CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp brouwhuizen fase 2 toelichting bijlagen deel a

Gemeenteraad 19 december 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Brouwhuizen, fase 2'13.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2





   







 



 











,







 

 



 



 



























ð

ð













  ,  

 

ð Pð  P

P

 



ð ð





P



ð



ð

P 





ð

Pð



P

ð

 

P

  

P



P



P











 





 

















 





ð P



 

 



  





Pð





:

 





 









YE 

: 







 







 







 













P

ð



 





  







YE

P



ð 

P







ð









 



  























YE



 















ð

P 





   















P

ð

P







YE 

ð



















$

 



$ 







P

ð 

P





ð 

 ð



P

ð







P

P

ð







 

  









  

 

.$9(/6 6FKDDO

61











 

 



 

















 YE 

 

,





  

 

YE 

YE





 

















 

  



 





  























 

 $





$



P









 

 

  



   







 



 





,





  

 



 



 













 

 





 



 

,

 

  









 







 

 



  

:

 





 









YE 

: 





 





 







 







  



 

   

YE 

 



YE 











 





    









YE 





$

 



$ 









 

  





  

 

7RWDDO .DYHOV *HPHHQWH

P P P

0JURQGJHPHHQWH 6FKDDO

62

5.8 Straatmeubilair Fietsers verlaten het plangebied via (half)verharding en Padvast paden richting de Groenlose Slinge. Er kunnen in overleg met de bewoners enkele picknickof zitbanken worden geplaatst, eventueel aangevuld met een paneel met gebiedsinformatie.

63

5.9 Verlichting De armaturen in gelijkwaardige maat en kleurstelling als in de bestaande woonwijk Brouwhuizen fase I. Dit om eenheid te krijgen en het voordelen heeft voor het beheer.

5.10 Schakelkasten en trafo’s De schakelkasten en trafo’s in gelijkwaardige maat en kleurstelling als in de bestaande woonwijk Brouwhuizen fase I. Dit om eenheid te krijgen en het voordelen heeft voor het beheer.

5.11 Beheer en kwaliteitborging Een goed plan moet natuurlijk ook z’n waarde houden dit doen we doormiddel van het schrijven van een beheersplan. Het is dan ook aan de aannemer of uitvoerende hovenier hier voor een termijn van 10-15 jaar een goed onderhoudsplan voor op te stellen. Welke aansluit toegepaste materialen en beplantingssoorten met bijbehoren eigenschappen en onderhoudsbehoefte. Kortom een beschrijven we het terrein met de streefdoelen en op welke manier deze kunnen worden nagestreefd. Waardoor we het gewenste beeld + kwaliteit in stand kunnen houding, en of herstel naar de juiste waarde.

64

65

bestemmingsplan Brouwhuizen fase 2

Bijlage 2 Archeologisch onderzoek

72

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Laagland Archeologie Rapport 636

Inventariserend veldonderzoek verkennende fase

Brouwhuizen fase 2, Groenlo, gemeente Oost Gelre (GD).

september 2022 Versie 1.1 (concept)

In opdracht van: BJZ.nu

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 636

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre (GD) Auteur: Jeroen Wijnen

In opdracht van: BJZ.nu

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: concept

Controle: E .W. Brouwer Autorisatie: E. W. Brouwer

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, september 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

v2.4

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in april 2021 een Inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd aan de Brouwhuizen fase 2 te Groenlo. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouw van een woonwijk Brouwhuizen fase 2. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Voor het grootste deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting voor archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum tot Nieuwe tijd. Het oostelijke deel heeft op basis van het bureauonderzoek een matig hoge tot hoge archeologische verwachting. Eind 19e tot midden 20ste eeuw stond in dit deel van het plangebied bebouwing, waaronder een windmolen. De rest was onbebouwd en behoorde voornamelijk tot het beekdal van de Groenlose Slinge. Voor een deel heeft de Groenlose Slinge binnen het plangebied gelegen. In de jaren ‘70/’80 van de vorige eeuw is het terrein van de Grolsch brouwerij uitgebreid en is het terrein opgehoogd. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen.

Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Alleen in het oostelijk deel is een enkeerdgrond (plaggendek) zonder ophoging aangetroffen. Verder is het terrein opgehoogd met een 20 tot 180 cm dik pakket opgebrachte grond en puin. Algemeen is alleen nog de C-horizont aanwezig onder het ophogingspakket. De archeologische verwachting voor het overgrote deel dat oorspronkelijk landschappelijk tot het beekdal behoorde blijft laag. De archeologische verwachting van het oostelijk deel van het plangebied, kan ondanks het aantreffen van een onverstoorde enkeerdgrond naar beneden worden bijgesteld. Verder is nergens een intact bodemprofiel aangetroffen. In dat deel van het plangebied was ongeveer in de periode 1880 tot 1950 bebouwing, waaronder een windmolen. Dit mogelijk onverstoorde deel van het terrein is ook al eerder onderzocht met een proefsleuvenonderzoek waarbij slechts weinig sporen zonder duidelijke context zijn aangetroffen.Het archeologisch belang hiervan is laag. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven.

De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Oost Gelre, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw A. Lugtigheid-Hendriks (Omgevingsdienst Achterhoek). Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

Samenvatting ___________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek______________________________________________ 5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 5 Administratieve gegevens __________________________________________ 6 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 8 Gemeentelijk beleid _______________________________________________ 9 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 10

2 Voorgaand onderzoek _________________________________________ 11 3 Veldonderzoek _______________________________________________ 16 3.1 3.2 3.3

Beschrijving onderzoeksmethodiek __________________________________ 16 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________ 16 Resultaten: archeologie ___________________________________________ 18

4 Conclusie en verwachting ______________________________________ 19 5 Selectieadvies _______________________________________________ 20 literatuur _____________________________________________________ 21 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus __________________________________________ 22 BIJLAGE 2 Archeologische perioden________________________________ 23 BIJLAGE 3 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 24 BIJLAGE 4 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 26 BIJLAGE 5 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 27 BIJLAGE 6 Dikte ophoging _______________________________________ 34 BIJLAGE 7 Verklarende woordenlijst _______________________________ 35

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Brouwhuis (ong.) te Groenlo, gemeente Oost Gelre (GD). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Oost Gelre heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Omdat het terrein al onderdeel was geweest van een archeologisch vooronderzoek, is er in overleg met de regioarcheoloog geen bureauonderzoek uitgevoerd.1 De resultaten van dit vooronderzoek zijn samengevat in hoofdstuk 2. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Brouwhuizen fase 2 in Groenlo, gemeente Oost Gelre (GD), zie onderstaande afbeelding.

1

Mail Annemieke Lugtigheid d.d. 1 februari 2021. 5

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

Afbeelding 1. Ligging van het plangebied. Het plangebied had in eerste instantie een omvang van ca. 2,8 ha (aangegeven met een rode contour in afbeelding 1). Het oorspronkelijke plangebied is echter uitgebreid, ongeveer 1 jaar nadat het Inventariserend Veldonderzoek – verkennende fase al was uitgevoerd. Het huidige plangebied heeft een omvang van ca. 3,5 ha. Het huidige plangebied wordt tevens aangeduid als ‘onderzoeksgebied’. De uitbreiding van het onderzoeksgebied is al eerder is onderzocht.2 Daarvoor maakte het plangebied al deel uit van een archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en verkennend booronderzoek).3 Er zijn toen ook al enkele boringen in het oostelijk deel en aan de rand van het plangebied gezet.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Gelderland

Gemeente

Oost Gelre

Plaats

Groenlo

Beheerder/eigenaar grond

onbekend

Toponiem

Brouwhuizen fase 2

2

Kruining,, 2008; Pronk, en Willemse, 2007.

