CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 preventie- en handhavingsplan alcohol en drugs

Raadscommissie 23 mei 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Preventie- en Handhavingsplan middelengebruik 2023-20267.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Preventie- en handhavingsplan middelengebruik Oost Gelre 2023-2026

Inhoudsopgave Voorwoord................................................................................................................. 1 Inleiding ..................................................................................................................... 2 1. Waar staan we nu? ............................................................................................... 6 1.1

Regelgeving en (lokaal) beleid ......................................................................................... 6

1.2

Cijfers en onderzoeken alcohol- en drugsgebruik ............................................................. 7

1.3

Wat doen we al en wat blijven we doen op gebied van preventie? ................................... 9

1.4

Wat doen we al en wat blijven we doen op gebied van handhaving? .............................. 11

2. Wat willen we bereiken? .................................................................................... 12 2.1 Doelstellingen van het beleid ............................................................................................. 12 2.2 Beoogd resultaat voor de komende jaren ........................................................................... 12

3. Wat gaan we extra doen?................................................................................... 14 3.1

Preventieve acties om middelengebruik te voorkomen .................................................. 14

3.2

Handhavingsacties om middelengebruik tegen te gaan .................................................. 14

3.3

Regionale samenwerking .............................................................................................. 17

4. Evaluatie .............................................................................................................. 18 Bijlage 1 Bepalen van Hotspots ................................................................................................ 19 Bijlage 2 Evaluatie Preventie en Handhavingsplan 2016- 2020 .................................................. 21

Voorwoord Voor u ligt het vernieuwde Preventie- en Handhavingsplan (PenH-plan) middelengebruik 2023 t/m 2026. Dit plan is het vervolg op het PenH-plan dat is opgesteld in 2016 en is een verplichting vanuit de Alcoholwet (voorheen de Drank- en Horecawet). Het voorgaande PenH-plan richtte zich op de preventieve aanpak en handhaving ten aanzien van alcoholgebruik. Dit vernieuwde PenH-plan richt zich op de preventie en handhaving van middelengebruik in het algemeen. Wanneer een interventie specifiek is gericht op alcoholgebruik of drugsgebruik zal het als zodanig worden beschreven. Anders zal er worden gesproken over middelengebruik. De PenH-plan cyclus loopt samen met het lokale beleidsplan Gezondheid, Bewegen en Sport. Deze is in februari 2023 vastgesteld door de raad. De afgelopen jaren hebben we sterk ingezet op de preventie van middelengebruik, handhaving van het alcoholgebruik en de alcoholverkoop. De evaluatie en cijfers uit de gezondheidsmonitor laten wat betreft alcoholgebruik in onze gemeente op een aantal vlakken een daling zien. Echter is het nog steeds hoog onder verschillende doelgroepen. Ook de signalen rondom drugsgebruik in onze gemeente geven aanleiding tot actie. Deze signalen worden bijvoorbeeld opgevangen op straat, maar ook de gemeenteraad heeft gevraagd om actie door de motie Drugs d’r uut unaniem aan te nemen.

Daarom blijven we ons de komende jaren inzetten op de preventie van- en handhaving op het middelengebruik onder jongeren in onze gemeente. In dit vernieuwde PenH-plan leest u de kaders voor het nieuwe beleid op het gebied van preventie en handhaving van middelengebruik voor de komende jaren. Hierin zijn uiteraard ook de meest recente wijzigingen van de Alcoholwet verwerkt. Bij het schrijven van dit PenH-plan heeft afstemming plaatsgevonden met andere preventieprogramma’s binnen het gezondheidsbeleid en het bredere sociaal domein.

1

Inleiding In dit PenH-plan middelengebruik staan de belangrijkste doelstellingen en maatregelen die de gemeente Oost Gelre heeft met betrekking tot (overmatig) middelengebruik. In de inleiding wordt kort toegelicht hoe het plan zich verhoudt tot het nationale en regionale preventieakkoord. Verder wordt er in de inleiding aandacht besteed aan de wettelijke verplichting van het PenH-plan, het theoretische kader, de looptijd en de doelgroep van het plan. Vervolgens kijken we in hoofdstuk 1 naar waar we nu staan, wat we de afgelopen periode hebben gedaan en wat we blijven doen met betrekking tot preventie en handhaving van middelengebruik. In hoofdstuk 2 wordt aandacht besteed aan de doelstellingen en beoogde resultaten van dit plan. In hoofdstuk 3 wordt belicht wat we extra gaan doen de komende jaren. Nationaal en regionaal preventieakkoord en (preventief) gezondheidsbeleid In het PenH-plan sluit de gemeente zoveel mogelijk aan bij de doelstellingen uit het Nationaal Preventieakkoord. Preventie van problematisch alcoholgebruik is een van de speerpunten. Tevens is minder zwaar en overmatig alcoholgebruik een speerpunt dat is opgenomen in het regionale Preventieakkoord ‘Gezondheid en geluk voorop in de Achterhoek’. Het thema drugs en het bespreekbaar maken van middelengebruik is tevens een speerpunt uit dit preventieakkoord.

