CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp brouwhuizen fase 2 zienswijzennota

Raadscommissie 6 december 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Brouwhuizen, fase 2'4.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan ‘Brouwhuizen fase 2’

Nota Inhoud en beantwoording zienswijze

Oost Gelre

November 2023

1. Inleiding In het kader van het vaststellen van een bestemmingsplan heeft het ontwerpbestemmingsplan “Brouwhuizen fase 2” met ontwerpbesluit hogere grenswaarde en het ontwerp beeldkwaliteitsplan van 7 juli 2023 tot en met 17 augustus 2023 voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens voornoemde termijn kon een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen. Een zienswijze is tijdig ingediend wanneer zij voor het einde van de termijn van terinzagelegging van de stukken is verzonden. De datum van de poststempel is hierbij bepalend. De termijn liep tot en met 17 augustus 2023. Naar aanleiding van het ter inzage leggen van de stukken zijn twee zienswijzen ontvangen: een zienswijze van TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) en een pro forma zienswijze van LXA N.V. namens Vion Groenlo B.V. (hierna Vion). Deze zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn (ontvankelijkheidstoets) ingediend. De zienswijze van TenneT is ontvangen op 11 augustus 2023 en wordt behandeld als ‘zienswijze 1’ in deze nota. De pro forma zienswijze namens Vion is ontvangen op 16 augustus 2023. De pro forma zienswijze is schriftelijk aangevuld. Deze aanvulling is ontvangen op 31 augustus 2023. Dit is binnen de afgesproken termijn die de gemeente hiervoor heeft gesteld richting de gemachtigde partij (14 dagen). Deze zienswijze wordt behandeld als ‘zienswijze 2’ in deze nota.

In hoofdstuk 2 zijn de ingekomen zienswijzen naar aard en inhoud samengevat weergeven. De gemeentelijke reactie op de zienswijzen is direct na het betreffende onderdeel van de zienswijze opgenomen. In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve wijzigingen weergeven. In hoofdstuk 4 zijn de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpbesluiten toegelicht. In hoofdstuk 5 is de algehele conclusie gegeven over de ingebrachte zienswijze. De ingekomen zienswijzen zijn als bijlagen bij deze nota gevoegd.

2

2. Inhoud en beantwoording zienswijzen Zienswijze 1 (schriftelijk ingekomen op 11 augustus 2023) TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) heeft een zienswijze ingediend welke op 11 augustus 2023 door de gemeente Oost Gelre is ontvangen. De ingebrachte zienswijze is binnen de daarvoor gestelde termijn ingekomen en derhalve ontvankelijk. Verwoording zienswijze a. TenneT is van mening dat in het bestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met de bescherming van de belangen van een hoogspanningsverbinding in het plangebied. De regels in het ontwerpbestemmingsplan zijn deels verouderd en onvolledig. Er wordt verzocht om in artikel 7 van het ontwerpbestemmingsplan de standaard set regels voor een ondergrondse hoogspanningsverbinding toe te voegen zoals meegezonden met de zienswijze. Reactie De zienswijze is gegrond. Artikel 7 van het bestemmingsplan wordt aangepast naar de bij de zienswijze meegezonden set regels voor een ondergrondse hoogspanningsverbinding. Het bestemmingsplan wordt op dit punt gewijzigd vastgesteld. Conclusie zienswijze 1 De zienswijze is gegrond. Het bestemmingsplan wordt ten aanzien van het ingediende gewijzigd vastgesteld. Zienswijze 2 (schriftelijk ingekomen op 16 augustus 2023, aangevuld op 31 augustus 2023) Namens Vion Groenlo B.V. gevestigd te 7141 JH Groenlo aan het adres Den Sliem 8 (hierna Vion) heeft LXA N.V., van wie mr. P.A.J.

