bijlage 4 rv regionaal aanjaagfonds
Tekst van het document
Raadsvoorstel Agendapunt Titel Fase Portefeuillehouder Beh. ambtenaar B&W-besluit d.d.
: : : : : :
7 Deelname regionaal Ontwikkelfonds Energietransitie Ontwikkeling (blauw) Wethouder Porskamp M. Brus 11 september 2018
Inleiding Vanuit het ‘Akkoord van Groenlo’ willen de Achterhoekse gemeenten in 2030 energieneutraal zijn. In Oost Gelre ondernemen we diverse activiteiten om inwoners en bedrijven te stimuleren en te faciliteren een bijdrage te leveren aan het behalen van deze doelstelling. Om een versnelling te realiseren heeft de gemeenteraad op 6 maart 2018 een Uitvoeringsagenda vastgesteld voor de periode 2018 - 2021. In de Uitvoeringsagenda staan de projecten voor de komende jaren, onderverdeeld naar doel(groep): - Huishoudens; - Bedrijven; - Grootschalige hernieuwbare energieopwekking; - Gemeentelijk vastgoed. Eén van de projecten uit de werkstroom grootschalige hernieuwbare energieopwekking is het ‘Energiefonds’ (regionaal Ontwikkelfonds Energietransitie). In de ‘Energietransitienota gemeente Oost Gelre’ van oktober 2016 en in september 2017 bent u geïnformeerd over het initiatief voor het opzetten van een regionaal ontwikkelfonds. Aan Rebel Energy, Water & Climate is destijds opdracht gegeven een voorstel te doen voor de op- en inrichting van een regionaal energiefonds. Door Rebel is een adviesrapport opgesteld (zie bijlage) waarin is weergegeven op welke wijze zo’n fonds kan worden ingezet en opgericht.
Artikel 160 lid 2 Gemeentewet zegt (o.a.) dat het college niet overgaat tot het oprichten van een stichting dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld om zijn wensen of bedenkingen te uitten ten aanzien van een ontwerp besluit. Zoals ook uit dit voorstel blijkt zijn wij voornemens een stichting op te richten. De gemeenteraad kan naar aanleiding van dit voornemen nu haar wensen en bedenkingen uitten. Mogelijke beleidskeuzes 1. Deelnemen aan het regionale Ontwikkelfonds Energietransitie. 2. Niet deelnemen aan het regionale Ontwikkelfonds Energietransitie. Voorstel 1. Deel te nemen aan het regionale Ontwikkelfonds Energietransitie. 2. Ten behoeve van de oprichting en het beheer van dit fonds een stichting op te richten en een fondsbeheerder aan te stellen. 3. Voor de deelname aan het fonds een krediet van € 1.250.000 beschikbaar te stellen. Beoogd effect Een versnelling van de realisatie van grootschalige duurzame energieopwekking projecten in de Achterhoek.
RAADSVOORSTEL
Argumenten 1.1. Deelname aan het fonds draagt bij aan de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Op 6 maart jl. is de Uitvoeringsagenda Energietransitie vastgesteld. In deze uitvoeringsagenda is de deelname aan het regionale energiefonds opgenomen als een van de projecten in de werkstroom ‘Grootschalige hernieuwbare energieopwekking’. Om de ambitie ‘Energieneutraal’ te realiseren zijn projecten nodig voor grootschalige energieopwekking. Voorliggend fondsvoorstel is een stimulans voor deze regionale projectontwikkeling in duurzame energie waarbij de baten lokaal en in de regio vallen. Dit fonds doet een voorfinanciering aan projecten met bewezen technieken welke een potentiële bijdrage aan de versnelling van de energietransitie met zich mee zullen brengen. Daarmee draagt dit fonds bij aan de ambitie om energieneutraal te zijn in 2030. 1.2. De lokale economie en werkgelegenheid worden versterkt. Het fonds voorziet in de financieringsbehoeften van initiatiefnemers in de Achterhoek in de voorfase van projectontwikkeling. Achterhoekse initiatiefnemers genereren naast duurzame energie ook lokale betrokkenheid. Daarmee ontstaat een toename van lokaal eigenaarschap met bijbehorende investeringen en rendementen. Investeringen die voorheen wegvloeiden naar grote partijen/energiebedrijven buiten de regio, behouden we zoveel mogelijk binnen de regio.
