadviseerd om, overeenkomstig het rapport, de woning 1 meter op te schuiven. Hierdoor zal de woning op ongeveer 15 m van de middenas van de Dorpsstraat komen te liggen. Hiermee kan een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woning worden gewaarborgd.

Industrielawaai In de directe omgeving van het plangebied, waarop de nieuwe woning gebouwd zal worden, is geen industrieterrein aanwezig. Wel vindt er op het tegenovergelegen perceel aan Dorpsstraat 103 nog bedrijfsmatige activiteiten plaats. Hier zijn, ingevolge het geldende bestemmingsplan 'Kern Zieuwent 2015', tot maximaal categorie 2 bedrijven toegestaan. Om geen geluidsoverlast van deze bedrijvigheid te ondervinden zijn, ingevolge de brochure 'Bedrijven en milieuzonering', minimale afstanden aangegeven. In paragraaf 4.8 is dit nader omschreven. Ook in de directe nabijheid van het perceel is de basisschool gelegen. Ook deze is in paragraaf 4.8 nader beschreven.

Railverkeerlawaai Railverkeerlawaai is niet van toepassing op dit plangebied nu er geen spoorlijn in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig zijn.

Conclusie Door het bouwvlak waarbinnen de gewenste vrijstaande woning kan worden gerealiseerd dient 1 m naar achteren te worden opgeschoven. Hiermee wordt dan voldaan aan de voorkeursgrenswaarde op de gevel van de woning. Een goed woon- en leefklimaat in de woning kan hiermee worden gegarandeerd.

4.5

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben. Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van Infrastructuur en Milieu ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In 2015 is door Infomil een onderzoek uitgevoerd naar de verhouding tussen de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht. Uit de resultaten hiervan blijkt dat de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht sterk samenhangen. Op basis hiervan merkt Infomil op dat "wanneer wordt voldaan aan de maatgevende grenswaarde voor PM10, vrijwel altijd wordt voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5".

Voor woningbouwlocaties is een nibm-grens opgenomen van 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersdeling. Een project dat kleiner is dan deze grenzen, is in beginsel 'niet in betekenende mate'.

Situatie plangebied Het plan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van een nieuwe woning. Het blijft daarmee ruimschoots onder de nibm-grens van 1.500 woningen en kan als 'niet in betekenende mate' van invloed op de luchtkwaliteit worden beschouwd. Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, dient ook te worden bezien of de luchtkwaliteit in het projectgebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woonklimaat worden overschreden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland 2011. De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor ruimtelijke plannen zijn stikstofoxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Getoetst dient te worden aan de norm voor NO2 per 1 januari 2015. Vanaf die datum moet blijvend aan de norm van NO2 worden voldaan. Per 21 juni 2011 moet aan de grenswaarden voor fijn stof worden voldaan. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten blijkt dat in het plangebied de achtergrondniveaus voor NO2, PM10 en PM2,5 in zowel 2011, 2015 als 2020 onder de grenswaarden liggen.

Conclusie Het plan moet worden beschouwd als een nibm-project. Uit de achtergrondniveaus blijkt dat deze onder de wettelijke normen blijven. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

4.6

Natuurwaarden

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Natuurwaarden De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘opzettelijk beschadigen en vernielen van de rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Beschermde

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Voor beschermde soorten waarvoor die vrijstelling niet geldt, is een ontheffing vereist om ze te mogen verwonden en doden en om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te beschadigen en te vernielen. Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen schaduwwerking kent. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen Natura2000-gebied en het plangebied, is een negatief effect Natura2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, uitgesloten. Het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, vleermuis- , amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats. Voor de grondgebonden zoogdiersoorten, die mogelijk een rusten/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties'.

Grondgebonden zoogdieren mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Het aantasten van de functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied voorkomende vogel- , amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten, leidt niet tot wettelijke consequenties. Conclusie natuurwaarden Het perceel is in gebruik als grasland. Dit grasland wordt met regelmaat gemaaid en/of beweid door rundvee. Hierbij kan dan ook worden geconcluderd dat, als er geen beschermde dieren verwond of gedood worden, de voorgenomen activiteiten niet leiden tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de ligging op enige afstand van een Natura-2000-gebied, is een negatief effect op Natura2000-gebied uitgesloten. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden.

