bp bmx baan bijlage 1 zienswijzennota
Tekst van het document
Vaststelling bestemmingsplan
Bestemmingsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)’
Nota Inhoud en beantwoording zienswijzen en Ambtshalve wijziging
Oost Gelre
Oktober 2022
Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX Baan (Eschpark ong.)” heeft voor een ieder met ingang van 25 februari voor een termijn van 6 weken, dus tot en met 7 april 2022, ter inzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan was in te zien via de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Tevens was het ontwerpbestemmingsplan op afspraak in te zien in het gemeentehuis. Bekendmaking hiervan heeft plaatsgevonden in de kranten. Tijdens voornoemde termijn kon een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen. Een zienswijze is tijdig ingediend wanneer zij voor het einde van de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is verzonden. De datum van de poststempel is hierbij bepalend. De termijn liep tot en met 7 april 2022. Naar aanleiding van het ter inzage leggen van dit ontwerpbestemmingsplan zijn zienswijzen ingekomen. Deze zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn (ontvankelijkheidstoets) ingediend. In hoofdstuk 1 zijn de ingekomen zienswijzen naar aard en inhoud samengevat weergegeven. De gemeentelijke reactie op de zienswijzen is direct na de betreffende zienswijze of onderdeel daarvan, opgenomen. In hoofdstuk 2 is aangegeven in hoeverre de zienswijzen aanpassingen van het bestemmingsplan (toelichting, regels en/of verbeelding) tot gevolg hebben. In hoofdstuk 3 is de algehele conclusie gegeven over de ingebrachte zienswijzen.
In hoofdstuk 4 wordt aangegeven welke ambtshalve wijzigingen er zijn doorgevoerd in het bestemmingsplan en waarom.
2
1. Inhoud en beantwoording zienswijzen:
Zienswijze 1 (schriftelijk ingekomen op 14 maart 2022): De ingebrachte zienswijze is binnen de daarvoor gestelde termijn ingekomen en derhalve ontvankelijk.
Samenvatting zienswijze 1. Algemeen: Appellant heeft bezwaar tegen de ontwikkeling. Een BMX-baan betekent een aantasting van het woongenot en geeft overlast. Het belang van de inwoners in de wijk is onvoldoende gewogen en meegenomen. Appellant heeft het gevoel dat de onderzoeksresultaten in het voordeel van de FCCL worden uitgelegd. Reactie: Zoals wij hebben beschreven in het bestemmingsplan en hieronder in reactie op de zienswijzen, zijn wij van mening dat met de BMX-baan nog steeds sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van omwonenden daarin voldoende zijn gewogen. De onderzoeken waarop wij ons hebben gebaseerd zijn opgesteld door onafhankelijke deskundigen.
Toelichting: 2. Paragraaf 2.1. Het plangebied wordt onjuist beschreven met ‘…grasvelden en opgaand groen’. Er staan ook een aantal bomen. Reactie: Met opgaand groen bedoelen we ook bomen. We zullen voor de duidelijkheid toevoegen ‘… en bomen’. 3. Paragraaf 2.2.2. Er staat dat de bestaande houtwallen op enkele plekken worden versterkt maar niet waar en hoe. Reactie: Er is sprake van een bestaande groenstrook die wordt bestemd als groen in het nieuwe bestemmingsplan. In het kader van de planontwikkeling zal deze groenstrook worden versterkt. Dit wordt uitgewerkt in het definitieve ontwerp van de baan en de openbare ruimte. 4. Er komt een geluidswal aan de oostzijde in de bochten van de baan. Waarom komt er op de, volgens appellant, meest urgente plek aan de zuidkant langs het rechte stuk van de baan geen geluidswal? Reactie: Aan de oostzijde komt een grondwal van 3 m hoogte. Vooropgesteld: aan de zuidzijde is er (behalve bij de startheuvel) geen geluidwerende maatregel nodig om tijdens trainingen aan de geluidsnormen te voldoen. Bij de startheuvel voorziet het ontwerp al in geluidwerende maatregelen met een scherm en een stil starthek. Alleen tijdens wedstrijden wordt een (maatgevende) omroepinstallatie gebruikt. Wedstrijden komen sporadisch voor. Het akoestisch onderzoek is geactualiseerd op de meest actuele gegevens.
We hebben ook de mogelijkheden van realisatie (ruimte) en de geluid reducerende effecten van een grondwal aan de zuidzijde, alsmede de geluidsbelasting in de tuinen van omliggende woningen, nader laten onderzoeken. Het akoestisch onderzoek is aangevuld met gegevens over de effecten van een grondwal aan de zuidzijde en de geluidsniveaus in de tuinen. Op zich zou, qua ruimtebeslag, aan de zuidzijde wel een wal van 3 m hoogte (doorsnede 16 m) kunnen worden gerealiseerd. Een grondwal of scherm aanleggen gaat echter ten koste van bestaand opgaand groen, bomen. Specifiek voor (de tuinen en) voor deze grondwal constateren we het volgende:
3
De geluidbelasting op 1.5 m hoogte in de achtertuin van Kerkhoflaan 7 ligt op circa 45-50 dB(A) (en tot 55 dB(A) in de NO-hoek, waarmee de richtwaarde in deze hoek wordt overschreden). Bij de woningen aan de oostzijde ligt de geluidbelasting in de tuin dankzij de grondwal aan de oostzijde niet hoger dan 45 dB(A), d.w.z. niet boven de richtwaarde. Dat geldt ook voor de voor – en achtertuinen van de woningen aan de zuidzijde. Wordt een 3 m hoge grondwal aan de zuidzijde van de BMX-baan aangelegd, als geschetst in figuur 6 in bijlage III van het akoestisch rapport, dan daalt de geluidbelasting in de tuin van Kerkhoflaan 7 fors (tot onder de 45 dB(A) op 1.5 m). De geluidbelasting op de woningen in de punten 1, 2 en 5 in de maatgevende avond (op 5 m waarneemhoogte) daalt dan niet; daartoe is het afschermende effect te gering. Wordt een 3 m hoge grondwal aan de zuidzijde aangelegd, dan daalt de geluidbelasting op de woningen tijdens wedstrijden vrijwel niet aangezien de omroepinstallatie (grote bronhoogte) maatgevend is; daartoe is het afschermende effect van de grondwal te gering. Bij een 5 m hoge grondwal neemt de geluidbelasting in de punten 1, 2 en 5 af tot hooguit 46 dB(A) op 1.5 m hoogte (incl. muziekgeluidcorrectie). Ook dan kan tijdens wedstrijden nog niet aan de richtwaarden worden voldaan.
Tijdens wedstrijden kan ook bij de andere woningen nog niet aan de richtwaarden worden voldaan. Een hoge afscherming, kortom, is een buitenproportionele (en ingrijpende) maatregel voor een beperkt resultaat (bij wedstrijden). En een grondwal zou ten koste gaan van bestaand opgaand groen/bomen. Alles tegen elkaar afwegend komen wij tot de conclusie dat geen grondwal aan de zuidzijde wordt gerealiseerd. Ingezet wordt op behoud en mogelijk versterking van het opgaand groen/de bomen ter plekke.
5. Hoe verhoudt de kap van enkele bomen zich met de reactie van de politieke partijen in de Elna van 9 maart 2022 op het artikel van de bomenwacht en met hun eigen partijprogramma? Reactie: Wij dienen bij het vaststellen van een bestemmingsplan af te wegen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het realiseren van een BMX-baan op deze locatie is niet mogelijk zonder de kap van enkele bomen. Wij kappen alleen die bomen die echt niet kunnen worden ingepast en zetten verder in op het behoud en versterken van de groensingels. Naar onze mening is daarmee, ook wat betreft bomen, sprake van een goede ruimtelijke ordening. 6. Paragraaf 4.4.2. en onderzoeksresultaten 4.7.3.2. In het onderdeel geluid is geen rekening gehouden met het cumulatief effect van de geluidsinstallatie BMX-baan en het verkeer op de N18, een aantal evenementen rond het zwembad en geluidspieken op het Longa 30 terrein. Reactie: In de VNG Brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt het toetsingskader beschreven dat bij een bestemmingsplanherziening dient te worden toegepast. Het betreft een stappenplan. De eerste stap is toetsen aan de richtafstanden. Aan deze richtafstanden wordt – uitgaande van een naar ons idee vergelijkbaar veldsportcomplex – voldaan.
