CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 4 notitie wetswijziging wgr 1 juli 2022

Gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Wijziging gemeenschappelijke regeling ODA1.980 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen. Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel “Versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen” aangenomen. Dit wetsvoorstel heeft de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder Wgr) gewijzigt. De gewijzigde wet is op 1 juli 2022 in werking getreden. Doel van de wet: De wetswijziging heeft als voornaamste doelstelling om de democratische legitimiteit van de gemeenschappelijke regelingen (verder gr) te versterken. Het doel van de wet is om de politieke controle op gemeentelijke samenwerkingen te verbeteren. Er wordt meer handen en voeten gegeven aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden, provinciale staten en besturen van waterschappen (hierna enkel gemeenteraden) van de deelnemers in een samenwerkingsverband. Wat is er gewijzigd: In de gewijzigde Wgr worden meer keuzemogelijkheden over de werking van de gemeenschappelijke regeling en de positie van de raden, inwoners en belanghebbenden gegeven. De wijzigingen zijn onder te verdelen in wijzigingen die direct van toepassing zijn (geregeld in de Wgr zelf), zonder dat aanpassing van de regeling hiervoor nodig is, wijzigingen die direct van toepassing zijn en die gaan over de inzet van instrumenten en die moeten worden (door)vertaald in de regeling.

En een aantal wijzigingen die niet direct van toepassing zijn en die dienen te worden vertaald in de regeling zelf. Voor wanneer moeten de gemeenschappelijke regelingen zijn gewijzigd? Er geldt een overgangstermijn van twee jaar. Gemeenschappelijke regelingen hebben tus twee jaar de tijd om de regeling aan te passen aan de gewijzigde wet. De wijzigingen dienen dus uiterlijk op 1 juli 2024 te zijn doorgevoerd. Wijzigingen met een directe werking: Deze wijzigingen zijn direct per 1 juli 2022 ingegaan, ook al zijn deze niet in de gemeenschappelijke regeling zelf geregeld. Wijziging van de termijnen (gewijzigde begrotingstermijnen) Wijzigingen in de begrotingscyclus Begroting: Handeling Dagelijks bestuur zendt algemene financiële en beleidsmatige uitgangspunten aan raden Dagelijks bestuur zendt ontwerpbegroting aan raden Raden kunnen zienswijzen indienen bij het dagelijks bestuur Algemeen bestuur stelt begroting vast Dagelijks bestuur zendt vastgestelde begroting aan minister

Uiterste datum voor 1 juli 2022 15 april

Uiterste datum vanaf 1 juli 2022 30 april

8 weken voor aanbieding aan het algemeen bestuur 8 weken na aanbieding door dagelijks bestuur Niet nader bepaald

12 weken voor aanbieding aan het algemeen bestuur 12 weken na aanbieding door dagelijks bestuur Niet nader bepaald

Binnen 2 weken na vaststelling, voor vóór 1 augustus

Binnen 2 weken na vaststelling, maar vóór 15 september

Uiterste datum voor 1 juli 2022 15 april

Uiterste datum vanaf 1 juli 2022 30 april

Jaarrekening Handeling Dagelijks bestuur zendt voorlopige jaarrekening naar raden Algemeen bestuur stelt jaarrekening vast Dagelijks bestuur zendt vastgestelde jaarrekening aan minister

Datum niet nader bepaald

Datum niet nader bepaald

B innen 2 weken na vaststelling, maar vóór 15 juli

Binnen 2 weken na vaststelling, maar vóór 15 juli

1

In de conceptregeling zijn de in artikel 28 (begroting) en artikel 29 (jaarrekening) genoemde data en termijnen aangepast aan de nieuwe data en termijnen in de Wgr. Dit betreffen de gewijzigde data van 15 april in 30 april, 1 augustus in 15 september en de termijnen voor het indienen van een zienswijze zijn gewijzigd van 8 in 12 weken. In de praktijk probeert de ODA om de huidige cyclus (van voor 1 juli 2022) van de begroting en jaarrekening aan te houden. Dat wil zeggen dat we er naar streven om de begroting rond juli van het jaar te laten vaststellen door ons algemeen bestuur. Zodat de besluitvorming heeft plaatsgevonden voor het zomerreces van de raden. Zienswijzeprocedure bij treffen of wijzigen van de regeling De raden hebben per direct meer inspraak gekregen bij het treffen of het wijzigen van een regeling, dan wel bij het uitreden van een regeling. Bij het treffen, toetreden, wijzigen en uittreden van een regeling kan een raad haar zienswijze naar voren brengen bij het betreffende college. Hiervoor geldt een in de Wgr vastgelegde termijn van acht weken. Het (dagelijks) bestuur van de regeling is nu verplicht om aan te geven wat zij heeft gedaan met een ingediende zienswijze.

