CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp bommelwereld toelichting bijlage 13 nee, tenzij-toets

Gemeenteraad 22 februari 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan Bommelwereld en ruimtelijk kwaliteitskader Bommelwereld9.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 6.1

Impressie van de beoogde sfeer en inrichting van Bommelwereld (bron: Studio Nico Wissing). 37

6.2.1

Aanleg vijver en realisatie ‘Knarkmoeras’

Centraal op de planlocatie wordt het Knarkmoeras gerealiseerd. Het Knarkmoeras bestaat uit een natuurlijk ogende vijver met flauwe taluds en plasdraszones (figuur 6.2). In totaal heeft het een Knarkmoeras een oppervlakte van circa 6.000 m2. De overgangen tussen land en water alsmede het oppervlaktewater zijn een uitermate geschikt leefgebied voor insecten, kleine grondgebonden fauna, amfibieën, vogels en vissen.

Figuur 6.2

6.2.2

Het Knarkmoeras bestaat uit een vijver met flauwe taluds en plasdraszones die zijn begroeid met inheemse vegetatie.

Realisatie verblijfplaatsen voor vleermuizen

Op de planlocatie en in slot Bommelstein zullen op diverse plaatsen vleermuiskasten c.q. vleermuisverblijfplaatsen geplaatst worden. Hierdoor worden verblijfplaatsen voor vleermuizen binnen de planlocatie gerealiseerd. De realisatie van de kasten zal bestaat uit zowel boomkasten als gevelkasten. Tevens zullen er in kraamkasten gerealiseerd worden. In de torens van slot Bommelstein wordt, indien inpasbaar een verblijfplaats voor gewone grootoorvleermuis gecreëerd. De in te bouwen of op te hangen vleermuiskasten worden zoveel mogelijk geplaatst op locaties met zo min mogelijk lichtverstoring. De locaties van de kasten dienen aan de volgende voorwaarden te voldoen: •

Minimale hoogte van 3 meter (onderzijde voorziening).

•

De voorziening dient een vrije aanvliegroute voor vleermuizen te hebben. Dit betekent dat er geen obstakels (zoals bomen of struiken) de invliegopening mogen blokkeren.

•

De vleermuisvoorziening mag niet verlicht worden. Verlichting dicht bij de voorziening of gericht op de voorziening dient voorkomen te worden.

•

De voorziening dient op een luwe plaats te worden gerealiseerd. Vleermuizen prefereren een verblijfslocaties met stabiele klimatologische omstandigheden.

38

•

Vleermuiskasten op verschillende oriëntaties aanbieden.

•

Bij voorkeur meerdere kasten bij elkaar hangen.

6.2.3

Realisatie inheems bloemrijk grasland

Binnen de planlocatie zal een fors gedeelte worden ingericht met een inheems bloemenmengsel (circa. 18.000 m2). Door gebruik te maken van inheemse vaatplanten, wordt geschikt leefgebied voor onder andere insecten, kleien grondgebonden fauna, vogels en amfibieën gerealiseerd.

6.2.4

Bomen en struiken

De huidige bomen en struiken, met name de bosschages en stroken, worden indien inpasbaar en haalbaar behouden. Daarnaast worden veel nieuwe bomen en struiken aangeplant. In totaal beslaat het areaal bomen en struiken circa 15.000m2. Hierbij worden uitsluitend inheemse soorten aangeplant.

Figuur 6.3 Impressie van de aan te planten bomen (bron: Studio Nico Wissing).

6.2.5

Realisatie insectenhotel

Binnen de planlocatie worden op diverse plaatsen insectenhotels gerealiseerd. Deze insectenhotels dragen bij aan de nest- en schuilgelegenheid voor insecten. Een goed functionerend insectenhotel moet aan de volgende voorwaarden voldoen (Vlinderstichting, 2018): •

Diameter van de boorgangen en stengels dient te variëren tussen 2 en 9 millimeter.

•

Diepte van boorgang moet lang zijn, zodat meerdere nestcellen achter elkaar aangelegd kunnen worden.

•

Gaten of stengels dienen aan één kant dicht te zijn, anders zullen er geen bijen in nestelen

•

Gangen moeten glad zijn van binnen.