3

Boer en Cruysheer, 2004. 6

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

Kadastrale perceelnummer(s)4

GLO00 - A - 6038

Laagland Archeologie projectnummer

GRBR211

Datum conceptrapportage

30-9-2022

Datum definitief rapport XY-coördinaten

239598/451842 239828/451785 239683/451662 239525/451756

Kaartblad

34D

Oppervlakte/lengte Plangebied Datering

ca. 2,8 ha

Complextype

Bewoning (incl. verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

5025712100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

Datum begin veldonderzoek

21-4-2021

Datum eind veldonderzoek

21-4-2021

Opdrachtgever

BJZ.nu

Goedkeuring bevoegde overheid

Nog niet beoordeeld

Bevoegde overheid

gemeente Oost-Gelre

Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie

mevr. A. Lugtigheid-Hendriks (Omgevingsdienst Achterhoek) Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50 Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl

5

Uitvoerder

Projectleider/opsteller onderzoek

Laat-Paleolithicum tot Nieuwe tijd

Tabel 1. Objectgegevens.

4

kadastralekaart.com

5

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 7

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied ligt momenteel in een braakgelegen terrein. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.6 Binnen het plangebied is de nieuwbouw van de woonwijk Brouwhuizen fase 2 voorzien. In totaal gaat het om 31 woningen. Het gaat om twee blokken met ieder drie woningen in een rij, een blok van zes geschakelde woningen, zestien een-ondereen-kap-woningen en negen vrijstaande woningen. Verder zal er een openbaar gebouw worden gebouwd in het oostelijke plangebied. In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Afbeelding 2 toont de huidige situatie en afbeelding 3 de gewenste nieuwe situatie.

Afbeelding 2. Huidige situatie. Bron: pdok.nl

6

bron: gemeentelijke monumentenlijst 8

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

Afbeelding 3. Nieuwe situatie.

1.5 GEMEENTELIJK BELEID Volgens de Gemeentelijke Archeologische Beleidskaart (Bijlage 3) heeft het grootste deel van het plangebied een lage archeologische verwachting met een verhoogde kans op mogelijk goed geconserveerde archeologische off-site resten. Aan de oostzijde ligt een gebied met een matige archeologische verwachting en noordoostzijde een gebied met een hoge archeologische verwachting.7 Op afbeelding 4 heeft het oostelijk deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting. Per 22 februari 2022 is het Parapluplan Archeologie vastgesteld. Volgens het archeologiebeleid is voor de zone met een Waarde – Archeologisch Verwachtingsgebied 2 (een hoge archeologische verwachting onderzoek) vereist indien de omvang van de geplande bodemingrepen groter is dan 250 m 2 en meer dan 30 cm -mv. Voor een zone met een Waarde – Archeologisch Verwachtingsgebied 3 (een middelmatige archeologische verwachting) geldt daarvoor een ondergrens van 1000 m2 en een diepte van 30 cm -mv. Voor een Waarde – Archeologisch Verwachtingsgebied 4 (lage archeologische verwachting) geldt een ondergrens van 5000 m2 en een diepte van 30 cm.

In eerste instantie is het gemeentelijk beleid beschreven begin 2021. Vanaf 22-2-2022 is het Parapluplan Archeologie vastgesteld. 7

9

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.

1.6 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

10

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

2V

OORGAAND ONDERZOEK

Het plangebied maakte deel uit van het noordelijk, onbebouwde deel van het terrein van de Grolsch brouwerijen. Momenteel is het een braakliggend terrein. Het door beken doorsneden dekzandgebied van de Oost-Nederlandse zandgronden was gedurende de gehele menselijke bewoningsgeschiedenis een aantrekkelijke leefomgeving.8 De keuzes om te wonen werden zowel pragmatisch als logisch gemaakt; vrijwel zonder uitzondering werden hiervoor de droge, hoger gelegen zandgronden gebruikt op de grens van gronden die geschikt waren voor landbouw en die geschikt waren voor weiland. Telkens als de grond uitgeput raakte, verplaatste men de boerderijen zodat men vlak bij de vruchtbare grond woonde. Waarschijnlijk vanaf de 10e eeuw kregen de gebouwen een vaste plek in het landschap en ontstond Groenlo op de rand van een keileemplateau, vlakbij stromend water en geschikte landbouwgronden. Door het ontstaan van de plaggendekken aan het einde van de Middeleeuwen werd het bouwland opgehoogd. Onder dit ophogingspakket zijn mogelijk resten van oudere boerderijen achtergebleven. De vondstenlaag van archeologische terreinen is door het ploegen in alle gevallen opgenomen in het plaggendek. Grondsporen kunnen daarentegen wel goed zijn beschermd. In de periode van het ontstaan van de plaggendekken speelden twee andere fenomenen een rol.

