bijlage 8 bij omgevingsplan archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Tekst van het document
Raadhuisstraat 7 e.o. Lichtenvoorde (gemeente Oost Gelre) bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Rapport 1575
Colofon titel:
Raadhuisstraat 7 e.o., Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre: bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
serie:
Bureau voor Archeologie Rapport 1575
auteur(s):
C. de Jong (KNA prospector)
autorisatie:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
27 mei 2025
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T
030 245 1895
E I
info@bureauvoorarcheologie.nl https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Administratieve Gegevens. Kenmerk
Waarde
Projectnummer
2025021701
Provincie
Gelderland
Gemeente
Oost Gelre
Plaats
Lichtenvoorde
Toponiem
Raadhuisstraat 7 e.o.
Centrum locatie (m RD)
plandeel 1: 235.720; 445.100 (x; y) plandeel 2: 235.750; 445.100 (x; y) plandeel 3: 235.800; 445.120 (x; y)
Omvang plangebied
plandeel 1:
810 m2
plandeel 2:
40 m2
plandeel 3: 3.530 m2 Omvang onderzoeksgebied booronderzoek
Gelijk aan plangebied.
Kadastrale gegevens
kadastrale gemeentenaam: Lichtenvoorde, sectie: G, nummer(s): 6363, 8692, sectie: I, nummer(s): 1133
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
5790248001 (ABU); 5797028001 (ABO)
Soort onderzoek
bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Opdrachtgever
sab
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie
Kaartblad
41B
(RO) kader onderzoek
Wijziging omgevingsplan
Periode van uitvoering veldwerk
15 mei 2025
Bevoegde overheid
Gemeente Oost Gelre
Deskundige namens bevoegde overheid
Omgevingsdienst Achterhoek
Versie van het rapport
1
Beheer en plaats van documentatie
Digitale documentatie: ARCHIS en Datastation Archeologie
4/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
Figuur 1: Ligging van het plangebied (rode lijn; achtergrond: PDOK).
5/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor werkzaamheden aan de Raadhuisstraat 7 e.o. te Lichtenvoorde. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003 en de richtlijnen volgens het afwegingskader “Archeologie met beleid”. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd met als doel te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Bij het project zijn werkzaamheden voorzien in drie vlakken. Twee vlakken liggen bij het voormalige postkantoor aan de Raadhuisstraat en één vlak ligt hier tegenover en betreft het voormalige Rabobank terrein. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een dekzandrug ligt. Hierop is door langdurig gebruik als bouwland en dik humeus (plaggen)dek gevormd. De dekzandrug kan vanaf het Laat-Paleolithicum bewoond zijn geweest. Het plangebied ligt 50 m ten westen van de historische kern van Lichtenvoorde. In de 18e en eerste helft van de 19e eeuw is het landgebruik bouwland. In plandeel 3 wordt in 1849 een villa gebouwd, gevolgd door een bankgebouw uit 1969 die in 2020 is gesloopt. Het postkantoor is tussen 1940 en 1982 gebouwd.
Tijdens het booronderzoek zijn zeven boringen gezet tot in de C-horizont. Hieruit blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand, waarin een podzolgrond is gevormd. De natuurlijke bodem wordt afgedekt door een restant van een bouwlanddek. Dit intacte bodemprofiel is aanwezig in het westen en oosten van het plangebied. Hier kunnen in de top van de natuurlijke afzettingen archeologische sporen aanwezig zijn. Bureau voor Archeologie adviseert voor de oostelijke zone (rode zone op de advieskaart) een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te voeren indien ingrepen dieper gaan dan 30 cm -mv. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Gezien de beperkte omvang van de westelijke zone is de kans klein dat hier behoudenswaardige archeologische resten verstoord gaan worden. In de rest van het plangebied is de bodem diep verstoord vanwege de (voormalige) bebouwing en afgravingen. Hier worden geen archeologische resten meer verwacht. Voor beide zones (gele en groene zone op de advieskaart) adviseert Bureau voor Archeologie vrijgave. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht.
Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Oost Gelre.
6/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
Inhoudsopgave 1 2
3
4
5 6
Samenvatting.....................................................................................................................................6 Inleiding............................................................................................................................................10 1.1 Doelstelling en vraagstelling.............................................................................................10 Bureauonderzoek.........................................................................................................................12 2.1 Methode....................................................................................................................................12 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..................................................................13 2.3 Huidige situatie......................................................................................................................14 2.4 Aardwetenschappelijke gegevens...................................................................................15 2.5 Historische situatie...............................................................................................................16 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................................................18 2.7 Archeologische en bouwhistorische
waarden............................................................18 2.8 Gespecificeerde verwachting...........................................................................................21 2.9 Advies voor eventuele vervolgstappen.........................................................................22 Booronderzoek..............................................................................................................................23 3.1 Inleiding.....................................................................................................................................23 3.2 Methode....................................................................................................................................23 3.3 Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie..............................24 3.4 Archeologische interpretatie............................................................................................26 3.5 Waardering vindplaats(en).................................................................................................26 Conclusie..........................................................................................................................................27 4.1 Conclusie bureauonderzoek.............................................................................................27 4.2 Conclusie
booronderzoek..................................................................................................28 Advies................................................................................................................................................31 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid.........................................31 Literatuur.........................................................................................................................................32 Figuren..............................................................................................................................................35 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen...................................................................................................64
7/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
Lijst met Figuren 1: 2: 3: 4: 5: 6: 7: 8: 9: 10: 11:
12: 13: 14: 15: 16: 17: 18: 19: 20: 21: 22: 23:
24: 25: 26:
27:
Ligging van het plangebied (rode lijn; achtergrond: PDOK). Luchtfoto actueel (Nationaal Georegister). Plangebied (zwart lijn) en onderzoeksgebied (zwarte onderbroken lijn). Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Oost Gelre (Boshoven en Keunen 2016). Archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre (Boshoven en Keunen 2016). De bebouwing in plandeel 1 (links) en plandeel 2 (rechts). De bebouwing in plandeel 1, vanuit het zuiden. Foto's van de kruipruimtes in plandeel 1. Plandeel 3 vanuit het noorden, kijkend naar het zuidwesten. Geologische overzichtskaart 2021 (TNO-GDN 2021). Bodemkaart (boven) en bodemkaart geprojecteerd op de hoogtereliëfkaart (onder; Harbers en Rosing 1983; Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP. Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP. Geomorfologische kaart uit 2023 (boven), geprojecteerd op de hoogtereliëfkaart (onder; Wageningen Environmental Research 2023). Hottinger atlas, 1773-1794 (Versfelt 2003). Kadastrale Minuut provincie Gelderland (‘HISGIS Gelderland’ 2019). Kadastrale hulpkaart uit 1862, gemeente Lichtenvoorde, sectie G, archiefnummer 87 (Kadaster). Kadastrale hulpkaart uit 1867, gemeente Lichtenvoorde, sectie G, archiefnummer 143 (Kadaster).
