bp de stegge 5 toelichting
Tekst van het document
Van een mestopslag in die omvang is bij de nabijgelegen veehouderij geen sprake. Het ligt bij dit bedrijf niet voor de hand dat hiervan in de toekomst sprake zal zijn, gezien het soort bedrijf en de grootte van het bedrijf. Er is daarom geen sprake van een beperking van de bedrijfsvoering bij het aanhouden van een afstand van 50 meter in plaats van een afstand van 100 meter.
Conclusie De woningen liggen op voldoende afstand van omliggende veehouderijen. De woningsplitsing werkt niet
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening De Stegge 5 Nieuwendijk 5, Lievelde belemmerend voor deze veehouderijen. Ook het woon- en leefklimaat op de locatie zelf is hierbij niet in het geding. De geur afkomstig van veehouderijen vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
5.8
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader De Nederlandse wetgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer ("Wet luchtkwaliteit"). In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan de grenswaarden (normen) voor verschillende luchtvervuilende stoffen. In de praktijk is alleen bij stikstofdioxide en fijn stof mogelijk sprake van normoverschrijding, zodat de beoordeling tot deze stoffen beperkt blijft. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende besluiten en regelingen met daarin het centraal staande begrip 'niet in betekenende mate': Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. Situatie plangebied Op en rondom deze locatie is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. De Regeling niet in betekenende mate bijdragen (nibm) is in dit geval van toepassing. De aanvraag heeft betrekking het toevoegen van één woning. De grens in de regeling ligt bij 1500 woningen met een enkele ontsluitingsweg of 3000 woningen met twee ontsluitingswegen. De aanvraag blijft daar ruimschoots onder. Een berekening van de gevolgen voor de luchtkwaliteit is daarom niet nodig.
De ruimtelijke procedure heeft geen betrekking op de ontwikkeling van een gevoelige bestemming als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Deze gevoelige bestemmingen zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De locatie ligt bovendien op een afstand van: meer dan 300 meter van een rijksweg; meer dan 50 meter van een provinciale weg. Alleen bij realisatie van gevoelige bestemmingen binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden nodig. Nu dit niet aan de orde is, hoeft geen aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit plaats te vinden.
Conclusie De woningsplitsing draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een gevoelige bestemming. De locatie ligt bovendien op voldoende afstand van rijks- en provinciale wegen. Er is geen sprake van feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden. Er is daarom geen aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit nodig. Het onderwerp luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
5.9
Verkeer en parkeren
De verkeersaantrekkende werking voor de woonfunctie is zeer beperkt. De wegenstructuur is hier ruim voldoende voor. Parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein. Op het erf is ruim voldoende ruimte aanwezig om een aantal parkeerplaatsen mogelijk te maken.
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Buitengebied, herziening De Stegge 5 Nieuwendijk 5, Lievelde
5.10
Water
Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.
De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen).
Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Specifiek voor het stedelijk gebied is het volgende van belang: De waterketen moet worden geoptimaliseerd (meer afkoppelen en infiltreren). In het GRP wordt hiertoe een aanzet gegeven; Kwaliteit oppervlaktewater en waterbodem: Saneren overstorten en afkoppeling en ontlasting van het riool; Wateroverlast in stedelijk gebied: reguleren van de piekafvoeren door middel van het vasthouden van het water bovenstrooms, actief stuwbeheer, extra retentie en herverdeling van het water. Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening De Stegge 5 Nieuwendijk 5, Lievelde ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld. Met de bestemmingsplan wijzigt het gebruik op de percelen niet. Hierdoor zijn een aantal thema's minder relevant.
Thema
Toetsvraag
Relevant
Hoofdthema's Veiligheid
Riolering afvalwaterketen
1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale Nee waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?
Nee
en 1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?
Nee
2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en Nee IJssel? 3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie Nee van het waterschap? Wateroverlast (oppervlaktewater)
1. Is sprake van toename van verhard oppervlak?
Nee
2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 3. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen Nee gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes? Grondwateroverlast
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of Nee IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel?
Nee
4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?
Nee
Oppervlaktewaterkwalit 1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd? Nee eit 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?
Nee
3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een strategisch Nee actiegebied? Grondwaterkwaliteit
1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking?
Volksgezondheid
1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Nee gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich of komen er functies in of nabij het plangebied die Nee milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?
Verdroging
1. Bevindt het plangebied zich in beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?
Natte natuur
1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische Nee verbindingzone?
Toelichting (vastgesteld)
een
hydrologisch Nee
33
bestemmingsplan Buitengebied, herziening De Stegge 5 Nieuwendijk 5, Lievelde
2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor Nee natte landnatuur? Inrichting en beheer
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Nee of beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?
Nee
Aandachtsthema's Recreatie
1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?
Cultuurhistorie
1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?
Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's
In bovenstaand tabel is geen vraag met 'ja' beantwoord.
Conclusie Er wordt een kleine aanbouw gerealiseerd aan een van de twee bestaande woningen. Gezien de aard en omvang van deze aanbouw, kan geconcludeerd worden dat het aspect water dan ook geen belemmering vormt voor de gevraagde ontwikkeling.