Huijbregts als advocaat-gemachtigde zal optreden, een zienswijze ingediend. Op 16 augustus 2023 is een pro forma zienswijze ingekomen. De gemeente heeft twee weken (14 dagen) de tijd geboden deze zienswijze verder aan te vullen, oftewel uiterlijk op 31 augustus 2023. De aanvullende zienswijze is op 31 augustus 2023 ingekomen. Zowel de pro forma zienswijze als de aanvullende zienswijze zijn binnen de daarvoor gestelde termijnen ingekomen en derhalve ontvankelijk. Verwoording zienswijze a. Op 16 augustus 2023 heeft Vion een pro forma zienswijze ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft de behandelend ambtenaar van de gemeente contact opgenomen met LXA. Daarbij heeft de gemeente aangegeven dat er een fout in de planverbeelding is opgenomen. Op de locatie van het voorziene appartementengebouw is de gehele kavel bestemd als ‘Wonen’ waardoor een aanzienlijk deel van de woonbestemming binnen de vergunde geurcontour van 0,55 ouE/m³ van Vion valt. Door deze overschrijding wordt Vion belemmerd in haar bedrijfsvoering. De gemeente heeft toegezegd de fout bij vaststelling van het plan recht te zetten. De correspondentie hierover is toegevoegd als bijlage 4 bij de zienswijze van Vion. Reactie De zienswijze is gegrond. Er is een fout gemaakt in de planverbeelding door de woonbestemming direct ten noorden van het beoogde appartementengebouw door te trekken.

De bestemming op dat deel van de gronden had ‘Groen’ moeten zijn. De planverbeelding wordt hierop aangepast, zodat er geen woonbestemming binnen de vergunde geurcontour van 0,55 ouE/m³ ligt. b. De belangen van Vion zijn in zijn geheel niet meegenomen. De beoogde woonbestemming heeft negatieve gevolgen voor het gebruik van de bestemming van de percelen van Vion. Uit de toelichting van het ontwerpbesluit blijkt echter niet dat de belangen van Vion op enige manier zijn meegenomen in de besluitvorming en bij de totstandkoming van het ontwerpbesluit. Enkel ter onderbouwing van een mogelijk aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de beoogde woonbestemming, is rekening gehouden met de vergunde geurcontouren van Vion. Overige aspecten ten aanzien van de rechten van Vion zijn niet betrokken. In geen geval is sprake geweest van een belangenafweging waarbij de belangen van Vion zijn afgewogen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Als dit niet alsnog gebeurt, komt het besluit tot stand in strijd

3

met het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 en 3:4 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Reactie Vastgesteld wordt dat Vion niet inzichtelijk maakt welke aspecten ten aanzien van haar rechten dan niet zijn betrokken bij de besluitvorming. Vion stelt alleen vast dat in het besluit is onderbouwd dat voor de beoogde woningen een goed woon- en leefklimaat is gegarandeerd. In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is in dat kader ingegaan op eventuele milieueffecten van het bedrijf Vion op het plangebied. Het gaat dan om geluid en geur. Bij deze onderzoeken is het uitgangspunt van de omgekeerde werking gehanteerd. Dit zal aan de hand van de verdere zienswijzen nader worden toegelicht. c.

De richtafstanden van de VNG-brochure zijn onterecht niet gevolgd. Enerzijds omdat er sprake is van het gebiedstype ‘rustige woonwijk’ in tegenstelling tot het in het in de onderbouwing van het ontwerpbestemmingsplan gehanteerde ‘gemengd gebied’. Anderzijds omdat het afwijken van de richtafstanden niet deugdelijk is gemotiveerd. Hierdoor is er in redelijkheid geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Reactie In de toelichting op het ontwerp bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de richtafstanden van de VNG. Deze methode is breed geaccepteerd en geeft goed inzicht in de milieueffecten van bedrijven op de omgeving. Wanneer milieugevoelige bestemmingen worden gerealiseerd binnen de aangegeven richtafstanden, kan gemotiveerd worden afgeweken van de richtafstanden. Een mogelijke uitwerking is hierbij dat op grond van nader onderzoek wordt bepaald of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Zoals Vion stelt kent de systematiek van de VNG richtafstanden een onderscheid tussen ‘gemengd gebied’ en ‘rustige woonwijk’. Voor ‘gemengd gebied’ mogen de richtafstanden ten opzichte van ‘rustige woonwijk’ met één trede worden verminderd. De richtafstanden ten aanzien van verschillende aspecten in de twee soorten gebieden zijn hieronder in een tabel weergeven. Dit zijn de richtafstanden welke van toepassing zijn voor Vion. Gemengd gebied Geur Stof 200 0