Kadastrale hulpkaart uit 1886, gemeente Lichtenvoorde, sectie G, archiefnummer 316 (Kadaster). Bonneblad, 495-1599-LICHTENVOORDE-1893 (Kadaster). Kadastrale hulpkaarten uit 1933, gemeente Lichtenvoorde, sectie G, archiefnummer 734 en 735 (Kadaster). Bonneblad, 495-1602-LICHTENVOORDE-1936 (Kadaster). Kadastrale hulpkaart uit 1948 (gemeente Lichtenvoorde, sectie G, archiefnummer 804) en foto van het postkantoor uit omstreeks 1940 (Onbekend 1940; Kadaster). Topografische kaart, 41B-1955-Aalten / Lichtenvoorde (Topografische Dienst). Topografische kaart, 41B-1966-Aalten / Lichtenvoorde (Topografische Dienst). Kadastrale hulpkaart uit 1973 (gemeente Lichtenvoorde, sectie I, archiefnummer 42) en foto van de bank uit omstreeks 1970 (Onbekend 1970; Kadaster). Kadastrale hulpkaart uit 1979 (gemeente Lichtenvoorde, sectie G, archiefnummer 1153) en foto van het postkantoor uit 1975 (Onbekend 1975; Kadaster).
8/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
5 35 36 37 38 39 39 40 41 42
43 44 44 45 46 47 48 48 49 49 50 50
51 52 53
54
55
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
28: 29: 30: 31: 32: 33: 34: 35: 36:
Foto van het postkantoor uit omstreeks 1985 (Onbekend 1985). Foto van de bank uit omstreeks 1995 (Onbekend 1995). Luchtfoto uit 1996 (Onbekend 1996). Topografisch kaart 2012. Luchtfoto's uit 2019 (boven) en 2020 (onder; ‘Topotijdreis’). Archeologische terreinen, vondsten en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021). Boorpuntenkaart. Schematische weergave van de boorprofielen. Resultaten booronderzoek met advies. Zie figuur 34 voor de legenda van de boorpunten en voormalige bebouwing.
56 56 57 58 59 60 61 62 63
Lijst met Tabellen 1: 2: 3:
Aardwetenschappelijke gegevens. Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 200 m van het plangebied. Coördinaten van de boringen.
9/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
16 18 70
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de Raadhuisstraat 7 e.o. te Lichtenvoorde. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een wijziging van het omgevingsplan. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.2) en de richtlijnen volgens het afwegingskader “Archeologie met beleid”.2 Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van inventariserend veldonderzoek (IVO landbodems) in het algemeen is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Het doel van dit veldonderzoek is in eerste instantie het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Dit betreft de verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek. Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek:
1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
1 2
SIKB 2022 Willemse en Kocken 2012
10/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
7.
Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?
8.
Welke vervolgstap(pen) kunnen worden genomen om rekening te houden met (mogelijke) archeologische resten?
9.
Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
Booronderzoek verkennende fase:
10.
Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?
11.
Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?
Eindoordeel:
12.
Indien (mogelijk) archeologische resten aanwezig zijn: a. Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b. Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische resten?
13.
Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
11/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.2, protocol 4002.3 De vraag- en doelstellingen zijn in hoofdstuk 1.1 beschreven. Eerst is het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna is achtereenvolgens de aardwetenschappelijke, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Voor het bestuderen van de aardwetenschappelijke context zijn bodemkundige, geomorfologische, geologische, topografische en historische kaarten, gedetailleerde hoogtegegevens (AHN periode 1992 - heden), luchtfoto’s (WOII en tot heden) en boorgegevens en geologische modellen uit het loket voor Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOloket) bestudeerd. Daarnaast is gebruikt gemaakt van geologische en bodemkundige resultaten van enkele archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Voor het bestuderen van de archeologische context zijn de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) en ARCHIS (archeologisch informatie systeem de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) geraadpleegd. In de AMK en ARCHIS zijn de gegevens uit het Centraal Monumenten Archief (CMA) en het Centraal Archeologisch Archief (CAA) verwerkt.
Daarnaast zijn alle rapporten (voor zover beschikbaar) geraadpleegd van archeologische onderzoeken die in het onderzoeksgebied zijn uitgevoerd. Voor het bestuderen van de historische situatie is gebruikt gemaakt van figuratieve historische kaarten (Hottinger atlas), bonnebladen, topografische kaarten en 3
SIKB 2022
12/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
kadastrale (hulp)kaarten. Daarnaast is gebruik gemaakt van 20e eeuwse (lucht)foto’s, evenals artikels van de lokale historische vereniging. De 17e eeuwse kaart van Van Lindt is geraadpleegd, maar hierop is het terrein van het plangebied niet gekarteerd. In dit plangebied zijn constructietekeningen van te slopen of te wijzigen bouwwerken opgevraagd. Deze gegevens waren echter niet beschikbaar. Tijdens het onderzoek gezocht naar aanvullende bronnen over de historische situatie in het nationaal archief in Den Haag, het Gelders Archief en in de regionale, gemeentelijke en streek archieven via archieven.nl. Deze gegevens worden besproken en geanalyseerd in navolgende paragrafen en de synthese leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.4 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven. Alle kaarten zijn opgesteld door de auteur(s) van dit rapport, tenzij anders aan aangegeven.
2.2
Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. Het plangebied ligt in de gemeente Oost Gelre in de plaats Lichtenvoorde. De locatie ligt aan het adres Raadhuisstraat 7 e.o.. Het plangebied bestaat uit drie delen. Plandelen 1 en 2 omvatten delen van het voormalige postkantoor en hebben respectievelijk een omvang van 810 en 40 m2. Plandeel 3 omvat het parkeerterrein aan de overzijde van de Raadhuisstraat en heeft een omvang van 3530 m2. Het plangebied ligt in de bebouwde kom en wordt daarom omgeven door bebouwing (figuur 2). Ten zuiden van het plangebied staat het gemeentehuis. Aan de noordwestkant wordt het plangebied begrensd door de Middachtenstraat. Om voldoende informatie over aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 200 m om de ontwikkeling heen (figuur 3).
Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid.5 Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2016 heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting voor resten uit alle perioden (figuur 4). Het beleid is dat bij ingrepen van meer dan 250 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 40 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten (figuur 5). 4 5
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021; Data Archiving and Networked Services (DANS) Boshoven en Keunen 2016
13/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
Vanwege de ligging in een 50 m attentiezone rondom een archeologisch terrein (AMKterrein 13216) heeft een ongeveer 12 m brede strook in het zuidoosten van plandeel 3 een strenger beleid (figuur 5). In deze zone moet rekening gehouden worden met archeologische resten bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv.
Ontwerp c.q. inrichtingsplan De aard van de beoogde ingrepen is nog niet bekend.
Aard en omvang van de toekomstige verstoring Naar verwachting wordt tot minimaal 80 cm -mv gegraven (bij nieuwbouw).
Milieutechnische condities In de directe omgeving van het plangebied zijn milieukundige onderzoeken uitgevoerd.6 Op het terrein van het gemeentehuis zijn verhoogde concentraties lood en PAK’s aangetroffen. Bij de overige onderzochte locaties zijn geen ernstige bodemverontreinigingen aangetroffen.
Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied is niet bekend. Informatie over de grondwaterstanden kan worden afgeleid uit de grondwatertrap op de bodemkaart. De grondwatertrap is niet in de bebouwde kom gekarteerd. Echter, ter hoogte van de dekzandruggen buiten de bebouwde kom is de grondwatertrap VII. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste en laagste grondwaterstand dieper staan dan 80 cm -mv. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen.
Consequentie van de ingrepen Door het uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.
2.3
Huidige situatie Bebouwing, functie en bodemgebruik De westelijke plandelen 1 en 2 omvatten delen van het voormalige postkantoor (figuren 6 en 7). Het oorspronkelijke pand (het deel buiten de plandelen) is in 1940 gebouwd. De westelijke aanbouw (plandeel 1) is tussen 1968 en 1982 gebouwd. De aanbouw aan de zuidoostzijde (plandeel 2) dateert uit circa 1982. Onder de bestaande bebouwing (plandeel 1 en 2) ligt een kruipruimte van 90 cm diep met een betonvloer (figuur 8). Onder het oorspronkelijke pand van het postkantoor, direct ten oosten van plandeel 1 ligt een kelder van 4,1 bij 4,4 m en 1,8 m hoog (plafond tot bovenkant vloer). In het oostelijke plandeel 3 heeft vanaf de jaren 70 van de 20e eeuw tot en met 2020 een bankgebouw gestaan. In de huidige situatie is het plandeel in gebruik als parkeerplaats (figuur 9).
6
Provincie Gelderland 2022
14/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
Omgevingsplan Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking en heeft iedere gemeente een omgevingsplan van rechtswege. Bestaande verordeningen en bestemmingsplannen gelden echter tot een nieuw Omgevingsplan wordt vastgesteld (Art. 4.6 lid 1 onder d en g Invoeringswet Omgevingswet). Deze plannen zijn onderdeel van het tijdelijke Omgevingsplan. De regels uit het bestemmingsplan ‘parapluplan Archeologie’ zijn op deze wijze onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.7 Volgens deze regels geldt in het overgrote deel van het plangebied plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologisch verwachtingsgebied 2. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 250 m2 waarbij de bodem dieper dan 40 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In de strook in het zuidoosten van plandeel 3 geldt, conform het actuele beleid, een dubbelbestemming Waarde – Archeologisch verwachtingsgebied 1. Dit betekent dat bij ingrepen waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.
2.4
Aardwetenschappelijke gegevens De aardwetenschappelijke gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Noordelijk zandgebied', in de landschapszone dekzandruggen en rivierduinen.8 Tijdens de laatste ijstijd (Weichselien) is Nederland grotendeels een toendralandschap. In de koudste periode van de ijstijd (Pleniglaciaal, circa 73.000 tot 15.500 jaar geleden) is de grond door het koude klimaat permanent bevroren en kan weinig vegetatie groeien. Sneeuwsmeltwater kan moeilijk in de bodem wegzakken en wordt over het land afgevoerd. Zodoende worden fluvioperiglaciale afzettingen gevormd. Door het gebrek aan vegetatie kan de wind op grote schaal zand opstuiven en over grote afstanden verplaatsen. De fluvioperiglaciale afzettingen worden als gevolg bedekt met een pakket dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden; figuur 10). Het dekzand vormt een reliëfrijk landschap met lage vlakten, (middel)hoge welvingen en hoge ruggen. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in de bebouwde kom. Op basis van de hoogte-reliëfkaart in combinatie met de geomorfologische kaart kan afgeleid worden dat het plangebied ter hoogte van een dekzandrug ligt (figuur 14 en 12). De dekzandrug is tot 2 m hoger dan de naastgelegen dekzandvlakte. De Raadhuisstraat is als het ware ingesneden in de dekzandrug.
Hierdoor ligt het straatniveau lager (op 20,2m NAP) aan de weg (figuur 13). Het noordoostelijke deel van plandeel 3 ligt op 21,3 m NAP. Het niet bebouwde deel van plandeel 1 ligt op 20,7 m NAP. Op de bodemkaart ligt het plangebied in de bebouwde kom (figuur 11). Op de dekzandrug ten zuidwesten van de bebouwde kom liggen hoge zwarte 7 8
NL.IMRO.1586.BPARCH-VG01 Rensink e.a. 2019
15/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
enkeerdgronden. Naar verwachting zijn deze gronden oorspronkelijk in het plangebied aanwezig. Dit blijkt ook uit het historische landgebruik, dat bouwland is (figuur 16). Bij enkeerdgronden is het humeuze dek, dat gevormd is door langdurige ophoging met potstalmest en plaggen, minimaal 50 cm dik. De natuurlijk gevormde gronden op de dekzandrug zijn vermoedelijk (haar)podzolgronden. Restanten hiervan kunnen nog onder het humeuze dek aanwezig zijn. Aan de Middachtenstraat 2, ongeveer 20 m ten noordwesten van plandeel 1, is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd.9 Op deze locatie bestaat de bodem uit een 75 tot 95 cm dik plaggendek dat direct op de C-horizont (dekzand) ligt. In één boring in het zuidoosten ligt onder het plaggendek een omgewerkte B-horizont. De top van de omgewerkte B-horizont ligt op 75 cm -mv (ongeveer 20,1 m NAP). 120 m ten noordoosten van het plangebied, aan de Hagenstraat, zijn archeologische boringen gezet.10 Het terrein is grotendeels diep verstoord. In het uiterste zuidoosten is nog een intact bodemprofiel aanwezig. De intact bodem bestaat uit een 80 cm dik humeus dek met daaronder een AE-E-B-profiel. Dit podzolprofiel is gevormd in dekzand. Onder het dekzand liggen fluvioperiglaciale afzettingen waarvan de top op 180 cm -mv (19,11 m NAP) ligt.