Wanneer de raad vervolgens van mening is dat er te weinig is gedaan met haar zienswijze kan een raad ervoor kiezen om geen toestemming te verlenen voor het treffen, toetreden, wijzigen of uittreden van een regeling. Met de wijziging hebben de vertegenwoordigende lichamen nu dus de gelegenheid om vooraf een zienswijze te geven op het gehele ontwerp van een gemeenschappelijke regeling dan wel op het voorstel tot wijziging daarvan. Zo hebben de gemeenteraden nu meer zeggenschap over de inhoud van de regeling. Ongewijzigd blijft dat een gevraagde toestemming alleen kan worden onthouden als er sprake is van strijd met het recht of het algemeen belang. De regeling hoeft in principe hierop niet te worden aangepast. Het recht op het naar voren brengen van zienswijzen is in de Wgr zelf al geregeld. Voor de leesbaarheid van de regeling is een nieuw artikel 24a opgenomen over de mogelijkheid van het uitbrengen van zienswijzen door de raad. Mogelijkheid voor het instellen van een gemeenschappelijke (regionale) adviescommissie: De wijziging biedt de raden de mogelijkheid tot het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie. Een dergelijke adviescommissie kan de raden ondersteunen in hun nieuwe bevoegdheden.

Als alle raden van de deelnemende gemeenten in de regeling akkoord gaan met het instellen van een adviescommissie, dan is de regeling verplicht om zorg te dragen voor de oprichting van een adviescommissie. Een adviescommissie moet bestaan uit raadsleden van de deelnemende gemeenten. De functie van een dergelijke adviescommissie bestaat uit het adviseren van de gemeenteraden, als ook van de regeling en het helpen met het voorbereiden van zienswijzen. Indien de raden hiertoe een verzoek doen aan het algemeen bestuur, dan is het algemeen bestuur van de regeling verplicht om een commissie in te stellen. Omdat de adviescommissie bij wet is geregeld in de Wgr hoeft hiervoor geen artikel te worden opgenomen in de tekst van de regeling. Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers Dit betreft geen nieuwe bevoegdheid, maar een verduidelijking van de al aanwezige bevoegdheid. Lokale rekenkamers hebben de mogelijkheid om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeente deelneemt. Wijzigingen met een directe werking, maar waarover aanvullende bepalingen in de regeling moeten worden opgenomen

2

Het recht op inlichtingen (actieve informatieplicht): Ter uitvoering van de controlerende en kaderstellende taken van de gemeenteraden krijgen zij het recht op het vragen om inlichtingen. De wetswijziging kent een bepaling die het bestuur van de gemeenschappelijke regeling verplicht om de raden alle inlichtingen te geven die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Het betreft een actieve informatieplicht vanuit het bestuur van de regeling. Dit gaat verder dan alleen het informeren over de te nemen of genomen besluiten. In de regeling dient te worden opgenomen op welke wijze deze informatie wordt verstrekt. In de huidige regeling zijn in de artikelen 23 en 24 al bepalingen op genomen over het verstrekken van informatie aan de raden. Ter verduidelijking van de actieve informatieplicht is de term informatieplicht nu benoemd en zijn de artikelen gebundeld in een artikel 23a en 23b. Daarnaast is toegevoegd op welke wijze inlichten kunnen worden gevraagd en op welke wijze het bestuur de inlichtingen verstrekt.

Wijzigingen die dienen te worden geregeld in de regeling zelf (te worden door vertaald) Zienswijzenprocedure bij voorgenomen besluiten De gemeenteraden hebben nu de bevoegdheid om voorafgaand aan het nemen van besluiten door het bestuur van een regeling een zienswijzen in te dienen over voorgenomen besluiten. Vervolgens dient het (dagelijks) bestuur van de regeling (voorafgaand aan het nemen van het besluit) de raden te informeren of en zo ja wat er is gedaan met hun zienswijze. In de regeling moet worden opgenomen over welke besluiten de raden vooraf in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze in te dienen. Het is ook mogelijk om in de regeling op te nemen dat raden geen zienswijze kunnen indienen. In het nieuwe artikel 24a is opgenomen tegen welke besluiten van de ODA een zienwijze kan worden ingediend door de raad. Dit betreffen besluiten tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van kaderstellende, strategische en meerjarenplannen.

