CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 4 mer-beoordelingsbesluit 2019

Gemeenteraad 5 maart 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Oude Borculoseweg 5 te Groenlo4.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

n

mgevingsdienst

g i Regio

Afdeling Vergunningverlening

Omgevingsdienst

Nijmegen

MA

Regio Nijmegen

EAC W.Z18.109715.01

/ D181058795

BESLUIT

Aanvrager

M.E.R-BEOORDELING

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) : (geanonimiseerd) n (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) KE

-" (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) } Datum

besluit

Onderwerp

26

maart

M.e.r-beoordeling uitbreiding mestdroog/ hygiënisatieinstallatie

Gemeente / locatie

Zaaknummer Activiteiten

2019 en toebehoren

Oost Gelre / Oude Borculoseweg

5 te Groenlo

: W.Z18.109715.01 : _ bouwen, afwijken bestemmingsplan, milieu

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

BESLUIT

M.E.R.-BEOORDELING

Onderwerp

(geanonimiseerd) Op 25 oktober 2018 en aangevuld op 5 maart 2018, hebben wij var , (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) van (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) n N (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Mam(verder Ottink) een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordelingsplicht, als bedoeld in artikel

7.16, eerste lid van de Wet milieubeheer (Wm), ontvangen.

Ottink heeft een vleeskalverenhouderij en een mestverwerkingsinstallatie. De aanmeldingsnotitie betreft een uitbreiding of wijziging van de bedrijfsvoering van de

bestaande mestverwerkingsinstallatie. Deze bestaat uit een biologische zuivering van 36.000 ton per jaar tot de eindproducten effluent (te lozen op vuilwaterriolering) en gehygiëniseerde dikke fractie door toevoeging ongebluste kalk. Om het project te realiseren vinden de volgende aanpassingen plaats: - _ het plaatsen van een mestdroog/ hygiënisatie-installatie inclusief biomassakachel;

- _ uitgevoerd met nageschakelde technieken waterwasser, warmtewisselaar, luchtwasser; - _ het verwijderen van de bestaande installaties voor het bewerken van dikke fractie met ongebluste kalk;

De capaciteit van de mestverwerkingsinstallatie blijft 36.000 ton per jaar. - _ Het aantal te houden vleeskalveren en de diercategorie blijft gelijk. Het voorgenomen Borculoseweg

project wordt gerealiseerd binnen de inrichting Ottink, gelegen aan Oude

5 te Groenlo.

Om dit project te realiseren zijn omgevingsvergunningen Wabo nodig voor de activiteiten: a. het bouwen van bouwwerken,

b. het gebruiken van gronden en bouwwerken in afwijking van het bestemmingsplan, c. het veranderen of veranderen van de werking van de inrichting. Verder is een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming. Besluit

Wij besluiten dat er geen milieueffectrapport moet worden opgesteld. Er is geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen, die reden geven voor een nadere milieueffectbeoordeling als bedoeld

in hoofdstuk

7 van de Wet

milieubeheer.

Een afschrift van dit besluit wordt gestuurd aan de wettelijke adviseurs en andere betrokken bestuursorganen: -

gemeente Oost Gelre;

-

Waterschap Rijn en IJssel.

Het College van Gedeputeerde Staten van Gelderland, Namens

d

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Hoofd afdeling Vergunningverlening Omgevingsdienst Regio Nijmegen

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

RECHTSBESCHERMING

Voorbereidingsbesluit Dit besluit wordt gezien als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen dit besluit kan alleen bezwaar worden gemaakt door een belanghebbende, die - los van het besluit omgevingsvergunning Wabo - rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen. Publicatie

Dit besluit wordt bekendgemaakt door de provincie Gelderland op de landelijke website www.overheid.nl

de link Zoeken

Deze website

kunt u benaderen

Tevens wordt het besluit bekendgemaakt

Mogelijkheid

via www.gelderland.nl/bekendmakingen,

via

in bekendmakingen.

van

in de Staatscourant.

inzien

De aanmeldingsnotitie, het m.e.r.-beoordelingsbesluit en de bijbehorende stukken liggen gedurende een termijn van zes weken ter inzage. Wilt u de stukken inzien, bel dan 024 751 7700 of stuur met vermelding van W.Z18.109715.01 een mail naar wabo@odrn.nl.

