CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2A aanvullend onderzoek vleermuizen en steenmarter 2025

Raadscommissie 10 februari 2026, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Omgevingsplan en beeldkwaliteitsplan woningbouw ’t Jozefhof, Schatbergstraat 81 te Lichtenvoorde1.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek vleermuis en steenmarter

Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde

Nader onderzoek vleermuis en steenmarter Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde Colofon

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever:

Gemeente Oost-Gelre

Projectnummer en versie: 7964 versie 1.1 Auteur: Ing. P. Leemreise Ligging projectgebied: Schabergstraat 81 Lichtenvoorde

Status: Definitief Veldmedewerker(s): Ing. P.Leemreise e.a Rapportdatum: 13-01-2026

Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde E: T:

info@natuurbankoverijssel.nl 0850-509852

Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Natuurbank Overijssel accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Natuurbank Overijssel uitgevoerde onderzoek. Natuurbank Overijssel is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Natuurbank Overijssel; opdrachtgever vrijwaart Natuurbank Overijssel voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

Inhoudsopgave 2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING ......................................................................................................................................... 4

1.1 Aanleiding...................................................................................................................................................... 4 1.2 Reikwijdte ...................................................................................................................................................... 4 1.3 Onderzoeksvraag........................................................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2

HET ONDERZOEKSGEBIED...................................................................................................................... 5

2.1 Situering ........................................................................................................................................................ 5 2.2 Beschrijving van het onderzoeksgebied ........................................................................................................ 5 HOOFDSTUK 3

METHODE ....................................................................................................................................... 6

3.1 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 6 3.2 Steenmarter .................................................................................................................................................. 7 3.3 Overige soorten ............................................................................................................................................. 7 HOOFDSTUK 4

RESULTATEN..................................................................................................................................... 8

4.1 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 8 4.2 Steenmarter .................................................................................................................................................. 8 4.3 Overige waarnemingen ................................................................................................................................. 8 HOOFDSTUK 5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ........................................................................................................... 9

5.1 Samenvatting................................................................................................................................................. 9 5.2 Conclusie ....................................................................................................................................................... 9

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Natuurbank Overijssel is gevraagd de voormalige Jozelfschool aan de Schatbergstraat 81 te Lichtenvoorde te onderzoeken op verblijfplaatsen van vleermuizen en steenmarter. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen sloop van het gebouw. In het kader van de zorgplicht (Art. 11.27, Bal) moet voorafgaand aan een ingreep, welke mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde diersoorten, een effectbeoordeling plaats vinden. Omdat met een eenmalige visuele inspectie, de functie en betekenis van de aanwezige bebouwing voor vleermuizen niet (volledig) vastgesteld kan worden, was gericht vervolgonderzoek noodzakelijk.

1.2 Reikwijdte In voorliggend rapport worden de bevindingen van onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen en steenmarter gepresenteerd. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode juni-september 2025.

1.3 Onderzoeksvraag Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Bezetten vleermuizen een verblijfplaats in de bebouwing in het plangebied? Zo ja, welke soort, welke aantallen, welke functie heeft de verblijfplaats en waar bevinden zich de verblijfplaatsen? 2. Bezet de steenmarter een verblijfplaats in het gebouw? Zo ja, waar in het gebouw bevindt zich de verblijfplaats?

Voorliggend rapport is eenvoudig van opzet. Niet relevante informatie verkregen tijdens het onderzoek wordt niet meegenomen in dit rapport. Natuurbank Overijssel beseft dat natuuronderzoek kostbaar is en probeert de kosten voor de opdrachtgever zo laag mogelijk te houden, onder andere door het rapport kort en bondig op te stellen met uitsluitend de benodigde en relevante informatie zoals methode, verantwoording van de afgelegde bezoeken en weergave van de bevindingen.

