bp bommelwereld toelichting bijlage 12 ecologisch onderzoek noord
Tekst van het document
BURO SRO OOST B.V. T.a.v. dhr. M. Geerts Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem Kenmerk
BE/2020/895/n/3
Onderwerp
Notitie Wet natuurbescherming Bommelwereld noord
Datum
15 november 2021
Auteur
ir. T.W.D. Schrader
Collegiale toets
ing. C.J. Blom Geachte heer Geerts, Voorliggende notitie is opgesteld inzake de uitbreiding van het plangebied en de vaststelling van het bestemmingsplan Bommelwereld aan de Elshofweg te Groenlo. Aanleiding In het voortraject van de bestemmingsplanprocedure zijn reeds eerdere ecologische onderzoeken afgerond. Dit betreffen een Quick scan natuur (SAB, 2020), toets beschermde gebieden ten aanzien van Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone (Blom Ecologie B.V., Blom & De Boer, 2021) en aanvullende ecologische onderzoeken naar het voorkomen van beschermde soorten (Blom Ecologie B.V., de Boer, 2021). Tussentijds is het plangebied richting noord uitgebreid (figuur 1). Bij de onderdelen beschermde gebieden is het stuk aan de noordzijde meegenomen in de toets Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Ten tijde van de Quick scan is het noordelijke gedeelte niet beoordeeld op beschermde soorten. In voorliggende notitie wordt het uitgebreide plangebied aan de noordzijde (figuur 1) beoordeeld op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. De onderdelen Gebiedsbescherming en Houtopstanden zijn reeds eerder beoordeeld (SAB, 2020). Voor de beoordeling wordt gebruikgemaakt van de inrichtingsschetsen van 28 juni 2021 (Buro SRO Oost B.V.).
Figuur 1
Plangebied van Bommelwereld (rood omkaderd) en de locatie van de aanvullende beoordeling (rood gearceerd).
Plangebied en functieverandering en ingreep In het vervolg van deze notitie wordt uitsluitend de uitbreiding noord besproken, met waar nodig verwijzingen naar de reeds uitgevoerde beoordelingen. Het plangebied wordt ingeklemd tussen recreatiepark Marveld ten zuiden, de Slinge ten oosten en de N18 ten westen. In het plangebied is het tuincentrum ‘Groenrijk’ gesitueerd, welke verwijderd zal worden in de beoogde ontwikkeling. Ten zuidoosten van het tuincentrum staat de vrijstaande woning Maarsevonder 3, welke een ruime tuin op het oosten heeft. Dit zijn, met inbegrip van de bijgebouwen, de twee aanwezige gebouwen binnen het plangebied. Hiervan blijft de woning aan de Maarsevonder 3 behouden in beoogde ontwikkeling. Foto’s van het plangebied worden in figuur 2 getoond. Het tuincentrum ‘Groenrijk’ betreft een grootschalig pand met één bouwlaag. Het pand is opgetrokken uit hoofdzakelijk glas, sandwichpanelen en overige metalen (dak)constructies. Het perceel van het tuincentrum is vrijwel volledig met klinkers verhard en is met hekwerk omheind. Ook zijn er enkele beukhagen, kleinere aangeplante bomen (waaronder veel platanen) en een grote zomereik aanwezig. Aan de noordzijde is een grasperceel met een solitair bosschage (circa 1000 m2) aanwezig bestaande uit gemengde bomen (o.a. berk, tamme kastanje, grove den, gewone esdoorn en beuk).
Als ondergroei is hier veel Japanse duizendknoop aanwezig.
Figuur 2
Foto’s van het plangebied met vanaf linksboven met de klok mee: het tuincentrum ‘Groenrijk’, parkeerplaats van het tuincentrum, het solitair bosschage aan de noordzijde en de Slinge.
Beoordeling De beoogde inrichting wordt getoetst aan de relevante onderdelen van de Wnb (H3 soortenbescherming), met inbegrip van de provinciale vrijstellingenlijst (zie ook SAB, 2020). De beoordeling van de Quick scan natuur en de aanvullende ecologische onderzoeken in het zuidelijke plangebied gelden voor een groot gedeelte ook voor het noordelijke plangebied. Waar nodig worden aanvullingen gedaan. In de afgelopen 3 jaar zijn geen nieuwe waarnemingen van beschermde soorten gedaan waarvan de verspreiding nog onbekend was ten tijde van de Quick scan natuur (SAB, 2020 en NDFF 2018-2021). Het noordelijke plangebied is bezocht op 11 november 2021 door ir. T.W.D. Schrader. De weersomstandigheden waren hierbij: droog, 7/8 bewolkt, windkracht 2 Bft en 10 graden Celsius.
