CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp bommelwereld toelichting bijlage 11 ecologie vervolgonderzoek

Raadscommissie 8 februari 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan Bommelwereld en ruimtelijk kwaliteitskader Bommelwereld11.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.3

Grote modderkruiper In april 2021 is middels e-DNA onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van de grote modderkruiper in de Groenlose Slinge. Aanwezigheid van de grote modderkruiper is niet geconstateerd. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve ten aanzien van de grote modderkruiper niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing met betrekking tot de grote modderkruiper is niet benodigd.

4.4

Huismus In april 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van nestplaatsen en functioneel leefgebied van de huismus. Nestplaatsen en functioneel leefgebied van de huismus zijn niet geconstateerd. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve ten aanzien van de huismus niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing met betrekking tot de huismus is niet benodigd.

4.5

Marterachtigen (bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter) In de periode april – juni 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van vaste rustplaatsen, vaste voortplantingsplaatsen en functioneel leefgebied van de marterachtigen bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter. Geconcludeerd kan worden dat de planlocatie beschikt over een vaste rustplaats van de steenmarter in een schuur (figuur 4.1). Vaste rustplaatsen van de steenmarter zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. De beoogde ontwikkeling leidt dan ook tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming (Wnb, art. 3.10, lid 1b). Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd alvorens de beoogde ontwikkeling gestart kan worden (zie Vervolgstappen).

40

Tevens is er op de planlocatie functioneel leefgebied van de steenmarter en bunzing vastgesteld (figuur 4.1). Het wegnemen van leefgebied in zoverre dat dit leidt tot het beschadigen van een vaste rustplaats of voortplantingsplaats is eveneens ontheffingsplichtig. Echter is de beoogde (groen)inrichting van de planlocatie nog in de ontwerpfase. De exacte uitwerking van de beoogde inrichting zal bepalen of het functioneel leefgebied behouden kan blijven. In het geval dat vaste rustplaatsen of voortplantingsplaatsen functioneel kunnen blijven is een ontheffing voor het wegnemen van functioneel leefgebied niet van toepassing.

Figuur 4.1

Locatie van de vaste rustplaats van de steenmarter en het functioneel leefgebied van de steenmarter en bunzing op de planlocatie.

4.6

Muizen (grote bosmuis en waterspitsmuis) In oktober 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van functioneel leefgebied van de grote bosmuis en waterspitsmuis. Functioneel leefgebied van de grote bosmuis is aangetroffen en betreft de groenstrook langs de Groenlose Slinge en de groenstrook in het zuidwestelijke deel van de planlocatie (figuur 4.2). De waterspitsmuis is niet aangetroffen. Binnen de beoogde ontwikkeling blijft de groenstrook in het zuidwestelijke deel van de planlocatie behouden (zie bijlage; figuur 2). De onderbeplanting van de groenstrook langs de Groenlose Slinge zal aannemelijk worden verwijderd. Hiermee wordt eveneens alle dekking en schuilplekken voor de grote bosmuis verwijderd. Het verwijderen van de onderbeplanting leidt tot het wegnemen van het functioneel leefgebied van de grote bosmuis. De beoogde ontwikkeling leidt in dit geval tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming (Wnb, art. 3.10, lid 1b). Echter is de beoogde (groen)inrichting van de planlocatie nog in de ontwerpfase. De exacte uitwerking van de beoogde inrichting zal bepalen of het functioneel leefgebied behouden kan blijven. In dat geval is een ontheffing voor het wegnemen van functioneel leefgebied niet van toepassing.

41

Figuur 4.2

4.7

Locaties van het functionele leefgebied van de grote bosmuis op de planlocatie.