4

HOOFDSTUK 2

HET ONDERZOEKSGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Schatbergstraat 81 te Lichtenvoorde. Het betreft de voormalige Jozelfschool. 2.2 Beschrijving van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied bestaat volledig uit bebouwing. In het onderzoeksgebied staat een voormalig schoolgebouw. Het gebouw heeft bakstenen buitengevels en deels een met dakpannen gedekte zadeldaken en deels platte daken. Hetgebouw staat reeds ruime tijd (>2 jaar) leeg en wordt niet meer verwarmd. Op onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Luchtfoto met de begrenzing van het onderzoeksgebied, aangegeven met de gele lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Impressie van het onderzochte gebouw (bron: Google Maps).

5

HOOFDSTUK 3

METHODE

In dit hoofdstuk wordt de toegepaste onderzoeksmethode verwoord.

3.1 Vleermuizen Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen van zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis. Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van het gebouw in het onderzoeksgebied als verblijfplaats voor vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouwbewonende soorten. Het gebouw lijkt geschikt als zomer-, kraam- en paarverblijfplaats.

De bebouwing wordt niet geschikt geacht als massa-winterverblijfplaats. Aanpassing vleermuisprotocol 2025 In februari 2025 is het vleermuisprotocol aangepast. Deze aanpassing treft uitsluitend onderzoek naar meervleermuizen om de omgeving van bekende kraamverblijven en mannengroepen en onderzoek naar paarverblijfplaatsen van deze soort. Voor paarverblijf- & zwermplaatsen is de definitie van de objecten aangepast, de inspanning is niet bedoeld voor gebouwen zoals woonhuizen, maar denk hier aan bruggen, sluizen, gemalen, elektriciteitshuisjes, boomholtes, vleermuiskasten, stadsmuren, bunkers, meerpalen, ijskelders, forten, verlaten gebouwen, schoorstenen, putten, etc. De aanpassing bestaat uit het uitvoeren van extra bezoeken indien de onderzoekslocatie in de directe omgeving van een bekende kraamkolonie ligt en een ochtendronde in juli in de buurt van een mannengroep. Het geactualiseerde protocol schrijft nu ochtendonderzoek voor in plaats van avondonderzoek. In gebieden nabij kraamkolonies (te downloaden via Netwerk Groene Bureaus/vleermuisprotocol, zijn twee ochtendrondes (verplicht in de kraamperiode). In zowel de rode gebieden (kraamkolonies) als de blauwe gebieden (mannenverblijven) is een extra ochtendronde in juli nodig voor het opsporen van satelliet verblijfplaatsen.

Onderzoek naar paarverblijfplaatsen hoeft niet plaats te vinden bij door mensen bewoonde objecten, zoals woningen en appartementengebouwen. De onderzoekslocatie ligt niet nabij een bekende kraamkolonie of mannengroep van meervleermuizen (NDFF, 2025). Het onderzoek hoeft daarom niet afgestemd te worden op mogelijke aanwezigheid van een satellietverblijfplaats na de kraamperiode of paarverblijfplaats.

Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus en september zijn uitgevoerd in verband met onderzoek naar paarverblijfplaatsen. De bebouwing wordt niet geschikt geacht als (massa) winterverblijfplaats voor vleermuizen vanwege het ontbreken van hoge bebouwing (>2 bouwlagen) of bebouwing met veel bouwmassa en wordt nauwelijks verwarmd. De inschatting van de geschiktheid van de bebouwing als massa-winterverblijfplaats wordt ook door het bevoegde gezag (provincie) toegepast.

6

Het onderzoek is uitgevoerd door vier onderzoekers die tegelijkertijd het gebouw bekeken. In onderstaande tabel worden de verschillende bezoekdata weergegeven. Datum

Tijd

05-06-2025 27-06-2025 10-07-2025 22-8-2025 15-9-2025

21:45-00:19 21:55-00:30 2:25-5:30 22:00-0:00 21:55-23:55

Zon onder/op

Aantal onderzoekers

21:48 uur 21:58 uur 05:26 uur 20:43 uur 20:48 uur

4 4 4 1 1

Weersomstandigheden Droog, 15 ºC, zwakke wind, bewolkt Droog, 21 ºC, zwakke wind, bewolkt Droog, 12 ºC, matige wind, bewolkt Bewolkt, droog, zwakke wind 17 ºC Bewolkt, droog (na buien overdag), zwakke wind, 17 ºC

Bezoekschema vleermuisonderzoek.

