bijlage 3 mer-beoordelingsnotitie 2018
Tekst van het document
M.e.r-beoordelingsnotitie ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
23
Ë IIMETS / Farmconsuit De transporteur controleert visueel, voordat hij een vracht mest laad, de kelder van het bedrijf. Zijn er bijzondere omstandigheden dan wordt er met de veehouder overlegt en zo nodig wordt er geen mest meegenomen uit deze kelder. Tijdens het laden van de mest wordt er een mestmonster getrokken. Dit gebeurt een aantal keren tijdens het laden van de vracht om zo een homogeen mestmonster te krijgen. De bemonsterings- en verpakkingsapparatuur staat op naam van de intermediair geregistreerd en is voorzien van typegoedkeuring. Conform de eisen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De gegevens van de leverancier, tijdstip van laden/lossen en monsternummer worden allemaal vastgelegd op het vdm (vervoersdocument dierlijke mest). Deze monsters blijven minimaal 14 dagen bewaard bij het laboratorium welke de mest onderzoekt. Hiermee wordt het mogelijk om altijd een extra controle/ onderzoek te laten uitvoeren indien er de verwachting is dat er mest is geleverd welke niet voldoet aan de afgesproken kwaliteitseisen. Tijdens het lossen van de vracht bij de MVI van Ottink controleert de transporteur weer visueel de omstandigheden. Worden er bijzonderheden geconstateerd dan meldt hij dit aan Ottink en kunnen er indien nodig aanvullende maatregelen genomen worden. 4.5.4 Endotoxinen
Het bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) heeft een Notitie handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid opgesteld (25 november 2016). Deze notitie bevat als hulpmiddel voor bevoegde gezagen een systematiek om de endotoxineblootstelling van omwonenden van veehouderijen te beoordelen en helpt
bevoegde
gezagen
om
vergunningaanvragen
te
toetsen
aan
de
adviesgrenswaarde
van
30
EU/m?
endotoxinen.
De volgende uitgangspunten worden in de notitie gehanteerd: e Uit voorzorg voorkomen dat door nieuwe aanvragen de endotoxine advieswaarde wordt overschreden en daar waar deze al overschreden wordt voorkomen dat de overschrijding toeneemt; e Bedrijfsontwikkeling op alle varkens- en pluimveehouderijen die leiden tot een hogere (fijnstof)emissie kunnen gevolg hebben dat nieuwe overschrijdingen ontstaan of bestaande overschrijdingen worden vergroot; . Bedrijfsontwikkeling in een veedicht gebied kunnen als gevolg van cumulatie van de endotoxine
uitstoot tot gevolg « e
e
hebben
dat nieuwe overschrijdingen ontstaan of bestaande
overschrijdingen
worden vergroot; Andere veehouderijsectoren emitteren relatief weinig fijn stof en de bijdrage aan een mogelijke overschrijding van de adviesgrenswaarde door cumulatie is beperkt; Een grote mate van overschrijding van de endotoxine advieswaarde, individueel danwel door cumulatie in een gebied, kan reden zijn om na te denken over een vermindering van fijnstofendotoxine emissie van de veehouderij; Voorzorg in het belang van de gezondheid van omwonenden is de drijfveer voor deze notitie.
De emissie van fijn stof uit de luchtwasser en de kachel is dusdanig verhit geweest, waardoor de mogelijke endotoxinen zijn gedood. Hiermee wordt voldoende gewaarborgd dat aan de adviesgrenswaarde kan worden
voldaan.
M.e.r.-beoordelingsnotitie ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
24
Ë_ IIMETS / Farmconsuit
4.6 Bodem Verwaarloosbaar en aanvaardbaar bodemrisico
Als binnen een inrichting bodembedreigende bedrijfsmatige activiteiten worden verricht, moet de kans op bodemverontreiniging tot een verwaarloosbaar minimum worden teruggebracht. In het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling staan algemene voorschriften opgenomen ten aanzien van bodembedreigende activiteiten (ook van toepassing op vergunningplichtige inrichtingen). Deze voorschriften betreffen verplichte maatregelen en voorzieningen om tot een ‘verwaarloosbaar bodemrisico’ te komen. Per activiteit is aan de hand van de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB 2012) het vereiste voorzieningenniveau bepaald om dit verwaarloosbaar bodemrisico te bereiken. In bestaande situaties waar achteraf geen voorzieningen meer aangebracht kunnen worden kan, na instemming van het bevoegde gezag, volstaan worden met een ‘aanvaardbaar bodemrisico’. Het bevoegd gezag moet daartoe wel met een maatwerkvoorschrift toestemming hebben verleend. Bodembeschermende voorzieningen en beheermaatregelen Bodembeschermende voorzieningen zijn fysieke voorzieningen, zoals vloeren, verhardingen en lekbakken. Deze voorzieningen moeten altijd in combinatie met de daarbij behorende maatregelen worden toegepast. Bij bodem beschermende maatregelen gaat het om bijvoorbeeld organisatorische maatregelen.
In de Activiteitenregeling is voor verschillende bedrijfsmatige activiteiten aangegeven welke combinaties van voorzieningen en maatregelen leiden tot een verwaarloosbaar bodemrisico en binnen die inrichting getroffen moeten worden zodat aan dit doelvoorschrift wordt voldaan. Hierbij is aangesloten bij de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB 2012). De NRB-aanpak is samen te vatten als ‘vloeistofdichte vloer of verharding’ met een minimum aan gedragsvoorschriften’ of ‘vloeistof kerende voorziening’ en/of lekbakken met een zwaar accent op de daarop toegesneden gedragsvoorschriften’. Voor activiteiten waarbij vloeistof
kerende
voorzieningen
worden
vereist, zijn in het Activiteitenbesluit
en Activiteitenregeling
specifieke
beheermaatregelen opgenomen. Ze zijn gebaseerd op de NRB en moeten in combinatie worden toegepast. Het gaat om een inspectieprogramma voor apparatuur en emballage en een spill-controleprogramma. Alle acties die bij een beheermaatregel horen moeten zijn uitgewerkt in procedures en werkinstructies. Algemene eisen voor bodem beschermende voorzieningen Bodembeschermende voorzieningen moeten zo zijn uitgevoerd dat het morsen/lekken (spills) van bodembedreigende vloeistoffen effectief wordt opgevangen en opgeruimd. Brandbare vloeistoffen en giftige stoffen moeten direct worden opgeruimd. Verder moet de voorziening bestand zijn tegen de inwerking van de stof en genoeg opvangcapaciteit bieden. Voorbeelden van bodem beschermende voorzieningen zijn absorbtiekorrels, lekbakken, mestdekplaten en olie-waterscheiders. Voor lekbakken stelt de Activiteitenregeling aanvullende eisen: vervuiling door hemelwater of andere stoffen moet worden voorkomen (afdekking of gescheiden opvang en afvoer van hemelwater), de opvangcapaciteit moet minimaal 110% zijn van de inhoud van de grootste verpakkingseenheid of opslagtank met als ondergrens minstens 10% van de inhoud van alle opslagen stoffen). Algemene zorgplicht Als algemene zorgplicht geldt dat bodemverontreiniging voor zover mogelijk wordt voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is zoveel mogelijk wordt beperkt.