De bestemming ‘Sport’ is zo vormgegeven, dat de afstand tgt de woningen aan Kerkhoflaan 7 en 9 ten minste 30 meter bedraagt en de overige woningen 50 meter. Door deze methode te kiezen, wordt voldaan aan de richtafstanden voor gemengd gebied (30 meter) of een rustige woonwijk (50 meter). Dit is een eerste indicatie dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Volledigheidshalve is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, dit betreft de tweede stap uit de VNG Brochure. In stap 2 is beschreven dat buitenplanse inpassing mogelijk is wanneer voldaan wordt aan de waardes 45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en 65 dB(A) voor piekgeluiden in een rustige woonwijk. Voor gemengd gebied is dat 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en 70 dB(A) voor piekgeluiden. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat aan al deze waardes wordt voldaan. Om die reden is met toepassing van stap 2 voldoende aangetoond dat het woon- en leefklimaat ook na de komst van de BMX baan aanvaardbaar is. Stap 3 is daarom niet meer noodzakelijk. Het aspect cumulatie is een onderdeel dat bij stap 3 betrokken wordt. Om die reden heeft gemeente Oost Gelre dit aspect niet betrokken, de noodzaak hiervoor ontbreekt. 7. In paragraaf 5.3 van de toelichting wordt een verschil in geluidsbelasting aangegeven op de gevels van de woningen Kerkhoflaan 7 en 9 ten opzichte van overige woningen. Dit is
4
onbegrijpelijk als daarmee de woningen met hun tuin grenzend aan de Kerkhoflaan worden bedoeld omdat die dichterbij liggen dan nummer 9. Reactie: De bestemmingsplanregels maken in de bestemming Sport een fietscrossterrein mogelijk uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van sport - fietscrossterrein'. Die functieaanduiding correspondeert met het geelgroene gebied met daarin rode kruisje op onderstaande afbeelding.
De crossbaan (de verharding) wordt daarbinnen gerealiseerd, zoals te zien is op onderstaande afbeelding.
Er is een verschil in toegestane geluidsbelasting gehanteerd in de regels, zie artikel 4.3.1. onder e. en f.. In de regels wordt ( zie artikel 4.3.1. onder g ) een uitzondering opgenomen van deze reguliere geluidnormen voor maximaal 12 dagen per jaar in de dagperiode . Bepalend voor de geldende maximale toegestane geluidsbelasting op de gevels van de woningen in de omgeving is het gebiedstype waar deze woningen in zijn gelegen.
5
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ wordt een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De woningen Kerkhoflaan 7 en 9 liggen in een gemengd gebied. Direct naast of op korte afstand zijn andere functies gelegen en daarnaast geldt voor deze woningen dat ze binnen de invloedssfeer van de N18 zijn gelegen. De woningen ten zuiden van de Kerkhoflaan liggen in een gebied, waar de woonfunctie dominant aanwezig is. In deze woonwijk komen geen andere functies voor. Voor de woningen in deze woonwijk wordt in het kader van de toetsing uitgegaan van het gebiedstype 'rustige woonwijk'. Voor de woningen gelegen in gemengd gebied (Kerkhoflaan 7 en 9) is vanwege de ligging een 5 dB(A) hogere geluidsbelasting op de gevel toegestaan dan op de gevels van de woningen ten zuiden van de Kerkhoflaan.
Die laatste woningen mogen dus een lagere geluidsbelasting ondervinden en genieten op dat punt een hogere bescherming.
8. Ruimtelijke toets Er wordt gesproken over een goed woon- en leefklimaat maar dat is subjectief. Reactie: We moeten toetsen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is; waar ‘goed’ staat kan worden gelezen ‘aanvaardbaar’; we passen ‘goed’ aan naar ‘aanvaardbaar’. Aan de hand van de hiervoor in den lande gebruikelijke akoestische rekenmodellen hebben wij objectief bepaald of er volgens die rekenmodellen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De VNG Brochure “Bedrijven en milieuzonering’ heeft hier richtlijnen voor opgesteld. Voor een rustige woonwijk geldt een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 45 dB(A) en voor piekgeluiden 65 dB(A) . Voor een gemengd gebied is dat 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en 70 dB(A) voor piekgeluiden. Het akoestisch onderzoek toont aan dat er voor de representatieve bedrijfssituatie aan deze waardes wordt voldaan. Om die reden mag aangenomen worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Als gevolg van jurisprudentie heeft de VNG Brochure bijna de status van 'pseudo-wetgeving' gekregen waarvan slechts gemotiveerd kan worden afgeweken. In dit geval bleek het niet noodzakelijk om af te wijken, omdat de representatieve bedrijfssituatie voldoet aan de richtlijnen. 9.
De conclusie dat hogere geluidbelastingen sporadisch voor komen is een aanname en biedt geen enkele garantie dat dit in de praktijk ook zo zal zijn. Reactie: Voor de geluidsbelasting is het gebruik van de geluidsinstallatie maatgevend; het gebruik van die geluidsinstallatie wordt nu wel met een wijziging in de regels gemaximaliseerd naar 12 dagen per jaar gedurende de dagperiode. Zoals valt af te leiden uit jurisprudentie is het toelaatbaar dat maximaal 12 keer per jaar en maximaal 1 etmaal per keer wordt afgeweken van de representatieve bedrijfssituatie (RBS). Dit heet het 12 dagencriterium. Dit criterium biedt de mogelijkheid om maximaal 12 keer per jaar activiteiten uit te voeren die meer geluid veroorzaken dan de activiteiten uit de RBS. Dit zijn incidentele bedrijfssituaties. De gemeenteraad heeft, zoals blijkt uit de zogenaamde festiviteitenregeling in de Algemene Plaatselijke Verordening van onze gemeente, het eveneens aanvaardbaar gevonden om voor max. 12 dagen een hogere geluidsbelasting te bezigen en heeft daarbij een geluidsbelasting van maximaal 70 dB(A) vastgesteld. Uit het akoestisch onderzoek naar de effecten van de geluidsinstallatie bij de BMX-baan blijkt dat daarbij sprake is van een veel lagere geluidsbelasting dan 70 dB(A). Alles overwegende vinden wij het gebruik van de geluidsinstallatie gedurende 12 dagen per jaar aanvaardbaar.
10. Paragraaf 4.7.4.
6
De conclusie biedt geen enkele garantie dat door het gebruik van het clubgebouw en terras er na afloop van trainingen en wedstrijden geen overlast van bezoekers en auto’s ontstaat. Reactie: Het gebruik van terras en baan is in de bestemmingsplanregels beperkt tot 23 uur. Op het terras mag geen versterkte muziek ten gehore worden gebracht. De trainingen duren normaliter tot circa 21 uur. Per training zijn circa 20 rijders en 20 begeleiders aanwezig. Er zijn ruim voldoende parkeermogelijkheden aan het Eschpark voor regulier gebruik en tijdens clubwedstrijden (40 parkeervakken en een overloopterrein). Anders wijken we uit naar omliggende parkeerterreinen. Dit zal met name aan de orde zijn bij regionale- en een eventuele nationale wedstrijd. Hiervoor zet FCCL verkeersregelaars in en houdt toezicht. Indien in de praktijk blijkt dat een tijdelijke verkeersmaatregel nodig is, behoort dat tot ook de mogelijkheden. De evenementenvergunning omvat ook regels omtrent verkeer en parkeren tijdens de (grotere) wedstrijden.
