bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing etfal
Tekst van het document
Voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat zien dat het plangebied gedurende de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw een gebruik gekend als (hakhout)bos en vanaf de jaren ’30 van de 20e eeuw werd het gebruik als (boeren)erf, tot aan de bouw van de bestaande basisschool in de jaren ’70 van de 20e eeuw. De verwachting is dan ook dat er binnen het plangebied vrij veel moderne bouw- en inrichtingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigd de verwachting dat er reeds diepgaande en vermoedelijk omvangrijke bodemverstorende ingrepen/vergravingen hebben plaatsgevonden. Verstoringen reiken tot een variërende diepte tussen minimaal 95 en maximaal 180 cm -mv, gemiddeld tot 135 cm -mv, met hieronder een scherpe overgang direct naar de C-horizont (dekzandafzettingen). Slechts bij twee boringen, gelegen op ruime afstand van elkaar, is nog een dun restant van de van nature gevormde veldpodzolbodem aangetroffen. Het geeft geen aanleiding voor de aanwezigheid van een terreindeel van enige omvang waar nog sprake is van een (deels) intacte bodemopbouw. In het algemeen kan gesteld worden dat graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd die reiken tot voorbij het archeologisch potentiële vondst/sporenniveau. Conclusie m.b.t. Archeologie
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
68
Omgevingsadvies en Landschap
Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om nog intacte restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een middelhoge verwachting gold voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Middeleeuwen, kan dan ook worden bijgesteld naar een lage verwachting. Voor de periode Nieuwe tijd was de verwachting laag en blijft laag. Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Binnen het plangebied hebben reeds diepgaande en vermoedelijk omvangrijke bodemverstorende ingrepen/vergravingen plaatsgevonden, waardoor er geen in situ gelegen archeologische waarden meer worden verwacht. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oost Gelre). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode.
De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Cultuurhistorie Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. In de overgangsfase maakt de gemeentelijke erfgoedverordening onderdeel uit van het omgevingsplan van rechtswege en daarmee van het (Wettelijk) kader.
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
69
Omgevingsadvies en Landschap
Deze moet vóór 2030 worden geïntegreerd in het omgevingsplan. Hier moet in de tussentijd wel aan getoetst blijven worden. De ontwikkelingen hebben dan ook geen negatieve gevolgen voor het erfgoed binnen de gemeente. Planspecifiek Binnen de planlocatie bevinden zich geen cultuurhistorische waarden. Er gaan met de sloopwerkzaamheden dan ook geen cultuurhistorische waarden verloren.
Conclusie archeologie en cultuurhistorie In zake het aspect archeologie van het plangebied adviseert Econsultancy, op basis van het reeds uitgevoerde bureau en booronderzoek (zie Bijlage 5) om geen vervolgonderzoek te vragen en de planlocatie voor het aspect Archeologie vrij te geven. Tijdens de sloopwerkzaamheden worden geen cultuurhistorische waarde aangetast. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de te verlenen omgevingsvergunning.
5.11 5.11.1
Milieuzonering (We elijk) kader
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-handreiking "Activiteiten en Milieuzonering" gehanteerd. Deze nieuwe VNGhandreiking Activiteiten en milieuzonering vervangt de veelgebruikte publicatie Bedrijven en milieuzonering uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
70
Omgevingsadvies en Landschap
een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is (dit is niet altijd de werkelijke gevel, maar de plek waar de gevel van de woning volgens het bestemmingsplan inclusief vergunningvrij bouwen mogelijk is). De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (woongebied) naar beneden bij te stellen. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.