Een toename van projecten zal ook leiden tot een toenemende behoefte aan kennis, innovatie & technologie, arbeidspotentieel, etc. Dit zorgt weer voor een versterking van de economie en werkgelegenheid. 1.3. Lokale coöperaties en initiatiefnemers lopen niet (meer) vast in de ontwikkelfase. Commerciële partijen hebben over het algemeen voldoende financieringsmogelijkheden om projecten te initiëren en tot ontwikkeling te brengen. Lokale coöperatieve projecten beschikken daar niet over. Juist deze lokale projecten met burgerparticipatie, die we graag wensen in onze energietransitie, lopen dus vast op kosten in de ontwikkelfase (MER, vergunning, technisch ontwerp, financieel, juridisch). De reden hiervoor is dat er niet of slechts beperkt inkomsten zijn uit andere projecten en vanwege hoge risicofactoren kredieten lastig beschikbaar worden gesteld voor dit type ‘ontwikkelaars’. Met de op- en inrichting van dit fonds ontstaat een overbrugging in dit financieringsprobleem. 1.4. Regionale samenwerking is nodig om voldoende omvang en slagkracht te krijgen. De ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn, is een gedeelde ambitie van de Achterhoekse samenwerkende gemeenten. Onze stakeholders zouden niet belemmerd moeten worden door gemeentegrenzen. Daarnaast zijn we voor energieneutraliteit in de Achterhoek ook afhankelijk van de initiatieven die zich in andere gemeenten voordoen. 1.5.
De beschikbare kennis en vaardigheden bij gemeenten om een fonds als dit optimaal uit te voeren is beperkt. Initiatiefnemers van potentieel renderende projecten hebben behoefte aan professionele en consistente ondersteuning bij hun financiële vraagstukken op de korte en lange termijn. Daarnaast maken de risico’s van dit fonds in combinatie met rendementsdoelstelling het cruciaal om de beoordeling van de business cases in handen te leggen van een partij die hier ervaring mee heeft. Om die redenen is het verstandig het fonds onder te brengen bij een stichting met een gespecialiseerde fondsbeheerder. De fondsbeheerder vormt het gezicht naar de initiatieven toe en gaat financieringen aan onder eindverantwoordelijkheid van het stichtingsbestuur. 2.1. Een stichtingsvorm is financieel een gunstige vorm voor het fonds. De beoogde rechtsvorm is een stichting. Een stichting benadrukt de non-profit opzet, richting initiatiefnemers. Daarnaast wordt onderstreept dat het fonds zelf geen winstoogmerk heeft maar primair wordt ingericht ten behoeve van de maatschappelijke doelstelling naar een energieneutrale regio in 2030. Met de vorm van een stichting kunnen ook kansen aangegrepen worden om het fonds te laten groeien door bijdragen van publieke co-financiers door het doen van aanvragen (subsidies als EFRO, EEEF, etc.). 3.1.
De benodigde minimale inleg in het fonds bedraagt 4 à 5 miljoen euro. Het advies voor het ontwikkelfonds is in opdracht van vier Achterhoekse gemeenten (Bronckhorst, Winterswijk, Montferland en Doetinchem) uitgewerkt. Geadviseerd wordt om een minimale inleg van 4 à 5 miljoen euro te hanteren, om te voorkomen dat de transactiekosten te hoog zijn. Met minimaal 4 deelnemende gemeenten komt dit neer op een inleg van 1,25 miljoen euro per gemeente.
RAADSVOORSTEL 8578-2018
2
3.2. Door de revolverende opzet van het fonds kunnen de middelen ca. 3 keer worden ingezet. Het fonds verstrekt leningen aan initiatiefnemers. Deze leningen moeten door initiatiefnemers binnen een termijn van 5 jaar na start realisatie van het project worden terugbetaald. We spreken van een revolverende opzet omdat deze terugkerende middelen weer opnieuw ingezet kunnen worden voor andere projecten ten dienste van de doelstelling van het fonds. Met een gemiddelde terugbetalingstermijn van 5 jaar een beoogde looptijd van 15 jaar kunnen de middelen ca. 3 keer worden ingezet. Kanttekeningen 1.1. Dit fonds is geen garantie voor de komst van projecten in de eigen gemeente. Ontwikkeling van projecten moet plaatsvinden binnen de grenzen van de regio die de samenwerkende gemeenten omvatten. Deelname aan het fonds garandeert derhalve niet het ontstaan van initiatieven en projecten in de eigen gemeente. Omdat het fonds zich vooral richt op lokaal eigenaarschap kunnen we zelfs verwachten dat daar waar de lokale samenleving het meest hecht is ook de meeste initiatieven ontstaan. Gezien de totale opgave en de wetenschap dat de ambitie een gedeelde ambitie van de in de Achterhoek samenwerkende gemeenten is, zou dit niet moeten uitmaken. 2.1. We kunnen het fonds ook onderbrengen bij een bestaande organisatie of rechtsvorm zoals bij AGEM. Dat zou inderdaad kunnen.