Gebiedsbescherming/ stikstofparagraaf In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. Op ruim 8,0 kilometer afstand van de planlocatie bevindt zich Natura-2000 gebied “Korenburgerveen”. Bij graaf- en bouwwerkzaamheden wordt, door de inzet van materieel met verbrandingsmotoren, stikstof in de vorm van NOx uitgestoten. Ook bij de bouw van en het in gebruik hebben van woningen kan NOx ontstaan. Er geldt een algehele vrijstelling bij bouwprojecten voor de uitstoot van stikstof. Daarnaast zal de te realiseren woning geen stikstof uitstoten nu deze gasloos wordt uitgevoerd. Wel zullen er veroersbewegingen van en naar de woning zijn. Nu het om een woning gaat zal dit ook beperkt zijn. Daarbij is de afstand tot aan het dichtstijzijnde Natura 2000-gebied dermate groot dat deze verzoersbewegingen geen significante effecten zullen hebben op dit Natura 2000-gebied.

Er kan derhalve worden geconcludeerd dat de activiteiten, nodig voor de realisatie van het gewenste plan alsmede het gebruik van het plan, geen nadelig effect zullen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende beschermde Natura-2000 gebieden.

Conclusie gebiedsbescherming / stikstofparagraaf De gebiedsbescherming en stikstofdepositie, ten gevolge van de activiteiten en gebruik op de

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent planlocatie, vormt geen belemmering voor het uitvoeren van het gewenste plan.

4.7

Bedrijven en milieuzonering

Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is (dit is niet altijd de werkelijke gevel, maar de plek waar de gevel van de woning volgens het bestemmingsplan inclusief vergunningvrij bouwen mogelijk is). De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.

Situatie plangebied Het perceel is gelegen in een gemengd gebied qua bestemmingen en functies. Hieronder is aangegeven of de gewenste woning toekomstige ontwikkelingen van bedrijven zal belemmeren en/of er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat in de gewenste woning. Bedrijfsbestemming Aan de overzijde van het perceel is een bedrijfsbestemming gelegen waarin tot en met categorie 2 bedrijven zich kunnen vestigen. Momenteel is er een herstelinrichting met verkoop van motorvoertuigen aanwezig. Bij categorie 2 bedrijven gelden, ingevolge bovengenoemde Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' minimale afstanden van 30 m, gemeten vanaf het bouwvlak in de bedrijfsbestemming tot aan het bouwvlak binnen de woonbestemming waarin de nieuwe woning gebouwd kan worden. Het bouwvlak voor de nieuwe woning zal op 30 m komen te liggen van het bouwvlak in de bedrijfsbestemming. Basisschool In de directe nabijheid van het perceel is de basisschool gelegen in de bestemming 'Maatschappelijk'. Ingevolge bovengenoemde Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' dient een minimale afstand te worden aangehouden van 30 m om geen overlast te ervaren van de school. Hierbij maakt het aspect geluid deze afstand.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent

Het bouwvlak van de nieuwe woning zal ook hier op 30 m komen te liggen van het bestemmingsvlak 'Maatschappelijk'. Agrarisch bedrijf Het agrarisch bouwvlak van het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf, Ruurloseweg 2 te Zieuwent, is gelegen op ongeveer 60 m van de nieuw te realiseren wooneenheid. Het betreft hier een extensieve veehouderijbedrijf waarbij, ingevolge de Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' een grootste afstand hoort van 100 meter voor wat betreft het aspect 'geur'. Aan deze afstand kan dus niet worden voldaan. In paragraaf 4.10 is het aspect 'geur' nader beschreven. Hieruit blijkt dat het aspect 'geur' geen belemmering vormt voor de gewenste planontwikkeling. Ondanks dat er niet aan de minimale afstand van de Handreiking wordt voldaan kan toch aan het verzoek worden meegewerkt. Nu de nieuwe wooneenheden buiten deze grootste afstand van 100 m komen te liggen is een goed woon- en leefklimaat in de woningen te garanderen en wordt het voornoemd agrarisch bedrijf niet in haar toekomstige ontwikkelingen door deze nieuwe woningen beperkt.

Conclusie Het bouwvlak waarin de nieuwe woning zal worden gerealiseerd komt op voldoende afstand te liggen van de dichtstbijzijnde bedrijfs- en maatschappelijke bestemming. De toekomstige ontwikkelingen van de bedrijven cq. functies in deze bestemmingen worden hierdoor niet belemmerd. Ook het agrarisch bedrijf wordt niet in haar toekomstige ontwikkelingen belemmert door deze nieuwe woning. Daarnaast is er een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woning te garanderen.

4.8

Externe veiligheid

Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent Derhalve is de risicokaart geraadpleegd.

Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Situatie plangebied Op het perceel zullen geen activiteiten plaatsvinden en/of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden waarbij de grenswaarden voor groepsrisico en plaatsgebonden risico worden overschreden. Op ruim 1,25 km ligt een buisleiding van Defensie. Daarnaast is het perceel op ruim 2,5 km gelegen van de dichtstbijzijnde route voor gevaarlijke stoffen (N18).