Ten eerste is een nieuwe loop van de Slinge ontstaan (waarschijnlijk gegraven) langs de noordrand van Groenlo. De nieuwe geul kon zich vrij verplaatsen door het dekzandlandschap en heeft zodoende een natuurlijk meanderend verloop gekregen. Door de continue geulverplaatsingen is een dal ontstaan dat nu nog als een laagte in het landschap herkenbaar is. Bij dit onderzoek zijn in de directe omgeving naast dekzandafzettingen met oude bouwlanden, soms met afgedekte horizonten van podzolgronden, ook beekdalafzettingen aangetroffen. Ook op een terrein direct ten zuiden van het plangebied zijn beekdalafzettingen aangetroffen die variëren van zwak siltig, al dan niet zwak grindig zand tot sterk siltige klei.9 Deze beekdalafzettingen behoren tot het Laagpakket van Singraven, Formatie van Boxtel. Resten van oude nederzettingen (vroeg-middeleeuws of ouder) die gelegen hebben op de plek van het dal zijn daarbij verspoeld. In het dal worden nu geen archeologische waarden ‘in-situ’ uit deze perioden verwacht. Ten tweede is het land rondom Groenlo in de 16e en de 17e eeuw het toneel geweest van diverse oorlogshandelingen. Bij het graven van wallen, grachten en andere constructies is de bodem verstoord en kunnen archeologische sporen onder het esdek zijn verstoord.

Veel van deze werken staan aangeduid op historische kaarten maar omdat deze kaarten niet voldoende nauwkeurig zijn voor het buitengebied, is de precieze locatie van de werken niet af te leiden. Op basis van de ligging van de oude bouwlanden, gecombineerd met de historische ligging van het beekdal van de Slinge en het waterbassin is een archeologische verwachtingskaart gemaakt. Deze kaart geeft aan waar archeologische sporen uit de Middeleeuwen en eerdere perioden kunnen worden verwacht (zie afbeelding 4). Er zijn geen aanwijzingen voor het aantreffen

8

Vrijwel letterlijk overgenomen: Boer en Cruysheer, 2004.

9

Pronk en Willemse, 2007. 11

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

van archeologische waarden uit de Nieuwe Tijd (1500 - heden), uitgezonderd de voormalige belegeringswerken en de bestaande gebouwen. De voormalige belegeringswerken kunnen per toeval bij graafwerkzaamheden worden ontdekt en moeten dan nader worden onderzocht. Volgens de Gemeentelijke Archeologische Verwachtingskaart (Bijlage 3) heeft het grootste deel van het plangebied een lage archeologische verwachting met een verhoogde kans op mogelijk goed geconserveerde archeologische off-site resten. Aan de oostzijde ligt een gebied met een matige archeologische verwachting. Op afbeelding 410 heeft het oostelijk deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting. Deze archeologische verwachting geldt voor alle perioden vanaf het Laat-Paleolithicum.

Afbeelding 4. Archeologische verwachting (De Boer en Cruysheer, 2004). Het onderzoek van De Boer en Cruysheer in 2004 wees uit dat het Grolschterrein is geëgaliseerd door middel van ophoging. Op de plekken waar oorspronkelijk een esdek aanwezig was, afgezien waar deze onderkelderd was, kan deze geconserveerd zijn onder het huidige fabrieksterrein. In de rest van het plangebied komt een bouwlanddek voor met matig tot sterk humeus zand. In het dek komen ondermeer aardewerkfragmenten voor. Slechts in enkele gevallen is het totale bodemprofiel intact. Vaak is er sprake van een menghorizont waarin de resten van de oorspronkelijke lagen nog wel herkenbaar waren. Het noordoostelijke terrein is geclassificeerd als een gebied met een esdek. Het booronderzoek heeft alleen plaatsgevonden op het noordoostelijke deel van het plangebied en dan voornamelijk aan de randen. De Eibergseweg die aansloot op de noordoostelijke toegang tot de

10

Boer en Cruysheer, 2004. 12

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

stad via de Nieuwe Poort staat al op de kaart van Van Deventer aangegeven.11 De Nieuwe Poort is in 1330 gebouwd als onderdeel van de bakstenen ommuring, waarmee de stad tussen 1327 en 1341 werd omgeven.