De eerste dag van de ter inzage legging is 29 maart 2019.

het zaaknummer

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

1

AANLEIDING

Op 25 oktober 2018 hebben wij van Ottink een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordelingsplicht, als bedoeld in artikel 7.16, eerste lid van de Wet milieubeheer (Wm), ontvangen. In en bij de aanmeldingsnotitie zijn een beschrijving en rapporten gevoegd om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen.

De aanmeldingsnotitie betreft het voornemen van Ottink haar bedrijfsvoering te wijzigen. Ottink heeft een kalverenhouderij en een mestverwerkingsinstallatie.

De aanmeldingsnotitie

betreft een uitbreiding of wijziging van de bedrijfsvoering van de bestaande mestverwerkingsinstallatie. Deze bestaat uit een biologische zuivering van 36.000 ton per jaar tot de eindproducten effluent (te lozen op vuilwaterriolering) en gehygiëniseerde dikke fractie door toevoeging ongebluste kalk: Om - _ - _ - _ - _

het project te realiseren zijn de volgende wijzigingen aangevraagd: het plaatsen van een mestdroog/ hygiënisatie-installatie; gevoed door een houtgestookte biomassa kachel, en: uitgevoerd met nageschakelde technieken waterwasser, warmtewisselaar en luchtwasser; het verwijderen van de bestaande installaties voor het bewerken van dikke fractie met ongebluste kalk; - _ De capaciteit van de mestverwerkingsinstallatie blijft 36.000 ton per jaar. - _ Het aantal te houden vleeskalveren en de diercategorie blijft gelijk.

Het voorgenomen project wordt gerealiseerd binnen de inrichting Ottink, gelegen aan Oude Borculoseweg

5 te Groenlo.

Om dit project te realiseren zijn omgevingsvergunningen Wabo nodig voor de activiteiten: a. het bouwen van bouwwerken,

b. het gebruiken van gronden en bouwwerken in afwijking van het bestemmingsplan, c. het veranderen of veranderen van de werking van de inrichting. Verder is een vergunning

nodig op grond van de Wet natuurbescherming.

Op 26 oktober 2018 is de aanmeldingsnotitie bestaande uit de volgende documenten ingediend: m.e.r.-beoordelingsnotitie Ottink - Oude Borculoseweg -

5 te Groenlo, ;

Toetsing Geuremissies;

-

Emissieonderzoek;

-

Toets

Luchtkwaliteitseisen.

en aangevuld met:

-

Akoestisch rapport (1 november 2018);

-

Aanvullende gegevens Aanvullende gegevens

2019

2

bestaande

(17 januari 2019); (5 maart 2019), vervangt aanvullende gegevens

17 januari

uit:

1.

Aanvullende gegevens bouwen

2.

tekening

3.

tekening afwijkend vigerend.

WETTELIJKE

en RO bij m.e.r.-beoordeling;

vigerend;

GRONDSLAG

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wm. Ingevolge artikel 7.17, eerste lid, van de Wm moet het bevoegd gezag bij voorgenomen

activiteiten genoemd in onderdeel D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) besluiten of voor het project, gelet op de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die het project mogelijk heeft, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Het gaat om de gevolgen voor het milieu als bedoeld in artikel 7.1 van de Wm. Het initiatief heeft betrekking

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

op de activiteiten genoemd in de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. onderdeel D18.1, de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval.

Dierlijke meststoffen zijn afvalstoffen als bedoeld in de Kaderrichtlijn Afvalstoffen, 2008/98/EG en de Richtlijn industriële emissies, 2010/75/EU (RIE). In de inrichting wordt mest verwerkt door middel van een biologisch proces (aëroob en anaëroob zuiveringsproces) waarbij de capaciteit groter is dan 75 ton per dag. Het nuttig toepassen van ongevaarlijke

afvalstoffen door biologische behandeling met een capaciteit van 75 ton per dag of meer is genoemd in categorie 5.3.b van de bijlage I van de RIE. De inrichting komt daarmee onder de werkingssfeer van de RIE te vallen. Hiermee is sprake van een inrichting waartoe een IPPCinstallatie behoort. De activiteiten van de inrichting zijn onder andere genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 7.4 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Op grond van artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid, van het Bor zijn Gedeputeerde Staten bevoegd te beslissen op de aanvraag om omgevingsvergunning en het nemen van het m.e.r.beoordelingsbesluit.