Vele organisaties en (maatschappelijke) partners werken samen aan de doelstellingen op het gebied van het verminderen van middelengebruik. Wettelijke verplichting Preventie- en Handhavingsplan Met dit PenH-plan geeft de gemeente invulling aan de wettelijke taak (artikel 43a) in de uitvoering van de Alcoholwet. De Alcoholwet is een wet die verstrekking van alcoholhoudende dranken regelt en onze jongeren beschermt tegen de negatieve effecten van alcohol op gezondheid. De Alcoholwet heeft als doel om problematisch alcoholgebruik en het gebruik van alcohol onder 18-minners verder terug te dringen. Het opstellen van een PenH-plan is een verplichting vanuit de Alcoholwet. Vanuit de Alcoholwet zijn er een aantal aspecten aangegeven die (minimaal) in het plan moeten worden opgenomen:  wat de doelstellingen zijn van het preventie- en handhavingsbeleid alcohol;  welke acties worden ondernomen om alcoholgebruik, vooral onder jongeren, te voorkomen, al dan niet in samenhang met andere preventieprogramma’s als bedoeld in artikel 2, 2de lid onderdeel d, van de Wet Publieke Gezondheid (WPG);  de wijze waarop het handhavingsbeleid wordt uitgevoerd en welke handhavingsacties in de door het plan bestreken periode worden ondernomen;  welke resultaten in de door het plan bestreken periode minimaal behaald dienen te worden.

In dit plan hebben we ervoor gekozen om ook de preventieve aanpak, handhavingsmogelijkheden en onze doelstellingen op het gebied van middelengebruik te beschrijven. Dit betekent dat we ons naast de aanpak van het alcoholgebruik ook richten op de aanpak van het drugsgebruik. Dit vraagt een integrale benadering die we in dit plan beschrijven en benadrukken. Uiteraard sluiten we daarbij aan bij bestaande en relevante (beleids-)nota’s, akkoorden en wetten. Uitgangspunten en onderbouwing Het eerdere PenH-plan was gebaseerd op een integrale beleidsvisie. Ook voor dit nieuwe plan zullen wij dezelfde visie hanteren. Als uitgangspunt voor het integrale beleid hanteren we het preventiemodel van Reynolds (2003) (zie figuur 1). Het preventiemodel kent 3 beleidspijlers, te weten: educatie, regelgeving en handhaving. De pijlers staan deels op zichzelf maar overlappen elkaar ook. Voornamelijk in de overlap zien we het integrale preventiebeleid terug.

2

Het preventiemodel van Reynolds is gebaseerd op de systeemtheorie van Holder (1998) die duidelijk maakt dat alcoholgebruik altijd een resultaat is van een combinatie van factoren. De persoon, zijn sociale omgeving, het aanbod van drank en het overheidsbeleid vormen samen een systeem dat uiteindelijk de keuze van de gebruiker bepaalt. Holder laat daarmee zien dat (middelen)preventie nooit alleen op het individu gericht kan zijn. Het meest succesvol zijn strategieën die vooral de omgeving van de jongeren die middelen gebruiken beïnvloeden. En in die omgeving van de jongere spelen onder andere alcoholverstrekkers, scholen en ouders een belangrijke rol. In dit PenH-plan staat daarom tevens de omgeving van de jongeren centraal.