5.11.2
Onderzoek
Belemmering bedrijven versus woon- en leefklimaat Door een ruimtelijke ontwikkeling kunnen geluidgevoelige objecten dichter naar bestaande bedrijven/ bedrijfsactiviteiten toe komen. Bedrijven moeten ten aanzien van deze objecten voldoen aan bv. geluidsnormen. Het realiseren van geluidsgevoelige objecten dichter naar de bedrijven kan een beperking voor de bedrijven betekenen. Of deze beperking ook leidt tot directe gevolgen voor de bedrijfsvoering, dient te worden vastgesteld. Veelal wordt ervan uitgegaan dat als aan de richtafstanden van VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering” wordt voldaan er voldoende afstand is tussen wonen en werken en dat er dan geen belemmering van de bedrijven plaatsvindt. Wordt niet aan de richtafstanden voor hinder (geur, stof, geluid) voldaan dan kan een akoestisch onderzoek nodig zijn naar geluidsbelasting van het bedrijf op het plangebied. Als het bedrijf in de nieuwe situatie nog steeds kan voldoen aan de geluidsnormen van de vergunning of het Activiteitenbesluit, dan is er geen sprake van belemmering. Planspecifiek In de directe omgeving van het plan bevinden zich geen functies welke door de gewenste ontwikkelingen belemmerd kunnen worden. Het is initiatief is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
5.11.3
Conclusie
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
71
Omgevingsadvies en Landschap
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de aangevraagde woningsplitsing en het realiseren van de 12 woningen en commerciële ruimte (kantoor of detailhandel). Het initiatief betreft een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.12
Duurzaamheid
Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om een transitie naar een duurzamere samenleving te bevorderen. In deze onderbouwing is het begrip duurzaamheid uitgesplitst in drie categorieën; ‘energietransitie’, ‘circulariteit’ en ‘klimaatadaptatie en water’.
(Wettelijk) kader Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet en komt tot uiting in verschillende aspecten van de wet. Zo introduceert de Omgevingswet het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ als een overkoepelend doel. Duurzame ontwikkeling wordt gedefinieerd als een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Dit betekent dat bij besluitvorming rekening moet worden gehouden met langetermijneffecten. Het (wettelijk) kader voor duurzaamheid onder de Omgevingswet wordt verder ingevuld door onderliggende regelgeving, zoals het Bkl en het Bbl. Energietransitie Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuw te bouwen bouwwerken (als woningen). Er gelden BENG-eisen voor de thermische isolatie, de luchtdichtheid en de technische bouwsystemen. De berekening dat aan de eisen wordt voldaan is onderdeel van een aanvraag omgevingsvergunning. Daarnaast moet gebruik worden gemaakt van een alternatief voor aardgas voor verwarming. Circulariteit Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de milieuprestatie van een woonfunctie, een kantoorgebouw en nevengebruiksfuncties daarvan (artikel 4.159 Bbl). De milieuprestatie wordt bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie gebouwen en GWW-werken.
Klimaatadaptatie en water Voor het kader voor klimaatadaptatie en water wordt verwezen naar het beleid van rijk, provincie, gemeente en waterschap op het gebied van klimaatadaptatie en water (zie hoofdstuk 5).
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
72
Omgevingsadvies en Landschap
Onderzoek energietransitie De nieuw te bouwen woningen krijgen geen aardgasaansluiting, maar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening.
Onderzoek circulariteit en natuurinclusie De bouw van de woningen betreft nieuwbouw. Er worden zoveel mogelijk hernieuwbare en duurzame materialen toegepast. Zie hiervoor ook het Beeldkwaliteitsplan. De woningen gaan een verbinding aan met de natuurlijke omgeving van de locatie. Het kleur- en materiaalgebruik van de woningen is eenduidig en overtuigend. Het pallet bestaat uit natuurlijke kleuren en (bij voorkeur duurzame)materialen. Er kunnen groendaken worden toegepast. In de gevels zullen nestkasten voor vogels en / of vleermuizen opgenomen worden.
Onderzoek klimaatadaptatie en water Het beoogde plan betreft het bouwen van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81. Tijdens de uitwerking van de plannen heeft de omgang van rioolwater en hemelwater een grote rol gespeeld. Zie hiervoor onder meer het opgestelde Waterhuishoudingsplan en het Infiltratieonderzoek (zie paragraaf 5.5 en bijlagen 12 en 12-1). Daarnaast is er ten behoeve van het plan een Groenplan opgesteld (zie Bijlage 3).
Conclusie Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering voor het uitvoeren van gewenste project.
5.13
Gezondheid
De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten - waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: • Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?);
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
73
Omgevingsadvies en Landschap
• Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid).
(Wettelijk) kader Volgens artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen.
Onderzoek In de voorgaande paragrafen zijn de relevante omgevingsaspecten met betrekking tot de gezondheid, zoals Geluid (paragraaf 5.1), Luchtkwaliteit (paragraaf 5.2), Geur (paragraaf 5.3), Bodemkwaliteit (paragraaf 5.4) en Omgevingsveiligheid (paragraaf 5.7) onderzocht. Daarbij is eenduidig vastgesteld dat deze geen belemmering vormen voor de ontwikkeling. Deze onderzoeken en de ligging van de planlocatie ten opzichte van eventuele bedrijvigheid, leiden ertoe dat gezondheidsaspecten geen belemmering vormen voor de ontwikkeling op deze locatie.
Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor het beoogde project.
5.14
Milieubelastende activiteiten
Een goede omgevingskwaliteit en de integratie van milieu en ruimte betekent het integreren van (vaak technische) milieunormen in het omgevingsplan/vergunning. In deze paragraaf is duidelijk gemaakt: Of de ontwikkeling een nieuwe milieubelastende activiteit (mba’s) mogelijk maakt, en zo ja; Op welke manier een keuze is gemaakt in de na te streven omgevingskwaliteit binnen het gemeentelijk grondgebied vanuit het thema milieubelastende activiteiten; Op welke manier aan het reguleren van de omgevingskwaliteit vanuit het thema milieubelastende activiteiten in een omgevingsplan vorm zou kunnen worden gegeven dan wel via een omgevingsvergunning kan worden geregeld.
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
74
Omgevingsadvies en Landschap
(Wettelijk) kader Het begrip ‘milieubelastende activiteit’ (mba) is als volgt gedefinieerd in de bijlage bij artikel 1 van de Omgevingswet: “activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewater lichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit”. Het gaat dus in feite om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben (met uitzondering van ‘directe lozingen’ en wateronttrekkingsactiviteiten). Het is een breed begrip; er vallen namelijk ook niet-bedrijfsmatige activiteiten, ook niet-plaatsgebonden activiteiten en tijdelijke activiteiten onder het mbabegrip. In dit gedeelte worden regels over mba’s bedoeld die op gemeentelijk niveau kunnen worden geregeld. Zie bijvoorbeeld afdeling 2.3 van de Bruidsschat, die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege in het tijdelijke deel van elk gemeentelijk omgevingsplan wordt opgenomen. Deze afdeling 2.3 is getiteld ‘Milieubelastende activiteiten’ en bevat gemeentelijke regels over mba’s. Het Bkl bevat in hoofdstuk 5 onder andere instructieregels voor het omgevingsplan over milieu. De Bkl-regels spreken daarbij van ‘activiteiten’. Uit de NvT van het Bkl blijkt dat daarmee ‘milieubelastende activiteiten’ worden bedoeld.
Onderzoek Onderhavige project maakt geen milieubelastende activiteit mogelijk, zoals bedoeld.
Conclusie Dit omgevingsaspect vorm geen belemmering voor het gewenste project.
5.15
Ladder voor duurzame verstedelijking /
behoefte De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
75
Omgevingsadvies en Landschap
transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.
(Wettelijk) kader In het Bkl (artikel 5.129g) is bepaald dat bij een wijziging van het Omgevingsplan met een Wijziging omgevingsplan (WOP) voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling de toepassing van de ladder is vereist. Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bkl opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als ‘de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.’ Of een ontwikkeling of uitbreiding voldoende substantieel is volgt uit jurisprudentie. Daaruit blijkt onder meer dat een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van meer dan 11 woningen binnen de bebouwde kom moet worden aangemerkt als woningbouwlocatie. Ook een kantoor, detailhandelsvoorziening of bedrijf met een oppervlakte van meer dan 500 m2 brutovloeroppervlak kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling.
Onderzoek Op de locatie worden in totaal 12 woningen gebouwd. Het betreft hier een herontwikkeling van een voormalige, vrijkomende basisschoollocatie. In 2021 is door de gemeente Oost Gelre de Visie “De schoollocaties Lichtenvoorde opgesteld. In deze visie worden de randvoorwaarden gegeven waaraan moet worden voldaan bij een eventuele herontwikkeling van de genoemde 3 vrijkomende schoollocaties. Specifiek voor de locatie aan de Schatbergstraat 81 (voormalige Jozefschool) is in de visie opgenomen dat er bij de ontwikkeling ruimte is voor 8 tot 12 woningen. Onderhavige ontwikkeling ziet op het bouwen van 12 woningen. Aan de randvoorwaarden zoals deze worden genoemd in de Visie en het daarin beschreven kavelpaspoort voor deze locatie (Jozefschool) wordt voldaan. Daarmee staat vast dat er met de ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toewijzing van een functie aan deze plaats en is er sprake van een duurzame binnenstedelijke ontwikkeling.