11. Paragraaf 4.10.4.1 Appellant vraag om een parkeerverbod voor beide zijden van de Kerkhoflaan. Het plan biedt anders geen garantie voor een obstakelvrije doorgang voor de hulpdiensten van deze wijkontsluitingsweg. Reactie: Wij zien geen aanleiding voor een permanent parkeerverbod vanwege de beschikbare parkeerplaatsen aan de Eschpark weg. Tijdens regionale en een evt. landelijke wedstrijd zullen we zo nodig een tijdelijk parkeerverbod instellen. 12. Paragraaf 4.11.2. en Aanmeldnotitie vormvrije M.E.R.-beoordeling Voor geluid is opgenomen dat maatregelen als beperking van de bedrijfsduur en hogere omwalling geen opties zijn en daarom niet verder zijn onderzocht. Waarom zijn dit geen opties? Vanwege plaatsgebrek? Reactie: De gehanteerde bedrijfsduur is, in relatie tot de bestaande praktijk, aannemelijk en een beperking daarvan, verdergaand dan waar we in de regels van het bestemmingsplan nu vanuit gaan, is niet logisch bij een ‘normaal’ gebruik van de baan. Zoals eerder in onze reacties op deze zienswijze is aangegeven, is een grondwal aan de zuidzijde inmiddels wel onderzocht maar zullen we deze, vanwege de aanzienlijke impact (ruimtebeslag) enerzijds en het relatief zeer beperkte effect anderzijds, niet gaan realiseren. 13. Appellant voorziet overlast, zoals aangegeven onder 2.2.2. en 4.7.4. Reactie: Zie onze beantwoording onder 2.2.2. en 4.7.4.
14. Lichthinder De conclusie in de MER-beoordeling dat geen sprake is van lichthinder is onjuist. De soort belichting, situering en hoogte van de masten en de gebruikstijden zijn niet genoemd. Er wordt niet ingegaan op de impact van de verlichting op de aanwezige fauna. Reactie: Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van gedimde led verlichting. Bij de BMX sport is het juist gewenst dat de lampen niet te fel schijnen zodat de BMX’ers schaduw blijven zien en daarmee de diepte van de baan kunnen inschatten. De hoogte van de led verlichting is circa 5 tot 6 meter. Dit is dus duidelijk anders dan bij bijvoorbeeld een voetbalveld (met een hoge lichtsterkte en masten van minimaal 15 m). Hierdoor wordt verstrooiing van kunstlicht op aangrenzende groenstructuren, en dus mogelijke negatieve effecten op de in de omgeving aanwezige foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen, voorkomen. Zoals in het flora- en faunarapport wordt genoemd moet lichthinder voor de fauna voorkomen worden door de bosschages aan de zuidkant niet te kappen en zo niet teveel licht in de laanbomen Kerkhoflaan te krijgen. Deze bosschages houden wij in stand en gaan we waar mogelijk versterken. De lichten zijn uit als er geen sport wordt beoefend.
7
In het Activiteitenbesluit staat dat er tussen 23 en 7 uur geen lichthinder mag zijn. De baan inclusief verlichting is dan niet in gebruik dus ook daaraan wordt voldaan. Binnen de Wet natuurbescherming geldt voor alle soorten flora en fauna een algemene zorgplicht. Hiervoor geldt dat men negatieve effecten op flora en fauna, en dus niet alleen (streng / internationaal) beschermde soorten, en hun directe omgeving zoveel mogelijk moet voorkomen. Dit door het nemen van specifieke maatregelen en bij uitvoering/gebruik rekening te houden met flora en fauna. Zodoende kunnen schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) worden voorkomen. De conclusie van de quick scan en het nader onderzoek natuurwaarden is dat de bepalingen van de Wet natuurbescherming geen belemmering vormen voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Wel zullen bij de feitelijke aanleg van de BMX baan en het gebruik van de baan de nodige maatregelen getroffen moeten worden. Het opstellen van een ecologisch werkprotocol/-plan kan hierbij van belang zijn. In dit protocol worden alle werkzaamheden/activiteiten, welke mogelijk schadelijke gevolgen kunnen hebben voor flora en fauna, in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase besproken. De maatregelen, om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen, gelden dan met name voor de hier te verwachten soortgroepen als (algemene) broedvogels, vleermuizen en overige zoogdieren (bijv.
egel, konijn). Alle betrokkenen dienen zich dan ook aan het protocol te houden. Indien noodzakelijk dient bij uitvoering van werkzaamheden ook een deskundige ecoloog aanwezig te zijn (ecologische begeleiding). Enkele maatregelen die bijvoorbeeld in het protocol verwerkt kunnen worden zijn: • Verlichting alleen richten op de baan, hierbij gebruik makend van lichtmasten met een beperkte hoogte. Hierdoor voorkomt men verstrooiing van kunstlicht op aangrenzende groenstructuren, en dus mogelijke negatieve effecten op de in de omgeving aanwezige foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen. • Bouwrijp maken van het plangebied voor realisatie van de bmx-baan zoveel mogelijk buiten het broedseizoen van vogels. Indien werkzaamheden binnen de broedperiode plaats vinden dient er voorafgaand een check uitgevoerd te worden door een deskundige ecoloog om afwezigheid van een bezet vogelnest aan te tonen. • Bij het dempen van de vijver dienen de aanwezige amfibieën en vissen weggevangen te worden. Deze worden verplaatst naar een geschikte locaties, ruim buiten de werkzone. Wij laten een ecologisch werkprotocol opstellen. 15. Versterking van de houtwal zijde Kerkhoflaan Concrete informatie hierover ontbreekt. Volgens appellant moet een in de winter groenblijvende strook over de gehele breedte, in combinatie met een geluidswal, worden aangelegd. Zie ook 5.3.
In herfst, winter en vroege voorjaar neemt de huidige singel het zicht niet weg. Het beeld zal dan onrustig worden en het woongenot wordt verder aangetast. Er worden geen maatregelen genoemd om de houtwal te beschermen tegen publiek. Reactie: Het verzoek voor de toepassing van groenblijvers nemen we mee als input bij de verdere uitwerking van het groenplan. Zoals hierboven gemotiveerd is, zal er geen grondwal aan de zuidzijde worden gerealiseerd. De baan zal met een nader te bepalen hekwerk worden afgesloten voor publiek. Het publiek wordt aan de noordzijde (zijde weg Eschpark) van de baan gesitueerd. 16. Kaartje Appellant heeft tenslotte een kaartje/luchtfoto toegevoegd met daarop aangegeven de woningen die volgens hem directe invloed op het woongenot ondervinden en de woningen die in mindere mate invloed van de BMX-baan zullen ondervinden. Reactie: We hebben hier kennis van genomen. We verwijzen naar onze bovenstaande reacties op de zienswijzen en naar het vast te stellen bestemmingsplan.
8
Zienswijze 2 (schriftelijk ingekomen op 21 maart 2022): De ingebrachte zienswijze is binnen de daarvoor gestelde termijn ingekomen en derhalve ontvankelijk.
Samenvatting zienswijze 1. Algemeen: Appellant heeft bezwaar tegen de ontwikkeling. Een BMX-baan betekent een aantasting van het woongenot en geeft overlast. Het belang van de inwoners in de wijk is onvoldoende gewogen en meegenomen. Onderzoeksresultaten worden in het voordeel van de FCCL gebogen en uitgelegd. Reactie: Zoals wij hebben beschreven in het bestemmingsplan en in reactie op de zienswijzen, zijn wij van mening dat met de BMX-baan nog steeds sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van omwonenden daarin voldoende zijn gewogen. De onderzoeken waarop wij ons hebben gebaseerd zijn opgesteld door onafhankelijk deskundigen. Toelichting: 2. Paragraaf 2.2.2. Er staat dat de bestaande houtwallen op enkele plekken worden versterkt maar niet waar en hoe. Reactie: Er is sprake van een bestaande groenstrook die wordt bestemd als groen in het nieuwe bestemmingsplan. In het kader van de planontwikkeling zal deze groenstrook worden versterkt. Dit wordt uitgewerkt in het definitieve ontwerp van de baan en de openbare ruimte. 3. Er komt een geluidswal aan de oostzijde in de bochten van de baan. Waarom komt er op de, volgens appellant, meest urgente plek aan de zuidkant langs het rechte stuk van de baan geen geluidswal? Reactie: Aan de oostzijde komt een grondwal van 3 m hoogte.
