Bijlage 3.3 - Informatieve memo Noordelijke Aftakking Betuweroute AR 23.05.22
Tekst van het document
Achterhoek Raad Informatieve memo ‘Stand van zaken Noordelijke aftakking Betuweroute’ Aan Van Datum Agendapunt
: Achterhoek Raad : Achterhoek Board : 23 mei 2022 : 3.3
In de Achterhoek Raad van 7 maart jl. hebben wij u op de hoogte gebracht van de stand van zaken rondom de Noordelijke aftakking van de Betuweroute. Dit hebben we gedaan met het “Memo Strategie en ontwikkelingen noordelijke aftakking Betuweroute”. Dit memo geeft een overzicht van de lobbystrategie over 5 sporen en er wordt ingezoomd op wat sinds de Achterhoek Raad van 24 januari is gedaan en wat nog op de planning staat. Met het memo dat nu voor u ligt willen we u wederom op de hoogte brengen van alle gebeurtenissen en activiteiten sinds de vergadering van de Achterhoek Raad van 7 maart jl. en welke activiteiten op de korte termijn nog zullen plaatsvinden. Update OAO-notitie GNOE sinds de vergadering van 7 maart jl. De afgelopen maanden is onder leiding van ‘APPM Management Consultants’ gewerkt aan een ‘OAOnotitie GNOE’ (Opgave, Afbakening en Omgeving) voor de Goederenroutering Noordoost Europa. Deze notitie heeft als doel om de opgaven en doelstellingen rondom goederenvervoer nader te omschrijven, de belangen van stakeholders in kaart te brengen en richting te geven aan een mogelijke vervolgstap voor verder onderzoek. De OAO-notitie GNOE is inmiddels in een eindconcept aangeleverd en ligt op 13 en 19 mei a.s. bij twee bestuurlijke Spoortafels van Oost-Nederland voor.
De notitie wordt daar door de bestuurders uit de regio’s van Gelderland en Overijssel, de provincies Gelderland en Overijssel, ProRail, NS, Rover, Arriva, regionale vervoerders, het ministerie van IenW en belangengroepen besproken, waaruit een advies moet volgen. Het advies wordt meegenomen naar de landelijke Spoortafel, waar o.a. de staatssecretaris I&W met de landsdelen1, (goederen)vervoerders, ProRail, G4 en Rover in gesprek gaat over de OAO-notitie GNOE en het advies uit de Spoortafels van Oost-Nederland. De regio’s uit Oost-Nederland zijn inmiddels ook bestuurlijk uitgenodigd om deel te nemen aan de landelijke Spoortafel. De verwachting is dat de Landelijke Spoortafel voor de zomer van dit jaar plaatsvindt.
1 landsdeel Noord (Groningen, Friesland, Drenthe), landsdeel Oost (Overijssel en Gelderland), landsdeel Zuid (Zeeland,
Noord-Brabant en Limburg), Noordvleugel (Noord-Holland, Utrecht en Flevoland) en Zuidvleugel (Zuid-Holland).
Conclusies OAO-notitie: nut en noodzaak (nog) onvoldoende aangetoond In de OAO-notitie wordt geconstateerd dat om nut en noodzaak te kunnen onderbouwen er voorafgaand aan een vervolgproces voor GNOE nadere verdieping en uitwerking nodig is. In de OAOnotitie wordt een aanpak voorgesteld waarbij, na instemming met de OAO-notitie, kan worden gestart met het uitvoeren van een onderzoeksprogramma. Hiervoor worden in de notitie meerdere onderzoeksvragen voorgesteld, waarbij het onderzoeksprogramma GNOE is gegroepeerd rond drie hoofdthema’s: 1. Nut en noodzaak / probleemanalyse: Over welke (spoor)goederenstromen hebben we het? Wanneer treden er vervolgens problemen op, waar treden deze problemen op, hoe groot zijn ze en voor wie is het een probleem? Met het beantwoorden van deze vraag moeten de (verwachte) problemen worden geëxpliciteerd (in tijd, locatie, etc.) en nut en de noodzaak van een mogelijk andere goederenroutering op een navolgbare manier worden onderbouwd. 2. Oplossingsrichting: Is een robuuste routering voor GNOE de enige en juiste oplossingsrichting? Welke effecten kennen mogelijke oplossingsrichtingen? Met het beantwoorden van deze vraag moet duidelijk worden of en zo ja welke (andere) goederenroutering(en) daadwerkelijk de passende oplossing kan zijn bij het probleem en de opgaven die worden gezien. 3.