Resultaten Planten Binnen een straal van 2 km is het voorkomende van beschermde planten niet bekend. Op voorhand kan de aanwezigheid van beschermde soorten in het zuidelijke plangebied uitgesloten worden (SAB, 2020). Het noordelijke plangebied verschilt niet wezenlijk van het zuidelijke plangebied, er is juist sprake van meer verharding. De gevels van het tuincentrum zijn door het gebruik van glas en metaal ongeschikt als groeiplaats voor beschermde muurplanten. Tuincentra handelen sporadisch in gekweekte beschermde vaatplanten, bijvoorbeeld de kartuizer anjer. Mocht deze soort, of een andere beschermde plant, zich vanuit het tuincentrum in de omgeving vestigen is er geen sprake van een natuurlijk verspreidingsgebied van dergelijke soorten. Hierdoor valt de bescherming van aangeplante of verwilderde individuen buiten het berschermingsregime van Wnb H3. Binnen het plangebied zijn hoofdzakelijk algemene vaatplanten aangetroffen. In het noordelijke bosschage is een grote groeiplaats van Japanse duizendknoop aanwezig. De Japanse duizendknoop geldt als zeer invasief, wat inhoudt dat deze zich snel kan verspreiden en daarbij andere (planten-) soorten verdringt. Doordat de stengels en wortels van de plant zeer krachtig zijn, kunnen bouwwerken en infrastructuur zoals wegen en riolering worden beschadigd.
Derhalve wordt geadviseerd om de plant te verwijderen alvorens werkzaamheden van start gaan. Het wordt aangeraden om groenafval met Japanse duizendknoop af te voeren naar een geschikte composteerinrichting om te voorkomen dat deze exoot zich verder kan verspreiden.
Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied is de aanwezigheid vastgesteld van de bunzing, grote bosmuis, rode eekhoorn en steenmarter (De Boer, 2021). Deze beschermde soorten maken hoofdzakelijk gebruik van de groenstructuren en de natuurlijke oevers van de Slinge. Het solitair bosschage aan de noordkant betreft een gemengde boomgroep met als ondergroei hoofdzakelijk Japanse duizendknoop. Er is hier geen sprake van vaste rust- of voortplantingsplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren en door de geïsoleerde ligging ook geen sprake van een essentieel foerageergebied of migratieroute. Ook blijven hier in de beoogde ontwikkeling groenstructuren behouden en wordt de onderlinge verbinding versterkt. Het functioneel leefgebied van deze soorten, zoals gedefinieerd in De Boer 2021 kan langs de Slinge richting noorden worden doorgetrokken. Hierbij kan de beoordeling zoals voor het zuidelijke plangebied worden aangehouden. Wanneer de beoogde inrichting leidt tot het wegnemen van essentiële onderdelen (bijlage 1 figuur 1), dienen voor de vorengenoemde soorten een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de beoogde ontwikkeling uitgevoerd mag worden. Vleermuizen In de beoogde ontwikkeling worden geen potentiële vleermuisverblijfplaatsen weggenomen. Het tuincentrum is ongeschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten.
Er is door de bouwstijl van glas en metaal geen geschikte verblijfplaats voor vleermuizen aanwezig. Ook kunnen grootoorvleermuizen, door verlichting en verstoring, nergens een rustige vrij hangende rustplaats vinden. De woning aan de Maarsevonder 3 is door de aanwezigheid van een pannendak en (aannemelijk) een spouwmuur wel geschikt voor vleermuisverblijfplaatsen, maar dit gebouw blijft onaangetast in de beoogde ontwikkeling. Vrijwel alle aanwezig bomen zijn door de beperkte omvang op voorhand ongeschikt voor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Het kleine aantal dikkere bomen, waaronder de grote zomereik op de parkeerplaats, zijn geïnspecteerd op aanwezigheid van geschikte boomholten. Dergelijke holten met potentie voor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn niet aangetroffen. Gedurende het aanvullende ecologische onderzoek is het functioneel gebruik van de omgeving door vleermuizen onderzocht. Langs de Slinge is een essentieel foerageergebied en essentiële vliegroute voor vleermuizen aangewezen (De Boer, 2021). Wanneer de beoogde inrichting leidt tot het wegnemen van essentiële onderdelen (bijlage 1 figuur 2), dienen voor vleermuizen een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de beoogde ontwikkeling uitgevoerd mag worden.