Regelgeving

Handhaving Preventie

Educatie

Figuur 1: Preventiemodel Reynolds Looptijd Het PenH-plan wordt elke vier jaar opnieuw vastgesteld. Dit PenH-plan loopt parallel aan de cyclus van het lokaal gezondheidsbeleid, het beleid vanuit het sociaal domein en het Integraal Veiligheidsplan (IVP) en heeft een looptijd van 2023 t/m 2026. Door de plannen parallel te laten lopen is de afstemming en integraliteit tussen de plannen optimaal. Doelgroep De einddoelgroep van dit PenH-plan zijn jongeren en jongvolwassenen tot 24 jaar. Het accent ligt daarbij nadrukkelijk op de groep onder de 18 jaar en op het ‘binge drinken’ onder de doelgroep tot 24 jaar. De gezondheidsschade van alcoholgebruik is het grootst onder de 18 jaar. Jongeren onder de 18 jaar zijn fysiek nog niet geheel volwassen en met name de hersenen zijn nog volop in ontwikkeling. Alcohol kan deze ontwikkeling schaden. Met dit gegeven in het achterhoofd heeft de centrale overheid de leeftijdsgrens voor verkoop én bezit van alcohol gesteld op 18 jaar. Het toezicht op de naleving van deze leeftijdsgrens wordt als een belangrijke prioriteit beschouwd binnen het gemeentelijk preventieen handhavingsbeleid. Daarnaast is de leeftijdsklasse tot 24 jaar oververtegenwoordigd in het uitgaansleven én is er een relatie tussen alcohol en het uitgaansleven (met de daarbij behorende risico’s op dronkenschap, soms uitmondend in een intoxicatie).

Daarom ligt de nadruk in dit plan in het bijzonder op de uitgaanssetting. Daarbij is uitgaan een breed begrip: het gaat bijvoorbeeld ook om het bezoeken van evenementen en feestjes thuis. Naast de gezondheidsproblematiek is veiligheidsproblematiek een belangrijke motivatie om aandacht te besteden aan deze leeftijdsgroep. Het alcoholgebruik onder volwassenen en ouderen ligt ook hoog ten opzichte van de regio en landelijk. Dit maakt dat we de komende jaren zullen (blijven) inzetten op alcoholpreventie onder volwassenen en ouderen. Dit valt echter buiten de doelgroep van dit plan en wordt meegenomen in het gezondheidsbeleid.

3

Dit plan richt zich ook op het voorkomen en terugdringen van drugsgebruik onder jongeren. Ook hier zien we dat onder andere uitgaanssettingen een belangrijke risicofactor zijn. Gelet op de gezondheidsproblematiek, veiligheidsproblematiek en signalen uit de samenleving achten we het van groot belang hier aandacht aan te besteden en (preventief en repressief) op te blijven inzetten.

4

1. Waar staan we nu? In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de huidige situatie met betrekking tot het middelengebruik onder jongeren in Oost Gelre. In paragraaf 1.1 wordt ingegaan op de regelgeving en het (lokale) beleid. In paragraaf 1.2 worden diverse cijfers en onderzoeken toegelicht. In paragraaf 1.3 wordt ingegaan op wat we al doen en blijven doen met betrekking tot preventie. In paragraaf 1.4 wordt hetzelfde gedaan, maar dan met betrekking tot handhaving.

1.1

Regelgeving en (lokaal) beleid

Per 1 juli 2021 is de nieuwe Alcoholwet in werking getreden Ten opzichte van het vorige PenH-plan hebben er een aantal wijzigingen plaats gevonden binnen de wet. Wederverstrekking (het doorgeven van alcohol door een meerderjarige aan een minderjarige) is strafbaar gesteld, kortingen van meer dan 25% op alcohol zijn verboden (met uitzondering van alcohol die ter plaatse wordt gedronken op locaties met een tapvergunning) en er zijn regels gesteld voor online alcoholverkoop. Het NVWA draagt de verantwoordelijkheid voor de handhaving van alcohol verkoop op afstand. Opiumwet De Opiumwet is de wet waarin de meeste drugs en de al dan niet strafbaarstelling hiervan staan beschreven. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen harddrugs (lijst 1) en softdrugs (lijst 2). De wet verbiedt voor de middelen op lijst 1 de productie, het in bezit hebben en de verkoop. Voor lijst 2 gelden andere regels, waarvan het gedoogbeleid voor de verkoop van softdrugs het meest bekend is. In de Opiumwet staat niets beschreven voor het gebruik van drugs. Daarnaast is het lachgasverbod van kracht per 1 januari 2023. Vanaf die datum staat lachgas op lijst II van de Opiumwet, wat betekent dat het onder andere verboden is om lachgas binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te verkopen of te hebben. Het doel van het verbod is om recreatief gebruik terug te dringen en het aanbod te beperken.