Artikel 13 van de Wet bodembescherming (Wbb) is rechtstreeks van toepassing op de inrichting. Voor zover in de op te leggen voorschriften niet specifiek is vastgelegd welke bodem beschermende maatregelen moeten zijn uitgevoerd, dwingt artikel 13 van de Wbb tot een zorgvuldige bedrijfsvoering. In verband met de strekking van het begrip bodemverontreiniging is van belang dat het begrip bodem ook het grondwater omvat. Het melden van ongewone en gewone voorvallen
M.e.r-beoordelingsnotitie ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
25
Ë_ IIMETS / Farmconsuit met betrekking tot bodembescherming is geregeld in artikel 27 en 30 van de Wbb. Deze zorgplicht zal door de inrichting houder in acht worden genomen. Bodembedreigende activiteiten Een bodembedreigende activiteit is gedefinieerd de NRB. De volgende voorgenomen activiteiten worden als bodembedreigend aangemerkt: e Opslag niet-verpompbare mest
Opslag van effluent in silo Opslag zwavelzuur Transport zwavelzuur en spuiwater door bovengrondse leidingen Opslag reinigings- en ontsmettingsmiddelen in emballage Opslag houtsnippers. e Membraanbioreactor en een RO. (wel aanwezig, maar niet in gebruik) Opslag van niet-verpompbare mest Opslag van niet-verpompbare mest (vaste mest) vindt plaats op een vloeistofkerende vloer. Deze is afwaterend naar een afvoerpunt aangelegd. De afvoer is aangesloten op een mestdichte opslagvoorziening. De inhoud van deze opvangput wordt periodiek overgepompt naar de mestkelder om samen met de drijfmest conform de meststoffenwet uitgereden te worden. Opslag van effluent in bassin Het effluent (welke in vigerende vergunning wordt afgevoerd via het riool) wordt ter buffering opgeslagen
in betonnen polyestersilo. Het effluent bestaat uit water met daarin zouten (hoofzakelijk kalium en natrium) en humuszuren, Het is geen bodembedreigende stof. De silo is voor dit product een geschikte opslag. Opslag van zwavelzuur Het zwavelzuur voor de chemische luchtwasser wordt opgeslagen in een multibox. Deze opslag is voorzien van een dubbelwandige tank. Het personeel wordt geïnstrueerd over het gebruik van de zwavelzuuropslag en regelmatig vindt visuele controle op lekkage plaats. Bij elke opslag liggen handschoenen en een masker. De zwavelzuuropslag voldoet aan de regels voor (tijdelijke) opslag voor gevaarlijke stoffen (PGS-15). Transport zwavelzuur en chemisch
spuiwater door bovengrondse
leidingen
De leidingen voor het transport van zwavelzuur en chemisch spuiwater worden dubbelwandig uitgevoerd. De buitenwand bestaat uit HD polyester en de binnenleiding bestaat uit teflon. De leidingen liggen bovengronds en zijn dus makkelijk te inspecteren. De leidingen worden periodiek geïnspecteerd en onderhouden. Het personeel is hiertoe geïnstrueerd. Bovendien zijn immobilisatiemiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig. Op deze wijze worden aan dit leidingtransport voldoende voorzieningen en gedragsregels (incidentenmanagement) getroffen ter bescherming van de bodem. Opslag van reinigings- en ontsmettingsmiddelen
Reinigings- en ontsmettingsmiddel (zoutzuur) wordt opgeslagen in de originele verpakking. Het betreft een kleine hoeveelheid.
Gebruik en Opslag houtsnippers Voor de biomassakachel zijn houtsnippers nodig. Deze zijn van schoon hout en droog. Deze snippers zullen worden opgeslagen in de buitenlucht in een sleufsilo met betonvloer en betonnen wanden. Bij de kachel is een voorraadbunker aanwezig. Deze is eveneens voorzien van een betonvloer met betonnen wanden. In de
bunker bevindt zich een “walking floor” die de snippers aanvoert en m.b.v. een vijzel invoert in de kachel. Door de betonvloer wordt voorkomen dat stoffen door inspoelen of afspoeling in de bodem komen.
M.e.r.-beoordelingsnotitie ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
26
Ë_ IIMETS / Farmconsuit Door de getroffen maatregelen wordt het risico van verontreiniging van de bodem zo veel mogelijk vermeden volgens de NRB 2012.
4.7 Water Waterverbruik
Binnen het bedrijf wordt gebruik gemaakt van grond- en leidingwater. Het bedrijfswater wordt gebruikt als drinkwater dieren, reinigingswater en waswater luchtwassers.
Schatting waterverbruik (0.b.v. normen / nota's):
Drinkwater dieren
:10.771
m?/jaar
Luchtwassers (opgave leverancier):16 Totaal geschat waterverbruik :11.277
m3/jaar m3/jaar
Reinigingswater
:490
m3/jaar
Als waterbesparende maatregel worden de stallen ingeweekt, voordat ze met een hogedrukreiniger gereinigd worden. De drinkwatervoorzieningen zijn voorzien van lage drukleidingen. Alle reinigingswater en het hemelwater dat op de installatie en op de laad/losplaats valt wordt in het verwerkingsproces opgenomen, Afvalwater
Er wordt geen afvalwater geloosd op het oppervlaktewater. Hemelwater
Het schone hemelwater dat afkomstig is van daken en erfverharding wordt afgekoppeld.
afkomstig
van
het
bestaande,
vergunde
verharde
waterbergingsvoorziening en op het oppervlakte opgenomen in het proces van de installatie.
water.
oppervlak Het
hemelwater
wordt
Het hemelwater
opgevangen
afkomstig
op de
in
een
MVI
wordt
4.8 Energie In het kader van de omgevingsvergunning en bij een melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer is het van belang te weten wat het energieverbruik van de inrichting is. Inrichtingen kunnen in drie verschillende categorieën worden ingedeeld: kleingebruikers, middelgebruikers en de grootgebruikers. Hierbij is aansluiting gezocht bij het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het vergunningverleningsproces kan de Uniforme leidraad energiebesparing gebruikt worden. Energieverbruik kan in drie categorieën worden opgedeeld;
1. Kleingebruikers met een verbruik van minder dan 25.000 m? gas én minder dan 50.000 kWh elektriciteit. 2. Middelgebruikers met een verbruik van tussen de 25.000 m? en 75.000 m? gas of tussen de 50.000 kWh en
200.000
kWh
elektriciteit.
3. Grootgebruikers met een gasverbruik van meer dan 75.000 m? en/of een elektriciteitsverbruik van meer dan 200.000
kWh.
Voor kleinverbruikers worden geen voorschriften over het besparen van energie opgenomen in de vergunning. Bij middelgebruikers beoordeelt het bevoegd gezag of alle rendabele (BBT-) maatregelen zijn
M.e.r.-beoordelingsnotitie ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
27
Ë IIMETS / Farmconsuit genomen. Als dit niet het geval is kan het bevoegd gezag een haalbaarheidsonderzoek naar specifieke BBTmaatregelen eisen (brief van het Ministerie van VROM, kenmerk DGM/SB2007109294, januari 2008). Ten slotte geldt voor grootgebruikers dat het bevoegd gezag een energieonderzoek kan eisen.
Meten en registreren van energiegegevens
Energiebron
Wijze van registratie
Frequentie
Door wie?
Gas:
per meter
nV.t.
Ieverancier
Olie:
Per meter
Per levering
leverancier
Elektriciteit:
per meter
Ixpermaand _ [leverancier
Overzicht energiegebruik en —kosten Het gasverbruik zal ten gevolge van het voornemen dalen/stijgen ten opzichte van de vergunde situatie. Het elektriciteitsverbruik gasverbruik zal ten gevolge van het voornemen dalen/stijgen ten opzichte van de vergunde situatie.
Energiebron
Verbruik voornemen
‘Aardgas (verwarming stallen):
7.500 m?/j
Elektriciteit: Diesel:
210.000 kWh/j 4.000 liter
(geschat 0.b.v. normen /nota's)
Biomassa:
1.250 m°
Binnen de inrichting wordt gebruik gemaakt van krachtstroom (380 V)
Energiebesparende maatregelen
Binnen de stallen worden de volgende maatregelen getroffen om het energieverbruik tot een minimum te beperken: .
Alle
ventilatoren,
pompen
en
motoren
zijn
voor
zover
als
mogelijk
voorzien
van
een
frequentieregeling. Het toepassen van frequentieregelaars levert een besparing in energieverbruik e
e e
op van bijna 70% ten opzichte van het energieverbruik van een traditioneel ventilatiesysteem. De stallen en het gebouw voor de mestverwerking zijn voorzien van isolatie.
Het hele gebouw is voorzien van energiearme armaturen. De Hygiënisatie-unit s voorzien van een wisselaar. Hiermee wordt de inkomend lucht voorverwarmd door de uitgaande lucht uit het systeem.
