CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 7 bij omgevingsplan onderzoek stikstofdepositie

Gemeenteraad 14 oktober 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Omgevingsplan, beeldkwaliteitsplan en uitvoeringskredieten omgeving gemeentehuis Lichtenvoorde3.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentehuis Lichtenvoorde e.o. Onderzoek stikstofdepositie Gemeente Oost Gelre

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

25 april 2025, projectnummer 230293.01

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

Inleiding

3

1.1

Situering en huidige situatie

3

1.2

Toekomstige situatie

4

Wettelijk kader en berekenings- methodiek

5

2.1

Natura 2000-gebieden

5

2.2

Berekeningsmethodiek

7

Onderzoeksgegevens

9

3.1

Huidige situatie

9

3.2

Aanlegfase

9

3.3

Toekomstige situatie, gebruiksfase

10

Onderzoeksresultaten

13

4.1

Aanlegfase

13

4.2

Gebruiksfase

14

Conclusie

15

5.1

Aanlegfase

15

5.2

Gebruiksfase

15

5.3

Eindadvies

15

Bijlagen Bijlage 1: Aerius pdf-bestand aanlegfase Bijlage 2: Aerius pdf-bestand gebruiksfase

1 Inleiding In het centrum van Lichtenvoorde wil de gemeente de omgeving van het raadhuis opnieuw inrichten. Het gaat om de herinrichting van de openbare ruimte, de sloop van een postkantoor, de verruiming van de gebruiksmogelijkheden van een voormalige school en de herbestemming van een voormalige banklocatie naar 20 appartementen. In het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in de Omgevingswet is het noodzakelijk de mogelijke stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk te maken. Het voorliggende rapport voorziet in dit onderzoek.

1.1

Situering en huidige situatie Het voorliggende project voorziet in de herinrichting van de openbare ruimte, de sloop van een postkantoor, de verruiming van de gebruiksmogelijkheden van een voormalige school en de herbestemming van een voormalige banklocatie naar 20 appartementen. De directe omgeving wordt gekenmerkt door onder andere woningbouw, maatschappelijke en centrum functies. Navolgende figuren geven de ligging van de ontwikkellocatie ten opzichte van de nabije omgeving en een luchtfoto van de ontwikkellocatie weer.

Topografische kaart met globale aanduiding ontwikkellocatie (in rood) (bron: openstreetmap)

3

Luchtfoto van de ontwikkellocatie (in rood) (bron: PDOK)

1.2

Toekomstige situatie Het plan omvat de volledige herinrichting van het gebied rondom het raadhuis. In de toekomstige situatie zal de openbare ruimte opnieuw ingericht worden. Ook zal er bebouwing gesloopt worden en zal er ruimte geboden worden aan nieuwbouw van 20 appartementen. Ten slotte zal het gebruik van locaties wijzigen. Onderstaande figuur geeft het stedenbouwkundig ontwerp weer.

Stedenbouwkundig ontwerp (bron: SAB, 28 maart 2024) 4

2 Wettelijk kader en berekeningsmethodiek 2.1

Natura 2000-gebieden Ingevolge artikel 2.44 van de Omgevingswet zijn er Natura 2000-gebieden aangewezen ter uitvoering van Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn. Dit impliceert dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor deze gebieden en dat negatieve gevolgen zo veel mogelijk beperkt dienen te worden. Voor de habitattypen en leefgebieden waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden in Natura 2000-gebieden zijn kritische depositiewaarden (KDW) voor stikstofdepositie vastgesteld. Met de KDW wordt bedoeld: de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Projecten zoals het in dit rapport genoemde project kunnen door stikstofemissie effect hebben op habitattypen binnen omliggende Natura 2000-gebieden en gelet op de instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soort verslechteren. Gezien het gegeven dat stikstofemissie, in de vorm van stikstofoxiden (NOx) of ammoniak (NH3), kan plaatsvinden bij onder andere landbouw, gemotoriseerd verkeer, industrie en ook bij de verwarming van huizen, is het wettelijk vereist deze emissie in beeld te brengen. Het voorliggende rapport voldoet aan deze vereiste.