Vooropgesteld: aan de zuidzijde is er (behalve bij de startheuvel) geen geluidwerende maatregel nodig om tijdens trainingen aan de geluidsnormen te voldoen. Bij de startheuvel voorziet het ontwerp al in geluidwerende maatregelen met een scherm en een stil starthek. Alleen tijdens wedstrijden wordt een (maatgevende) omroepinstallatie gebruikt. Wedstrijden komen sporadisch voor. Via de regels van het bestemmingsplan wordt het gebruik van de omroepinstallatie gemaximaliseerd. Het akoestisch onderzoek is geactualiseerd op de meest actuele gegevens. We hebben ook de mogelijkheden van realisatie (ruimte) en de geluid reducerende effecten van een grondwal aan de zuidzijde, alsmede de geluidsbelasting in de tuinen van omliggende woningen, nader laten onderzoeken. Het akoestisch onderzoek is aangevuld met gegevens over de effecten van een grondwal aan de zuidzijde en de geluidsniveaus in de tuinen. Op zich zou, qua ruimtebeslag, aan de zuidzijde wel een wal van 3 m hoogte (doorsnede 16 m) kunnen worden gerealiseerd. Een grondwal of scherm aanleggen gaat echter ten koste van bestaand opgaand groen, bomen. Specifiek voor (de tuinen en) voor deze grondwal constateren we het volgende: De geluidbelasting op 1.5 m hoogte in de achtertuin van Kerkhoflaan 7 ligt op circa 45-50 dB(A) (en tot 55 dB(A) in de NO-hoek, waarmee de richtwaarde in deze hoek wordt overschreden).
Bij de woningen aan de oostzijde ligt de geluidbelasting in de tuin dankzij de grondwal aan de oostzijde niet hoger dan 45 dB(A), d.w.z. niet boven de richtwaarde. Dat geldt ook voor de voor – en achtertuinen van de woningen aan de zuidzijde. Wordt een 3 m hoge grondwal aan de zuidzijde van de BMX-baan aangelegd, als geschetst in figuur 6 in bijlage III van het akoestisch rapport, dan daalt de geluidbelasting in de tuin van Kerkhoflaan 7 fors (tot onder de 45 dB(A) op 1.5 m). De geluidbelasting op de woningen in de punten 1, 2 en 5 in de maatgevende avond (op 5 m waarneemhoogte) daalt dan niet; daartoe is het afschermende effect te gering.
9
Wordt een 3 m hoge grondwal aan de zuidzijde aangelegd, dan daalt de geluidbelasting op de woningen tijdens wedstrijden vrijwel niet aangezien de omroepinstallatie (grote bronhoogte) maatgevend is; daartoe is het afschermende effect van de grondwal te gering. Bij een 5 m hoge grondwal neemt de geluidbelasting in de punten 1, 2 en 5 af tot hooguit 46 dB(A) op 1.5 m hoogte (incl. muziekgeluidcorrectie). Ook dan kan tijdens wedstrijden nog niet aan de richtwaarden worden voldaan. Tijdens wedstrijden kan ook bij de andere woningen nog niet aan de richtwaarden worden voldaan. Een hoge afscherming, kortom, is een buitenproportionele (en ingrijpende) maatregel voor een beperkt resultaat (bij wedstrijden). En een grondwal zou ten koste gaan van bestaand opgaand groen/bomen. Alles tegen elkaar afwegend komen wij tot de conclusie dat geen grondwal aan de zuidzijde wordt gerealiseerd. Ingezet wordt op behoud en mogelijk versterking van het opgaand groen/de bomen ter plekke.
4. Hoe verhoudt de kap van enkele bomen zich met de reactie van de politieke partijen in de Elna van 9 maart 2022 op het artikel van de bomenwacht en met hun eigen partijprogramma? Reactie: Wij dienen bij het vaststellen van een bestemmingsplan af te wegen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het realiseren van een BMX-baan op deze locatie is niet mogelijk zonder de kap van enkele bomen. Wij zetten kappen alleen die bomen die echt niet kunnen worden ingepast en zetten verder in op het behoud en versterken van de groensingels. Naar onze mening is daarmee, ook wat betreft bomen, sprake van een goede ruimtelijke ordening. 5. Paragraaf 4.4.2. en onderzoeksresultaten 4.7.3.2. In het onderdeel geluid is geen rekening gehouden met het cumulatief effect van de geluidsinstallatie BMX-baan en het verkeer op de N18, een aantal evenementen rond het zwembad en geluidspieken op het Longa 30 terrein. Reactie: In de VNG Brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt het toetsingskader beschreven dat bij een bestemmingsplanherziening dient te worden toegepast. Het betreft een stappenplan. De eerste stap is toetsen aan de richtafstanden. Aan deze richtafstanden wordt – uitgaande van een naar ons idee vergelijkbaar veldsportcomplex – voldaan.
De bestemming ‘Sport’ is zo vormgegeven, dat de afstand tgt de woningen aan Kerkhoflaan 7 en 9 ten minste 30 meter bedraagt en de overige woningen 50 meter. Door deze methode te kiezen, wordt voldaan aan de richtafstanden voor gemengd gebied (30 meter) of een rustige woonwijk (50 meter). Dit is een eerste indicatie dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Volledigheidshalve is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, dit betreft de tweede stap uit de VNG Brochure. In stap 2 is beschreven dat buitenplanse inpassing mogelijk is wanneer voldaan wordt aan de waardes 45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en 65 dB(A) voor piekgeluiden in een rustige woonwijk. Voor gemengd gebied is dat 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en 70 dB(A) voor piekgeluiden. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat aan al deze waardes wordt voldaan. Om die reden is met toepassing van stap 2 voldoende aangetoond dat het woon- en leefklimaat ook na de komst van de BMX baan aanvaardbaar is. Stap 3 is daarom niet meer noodzakelijk. Het aspect cumulatie is een onderdeel dat bij stap 3 betrokken wordt. Om die reden heeft gemeente Oost Gelre dit aspect niet betrokken, de noodzaak hiervoor ontbreekt. 6. In paragraaf 5.3 van de toelichting wordt een verschil in geluidsbelasting aangegeven op de gevels van de woningen Kerkhoflaan 7 en 9 ten opzichte van overige woningen.
Dit is onbegrijpelijk als daarmee de woningen met hun tuin grenzend aan de Kerkhoflaan worden bedoeld omdat die dichterbij liggen dan nummer 9. Reactie: De bestemmingsplanregels maken in de bestemming Sport een fietscrossterrein mogelijk uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van sport - fietscrossterrein'. Die functieaanduiding correspondeert met het geelgroene gebied met daarin rode kruisje op onderstaande afbeelding.
10
De crossbaan (de verharding) wordt daarbinnen gerealiseerd, zoals te zien is op onderstaande afbeelding.
Er is een verschil in toegestane geluidsbelasting gehanteerd in de regels, zie artikel 4.3.1. onder e. en f.. In de regels wordt ( zie artikel 4.3.1. onder g ) een uitzondering opgenomen van deze reguliere geluidnormen voor maximaal 12 dagen per jaar in de dagperiode. Bepalend voor de geldende maximale toegestane geluidsbelasting op de gevels van de woningen in de omgeving is het gebiedstype waar deze woningen in zijn gelegen. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ wordt een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.
11
De woningen Kerkhoflaan 7 en 9 liggen in een gemengd gebied. Direct naast of op korte afstand zijn andere functies gelegen en daarnaast geldt voor deze woningen dat ze binnen de invloedssfeer van de N18 zijn gelegen. De woningen ten zuiden van de Kerkhoflaan liggen in een gebied, waar de woonfunctie dominant aanwezig is. In deze woonwijk komen geen andere functies voor. Voor de woningen in deze woonwijk wordt in het kader van de toetsing uitgegaan van het gebiedstype 'rustige woonwijk'. Voor de woningen gelegen in gemengd gebied (Kerkhoflaan 7 en 9) is vanwege de ligging een 5 dB(A) hogere geluidsbelasting op de gevel toegestaan dan op de gevels van de woningen ten zuiden van de Kerkhoflaan. Die laatste woningen mogen dus een lagere geluidsbelasting ondervinden en genieten op dat punt een hogere bescherming.