Dit zou tevens een kosten besparing met zich meebrengen. Anderszins moet het kunnen vellen van een onafhankelijk oordeel, los van de beschikbare expertise die er binnen AGEM is, over een initiatief/project dat voorligt voorop staan. Om die reden wordt voorgesteld dat in de eerste plaats de uitvoering zo wordt gestructureerd dat alle initiatiefnemers de organisatie ervaren als deskundig en onafhankelijk. Bij een andere invulling van de organisatie kan vervolgens worden bepaald of en in hoeverre bestaande structuren en organisaties zoals AGEM een rol kunnen spelen. Overigens zou AGEM juist ook een van de partijen kunnen zijn die, samen met een lokale coöperatie, gebruik kan maken van dit fonds. 3.1 Deelname aan het fonds brengt financiële risico’s met zich mee. Het betreft leningen met een hoog risico, waardoor er geen zekerheid is of en in welke mate het geld uit een project terugkeert. Zouden we met dit fonds een garantie willen dat de gehele lening moet worden afgelost, dan wordt het fonds feitelijk onuitvoerbaar. De fondsbeheerder zou in dat geval risicoavers moeten handelen terwijl het fonds juist het op gang brengen van lokale projecten in de vroege fase beoogt. De fondsbeheerder wordt wel opgedragen zich in te spannen om het fonds minimaal nominaal revolverend te laten zijn.
Door regelmatig te rapporteren en te evalueren kan worden bijgehouden hoe de waarde van de portefeuille zich ontwikkelt. Door gefaseerde ondersteuning en de wetenschap dat in het algemeen minder steun nodig is in de vroege (definitie)fase met een hoog risico dan in een later stadium waarin de slagingskans van een project juist weer groter is, worden risico’s hanteerbaar. Uitvoering -
Kosten De bijdrage van € 1.250.000 aan het regionaal ontwikkelfonds Energietransitie is opgenomen in de Programmabegroting 2019 onder het onderdeel nieuw beleid. Bij de begrotingsbehandeling op 30 oktober 2018 wordt derhalve door de raad besloten over het beschikbaar stellen van de e benodigde middelen. Vervolgens wordt het bedrag middels de 1 begrotingswijziging 2019 beschikbaar gesteld. De kosten voor oprichting bedragen incidenteel € 35.000 totaal. Uitgaande van 7 deelnemende gemeenten betreft dit € 5.000 voor Oost Gelre. Deze kosten worden betaald uit het jaarlijkse budget voor de uitvoering van de projecten uit de Uitvoeringsagenda Energietransitie. Dit budget maakt onderdeel uit van de begrotingsbehandeling op 30 oktober.
-
Planning Wanneer bij minimaal vier gemeenten een positief besluit is genomen over het oprichten van het fonds, wordt opdracht gegeven om het Ontwikkelfonds op- en in te richten. Dit zal ca. 12 tot 16 weken in beslag nemen.
-
Communicatie
RAADSVOORSTEL 8578-2018
3
Over de lancering van het fonds zullen we, mede in afstemming met de nog aan te stellen fondsbeheerder, uitgebreid communiceren. Hiervoor maken we gebruik van de reguliere communicatiekanalen: de gemeentepagina’s in de Elna/Groenlose Gids, onze website (www.oostgelre.nl/energieneutraal-oost-gelre) en social media. -
Evaluatie De fondsbeheerder evalueert en rapporteert regelmatig over de ontwikkeling van de waarde van de portefeuille.
Een ontwerp-besluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Het college van de gemeente Oost Gelre,
M. Nekkers secretaris
RAADSVOORSTEL 8578-2018
A.H. Bronsvoort burgemeester
4