Onderstaande figuur geeft de locaties van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden weer.

Situering ontwikkellocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden

5

Het betreft de volgende dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met de bijbehorende afstanden tot de ontwikkellocatie: - Korenburgerveen - Berkendelle - Willinks Weust - Wooldse Veen

circa 5 kilometer; circa 10 kilometer; circa 15 kilometer. circa 15 kilometer

Er liggen ook Duitse en Belgische natuurgebieden die deel uitmaken van Natura 2000 binnen een straal van 25 kilometer van de ontwikkellocatie. De volgende buitenlandse natuurgebieden liggen het meest nabij de ontwikkellocatie: - Zwillbrocker Venn u. Ellewicker Feld circa 10 kilometer; - Vogelschutzgebiet ‘Moore und Heiden des westlichen Münsterlandes’ circa 12 kilometer; - Burlo- Vardingholter Venn und Entenschlatt circa 15 kilometer. Om negatieve effecten op alle Natura 2000-gebieden uit te sluiten zijn in Aerius automatisch rekenpunten op de dichtstbijzijnde grens van de natuurgebieden geplaatst. Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand van het besluitgebied gelegen. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet per definitie gelijk aan de Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen maar geven slechts een overzicht van de ligging van het project ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In voorgaande figuur wordt de locatie van het project inzichtelijk gemaakt en tevens worden de mogelijk aanwezige stikstofgevoelige habitattypen weergegeven, van zeer gevoelig (donkerpaars), gevoelig (licht paars) tot minder/niet gevoelig (licht groen). De meest actuele kaart van alle Natura 2000-gebieden is via de website van de provincie te raadplegen en niet per definitie opgenomen in het programma Aerius Calculator 2024.1.31. 2.1.1

Inspanningsplicht beperking stikstofemissie In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt nog een aanvullende eis gesteld met betrekking tot stikstof. Artikel 7.19a van het Bbl verplicht initiatiefnemers om adequate maatregelen te treffen om de stikstofemissie naar de lucht te beperken. De verplichting vereist niet om geheel emissieloos werken, maar heeft tot doel de emissies te beperken ten opzichte van de situatie waarin geen maatregelen zouden worden getroffen. Initiatiefnemers dienen te overwegen welke stappen zij verder kunnen nemen om de uitstoot van hun reguliere werkwijze te reduceren. Echter deze inspanningsplicht is niet relevant op het niveau van een wijziging van het omgevingsplan of een kaderstellend onderzoek ten behoeve van een ruimtelijk plan. Hier moet enkel de haalbaarheid van een voornemen aangetoond worden. De uitvoering in de praktijk dient hierbinnen te passen maar wordt nog niet vastgesteld. Het voorliggende onderzoek vindt plaats in het kader van een aanpassing van het omgevingsplan ten behoeve van woningbouw. De inspanningsplicht uit het Bbl geldt pas tijdens de vergunningsfase wanneer de plannen in detail uitgewerkt zijn en concrete 1

Aerius Calculator 2024.1.3, release op 25 maart 2025.

6

beperkende stappen aangewezen kunnen worden. Daarom wordt in voorliggend onderzoek enkel de minimale vereiste beoordeeld, het voorkomen van negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden.

2.2

Berekeningsmethodiek De berekeningen naar de stikstofdepositiebijdrage vanwege de aanlegfase en gebruiksfase van het project worden uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2024.1.3. De gehanteerde ‘grenswaarde’ voor de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. In het kader van een stikstofonderzoek kunnen significant negatieve effecten met deze waarde worden uitgesloten, waardoor het uitvoeren van vervolgonderzoeken niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van een project2. Een hogere waarde wordt beschouwd als overschrijding zodat er op verzoek van het bevoegd gezag een nadere beschouwing conform wettelijke kaders dient plaats te vinden. Blijkens jurisprudentie kan daarbij nader onderzoek achterwege blijven wanneer stikstofdepositie plaatsvindt op hexagonen die niet overbelast of naderend overbelast zijn3. Immers, op deze hexagonen leidt een stikstofdepositie niet tot een overschrijding of naderende overschrijding van de kritische depositiewaarde 4. Dit betekent per definitie dat stikstofdepositie daar geen probleem vormt voor de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige habitats en dat significante gevolgen in zoverre zijn uitgesloten5. In geval de depositie de grens van de KDW overschrijdt noemen we dit overbelast.