M.e.r.-beoordelingsnotitie ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
28
%qrs / Formconseit 4.9
Natuur
4.9.1 Natura2000 gebieden In de omgeving liggen de volgende Natura2000-gebieden: e
Zwillbrockervenn
e
Korenburgerveen
Figuur:
Als een agrarisch bedrijf activiteiten wil uitvoeren die nadelige gevolgen kunnen hebben voor Natura2000gebieden is daar in veel gevallen toestemming in het kader van de Wet natuurbescherming voor nodig. Deze toestemming kan aangehaakt zijn bij een omgevingsvergunning. Aanhaken kan plaatsvinden bij eik soort omgevingsvergunning zoals bouwen, milieu, slopen etc. De omgevingsvergunning voor ‘natuur’ loopt via de zogenaamde omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM), zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het is ook mogelijke om deze toestemming niet te laten
M.e.r.-beoordelingsnotitie [ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
29
fi__ IIMETS / Farmconsuit aanhaken. Deze toestemming moet dan aangevraagd, dan wel te zijn afgegeven.
wel
voor
het
indienen
van
de Omgevingsvergunning
te zijn
Voor de voorgenomen activiteiten is op 25 oktober 2018 bij de provincie Gelderland een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd. De ontvangstbevestiging is bijgevoegd in de bijlage. Op 31 juli 2014 is een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet (Nbwet) verleend. Sinds 1 januari 2017 is de Nbwet vervangen door de Wet Natuurbescherming. De vergunde situatie in het kader van
de Wet natuurbescherming betreft 7.539,0 kg NH:/jaar. Het voornemen leidt tot een emissie van 9221,0 kg NH3/jaar. Voor NO leidt de aanvraag tot een emissie van 4993,0 kg per jaar. In het berekeningsprogramma AERIUS is het projecteffect van het voornemen. Hieruit volgt dat het projecteffect groter is dan 0,05 mol N/ha, hetgeen betekent dat voor het voornemen een vergunningplicht o.b.v. de Wet Natuurbescherming aan de orde is. Vervolgens is voor het voornemen een verschilberekening gemaakt met de vigerende Nbwet-vergunning als referentiesituatie. Hieruit volgt dat ten gevolge van het
voornemen de stikstofdepositie op de Natura2000-gebieden toeneemt met 0,32 mol N/ha). Hiervoor is in het kader van de programmatische Aanpak Stikstof (PAS) ontwikkelingsruimte nodig. De AERIUS-berekeningen zijn bijgevoegd in de bijlagen. Gezien de aard van de activiteiten en de ligging van de locatie is er geen sprake van overige effecten op Natura 2000-gebieden. Het voornemen leidt niet tot nadelige effecten op Natura2000-gebieden en staat vergunningverlening i.k.v. de Wet Natuurbescherming niet in de weg.
4.9.2 Flora en fauna
Menselijke (bedrijfs)activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor beschermde planten- en diersoorten. Flora en fauna wordt via de Wet natuurbescherming beschermd tegen de gevolgen van menselijke activiteiten. Als een agrarisch bedrijf activiteiten wil uitvoeren die nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde plant- en diersoorten, is daar in veel gevallen aparte toestemming nodig, namelijk de omgevingsvergunning voor ‘natuur’. Deze toestemming kan aangehaakt zijn bij een omgevingsvergunning, net zoals bij beschermde natuurgebieden. Het voornemen ziet niet toe op sloopwerkzaamheden, kappen van bomen, verwijderen van beplanting of dempen van sloten. De voorgenomen uitbreiding vindt plaats tussen op reeds bestaande verharding. Deze verharding vormt geen geschikte habitat voor beschermde soorten. Gezien het voorgaande is van een negatief effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde flora en fauna is dan ook geen sprake. Voor de voorgenomen activiteiten is geen toestemming op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig.
4.9.3 Natuurnetwerk
Natuurnetwerk is sinds 2013 de naam van de ecologische hoofdstructuur (EHS). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. Het vormt een belangrijk onderdeel van het natuurbeleid. Streven is de biodiversiteit in Nederland ten minste te stabiliseren, en dus verdere achteruitgang tegen te gaan: het door de EU aanvaarde standstillbeginsel. Sinds 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor natuurbeleid en de verdere ontwikkeling en beheer van het Natuurnetwerk.
M.e.r-beoordelingsnotitie ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
30
;g„_f{ì!sij FarmConsult
De inrichting ligt niet in of direct aan een gebied aangewezen als Natuurnetwerk. De inrichting ligt op ca. 175 meter van het dichtstbijzijnde gebied dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk. Figuur:
gging Natuurnetwerk
4.10 Landschap De inrichting zal landschappelijk worden ingepast. Dit is reeds in een eerdere procedure meegenomen. huidige aanvraag maakt niet dat de landschappelijke inpassing gewijzigd behoeft te worden.
M.e.r.-beoordelingsnotitie locatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
31
De
79…’:'‚?..”…@ FarmConsult 5
CONCLUSIES
Initiatiefnemer wil op de locatie aan de Oude Borculoseweg 5 in Groenlo de installatie wijzigen en/of uitbreiden voor het verwerken van mest. Op basis van de kenmerken van het project en de omgeving waarin het project plaatsvindt, kunnen zich waarschijnlijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu voordoen.
Deze (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsnotitie voorziet in alle voor de activiteit relevante informatie die het bevoegd gezag nodig heeft om het besluit op de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling te kunnen nemen.
M.e.r-beoordelingsnotitie ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
32
Aanvullende gegevens bij mer-beoordelingsnotitie (5 maart 2019) Voor de locatie
Oude Borculosewewg 5 7141 JA Groenlo
Kenmerken
van het project
Projectomschrijving
Vigerende vergunning De inrichting beschikt over een rechtsgeldige omgevingsvergunning voor het oprichten, veranderen en/of in werking hebben van een inrichting ex art. 2.1 lid 1 onder e Wabo (revisie kenmerk 2785 verleend op 17 oktober 2005, verandering bouwen, milieu en bestemmingsplan kenmerk Wabo 11.0470, verleend op 10 april 2012 en verandering milieu kenmerk OLO 1703339, verleend op 21 december
2015). De vigerende omgevingsvergunning is onherroepelijk en heeft betrekking op het houden van 2.154
vleeskalveren
tot circa
8 maanden
(Rav
A4.100)
en
op
het
in werking
hebben
van
een
mestverwerkingsinstallatie met een capaciteit van 36.000 m3. In de mestverwerkingsinstallatie wordt de mest van de dieren van de eigen bedrijven (Groenlo, Beltrum en Winterswijk-Woold) verwerkt. Daarnaast wordt er mest aangevoerd en verwerkt van collega veehouders in de regio. Wat gebeurt er in de mestverwerkinginstallatie: e De eerst stap is het scheiden van de mest in dun en dik (m.b.v. een decanter). e Het dunne gedeelte wordt vervolgens biologisch gezuiverd. Dit gebeurt in de nitrificatietank en denitrificatietank. Tijdens dit proces ontstaat er slib en effluent. Het slib wordt toegevoegd aan de dikke fractie.
e
Er komen dus 2 stromen uit de installatie, te weten dikke fractie en effluent. De dikke fractie wordt afgevoerd met vrachtauto's en het effluent wordt geloosd op het riool.
In de situatietekening vergund.
hieronder wordt
de installatie weergegeven
zoals deze op
10 april 2012
is
Situatietekening bouwaanvraag 2012 Leitat: 504 m
_8+
280 0
!
\\…… 2m
TI68t
Voerttsotevoer.
60 M2
S E
Feitelijke situatie De feitelijke situatie voor de kalverhouderij i in overeenstemming met de verleende vergunning van 17 oktober 2005. De feitelijke situatie voor de mestverwerkingsinstallatie is in overeenstemming met de
veranderingsvergunning van 21 december 2015. middels
Activiteitenbesluitmelding
van
15
Er is in werkelijkheid al een biomassakachel (gemeld
september
2016),
transformator,
luchtwasser
en
een
hygiënisatie-unit aanwezig. Naar achteraf bleek is er miscommunicatie geweest, waardoor de omvang van de installatie en het bouwvlak niet met elkaar in overeenstemming zijn. Hierdoor bleek achteraf dat het ook nodig was om
‚een bouwvergunning aan te vragen voor de biomassakachel, de transformator, luchtwasser en een hygiënisatie-unit. Wat niet ter discussie staat is de omvang van de installatie. Het is planologisch en vergunning-technisch toegestaan om 36.000 m? mest per jaar te verwerken.
Voorgenomen situatie Het voornemen heeft betrekking op het wijzigen van de mestverwerkingsinstallatie met nageschakelde technieken door het plaatsen van een hygiënisatie-unit, een biomassakachel, een warmtewisselaar en een
luchtwasser.