Geluid 50

Gevaar 30

Rustige woonwijk Geur Stof 300 0

Geluid 100

Gevaar 50

Uit de tabel blijkt dat de maatgevende afstand geur is. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is hierbij, uitgaande van een gemengd gebied, aangegeven dat de richtafstand 200 meter is. Volgens de VNG-brochure wordt onder het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ verstaan een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen er volgens de VNG-brochure bij een dergelijk omgevingstype vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor en langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren volgens de VNG-brochure eveneens tot het omgevingstype "gemengd gebied", omdat daar de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden kan rechtvaardigen. Vion stelt dat er voor het plan sprake is van het gebiedstype ‘rustige woonwijk’ in tegenstelling tot het gehanteerde ‘gemengd gebied’. Er wordt gesteld dat er geen sprake is van menging van functies en dat daarom niet uitgegaan mag worden van een gemengd gebied.

Het plangebied ligt echter deels binnen de contour van een gezoneerd industrieterrein, deels binnen de milieucontour van Vion, en binnen de zone van de hoofdinfrastructuur N18. Er is daarom sprake van enige verstoring ten opzichte van een rustige woonwijk. Gebieden waar sprake is van een verhoogde milieubelasting kunnen een kleinere richtafstand rechtvaardigen. In voorliggend geval is sprake van een verhoogde milieubelasting door het nabijgelegen bedrijventerrein waar bedrijven tot milieucategorie 4.2 zijn toegestaan en de

4

naastgelegen N18. Uit het akoestisch onderzoek d.d. 17 oktober 2022 blijkt dat een hogere waarde nodig is voor zowel wegverkeer als het gezoneerde industrieterrein. Er wordt derhalve gegrond uitgegaan van een ‘gemengd gebied’. In aanvulling op het voorgaande zijn er voor het plangebied al andere kaders opgenomen waaraan met de ontwikkeling voldaan moet worden, dan de richtafstanden van de VNGbrochure. Zo geldt ter plaatse van de ontwikkeling (deels) de contour van een gezoneerd industrieterrein, waarvoor derhalve al voldaan moet worden aan het zonemodel. Verder geldt de vergunde geurbelasting van 0,55 ouE/m3 van Vion. Ongeacht de vraag of er terecht uit wordt gegaan van ‘gemengd gebied’ in plaats van ‘rustige woonwijk’, gelden er dus al kaders waaraan getoetst moet worden die een goed woon- en leefklimaat voor de ontwikkeling verzekeren. Toetsing aan de richtafstanden van de VNG-brochure voor geur en geluid is daarmee ook al anders verzekerd, ongeacht het omgevingstype. Desalniettemin is in de beantwoording van dit deel van de zienswijze er ook voor gekozen te onderbouwen waarom er terecht uit wordt gegaan van een ‘gemengd gebied’. Tot slot wordt door Vion ten onrechte gesteld dat er niet deugdelijk gemotiveerd is afgeweken van de richtafstanden.

Omdat de werkelijke afstand tussen de geplande woningen en de bedrijfslocatie minder dan 300 meter bedraagt (ook minder dan 200 meter) is voor het aspect geur een nader onderzoek uitgevoerd. Hierbij is overeenkomstig het provinciale geurbeleid vastgesteld dat de woningen (categorie A objecten) niet binnen de 1,5 ouE/m3 liggen. Ook ligt de 0,5 ouE/m3 contour (richtwaarde) niet over het woningbouwplan. Een klein deel van het plangebied valt binnen de 0,55 ouE/m3 contour (98-percentiel). Voor dit deel geldt dat de bestemming ‘Wonen’ wordt gewijzigd in ‘Groen’, zie onder a. In het geuronderzoek is ook rekening gehouden met de rechten van Vion. In de vergunning voor het bedrijf is de 0,55 ouE/m3 contour als toetsingskader opgenomen (vergunde geurnormen). Omdat er geen woningen binnen deze contour vallen, wordt het bedrijf niet beperkt in de (toekomstige) bedrijfsvoering. Ten aanzien van de richtafstand voor het aspect geluid wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Het aspect geluid is getoetst aan de hand van het zonemodel voor het gezoneerde industrieterrein. Hier wordt aan voldaan. d. Vion stelt dat ze wordt beperkt in toekomstige uitbreidingsmogelijkheden (planologische rechten). In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is namelijk enkel ingegaan op de vergunde en feitelijke situatie van Vion en niet op de juridisch toegestane situatie.