3

TOETS

Wij hebben getoetst of voor het project een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Deze toets is overeenkomstig artikel 7.17, derde lid, van de Wm uitgevoerd met behulp van de in bijlage II van de m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria. Bij de toetsing hebben wij rekening gehouden met de beschrijving van kenmerken en maatregelen als bedoeld in artikel 7.16, vierde

lid van

de Wm.

De activiteiten en handelingen met betrekking tot het bouwen van een bouwwerk en het

afwijken van het bestemmingsplan zijn onlosmakelijk verbonden met de overige activiteiten van het voorgenomen project. Onze beoordeling heeft daarom betrekking op het gehele project.

De toetsing is hieronder uitgewerkt.

3.1

_ De kenmerken

Het volgende wordt overwogen.

van het project

Bij de kenmerken van het project zijn de volgende criteria in ogenschouw genomen: 1,

eanzw 7.

3.1.1

de omvang en het ontwerp van het gehele project; de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; het risico van ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; de risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of Iuchtvervuiling). Overwegingen

Omvang van het project Het project betreft het veranderen van een mestverwerkende inrichting. De totale

verwerkingscapaciteit bedraagt 36.000 ton/jaaren wijzigt niet. De bestaande hygiënisatie met toepassing van ongebluste kalk wordt vervangen door de mestdroog/ hygiënisatie installatie. Op deze wijze wordt een verbeterde exportwaardige mest geproduceerd. De procesinstallaties zijn opgesteld in een overdekte ruimte. Tussentijdse opslag van dikke fractie vindt deels inpandig en deels in de buitenlucht plaats. In de sleufsilo wordt biomassa opgeslagen. De nieuwe procesinstallaties bestaan uit de volgende onderdelen: de houtgestookte kachel, mestdroog/hygiënisatie-installatie met waterwasser, warmtewisselaar en een luchtwasser. Cumulatie

met andere

projecten

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

Het betreft een verandering in de bedrijfsvoering van de bestaande inrichting (kalverenhouderij en mestverwerking), waardoor bij dezelfde verwerkingscapaciteit een hoogwaardiger eindproduct ontstaat. Ten gevolge van de voorgenomen activiteit kan cumulatie met andere projecten in de

omgeving optreden. Het betreft dan met name veehouderijen in de omgeving, ontwikkelingen op industrieterrein de Laarberg en de provinciale weg N18, die eveneens geluid- en geuremissies en emissies naar de lucht (PM10 en NO2) veroorzaken. De cumulatie van effecten vanwege het beoogde project met effecten van genoemde andere projecten is nader uitgewerkt in paragraaf 3.3. Gebruik

van

natuurlijke

hulpbronnen

De voorgenomen activiteit heeft tot doel bij te dragen aan het nuttig toepassen van de ingenomen afvalstoffen, in dit geval dierlijke meststoffen. Voor het vervoer van de

meststoffen wordt gebruik gemaakt van motorvoertuigen die fossiele brandstoffen (diesel) verbruiken. Voor het verstoken van biomassa is een beperkte hoeveelheid hout(snipper/pellets) nodig. De voorgenomen activiteit zal (in geringe mate) leiden tot een afname van de voorraad (fossiele) brandstoffen. Het in bedrijf nemen van de

mestdroog/hygiënisatie-installatie zal niet leiden tot een toename van het gebruik van overige natuurlijke hulpbronnen (water, land, bodem en biodiversiteit). Wat betreft dit onderwerp is er geen aanleiding tot het verlangen van een milieueffectrapport. Productie

van

afvalstoffen

Bij de verwerking van dierlijke meststoffen ontstaat gedroogde, exportwaardige (gehygiëniseerde) mest. De gedroogde mest wordt geëxporteerd naar omringende landen voor 0.a.

toepassing als meststof in de landbouw. De beschreven handelingen zijn ter uitvoering van de Meststoffenwet en in het belang van een doelmatig afvalbeheer. Bij de bedrijfsvoering ontstaat bedrijfsafvalwater (effluent, dat mag worden geloosd op de vuilwaterriolering). In beperkte mate ontstaan andere afvalstoffen, het betreft met name spuiwater uit de luchtwasser en condenswater van de warmtewisselaar. Beide stromen gaan terug het proces in. Wij zien geen aanleiding om dit aspect nader te laten onderzoeken in het kader van het opstellen van een milieueffectrapport. Verontreiniging en hinder

De voorgenomen activiteit heeft in potentie gevolgen voor verschillende milieuaspecten. Met het oog op de in dit kader bedoelde verontreiniging en hinder zijn de milieuaspecten waar de voorgenomen activiteit gevolgen voor kan hebben, de aspecten bodem, afvalwater, geur, lucht en geluid. In de aanmeldingsnotitie is de invloed van de bodembelasting, emissies van

afvalwater en geur, emissies naar de lucht en de geluiduitstraling op de omgeving beschreven en onderzocht. Wij overwegingen

hierover het volgende.