Afbeelding 5. Uitsnede topografische kaart ca. 1927 (Bron Topotijdreis). Op basis van historisch kaartmateriaal lag in het oostelijk deel van het plangebied bebouwing ca. in de periode 1880 tot begin jaren ’50 van de vorige eeuw bebouwing. Op de topografische kaart was de bebouwing rond de windmolen het uitgebreidst (afbeelding 5). Tot eind ‘jaren 20/begin jaren ’30 van de vorige eeuw stond er ook een windmolen. De Eibergseweg liep tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw door het plangebied, totdat er een er een tunneltje of spoorwegbrug werd aangelegd waarnaar de weg werd omgeleid. Vanaf die tijd vormt de Eibergseweg de zuidoostelijke begrenzing van het plangebied. Tot in de jaren ‘70/’80 van de vorige eeuw liep de Groenlosche Slinge door het noordwestelijk deel van het plangebied, totdat deze werd rechtgetrokken. Tot die tijd maakte het plangebied deels onderdeel uit van het beekdal. Het uiterst noordelijk deel maakte deel uit van een dekzandrug, net als het gebied ten oosten van het oude tracé van de Eibergseweg. De huidige Groenlosche Slinge loopt ca. 125 m ten noorden van het plangebied. Het terrein werd opgehoogd ten behoeve van een uitbreiding van het fabrieksterrein. Aan de westzijde van het plangebied verrees een groot gebouw. In het zuidoostelijk deel van het plangebied is toen een oprit aangelegd. De bebouwing is rond 2010 verdwenen.

Vanaf die tijd ligt het terrein braak. Wel ligt de oprit er nog steeds. Vanaf begin jaren ’10 van deze eeuw is ergens de weg die de zuidgrens van het plangebied vormt, de Brouwhuis aangelegd. Het plangebied is nadat het veldwerk van dit onderzoek was uitgevoerd, uitgebreid met het noordelijk en oostelijk deel van het huidige plangebied. Het bleek toen al vrij

11

Oude Rengerink en Spitzers, 2018. 13

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

snel dat deze delen al onderzocht zijn in 2007 en 2008 met respectievelijk een Inventariserend Veldonderzoek – verkennende fase en een proefsleuvenonderzoek. Verder onderzoek is daarom niet nodig binnen deze uitbreiding.

Afbeelding 6. Archeologische onderzoeken in het huidige plangebied. Bron: Archis3.

In het noordelijke, centrale plangebied is een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd (Zaakidentificatienummer 2155201100). Het plangebied (beide percelen) is grotendeels afgegraven en/of tot grote diepte verstoord.12 Verder archeologisch vooronderzoek wordt dan ook niet zinvol geacht. Het oostelijk deel van het plangebied was onderdeel van een proefsleuvenonderzoek (Zaakidentificatienummer 2176765100). Algemeen zijn weinig archeologische sporen aangetroffen en deze maakten ook geen deel uit van een structuur.13 De sporen leverden nauwelijks vondsten op. Twee sporen in het oostelijk deel van het huidige plangebied, in de putten 3 en 6, kunnen uit de IJzertijd stammen. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Verder is het gehele, huidige plangebied onderzocht bij een archeologisch vooronderzoek en Cultuurhistorische Inventarisatie (Zaakidentificatienummer 2042141100). Bij dit vooronderzoek zijn ook boringen gezet aan de zuidrand en het

12

Pronk en Willemse, 2007.