Dit geldt voor zowel geuremissie alsook geluidemissie..Vion stelt het volgende: 1. Wat betreft geur wordt er in het ontwerpbestemmingsplan uitgegaan van een verkeerde feitelijke situatie. Vion heeft namelijk naast de percelen lokaal bekend Den Sliem 8, ook naastgelegen percelen aan Den Sliem in eigendom. Met de planologische mogelijkheden van Vion op deze percelen is geen rekening gehouden. 2. Wat betreft geluid wordt de conclusie van het akoestisch rapport bij het ontwerpbestemmingsplan niet gedeeld door Vion. Er is onterecht geen rekening gehouden met de bestaande rechten en planologische mogelijkheden ten aanzien van geluid. In het onderzoek is uitsluitend uitgegaan van gedane geluidsmetingen en er is geen rekening gehouden met planologische toegestane waarden. Verder wordt er niet voldaan aan de maximale ontheffingswaarde, omdat met name bij de appartementen in het plangebied de cumulatieve belasting hoger is dan 55 dB(A), te weten 57,75 dB(A). Er wordt derhalve niet voldaan aan het criterium ‘een goed woon- en leefklimaat’. Daarbij wordt Vion – en ook de andere industrie binnen de zonering – onevenredig geschaad in haar belangen. Tot slot geldt voor wat betreft geluid dat Vion niet meer aan haar wettelijke verduurzamingsverplichtingen kan voldoen. In het kader van die verplichtingen is Vion namelijk verplicht per 1 januari 2030 over te gaan op andere koelinstallaties.

Hierdoor ontstaat extra geluidemissie. Op basis van de huidige intekening van het plangebied, de ligging van het appartementencomplex en de verwachte hoogte van het complex, zal niet

5

aan de maximale geluidswaarden kunnen worden voldaan om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen. Reactie De stelling van Vion, dat bij planologische ontwikkelingen, rekening gehouden moet worden met redelijkerwijs te verwachten uitbreidingsmogelijkheden en daarom in casu voor de te hanteren afstanden gerekend moet worden vanaf de bestemmingsgrens, is juist. Uit de toelichting op het bestemmingsplan blijkt echter niet dat dit niet is gedaan. Gerekend vanaf de grens van de bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’ in het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerreinen Oost Gelre is de afstand naar het plangebied ten minste 130 meter. De afstand naar de dichtstbijzijnde te bouwen woningen bedraagt ten minste 165 meter. Een uitbreiding binnen de bestaande planologische kaders zal derhalve nooit leiden tot een kortere afstand tot het plangebied. 1. In het kader van de vaststelling van een bestemmingsplan moet rekening gehouden worden met redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen. Vion heeft, zoals zij stelt, meerdere percelen in eigendom waarop de bestemming Bedrijventerrein – 1 rust. Hoewel niet expliciet wordt aangegeven welke percelen dit zijn, gaat Vion in haar zienswijze ervan uit dat deze percelen liggen op ten minste 180 meter van het plangebied. Deze afstand is ruim voldoende voor de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen. Zoals onder 2.c.

reeds vermeld ligt het plangebied binnen de VNG richtafstand, maar buiten de 0,55 ouE/m3 contour. Voor eventuele toekomstige ontwikkelingen bij Vion, waarvoor overigens nog o.a. een omgevingsvergunning milieu of revisievergunning aangevraagd moet worden, geldt in ieder geval het geldende geurbeleid. Op grond van dat beleid mag de 1,5 ouE/m3 geurcontour (grenswaarde) niet over objecten van categorie A “wonen”. Verder wordt er getoetst aan de richtwaarde: 0,50 ouE/m3. Voor Vion geldt een vergunde geurbelasting van 0,55 ouE/m3 (98-percentiel). Deze vergunde geurbelasting is het toetsingskader bij nieuwe ontwikkelingen. Deze 0,55-contour reikt niet tot de toekomstige woningen. Uit het meest actuele geuronderzoek blijkt dat de verhoging van de emissiepunten, verplaatsing van uitpandige opslagen, etc. leiden tot een afname van de geurbelasting ten opzichte van de vigerende contour. Door de nieuwe maatregelen heeft Vion dus nog milieuruimte binnen de vergunde geurcontour van 0,55 ouE/m3 (98-percentiel). Het is daarom niet aannemelijk dat de vergunde geurcontour uitgebreid moet worden voor nieuwe (nog te vergunnen) activiteiten.