Tabel 1: Aardwetenschappelijke gegevens. Bron
Omschrijving
Geologie (figuur 10)
Geologische overzichtskaart:11 •
Bodemkunde (figuur 11)
2.5
BX4: Dekzand en overige periglaciale afzettingen (Laagpakket van Wierden en Formatie van Boxtel (ongedifferentieerd))
Bodemkunde 1:50.000:12 •
Bebouwing
•
oorspronkelijk: Hoge zwarte enkeerdgronden, lemig fijn zand
AHN (figuur 12 en 13)
Het straatniveau in plandelen 1 en 2 ligt op ongeveer 20,7 m NAP. Het straatniveau in plandeel 3 neemt toe van 20,4 m NAP in het zuidwesten naar 21,4 m NAP in het noordoosten.
Geomorfologie (figuur 14)
Geomorfologie 1:50.000:13 •
Geen waarde op geomorfologische kaart.
•
waarschijnlijk dekzandrug
Historische situatie Het algemene beeld is dat vanaf het Laat Paleolithicum bewoning, en later landbouw, met name plaatsvindt op de dekzandruggen en koppen. Het plangebied ligt op een dergelijke rug. In het uiterste noorden van de dekzandrug is een haardkuil uit het LaatMesolithicum aangetroffen en ongeveer 50 m ten zuidoosten van het plangebied is een
9 10 11 12 13
Schorn 2016 Spanjaard 2018 TNO-GDN 2021 Harbers en Rosing 1983 Maas e.a. 2021
16/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
lans uit de Bronstijd gevonden.14 Dit wijst op bewoning op en naast de dekzandrug in deze perioden. In de 13e eeuw neemt het landbouw areaal toe. Door het reliëfrijke dekzandlandschap kunnen geen aangesloten escomplexen gevormd worden. In plaats daarvan liggen de akkers verspreid op de individuele dekzandkoppen.15 De historische kern van Lichtenvoorde ligt direct ten zuidwesten van de dekzandrug. Het plangebied ligt 50 tot 250 m ten westen van de historische kern van Lichtenvoorde. De eerste vermeldingen van de plaats dateren uit de 14e eeuw.16 De plaatsnaam verwijst naar een voorde (doorwaadbare plaats). De eerste kaart waarop de ligging van het plangebied bepaald kan worden, is de Hottinger atlas uit het einde van de 18e eeuw (figuur 15). Op de Hottinger atlaskaart is onderscheid te maken tussen bouwland en weiland. De Raadhuisstraat bestaat al in deze periode. Het plangebied ligt ter hoogte van akkers. Dezelfde situatie is zichtbaar op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (figuur 16). De percelen bouwland zijn langgerekt en liggen parallel aan de Raadhuisstraat. Doordat de percelen smal zijn (10 tot 20 m) ligt plandeel 3 ter hoogte van ongeveer vijf percelen. Plandeel 1 ligt op twee percelen. Mogelijk liggen in het plangebied dus meerdere (gedempte) greppels en/of resten van perceelsscheidingen.
Hierna wordt de ontwikkeling van plandelen 1 en 2 en plandeel 3 afzonderlijk besproken. Plandeel 3 blijft in gebruik als weiland tot 1849. Dat jaar begint de bouw van een villa van de familie Ten Bosch.17 De villa kreeg de naam ‘Huize Silva’ en stond in het midden van het plangebied (figuur 17 en 20). De woning wordt in 1912 uitgebreid met twee kantoren aan vermoedelijk de zuidoostzijde, al is dit niet duidelijk zichtbaar op de kadastrale hulpkaart (figuur 21). Vanaf 1966 is het pand onbewoond en in 1969 wordt het gesloopt (figuren 24, 25 en 26). Op de locatie komt een pand van de Raffeisenbank dat later overgenomen wordt door de Rabobank. Het nieuwe pand ligt een aantal meters noordwestelijker dan de voormalige woning. In de jaren 90 wordt het pand verbouwd (figuur 29 en 30). Na 2000 vindt mogelijk nog een verbouwing (van de voorgevel) plaats (figuur 31). Het pand is in 2020 gesloopt. Plandelen 1 en 2 blijven onbebouwd tot en met omstreeks 1940 (figuren 18, 19, 20, 21 en 22). Met name ten zuiden van deze plandelen vinden bouwwerkzaamheden plaats. De plandelen liggen naast de erven en zullen in deze periode waarschijnlijk in gebruik zijn gebleven als bouwland (figuur 20). Rond 1940 wordt het postkantoor gebouwd (figuur 23). Het oorspronkelijke pand grenst aan de plandelen.
Een groot deel van de plandelen ligt op het terrein van het postkantoor en verliest dus de functie als bouwland. Rond 1968 wordt de voorgevel verbouwd en krijgt het pand aan de achterkant (zuidwestzijde) een lage aanbouw (figuur 27).18 De aanbouw aan de zuidoostzijde (plandeel 2) dateert uit circa 1982 (figuur 28). Mogelijk wordt hierbij tevens de zuidwestelijk aanbouw verder uitgebreid (figuur 30). In 1990 vindt nog een verbouwing plaats. 14 15 16 17 18
Louwe 2016 Wardenaar 2010 Van der Sijs 2010 Eppingbroek 2008 Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers 2023
17/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
2.6
Mogelijke verstoringen De Raadhuisstraat is ‘ingesneden’ in de dekzandrug. In plandeel 3 neemt het straatniveau af richting de Raadhuisstraat. Dit kan betekenen dat afgraving heeft plaatsgevonden. Daarentegen is het mogelijk dat door (langdurige) ophoging de voormalige bouwlanden hoger zijn komen te liggen. In dat geval is geen sprake van afgraving, maar (historische) ophoging. Plandelen 1 en 2 zijn (nagenoeg) volledig bebouwd. Door 20e eeuwse graafwerkzaamheden ten behoeve van de bebouwing is de bodem vergraven. Onder de bebouwing, in ieder geval in plandeel 1, ligt een kruipruimte van ongeveer 90 cm diep (figuur 8). In plandeel 3 heeft in de 19e eeuw een villa gestaan. De villa is in de 20e eeuw gesloopt en vervolgens is een nieuw pand gebouwd, dat meerdere keren verbouwd is (figuur 26). Door deze bouw- en sloopwerkzaamheden is de bodem verstoord.