13

Kruining,, 2008. 14

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

oostelijke plangebied.14 Aan de hand van de profielopbouw zijn de boringen in het zuidelijk deel van het plangebied geclassificeerd als representatief voor een beekdal, terwijl in het oostelijke plangebied een plaggendek (es) is vastgesteld. Voor het toenmalige Grolschterrein geldt waar essen (buiten de toenmalige bebouwing) zijn vastgesteld zoals binnen het oostelijke plangebied geldt een hoge archeologische potentie.

14

Boer en Cruysheer, 2004. 15

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

3V

ELDONDERZOEK

3.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Het hele plangebied was toegankelijk voor archeologisch booronderzoek. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld15 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van 18 verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB.

De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 5. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 4.

3.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

Drie van de 18 boringen zijn vroegtijdig gestagneerd in opgebrachte grondlagen/puinlagen zoals in boring 3 waar deze is gestuit in een bruine, zwak humeuze zwak siltige, matig fijne, zandlaag op 150 tot 160 cm -mv met een bijmenging van baksteen, puin en asfalt. Boring 3, 6 en 9 zijn gestuit op respectievelijk 160, 90 en 40 cm -mv. Boring 9 is mogelijk gestuit op puin van de molen of de twee woonhuizen die begin vorige eeuw aan de toenmalige weg door het

15

Wijnen, 2021. 16

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

plangebied lagen. Verder zijn overwegend door opgebrachte grondlagen afgedekte dekzanden of verspoelde dekzanden aangetroffen. In de meeste gevallen zijn er geen door bodemvorming ontstane bodemhorizonten onder het opgebrachte grondpakket aangetroffen, maar bestaat de natuurlijke ondergrond uit de C-horizont (zie figuur 6 en Bijlage 6). De opgebrachte grondlagen bestaan voornamelijk uit donker grijsbruin, gevlekt, zwak humeus, zwak siltig, matig fijn zand met vaak een bijmenging van baksteenpuin. Algemeen bestaat de C-horizont uit lichtgeel of geel zwak siltig, matig fijn zand, die dekzanden representeren. Daar waar dit materiaal licht grindig is of enkele grindkorreltjes bevat gaat het om verspoeld dekzandmateriaal. In enkele gevallen zijn de dekzanden of verspoelde dekzanden zwak humeus door humusinspoeling (boring 9 en 14). Slechts in een enkel geval is roest in de ondergrond aangetroffen (boring 18). Alleen in boring 1 is onder het ophogingspakket op ca. 80 cm -mv (22,09 m +NAP) een dunne A-horizont van 5 cm dikte bestaande uit zwak humeuze, sterk zandige leem aangetroffen. Deze A-horizont heeft zich in beekleem gevormd. Direct onder deze dunne A-horizont, ligt de dekzandondergrond. In boring 11 aan de oostzijde van het plangebied is als enige boring geen opgehoogd terrein aangetroffen.

In boring 11 is een 50 cm dikke A-horizont tot 20 cm -mv bestaande uit een bouwvoor en daaronder een akkerlaag aangetroffen. Onder dit plaggendek zijn tot 80 cm -mv dekzanden aanwezig met humusinspoeling (BC-horizont).

Afbeelding 7. Niveau dekzandondergrond en bodemopbouw.

17

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

3.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE Afgezien in boring 11 zijn er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. In de opgebrachte grond zijn bijmengingen zoals baksteen, puin, asfalt en kolengruis aangetroffen. Deze grond is ergens in de jaren ‘70/’80 opgebracht bij de uitbreiding van de Grolschbrouwerij. Om die reden zijn deze bijmengingen archeologisch weinig relevant. In boring 11 is in de akkerlaag een enkele baksteenspikkel aangetroffen. Als enige is geen ophoging in het profiel van boring 11 aangetroffen. Verder is in boring 11 het enige profiel met een dikke A-horizont van een hoge zwarte enkeerdgrond (plaggendek) aangetroffen. In de onderliggende BC-horizont is een enkele houtskoolspikkel aangetroffen. Voor de rest vrijwel overal de bodemvorming ontstane horizonten verdwenen en ligt de C-horizont direct onder het opgebrachte grondpakket. Verder is alleen in boring 1 een dunne A-horizont aangetroffen, die in beekleem is gevormd. Algemeen is het terrein behoorlijk op de schop genomen. Voor een deel was het terrein te nat voor bewoning. Het intacte plaggendek in boring 11 representeert een relatief klein deel van het plangebied.