In aanvulling op het bovenstaande is in “Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Oost Gelre” de regel opgenomen dat bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2' met een hindercontour voor geur en stof groter dan 200 meter niet zijn toegestaan ten zuiden van de weg Den Sliem. In het kader van de omgekeerde werking, betekent dit tevens dat binnen een afstand van 200 meter tot een dergelijk bedrijf geen woningen aanwezig zouden mogen zijn. De kortste afstand van de inrichting van Vion tot het woningbouwplan bedraagt circa 130 meter. Echter toont het geuronderzoek aan dat de geurcontour veel kleiner is dan 200 meter en niet over het woningbouwplan valt. Gelet op de voorwaarde t.a.v. de milieucategorie voor geur in de bestemmingsplanregels is redelijkerwijs niet de verwachting dat nieuwe activiteiten worden aangevraagd die enerzijds passend zijn binnen de regels van het bestemmingsplan en waarbij anderzijds deze 0,55 ouE/m3 (98-percentiel) contour op meer dan 180 meter van de inrichting komt te liggen. 2. In tegenstelling tot hetgeen Vion stelt is in het akoestisch onderzoek voor het aspect industrielawaai niet uitgegaan van uitgevoerde geluidsmetingen. De geluidsbelasting is berekend (model) op grond van het maximaal ingevulde zonemodel.

Omdat is uitgegaan van de maximale invulling van het zonemodel, zal ook in de toekomstige situatie de geluidsbelasting niet toenemen. Voor zover Vion in de toekomst nieuwe koelinstallaties plaatst, zal zij zich moeten houden aan het zonemodel. De aanwezigheid van het woongebied doet hier dus niets aan af en is niet beperkend voor de toekomstige ontwikkelingen.

6

De stelling van Vion aangaande de cumulatieve belasting is onjuist. Het is juist dat de cumulatieve belasting van enkele meetpunten hoger is dan 55 dB(A). Deze cumulatieve belasting is echter niet relevant voor de maximale ontheffingswaarde in het kader van industrielawaai. De gecumuleerde waarde is uitsluitend een toetsingskader voor de toe te passen gevelwering van de woningen zodat het binnenniveau van 33 dB gerespecteerd wordt. De hogere gecumuleerde belasting op enkele woningen betekent derhalve niet dat Vion of andere bedrijven in hun belangen worden geschaad. e. Vion wordt beperkt in haar huidige bedrijfsvoering. Het huidige ontwerpbestemmingsplan heeft tot gevolg dat Vion wordt beperkt in haar huidige bedrijfsvoering. De ingetekende woonbestemming in het plangebied valt immers gedeeltelijk binnen de vergunde geurcontouren van Vion en valt ook binnen de zonering voor wat betreft geluid. De gemeente heeft aangegeven een fout in de plankaart te rectificeren bij vaststelling, waardoor de woonbestemming een redelijke afstand bewaard van de vergunde geurcontouren van Vion. Ongeacht het rechtzetten van deze fout wordt Vion alsnog belemmerd in haar bedrijfsvoering. Het is namelijk onzeker of Vion kan voldoen aan de grenswaarden voor geluid. Dit is immers niet deugdelijk onderzocht, zoals ook eerder in de zienswijze aangegeven.