7. Ruimtelijke toets Er wordt gesproken over een goed woon- en leefklimaat maar dat is subjectief. Reactie: We moeten toetsen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is; waar ‘goed’ staat kan worden gelezen ‘aanvaardbaar’; we passen ‘goed’ aan naar ‘aanvaardbaar’. Aan de hand van de hiervoor in den lande gebruikelijke akoestische rekenmodellen hebben wij objectief bepaald of er volgens die rekenmodellen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De VNG Brochure “Bedrijven en milieuzonering’ heeft hier richtlijnen voor opgesteld. Voor een rustige woonwijk geldt een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 45 dB(A) en voor piekgeluiden 65 dB(A) . Voor een gemengd gebied is dat 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en 70 dB(A) voor piekgeluiden. Het akoestisch onderzoek toont aan dat er voor de representatieve bedrijfssituatie aan deze waardes wordt voldaan. Om die reden mag aangenomen worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Als gevolg van jurisprudentie heeft de VNG Brochure bijna de status van 'pseudowetgeving' gekregen waarvan slechts gemotiveerd kan worden afgeweken. In dit geval bleek het niet noodzakelijk om af te wijken, omdat de representatieve bedrijfssituatie voldoet aan de richtlijnen. 8.
De conclusie dat hogere geluidbelastingen sporadisch voor komen is een aanname en biedt geen enkele garantie dat dit in de praktijk ook zo zal zijn. Reactie: Voor de geluidsbelasting is het gebruik van de geluidsinstallatie maatgevend; het gebruik van die geluidsinstallatie wordt nu wel met een wijziging in de regels gemaximaliseerd naar 12 dagen per jaar gedurende de dagperiode. Zoals valt af te leiden uit jurisprudentie is het toelaatbaar dat maximaal 12 keer per jaar en maximaal 1 etmaal per keer wordt afgeweken van de representatieve bedrijfssituatie (RBS). Dit heet het 12 dagencriterium. Dit criterium biedt de mogelijkheid om maximaal 12 keer per jaar activiteiten uit te voeren die meer geluid veroorzaken dan de activiteiten uit de RBS. Dit zijn incidentele bedrijfssituaties. De gemeenteraad heeft, zoals blijkt uit de zogenaamde festiviteitenregeling in de Algemene Plaatselijke Verordening van onze gemeente, het eveneens aanvaardbaar gevonden om voor max. 12 dagen een hogere geluidsbelasting te bezigen en heeft daarbij een geluidsbelasting van maximaal 70 dB(A) vastgesteld. Uit het akoestisch onderzoek naar de effecten van de geluidsinstallatie bij de BMX-baan blijkt dat daarbij sprake is van een veel lagere geluidsbelasting dan 70 dB(A). Alles overwegende vinden wij het gebruik van de geluidsinstallatie gedurende 12 dagen per jaar aanvaardbaar.
9. Paragraaf 4.7.4. De conclusie biedt geen enkele garantie dat door het gebruik van het clubgebouw en terras er na afloop van trainingen en wedstrijden geen overlast van bezoekers en auto’s ontstaat. Reactie: Het gebruik van terras en baan is in de bestemmingsplanregels beperkt tot 23 uur. Op het terras mag geen versterkte muziek ten gehore worden gebracht. De trainingen duren normaliter tot circa 21 uur. Per training zijn circa 20 rijders en 20 begeleiders aanwezig.
12
Er zijn ruim voldoende parkeermogelijkheden aan het Eschpark voor regulier gebruik en tijdens clubwedstrijden (40 parkeervakken en een overloopterrein). Anders wijken we uit naar omliggende parkeerterreinen. Dit zal met name aan de orde zijn bij regionale- en een eventuele nationale wedstrijd. Hiervoor zet FCCL verkeersregelaars in en houdt toezicht. Indien in de praktijk blijkt dat een tijdelijke verkeersmaatregel nodig is, behoort dat tot ook de mogelijkheden. De evenementenmelding of vergunning omvat ook regels omtrent verkeer en parkeren tijdens de (grotere) wedstrijden.
10. Paragraaf 4.10.4.1 Appellant vraag om een parkeerverbod voor beide zijden van de Kerkhoflaan. Het plan biedt anders geen garantie voor een obstakelvrije doorgang voor de hulpdiensten van deze wijkontsluitingsweg. Reactie: Wij zien geen aanleiding voor een permanent parkeerverbod vanwege de beschikbare parkeerplaatsen aan de Eschpark weg. Tijdens regionale en een evt. landelijke wedstrijd zullen we zo nodig een tijdelijk parkeerverbod instellen.
11. Paragraaf 4.11.2. en Aanmeldnotitie vormvrije M.E.R.-beoordeling Voor geluid is opgenomen dat maatregelen als beperking van de bedrijfsduur en hogere omwalling geen opties zijn en daarom niet verder zijn onderzocht. Waarom zijn dit geen opties? Vanwege plaatsgebrek? Reactie: De gehanteerde bedrijfsduur is, in relatie tot de bestaande praktijk, aannemelijk en een beperking daarvan, verdergaand dan waar we in de regels van het bestemmingsplan nu vanuit gaan, is niet logisch bij een ‘normaal’ gebruik van de baan. Zoals eerder in onze reacties op deze zienswijze is aangegeven, is een grondwal zuidzijde inmiddels wel onderzocht maar zullen we deze, vanwege de aanzienlijke impact (ruimtebeslag) enerzijds en het relatief zeer beperkte effect anderzijds, niet gaan realiseren.
12. Appellant voorziet overlast, zoals aangegeven onder 2.2.2. en 4.7.4. Reactie: Zie onze beantwoording onder 2.2.2. en 4.7.4. 13. Lichthinder De conclusie in de MER-beoordeling dat geen sprake is van lichthinder is onjuist. De soort belichting, situering en hoogte van de masten en de gebruikstijden zijn niet genoemd. Er wordt niet ingegaan op de impact van de verlichting op de aanwezige fauna. Reactie: Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van gedimde led verlichting. Bij de BMX sport is het juist gewenst dat de lampen niet te fel schijnen zodat de BMX’ers schaduw blijven zien en daarmee de diepte van de baan kunnen inschatten. De hoogte van de led verlichting is circa 5 tot 6 meter. Dit is dus duidelijk anders dan bij bijvoorbeeld een voetbalveld (met een hoge lichtsterkte en masten van minimaal 15 m). Hierdoor wordt verstrooiing van kunstlicht op aangrenzende groenstructuren, en dus mogelijke negatieve effecten op de in de omgeving aanwezige foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen, voorkomen. Zoals in het flora- en faunarapport wordt genoemd moet lichthinder voor de fauna voorkomen worden door de bosschages aan de zuidkant niet te kappen en zo niet teveel licht in de laanbomen Kerkhoflaan te krijgen. Deze bosschages houden wij in stand en gaan we waar mogelijk versterken. De lichten zijn uit als er geen sport wordt beoefend.
In het Activiteitenbesluit staat dat er tussen 23 en 7 uur geen lichthinder mag zijn. De baan inclusief verlichting is dan niet in gebruik dus ook daaraan wordt voldaan. Binnen de Wet natuurbescherming geldt voor alle soorten flora en fauna een algemene zorgplicht. Hiervoor geldt dat men negatieve effecten op flora en fauna, en dus niet alleen (streng / internationaal) beschermde soorten, en hun directe omgeving zoveel mogelijk moet voorkomen. Dit door het nemen van
13
specifieke maatregelen en bij uitvoering/gebruik rekening te houden met flora en fauna. Zodoende kunnen schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) worden voorkomen. Het opstellen van een ecologisch werkprotocol/-plan kan hierbij van belang zijn. In dit protocol worden alle werkzaamheden/activiteiten, welke mogelijk schadelijke gevolgen kunnen hebben voor flora en fauna, in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase besproken. De maatregelen, om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen, gelden dan met name voor de hier te verwachten soortgroepen als (algemene) broedvogels, vleermuizen en overige zoogdieren (bijv. egel, konijn). Alle betrokkenen dienen zich dan ook aan het protocol te houden. Enkele maatregelen die bijvoorbeeld in het protocol verwerkt kunnen worden zijn: • Verlichting alleen richten op de baan, hierbij gebruik makend van lichtmasten met een beperkte hoogte. Hierdoor voorkomt men verstrooiing van kunstlicht op aangrenzende groenstructuren, en dus mogelijke negatieve effecten op de in de omgeving aanwezige foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen. • Bouwrijp maken van het plangebied voor realisatie van de bmx-baan zoveel mogelijk buiten het broedseizoen van vogels. Indien werkzaamheden binnen de broedperiode plaats vinden dient er voorafgaand een check uitgevoerd te worden door een deskundige ecoloog om afwezigheid van een bezet vogelnest aan te tonen.