Afvalwater

Als gevolg van de mestdroog/hygiënisatie-installatie wijzigt de lozing van effluent op de

vuilwaterriolering niet. Er bestaat geen aanleiding dit aspect nader te onderzoeken in het kader van een milieueffectrapport. Bodem

De voorgenomen bodembedreigende activiteiten zijn beschreven in de bodemrisicoanalyse. Uit de bodemrisicoanalyse blijkt dat ter plaatse van de beschreven bodembedreigende activiteiten, waaronder de opslag en verwerking van mest en de opslag van zwavelzuur en spuiwater toereikende (vloeistofdichte) voorzieningen en beheermaatregelen worden getroffen. Geluid

De inrichting is gelegen in een landelijke omgeving op korte afstand van Industrieterrein de Laarberg. In het akoestisch rapport is de geluiduitstraling vanwege de inrichting in beeld

gebracht en getoetst aan de geldende grenswaarden voor geluid. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege grenswaarden voor woningen.

het beoogde project voldoet aan de toepasselijke richt- en

| | |

‘Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

Geur

De opslag en verwerking van dierlijke mest leidt tot emissies van geur. Om de veroorzaakte geuremissies tot een aanvaardbaar niveau te beperken worden reductiemaatregelen getroffen.

De verdringingslucht bij de aanvoer van mest en de emissie als gevolg van het scheiden van mest blijven in de gesloten loods. Er behoeft geen dikke fractie meer te worden afgevoerd uit de loods, waardoor de loods veelal gesloten kan blijven. Daarnaast zal de hoeveelheid dikke fractie in de loods afnemen.

De restemissies uit de loods worden onder onderdruk afgezogen

naar de beluchting van de nitrificatietank.

De mestdroog/hygiënisatie-installatie is uitgevoerd met een waterwasser, warmtewisselaar en Iuchtwasser. De containers met gedroogde mest zijn afgesloten en staan inpandig opgesteld. De lucht uit de containerruimte wordt afgezogen.

Voor de beoordeling van geurhinder vanwege inrichtingen in Gelderland is lokaal beleid vastgesteld. De Beleidsregels geur bedrijven (niet-veehouderijen) Gelderland 2017 van de provincie Gelderland zijn het toetsingskader voor de bepaling van aanvaardbaar geurhinderniveau voor inrichtingen. Bij de aanmeldingsnotitie is een geuronderzoek en een emissierapport van een geurmeting ter plaatse gevoegd. In het geuronderzoek is op basis van de emissiemetingen in combinatie met een kentallen voor de overige geurbronnen is een prognose gemaakt van de geuremissie en -

immissie vanwege de inrichting. Uit het onderzoek blijkt dat na het treffen van de genoemde reductiemaatregelen ter plaatse van geurgevoelige objecten in de omgeving voldaan kan worden aan de richt- en grenswaarden van de beleidsregels. Wij zien geen noodzaak dit aspect nader te onderzoeken in het kader van het opstellen van milieueffectrapport.

|

Lucht

De emissies naar de lucht als gevolg van aan- en afvoerbewegingen van motorvoertuigen zijn

beschreven in de aanmeldingsnotitie. Hieruit blijkt dat de omvang van de vrijkomende fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) uit de installatie niet zal leiden tot overschrijding van de

|

geldende luchtkwaliteitseisen (bijlage 2, Wm).

Bij het drogen/hygiëniseren van mest komt ammoniak vrij. De lucht met ammoniak wordt afgezogen en gereinigd n een luchtwasser. Uit metingen van de ammoniakconcentratie na de (chemische) luchtwasser (mei 2018) is gebleken dat de concentratie NH; in het gereinigde

afgas 4.3 mg/Nm: bedraagt. Hiermee wordt in ruime mate voldaan aan de emissiegrenswaarde voor stofklasse GA3 van 30 mg/Nm3 uit het Activiteitenbesluit. Gezien het vorenstaande is er geen aanleiding de effecten van de emissies naar de lucht nader te onderzoeken

in een milieueffectrapport.