Invulling GNOE-proces: Hoe kan een vervolgproces passend worden ingevuld? Met het beantwoorden van deze vraag moet de scope (inhoudelijk en procesmatig, maar ook gericht op organisatie, besluitvorming en omgevingsmanagement) worden bepaald van de nadere invulling van het GNOE-proces. Inbreng Achterhoek ambtelijke Spoortafels Oost Aanleiding voor de OAO-notitie was het Toekomstbeeld OV 2040 (TBOV 2040), waarin eerder zeer optimistische groeicijfers/prognoses zijn gesteld voor het goederenvervoer (daterend van voor 2019). Als regio Achterhoek benadrukken we dat, ondanks dat hier veel nadruk op wordt gelegd in de notitie, het in onze ogen géén onderbouwing is en mag zijn voor nut en noodzaak van een noordelijke aftakking van de Betuweroute. Wij delen de conclusie uit de OAO-notitie dan ook dat nut en noodzaak tot op dit moment onvoldoende en niet breed is aangetoond. Het is duidelijk dat de wijze waarop de notitie is geschreven, er nu richting wordt gegeven aan verder onderzoek naar nut en noodzaak. Wij zien nog een andere mogelijkheid, namelijk: 1.) het toepassen van een koerswijziging in het GNOE-proces. De andere mogelijkheid is zoals hierboven aangegeven 2.) Een verder onderzoek in gang zetten naar nut en noodzaak.
Mogelijkheid 1: 1.) Wij vinden dat de koers voor het GNOE-proces, naar aanleiding van de OAO-notitie, moet wijzigen naar de aanpak van overlast op bestaande tracés en voorrang te geven en volledig in te zetten op het afbouwen van het derde spoor2. Dit betekent dus geen vervolg naar nut en noodzaak onderzoek of tracé-varianten. Wij zien graag een aanpak die de komende jaren knelpunten en hinder op bestaand spoor wegneemt en meer synchroon loopt met andere opgaven (zoals verstedelijking). Vanuit de Kracht van Oost bouwen we de komende jaren juist graag verder aan onze innovatieve, welvarende en krachtige regio’s. 2 Op dit moment is de aansluiting op het Europese spoornet niet optimaal. De spoorlijn tussen Zevenaar en Oberhausen
(Duitsland) krijgt een derde spoor (extra capaciteit). Aanleg van het derde spoor maakt een toenemende hoeveelheid goederenvervoer via de al bestaande Betuweroute mogelijk.
Mogelijkheid 2: 2.) Wanneer landelijk besloten wordt om wel een vervolg te geven aan een onderzoek naar nut en noodzaak, gelden - gezien de lange doorlooptijd - wat ons betreft nog steeds de bovengenoemde overwegingen en adviseren wij om zo snel als mogelijk te starten met aanpak van hinder, het verbreden naar andere opgaven en de afbouw van het derde spoor. Daarnaast zien we graag focus op de volgende zaken: a. Er moet een heldere knip tussen nut en noodzaak en onderzoek naar tracé studies komen. Gezien de vele vragen die nog ten grondslag liggen aan nut en noodzaak, de eventuele oplossingsrichtingen die ook buiten de vijf voorgestelde tracés kunnen liggen, vinden wij het van belang dat we tracéstudies en een onderzoek naar nut en noodzaak niet in elkaar vervlechten. b. Van Duitse zijde wordt met terughoudendheid gereageerd op dit Nederlandse initiatief (zie ook punt d). Gesprekken met Duitsland moeten dus snel gevoerd worden en het Duitse/ Europese perspectief moet meegenomen worden in de nut en de noodzaak en overige afwegingen. c. De relatie met personenvervoer en verstedelijking moet integraal worden opgepakt. Afstemming met andere corridorstudies zijn erg belangrijk omdat keuzes in de ene studie effect hebben op uitkomsten van een andere studie. Dit is nu onvoldoende gedaan. d. Er is een bredere discussie nodig dan enkel de spoordiscussie.