Regionale onderzoekscommissie (versterking controlerende rol): In de wet is geregeld dat de gemeenteraden de mogelijkheid hebben om een regionale onderzoekscommissie in te stellen. Dit betreft een aanvulling van de sinds 2022 bestaande mogelijkheid van de gemeentelijke onderzoekscommissie. Als aanvulling kan deze commissie nu ook onderzoek doen naar het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur (de mogelijkheid tot het onderzoeken van het functioneren van de gehele gemeenschappelijke regeling). Daarvoor is de (rijks)regering gehouden om in nauw overleg met de decentrale overheden nog een kader op te stellen over de democratische controle op privaatrechtelijke samenwerkingen. Voorwaarde voor het instellen van een regionale raadscommissie is wel dat de bij het samenwerkingsverband betrokken gemeenteraden hiertoe unaniem besluiten. Het instellingsbesluit moet het onderwerp van het onderzoek omschrijven en toelichten. De verwachting is dat de mogelijkheid van de regionale onderzoekscommissie niet vaak gebruikt zal gaan worden, omdat het een redelijk zwaar instrument betreft. Het is een nuttig instrument om in te zetten wanneer er bij een samenwerkingsverband grote problemen worden ervaren vanuit de gemeenteraden. Zij kunnen dan zelfstandig onderzoek doen, waarbij het verplicht is medewerking te verlenen.

Ze zijn dus niet afhankelijk van het samenwerkingsverband of het college voor medewerking. In de regeling hoeft hiervoor geen artikel te worden opgenomen. Burgerparticipatie:

3

De wetswijziging vergroot ook de mogelijkheden tot inspraak voor de burger. De wet introduceert de verplichting om bepalingen in de regeling op te nemen over de wijze waarop de burger wordt betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de regeling. Het is daarbij echter ook mogelijk om in de regeling vast te leggen dat er geen inspraakmogelijkheid bestaat voor de burger. In de regeling is een nieuw artikel over burgerparticipatie opgenomen (artikel 24b) Het betreft de uitwerking van artikel 10, zevende en achtste lid in samenhang met artikel 52 van de Wgr. Omdat de ODA een beleidsarme uitvoeringsorganisatie is, is ervoor gekozen om dit bij de partners neer te leggen. Evaluatie van de regeling: De wetswijziging maakt het mogelijk om bepalingen op te nemen over het evalueren van de (werking van de) regeling. Daarbij is het dus ook mogelijk om (te bepalen dat) geen gebruik wordt gemaakt van een evaluatie. In de regeling is een nieuw artikel over het evalueren van de regeling opgenomen (artikel 24c). Het betreft de uitwerking van artikel 11a in samenhang met artikel 52 van de Wgr. In het nieuwe artikel 24c van de regeling is bepaald wanneer (eens in de vier jaar, in het laatste jaar van een raadsperiode) en op welke wijze de regeling (aan het algemeen bestuur) kan worden geëvalueerd.

Voorwaarden en gevolgen van uitreding De wet schrijft voor dat de regeling voorwaarden dient te bevatten waaronder een deelnemer uit de regeling kan treden. De regeling bevat al een artikel over de wijze van uittreding (artikel 33). De regeling behoeft geen aanpassing.

Welke keuzes krijgen de vertegenwoordigende lichamen van de regeling? Er zal een keuze moeten worden gemaakt over welke besluiten van het bestuur de raden vooraf in de gelegenheid willen worden gesteld om eventueel een zienswijze te kunnen indienen. Het is mogelijk om bepaalde besluiten uit te sluiten van de zienswijzemogelijkheid. Ook zal moeten worden onderzocht of de raden van de deelnemende gemeenten aan ons samenwerkingsverband voorstander zijn voor het oprichten en invulling geven aan een adviescommissie. De diverse raden zullen moeten gaan nadenken over de rol van hun raad en de te volgen werkwijze door de raad. Tijdsplanning:

4

Beperking/randvoorwaarde: Er kan slechts één gemeenschappelijke regeling worden vastgesteld voor onze omgevingsdienst. Dat betekent dat de diverse raden van de deelnemende gemeenten het eens moeten gaan worden over de keuzes die zij (gaan) maken. Uiteindelijk dienen, om de nieuwe regeling in werking te laten treden, tweederde van onze partners een nieuw voorgestelde regeling te hebben vastgesteld. Concreet betekent dit dat minimaal 8 colleges de voorgestelde nieuwe regeling voor 1 juni 2024 moeten hebben vastgesteld.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13736986/1