18

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

4C

ONCLUSIE EN

VERWACHTING In het overgrote deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting voor archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum tot Nieuwe tijd. Het oostelijke deel heeft op basis van het bureauonderzoek een matig hoge tot hoge archeologische verwachting. Eind 19e tot midden 20ste eeuw stond in dit deel van het plangebied bebouwing, waaronder een windmolen. De rest was onbebouwd en behoorde voornamelijk tot het beekdal van de Groenlose Slinge. Voor een deel heeft de Groenlose Slinge binnen het plangebied gelegen. In de jaren ‘70/’80 van de vorige eeuw is het terrein van de Grolsch brouwerij uitgebreid en is het terrein opgehoogd. Alleen in het oostelijk deel is een enkeerdgrond (plaggendek) zonder ophoging aangetroffen. Verder is het terrein opgehoogd met een 20 tot 180 cm dik pakket opgebrachte grond met puinbijmenging. Algemeen is alleen nog de Chorizont aanwezig onder het ophogingspakket. De archeologische verwachting voor het overgrote deel dat oorspronkelijk landschappelijk tot het beekdal behoorde, blijft laag. De archeologische verwachting van het oostelijk deel van het plangebied, kan ondanks het aantreffen van een onverstoorde enkeerdgrond naar beneden worden bijgesteld. Het oostelijke plangebied is namelijk al eerder onderzocht met een proefsleuvenonderzoek waarbij slechts weinig sporen zonder duidelijke context zijn aangetroffen.

Verder is nergens een intact bodemprofiel aangetroffen.

19

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

5S

ELECTIEADVIES

Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van het oostelijk deel van het plangebied. In dat deel van het plangebied was ongeveer in de periode 1880 tot 1950 bebouwing, waaronder een windmolen. De archeologische verwachting van het oostelijk deel van het plangebied, kan ondanks het aantreffen van een onverstoorde enkeerdgrond naar beneden worden bijgesteld. Verder is nergens een intact bodemprofiel aangetroffen. In dat deel van het plangebied was ongeveer in de periode 1880 tot 1950 bebouwing, waaronder een windmolen. Dit mogelijk onverstoorde deel van het terrein is ook al eerder onderzocht met een proefsleuvenonderzoek waarbij slechts weinig sporen zonder duidelijke context zijn aangetroffen. Het archeologisch belang hiervan is laag. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Oost Gelre, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw A. Lugtigheid-Hendriks (Omgevingsdienst Achterhoek Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

20

Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Brouwhuizen fase 2 te Groenlo, gemeente Oost Gelre, Gelderland

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Boer, A. de en A. Cruysheer (e.a.), 2004: Groenlo Noordrand. Archeologisch Vooronderzoek en Cultuurhistorische Inventarisatie, Bunschoten (ADC rapport 227) Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Kruining, M.E. van, 2008: Groenlo, Voormalig Grolschterrein (Gem. Oost Gelre) Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. ADC-rapport 1270. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Oude Rengerink, J.A.M. en T.A. Spitzers, 2018: Archeologische begeleiding Het Brouwersnös te Groenlo, gemeente Oost Gelre, GLD. Laagland Archeologie Rapport 166. Pronk, E.C. en N.W. Willemse, 2007: Plangebied benedenstrooms N18 en voormalig Grolsch-terrein te Groenlo, gemeente Oost-Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAP-notie 2202.

Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Wijnen, J. , 2021. Plan van Aanpak ivo-verkennend Brouwhuis Groenlo. Eindhoven. Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

Gebruikte kaarten beleidskaart. Bron: gemeente Oost Gelre. Geraadpleegd op 15-4-2021 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 28-4-2021

21

BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS

22

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

23

BIJLAGE 3 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART

gw

24

k

25

BIJLAGE 4 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK

26

BIJLAGE 5 BOORSTATEN VELDONDERZOEK

27

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13588377/1