In onze APV staat ook een lachgasverbod opgenomen (artikel 2:48a). Hiermee stellen we als gemeente het gebruik van lachgas in de openbare ruimte strafbaar. Landelijke Handhavingsstrategie Voor de handhaving op middelengebruik wordt de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) toegepast. De LHS geeft de mogelijkheid om passend te interveniëren bij iedere bevinding. Dit betekent dat er afhankelijk van de situatie wordt gekozen voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- en strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Algemene Plaatselijke Verordening In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is een verbod op het nuttigen van alcoholhoudende drank op straat (alleen binnen de bebouwde kom) opgenomen om overlast en vandalisme (van hangjongeren) tegen te gaan. Naast dat de APV voorziet in een verbod op het nuttigen van alcoholhoudende drank op straat, zijn er ook artikelen opgenomen om het drugsgebruik- en handel aan te pakken. Zo maakt artikel 2:74 het voor politie en Buitengewoon Opsporingsambtenaren (Boa's) het mogelijk om op te treden tegen drugshandel op straat en op basis van artikel 2:74A en 2:74B kan er opgetreden worden tegen drugsgebruik. Hier gaan we de komende jaren meer op inzetten door het regelmatig onder de aandacht te brengen bij politie en Boa's.

6

Beleidsplan Gezondheid, Bewegen en Sport In het lokale beleidsplan Gezondheid, Bewegen en Sport wordt expliciet aandacht besteed aan middelengebruik. Eén van de doelstellingen in het plan is namelijk dat het middelengebruik onder jongeren daalt. Er zijn drie maatregelen opgenomen om deze doelstelling te behalen: 1. Het organiseren van themabijeenkomsten in de woonkernen waarbij middelengebruik bespreekbaar wordt met jongeren en hun ouders/verzorgers. 2. Middels het Preventie Platform Jeugd (PPJ) in blijven zetten op de preventieve aanpak van middelengebruik, gericht op jongeren ouders/verzorgers en professionals. 3. Het organiseren van de Instructie Verantwoord Alcoholschenken (IVA) voor barvrijwilligers van (sport)verenigingen. Beleidsplan Mens & Samenleving Ook in het lokale beleidsplan Mens & Samenleving wordt aandacht besteed aan middelengebruik. Eén van de geformuleerde doelen is namelijk dat het alcohol- en drugsgebruik afneemt en dat inwoners verantwoord omgaan met het gebruik. Dezelfde maatregelen als in het beleidsplan Gezondheid, Bewegen en Sport worden hierbij genoemd. Daarnaast wordt er één extra maatregel aan toegevoegd. Er worden namelijk sessies georganiseerd voor het Sociaal Team over het signaleren van overmatig alcoholgebruik.

Gemeentelijke Drank- en Horecaverordening De artikelen 25a t/m 25g van de Alcoholwet geven de gemeenteraad de mogelijkheid om in het belang van de volksgezondheid nadere regels ter beperking van de verstrekking van alcoholhoudende drank op te stellen. In de Achterhoek is een regionaal model opgesteld die wij ook gebruikt hebben. In de gemeentelijke Drank- en Horecaverordening is bepaald dat in paracommerciële inrichtingen geen alcoholhoudende drank mag worden verstrekt gedurende de tijd dat de inrichting wordt gebruikt voor activiteiten die geheel of in belangrijke mate zijn gericht op personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. Ook is een verbod op prijsacties in de horeca (zgn. happy hours) in de verordening opgenomen. Horeca- en veiligheidsbeleid In 2023 wordt er een nieuw Integraal Veiligheidsplan Achterhoek Oost 2023 – 2026 vastgesteld. Drugsgebruik, -productie en -handel is als prioriteit of thema in dit beleidsplan terugkomen. Als het gaat om terugdringen van het drugsgebruik, dan zullen de activiteiten in het Integraal Veiligheidsplan aansluiten op het voorliggende PenH-plan middelengebruik. De aanpak van drugshandel- en productie maakt geen onderdeel uit van dit plan.