In de praktijk wordt een veiligheidsmarge van 70 mol/ha/jaar aangehouden voor het gebruik van berekeningen voor toestemmingsverlening van initiatieven. Hexagonen noemen we naderend overbelast als de depositie hoger is dan de KDW minus deze veiligheidsmarge. Hexagonen met een depositie lager dan deze waarde zijn gedefinieerd als niet overbelast. Uit het navolgende hoofdstuk zal moeten blijken of op basis van de rekenresultaten een overschrijding op overbelaste hexagonen wordt geconstateerd. Bij de berekening van stikstofemissies door mobiele werktuigen, bijvoorbeeld in de aanlegfase, maakt het programma Aerius Calculator 2024.1.3 gebruik van een nadere specificatie van Stage klasse, brandstofverbruik, draaiuren en – indien van toepassing – AdBlue verbruik. Daarmee geeft het programma Aerius Calculator 2024.1.3 een range waarbinnen invoer en berekening van gegevens en brandstofverbruik voor materieel mogelijk is. Hierbij worden nieuwere machines geclassificeerd als schoner en hebben derhalve ook een lager brandstofverbruik.

2

3 4 5

Met deze versie van de Aerius Calculator kan tot maximaal 25 kilometer rondom de emissiebronnen gerekend worden. In Nederland zijn over het algemeen binnen 25 kilometer Natura 2000-gebieden aanwezig. In gebieden waar mogelijk op meer dan 25 kilometer afstand van emissiebronnen overschrijdingen mogelijk zijn, zijn in de relevante windrichtingen rekenpunten gelegd om overschrijdingen uit te sluiten. Raad van State, ECLI:NL:RVS:2012:BY7360. Raad van State, ECLI:NL:RVS:2016:497. Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:1969.

7

Voor stikstofemissie is niet voor elk materieel bedrijfsspecifieke informatie beschikbaar, vandaar dat als controlemechanisme de berekeningsmethodiek uit onderzoek van TNO6 ‘Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele werktuigen, binnenvaart en zeevaart’ (d.d. 8 oktober 2020) kan worden gehanteerd. Daarbij wordt de berekening in twee stappen uitgevoerd. Stap 1: brandstofverbruik (liters) bij draaiuren 0,245 x arbeid [kWh] Stap 2: aanvullend brandstofverbruik (liters) bij stationair draaien + (0,52 + 0,0034 x maximaal vermogen [kW]) x draaiuren [h] In combinatie met de door TNO7,8 vastgestelde gemiddelde motorlast van 60% (bij uitsluiting stationair gebruik) en een gemiddelde belasting van circa 65% (bij uitsluiting stationair gebruik) betreft de totale gemiddelde motorlast (inclusief stationair) ongeveer 39%. Uitgaande van deze berekening en vergelijkbare projecten hanteert SAB, tenzij anders door de opdrachtgever c.q. aannemer vermeld, het gemiddelde vermogen van materieel. Op basis van de TNO-formule zou het brandstofverbruik derhalve gemiddeld conform de kenmerken in de navolgende tabel moeten zijn. Het door aannemers vermelde verbruik wijkt echter consistent af van het met behulp van de TNOmethode berekende verbruik. Daarom is het verbruik richting de ervaringscijfers afgerond om de door SAB gehanteerde kencijfers te bepalen.

Gemiddeld brandstofverbruik conform TNO Aerius indeling vermogen

Gemiddeld brandstofverbruik

Gehanteerd brandstofverbruik *

18 <= kW < 37

3 liter/uur

5 liter/uur

37 <= kW < 56

5 liter/uur

5 liter/uur

56 <= kW < 75

7 liter/uur

5 liter/uur

75 <= kW < 130

11 liter/uur

10 liter/uur

130 <= kW < 300

22 liter/uur

20 liter/uur

300 <= kW < 560

43 liter/uur

40 liter/uur

560 <= kW < 1000

78 liter/uur

80 liter/uur

* Indien geen gegevens door aannemers verstrekt.