Rode eekhoorn In maart 2021 is soortspecifiek onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van nestplaatsen en functioneel leefgebied van de rode eekhoorn. Tevens is tijdens de veldbezoeken ten behoeve van andere soorten actief gelet op aanwezigheid van de rode eekhoorn. Geconcludeerd kan worden dat de planlocatie behoort tot het functioneel leefgebied van de rode eekhoorn (figuur 4.3). Er zijn geen nesten waargenomen, waardoor een functie als vaste rustplaats en/of voortplantingsplaats uitgesloten is. Binnen de beoogde inrichting wordt slecht een klein gedeelte van de bomen verwijderd of herplant (zie bijlage; figuur 2). Tevens worden er veel bomen aangeplant. Derhalve is er geen sprake van het wegnemen van functioneel leefgebied van de rode eekhoorn. De planlocatie kan in de beoogde situatie aannemelijk dezelfde functie blijven vervullen voor de rode eekhoorn. Echter is de beoogde (groen)inrichting van de planlocatie nog in de ontwerpfase. De exacte uitwerking van de beoogde inrichting zal bepalen of het functioneel leefgebied behouden kan blijven. In dat geval is een ontheffing voor het wegnemen van functioneel leefgebied niet van toepassing.

42

Figuur 4.3

4.8

Locaties van het functionele leefgebied van de rode eekhoorn op de planlocatie.

Steenuil In de periode februari – april 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van nestplaatsen, rustplaatsen en functioneel leefgebied van de steenuil. Nestplaatsen, rustplaatsen en functioneel leefgebied van de steenuil zijn niet geconstateerd. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve ten aanzien van de steenuil niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing met betrekking tot de steenuil is niet benodigd.

4.9

Vleermuizen In de periode mei – september 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen, essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes van de Brandt’s vleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en ruige dwergvleermuis. In het onderzoek zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. De Groenlose Slinge en bomenlaan aan de westzijde van de Groenlose Slinge vervullen samen een functie als essentieel foerageergebied en essentiële vliegroute (figuur 4.4). Om deze functie te behouden is het van groot belang dat de bomen aan de westzijde van de Groenlose Slinge een lijnvormige structuur zonder grote onderbrekingen blijven vormen. Tevens dient eventueel te plaatsen verlichting aangepast te worden op het behoud van de functionaliteit van het essentiële foerageergebied en de essentiële vliegroute. Ten tijde van schrijven is de beoogde (groen)inrichting van de planlocatie nog in de ontwerpfase. Een lichtplan is nog niet opgesteld. De exacte uitwerking van de beoogde inrichting zal bepalen of het essentiële foerageergebied en de essentiële vliegroute behouden blijven binnen de beoogde ontwikkeling. Als deze behouden én functioneel blijven is een ontheffing voor het wegnemen van essentieel foerageergebied en essentiële vliegroute niet van toepassing.

43

Figuur 4.4

Locatie van het essentiële foerageergebied en essentiële vliegroute. De bomenlaan aan de westzijde van de Groenlose Slinge vormt onderdeel van dit essentiële foerageergebied en de essentiële vliegroute.

4.10 Overige soorten Tijdens de onderzoeken zijn diverse vogelsoorten waargenomen. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen (indicatief betreft dit de periode 15 maart t/m 15 juli). Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

4.11 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de beoogde ontwikkeling dienen de volgende stappen doorlopen te worden: 1.

Op basis van het aanvullende onderzoek wordt geconcludeerd dat één schuur op de planlocatie een functie vervult als vaste rustplaats van de steenmarter. Alvorens de schuur verwijderd kan worden dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor het verwijderen van een vaste rustplaats van de steenmarter voorhanden te zijn (Wnb, art. 3.10, lid 1b).

2.

Vaststellen definitieve (groen)inrichting en lichtplan van de planlocatie. De exacte uitwerking van de beoogde inrichting zal bepalen of de ontwikkeling leidt tot het wegnemen van essentiële onderdelen voor steenmarter, bunzing, grote bosmuis, rode eekhoorn en vleermuizen. Wanneer de beoogde inrichting leidt tot het wegenemen van essentiële onderdelen, dienen voor de vorengenoemde soorten/ soortgroepen een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de beoogde ontwikkeling uitgevoerd mag worden.