Door de huidige intekening van de woonbestemming wordt Vion onevenredig geschaad in haar belangen. Daarbij is ook voor de woonbestemmingen geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd. Reactie Vion haalt hier nogmaals het punt aan dat onder a. al is beschreven. Zoals ook daar is gereageerd op dit deel van de zienswijze, wordt de verbeelding van het plan aangepast in het kader van de geurcontour. Vion stelt hier echter ook dat op het aspect geluid zij beperkt worden in de huidige bedrijfsvoering. Dit onderdeel is onder d.2. al behandeld. Indien en voor zover er sprake is van uitbreidingsmogelijkheden van Vion, vormt het beoogde woongebied hiervoor geen beperking. Zoals onder de reactie d.1. is aangegeven, is de vergunde geurcontour als toetsingskader opgenomen voor nieuwe vergunningen. Bij uitbreiding van de bestaande inrichting zal deze contour derhalve als toetsingskader gelden. Het woongebied blijft buiten deze contour. Ten aanzien van geluid vormt het beoogde woongebied eveneens geen beperking. Voor het bedrijf geldt een richtafstand van 100 meter ten opzichte van woningen in een gemengd gebied. Daarbij geldt dat sprake is van een gezoneerd industrieterrein en zijn in de vergunning voorwaarden gesteld aan de geluidsbelasting op vaste toetspunten in de omgeving.

Gelet op de afstand van ten minste 165 meter naar de dichtstbijzijnde (beoogde) woning zal dit geen belemmering zijn voor de huidige bedrijfsvoering en voor eventuele toekomstige uitbreidingen binnen de bestaande planologische mogelijkheden. Conclusie zienswijze 2 De zienswijzen zijn, met uitzondering van hetgeen behandeld onder a., ongegrond. Op basis van de reacties gegeven op de verschillende delen van de zienswijze kan worden vastgesteld dat de beoogde woningbouwlocatie geen beperking betekent voor de bedrijfsvoering van Vion. Het plan vormt eveneens geen belemmering voor de redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen op het bedrijventerrein. Ten aanzien van hetgeen behandeld onder a. wordt de planverbeelding aangepast, zodat de bestemming ‘Wonen’ binnen de 0,55 ouE/m³ geurcontour van Vion wordt gewijzigd naar ‘Groen’.

7

3. Ambtshalve wijzigingen Naast de aanvullingen die plaatsvinden op basis van de ingekomen zienswijzen, worden er ook ambtshalve wijzigingen doorgevoerd in het plan. Deze wijzigingen worden hier kort toegelicht. Omgevingsverordening Provincie Gelderland Onder hoofdstuk 3 van de toelichting, specifiek 3.3.2., is de toetsing aan de provinciale omgevingsverordening uitgebreid. Uit overleg met de provincie bleek de toetsing hier nog niet volledig. Een verwijzing naar de instructieregel voor de doorwerking van de regionale woonagenda is toegevoegd. De toetsing hieraan is toegevoegd onder 3.4 van de toelichting. Verder is onder 3.3.2 van de toelichting de toetsing aan de instructieregel voor klimaatadaptatie toegevoegd en uitgebreid. De onderbouwing hiervoor was al gegeven in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan, maar werd niet verbonden aan de provinciale omgevingsverordening. In het vastgestelde plan is dit gecorrigeerd. Ter volledigheid is het onderdeel klimaatadaptatie ook toegevoegd onder de uitvoeringsaspecten in hoofdstuk 4 van de toelichting. Regionaal beleid In de toelichting ontbrak een toetsing aan het regionale beleid, in het bijzonder de toetsing aan de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030. Deze toetsing is toegevoegd. De conclusie is in overeenstemming met de provincie en regio tot stand gekomen.

Deze conclusie komt overeen met de recent vastgestelde gemeentelijke woonvisie. Gemeentelijk beleid Onder het gemeentelijk beleid in de toelichting is de woonvisie geactualiseerd. Ten tijde van afronding van het ontwerpbestemmingsplan werd de Woonvisie 2023-2027 vastgesteld. De toelichting van het plan is geactualiseerd op basis van deze woonvisie. Stikstofberekening Sinds 6 november 2023 geldt een nieuwe Aerius Calculator. Dit is een actualisatie van de vorige versie d.d. 5 oktober 2023. In die versie werden onder andere de uitkomsten van het onderzoek over de herziening van de kritische depositiewaarde (KDW) verwerkt. De toegepaste versie van 6 november 2023 corrigeert enkele fouten in de versie van 5 oktober 2023, namelijk het toepassen van onjuiste bronkenmerken voor mobiele werktuigen en railverkeer. Het plan is opnieuw doorgerekend met behulp van de geactualiseerde Aerius Calculator. Hieruit volgen geen wijzigingen ten aanzien van het plan. De conclusie blijft dat er voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het plan blijft in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.