Risicokaart Gelderland (Bron: provincie Gelderland)

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Geur

Wettelijk kader Bij de realisatie van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, is het van belang dat er een goed woonen leefklimaat gewaarborgd wordt. Daarom moet rekening worden gehouden met geurcontouren van bijvoorbeeld bestaande veehouderijen. Hiervoor bieden het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgh) een toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgh) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning.Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor geldt minimaal aan te houden afstanden. De Regeling geurhinder en veehouderij is gepubliceerd op 18 december 2006. Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 De raad heeft bij besluit van 12 maart 2008 de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 vastgesteld. Deze verordening is op 28 maart 2008 in werking getreden. Daarbij zijn de bebouwde kommen van Groenlo, Lievelde en Vragender aangewezen als gedeelte van het gemeentelijk grondgebied waarvoor een andere geurnorm van toepassing is. Op grond van de verordening gelden de volgende waarden als maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij: bebouwde kom van Groenlo: 5 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Lievelde: 7 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Vragender: 7 odour units per kubieke meter lucht.

Situatie plangebied Het agrarisch bouwvlak van het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf zijnde Ruurloseweg 2 te Zieuwent bevindt zich op een afstand van circa 60 meter ten noord-westen van het plangebied. Ingevolge de Wgh dient een woning in een bebouwde kom ten opzichte van dit agrarisch bedrijf een minimale afstand aan te houden van 100 m om de toekomstige ontwikkelingen van dit agrarisch bedrijf niet te belemmeren. Aan de noordzijde van het agrarisch bedrijf is een woning van derden in een woonbestemming gelegen. Deze woning ligt op ongeveer 13 m van het agrarisch bouwvlak van het agrarisch bedrijf. Deze woning beperkt nu al de toekomstige ontwikkelingen op het agrarisch bedrijf. Dit wil zeggen dat, ondanks dat de nieuwe woning aan de Dorpsstraat binnen de 100 m van het agrarisch bedrijf zal komen te liggen, deze woning niet de eerst beperkende factor zal zijn voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen van dit agrarisch bedrijf. Dit is dus de woning Ruurloseweg 4 te Zieuwent. Goed woon- en leefklimaat Naast dat het agrarisch bedrijf niet belemmerd mag worden door de ontwikkeling, dient tevens beoordeeld te worden of er wel sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woning. Uit de jurisprudentie volgt dat een afstand van 50 meter ten opzichte van een melkrundveehouderij aanvaardbaar is.

Omdat de feitelijke afstand groter zal zijn, zal sprake zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat.

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Dorpsstraat.

Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma.

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent

In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren. Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota.

De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.

Situatie plangebied Ter plaatse geldt het Facetbestemmingsplan parkeren met identificatienummer NL.IMRO.1586.BPPAR1800-VG01 van de gemeente Oost Gelre. Binnen het Facetbestemmingsplan is een regeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. Uitgangspunt is parkeren op eigen terrein. Dit is op het perceel mogelijk. Binnen het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te kunnen voldoen aan de normen zoals opgenomen in de hierboven aangegeven Nota parkeernormen.

Conclusie Op eigen terrein worden parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van de woning. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Kabels en leidingen

Rondom het plangebied zijn verschillende algemene nutskabels en -leidingen aanwezig. Hiermee wordt bij de planuitwerking rekening gehouden. Er bevinden zich in of nabij het plangebied geen kabels of leidingen waarvoor in het bestemmingsplan een beschermende regeling moet worden opgenomen.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

5.2

Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan 'NL.IMRO.1586.BPBUI2039-VG01' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBUI2039-VG01 met bijbehorende regels.

5.3

Plansystematiek

5.3.1

Indeling

Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Bestemmingsregeling Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsregels. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied. Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken.

Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde' een omgevingsvergunningplicht.

Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en parkeerregelgeving.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. 5.3.2

Bestemmingsregels

Tuin Deze bestemming geldt met name voor de voortuinen van woningen. Op gronden met deze bestemming 42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent mag beperkt gebouwd worden, zoals een erker of een luifel.