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
76
Omgevingsadvies en Landschap
Conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking vorm geen belemmering voor de gewenste activiteit.
5.16
Toetsing mer-beoordeling
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Bij wijzigingen van het omgevingsplan en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu moet worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling in het kader van de fysieke leefomgeving een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven.
(Wettelijk) kader De wetgeving over de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (hierna: Ob). Onder de Omgevingswet geldt de plan-m.e.r.-plicht voor een plan: Dat een kader vormt voor een te nemen project-m.e.r.-plichtig of projectm.e.r.-beoordelingsplichtig besluit of; Waarvoor een passende beoordeling vanwege Natura 2000-gebieden nodig is. In bijlage V van het Ob zijn de projecten genoemd met mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Deze lijst is niet limitatief, zodat ook voor andere dan de hierin genoemde projecten moet worden bezien of sprake is van mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Daarnaast is er de figuur van de plan-m.e.r-beoordeling voor kleine gebieden op lokaal niveau of voor kleine wijzigingen. Deze beoordeling is alleen verplicht als het plan leidt tot mogelijk aanzienlijke milieueffecten en significant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden optreden. Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Ob zijn genoemd.
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
77
Omgevingsadvies en Landschap
Onderzoek De beoogde ontwikkeling valt niet onder een categorie van activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage V bij het Ob. Hiermee is er geen aanleiding voor het uitvoeren van een plan-m.e.r.(-beoordeling).
Conclusie Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
78
Omgevingsadvies en Landschap
6
Beperkingengebieden
Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Kort gezegd zijn dit de gebieden rondom o.a. wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk als ook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. In dit hoofdstuk kan gemotiveerd worden hoe we met die beperkingen omgaan in de ontwikkeling. Een verdere structuur kan worden aangebracht op basis van de aard van de beperkingengebieden zelf, dus bijvoorbeeld: “Beperkingengebied spoor”, “Beperkingengebied watergangen”, “Beperkingengebied waterstaatswerken” of “Beperkingengebied weg’. Onderhavige ontwikkeling ziet op het bouwen van 12 woningen. Het projectgebied is niet gelegen in een beperkingsgebied als bedoeld in de wet. Conclusie Beperkingsgebieden vormen geen belemmering voor het uitvoeren van het gewenste project.
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
79
Omgevingsadvies en Landschap
7 Wijzigen omgevingsplan Het plan voorziet in een wijziging omgevingsplan (WOP) van het geldende Omgevingsplan. In het Omgevingsplan zullen de huidige functies niet terugkomen. Zodoende wordt in het Omgevingsplan voor het plangebied het volgende toegewezen. Functies: Wonen; o Met per kavel de aanduiding, maximaal: 1, met uitzondering van kavel 11: hier maximaal 2 (een boven- en onderwoning); Bouwvlak: Bouwvlak; Maatvoeringen (kavels 9, 10 en 11): Maximum bouwhoogte (m): 11; Maximum goothoogte (m): 7,5; Maatvoeringen (kavels 1 tot en met 8): -
Maximum bouwhoogte (m): 10; Maximum goothoogte (m): 6,5;
Zie Bijlage 1-2 (Kaveltekeningen), voor exacte weergave van de planologische uitgangspunten per kavel.
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
80
Omgevingsadvies en Landschap
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
81
Omgevingsadvies en Landschap
8 Uitvoerbaarheid Hier worden alle aspecten rondom de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van een ontwikkeling gemotiveerd.
8.1 Economische uitvoerbaarheid Financieel economische haalbaarheid en kostenverhaal Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Het project en bijbehorende procedure worden door verzoeker bekostigd. Indien het project aanleiding geeft tot vergoeding van nadeelcompensatie zullen de kosten worden doorberekend aan verzoeker. Ten behoeve van het project is een overeenkomst afgesloten met verzoekers (de CPO) inzake nadeelcompensatie en overige plankosten.