Het aantal te houden vleeskalveren en diercategorie blijft gelijk. Er is geen sprake van het vergroten van de capaciteit van de installatie. De capaciteit blijft 36.000 m?/jaar. Met deze nageschakelde technieken wordt alleen de uitgaande stroom van de dikke fractie verder opgewaardeerd. De volgende aanpassing van installatie vindt plaats: e Vanuit het gebouw (t.b.v. vast mest) gaat de mest in de nieuwe situatie naar de hygiënisatieunit. Dit is een banden droger, waarover de mest wordt getransporteerd. Door de banden met
daarop de mest wordt warme lucht geleid. Hierdoor wordt de dikke fractie droger en gaat het
droge stof percentage omhoog. Tevens wordt de dikke fractie zolang(zodanig) verhit dat deze vrij van ziektekiemen is geworden en geëxporteerd mag worden. De controle op het hygiëniseren wordt uitgevoerd door de NVWA. Om warme lucht te maken is een biomassakachel geïnstalleerd die radiatoren verwarmd. Een drietal ventilatoren zorgen ervoor dat de buitenlucht wordt aangezogen. Deze buitenlucht gaat door de radiatoren, door de mestbanden, de warmtewisselaar en tot slot door de luchtwasser. De wisselaar zorgt ervoor dat de uitgaande energie van de warme lucht hergebruikt wordt om
de inkomende lucht voor te verwarmen. Tevens zorgt de wisselaar ervoor dat stof, ammoniak en geur neerslaat. De luchtwasser aan het eind van dit circuit zorgt ervoor dat de nog aanwezige ammoniak, geur en fijnstof tot een minimum worden gereduceerd. Voor het opslaan van de gedroogde gehygiëniseerde dikke fractie worden containers geplaats. Over deze nageschakelde technieken wordt een overkapping gebouwd.
Tevens is er een omgekeerde-osmose-installatie geplaatst. Deze installatie is niet in gebruik en wordt alleen vermeld, omdat deze aanwezig is op het bedrijf. Daarnaast heeft Liander in 2017 een transformatorhuisje geplaatst. Deze is nodig voor het bedrijf aan de Oude Borculoseweg 5 en heeft daarnaast ook de functie als “ringleiding” om de stroomvoorziening in de buurt te kunnen waarborgen. In de situatietekeningen hieronder wordt de beoogde situatie weergegeven van de installatie. Tevens is hierbij aangegeven welk deel van de installatie nu niet in het bouwblok valt en
waarvoor de activiteit strijdig gebruik bestemmingsplan van toepassing is. Daarnaast is er tekening met plattegrond en doorsnede bijgevoegd waarin de verschillen t.o.v, de beoogde situatie en de vigerende bouwkundige situatie uit 2012 worden weergegeven. (de volledige tekening wordt als separate bij! toegevoegd) Oppervlakte buiten boywblok: 488
m?
e BF m i
+01 3
r e
Situatietekening beoogd (in het rood weergegeven) t.0.v. vigerend
Plattegrond
De volgende activiteiten zijn nodig zijn om het project te kunnen realiseren: bouwen
Ten behoeve van de hiervoor omschreven installaties (hygiënisatie-unit, biomassakachel, warmtewisselaar en een luchtwasser) en de containers voor de opslag van de dikke fractie wordt een nieuw gebouw geplaatst. Voor dit gebouw het transformatorhuisje en de spuiwatersilo wordt een bouwvergunning aangevraagd. Het transformatorhuisje is van Liander en is daarom vergunningsvrij. Voor de volledigheid wordt dit bouwwerk wel meegenomen op de tekeningen. De bouwactiviteit betreft het legaliseren van de wijzigingen aan de in 2012 vergunde installatie.
Daarnaast betreft het de bouwkundige toevoeging van de uitbreiding van de mestverwerkingsinstallatie met een nageschakelde techniek ten behoeve van het hygiëniseren / drogen van de mest. strijdig gebruik bestemmingsplan Voor het deel van de installatie en de bouwwerken welke buiten het bouwblok vallen en de uitbreiding van de mestverwerkingsinstallatie met een nageschakelde techniek zal de gemeente Oost Gelre om
toestemming wordt gevraagd. Hiervoor zal de omgevingsvergunning
‘handelen in strijd met de
ruimtelijke regels’ worden aangevraagd. Met de gemeente Oost Gelre is er overleg geweest. De merbeoordelingsnotitie bevat voldoende informatie om de hiervoor benodigde ruimtelijke onderbouwing op te stellen. Daarnaast geeft de gemeente Oost Gelre aan dat er voor de omschreven nageschakelde technieken planologisch gezien geen noodzaak is voor het opstellen van een m.e.r. milieu
Door het uitbreiden van de installatie met nageschakelde technieken wordt de uitgaande dikke fractie verder opgewaardeerd. Met andere woorden: het product wordt gehygiëniseerd zodat het geen ziektekiemen meer bevat. Tevens wordt het product droger, waardoor het flink afneemt in volume. Hierdoor zijn er aanzienlijk minder transporten nodig om de dikke fractie af te voeren, De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten worden in de verschillende hoofdstukken van de m.e.r.beoordelingsnotitie nader toegelicht. Daarnaast zijn er een aantal externe rapporten opgesteld om de emissies van geluid, geur en fijnstof vanuit de inrichting aan de Oude Borculoseweg 5 in beeld te brengen en te toetsen en de geldende normering.
Aanvullingen op enkele hoofdstukken uit de mer-beoordelingsnotitie:
4_ _________NATUURBESCHERMINGSWETGEBIEDEN
De Natuurbeschermingswetgebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden).
Natura 2000-gebieden
Figuur
bestaan
uit
Natura
2000-gebieden
Afstand tot Natura 2000-gebieden: Korenburgerveen: 6,4 km Stelkampsveld: 11,4 km Buurserzand & Haaksbergerveen: 11,5 km
1: Ligging Natura 2000-gebieden
In de voornoemde Natura 2000-gebieden wordt de kritische depositiewaarde overschreden. Dit betekent dat iedere toename in ammoniakdepositie
significant
nadelige
effecten
kan
veroorzaken
instandhoudingsdoelstellingen voor de verschillende gebieden.
Natuurbeschermingswetvergunning
op
de
Op 25 oktober 2018 is een aanvraag Wet natuurbescherming ingediend voor dit initiatief. Voor het voornemen is ontwikkelruimte nodig. Deze ontwikkelruimte kan onder het PAS worden toebedeeld.
Het voornemen in relatie tot de Wet natuurbescherming staat verder uitgewerkt in de ingediend mer-beoordeling onder 4.9.
4,
FLORA
Wet natuurbescherming
De bescherming van soorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Hierin zijn bepalingen opgenomen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze wet is een aantal planten- en diersoorten aangewezen die licht, middelzwaar of zwaar beschermd zijn. Voor licht beschermde soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke projecten. Voor middelzwaar beschermde soorten geldt alleen een vrijstelling wanneer de beoogde werkzaamheden worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor zwaar beschermde soorten dient bij ruimtelijke ingrepen ontheffing te worden aangevraagd. Behalve de Wet natuurbescherming is ook de Rode Lijst van belang, waarop zeldzame en bedreigde soorten zijn opgenomen. Bij concrete planologisch uitwerkingen dient te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen. Daarnaast moet bij elk bouwplan worden nagegaan wat de effecten van de ruimtelijke ingreep voor de aanwezige flora en fauna tot gevolg kan
(soortenbescherming)
EN
FAUNA
hebben.
Veel zeldzame en bedreigde plantensoorten, die wel op de Rode Lijst staan, maar ook libellen, vlinders en vissen vallen niet onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijst heeft geen juridische status en bescherming kan niet wettelijk worden afgedwongen; wel geldt in zijn algemeenheid vanuit de Wet natuurbescherming de zorgplicht. De locatie waar de mestverwerkingsinstallatie is gerealiseerd ligt in het bestaande bouwblok op het huidige erf en slechts gedeeltelijk in agrarisch grasland(weide). Voorkomen van beschermde soorten op dit stuk grond is hierdoor niet aannemelijk. De locatie is niet gelegen in een weidevogelgebied. Voor vogels geldt een algemene bescherming, waarbij het verboden is vogels en hun nesten in het broedseizoen te verstoren. Dat betekent dat het in die periode niet is toegestaan om werkzaamheden in een gebied te starten die bedreigend zijn voor broedvogels, Voor de meeste soorten geldt een broedseizoen van 15
maart tot en met 15 juli. Wanneer vóór het broedseizoen wordt gestart met de schadelijke werkzaamheden,
is de kans gering dat daar broedvogels gaan
nestelen.