Wonen Bestemmingsomschrijving Het perceel krijgt, gemeten vanaf 1 m achter de voorgevel van de nieuwe woning, de bestemming 'Wonen'. De nieuw woning (hoofdgebouw) wordt omvat door een bouwvlak. Het nieuwe bijbehorend bouwwerk (bijgebouw) mag zowel in dit bouwvlak als erbuiten worden opgericht. In de bouwregels is aangegeven dat het bijbehorend bouwwerk maximaal een oppervlakte van 70 m2 mag hebben. Wel is er met een aanduiding aangegeven dat er op een deel van de woonbestemming geen bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan. Dit deel van het bestemmingsvlak is gelegen aan de zijde van het buitengebied. Stedenbouwkundig is aangegeven hier geen bijbehorende bouwwerken te realiseren om de openheid richting het buitengebied te bewaren. De regels voor bestemming 'Wonen' is gelijk gehouden aan de woonbestemmingen binnen het geldende bestemmingsplan 'Kern Zieuwent 2015'. De hoofdfunctie is wonen, maar een aan huis gebonden (dienstverlenend) beroep is ook toegestaan, zolang de oppervlakte niet meer bedraagt dan ten hoogste 50 m². Hierbij geldt dat de woning in overwegende mate de woonfunctie moet behouden en het beroep moet passen in de woonomgeving. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen een hoofdgebouw (de woning) en bij het hoofdgebouw behorende bijbehorende bouwwerken.

De maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van de woning is op de Verbeelding van dit bestemmingsplan aangegeven. De toegestane bouwwijze (vrijstaand) is zowel in de Regels als op de Verbeelding aangegeven.

Bouwregels De maatvoering en de oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is geregeld in de bouwregels waarbij onderscheid is gemaakt tussen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Archeologie De archeologische waarden zijn als dubbelbestemming opgenomen. Deze bestemmingen hebben als doel de mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrind te beschermen. De betrokken gronden zijn op de verbeelding aangegeven. Dit is gebaseerd op het vastgestelde 'Parapluplan Archeologie'. Op de verbeelding komen voor: Dubbelbesteming 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2' Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 50 m2. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingsgebied 1' Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 250 m2. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingsgebied 2'

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt hierbij een vergunningplicht voor werkzaamheden in op of de bodem dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 250 m2. Er zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen om de dubbelbestemming geheel of gedeeltelijk te laten vervallen of van categorie te veranderen.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Het verbod om gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan te gebruiken is geregeld in de Wabo, ex art. 2.1 lid 1 sub c. Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder andere geregeld dat nutsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd tot een maximum van 25 m2. Tevens is overschrijding van de hoogten en oppervlakten tot een maximum percentage van 10% mogelijk. Verder is afwijking mogelijk voor zendmasten en onder voorwaarden verschuiving van bijvoorbeeld bouwgrenzen. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het in geringe mate aanpassen van het plan. Daarnaast zijn het oprichten van bouwwerken ten behoeve van openbaar nut opgenomen. Aan het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid zijn voorwaarden gekoppeld.

Parkeerregelgeving In artikel 11 is de regeling voor parkeren opgenomen. Op basis hiervan kan als voorwaarde voor vergunningverlening een parkeernorm worden opgelegd. In de regeling wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform het Bro opgenomen. De peildata voor bouwen en gebruiken zijn gelijkgetrokken en gelegd op de datum waarop het bestemmingsplan in werking treedt.

Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening perceel Dorpsstraat (ong.) Zieuwent

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Bij de gewenste ontwikkelingen zijn geen rijks- en provinciaal belang in het geding. Ook het waterschapsbelang komt niet in het geding. Een voorontwerpbestemmingsplan wordt dan ook niet aan de overlegpartners toegezonden. De partners kunnen reageren op het ontwerpbestemmingsplan. De partners hebben geen reactie op het ontwerp bestemmingsplan gegeven.

Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd. Een ontwerp bestemmingsplan heeft voor een ieder zes weken ter inzage gelegen van 15 juli 2022 tot en met 25 augustus 2022. Binnen deze termijn is er geen zienswijze ingediend.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieplan Conform artikel 6.12, eerste lid Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen, tenzij conform artikel 6.12, tweede lid, onder a, het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst aangegaan waarin alle kosten conform artikel 6.2.3/6.2.4 Bro zijn opgenomen. Planschade Een belanghebbende kan, na een besluit tot vaststellen van een bestemmingsplan, een verzoek indienen om een tegemoetkoming in de schade, indien die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in artikel 6.1 tweede lid Wro genoemde oorzaak (artikel 6.1 Wro). Eventuele planschade is in een anterieure overeenkomst afgewenteld naar initiatiefnemer. Conclusie Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op verzoek van initiatiefnemer. De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn dan ook voor rekening van initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd. Een exploitatieplan is niet nodig.

Toelichting (vastgesteld)

45

bezoek Varsseveldseweg 2 7131 BJ Lichtenvoorde post Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde telefoon (0544) 39 35 35 fax (0544) 37 29 69 e-mail gemeente@oostgelre.nl internet www.oostgelre.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11852330/1