3.2 Steenmarter Er bestaat geen toepasbaar goedgekeurd onderzoeksprotocol voor onderzoek naar verblijfplaatsen van de steenmarter. Onderzoek met wildcamera’s, al dan niet met lokgeur, kan de aanwezigheid van de soort aantonen, maar niet de verblijfplaats. Steenmarters verlaten hun verblijfplaats in de schemering, waarbij vrouwtjes met jongen, soms zelfs rond zonsondergang al op pad gaan (pers. Waarneming auteur). Steenmarters lopen daarbij niet zelden over de daken van gebouwen op over erfverharding en kunnen dan opgemerkt worden. Soms wordt hun aanwezigheid ook kenbaar gemaakt door alarmerende vogels (merel). Jonge marters worden doorgaans opgemerkt omdat ze herrie maken (tijdens het ravotten) of als nieuwsgierige, ongeduldige jonge marters op de gebouwen zitten, in afwachting van hun moeder (pers. Waarneming auteur). Er is tijdens alle vleermuisbezoeken aan het erf is gelet op de aanwezigheid van de steenmarter. Daarbij is gebruik gemaakt van een verrekijker en warmtebeeldcamera (Helion Pulsar XP1.4). Op 10 september 2025 is het gebouw aan de binnenzijde geïnspecteerd op sporen van de steenmarter. Er zijn toen geen sporen gevonden die op de aanwezigheid van de soort duiden, zoals prooiresten, uitwerpselen of de (penetrante) geur van een latrine.

3.3 Overige soorten Tijdens veldbiologisch onderzoek letten onderzoekers altijd op overige beschermde soorten in het onderzoeksgebied, zoals gierzwaluwen, huismussen en uilen (steen- en kerkuil).

7

HOOFDSTUK 4

RESULTATEN

4.1 Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderzoeksgebied vastgesteld. Wel foerageerden gewone dwergvleermuizen en laatvliegers rond de gebouwen en beplanting naast het gebouw. Het is onbekend waar deze dieren een verblijfplaats bezetten. Meermaals zijn laatvliegers waargenomen die aan kwamen vliegen vanuit het noordoosten (omg. Delstraat, waargenomen vanaf de Lisztstraat). Het vermoeden bestaat dat gewone dwergvleermuizen een zomerverblijf bezetten in een woning aan de Lisztstraat, direct ten oosten van het onderzoeksgebied. Hier werd ook een baltsend mannetje gewone dwergvleermuis gehoord tijdens de najaarsronden.

4.2 Steenmarter Er is geen verblijfplaats van de steenmarter vastgesteld in het plangebied. Bekend is dat de steenmarter in het verleden een verblijfplaats heeft bezet in een bijgebouw Schatbergstraat 76 (eigen waarneming auteur).

4.3 Overige waarnemingen Er zijn geen andere beschermde soorten in het onderzoeksgebied vastgesteld, zoals uilen, huismussen, steenmarter of gierzwaluwen.

8

HOOFDSTUK 5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

5.1 Samenvatting In 2025 is de voormalige Jozefschool aan de Schatbergstraat 81 te Lichtenvoorde onderzocht op verblijfplaatsen van vleermuizen en steenmarter. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform het daarvoor geldende onderzoeksprotocol (Vleermuisprotocol 2021, versie februari 2025). Tijdens het vleermuisonderzoek is tevens gekeken naar de aanwezigheid van sporen van de steenmarter. Onderzoek heeft aangetoond dat vleermuizen en steenmarter geen verblijfplaats bezetten in het onderzoeksgebied.

5.2 Conclusie In verband met de sloop van het gebouw hoeft geen rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen of steenmarter in het gebouw.

9

Geraadpleegde bronnen Kennisdocument huismus (BIJ12) Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12) Kennisdocument steenuil (BIJ12) Kennisdocument Laatvlieger (BIJ12) De steenmarter. KNNV Uitgeverij. Internet: www.sovon.nl www.kadaster.nl Vleermuisprotocol 2021, versie februari 2025

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16540990/1