Amfibieën, reptielen en vissen Voor amfibieën, reptielen en vissen voldoen de conclusies zoals gesteld in de Quick scan natuur (SAB, 2020) en het aanvullende ecologische onderzoek (De Boer, 2021). Het noordelijke plangebied verschilt niet wezenlijk van het zuidelijke plangebied, er is juist sprake van meer verharding. Ook is er geen sprake van voortplantingshabitat, optimaal landhabitat of overwinteringsstructuren. Insecten en andere ongewervelden Voor insecten en andere ongewervelden voldoen de conclusies zoals gesteld in de Quick scan natuur (SAB, 2020) en het aanvullende ecologische onderzoek (De Boer, 2021). Het noordelijke plangebied verschilt niet wezenlijk van het zuidelijke plangebied, er is juist sprake van meer verharding. Ook is er geen sprake van voortplantingshabitat, geschikte waardplanten of overwinteringsstructuren. Vogels Gedurende het veldbezoek zijn de volgende vogelsoorten aangetroffen: ekster, fazant, houtduif, kauw, kolgans, koolmees, krakeend, meerkoet, merel, pimpelmees, roodborst, watersnip, wilde eend, winterkoning en zwarte kraai. Het tuincentrum is ongeschikt als nestlocatie of rustplaats voor vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Er is door de bouwstijl van glas en metaal geen geschikte plek aanwezig waar huismus, gierzwaluw of uilensoorten gebruik van kunnen maken.
Huismussen accepteren in geval van hoog voedselaanbod uitzonderlijke (suboptimale) nestlocaties, bijvoorbeeld op boerenbedrijven of tuincentra. Er zijn geen huismussen aangetroffen gedurende het veldbezoek, alle veldbezoeken van het aanvullende ecologische onderzoek (De Boer, 2021) en in de bekende verspreiding (NDFF
2011-2021). Hiermee wordt de aanwezigheid van nestlocaties of functioneel leefgebied van huismussen op voorhand uitgesloten. Bij de open kapschuren zijn geen sporen (uitwerpselen, braakballen) aangetroffen van uilen of roofvogelsoorten. Bij het aanvullend ecologisch onderzoek is geen aanwezigheid van steenuil aangetroffen, hoewel het territorium (ten zuidoosten) deels raakt aan het plangebied (De Boer, 2021). Echter worden door de voldoende grote afstand tot het territorium en de inrichting van het landelijke gebied geen essentiële onderdelen van het leefgebied van steenuil aangetast. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen op en rondom de planlocatie. De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. Op de planlocatie is geen sprake van functioneel leefgebied van roofvogelsoorten.
Conclusie Ten aanzien van de eerdere beoordelingen in de Quick scan natuur (SAB, 2020) en het aanvullend ecologische onderzoeken (De Boer, 2021) zijn geen (potentiële) beschermde natuurwaarden aangetroffen die niet reeds eerder vastgesteld zijn. Het gedefinieerde functioneel leefgebied van grondgebonden zoogdieren en vleermuizen wordt richting het noorden doorgetrokken, wegens de onderlinge verbinding van de groenstructuren. Wanneer de beoogde inrichting leidt tot het wegnemen van essentiële onderdelen (bijlage 1) van beschermde soorten, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de beoogde ontwikkeling uitgevoerd mag worden.
Aanbevelingen, vervolgstappen en maatregelen De reeds uitgevoerde ecologische onderzoeken zijn voldoende, er hoeft niet een nieuw onderzoek te worden uitgevoerd.
We hopen u met dit schrijven voldoende te hebben geïnformeerd. We verblijven in afwachting van uw reactie. Met vriendelijke groet,
Blom Ecologie B.V., ir. T.W.D. Schrader
Bijlage 1 | Functioneel leefgebied van beschermde fauna
BLOM ECOLOGIE B.V. ZANDWEG 46A - 4181 PM WAARDENBURG Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.
Bijlage 1 | Functioneel leefgebied van beschermde fauna
Figuur 1
Functioneel leefgebied van beschermde grondgebonden zoogdieren (bunzing, grote bosmuis, rode eekhoorn en steenmarter), aangepast naar De Boer (2021).
Figuur 2
Functioneel leefgebied van vleermuizen, aangepast naar De Boer (2021).