Risico van ongevallen

De voorgenomen activiteit valt niet onder de reikwijdte van het Besluit risico zware ongevallen of het Besluit externe veiligheid. In de inrichting worden geen brandbare gevaarlijke stoffen of

gasflessen opgeslagen. Voor de goede werking van de chemische luchtwasser wordt zwavelzuur opgeslagen en gebruikt. Verder worden instructies voor inspecties en onderhoud van installaties opgesteld die de goede werking daarvan moeten waarborgen en er is een calamiteitenplan opgesteld. Bisico's

nselijke

gezondheid

In de inrichting wordt dierlijke mest opgeslagen en door middel van drogen en hygiënisatie verwerkt. De hygiënisatie zorgt ervoor dat pathogenen (bacteriën, virussen) n de mest

worden gedood en dat voldaan wordt aan Europese gezondheidsvoorschriften. De bij de verwerking vrijkomende ammoniak wordt afgevangen in de luchtwasser en omgezet in ammoniumsulfaat. Het stof dat vrijkomt bij het drogen wordt door sproeiers in de warmtewisselaar en de luchtwasser gereduceerd. Voor risico's voor de volksgezondheid

vanwege de uitstoot van ammoniak en stof behoeft derhalve niet te worden gevreesd.

De risico's voor

de volksgezondheid vanwege het transport en de opslag van onverwerkte

mest en de hygiënisatie van de mest nemen af en zijn als gevolg van de gevraagde verandering gering.

3.1.2

Afweging: kenmerken

van het project

|

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

Gezien de kenmerken van het project bestaat er geen aanleiding om te beoordelen dat een milieueffectrapport nodig is.

3.2

_ De locatie van het project

Bij de plaats van het project wordt het volgende in overweging genomen: 1.

het bestaande grondgebruik;

2.

de relatieve rijkdom aan alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied;

3.

het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, waarbij in de EEG-richtlijn genoemde gebieden.

3.2.1

in het bijzonder aandacht voor de

Overwegingen

Het bestaande grondgebruik Het project wordt gerealiseerd in een landelijke omgeving aan de Oude Borculoseweg

5 te

Groenlo, kadastraal bekende gemeente Oost Gelre, sectie F nummer 175. Op deze locatie wordt een bestaande kalverenhouderij en een mestverwerkingsinstallatie bedreven. Het is de bedoeling om de bestaande mestverwerkingsinstallatie uit te breiden met een hygiënisatie-unit, een biomassakachel, een warmtewisselaar en een luchtwasser. De

bestaande installatie is voorts afwijkend uitgevoerd ten opzichte van eerder daarvoor verleende omgevingsvergunningen. gevraagde uitbreiding.

Deze afwijkingen maken

nu ook deel uit van de

Ten oosten en noorden van de inrichting ligt op 75 meter afstand het industrieterrein “de Laarberg”. In het landelijke gebied zijn enkele veehouderijbedrijven en burgerwoningen gelegen. Op circa 350 m ten zuiden van de inrichting bevindt zich de bebouwde kom van Groenlo.

Voor de projectlocatie geldt het bestemmingsplan ' Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011 met aanduiding intensieve veehouderij. Om

de activiteiten drogen/hygiëniseren van dierlijke mest mogelijk te maken

moet een

omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden en bouwwerken in afwijking van het bestemmingsplan worden aangevraagd. Daarnaast is ook een omgevingsvergunning ten behoeve

van

de activiteit bouwen

vereist.

Ten behoeve van het opstellen van een verklaring van geen bedenking door de gemeenteraad is overleg met de inrichtinghouder en de gemeente Oost Gelre gevoerd. Binnen de huidige mestverwerkingscapaciteit is positieve medewerking toegezegd. Wat betreft het beoogde grondgebruik bestaat naar ons oordeel geen aanleiding dit

onderwerp nader de onderzoeken in het kader van het opstellen van een milieueffectrapport. De relatieve rijkdom aan alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen hulpbronnen

van

h

van de natuurlijke

i

De projectlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oost Gelre nabij het industrieterrein “de Laarberg”.