6 7 8

TNO rapport 2020 R11528. TNO rapport 2020 R11528. TNO emissiefactoren 2020 voor AERIUS 2020.

8

3 Onderzoeksgegevens 3.1

Huidige situatie De planlocatie ligt in het centrum van Lichtenvoorde op de hoek van de Raadhuisstraat en de Varsseveldseweg. In het plangebied bevinden zich het raadhuis van de gemeente Oost-Gelre, een voormalige school, een voormalig postkantoor en een braakliggend terrein. In het kader van een worst-case scenario wordt in het navolgende onderzoek aangenomen dat er in de huidige situatie geen relevante stikstofemissie naar de lucht plaatsvindt. Om nieuwbouw mogelijk te maken zullen sloopactiviteiten plaatsvinden, deze worden als onderdeel van de aanlegfase inzichtelijk gemaakt.

3.2

Aanlegfase De aanlegfase kent een onderverdeling van sloop, bouwrijp maken, ruwbouw en afbouw. Het project voorziet in de realisatie van 20 appartementen. De start van de aanlegfase zal op zijn vroegst in 2025 plaatsvinden. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2025. Ten behoeve van de aanlegfase voor het besluitgebied vinden een aantal relevante stikstofemissies naar de lucht plaats. Deze stikstofemissies worden veroorzaakt door mobiele werktuigen en bouwverkeer ten behoeve van het project en worden in onderstaande paragrafen beschreven. In bijlage 1 is de Aerius export van de aanlegfase bijgevoegd.

3.2.1

Mobiele werktuigen Voor de aanleg zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. In overleg met de opdrachtgever is een inschatting gemaakt van het gebruik van mobiele werktuigen op basis van cijfers uit vergelijkbare projecten. De effectieve sloop- en bouwtijd duurt in totaal 1 jaar. Navolgende tabel geeft een overzicht van het groot materieel en het te verwachten dieselverbruik en minimale AdBlue-gebruik in deze periode.

Overzicht inzet groot materieel Werktuig

Vermogen in kW

Leeftijd

Bedrijfsduur (uren/jaar)

Brandstofverbruik (liters/jaar)

AdBlue verbruik (liters/jaar)

Sloopkraan

130 - 300

stage IV

ca. 100

ca. 2.000

ca. 120

Shovel

75 - 130

stage IV

ca. 400

ca. 4.000

ca. 240

Graafmachines

75 - 130

stage IV

ca. 400

ca. 4.000

ca. 240

Boor-/Heistelling

300 - 560

stage IV

ca. 40

ca. 1.600

ca. 96

Mobiele kraan

130 - 300

stage IV

ca. 1.000

Elektrisch

n.v.t.

Betonpomp

130 - 300

stage IV

ca. 200

ca. 4.000

ca. 240

Trekker met kipper

75 - 130

stage IV

ca. 400

ca. 4.000

ca. 240

9

Hierbij dienen de elektrische mobiele werktuigen een oplaadbare accu te hebben of aangesloten te worden aan bouwstroom. De inzet van een stroomaggregaat is niet mogelijk omdat dit zou leiden tot bijkomende stikstofuitstoot. 3.2.2

Bouwverkeer Ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmaterialen en het personeel ter plaatse vindt van en naar de ontwikkellocatie werkverkeer plaats. Gemiddeld per jaar komen er 7 busjes (lichtverkeer) en 2 vrachtwagens per dag naar het besluitgebied, dat zijn respectievelijk circa 14 en 4 bewegingen. Het bouwverkeer is gemodelleerd vanuit de ontwikkellocatie via de Esstraat tot aan de rotonde met de Richterslaan. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 9,10 Ook is er op de ontwikkellocatie zelf stationair bouwverkeer ingevoerd. De methode uit de Aerius instructie gegevensinvoer wordt toegepast, waarbij wordt aangenomen dat alle vrachtwagens gemiddeld 15 minuten per vrachtwagen stationair zullen draaien, gedurende het hele bouwjaar (ca. 200 dagen per rekenjaar). In de Aerius instructie staan in bijlage 1 de emissiecijfers voor stationair verkeer per rekenjaar. Hierop gebaseerd ontstaat er door de hierboven gegeven verkeersgeneratie 9,25 kg NOx per jaar en 0,09 kg NH3.