De projectiocatie bestaat uit bebouwing, erfverharding, en erfbeplanting en omliggende agrarische landerijen. Er is geen watergang in de directe nabijheid van de projectlocatie. De voorgenomen activiteiten hebben betrekking op het wijzigen van een reeds aanwezige mestverwerkingsinstallatie op bestaand erf en aangrenzend agrarisch bouwland.
LANDSCHAP
Het oorspronkelijke erf aan de de Oude Borculoseweg bestaat uit een boerderij met stenen schuur, met het achtererf(bedrijfsgedeelte) niet gericht op de weg.
Op het achtererf staan verschillende stallen en gebouwen, haaks en parallel geplaatst. Het erf heeft een toegangweg van zo'n 100 meter.
Figuur2: Streetview erf aan de Oude
Borculoseweg 5
Streetview
van
west
naar
oost
De stallen en de werktuigenberging zijn opgericht binnen het bestaande bouwblok. De mestverwerkinsinstallatie is gedeeltelijk buiten het bouwblok
gerealiseerd. Om het erf zal bestaande beplanting zoveel mogelijk blijven bestaan, zodat het bestaande erf en omliggende landschap zo min mogelijk zal worden
verstoord.
BODEM
De bovengrond op de locatie bestaat overwegend uit donkerbruin, matig fijn zand. Daaronder bestaat de ondergrond overwegend uit lichtbruine, zwak
zandige leem. In het kader van de aanvraag Omgevingsvergunning is een bodemonderzoek uitgevoerd door Milieutechniek Rouwmaat. Conclusie uit het rapport:
e
De aangetroffen matig verhoogde gehalten aan koper en nikkel in het grondwater overschrijden de waarde voor nader onderzoek, Nader onderzoek
e
is in het kader van
een
nulsituatie onderzoek
niet
doelmatig. Daarnaast zijn de gehalten waarschijnlijk van nature aanwezig in de bodem. De nulsituatie van de bodem is in voldoende mate vastgelegd. Bij bedrijfsbeëindiging of een herhalingsonderzoek in de toekomst (eindsituatie onderzoek) kan bekeken worden of de bodembedreigende activiteiten hebben geleid tot een bodemverontreiniging.
Op basis van dit rapport en het feit dat voor het plaatsen van de nagschakelde technieken geen grondwerk hoeft plaats te vinden is de verwachting dat, er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor het realiseren van de nageschakelde technieken t.b.v. de mestverwerkingsinstallatie.
ARCHEOLOGIE
In het bestemmingsplan is voor de locatoie aan de Oude Borculoseweg een zonering m.b.t. archeologische verwachtingswaarde opgenomen. De locatie ligt binnen 2 van deze zoneringen. Dat betekent dat niet gebouwd mag worden als niet op basis van onderzoek is komen vast te staan dat archeologische waarden niet worden verstoord.
Voor bouwwerken kleiner dan 100 m? of 2500 m? en niet dieper dan 30 cm geldt deze verplichting niet. Tevens geldt deze verplichting niet als op basis van nader onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Figuur 3:
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
EJ
waarde
Op de bijgevoegde uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan is te zien waar het bouwblok ligt ten opzichte van de verwachtingswaarden.
WATER
Locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied, deze ligt op ruim 2,6 km afstand. De locatie bevindt zich niet binnen een beekdal, primair watergebied of een stedelijke watercorridor. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast.
Er ligt bij de locatie geen beschermingszone van een hoofdwatergang of watergang van het Waterschap. Hiermee hoeft dan ook geen rekening gehouden te worden.
Figuur 4.
Ligging .0.v. grondwater‘beschermingsgebied
VERKEER
De Oud Borculoseweg is te typeren als een plattelandsweg in het buitengebied. De weg is een binnendoor weg van Groenlo naar onder andere de dorpen Beltrum, Borculo, Haarlo. De weg wordt over het algemeen gebruikt door bestemmingsverkeer en bewoners van het gebied. Door de zeer slechte ontsluiting van het industrieterrein de Laarberg richting Borculo wordt de weg ook veel gebruikt door vrachtwagens, busjes en auto's die op de Laarberg moeten zijn. Daarnaast wordt de weg ook veel gebruikt door landbouwverkeer.
De inrichting Oude Borculoseweg 5 wordt aan een zijde van de weg ontsloten. De locatie is aan de noordzijde voorzien van een inrit. Binnen de inrichting is voldoende manoeuvreerruimte, waardoor vrachtwagens niet op de openbare weg hoeven te keren of achteruit te rijden. Op het erf is ook voldoende parkeergelegenheid aanwezig.
Figuur 5: Weergave infrastructuur
G EXTERNE
VEILIGHEID
Sinds 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Hierin zijn regels gesteld teneinde de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Bedrijven die onder het besluit vallen zijn onder meer grote chemische bedrijven, Ipgtankstations en bedrijven die 10.000 kilo of meer chemicaliën opslaan. Het besluit verplicht gemeenten rekening te houden.
en
provincies
voortaan
met veiligheidsnormen
'Op basis van de Risicokaart van de provincie Gelderland blijkt dat in de directe omgeving van de locatie geen risicovolle bedrijven zijn gevestigd die vallen onder het Bevi. De basis voor de risicobenadering bij het vervoer van gevaarlijke stoffen (over weg, water en spoor) ligt in "Omgaan met risico's". De algemene uitgangspunten zijn uitgewerkt in de "Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen" (RNVGS). Sinds augustus 2004 is er sprake van een "Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen". Met deze circulaire wordt het beleid als vervat in de RNVGS verder geoperationaliseerd en
verduidelijkt.
In de nabijheid
van
de locatie
is sprake
van
routes
voor
het vervoer van
gevaarlijke stoffen. Deze mogen over de N18 worden vervoerd. De afstand van de locatie ten opzichte van deze weg is echter dermate dat geen nader onderzoek nodig is. Verder dient voor wat betreft het aspect externe veiligheid rekening te worden gehouden met buisleidingen. In de nabijheid van de locatie Oude Borculoseweg 5 is sprake van een aardgastransportleiding De locatie ligt zon
525 meter van deze leiding af. Nader onderzoek is daarmee niet nodig.
79…’:'‚7..’9…@ FarmConsult BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9:
Bedrijfsontwikkelingsplan Dimensioneringsplan Aanvraag Wet natuurbescherming vergunning Stikstofdepositie berekeningen (AERIUS) Geurberekening BuroBlauw (BL2018.8726.02-V07) Fijnstof berekeningen BuroBlauw (BL2018.8726.03-V05) Emissieonderzoek BuroBlauw (BL2018.8726.01-V02) Akoestisch rapport Plattegrondtekeningen milieu
M.e.r-beoordelingsnotitie ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
33
fi(„ IIMETS / Farmconsuit Bijlage 1: _ Bedrijfsontwikkelingsplan Vigerende vergunning: 1.
Het houden van vleeskalveren (zie onderstaande tabel) e
e n
edrijfstoraal|
_7539,00
TA
T
oom
70 votaal
e
vans
e
r E w w w
orstar|
naweode
omschrijingeL
2 | E [ 3 | [ a | [ s |
aa
Jveigenssetrasene] e bregensetssene| reseniseineene bregensetssene|
[
2.
aam aam aam
__
dierstegrie
e E a e e
#deren|
““aier
[ 526 | E | 2 | | 0 | | o |
a E a a a
7
Ginstot/
' _
totli
| | | [
e 2 s a
|oue /irtotatOwe|
| e E | e | e | e
[ a
e
|
nzot
_
e
J
oo
E
| an2 | | n [ a | z [ z
| am | 1e | G
Het inwerking hebben van een biologische mestverwerkingsinstallatie met een capaciteit van 36.000 m3 per jaar.
Beoogde situatie 1.
Het houden van vleeskalveren (zie onderstaande tabel) E
T Bedrijfstotaal]
7539,00 _7539,00
T 764
TL
oo
70ez totaal
a E
grst|
r |
maweode
1 | aam
w [ 2 | aam D E MT
4
' _
Drergenisstngsene] saveen [ 34
|a
|
n
|
e
[ a
bregensetssene| e e e
| 28 | E
a e
|
s
|
e E
510
35
1785
o
__
dereegrie # dren|
A4.100 |overige huisvestingssystemen| ‘esskalveren E
n [ s | aam 2.