44

4.12 Uitvoerbaarheid Voor de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden onderbouwd of het bestemmingplan haalbaar is. Een bestemmingsplan kan worden vastgesteld, indien er redelijkerwijs

aanknopingspunten

bestaan

voor

het

oordeel

dat

het

soorten-

beschermingsregime de planrealisatie niet in de weg staat (Raad van State, 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1740). Voor de planrealisatie is een ontheffing Wnb noodzakelijk voor de sloop van de schuur en mogelijk nodig voor het verwijderen van groenstructuren. Conform Wnb art. 3.8 lid 5 en Wnb art. 3.10 lid 2a kan een ontheffing Wnb redelijkerwijs verkregen worden indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1.

er bestaat geen andere bevredigende oplossing;

2.

er is sprake van een wettelijk belang (waaronder redenen van sociale of economische aard en in het kader van de ruimtelijke inrichting);

3.

er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Indien bovenstaande voorwaarden van eventueel noodzakelijke ontheffingen, inclusief voldoende mitigatie en compensatie, voldoende onderbouwd kunnen worden is een ontheffing Wnb redelijkerwijs te verkrijgen. Er zijn voor de beoogde planrealisatie geen redenen dat een ontheffing Wnb op voorhand niet te verkrijgen is. Als na een alternatievenafweging blijkt dat er geen andere optie is dan dat de essentiële vliegroute en het essentiële foerageergebied van vleermuizen verloren gaat, is hiermee voldaan aan Wnb art. 3.8 lid 5a. In geval van ontwikkeling van Bommelwereld, een pretpark van nationale allure, is sprake van het wettelijk belang ‘groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard’ (Wnb art. 3.8 lid 5b). Ten aanzien van het streven om de populatie vleermuizen in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan zijn binnen de planrealisatie mogelijkheden voor passende inrichtingsmaatregelen (Wnb art. 3.8 lid 5c). Met betrekking tot bunzing, steenmarter, rode eekhoorn en grote bosmuis geldt dat indien blijkt dat verblijfplaatsen en leefgebied worden aangetast dat er conform Wnb art, 3.10 lid 2a ontheffing verkrijgbaar is. Tevens gelden de bepaling en opvattingen zoals beschreven voor vleermuizen. Hiermee staat vast dat het bestemmingsplan haalbaar is en het bestemmingsplan vastgesteld kan worden.

4.13 Vooruitzicht projectplanning Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om te reageren op een ontheffingsaanvraag. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periodes. Tevens dient er voor het wegnemen van essentiële onderdelen gecompenseerd te worden. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden.

45

4.14 Te treffen maatregelen tijdens de werkzaamheden •

Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht).

•

De nevengeul dient volledig uitgegraven te zijn voordat deze verbonden wordt aan de Groenlose Slinge. Schotten dienen de nevengeul van de Groenlose Slinge tijdens de graafwerkzaamheden te scheiden. Wanneer de nevengeul uitgegraven is kunnen de schotten langzaam verwijderd worden. Het werken conform deze methode resulteert slechts in eenmalig troebel water in de nevengeul, en voorkomt een constante vertroebeling van de Groenlose Slinge tijdens de werkzaamheden.

•

Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

•

Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten.

•

Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden.

•

De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).

•

De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (maart t/m september). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is, dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

46

5 Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument gewone grootoorvleermuis, Plecotus auritus. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument grote modderkruiper, Misgurnus fossilis. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument Noordse woelmuis Microtus oeconomus arenicola. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument rosse vleermuis Nyctalus noctula. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument steenuil Athena noctua. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument watervleermuis Myotis daubentonii. BIJ12, Utrecht Bouwens, S., 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming. Provincie Noord-Brabant, ’s-Hertogenbosch NGB, Zoogdiervereniging & Gegevensautoriteit natuur, 2021. Het protocol voor vleermuisinventarisaties – 1 januari 2021. NGB, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017). Netwerk Groene Bureaus, Odijk. SAB adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling, 2020. Quick scan natuur; Groenlo, Elshofweg 6.

Gebruikte websites www.arcgis.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.vleermuisprotocol.nl www.zoogdiervereniging.nl

47

6 Bijlage

Figuur 1

Ontwerp van de beoogde inrichting van de planlocatie en direct omgeving hiervan. Dit plan is nog niet definitief.

48

Figuur 2

Beoogde behoud en kap/verplaatsing van de huidige groenstructuren op de planlocatie. Dit plan is nog niet definitief.

49

WW.BLOMECOLOGIE.NL

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11086394/1