2.7
Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische terreinen, vondstlocaties en onderzoeken staan weergegeven in figuur 33 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Het plangebied ligt ongeveer 50 m ten noordwesten van AMK-terrein 13216, de historische kern van Lichtenvoorde. Aan de Rapenburgsestraat 33, 50 m ten zuiden van plandeel 3, is bij de bouw van het complex in 1950 een lans uit de Bronstijd gevonden (vondstlocatie 1074769). Op het terrein zijn in 2019 archeologische boringen gezet (zaak 4654100100). In slechts één boring is een vrijwel intact natuurlijk bodemprofiel aangetroffen. In de rest van het onderzochte gebied was de bovengrond verstoord. Dit bleek ook uit het navolgende proefsleuvenonderzoek (zaak 4880707100). Er zijn bij dat onderzoek geen archeologische sporen aangetroffen. Aan de Middachtenstraat 2, ongeveer 20 m ten noordwesten van plandeel 1, is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (zaak 4014702100). Op deze locatie is een plaggendek aanwezig die direct op de C-horizont ligt. In de karterende boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats.
Aan de Esstraat, 50 m ten oosten van plandeel 3, heeft een rosoliemolen gestaan.19 De molen is mogelijk in de 18e eeuw gebouwd en 19e eeuw gesloopt. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig.20
Tabel 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 200 m van het plangebied. Archeologische terreinen 13216 - Centrum - archeologische waarde
19 Middelkoop, Bulder en Troost 2021, 15397 20 Stichting RAAP 2017; Gelders Ondergrond Overleg en REASeuro 2022 18/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
Terrein met de oude kern Lichtenvoorde. Lichtenvoorde ,aan de voet van het rond 1300 door Gisebert van Bronkhorst gebouwde kasteel, is altijd een dorp gebleven. De kapel werd in 1496 door Frederik van Bronkhorst gesticht. Er heeft een archeologische begeleiding plaatsgevonden vanwege werkzaamheden op het terrein van de Johanneskerk. Hierbij zijn sporen van een grafveld (1616-1828) en van de kasteelgracht aangetroffen. De conservering van de kasteelgracht is goed. Het grafveld is goeddeels verstoord door de bouw en sloop van de kosterswoning. Onderzoeken met bijbehorende vondsten 2117067100: Patronaatstraat 19-27, bureauonderzoek Volgens de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden geldt voor het onderzochte gebied een onbekende kans op het aantreffen van archeologische waarden, wegens de ligging binnen de nietgekarteerde bebouwde kom. De verwachting is dat het onderzochte gebied gelegen is In het dekzandgebied. Uit het onderzoek is niet duidelijk geworden welk bodemtype binnen het gebied verwacht kan worden. Op basis van het historisch onderzoek kunnen vindplaatstypen vanaf de middeleeuwen worden verwacht, gezien de ligging in de nabijheid van het middeleeuwse centrum van Lichtenvoorde. Daarnaast ligt het onderzochte gebied circa 250 meter ten zuiden van een waarneming uit de Bronstijd.
Geconcludeerd kan worden dat met name archeologische resten uit de periode Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd verwacht kunnen worden. Oudere archeologische resten kunnen op basis van het bureauonderzoek echter ook niet uitgesloten worden.21 2117180100: Patronaatstraat 19-27, booronderzoek Uit het booronderzoek is gebleken dat het onderzochte gebied gelegen is op een dekzandrug en dat het bodemtype een hoge zwarte enkeerdgrond is. Het podzolprofiel, dat onder het esdek aangetroffen kan worden is (deels) verstoord door landbewerkingsactiviteiten van voor het opbrengen van het esdek of tijdens het begin van de ophoging van het land. Ook het esdek zelf is in vier van de zes boringen (deels) verstoord. Deze verstoring is veroorzaakt door de bouw en de sloop van de bebouwing die in het onderzochte gebied gestaan heeft. In geen van de boringen zijn archeologische resten of indicatoren aangetroffen. De kans dat er een archeologische vindplaats binnen het onderzochte gebied aanwezig is wordt daarom klein geacht.22 2333459100: Schoollocatie, begeleiding Aan de hand van oud kaartmateriaal werd vermoed dat zich op deze locatie enkele oude grachten van het Hof van Lichtenvoorde zouden bevinden. Bij de archeologische begeleiding bleek dat de fundamenten van het voormalige schoolgebouw delen van het terrein sterk hebben verstoord.
In de drie proefsleuven zijn echter inderdaad resten van verschillende waterlopen aangetroffen. De datering van de waterlopen loopt uiteen tussen de Late Middeleeuwen en de 20e eeuw en de sloten lijken elkaar in de tijd op te volgen. De oudste waterloop dateert in de beginfase van de burcht van Lichtenvoorde en kan daar waarschijnlijk mee in verband worden gebracht. Het terrein is als behoudenswaardig gewaardeerd.23 4014702100: Middachtenstraat 2, booronderzoek In het onderzochte gebied bestaat de ondergrond uit dekzand. De top van dit zandpakket zit op circa 75 tot 95 cm beneden maaiveld, onder een plaggendek en bouwvoor. Over het algemeen is het plaggendek aan de onderzijde verploegd met de C-horizont. In één boring in het zuidoosten van het onderzochte gebied was vanaf 75 cm –mv de onderzijde van het plaggendek verploegd met de Bhs- en Bs-horizont van een podzolbodem. Binnen het plaggendek is in twee boringen een onderverdeling in de Aa-horizont waargenomen, hier is een donkerbruine tot bruine overgangslaag naar de C-horizont aanwezig. Er zijn geen oude akkerlagen aangetroffen aan de onderzijde van het plaggendek. In de karterende boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats.24 4577751100 en 4577768100: Raadhuisstraat 31-33, bureauonderzoek en booronderzoek Bij deze zaak is vondstlocatie 1201861 geregistreerd.