1.2

Cijfers en onderzoeken alcohol- en drugsgebruik

Huidig middelengebruik onder jongeren In 2021 is de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD uitgevoerd onder 2e en 4e klassers van het voortgezet onderwijs. Het eenmalig alcoholgebruik onder jongeren is toegenomen ten opzichte van 2019. In 2019 was er bij 41% van de jongeren sprake van eenmalig alcoholgebruik en in 2021 was dit 48%. Ook het ‘binge drinken’ (meer dan 5 drankjes bij 1 gelegenheid) is toegenomen. Volgens de meest recente cijfers heeft 39% van de jongeren in de afgelopen 4 weken 5 of meer drankjes per gelegenheid gedronken. In 2019 was dit 32% van de jongeren. Ten aanzien van het drugsgebruik zien we een kleine afname van het gebruik van softdrugs. In 2019 had 9% van de jongeren ooit softdrugs gebruikt, in 2021 was dit 7%. 3% van de jongeren gaf daarbij in 2021 aan in de laatste 4 weken (voor het onderzoek) softdrugs te hebben gebruikt. In 2019 was dit 4% van de jongeren. In 2019 is daarnaast uitvraag gedaan naar het gebruik van andere middelen onder 2e en 4e klassers. Andere middelen verwijst in dit geval naar lachgas, GHB, XTC, Miauw Miauw, cocaïne, crack, paddo’s, amfetamine, LSD en heroïne. 4% van de 2e en 4e klassers gaf aan 7

dit ooit te hebben gebruikt en 1% gaf aan dit in de laatste 4 weken te hebben gebruikt. In 2021 is er geen uitvraag gedaan naar het gebruik van andere middelen bij de Gezondheidsmonitor Jeugd. Naast de objectieve cijfers uit de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD komen er signalen bij diverse partners (o.a. gemeente en politie) binnen die duiden op drugsgebruik onder jongeren. Het zou hierbij gaan om zowel soft- als harddrugs. Het blijkt in de praktijk lastig om het drugsgebruik in z'n geheel (soft- en harddrugs) objectief in beeld te brengen voor onze gemeente. Enerzijds omdat dit niet standaard onderdeel uitmaakt van de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD en anderzijds omdat het melden van drugsgebruik vrijwel niet wordt gedaan. Echter geven bovengenoemde cijfers en signalen aanleiding om (pro)actief en blijvend in te zetten op de (preventieve en repressieve) aanpak van het drugsgebruik. Drank- en drugsoverlast Op basis van de politiecijfers blijkt dat het aantal overlastmeldingen, veroorzaakt door drank en- of drugs, in de afgelopen jaren is toegenomen. In 2016 waren er 17 overlastmeldingen, in 2020 waren het dit er 31. In 2021 ging dit om 28 overlastmeldingen en in 2022 waren dit er 35. Figuur 1 geeft het aantal overlastmeldingen in de periode van 2016 t/m 2022 weer.

Het duiden van deze politiecijfers is moeilijk aangezien: - Eén persoon verantwoordelijk kan zijn voor meerdere overlastmeldingen alcohol- en/of drugs, waardoor je de aard- en omvang van de problematiek niet kunt bepalen; - de overlastmeldingen worden niet alleen veroorzaakt door jongeren, hoewel dit wel de reikwijdte is van dit plan; - het jaar 2020 het “coronajaar” was, waarin er in algemene zin een toename is te zien in overlastmeldingen doordat meer mensen thuis waren en de sociale controle hoog was. Desalniettemin laat het zien dat er in de gemeente overlast veroorzaakt wordt door alcohol- en of drugsgebruik. Ook om die reden is preventie en handhaving van middelengebruik noodzakelijk.

Overlastmeldingen drank en drugs 40 30 20 10 0 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Figuur 1: overlastmeldingen drank en drugs.

Landelijke cijfers In 2020 is door het Trimbos instituut een groot landelijk uitgaansonderzoek gehouden onder de leeftijd van 15 t/m 35 jaar die weleens een uitgaansgelegenheid hebben bezocht in het afgelopen jaar. In grote lijnen kan geconcludeerd worden dat alcohol en tabak de meest gebruikte middelen zijn. Bijna alle respondenten (98%) hebben in het afgelopen jaar alcohol gebruikt en 60% heeft in het afgelopen jaar gerookt. De meest gebruikte drug is cannabis en na cannabis blijft ecstasy de meest gebruikte (uitgaans-)drug. Vooral op uitgaansavonden wordt veel gedronken (gemiddeld 5,7 glazen). Tijdens indrinken voor het uitgaan worden gemiddeld 5,7 glazen alcohol gedronken en tijdens het uitgaan wordt gemiddeld 6,6 glazen alcohol gedronken. Respondenten roken ook meer als ze uitgaan: 11,5 sigaretten vergeleken met 7,6 sigaretten op een dag dat men niet uitgaat. 8