In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen natuurlijke hulpbronnen, zoals mineralen, ertsen, fossiele brandstoffen of waterwingebieden

aanwezig. Op circa 175 m

(check) ten zuiden bevinden zich delen van Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) als leefomgeving voor planten en dieren. Het aanspreken van natuurlijke hulpbronnen van het gebied is niet aan de orde. Opnamevermogen voor de in de

van het natuurlijk milieu,

EEG-richtlijn genoemde

waarbij in het bijzonder aandacht gegeven

aan

gebieden

Het inrichtingsterrein is geen onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Op circa 4.9 km ten oosten van de projectlocatie liggen delen van het Natura 2000-gebied Zwilbrockervenn (habitat- en vogelrichtlijngebied) en op circa 6.5 km ten zuidoosten van de projectlocatie ligt

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

het Korenburgerveen (habitatrichtlijngebied. De voorgenomen activiteit leidt in beperkte mate tot emissies van stoffen naar de lucht en tot emissie van geluid.

Bij de droging en hygiënisatie van mest komt stikstof vrij in de vorm van ammoniak. Als gevolg van de stookinstallaties en de aan- en afvoer van goederen worden stikstofoxiden geëmitteerd. Voornoemde activiteiten leiden tot de depositie van stikstof in de omgeving waarvoor een vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming nodig is. Op 25 oktober 2018 is een aanvraag Natuurbeschermingswet ingediend. Nog niet bekend is dat er voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar is om de aangevraagde situatie te verlenen. Andere gebieden die specifieke aandacht verdienen bevinden zich niet in de invloedssfeer van de inrichting. Cultuurhistorische en archeologische waarden

In het geldende bestemmingsplan is voor het projectgebied een dubbelbestemming ‘gebied met archeologische verwachtingswaarde’ van toepassing. In de aanvraag om gebruik van gronden en bouwwerken

in afwijking van het bestemmingsplan

zal dit onderdeel worden

uitgewerkt.

Gezien het vorenstaande verwachten wij geen significante effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de genoemde (natuur)gebieden. 3.2.2

Afweging plaats van het project

De locatie van het project leidt niet tot belangrijk nadelige milieugevolgen om reden waarvan een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

3.3

De soort en kenmerken

van het potentiële effect

Bij de soort en kenmerken van het potentiële effect moet in aanmerking worden genomen, in samenhang met de onder de punten 1 en 2 uiteengezette criteria en met inachtneming van:

1.

NOSurWn 3.3.1

de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); de aard van het effect; het grensoverschrijdend karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van

het effect;

de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. Overwegingen

Bereik van

het effect

Mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu ten gevolge van het voorgenomen project treden op ten aanzien van de aspecten bodem, geluid, geur en lucht. Het bereik van deze milieueffecten (geografisch en naar grootte van de bevolking gemeten) is beperkt. De effecten strekken zich uit tot enkele honderden meters rondom de projectlocatie en worden

geregeld/begrensd

in het besluit op de aangevraagde omgevingsvergunning.

Er is geen

aanleiding het bereik van het effect in het kader van het opstellen van milieueffectrapport nader te onderzoeken. Aard

van

het effect

De aard van de effecten zijn voldoende beschreven in de aanmeldingsnotitie en de bijbehorende onderzoeksrapporten. In een nader onderzoek naar de aard van de effecten in het kader van een milieueffectrapport zien wij geen toegevoegde waarde. Grensoverschrijdend

karakter van het effect

De inrichting is gelegen op circa 4.8 km van de Duitse grens. Op deze afstand zal de stikstofdepositie op het Zwilbrockervenn een beperkte invloed hebben. Voor de overige milieuaspecten zullen op deze afstand geen milieueffecten ten gevolge van het in werking zijn

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

van de inrichting optreden. Grensoverschrijdende effecten als gevolg van de voorgenomen activiteit zijn hiermee

niet aan de orde.

De intensiteit en complexiteit van

het effect

De intensiteit en complexiteit van de effecten zijn beperkt en worden voldoende ondervangen door voorschriften op het gebied van onder andere geluid- en geuremissies te verbinden aan de aangevraagde omgevingsvergunning. Deze aspecten behoeven niet nader te worden onderzocht in het kader van het opstelien van een milieueffectrapport. De 'waarschijnlijkheid' van het effect

De beschreven effecten in de aanmeldingsnotitie zullen zeker optreden, echter zijn van dien aard dat geen onaanvaardbare nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In hoeverre deze worden ervaren als hinder is mede afhankelijk van de te treffen maatregelen en voorzieningen. Deze komen uitgebreid aan de orde in de aanvraag om omgevingsvergunning. Nader effectonderzoek achten wij niet nodig. ur,

freguentie

en de omkeer!

i

De mestverwerkingsinstallatie is volcontinu in bedrijf. De aan- en afvoer (via as) van mest en andere goederen

vindt in hoofdzaak in de dagperiode

(07.00-19.00

u) plaats.