• Bij het dempen van de vijver dienen de aanwezige amfibieën en vissen weggevangen te worden. Deze worden verplaatst naar een geschikte locaties, ruim buiten de werkzone. Wij zullen een ecologisch werkprotocol op laten stellen.
14. Versterking van de houtwal zijde Kerkhoflaan Concrete informatie hierover ontbreekt. Volgens appellant moet een in de winter groenblijvende strook over de gehele breedte, in combinatie met een geluidswal, worden aangelegd. Zie ook 5.3. In herfst, winter en vroege voorjaar neemt de huidige singel het zicht niet weg. Het beeld zal dan onrustig worden en het woongenot wordt verder aangetast. Er worden geen maatregelen genoemd om de houtwal te beschermen tegen publiek. Reactie: Het verzoek voor de toepassing van groenblijvers nemen we mee als input bij de verdere uitwerking van het groenplan. Zoals hierboven gemotiveerd is, zal er geen grondwal aan de zuidzijde worden gerealiseerd. De baan zal met een nader te bepalen hekwerk worden afgesloten voor publiek. Het publiek wordt aan de noordzijde (zijde weg Eschpark) van de baan gesitueerd.
14
Zienswijze 3 (schriftelijk ingekomen op 31 maart 2022): De ingebrachte zienswijze is binnen de daarvoor gestelde termijn ingekomen en derhalve ontvankelijk. Belang: appellanten zijn bewoners van 12 percelen in de omgeving; het perceel van 1 van de appellanten grenst direct aan het plangebied; de percelen van enkele appellanten grenzen nagenoeg aan het plangebied en de percelen van overige appellanten liggen in de omgeving van het plangebied.
Samenvatting zienswijze 1. Volgens appellanten bestaat er een reële kans dat het woon- en leefklimaat ernstig wordt aangetast. Reactie: Wij zijn van mening dat met de BMX-baan nog steeds sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van omwonenden daarin voldoende zijn gewogen. De onderzoeken waarop wij ons hebben gebaseerd zijn opgesteld door onafhankelijke deskundigen. 2. De locatiestudie met puntenscore op basis waarvan voor de locatie Eschpark is gekozen is niet objectief en onvolledig. Reactie: Er ligt een raadsbesluit ten grondslag aan de locatiestudie. Nu is aan de orde een bestemmingsplan voor de locatie Eschpark. De totstandkoming van de locatiestudie is in de voorliggende besluitvorming niet relevant. 3. Vergelijkbare banen in Hengelo (o), Haaksbergen en Doetinchem liggen niet in een woonwijk. Er zijn betere locaties voorhanden. Reactie: Dat kan het geval zijn, maar banen liggen ook vaak aan de rand of net binnen de kern. Zie Apeldoorn, Enschede (locatiestudie pag. 12, 13). We beoordelen de locatie Eschpark in relatie tot de omgeving. De locatie kent een goede bereikbaarheid en ligt op een locatie waar met name andere bestemmingen zijn, waaronder ‘Sport’. Het standpunt dat de BMX-baan in een woonwijk ligt, wordt daarom niet gedeeld. Het Eschpark is een gemengd gebied, met een variëteit aan functies. 4.
Appellanten zijn bang voor groei van de vereniging met meer overlast door bijvoorbeeld meer wedstrijden en trainingen Reactie: Het ledenaantal is stabiel. Er zijn niet onbeperkt vrijwilligers voor bijvoorbeeld de trainingen beschikbaar. Het gebruik van terras en baan is in de bestemmingsplanregels beperkt tot 23 uur. Op het terras mag geen versterkte muziek ten gehore worden gebracht. De trainingen duren normaliter tot circa 21 uur. Per training zijn circa 20 rijders en 20 begeleiders aanwezig. Met de komst van wat meer leden ontstaat niet direct meer overlast. Tijdens trainingen wordt er geen (voor geluid maatgevende) geluidsinstallatie gebruikt en het gebruik van de geluidsinstallatie wordt in de bestemmingsplanregels gemaximaliseerd. Het akoestisch onderzoek is geactualiseerd op de meest actuele gegevens. We hebben ook de mogelijkheden van realisatie (ruimte) en de geluid reducerende effecten van een grondwal aan de zuidzijde, alsmede de geluidsbelasting in de tuinen van omliggende woningen, nader laten onderzoeken. Het akoestisch onderzoek is aangevuld met gegevens over de effecten van een grondwal aan de zuidzijde en de geluidsniveaus in de tuinen.
5. Er is onvoldoende parkeergelegenheid bij wedstrijden en er ontstaat parkeeroverlast in de wijk.
15
Reactie: Er zijn ruim voldoende parkeermogelijkheden aan het Eschpark voor regulier gebruik en tijdens clubwedstrijden (40 parkeervakken en een overloopterrein). Anders wijken we uit naar omliggende parkeerterreinen op het Eschpark of in de verdere omgeving. Dit zal met name aan de orde zijn bij regionale en een -eventuele- nationale wedstrijd. Hiervoor zet FCCL verkeersregelaars in en houdt toezicht. Indien in de praktijk blijkt dat een tijdelijke verkeersmaatregel nodig is, behoort dat tot ook de mogelijkheden. De evenementenmelding of -vergunning omvat ook regels omtrent verkeer en parkeren tijdens de (grotere) wedstrijden.
6. Een extern deskundige, ingeschakeld door appellanten, komt tot de volgende conclusies: a. De geluidmetingen zijn niet conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai uitgevoerd, zowel voor het starthek als voor het gebruik van het parcours Reactie: De geluidmetingen hebben plaatsgevonden op de bestaande locatie in Lichtenvoorde en konden niet op grotere afstand worden uitgevoerd, zoals gesteld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Omdat het echter losse (bewegende) puntbronnen betreft (en geen grote aaneengesloten geluidbron) met een gemiddelde afstand tot de meetlocatie is de gehanteerde meetmethode voldoende betrouwbaar. De meethoogte betrof – anders dan in de eerdere rapportage gemeld – wel 5 m. Dit is aangepast.
b. Het rekenmodel bevat fouten met gevolgen voor de berekende geluidbijdrage. -de geluidbijdrage tijdens wedstrijden is niet beoordeeld. -De gehanteerde bronsterkte voor stemgeluid van toeschouwers is onjuist en de bronhoogte ook. -Het gebruik van het terras is onjuist meegenomen. -verkeer/indirecte hinder/stikstofdepositie: De genoemde verkeersbewegingen geven een onjuist beeld. Er worden verschillende aantallen gehanteerd in toelichting, studie stikstofdepositie en geluidrapportage. De indirecte hinder is onjuist en onvolledig berekend. Ook bij een incidentele bedrijfssituatie (IBS) moet duidelijk zijn dat de parkeerbehoefte realiseerbaar is. Volgens Aerius berekening maakt het verkeer pas onderdeel uit van het heersende verkeersbeeld als het de N18 of N313 heeft bereikt. Dat zou betekenen dat in het akoestisch onderzoek de geluidbijdrage ook over beide routes akoestisch moet worden beoordeeld. -Tekstuele opmerkingen. -Opmerkingen op rekenmodel. -Grondwal en geluidwerende voorzieningen zijn onduidelijk. De vraag is of deze wel effectief zijn en of deze er daadwerkelijk gaan komen. -De geluidbijdragen zijn alleen op begane grondniveau beoordeeld op de gevels en niet op de tuinen/terrassen van de woningen. Reactie: Algemeen: Waar onderstaande reacties betrekking hebben op het akoestisch rapport en rekenmodel ontvingen wij deze van dhr. Van Der Boom (akoestisch adviseur).