Onderzoek Trimbos Instituut Aanvullend op de cijfers die beschikbaar zijn wordt er in de beginperiode van dit plan een beeld gevormd van het drugsgebruik in de gemeente. Dit wordt gedaan aan de hand van een combinatie onderzoek van het Trimbos Instituut. Hierin wordt er zowel kwalitatief onderzoek gedaan aan de hand van interviews en focusgroepen met netwerkpartners, ouders, jongeren en jongvolwassenen. Daarnaast wordt er een kwantitatief onderzoek gedaan naar het rioolwater in de gemeente. Hiermee wordt een beeld gevormd van de omvang van het probleem. Dit onderzoek wordt aan het eind van de periode van dit plan herhaald, waarmee een vergelijking kan worden getrokken.

1.3 Wat doen we al en wat blijven we doen op gebied van preventie? Bewustwording en voorlichting Er is op verschillende manieren ingezet op de preventieve aanpak van middelengebruik in de afgelopen periode. Dit is onder andere gedaan middels het Preventie Platform Jeugd (PPJ), maar ook in samenwerking met verschillende netwerkpartners zoals het onderwijs, de GGD of Iriszorg. Ook in de komende periode zal deze preventieve aanpak worden doorgezet. Er zijn verschillende acties ondernomen omtrent voorlichting en bewustwording in en bij scholen:  Burgerschapsdagen binnen het onderwijs Tijdens de burgerschapsdagen is voorlichting rondom middelengebruik een vast onderdeel.  Programma ‘In Charge’ ‘In Charge’ is een lespakket voor leerlingen van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en studenten in de eerste twee leerjaren van het mbo. Tijdens de lessen leren de leerlingen en studenten hun zelfcontrole te vergroten om verleidingen beter te kunnen weerstaan. In Charge is onderdeel van ‘Helder op school’.  Helder op school Helder op school biedt een integrale aanpak om leerlingen of studenten bewust te maken van de gevolgen van middelengebruik en hen te stimuleren niet te roken of drinken, geen drugs te gebruiken en niet te veel te gamen. Onder deskundige begeleiding wordt stap voor stap gewerkt aan het creëren van een gezond klimaat op school.

 Groepslessen en individuele gesprekken De GGD verzorgt groepslessen op de middelbare scholen in onze gemeente om middelengebruik onder de aandacht te brengen en bespreekbaar te maken. Ook gaat de GGD individueel met leerlingen in gesprek. In dit gesprek wordt ook het gebruik van alcohol en drugs besproken. Naast de acties in en bij scholen wordt er ook ingezet op voorlichting en bewustwording bij de ouders en de overige omgeving van de jongeren:  Ouderbijeenkomsten ‘omgaan met pubers’ In 5 bijeenkomsten komen verschillende thema’s aan bod, waaronder alcohol- en drugsgebruik.  Praktische handvaten omgeving We geven praktische handvaten om middelengebruik bespreekbaar te maken onder/met jongeren. We richten ons daarbij ook nadrukkelijk op de omgeving van jongeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de ouders/verzorgers, maar ook aan (sport)verenigingen, scholen en professionals.  Homeparty’s Samen met onze netwerkpartners organiseren we (op aanvraag) homeparty’s. Een deskundige gaat met een groep ouders (thuis) in gesprek over middelengebruik en biedt hen informatie en handvaten.  Voorlichting in alle kernen We organiseren (informatie)bijeenkomsten om het onderwerp middelengebruik bespreekbaar te maken en handvaten te bieden bij het signaleren van middelengebruik onder jongeren.

Verenigingen kunnen bijvoorbeeld een belangrijke rol spelen bij verantwoord omgaan met alcoholgebruik.