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening De Stegge 5 Nieuwendijk 5, Lievelde
Hoofdstuk 6
T oets aan de wijzigingsbevoegdheid
In artikel 19.6.2 zijn regels opgenomen waaraan een woningsplitsing moet voldoen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het splitsen van een voormalige boerderij in twee woningen, met dien verstande dat: a. de inhoud van het te splitsen gebouw (dus zonder vrijstaande stallen, schuren en loodsen e.d.) niet minder bedraagt dan 900 m3; De inhoud van de twee woning is meer dan 900 m3. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. b. bij alle woningen 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan, met dien verstande dat het achtererfgebied voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd; Op het perceel is al meer dan 150 m2 per woning aanwezig. In de regels is opgenomen dat 150 m2 per woning is toegestaan. De overige vierkante meters vallen onder het overgangsrecht. er sprake is van een landschappelijke inpassing door middel van erfinrichtingsplan; uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; Er is een plan voor landschappelijke inpassing opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 2. c. de wijziging mag niet leiden tot aantasting van landschappelijke waarden en natuurwaarden, waarvan laatstgenoemde door middel van onderzoek dient te worden aangetoond; Er is een QuickScan Natuurwaarden opgesteld. Daaruit blijkt dat natuurwaarden niet worden aangetast.
De QuickScan is opgenomen in Bijlage 3. d. de wijziging geen onevenredige aantasting tot gevolg heeft voor: de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid. Uit Hoofdstuk 5 blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling geen onevenredige aantasting tot gevolg heeft voor deze aspecten e. het (wijzigings-)plan per saldo een positief effect heeft op de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en de omgeving. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan het wijzigingsplan ter bevordering van de kwaliteit van de omgeving. Door middel van landschappelijke inpassing heeft het plan een positief effect op de ruimtelijke kwaliteitswinst.
Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Buitengebied, herziening De Stegge 5 Nieuwendijk 5, Lievelde
Hoofdstuk 7 7.1
Juridisch planbeschrijving
Algemeen
De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het plangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit wijzigingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.
7.2
Bestemmingsplan
Het digitale bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening De Stegge 5 Nieuwendijk 5, Lievelde' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBUI2029-VG01 met bijbehorende regels.
7.3
Plansystematiek
Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.
Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken:
Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (Artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (Artikel 2). Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen.
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening De Stegge 5 Nieuwendijk 5, Lievelde
Bestemmingsregeling Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsregels. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming.
Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied.
Nadere eisen In dit hoofdstuk worden nadere eisen omschreven, indien van toepassing.
Specifiek e gebruiksregels In sommige bestemmingen is het noodzakelijk om het gebruik zoals toegelaten in de bestemmingsomschrijvingen nader te specificeren. Ter nadere toelichting is in sommige bestemmingen aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval vallen onder strijdig gebruik zoals bedoeld in artikel 2.1 Wabo.
Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken. Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' een omgevingsvergunningplicht.
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Buitengebied, herziening De Stegge 5 Nieuwendijk 5, Lievelde
Wijze van bestemmen Het plangebied heeft de bestemming 'Wonen'. Hier zijn maximaal 2 aaneengebouwde woningen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'. De woningen mogen niet worden herbouwd. Daarnaast is 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken per woning toegestaan. Op het perceel is al meer dan 150 m2 per woning aanwezig. De overige vierkante meters vallen onder het overgangsrecht. Daarnaast heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' gekregen.
Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en parkeerregelgeving.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
38
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, herziening De Stegge 5 Nieuwendijk 5, Lievelde
Hoofdstuk 8 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid 8.1
Haalbaarheid
Het project en bijbehorende procedure worden door verzoeker bekostigd. Indien het project aanleiding geeft tot vergoeding van planschade (artikel 6.1 Wro) zullen de kosten worden doorberekend aan verzoeker. Ten behoeve van het project is een anterieure overeenkomst afgesloten worden met verzoeker inzake planschade.
8.2
Exploitatieplan
Het bestemmingsplan voorziet in het realiseren van een tweede woning, waarbij er sprake is van een bouwactiviteit zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor voor de betrokken gronden een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro dient te worden vastgesteld. Burgemeester en Wethouders mogen op grond van artikel 6.12 Wro afzien van een exploitatieplan indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Met verzoeker is een anterieure overeenkomst afgesloten waarin is opgenomen dat de te maken kosten, waaronder eventuele planschade, voor rekening van verzoeker zijn. Burgemeester en wethouders achten het plan economisch uitvoerbaar.
8.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8.3.1
Inspraak
Het ontwerpbestemmingsplan is op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd. Er zijn geen zienswijzen ingediend. 8.3.2
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Binnen het plan zijn geen nationale en provinciale belangen in het geding. Vooroverleg met de ILT-inspectie en de provincie Gelderland is dan ook geen verplichting. Daarnaast zijn er geen wateraspecten in het geding, waardoor er geen vooroverleg hoeft worden gevoerd met het Waterschap Rijn en IJssel.
Zowel de Provincie als het Waterschap zijn op de hoogte gesteld door middel van een kennisgeving toen het plan ter inzage lag. Zij hebben hier geen reactie op gegeven.
Toelichting (vastgesteld)
39
bezoek Varsseveldseweg 2 7131 BJ Lichtenvoorde post Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde telefoon (0544) 39 35 35 fax (0544) 37 29 69 e-mail gemeente@oostgelre.nl internet www.oostgelre.nl