Het stationair draaien op locatie is gemodelleerd door middel van een vlakbron over het bouwterrein, met de standaard bronkenmerken van de sector ‘weg’ volgens het Handboek werken met Aerius. Daarnaast is voor licht bouwverkeer rekening gehouden met één koude start per voertuig aan het einde van de werkdag. De koude start staat toegelicht in paragraaf 3.3.3.

3.3

Toekomstige situatie, gebruiksfase De voor stikstofdepositie relevante onderdelen van dit project betreffen de 20 appartementen bij de overige wijzigingen treden er geen verslechteringen op ten opzichte van de huidige situatie. De voor stikstofdepositie relevante bronnen voor dit project in de gebruiksfase betreffen de stookinstallaties van de te realiseren nieuwbouw en de aantrekkende verkeersbewegingen ten gevolge van het project. Deze worden in onderstaande paragrafen beschreven. In bijlage 2 is de Aerius export van de gebruiksfase bijgevoegd. De nieuwbouw is op zijn vroegst in 2026 gereed. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2026 voor de gebruiksfase.

3.3.1

Stookinstallaties De nieuwbouw krijgt geen aansluiting op het gastransportnet (Wet voortgang energietransitie, 01-07-2018) en is haardloos verwarmd. Er vindt derhalve geen stikstofdepositie naar de lucht plaats ten gevolge van stikstof emitterende stookinstallaties. De

9

10

Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, oktober 2024 Raad van State, ECLI:NL:RVS:2024:249.

10

stikstofdepositie voor de gebruiksfase betreft voor dit project enkel de stikstofdepositie door de verkeersgeneratie. 3.3.2

Rijdend verkeer Aan de hand van CROW, Parkeerkencijfers 2024, d.d. augustus 2024, is de verkeersgeneratie bepaald. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2024) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Oost Gelre wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘rest bebouwde kom’. Navolgende tabel geeft de verkeersgeneratie weer van de beoogde nieuwbouw waarbij het getal naar boven is afgerond. Zo wordt de worst-case situatie berekend. Berekening verkeersgeneratie per etmaal kenmerk

aantal

kencijfer

per

verkeersgeneratie gemiddeld

Koop, appartement >100m2 bvo

20

7,8

woning

156,0

totaal afgerond

20

160

Bovenop de hierboven beschreven verkeersgeneratie wordt gerekend met een aantrekkende werking volgens het CROW (2024) van 0,018 vrachtautobewegingen per woning per weekdag-etmaal, met een gelijke verdeling over middelzwaar en zwaar verkeer. In dit geval betreft dit, naar boven afgerond, gemiddeld per jaar 2 middelzware en 2 zware vrachtverkeerbewegingen per etmaal. Het verkeer is gemodelleerd vanaf de nieuwbouw via de Esstraat tot aan de rotonde met de Richterslaan. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rijen stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 11,12 3.3.3

Koude start Naast rijdend verkeer dient de uitstoot door opstartend verkeer berekend te worden. Als een voertuig 2 uur of langer stil heeft gestaan is de motor afgekoeld en is er sprake van extra emissies door deze ‘koude start’ rond het vertrekpunt van het verkeer. Het aantal koude starts kan met behulp van kencijfers worden bepaald aan de hand van het aantal voertuigen en gereden kilometers 13, maar deze gegevens zijn voor voorliggend project nog niet beschikbaar. Daarom wordt uitgegaan van het aantal koude starts per parkeerplaats, zoals ook in de handreiking koude start wordt aangehouden.14 Aan de hand van CROW, Parkeerkencijfers 2024, d.d. augustus 2024, is het gemiddelde aantal parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers bepaald. De norm wordt als een representatieve worst-case situatie aangehouden. Voor bewoners wordt 11