19 “aier
omschingGn
reseniseinsene e
| o
|
a
|
ttaarms
e
stot/ ntot EE / _ e
/ i ttaatovel
|
n
J 10
|o E
s E
|
36
18156
3
16830
e
| a
a
| am
[
om E
Het inwerking hebben van een biologische mestverwerkingsinstallatie met een capaciteit van
36.000 m? per jaar. Het voornemen heeft betrekking op het wijzigen van de mestverwerkingsinstallatie met nageschakelde technieken in de vorm van het plaatsen van een hygiënisatie-unit, warmtewisselaar en een luchtwasser.
M.e.r.-beoordelingsnotitie locatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
79…’:'‚?.”…G FarmConsult Bijlage 2:
Dimensioneringsplan
M.e.r.-beoordelingsnotitie [ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
35
Dimensioneringsplan ITB 90% chemische wasser pluimveehouderij en vieeskalveren. Opdrachtgever
naam
(geanonimiseerd) -_
aa
paals
groento
poscaoe teteconnumner
Locatie e pescaoe: daa
de hoger
Vaste gegevens Macnale ctsnenes i fzugkanaal Hoevelhid m vntatelcht ersecte: Ametrgen n erseele van ZOOD Neto aonroomoppentate P secie
Opperdak em Paloidke
(
_
45m 20000 m 1897 e r Gienz
pr secte
15
wasor
dk
150 mamapaktet
Materaal pelt Macmae specteke oo
e> 2854
namzur
touen cewasser
Sta numeer
1 anmonek
redetie]
os
Groenlabelnumemer(lBWirUmme)
Ventiatiebeh
_
f
Dieren
ii
Viesksren (BWL 2007 04} Openren € 53 (BWL 200706} Opkhenmen £ 15 (BWL 200707) Oplokhenen£ 9. (EW 2007 08
BWL 20704 EW 207.06 EW 20707
A4.1 Veestaheren €15 Opekbemen «181 E154. Opbkperen 8 win
EW EW EW EW EW
207.08 207.06 20707 207.08 207.08
E19 Optsberen 18 i £25. Legippen en ouderderenlegrassen E 25 Logippen en ouerderen legrassen £2-10 Legkippen en ouerderenegrassen E46 Ouderdere veeskuzens
GW
207.08
Weeskukans
€ £ 6
WL
€54
rm
Pl
Veeskiers
ri
Aantal _ LCOm (Ph) _ Geltidoneit Toaa (m}
Legippen 25 (BWL 200706) Legppen E2 54 [BWL 200707) Lezppen E 210 (BWL 200708} Oeeen
hoog
om om 2HNET
Specliek opppenvakte paket:
Lentanaal
< 2,25 melr t
(189x097)
dem
Druppearger eïntegrerd n waspaket T G waspaket Type paket:
Tipe wasse
Mz
200708
uivoerig r sea agere vntiaiecapacteit Dieren a afzuging orgaisch Groger
° H H H
20 EA s 5
s 4 4 4
D D D D
H H H
o ox 654
4 4 4
D D D
H
1368
4
H
Toaar GISioUme (} _ Toaal(7eny
Kimaatgroep puemvee
25
Ventiatiebehoefte tbv geurberekening met
V-Stacks
Veeskaeren (BWL 20074 Opikhemen® 153 3WL 200709} OptkhennenE 15 (WL 2007.7) Optkhennen& 9. (BNL 200708 Legkipen E 25:. (BWL 200706) Leokipen E25.4. EW 200707) Legipen E 2 10 (BWL 200708} Odderderen Weerkukens € 46 (BWL 200708 afziging orgeneche Goger
° H H H H H H H D
10
2
65000 70 65000
° H H H H H H H
aa
T
D
7004
5000 6500
7
Berekende gegevens uchtkanaal Opperdak ucikanaa (stendaard)
a0m
nien asser n ricen
201m
erkaraat
Berekende gegevens wasser
Velume wasserstket
Minimale aarstromopper/kte
sm
1999 7
Bepaling grootte van de wasser en emissiepunt Aarilssctes
400
Wekeije aansrooroppeviakte Wekelij oom waseerpadet Opperiak sepent Dameter mzsieint Berckering ehtsrened
1648 7 79m sm 230m 274 oo
Berekende
hoeveslheid watergebruik
Berekende
hoeveelheid zuurgebruik
Berekende hoeveelheid spuiwater
suks
(mal r
opervak enisipent / 3600}
16 majaar 10000 Herjaa (,53 r e0 naiasr
zwavetzur
pekg ammorak}
;g„_f{ì!sij / FarmConsult Bijlage 3:
_Ontvangstbevestiging aanvraag Wnb-vergunning Datam 26102018 Zaaknummer
2018-012819 Onderwerp
Ontvangstberestging Inichtingen bij
| Taw.
Provineisloker
de heer/mevrouw
0263599999 post@gelderandnl
Postbus 92 7240
AB
LOCHEM
vebrefde.
12502018
‘met kenmerk
onderwerp
: Aanvraag ontheffing;/vergunning Wob. Oude Borsalogenng 5te Eorenlo 25202048
isontvangenop
n toegezonden
:vVa
aam afdeling/team Beste meneer, mevrouw,
Wij hebben w zanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming Binnen 20 weken nemen wij een besluit op uw 2anvr22g-
in behandeling genomen.
Het besluit wordt eers n ontwrerp vastgesteld en zes weken terinzage gelegd op wo.overheid.nl. | Belanghebbenden kunnen in deze periode reageren op het ontwerpbesluit. Vragen? Neem daarvoor contactop met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Hou het zaaknummer van deze briefbij de hand. Wij kunnen u dan sneller helpen. Met vriendelijke groet,
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Dit bericht is automatisch aangemaakt en is daarom niet ondertekend.
Markt
24 | 6814
0G
Ambem
Postbas 9090 | 6800 GX Armbemn
BNG BIC
02635999 99 post@geldertnd.nl e gelderland nl
Bank Den Haag
NL74ENGHO285010824 code
ENG
Btw-nammer: TE nammer:
Bank:
BNGHNL2G
provincie Gelderland
NL001825100203 1468751
M.e.r.-beoordelingsnotitie [ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
36
fi__ IIMETS / Farmconsuit Bijlage 4:
_Stikstofdepositie berekeningen
(AERIUS)
Verschilberekening AERIUS.
M.e.r-beoordelingsnotitie ocatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo
37
IUS & CALCULATOR Dit document bevat resultaten van een
stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator. U dient dit document te gebruiken ter onderbouwing van een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming. De resultaten geven de stikstofeffecten van deze activiteit weer voor Natura 2000-
gebieden. AERIUS Calculator maakt enkel voor de PAS-gebieden inzichtelijk welke stikstofgevoelige habitattypen er voor Romen en op welke hiervan een effect is. Op basis hiervan is aangegeven voor hoeveel hectares ontwikkelingsruimte benodigd is. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx), of één van beide. Hiermee is de depositie van de activiteit berekend en uitgewerkt. Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in de Calculator.
Berekening Vigerend »
Kenmerken
» Samenvatting emissies » Depositieresultaten
» Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een
bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en
FESTEWeBESnib
RRSVEHpR73TC 23 oktober 2018) Dagina1/58
Benodigde ontwikkelingsruimte
AERIUS
& CALCULATOR
Contact
Activiteit
_ Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
(geanonimiseerd) |
Oude Borculoseweg 5, 7141 JA Groenlo
_ omschrijving
AERIUS kenmerk
verschilberekening
RRSVFHpR73TC
Datum berekening
Rekenjaar
Rekeninstellingen
23 oktober 2018, 15:33
2018
Berekend voor Wnb.