Bijlage 6 bij de toelichting, de AERIUS-berekening, is geactualiseerd met de nieuwste berekening. Regels Enkele regels zijn gewijzigd wegens onvolledigheden of discrepanties. De wijzingen in de regels worden hieronder per algemeen artikel genoemd. -

-

Artikel 1, Begrippen: o artikel 1.35 ‘Onderbouw’ geschrapt; Artikel 2, Wijze van meten: o artikel 2.2 ‘de (bouw)hoogte van een bouwwerk’: aangepast zodat schijnkappen met een maximum van 2 meter niet meer een ondergeschikt bouwdeel zijn; Artikel 3, Groen – 1: o artikel 3.2.3 ‘Bouwwerken, geen gebouwen zijnde’: aangepast zodat er een beter onderscheid is tussen speeltoestellen en zaken als verlichtingsmasten, vlaggenmasten, ballenvangers, et cetera; Artikel 4, Tuin: o artikel 4.2.1 ‘Algemeen’: uitgebreid met verplichte toetsing van bouwwerken aan het beeldkwaliteitsplan; o artikel 4.2.2 ‘Bouwen uitbouwen’: toegevoegd, zodat ook erkers en dergelijke constructies mogelijk zijn bij woningen grenzend aan een tuinbestemming;

8

-

-

o artikel 4.3.1 onder a. ‘Bouwen overkapping’: in overeenstemming gebracht met de regeling onder Wonen, artikel 6.2.3 onder c.; o artikel 4.3.1 onder c. ‘Bouwen overkapping’: aangepast zodat deze meer in overeenstemming is met de soortgelijke regeling welke geldt onder Wonen, artikel 6.2.3 onder e.; Artikel 6, Wonen – 1: o artikel 6.2.1 ‘Algemeen’ uitgebreid met verplichte toetsing van bouwwerken aan het beeldkwaliteitsplan; o artikel 6.2.3 onder e. ‘Bijbehorende bouwwerken’ is aangepast zodat deze beter leesbaar is.; Algemeen: o tot slot zijn wijzigingen in nummering van artikelen en verwijzingen naar artikelen doorgevoerd voor zover voorgaande wijzigingen hier invloed op hadden.

9

4. Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp 1. Artikel 7 van het bestemmingsplan is aangepast naar de bij de zienswijze meegezonden set regels voor een ondergrondse hoogspanningsverbinding (zie Zienswijze 1a). 2. De planverbeelding is aangepast, zodat er geen woonbestemming binnen de vergunde geurcontour van 0,55 ouE/m³ van Vion ligt (zie Zienswijze 2a.). 3. De toelichting van het bestemmingsplan is aangepast op basis van opmerkingen van de Provincie Gelderland (zie hoofdstuk 3). 4. De toelichting van het bestemmingsplan is aangepast op basis van beleid dat ondertussen is gewijzigd (zie hoofdstuk 3). 5. Bijlage 6 bij de toelichting is geactualiseerd met de meest recente AERIUS-berekening. 6. Enkele regels van het bestemmingsplan zijn aangepast op basis van de ambtshalve wijzigingen (zie hoofdstuk 3).

5. Algehele conclusie De ingediende zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingekomen en zijn daarmee ontvankelijk. Een deel van de zienswijzen heeft geleid tot een aanpassing van de toelichting, regels of planverbeelding, of een combinatie daarvan. De ingediende zienswijzen en gedane aanpassingen geven echter geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld.

Bijlagen 1. Zienswijze TeneT TSO B.V., d.d. 10 augustus 2023 2. Pro forma zienswijze Vion Groenlo B.V., d.d. 16 augustus 2023 3. Aanvullende gronden zienswijze Vion Groenlo B.V., d.d. 31 augustus 2023

10

Bijlage 1

Zienswijze TeneT TSO B.V., d.d. 10 augustus 2023

Bijlage 2

Pro forma zienswijze Vion Groenlo B.V., d.d. 16 augustus 2023

Bijlage 3

Aanvullende gronden zienswijze Vion Groenlo B.V., d.d. 31 augustus 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13519410/1