Voor het aantonen van nut en noodzaak is meer nodig dan (met name) verkeerskundige analyses en groeiprognoses van het goederenvervoer over het spoor. In dit perspectief zou veel breder en ook op Europese schaal gekeken moeten worden naar mogelijke alternatieven via zeehavens dichter bij de eindbestemming en of überhaupt op de lange termijn nog een dergelijke groei in transporten valt te verwachten. Kortom: doe daadwerkelijke realistisch onderzoek naar groeicijfers en geen prognoses die op ambities zijn gesteund. Onderzoek de ‘modal shift’. Onderzoek vanuit bilaterale/Europese samenwerking i.p.v. concurrentie en stel de vraag of de Rotterdamse Haven wel ten koste van alles moet blijven groeien de komende decennia. Het Lobbystandpunt Achterhoek blijft dus onveranderd: Tot nu toe zijn nut en noodzaak niet aangetoond voor het investeren in een noordelijke aftakking van de Betuweroute. Wij hechten er groot belang aan dat in een eventueel onderzoek naar nut en noodzaak het juiste proces wordt gevolgd. Dat laat onverlet dat wij voor onze regio geen enkele toegevoegde waarde zien voor een noordelijke aftakking van de Betuweroute. Een mogelijk nieuw tracé door de Achterhoek heeft grote gevolgen voor onze inwoners, onze natuur en voor onze kwaliteit van leven in de regio.
Met de mogelijke komst van een Noordtak-variant door de Achterhoek zet het Rijk een streep door één van de groenste en gelukkigste regio’s van Nederland. Wij zijn dan ook fel tegen een dergelijk traject door de Achterhoek. Overige activiteiten sinds de vergadering van 7 maart jl. Op 8 april hebben twee Tweede Kamerleden een werkbezoek aan het bestaande spoor in OostNederland gebracht. Hier werd de huidige overlast en hinder onder de loep genomen. De bijeenkomst was georganiseerd door het RONA i.s.m. de regio’s en gemeenten uit Oost-Nederland. De voorzitter van de thematafel: R. Steintjes heeft samen met onze lobbyist: J. van Donk, aan het werkbezoek deelgenomen. Begin maart zijn we ambtelijk in gesprek gegaan met de belangenvereniging ‘Stop de Noordtak’ die bestaat uit diverse kleinere groeperingen en kernen uit de regio’s Achterhoek en Twente.
Zij verzet zich tegen de komst van een eventuele Noordelijke Aftakking van de Betuweroute door de Achterhoek. Wij betrekken de belangenvereniging bij de lopende en toekomstige activiteiten rondom het proces GNOE en brengen elkaar op vaste momenten op de hoogte. Op 25 maart jl. heeft de EUREGIO-Raad zich met een resolutie uitgesproken dat een mogelijke noordelijke aftakking van de Betuwelijn niet kan worden besproken zonder dat de betrokken deelregio’s en gemeenten in de EUREGIO hierbij worden betrokken. Zij sprak zich ook uit tegen de grote gevolgen van de komst van dit tracé voor inwoners, ruimte en natuur en stelde dat de regio’s en inwoners goed betrokken moeten worden bij het algehele proces en daarnaast dat de grensregio’s goed aangesloten moeten zijn bij het besluitvormingsproces. Aan een besluit vóór of tegen de noordtak moet volgens de EUREGIO-raad een zorgvuldig onderzoek en goed onderbouwde cijfers ten grondslag liggen. Concluderend Aangezien enkele besluitvormende overleggen plaatsvinden tussen het aanleveren van dit memo en de vergadering van de Achterhoek Raad van 23 mei a.s. delen wij u tijdens de vergadering graag de laatste stand van zaken mede. Wij hopen daarbij dat dit memo de stappen die wij ambtelijk en bestuurlijk hebben gezet, alsook de positie die de Achterhoek Raad unaniem heeft ingenomen op deze wijze voldoende te hebben overgebracht in het proces.
.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.