Uit het booronderzoek is gebleken dat sprake is van dekzand, waar in de top van de natuurlijke afzettingen een fossiele akkerlaag aanwezig is. Deze is afgedekt met een antropogeen eerddek. Het bodemprofiel is grotendeels intact. In en onder de fossiele akkerlaag en in de basis van het antropogene eerddek zijn aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum tot Nieuwe tijd. De hoge tot middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek blijft dan ook gehandhaafd.25
21 22 23 24 25
Van der Kuijl 2006 Kremer en Van der Kuijl 2006 Williams-Kodde 2013 Schorn 2016 Spanjaard 2017
19/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
4640541100 en 4640558100: Hertenweide Hagenstraat, bureauonderzoek en booronderzoek Bij deze zaak is vondstlocatie 1217824 geregistreerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat enkel in het uiterst zuidoostelijke deel van het onderzochte gebied sprake is van een intact bodemprofiel. Hier is een circa 1,4 m dik antropogeen driefasig eerddek aangetroffen, gelegen op een podzolgrond in dekzand. Het podzolprofiel bestaat uit een AE- op Eop B-horizont. In het eerddek zijn houtskool en baksteenresten aangetroffen. Hier worden sporen van agrarisch gebruik uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht. De sporen wordt verwacht vanaf circa 80 cm -mv. In de overige boringen bleek het bodemprofiel verstoord te zijn tot dieptes variërend van 205 tot 290 cm -mv.26 4651703100 en 4654100100: Rapenburgsestraat 33, bureauonderzoek en booronderzoek Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge verwachting voor alle periodes vanaf het LaatPaleolithicum, vanwege de ligging op de flank van een dekzandrug op de overgang naar het aangrenzende beekdal. Tijdens het booronderzoek is een wisselende bodemopbouw aangetroffen, waarbij over het algemeen sprake is van een 25 tot 60 cm dik recent dek, met daaronder een circa 50 cm dik antropogeen eerddek, een geroerde overgangslaag en vervolgens het dekzand. Slechts in één boring is een vrijwel intact natuurlijk profiel aangetroffen.
In de overige boringen is de top van het dekzand verstoord, waardoor de verwachting voor intacte vuursteenvindplaatsen grotendeels bijgesteld kan worden tot een lage verwachting. De archeologische verwachting uit het bureauonderzoek blijft op basis van de deels intacte bodemopbouw behouden voor alle periodes vanaf het Laat-Paleolithicum.27 4880707100: Rapenburgsestraat 33, proefputten\proefsleuven Bij deze zaak is vondstlocatie 1268418 geregistreerd. In twee van de drie werkputten was de bodem sterk verstoord. Er zijn geen archeologische sporen aangetroffen. Daarmee is middels het proefsleuvenonderzoek aangetoond dat geen (behoudenswaardige) vindplaatsen aanwezig zijn binnen het onderzochte gebied. Het onderzochte gebied is in ieder geval in de 18e en 19e eeuw gecultiveerd en men heeft de bodemgesteldheid willen verbeteren door plaggen op te brengen. De meeste, zo niet alle bodemverstoringen zijn te relateren aan de bouw en sloop van het zorgcentrum St. Antoniushove.28 5059409100: Raadhuishofje, proefputten\proefsleuven De ondergrond in het plangebied bestaat globaal gezien uit een bouwvoor met daaronder een plaggendek. In het plaggendek zijn twee faseringen herkend. De eerste fasering bestaat uit een recente donkergrijs tot bruine Aa2-horizont met een vermoedelijke 20e eeuwse oorsprong. Daaronder zit een donkerbruine Aa3horizont met een 17e tot 19e eeuwse oorsprong.
Onder het plaggendek bevindt zich direct de C-horizont. In alle proefsleuven zijn (sub)recente en natuurlijke sporen aangetroffen. De meeste sporen staan in verband met de 20e eeuwse inrichting van het terrein. Drie greppels hebben een 19e/20e eeuwse datering.29 Vondsten overig 1074769: Rapenburgsestraat 33, Archeologisch (nieuw, systematiek ABR volgend) Vondst gedaan door de heer Paashuis bij de bouw van het bejaardenhuis Antoniushove in 1950 in Lichtenvoorde. Voor die tijd stond op deze locatie een villa (eigendom van de familie van Basten Batenburg), die afgebroken is ten behoeve van de bouw van het bejaardenhuis. De heer Paashuis heeft op deze locatie geen andere vondsten gedaan. Op deze locatie is de volgende vondst geregistreerd: •
1 stuks, brons, lanspunt, Midden Bronstijd - Late Bronstijd
In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.30
26 27 28 29 30
Spanjaard 2018 Spanjaard 2019 Heijting 2021 Derks en Louwe 2021 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017
20/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
2.8
Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt op een dekzandrug die vanaf het Laat-Paleolithicum bewoond kan zijn geweest. Nabij het plangebied is een lans uit de Bronstijd aangetroffen. Waarschijnlijk is de dekzandrug langdurig (vanaf de 13e eeuw) in gebruik geweest als bouwland. Hierdoor is een dik humeus (plaggen)dek gevormd. Het plangebied ligt 50 m ten westen van de historische kern van Lichtenvoorde. In de 18e en eerste helft van de 19e eeuw is het landgebruik bouwland. In plandeel 3 wordt in 1849 een villa gebouwd. Deze wordt in 1969 gesloopt en maakt plaats voor een bankgebouw. Dit pand is in 2020 gesloopt. Plandelen 1 en 2 omvatten uitbreidingen van het postkantoor uit respectievelijk 1968 en 1982. Het oorspronkelijke postkantoor dateert uit circa 1940. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd:
1.
Datering
In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het LaatPaleolithicum tot en met de Nieuwe tijd.
2.
Complextype
Er moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit alle archeologische perioden gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen, begravingen en landbouw.
3.
Omvang
Archeologische resten van jager-verzamelaars hebben over het algemeen een kleine omvang. Archeologische resten uit latere perioden, gerelateerd aan bewoning, kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering).
4.
Diepteligging
De top van het potentiële archeologische sporenniveau wordt verwacht onder een humeus dek van minimaal 50 cm dik. Ongeveer 20 m ten noordwesten van plandeel 1 was het humeuze dek 75 tot 95 cm dik.
5.
Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)
De grondwatertrap is waarschijnlijk VII. Dit betekent dat de conservering van organische archeologische resten (zoals hout, textiel, leer en bot) dieper dan 80 cm onder maaiveld (de maximale gemiddeld hoogste grondwaterstand) goed kan zijn. De conservering van organische artefacten die boven dit niveau liggen kan door de (periodiek) zuurstofrijke en droge condities slecht zijn. Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn niet meer gegevens bekend.
6.
Locatie
In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn.
21/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
7.
Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):
Uiterlijke kenmerken: Archeologische resten van jager-verzamelaars bestaan hoofdzakelijk uit ondiepe sporen (haardkuilen) en strooiingen van vuursteen. Daarnaast kunnen resten zonder bodemkundige context zoals vuurstenen werktuigen (pijlpunten, bijlen) en wildvallen aanwezig zijn. Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beer- en/of waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Fragmenten hiervan kunnen door ploegwerkzaamheden ook in de bouwvoor of (als deze aanwezig is) bouwlanddek aanwezig zijn. Archeologische resten van staatssamenlevingen hebben vergelijkbare uiterlijke kenmerken, daarnaast moet (rekening gehouden worden met resten van steenbouw (fragmenten baksteen, uitbraaksleuven, metselwerk). Prospectiekenmerken: Archeologische resten van jager-verzamelaars kenmerken zich door een spreiding van vuursteenartefacten. Archeologische resten uit latere perioden kenmerken zich door een sporenniveau.