Deze reactie is deugdelijk en wij nemen deze reactie over. Wedstrijden: De geluidbijdrage tijdens wedstrijden is wel beoordeeld. Het akoestisch rapport is nu voor de duidelijkheid opgesplitst in de situatie tijdens trainingen (hoofdstuk 4) en die tijdens wedstrijden (hoofdstuk 5). Toeschouwers: De 79 dB(A) per 10 personen is niet gebaseerd op de VDI-richtlijn maar op de NAG-publicatie nr. 123 (69 dB(A) voor 1 persoon, verheven praten). De VDI-richtlijn gaat uit van circa 67 dB(A) per m2 bij atletiek-evenementen en een bezetting (zoals hier) van circa 0.5 toeschouwer per m2 (par 15.2.6), wat neerkomt op circa 70 dB(A) per persoon. Bij grote sportevenementen als voetbalwedstrijden liggen de waarden inderdaad hoger dan tijdens een fietscross maar deze zijn ons inziens niet representatief.
16
De bronhoogte van het publiek is inderdaad niet correct en is aangepast. Dit heeft – zo blijkt - een heel beperkte invloed op de totale resultaten. De ervaring leert dat publiek bij trainingen (met name wachtende ouders) geen relevante akoestische bijdrage heeft en is dus niet meegenomen. Terras BMX: De bedrijfstijden van het terras zijn aan de rapportage toegevoegd. Uitgegaan wordt van 8 uur overdag bij wedstrijden en 4 uur in de avond bij trainingen (19-23 uur). Het gebruik van terras (en baan) is in de bestemmingsplanregels beperkt tot 23 uur. Op het terras mag geen versterkte muziek ten gehore worden gebracht. Verkeer/indirecte hinder en stikstofdepositie: Het akoestisch onderzoek berekent (o.a.) de indirecte hinder van verkeer. De Aerius-berekening berekent of er al dan niet sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Dat er sprake is van enigszins verschillende uitgangspunten in deze onderzoeken maakt nog niet dat een onderzoek onjuist is. Zoals aangegeven is in de Aerius-berekening is hierin met aanzienlijk meer verkeer gerekend dan wordt verwacht en zijn de rijlijnen langer gemaakt dan strikt noodzakelijk. Dit is gedaan om een worst-case uitgangspunt te creëren, om er zeker van te zijn dat er geen significante effecten kunnen optreden op Natura 2000-gebied.
De aantallen en de rekenmethode in de rekenmodellen van het akoestisch onderzoek (indirecte hinder) zijn aangepast. De conclusies zijn gelijk gebleven. Bij trainingen is ervan uitgegaan dat de rijders worden gebracht en gehaald, dus 2 x 40 bewegingen (20 auto’s). Op zondag (overdag) gaat het om 40 auto’s heen en terug (2x). De trainingen duren normaliter tot circa 21 uur. Per training zijn circa 20 rijders en 20 begeleiders aanwezig. Volgens de CROW normen zijn circa 20 parkeerplaatsen noodzakelijk voor een BMX-baan van deze omvang. Rekening houdend met de huidige praktijk willen we 40 parkeerplaatsen gerealiseerd zien. Er zijn parkeermogelijkheden aan het Eschpark voor regulier gebruik en tijdens clubwedstrijden (42 parkeervakken en een overloopterrein voor circa 18 parkeerplaatsen, maakt circa 60 parkeerplaatsen). Bij de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder) in het akoestisch rapport is ermee gerekend dat in de worst case situatie (regiowedstrijd 1x per jaar) op de aanwezige parkeerplaatsen bij de baan zelf verdeeld over de dag zo’n 100 auto’s (afwisselend) kunnen parkeren. Verder zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. Bij een clubwedstrijd zijn er zo’n 50 rijders en 75 bezoekers. Tijdens een regiowedstrijd gaat het rapport uit van maximaal 250 rijders en 250 bezoekers (worst-case).
De huidige praktijk is bij een regiowedstrijd maximaal 180 rijders en 180 bezoekers. Bij wedstrijden is het gebruikelijk dat de meeste rijders en bezoekers samen (in 1 auto) arriveren. Bij de regionale wedstrijden wordt uitgeweken naar omliggende parkeerterreinen op het Eschpark of in de directe omgeving. Dit gebeurt nu ook bij de huidige baan en is goed uitvoerbaar. Tijdens die grotere wedstrijden stellen wij via de evenementenvergunning regels omtrent verkeer en parkeren. De FCCL zet verkeersregelaars en toezicht in. In de Aerius-berekening (berekening stikstofdepositie) is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 40x2x2=160 verkeersbewegingen per etmaal. In werkelijkheid zullen deze parkeerplaatsen niet dagelijks volledig worden benut. Om een uiterste worst-case scenario te berekenen is 100% van de verkeersbewegingen op 2 aannemelijke routes gemodelleerd. Zodoende is met (ruim) twee keer zoveel verkeer gerekend dan wordt verwacht. Tekstuele opmerkingen: Deze zijn verwerkt in de rapportage en hebben geen gevolgen op de uitkomsten.
Rekenmodel: Het rapport is (grotendeels tekstueel) aangepast aan de geplaatste opmerkingen. Dat heeft geen gevolgen voor de resultaten en conclusies, behalve voor de gehanteerde bronhoogte van het publiek. Die is aangepast. De eindconclusie van het rapport blijft gelijk.
17
Grondwal en geluidwerende voorzieningen: Het akoestisch onderzoek is verduidelijkt en gaat nu uit van een grondwal van 3 m hoogte, zonder dat daar bovenop nog een akoestisch scherm wordt geplaatst. De locatie van de baan met grondwal oostzijde, starthek en akoestisch scherm bij het starthek van 5 m lang, 1 m hoog, is nu gebaseerd op een digitale ondergrond van de baan. In het rapport zijn akoestische maatregelen voorgesteld en is vervolgens met berekeningen aangetoond dat deze afdoende zijn voor het bereiken van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De lengte van het akoestisch scherm bij de start kan zo nodig worden aangepast. De regels van het bestemmingsplan maken de aanleg van de voorzieningen mogelijk. Verder wordt d.m.v. de gebruiksregels in de bestemmingsplanregels, zie artikel 4.3.1. lid e en f , geborgd dat daadwerkelijk akoestische voorzieningen zullen moeten worden gerealiseerd voor ingebruikname van de baan.
Tuinen: De tuinen vormen wettelijk gezien geen toetspunt voor de Wet geluidhinder. Desondanks is – om aan de wens van appellanten tegemoet te komen en in het kader van een goede ruimtelijke ordening - het akoestisch onderzoek uitgebreid met gegevens over de effecten van een grondwal aan de zuidzijde en de geluidsniveaus in de tuinen. We hebben ook de mogelijkheden van realisatie (ruimte) en de geluidsreducerende effecten van een grondwal aan de zuidzijde, alsmede de geluidsbelasting in de tuinen van omliggende woningen, nader laten onderzoeken. Op zich zou, qua ruimtebeslag, aan de zuidzijde wel een wal van 3 m hoogte (doorsnede 16 m) kunnen worden gerealiseerd. Een grondwal of scherm aanleggen gaat echter ten koste van bestaand opgaand groen, bomen. Specifiek voor (de tuinen en) voor deze grondwal constateren we het volgende: De geluidbelasting op 1.5 m hoogte in de achtertuin van Kerkhoflaan 7 ligt op circa 45-50 dB(A) (en tot 55 dB(A) in de NO-hoek. Dit zijn waardes die gemeente Oost Gelre aanvaardbaar vindt. Bij de woningen aan de oostzijde ligt de geluidbelasting in de tuin dankzij de grondwal aan de oostzijde niet hoger dan 45 dB(A), d.w.z. niet boven de richtwaarde die geldt voor de gevels van gevoelige functies. Dat geldt ook voor de voor – en achtertuinen van de woningen aan de zuidzijde.