•

Gangen bij voorkeur dwars op de ‘draad’(=vezelrichting). Zo ontstaan er minder snel scheuren in het hout.

•

Boven het insectenhotel dient een waterdicht afdak gerealiseerd te zijn. Hierdoor kunnen de bijen droog nestelen.

39

•

Ophangen op een zonnige plek, gericht op het zuiden, oosten of westen (insecten hotels op het noorden worden niet gebruikt).

•

Voedselrijke omgeving met veel inheemse bloemen in voorjaar tot de nazomer.

•

Biedt heuveltjes met aarde en/of leem aan, zodat bijen hier materiaal kunnen vinden om het nest af te sluiten.

6.2.6

Gebruik inheems plantmateriaal

Het plantmateriaal dat bij de groeninrichting van de planlocatie gebruikt wordt zal inheems plantmateriaal betreffen. Hiermee wordt een bijdrage aan de biodiversiteit geleverd. Deze beplanting sluit aan bij de thans aanwezige soorten en levensgemeenschappen of vormen een basis voor de beoogde uitbreiding hiervan.

Figuur 6.4 Impressie van de aan te planten vegetatie (bron: Studio Nico Wissing).

40

7 Conclusie Een kleinschalige ruimtelijke ontwikkeling in de Groene Ontwikkelingszone kan plaatsvinden als dit samengaat met een versterking van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied en deze versterking in een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan wordt verankerd. Met betrekking op de kernkwaliteiten is er geen sprake van significante aantasting. De hydrologische impact van de realisatie van oppervlaktewater binnen de planlocatie dient echter nader bepaald te worden. Binnen de beoogde ontwikkeling worden de kernkwaliteiten substantieel versterkt ten behoeve van de kamsalamander en steenuil. Daarnaast wordt er aan diverse ontwikkelingsdoelen bijgedragen en een positieve bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Door middel van het voorliggende rapport is er derhalve voldaan aan de benodigde toetsing en zijn passende versterkingseisen gesteld met betrekking tot een ontwikkeling in de Groene Ontwikkelingszone.

41

8 Bronnen Civicon

(2021),

Bommelwereld

Groenlo

Watertoets.

Civicon

Civieltechnisch

advies,

Doetinchem. Creemers & Van Delft (RAVON redactie, 2009), De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. De Boer (2021), Aanvullend ecologisch onderzoek Bommelwereld te Groenlo. Blom Ecologie, Waardenburg. Natuurmonumenten (geen datum), Projectbeschrijving – kamsalamander. Verkregen via: https://www.natuurmonumenten.nl/projecten/natuurherstel-drents-friese-woldkamsalamander/projectbeschrijving RAVON (2018), Helpdeks - Poel aanleggen. Verkregen via: https://www.ravon.nl/helpdesk/ poel-aanleggen Provincie Gelderland (2021), Bijlage Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone. Bijlagen bij Regels Omgevingsverordening. Provincie Gelderland (2021), Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021) Stichting Landschapsbeheer Gelderland (z.d.) Landschapsbrochure Kampenontginningen Stichting Landschapsbeheer Gelderland (2007) Landschapsherstel in het stroomgebied van de Baakse Beek - Veengoot Stichting Landschapsbeheer Gelderland (z.d.) Landschapsbrochure Natte heideontginningen Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek (2019), amfibieën in de Achterhoek. De kamsalamander. Vlinderstichting

(2018),

Veel

slechte

bijenhotels

in

omloop.

Verkregen

via:

https://www.vlinderstichting.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht/veel-slechte-bijenhotels-inomloop Wageningen University (2008), Oktober: tijd om poelen te schonen voor amfibieën. Verkregen via: https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=15621 Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.geoportaal.gelderland.nl www.gldanders.planoview.nl www.landschapsbeheergelderland.nl www.ravon.nl www.rce.webgispublisher.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.tubantia.nl www.vivarapro.nl

42

Bijlage 1: Inrichting ten behoeve van kamsalamander en steenuil

43

Bijlage 2: Totaalinrichting

44

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11175372/1