8.
Mogelijke verstoringen
Door ploegen is de kans groot dat eventuele ondiepe sporen en vondstenspreidingen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum niet meer (intact) aanwezig zijn. De Raadhuisstraat is ‘ingesneden’ in de dekzandrug. In plandeel 3 neemt het straatniveau af richting de Raadhuisstraat. Dit kan betekenen dat afgraving heeft plaatsgevonden. Daarentegen is het mogelijk dat door (langdurige) ophoging de voormalige bouwlanden hoger zijn komen te liggen. In dat geval is geen sprake van afgraving, maar (historische) ophoging. Plandelen 1 en 2 zijn (nagenoeg) volledig bebouwd. Door 20e eeuwse graafwerkzaamheden ten behoeve van de bebouwing met kruipruimte is de bodem tot minimaal 90 cm -mv vergraven. In plandeel 3 heeft in de 19e eeuw een huis gestaan. Het huis is in de 20e eeuw gesloopt en vervolgens is een nieuw pand gebouwd, dat meerdere keren verbouwd is. Door deze bouw- en sloopwerkzaamheden is de bodem verstoord.
2.9
Advies voor eventuele vervolgstappen Met de gegevens van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Daaruit blijkt dat in het plangebied archeologische resten aanwezig kunnen zijn die bij de voorgenomen ingreep kunnen worden verstoord. Het toetsen van de archeologische verwachting in het plangebied kan het beste worden gedaan door het uitvoeren van een archeologisch proefsleuvenonderzoek volgens methode A3, eventueel gecombineerd met een zeefstrategie. Echter, aanbevolen wordt eerst de archeologische verwachting te controleren en te verfijnen door het uitvoeren van een verkennend archeologisch booronderzoek.
22/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
3
Booronderzoek
3.1
Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.2,31 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO – O/P”. De vraag- en doelstellingen van het booronderzoek zijn in hoofdstuk 1.1 beschreven. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is hetzelfde als het plangebied.
3.2
Methode De werkwijze in het veld was als volgt:
Boortype De boringen zijn gezet met een 7 cm Edelmanboor.
Aantal Er zijn zeven boringen gezet. 31 SIKB 2022 23/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
Diepte De boringen zijn gezet tot in de C-horizont. De einddieptes liggen tussen 100 en 290 cm -mv.
Verspreiding Plandelen 1 en 2 zijn volledig bebouwd. Vanwege een betonvloer in de kruipruimte (dat is vastgesteld tijdens het veldwerk) kon niet inpandig worden geboord. Boring 2 is daarom tussen plandelen 1 en 2 gezet. Boring 1 is in de tuin noordwesten gezet. Omdat op deze locatie de bodem intact was, is vlak daarbij een controleboring gezet (boring 7). In plandeel 3 zijn verspreid in het vlak vier boringen gezet.
Waarnemingswijze De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. Archeologisch relevante lagen zijn gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm.
Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.32
Locatie bepaling De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald ten opzichte van de lokale topografie. De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.33 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 15 mei 2025 door A. de Boer (KNA Senior Prospector), C. de Jong (KNA Prospector) en S. Middelhoven (stagiair Hogeschool Saxion).
Plan van Aanpak Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld.34 Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.
3.3
Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in figuur 34 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in figuur 35. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats. Er zijn geen vondsten verzameld. 32 Bosch 2008 33 Actueel Hoogtebestand Nederland 2023 34 De Jong 2025 24/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
Het grondwater stond tijdens het onderzoek tussen ongeveer 200 en 250 cm -mv. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden, van boven naar onder:
Pakket 1: opgebrachte grond Dit pakket bestaat bestaat uit zwak tot matig siltig, soms grindig en/of humeus, matig fijn tot zeer grof zand. Delen van het pakket zijn kalkrijk. Het pakket is over het algemeen heterogeen en gevlekt. In boring 6 is het bodemmateriaal meer heterogeen en komt het overeen met het bouwlanddek van pakket 2. Echter, aangezien het veel dieper ligt dan in de boringen met een bouwlanddek betreft het waarschijnlijk opgebracht materiaal. Dit opgebrachte materiaal kan afkomstig zijn van andere delen van het plangebied waar het bouwlanddek afwezig is. In boringen 3 en 4 zijn in het pakket baksteenfragmenten en -spikkels aangetroffen. Het pakket ligt veelal scherp op de onderliggende afzettingen. Het pakket is aanwezig bij alle boorpunten behalve 7. De top van het pakket ligt aan het maaiveld of onder verhardingen, tussen 2130 en 2067 cm NAP.
Pakket 2: bouwlanddek In boringen 1, 5 en 7 ligt op de natuurlijke afzettingen (van pakket 3) een 10 tot 25 cm dik homogeen pakket van matig tot sterk humeus, zwak siltig, matig fijn zand. Het pakket heeft een donkergrijsbruine tot zwarte kleur. Op basis van het humusgehalte en homogeniteit wordt dit pakket geïnterpreteerd als een bouwlanddek. In boring 1 en 7, in het westen van het plangebied, zijn in het pakket baksteenspikkels aangetroffen. Daarnaast is in boring 1 een betonfragment aangetroffen en bevat de onderkant gele zandbrokken van de C-horizont. In deze boring is het bouwlanddek dus waarschijnlijk (recent) omgewerkt. De top van het pakket ligt aan het maaiveld of onder een opgebracht pakket van maximaal 30 cm dik, tussen 2093 en 2052 cm NAP. Opvallend is de dikte van het pakket. Ongeveer 20 tot 30 m ten noordwesten van boring 1 en 7 is in 2016 een archeologische boring gezet en hier was het bouwlanddek 75 cm dik.35 De onderkant van het bouwlanddek ligt op een vergelijkbare diepte (2010 cm NAP) als die in het plandeel 1 (2027 en 2048 cm NAP). Waarschijnlijk is dus ongeveer 50 cm van het oorspronkelijke bouwlanddek in plandeel 1 afgegraven. Mogelijk geldt dit ook voor boring 5 in plandeel 3, maar hiervoor is geen vergelijkingsmateriaal beschikbaar.