9

 Bewustwording bij hokken en keten In 2022 hebben in de kleine kernen bijeenkomsten plaats gevonden met als thema ‘gezondheid en veiligheid in hokken en keten’. Met ouders en jongeren is het gesprek aangegaan over alcohol en drugs, hokken & keten, brandveiligheid en BHV. De avonden richtten zich op de buurtketen die op een privéterrein staan. In 2023 geven we een vervolg aan deze bijeenkomsten in Groenlo en Lichtenvoorde. Daarnaast zijn er nog andere manieren waarop er aandacht wordt besteed aan bewustwording rondom middelengebruik:  Inzet peers We zetten bij verschillende evenementen en gelegenheden peers in. Zij hebben een signalerende functie en maken het onderwerp middelengebruik bespreekbaar met jongeren. De peers zijn zelf ook (vaak) jongeren.  Werkgroep Roken, alcohol, drugs en digitale verleiding Middels deze werkgroep zetten wij in op een preventieve aanpak van verschillende verleidingen voor jongeren.  Training vroeg signalering van problematisch middelengebruik voor professionals en vrijwilligers die met jongeren werken We zetten in op het (nog) beter kunnen signaleren van problematisch middelengebruik, bewustwording en het bieden van handvaten. Ook binnen het Jeugd- en gezondheidsbeleid wordt aandacht besteed aan preventieve activiteiten omtrent middelengebruik onder jongeren.

Hierbij gaat het onder andere om:  Ambulant jongerenwerker Sinds 1 augustus 2022 is er een ambulant jongerenwerker in dienst van de gemeente Oost Gelre. De jongerenwerker gaat met jongeren in gesprek, is zichtbaar voor jongeren, signaleert en biedt passende ondersteuning aan de jongeren.  Landelijke acties Jaarlijks wordt er landelijk de Ik Pas actie georganiseerd. Daarnaast richten we ons ook op de NIX18 campagne. In Oost Gelre geven we hier jaarlijks aandacht aan via onder andere de media.  Nalevingsonderzoeken De afgelopen jaren hebben we zogenaamde mystery-shoppers ingezet om meer inzicht te krijgen in de verkoop van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar. De supermarkten scoren in de gemeente goed. In alle gevallen werd bij verkoop van alcohol de leeftijd gecontroleerd. Op sommige overige plekken was het wel mogelijk om alcohol mee te krijgen zonder een leeftijdscontrole. We zullen deze onderzoeken in 2023 weer gaan herhalen en proberen door middel van bewustwording hier een verbeterslag in te maken.  Instructie Verantwoord Alcohol schenken (IVA) We organiseren IVA-cursussen voor vrijwilligers van verschillende organisaties en verenigingen. Iriszorg heeft de afgelopen jaren in opdracht van de gemeente, een aantal IVA-trainingen voor barvrijwilligers georganiseerd.

Het vervolg hierop is dat Iriszorg nog steeds IVA-cursussen aanbiedt, maar dan ook meteen met de verenigingen in overleg gaat over hoe zij het alcoholbeleid verder kunnen vormgeven.  Alcohol- en drugsplan evenementen Organisatoren van grote evenementen wordt gevraagd om in hun veiligheidsplan aandacht te schenken aan alcohol- en drugsgebruik en welke interventies men toepast om verantwoord alcoholgebruik te bevorderen en drugsgebruik te voorkomen. Het tegengaan van drugs op evenementen, maar ook in de horeca (bezit, gebruik en handel) zal de komende jaren extra aandacht krijgen.

10

1.4 Wat doen we al en wat blijven we doen op gebied van handhaving? De afgelopen periode is er vanuit het PenH-plan enkel ingezet op alcoholgebruik. Er zijn daarin verschillende handhavende interventies ingezet op het alcoholgebruik. Dit is voornamelijk gedaan bij evenementen en horecagelegenheden. Deze zijn bezocht door de handhaver met de bevoegdheid hiervoor. Daarnaast zijn in de tweede helft van 2016 alle para-commerciële instellingen binnen de gemeente bezocht door de handhaver.

11

2. Wat willen we bereiken? In dit hoofdstuk beschrijven we waar we de komende jaren naar toe willen werken aan de hand van de opgestelde doelstellingen. Daarnaast wordt het beoogde resultaat toegelicht.

2.1 Doelstellingen van het beleid Het ingezette beleid wat is beschreven in het vorige PenH-plan willen wij continueren. Dit betekent dat wij de ambitie hebben dat jongeren op een zo gezond en veilig mogelijke manier kunnen opgroeien. Hierbij hoort het streven dat jongeren onder de 18 jaar geen alcohol drinken en dat jongeren van 18 tot 24 jaar matigen in het alcoholgebruik. Daarnaast streven wij naar het voorkomen dan wel het verminderen van drugsgebruik onder jongeren. Om dit te bereiken hebben we de volgende doelstellingen opgesteld:  Het voorkomen- en tegengaan van alcoholgebruik door jongeren onder de 18 jaar;  Het voorkomen- en tegengaan van overmatig alcoholgebruik door jongeren in de leeftijd van 18 tot 24 jaar;  Het voorkomen- en tegengaan van drugsgebruik onder jongeren;  Het voorkomen- en tegengaan van overlast als gevolg van het gebruik van middelen. Om deze doelstellingen te concretiseren is gekozen voor een aantal speerpunten. Deze speerpunten zijn met name gericht op de omstandigheden (omgeving) waarin jongeren middelen verkrijgen en gebruiken. Daarnaast zijn de speerpunten gericht op de jongeren zelf.