Wordt een 3 m hoge grondwal aan de zuidzijde van de BMX-baan aangelegd, als geschetst in figuur 6 in bijlage III van het akoestisch rapport, dan daalt de geluidbelasting in de tuin van Kerkhoflaan 7 fors (tot onder de 45 dB(A) op 1.5 m). De geluidbelasting op de woningen in de punten 1, 2 en 5 in de maatgevende avond (op 5 m waarneemhoogte) daalt dan niet; daartoe is het afschermende effect te gering. Wordt een 3 m hoge grondwal aan de zuidzijde aangelegd, dan daalt de geluidbelasting op de woningen tijdens wedstrijden vrijwel niet aangezien de omroepinstallatie (grote bronhoogte) maatgevend is; daartoe is het afschermende effect van de grondwal te gering. Bij een 5 m hoge grondwal neemt de geluidbelasting in de punten 1, 2 en 5 af tot hooguit 46 dB(A) op 1.5 m hoogte (incl. muziekgeluidcorrectie). Ook dan kan tijdens wedstrijden nog niet aan de richtwaarden worden voldaan. Tijdens wedstrijden kan ook bij de andere woningen nog niet aan de richtwaarden worden voldaan. Een hoge afscherming, kortom, is een buitenproportionele (en ingrijpende) maatregel voor een beperkt resultaat (bij wedstrijden). En een grondwal zou ten koste gaan van bestaand opgaand groen/bomen. Alles tegen elkaar afwegend komen wij tot de conclusie dat geen grondwal aan de zuidzijde wordt gerealiseerd. Ingezet wordt op behoud en mogelijk versterking van het opgaand groen/de bomen ter plekke.
c.
Natuurwaarden: onduidelijk is wat er gebeurt met de conclusies uit het (aanvullend) natuuronderzoek. Aanbevolen wordt daarin om verstorende activiteiten tijdens het broedseizoen te voorkomen en maatregelen te treffen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten.
Reactie: Binnen de Wet natuurbescherming geldt voor alle soorten flora en fauna een algemene zorgplicht. Hiervoor geldt dat men negatieve effecten op flora en fauna, en dus niet alleen (streng / internationaal) beschermde soorten, en hun directe omgeving zoveel mogelijk moet voorkomen. Dit door het nemen van
18
specifieke maatregelen en bij uitvoering/gebruik rekening te houden met flora en fauna. Zodoende kunnen schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) worden voorkomen. Het opstellen van een ecologisch werkprotocol/-plan kan hierbij van belang zijn. In dit protocol worden alle werkzaamheden/activiteiten, welke mogelijk schadelijke gevolgen kunnen hebben voor flora en fauna, in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase besproken. De maatregelen, om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen, gelden dan met name voor de hier te verwachten soortgroepen als (algemene) broedvogels, vleermuizen en overige zoogdieren (bijv. egel, konijn). Alle betrokkenen dienen zich dan ook aan het protocol te houden. Enkele maatregelen die bijvoorbeeld in het protocol verwerkt kunnen worden zijn: • Verlichting alleen richten op de baan, hierbij gebruik makend van lichtmasten met een beperkte hoogte. Hierdoor voorkomt men verstrooiing van kunstlicht op aangrenzende groenstructuren, en dus mogelijke negatieve effecten op de in de omgeving aanwezige foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen. • Bouwrijp maken van het plangebied voor realisatie van de bmx-baan zoveel mogelijk buiten het broedseizoen van vogels. Indien werkzaamheden binnen de broedperiode plaats vinden dient er voorafgaand een check uitgevoerd te worden door een deskundige ecoloog om afwezigheid van een bezet vogelnest aan te tonen.
• Bij het dempen van de vijver dienen de aanwezige amfibieën en vissen weggevangen te worden. Deze worden verplaatst naar een geschikte locaties, ruim buiten de werkzone. Er zal bij voorkeur gebruik gemaakt worden van gedimde led verlichting. Bij de BMX sport is het juist gewenst dat de lampen niet te fel schijnen zodat de BMX’ers schaduw blijven zien en daarmee de diepte van de baan kunnen inschatten. De hoogte van de led verlichting is circa 5 tot 6 meter. Dit is dus duidelijk anders dan bij bijvoorbeeld een voetbalveld (met een hoge lichtsterkte en masten van minimaal 15 m). Hierdoor wordt verstrooiing van kunstlicht op aangrenzende groenstructuren, en dus mogelijke negatieve effecten op de in de omgeving aanwezige foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen, voorkomen. Zoals in het flora- en faunarapport wordt genoemd moet lichthinder voor de fauna voorkomen worden door de bosschages aan de zuidkant niet te kappen en zo niet teveel licht in de laanbomen Kerkhoflaan te krijgen. Deze bosschages houden wij in stand en gaan we waar mogelijk versterken. De lichten zijn uit als er geen sport wordt beoefend. In het Activiteitenbesluit staat dat er tussen 23 en 7 uur geen lichthinder mag zijn. De baan inclusief verlichting is dan niet in gebruik dus ook daaraan wordt voldaan. Tijdens trainingen wordt er geen geluidsinstallatie gebruikt.
Club- en regiowedstrijden vinden plaats tussen half maart en begin november. Wij sluiten het houden van wedstrijden tijdens het broedseizoen niet uit. Wel laten wij een ecologisch werkprotocol opstellen om verstoring zoveel mogelijk te gaan voorkomen.
d. Beoordeling geluidsituatie -Het plangebied bevat 2 delen: het bestaande binnenzwembad en de nieuwe BMX-baan. De geluidbijdrage moet cumulatief beoordeeld worden. -Onduidelijk is waarom voor de Kerkhoflaan 7 en 9 een ruimere richtwaarde van toepassing zou zijn. Dit zijn woonbestemmingen grenzend aan een bestaande woonwijk. De Kerkhoflaan is geen scheiding tussen de verschillende gebiedstypen. Deze 2 woningen liggen ook niet in het plangebied. Het is een nieuwe ontwikkeling direct grenzend aan woningen van derden wat tot een aantasting van woon- en leefklimaat kan leiden. -Het Activiteitenbesluit sluit bepaalde geluidbronnen uit van toetsing, die binnen het ruimtelijke spoor wel moeten worden beschouwd. Het gemeentelijk geluidbeleid sluit helaas vooral aan bij het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit omvat ook geen norm voor de IBS. Een onderzoek naar maatregelen is nodig. Om overlast te voorkomen is het in afwijking van het gemeentelijk geluidbeleid wenselijk om strengere geluidnormen en beperkingen in de vorm van maatwerkvoorschriften op te nemen.
19
Reactie: Cumulatie: In de VNG Brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt het toetsingskader beschreven dat bij een bestemmingsplanherziening dient te worden toegepast. Het betreft een stappenplan. De eerste stap is toetsen aan de richtafstanden. Aan deze richtafstanden wordt – uitgaande van een naar ons idee vergelijkbaar veldsportcomplex – voldaan. De bestemming ‘Sport’ is zo vormgegeven, dat de afstand tot de woningen aan Kerkhoflaan 7 en 9 ten minste 30 meter bedraagt en de overige woningen 50 meter. Door deze methode te kiezen, wordt voldaan aan de richtafstanden voor gemengd gebied (30 meter) of een rustige woonwijk (50 meter). Dit is een eerste indicatie dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Volledigheidshalve is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, dit betreft de tweede stap uit de VNG Brochure. In stap 2 is beschreven dat buitenplanse inpassing mogelijk is wanneer voldaan wordt aan de waardes 45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en 65 dB(A) voor piekgeluiden in een rustige woonwijk. Voor gemengd gebied is dat 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en 70 dB(A) voor piekgeluiden. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat aan al deze waardes wordt voldaan. Om die reden is met toepassing van stap 2 voldoende aangetoond dat het woon- en leefklimaat ook na de komst van de BMX baan aanvaardbaar is. Stap 3 is daarom niet meer noodzakelijk.