Pakket 3: dekzand De natuurlijke ondergrond bestaat uit kalkloos, zwak siltig, matig fijn tot zeer grof zand met een goede sortering. De afzettingen worden geïnterpreteerd als dekzand. Bij boorpunten 1, 5 en 7 is de top zwak humeus en donkergeel van kleur. Dit betreft de resterende B-horizont van een podzolgrond. In deze boringen is de natuurlijke bodem dus nog deels intact. Daar waar de bodem intact is ligt de top van het dekzand tussen 25 en 45 cm -mv (2083 en 2027 cm NAP). In de rest van het plangebied ligt de top tussen 85 en 250 cm -mv 35 Schorn 2016 25/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
(2052 en 1845 cm NAP). Op basis van de hoogteligging in de intacte bodemprofielen, wordt afgeleid dat het oorspronkelijke (natuurlijke) maaiveld opliep richting het noordoosten. Dit betekent dat de hoogteligging van de top van het dekzand in het noordoosten (boring 3 en 5) niet vergeleken kan worden met die in het westen (boring 1 en 7).
3.4
Archeologische interpretatie In het uiterste westen van het plangebied (in plandeel 1) is nog een deels intacte podzolbodem aanwezig. Hier kunnen in de top van het dekzand nog archeologische sporen aanwezig zijn. De top van het potentiële archeologische niveau ligt bij boorpunten 1 en 7 (plandeel 1) tussen 25 en 45 cm -mv. Onder de bebouwing is de bodem tot minimaal 90 cm -mv verstoord (diepte kruipruimte). Dit betekent dat ter hoogte van de bebouwing minimaal 45 cm is afgegraven. De kans is daarom klein dat onder de bebouwing (plandeel 1 en 2) nog archeologische resten aanwezig zijn. Het deel van plandeel 1 waarin nog archeologische resten aanwezig kunnen zijn, omvat dus de L-vormige zone van 3,5 tot 4,5 m breed (met een totale oppervlakte van 90 m2) in het westen (gele zone in figuur 36). Bij boorpunt 5 in het oosten van plandeel 3 is ook nog een deels intact podzolprofiel aanwezig. De top van de natuurlijke bodem ligt hier op 40 cm -mv. In het noorden van plandeel 3, bij boorpunt 3, ontbreekt de B-horizont. De top van de natuurlijke afzettingen ligt hier ongeveer 30 cm lager dan in boring 5 (uitgaande van de NAP waarden). Mogelijk kunnen hier nog resten van diepe archeologische sporen aanwezig zijn.
Het potentiële archeologische niveau beperkt zich dus tot het noordoosten van plandeel 3 (rode zone in figuur 36), waar de top tussen tussen 40 en 85 cm -mv ligt (2052 en 2083 cm NAP). Ter hoogte van de voormalige bebouwing in plandeel 3 (boorpunt 4) is de bodem diep verstoord. Ook in boring 6 is de bodem diep verstoord. Waarschijnlijk is in het hele zuidwestelijke deel van plandeel 3 de bodem diep verstoord, omdat het straatniveau tot 100 cm lager ligt dan bij boorpunten 3 en 5. Dit betekent dat voor een groot deel van het plangebied, gezien de verstoringen, de kans klein is dat nog archeologische resten aanwezig zijn (groene zone in figuur 36).
3.5
Waardering vindplaats(en) Het standaardrapport IVO bevat een waardering van vindplaatsen (waardestelling). Er zijn echter (nog) geen vindplaatsen aangetroffen. Er is daarom geen waardering volgens specificatie VS06 opgenomen.
26/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
4
Conclusie
4.1
Conclusie bureauonderzoek 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
De beoogde ingrepen zijn nog niet bekend.
2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
Het plangebied ligt op een dekzandrug. Waarschijnlijk is de dekzandrug langdurig (vanaf de 13e eeuw) in gebruik geweest als bouwland, waardoor een dik humeus (plaggen)dek is gevormd.
3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
Door ploegen is de kans groot dat eventuele ondiepe sporen en vondstenspreidingen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum niet meer (intact) aanwezig zijn. De Raadhuisstraat is ‘ingesneden’ in de dekzandrug. In plandeel 3 neemt het straatniveau af richting de Raadhuisstraat. Dit kan betekenen dat afgraving heeft plaatsgevonden. Daarentegen is het mogelijk dat door (langdurige) ophoging de voormalige bouwlanden hoger zijn komen te liggen. In dat geval is geen sprake van afgraving, maar (historische) ophoging. Plandelen 1 en 2 zijn (nagenoeg) volledig bebouwd. Door 20e eeuwse graafwerkzaamheden ten behoeve van de bebouwing met kruipruimte is de bodem tot minimaal 90 cm -mv vergraven. In plandeel 3 heeft in de 19e eeuw een huis gestaan. Het huis is in de 20e eeuw gesloopt en vervolgens is een nieuw pand gebouwd, dat meerdere keren verbouwd is. Door deze bouw- en sloopwerkzaamheden is de bodem verstoord.
27/71 - Bureau voor Archeologie Rapport 1575
Lichtenvoorde - Raadhuisstraat 7 e.o.
4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
De dekzandrug kan vanaf het Laat-Paleolithicum bewoond zijn geweest. Het plangebied ligt 50 m ten westen van de historische kern van Lichtenvoorde. In de 18e en eerste helft van de 19e eeuw is het landgebruik bouwland. In plandeel 3 wordt in 1849 een villa gebouwd. Deze wordt in 1969 gesloopt en maakt plaats voor een bankgebouw. Dit pand is in 2020 gesloopt. Plandelen 1 en 2 omvatten uitbreidingen van het postkantoor uit respectievelijk 1968 en 1982. Het oorspronkelijke postkantoor dateert uit circa 1940.
5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
Het plangebied ligt ongeveer 50 m ten noordwesten van AMK-terrein 13216, de historische kern van Lichtenvoorde. Aan de Rapenburgsestraat 33, 50 m ten zuiden van plandeel 3, is in 1950 een lans uit de Bronstijd gevonden. Op het terrein zijn in 2019 archeologische boringen gezet. In slechts één boring is een vrijwel intact natuurlijk bodemprofiel aangetroffen. In de rest van het onderzochte gebied was de bovengrond verstoord.
6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het LaatPaleolithicum tot en met de Nieuwe tijd in de top van het dekzand en het bovenliggende (plaggen)dek.
7.
Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?
Omdat de ingrepen nog niet bekend zijn, is het niet duidelijke of archeologische resten verstoord gaan worden. Archeologische resten kunnen vergraven worden bij ingrepen dieper dan 50 cm -mv.