Totale emissie
Resultaten Hectare
situatie1
situatie2
Verschil
NOx
-
4-993,00 kg/j
4-993,00 Kg/j
NH3
7.539,00 kg/j
9.221,00 kg/j
1.682,00 kg/j
_
Natuurgebied
Verschil
_
Buurserzand & Haaksbergerveen
+0,32
met
hoogsteverschil (mol/ha/i)
Toelichting _ Verschiberexeningvan de vigerende siuatie to.. de voorgenomensiuatie
Benodigdeonwikkelingsruimte
_
Vigerend voornemen
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina2/38
AERIUS
@ CALCULATOR
Benodigde ontwikkelingsruimte
_
Emissie NH3
Emissie NOx
stalG
322,00 kg/j
-
stalH
1.008,00 kg/j
-
stal] Landbouw | Stalemissies
1439,00 Kg/j
-
stalK
1.785,00 kg/i
-
3.290,00 kg/j
-
Locatie Vigerend
Emissie
Bon
Setor
Vigerend
I
I
Landbouw | Stalemissies
Landbouw | Stalemissies
Landbouw | Stalemissies
stalL Landbouw | Stalemissies
Benodigdeonwikkelingsruimte
_
Vigerend voornemen
RRSVIHpRTSTC 23 oktober z018) pagina 3/38
AERIUS
@ CALCULATOR
Benodigde ontwikkelingsruimte
_
Emissie NH3
Emissie NOx
-
499300 kg/j
Locatie voornemen
Emissie
Brn
Setor
voornemen
BB
kachel
Landbouw | Vuurhaarden, overig
Luchtwasser
1.682,00 kg/j
-
322,00 Kg/j
-
stal H
1.008,00 kg/j
-
stal)
1139,00 kg/j
-
stal K
1.785,00 kg/i
-
len] Landbouw | Mestopslag stal G Landbouw | Stalemissies
I
I
I
genodigdeonwikkelingsruime
_
Vigerend voornemen
Landbouw | Stalemissies
Landbouw | Stalemissies
Landbouw | Stalemissies
RRSVIHRISTE (23oktoberz018) pagina
4/38
AERIUS @ CALCULATOR
Bron
/
Benodjgde
Emissie NH3
Emissie NOx
3.290,00 kg/j
-
ontwikkelingsruimte
Sector
stalL Landbouw | Stalemissies
Benodigdeonwikkelingsruimte
_
Vigerend voornemen
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina5/38
AERIUS
Resultaten
_
Natuurgebied
(mol/ha/j)
Benodigde ontwikkelingsruimte
Hectare met hoogste verschil Situatie
Situatiez
Verschil*
Buurserzand & Haaksbergerveen
135
167
+032
Korenburgerveen
128
149
+0,21
Witte Veen
0,63
081
+048
Stelkampsveld
0,68
081
+033
Bekendelle
0,53
0,65
+012
Willinks Weust
0,47
0,58
+012
Aamsveen
037
0,48
+01
Lonnekermeer
036
0,46
+00
Borkeld
0,28
037
+0,08
Landgoederen Oldenzaal
0,28
0,36
+0,08
Dinkelland
022
029
+0,07
Lemselermaten
022
0,29
+0,07
Wooldse
0,26
032
+0,07
Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek
0,20
0,26
+0,06
sallandse Heuvelrug
047
0,23
+>0,05
Rijntakken
047
022
+0,05
Springendal & Dal van de Mosbeek
016
021
+0,05
Bergvennen & Brecklenkampse Veld
014
019
+0,04
Veluwe
014
019
+0,04
Landgoederen Brummen
073
47
+0,04
Wierdense Veld
013
016
+0,04
PAS-
gebieden
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Vigerend
Veen
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina6/38
Benodigde ontwikkelingsruimte
AERIUS @ CALCULATOR
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
Engbertsdijksvenen
012
0,16
+0,04
Boetelerveld
0,09
Vecht- en Beneden-Reggegebied
0,08
om
+0,03
Bargerveen
0,04
0,06
+0,02
sint Jansberg
0,04
0,06
+0,02
Maasduinen
0,05
0,06
+0,01
Zeldersche Driessen
0,04
>0,05
+0,01
+0,03
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, danis de ‘hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting ussen haakjes aangegeven.
Benodigde ontwikkelingsruimte
Vigerend voornemen
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina7/38
AERIUS @ CALCULATOR Resultaten
/
Benodjgde
ontwikkelingsruimte
Buurserzand & Haaksbergerveen
per
habitattype (mol/ha/j)
Habitattype
Hectare met hoogste verschil Sîtuatiez
Verschi*
Hg1Do Hoogveenbossen
135
167
+0,32
H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
129
159
+0,30
HgrEoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
_ 1,22
150
+0,28
Hgo10A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,99
124
+0,25
Hao3o Droge heiden
0,90
11
+0,22
H5130 Jeneverbesstruwelen
081
101
+0,20
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,70
0,88
+0,18
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,70
0,87
+047
H710A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap)
0,62
0,78
+045
_ 0,60
0,74
+0,15
H7230 Kalkmoerassen
01
052
+om
H71g0A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
0,42
0,53
+0,10
ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
Benodigdeonwikkelingsruimte
_
Vigerend voornemen
Situatier
RRSVIHpRTSTC 23 oktober z018) pagina 8/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Korenburgerveen Habitattype
Benodigde ontwikkelingsruimte
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
128
149
+0,21
HgrEoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
101
120
+08
H7210 Galigaanmoerassen
0,98
116
+0,8
H71g0A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
0,99
147
+08
H6q10 Blauwgraslanden
0,86
+0,5
H7noA Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap)
0,89
+0,15
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
0,86
+015
ZGH71g0A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
0,82
+013
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,82
+033
Hg1Do Hoogveenbossen
0,74
+0,12
ZGH3130 Zwakgebufferde vennen
061
+9m
Vigerend
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina 9/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Witte Veen Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie
Situatiez
Verschil*
Hgo1oA Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,63
0,81
+0,8
Hao3o Droge heiden
057
0,74
+047
H3160 Zure vennen
0,48
0,60
+03
H3130 Zwakgebufferde vennen
039
051
+0,12
Hg1Do Hoogveenbossen
0,43
0,55
+om
H710B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,40
051
+9
ZGHgonoA Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,38
0,48
+010
Stelkampsveld Habitattype
Hectare met hoogste verschil situatie
Situatiez
Verschil*
0,68
0,81
+03
Hgo10A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,61
0,72
+012
Hao3o Droge heiden
0,57
0,67
+010
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,55
0,65
+0,10
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,49
057
+0,08
H623ovka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
0,41
0,49
+0,08
H6g10 Blauwgraslanden
0,35
0,43
+0,07
H7230 Kalkmoerassen
035
043
+0,07
HgrEoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
Benodigde ontwikkelingsruimte
Vigerend
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina10/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Bekendelle Habitattype
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
Hg120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,53
0,65
+0,12
Hg160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
051
0,62
+0,12
Hg1EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,51
0,62
+0,12
Willinks Weust Habitattype
Benodigde ontwikkelingsruimte
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
Hg160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,47
0,58
+0,12
Hg120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,47
0,58
+0,12
Hs130 Jeneverbesstruwelen
01
0,51
+0,10
H6g10 Blauwgraslanden
041
051
+0,10
H623ovka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
o
051
+0,10
Vigerend
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina1/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Aamsveen Habitattype
Benodigde ontwikkelingsruimte
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
Hg1EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,37
0,48
+0,m
Hg120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,37
+0m
ZGH91EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,37
+0,m
H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
036
0,46
+0,10
H3130 Zwakgebufferde vennen
034
0,43
+0,10
Hgo10A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,33
0,42
+0,10
H6g10 Blauwgraslanden
0,30
039
+0,09
Hr150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,29
037
+0,08
H623ovka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
029
037
+0,08
ZGH7120h Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
0,26
034
+0,08
Hgozo Droge heiden
021
0,28
+0,07
H710A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap)
0,22
0,28
+0,06
Vigerend
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina12/38
AERIUS @ CALCULATOR
/
Benodjgde
ontwikkelingsruimte
Lonnekermeer
Habitattype
Hectare met hoogste verschil
Situatie
Situatiez
Verschil*
Hgozo Droge heiden
0,36
0,46
+0,10
HgotoA Vochtige heiden (hogere zandgronden)
036
0,46
+010
H3160 Zure vennen
0,36
0,46
+0,10
H6g10 Blauwgraslanden
0,33
0,93
+0,10
H3130 Zwakgebufferde vennen
031
01
+0,09
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,25
0,32
+0,07
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
0,23
029
+0,07
Borkeld
Habitattype
Benodigdeonwikkelingsruimte
_
Hectare met hoogste verschil Situatiez
Verschil*
H5130 Jeneverbesstruwelen
0,28
037
+0,08
Hgo30 Droge heiden
027
0,35
+0,08
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
025
033
+0,07
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
022
0,29
+0,06
Hgo1oA Vochtige heiden (hogere zandgronden)
015
018
+0,04
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
012
015
+0,03
H3160 Zure vennen
on
014
+0,03
Vigerend voornemen
Situatie1
RRSVHPRI3TC 23 oktober2018) pagina13/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Landgoederen Oldenzaal Habitattype
Benodigde ontwikkelingsruimte
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
Hg120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,28
0,36
+0,08