Nadeelcompensatie In geval voor realisatie van het onderhavige initiatief een schadeveroorzakend besluit nodig is als bedoeld in artikel 15.1, eerst lid van de Omgevingswet, kan dit tot voor vergoeding in aanmerking komende nadeelcompensatie leiden. Ten behoeve van eventuele nadeelcompensatie, die voor vergoeding in aanmerking komt, heeft de gemeente met initiatiefnemer een verhaalsovereenkomst als bedoeld in artikel 13.3c Ow gesloten. Zodoende is voor wat betreft nadeelcompensatie de uitvoerbaarheid van het initiatief geborgd.
8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie In 2021 heeft er in de aanloop naar de Visie De Schoollocaties Lichtenvoorde omgevingsparticipatie plaatsgevonden. Dat heeft mede geleidt tot de inhoud van deze Visie (en de randvoorwaarden daarin). Bij de nadere uitwerking van de plannen van de CPO ’t Jozefhof heeft er een tweeltal informatieavonden plaatsgevonden voor geïnteresseerden. Op 3 oktober 2024 heeft een algemene informatieavond van de CPO ’t Jozefhof plaatsgevonden. Daar heeft de CPO haar ontwerp gepresenteerd dat ook bij de
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
82
Omgevingsadvies en Landschap
prijsvraag is ingediend. Hierbij waren de buurt, geïnteresseerde deelnemers en andere belangstellenden uitgenodigd via brieven, social media en bericht in de Elna. Tijdens deze eerste waren er circa 150 personen aanwezig. Over het algemeen waren er positieve reacties. Enkele kritisch noten waren: - Zorgen om de vele parkeerplaatsen aan de Schatbergstraat voor de bewoners die daar tegenover wonen. - Zorgen om inkijk in achtertuinen of woningen, vanuit de nieuwe woningen. Deze input heeft de CPO ter harte genomen en bij de verdere uitwerking van de plannen is hiermee rekening gehouden. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen aan de schatbergstraat is verminderd en daar zijn extra groenstroken voor in de plaats gekomen. De nieuwe groenstroken zijn zo gepositioneerd dat deze vooral recht voor de bestaande woningen zitten. De verplaatste parkeerplekken zijn op het plein en bij de woningen voorzien. Inkijk Bij de positie en oriëntatie van de woningen is er scherp gekeken dat deze minimaal zicht krijgen op de bestaande bebouwing en achtertuinen. Daar waar het niet volledig te ontkomen was, wordt met extra groen (bomen en heesters) direct zicht ontnomen en wordt daarmee een buffer aanbracht. Het definitieve plan, inclusief de aanpassingen, is op 13 juni nogmaals gepresenteerd. Hierbij waren wederom: de directe buurt (circa 50 huizen) persoonlijk uitgenodigd om de plannen toe te lichten.
Hier kwamen circa 40 personen op af. Reacties waren allemaal positief. Hier zijn geen kritische opmerkingen meer naar voren gekomen. Publicatie Voor de realisatie van de plannen is er een wijziging van het omgevingsplan nodig. De gemeente publiceert de Wijziging van het Omgevingsplan (WOP) via de Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties (DROP) in het Gemeenteblad. Bij deze bekendmaking wordt tevens aangegeven door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan bezwaar kan worden ingediend.
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
83
Omgevingsadvies en Landschap
9 Conclusie Met in achtneming van de inhoud van deze ruimtelijke onderbouwing en de daarbij behorende bijlagen is voldoende gemotiveerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zodoende kan worden meegewerkt aan de gewenste ontwikkelingen aan de Schatbergstraat 81 in Lichtenvoorde en de daarvoor benodigde wijziging van het omgevingsplan (WOP).
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
84
Omgevingsadvies en Landschap
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
85
Omgevingsadvies en Landschap
Bijlagen 1-1
Situatie bestaand
1-2
Kaveltekening nieuw
1-3
Situatie nieuw
2
Beeldkwaliteitsplan
2-1 Levensloopbestendigheid 3
Groenplan 't Jozefhof
4
Rapport quickscan natuurwaarden
4-1
Nader ecologisch onderzoek
4-2
Onderzoek vleermuizen en steenmarter, 2025
5
Archeologisch (voor)onderzoek
6
Stikstofonderzoek
6-1
Advies ODA stikstof
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
8
Verkennend bodemonderzoek
9
ODA advies luchtkwaliteit
10
ODA advies externe veiligheid
11
ODA advies geur
12
Waterhuishoudingsplan
12-1 Infiltratieonderzoek
Realisatie van 12 woningen aan de Schatbergstraat 81 Lichtenvoorde
86