De effecten van emissies van geluid, geur, emissies naar de lucht en de bodembelasting vanwege de activiteiten zijn alle omkeerbaar, in die zin dat het effect ophoudt zodra de

activiteit ophoudt. Er is dus geen sprake van een bijzondere omstandigheid. Met betrekking tot effecten naar bodem zijn er afdoende beperkende maatregelen en voorzieningen te treffen. Deze en ook de overige effecten zijn de gangbare effecten die aan bod komen in de vergunningaanvraag op grond van de Wabo. Gezien de bestemming van de omgeving en de aard van de effecten zijn er verder ten aanzien van de duur, frequentie en omkeerbaarheid van deze effecten geen bijzondere opmerkingen te maken.

De cumulatie van

effecten

met

effecten van andere

projecten

Zoals beschreven is de inrichting gelegen in het buitengebied van de gemeente Oost Gelre nabij het industrieterrein “de Laarberg”. De dichtstbijzijnde bedrijven in het buitengebied bevinden zich aan Oude Borculoseweg 7 en Vrakkinkweg 2 (beide varkenshouderijen), waarvan de milieueffecten begrensd zijn. Op het industrieterrein de Laarberg is Rouwmaat

dichtbij de projectlocatie gevestigd. Op de locatie aan de Zuidgang 3 en den Sliem 78 en 93 beheert Rouwmaat een afvalverwerkingsbedrijf. Om het industrieterrein is een geluidzone vastgesteld. Op grotere afstand (meer dan 260 m van de inrichtingsgrens) ten zuidwesten van de projectlocatie zijn woningen in het buitengebied gelegen. Dit betreft Vrakkinkweg 1 3 en volgende. Geluid

De genoemde dichtstbijzijnde agrarische bedrijven in het buitengebied liggen binnen de 50 dB(A) geluidcontour van de Laarberg, De geluidbelasting van bedrijven op de Laarberg is

daarmee hoger dan 50 dB(A) op de agrarische bedrijven in de directe omgeving van Ottink. De gevraagde verandering van Ottink leidt tot een afname van het geluidimmissie ten opzichte van de in 2015 verleende omgevingsvergunning. De totale geluidbelasting van Ottink

op dezelfde agrarische bedrijven blijft minder dan de 50 dB(A) in de dagperiode. De woningen Vrakkinkweg 13, 3 en volgende zijn gelegen buiten de 50 dB(A) geluidzone van het bedrijventerrein de Laarberg. En ook voor deze woningen in het buitengebied geldt een afname van de geluidimmissie van Ottink ten opzichte van de vergunde situatie uit 2015. Er is derhalve geen sprake van ongeoorloofde cumulatie van geluidhinder. Geur

Als gevolg van de aangevraagde geurmaatregelen neemt de geuremissie af. Hierdoor neemt ook de geurbelasting in de omgeving af. Voor ontoelaatbare cumulatie van geurhinder bij woningen

behoeft niet te worden gevreesd.

De mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen In de omgevingsvergunning worden 0.a. voorschriften gesteld die de nadelige gevolgen voor het milieu voorkomen of beperken. Voorts is op enkele van de gevraagde activiteiten zoals het

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

Afdeling Vergunningverlening

lozen van schoon hemelwater, het op- en overslaan van goederen en het in werking hebben van een stookinstallatie het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. In het Activiteitenbesluit zijn voor die activiteiten toereikende voorschriften ter bescherming van het milieu opgenomen. Wij zien geen aanleiding de mogelijkheden om effecten doeltreffend te

verminderen In het kader van een milieueffectrapport nader te onderzoeken. 3.3.2 Afweging soorten en kenmerken

van het potentiële project

Van potentiële aanzienlijke effecten is als gevolg van de voorgenomen activiteit geen sprake. In dit kader dient geen m.e.r. te worden gemaakt. 4

CONCLUSIE

De voorgenomen activiteiten van Ottink leiden niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het

milieu, die via een milieueffectrapport nader onderzocht moeten worden. De kenmerken van het project, de locatie van het project en de soort en kenmerken van het potentiële effect zijn voldoende

inzichtelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13841210/1