12 13 14

Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, oktober 2024 Raad van State, ECLI:NL:RVS:2024:249. TNO, Emissiefactoren wegverkeer 2023, juni 2023. R11202 Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Handreiking koude start (CONCEPT), september 2024

11

uitgegaan van één hoofdauto per woning welke twee koude starts per dag heeft, voor woon-werkverkeer en voor eigen gebruik. De overige parkeerplaatsen zijn bestemd voor bijvoorbeeld tweede auto’s, werkbusjes en bezoekers, welke maximaal één koude start per dag hebben. Hier wordt van licht verkeer uitgegaan. (Middel)zwaar vrachtverkeer zal voornamelijk af- en aanrijden met een warme motor, aangezien deze slechts kortstondig in de woonwijk aanwezig zijn. Een koude start vindt enkel plaats bij benzine- en dieselmotoren; elektrische en hybride voertuigen starten zonder uitstoot. Het aandeel elektrische (BEV) en oplaadbare hybride (PHEV) personenauto’s in Nederland is in 2025 10,2%15. Dit is niet evenredig over het land verdeeld, maar omdat bij nieuwe woningbouwontwikkelingen de aanleg van laadpunten wordt aangemoedigd is dit als toekomstig gemiddelde aangehouden. Navolgende tabel geeft de koude starts per etmaal weer voor de beoogde nieuwbouw, waarbij het aandeel BEV/PHEV voertuigen reeds van het aantal koude starts af is getrokken, en het aantal parkeerplaatsen en koude starts naar boven zijn afgerond. Zo wordt de worst-case situatie berekend. Berekening koude starts per etmaal kencijfer kenmerk

parkeerplaatsen

aantal

parkeren

per

gemiddeld

koude starts

Appartementen (koop duur)

20

2,2

woning

48

62

totaal afgerond

20

62

De koude starts zijn gemodelleerd als vlakbron over het gehele besluitgebied.

15

AlleCijfers,op basis van data RDW en CBS. Geraadpleegd op 20 februari 2025. https://allecijfers.nl/regionale-voertuigdata/

12

4 Onderzoeksresultaten 4.1

Aanlegfase Onderstaande figuren geven een uitsnede van de Aerius-berekening van de aanlegfase weer.

Resultaatblad Aerius aanlegfase OwN-2000 registratieset

Resultaatblad Aerius aanlegfase buitenlandse rekenpunten

Met de gehanteerde parameters blijkt uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase dat er geen resultaten zijn voor de projectberekening en situatieberekening onder de OwN2000-registratieset of op de Duitse rekenpunten. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten.

13

4.2

Gebruiksfase Onderstaande figuren geven een uitsnede van de Aerius-berekening van de gebruiksfase weer.

Resultaatblad Aerius gebruiksfase OwN-2000 registratieset

Resultaatblad Aerius gebruiksfase buitenlandse rekenpunten

Met de gehanteerde parameters blijkt uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase dat er geen resultaten zijn voor de projectberekening en situatieberekening onder de OwN2000-registratieset of op de Duitse rekenpunten. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten.

14

5 Conclusie In het centrum van Lichtenvoorde wil de gemeente de omgeving van het raadhuis opnieuw inrichten. Het gaat om de herinrichting van de openbare ruimte, de sloop van een postkantoor, de verruiming van de gebruiksmogelijkheden van een voormalige school en de herbestemming van een voormalige banklocatie naar 20 appartementen. In het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in de Omgevingswet is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt.

5.1

Aanlegfase Met de gehanteerde parameters blijkt uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden.

5.2

Gebruiksfase Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden.

5.3

Eindadvies Geconcludeerd wordt dat aan de hand van de gehanteerde parameters significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit benodigd.

15

Bijlagen

Bijlage 1: Aerius pdf-bestand aanlegfase

Bijlage 2: Aerius pdf-bestand gebruiksfase

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16087577/1