Hg160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,26
034
+0,08
ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,27
0,35
+0,08
HgrEoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,26
034
+0,08
ZGH9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0;19
024
+0,06
H9999:50 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H4030)
017
0,22
+>0,05
Vigerend
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina14/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Dinkelland Habitattype
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
Hg1EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
022
029
+0,07
ZGHg1EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
019
024
+0,06
H6120 Stroomdalgraslanden
077
0,22
+>0,05
Hao30 Droge heiden
06
021
+0,05
Hgo1oA Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,16
021
+0,05
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
016
021
+0,05
H9999:49 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H3130)
012
06
+0,04
015
+0,04
ZGHgo1oA Vochtige heiden (hogere zandgronden)
Benodigde ontwikkelingsruimte
H6g10 Blauwgraslanden
012
06
+0,04
H3130 Zwakgebufferde vennen
om
0,15
+0,03
ZGH6410 Blauwgraslanden
014
+0,03
ZGHg030 Droge heiden
073
+0,03
Vigerend
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina15/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Lemselermaten Habitattype
Hectare met hoogste verschil siuatier
Situatiez
Verschi*
Hg1EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
022
029
+0,07
Hgo10A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
020
0,26
+0,06
Hr150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
020
0,26
+0,06
H7230 Kalkmoerassen
019
025
+0,06
H6g10 Blauwgraslanden
019
025
+0,06
Lgos Grote-zeggenmoeras
019
025
+0,06
ZGH6410 Blauwgraslanden
019
024
+0,06
H623ovka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
015
019
+0,04
Wooldse
Veen
Habitattype
Benodigde ontwikkelingsruimte
Hectare met hoogste verschi Siuatier
Situatiez
Verschi*
H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
0,26
032
+0,07
H6230 Heischrale graslanden
019
023
+0,04
H7oA Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap)
017
021
+0,04
Vigerend
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina16/38
AERIUS @ CALCULATOR
/
Benodjgde
ontwikkelingsruimte
Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek
Habitattype
Hectare met hoogste verschit
siuatier
Situatiez
Verschi*
Hg1EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,20
0,26
+0,06
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
020
0,26
+0,06
H6a10 Blauwgraslanden
078
0,23
+>0,05
H130 Zwakgebufferde vennen
017
022
+>0,05
Sallandse Heuvelrug
Habitatiype
Hectare met hoogste verschi
Siuatier
Situatiez
Verschi*
Hao3o Droge heiden
017
023
+>0,05
Lg13 Bos van arme zandgronden
016
021
+>0,05
Hs130 Jeneverbesstruwelen
012
06
+0,05
H623ovka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
073
077
+0,04
Hgo10A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
om
015
+0,04
_
010
014
+0,04
_
0110
014
+0,03
H7n0B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,09
03
+0,03
Lgo9 Droog struisgrasland
0,07
0,09
+0,02
Hog99:a2 Habitattype onbekend/onzeker KDWop basis meest kritische aangewezen type (H6230;H2330;H3160;H6230)
Lgig Eiken-enbeukenbos van lemigezandgronden
Benodigdeonwikkelingsruimte
_
Vigerend voornemen
RRSVHPRI3TC 23 oktober2018) pagina17/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Rijntakken Habitattype
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
Lgn Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
017
0,22
+0,05
ZGH91E0B Vochtige alluviale bossen (esseniepenbossen)
om
on5
+0,04
015
+0,03
012
+0,03
ZGLgn Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied ZGLgo7 Dotterbloemgrasland van veen en klei
0,09
Lgo8 Nat, matig voedselrijk grasland
0,09
+0,03
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,08
+0,02
ZGLgo2 Geïsoleerde meander en petgat
0,07
+0,02
ZGHg1Fo Droge hardhoutooibossen
0,09
+0,02 (-)
H3150baz Meren met krabbenscheeren
0,07
+0,02
Hg1Fo Droge hardhoutooibossen
0,08
+0,02
H91EoB Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen)
0,08
010
+0,02
ZGLgo8 Nat, matig voedselrijk grasland
0,07
0,09
+0,02
H6120 Stroomdalgraslanden
007
0,09
+0,02
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
007
0,09
+0,02
H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote
007
0,09
+0,02
0,06
0,08
+0,02(-)
0,04
0,06
+0,02
fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
vossenstaart)
ZGH3150baz Meren met krabbenscheeren
fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen H6g30C Ruigten en zomen (droge bosranden)
Benodigde ontwikkelingsruimte
Vigerend
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina18/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Springendal & Dal van de Mosbeek Habitattype
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
Hgozo Droge heiden
0,16
021
+0,05
Hs130 Jeneverbesstruwelen
016
0,20
+0,05
HgrEoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende
015
0,20
+0,05
Lgo1 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
015
019
+0,04
Ho999:5 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H6230)
015
019
+0,04
ZGH64q10 Blauwgraslanden
or4
08
+0,04
014
018
+0,04
014
018
+0,04
H610 Blauwgraslanden
0,16
+0,04
H71g0A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
015
+0,93
bossen)
Ho120 Beuken-eikenbossen
met hulst
ZGH9IEoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
Benodigde ontwikkelingsruimte
Hgo10A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
012
on5
+0,03
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
012
0,15
+0,03
ZGHg030 Droge heiden
014
+0,03
ZGHgo10A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
or4
+0,03
ZGH71g0A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
073
+0,03
ZGH623ovka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
0,09
+0,93
H7230 Kalkmoerassen
0,09
+0,03
Hr150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,09
Vigerend
om
+0,02
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina19/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Bergvennen & Brecklenkampse Veld Habitattype
Benodigde ontwikkelingsruimte
Hectare met hoogste verschil Situatie
Situatiez
Verschil*
Hs130 Jeneverbesstruwelen
014
on9
+0,04
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
03
47
+0,04
Hao3o Droge heiden
013
077
+0,04
H3110 Zeer zwakgebufferde vennen
013
017
+0,04
H3130 Zwakgebufferde vennen
073
016
+0,04
Hgo10A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
012
016
+0,04
H6g10 Blauwgraslanden
012
016
+0,04
H7230 Kalkmoerassen
on
015
+0,03
H623ovka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
070
014
+0,03
Hg1Do Hoogveenbossen
010
013
+0,03
H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen
0,09
om
+0,03
Vigerend
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina20/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Veluwe Habitattype
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
Lg1g Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
014
019
+0,04
ZGLg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
014
019
+0,04
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
015
019
+0,04
Hg1go Oude eikenbossen
014
0,18
+0,04
Lg13 Bos van arme zandgronden
014
018
+0,04
ZGLg13 Bos van arme zandgronden
073
017
+0,04
ZGL4030 Droge heiden
0,16
+0,04
L4030 Droge heiden
015
+0,04
ZGLgo Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
on5
+0,04
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
015
+0,04
ora
+0,03
014
+0,93
Lgo1 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
010
Hao3o Droge heiden
Benodigde ontwikkelingsruimte
Lgo9 Droog struisgrasland
010
073
+0,03
ZGLgog Droog struisgrasland
0,09
012
+0,03
H2330 Zandverstuivingen
0,08
+0,03
Hs130 Jeneverbesstruwelen
0,08
+0,03
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
0,08
+0,03
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,07
+0,02
ZGH2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,06
+0,02
Vigerend
RRSVIHpR73TC(23 oktober2018) pagina21/38
AERIUS
Benodigde ontwikkelingsruimte
@ CALCULATOR
Habitattype
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil *
ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,06
0,08
+0,02
HgrEoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,06
0,08
+0,02
H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen
>0,05
0,07
+0,02
HgotoA Vochtige heiden (hogere zandgronden)
>0,05
0,07
+0,02
H3130 Zwakgebufferde vennen
>0,05
0,07
+0,02
H3160 Zure vennen
0,05
0,07
+0,02
ZGHg030 Droge heiden
0,05
0,06
+0,02
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,04
0,06
+0,01
ZGHgoroA Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,04
>0,05
+0,01
Landgoederen Brummen Habitattype
HgrEoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende
Hectare met hoogste verschil situatie1
situatie 2
Verschil*
073
077
+0,04
073
017
+0,04
on5
+0,04
013
+0,03
073
+0,03
bossen)
Hg120 Beuken-eikenbossen met hulst H623ovka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm H6g10 Blauwgraslanden
010
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
Benodigde ontwikkelingsruimte
H130 Zwakgebufferde vennen
0,08
om
+0,03
Hgo1oA Vochtige heiden (hogere zandgronden)