De speerpunten zijn:  het creëren van draagvlak en verantwoordelijkheid in onze samenleving en daarmee het verbeteren van de bewustwording van de risico’s van het middelengebruik;  het creëren van bewustwording en duidelijkheid in wet- en regelgeving door in gesprek te gaan met partijen waar jongeren samenkomen dan wel jongeren de middelen kunnen verkrijgen (o.a. onderwijs, commerciële- en para commerciële horeca, supermarkten en slijterijen);  efficiënt handhaven: Het doelmatig inzetten van de toezichts- en handhavingscapaciteit gericht op naleving van alcohol- en drugsgerelateerde wet- en regelgeving, o.a. APV, Alcoholwet e.d. In dit PenH-plan richten we ons dus op middelengebruik onder jongeren in onze gemeente. Naast de inzet gericht op middelengebruik, zetten wij in Oost Gelre uiteraard ook blijvend (preventief) in op het verminderen van het gebruik van andere middelen zoals roken. Ook richten we ons, naast de inzet op jongeren, uiteraard ook op het terugdringen van middelengebruik onder andere doelgroepen. Dit is terug te vinden in ons lokale gezondheidsbeleid (tevens aansluitend op de landelijke nota Gezondheid) en de beleidsnota Mens en Samenleving.

2.2 Beoogd resultaat voor de komende jaren In de komende jaren streven wij naar een afname van het middelengebruik in onze gemeente. We zetten hierbij sterk in op preventie en bewustwording. Dit monitoren wij middels de gezondheidsmonitors van de GGD. In tegenstelling tot het vorige PenH-plan richten we onze beoogde resultaten op meer algemene doelstellingen in plaats van specifieke percentages. Deze doelstellingen sluiten aan bij de actualiteit, de huidige cijfers rondom middelengebruik en de behoeften op basis van signalen uit de samenleving. Uiteraard blijven wij de percentages (middels de gezondheidsmonitors) monitoren. Dit kan namelijk wel bepalend zijn voor de richting van ons beleid. Ook vergelijken wij het percentage met onder andere de regio en met landelijke percentages.

12

We richten ons in dit plan op de volgende resultaten:  Middelengebruik is bespreekbaar gemaakt onder jongeren en hun omgeving;  Jongeren en hun ouders/verzorgers zijn zich bewust van de gezondheidsrisico’s van het (overmatig) gebruik van middelengebruik;  Het aantal ouders/verzorgers dat afspraken maakt rondom NIX18 met hun kinderen neemt toe;  Het aantal 2e en 4e klassers dat bingedrinkt neemt af;  Het aantal jongeren dat (soft)drugs gebruikt neemt af;  Zicht krijgen op het gebruik van harddrugs onder jongeren;  De omgeving rondom jongeren (denk aan ouders/verzorgers, scholen, verenigingen, horeca, evenementen en professionals) kunnen middelengebruik signaleren en weten hoe zij kunnen handelen;  We informeren inwoners over de (anonieme) meldingsmogelijkheden en vergroten daarmee de meldingsbereidheid rondom middelengebruik. De bovengenoemde beoogde resultaten zijn gebaseerd op de resultaten van de afgelopen jaren en de trends die wij signaleren. Uiteraard is het ons streven om alcoholgebruik onder de 18 jaar geheel te voorkomen. We moeten echter ook realistisch zijn. Ondanks blijvende en intensieve (preventieve) inzet rondom alcoholgebruik zijn de cijfers ten aanzien van het alcoholgebruik in onze gemeente nog altijd hoog. In de Achterhoek hebben wij op dit gebied een achterstand in te halen.

In de heersende ‘cultuur’ lijkt het soms lastig directe en grote resultaten te boeken. Uiteraard is onze inzet hierop wel gericht. We benadrukken daarbij ook de verantwoordelijkheid van onze inwoners hierin.

13

3. Wat gaan we extra doen? In dit hoofdstuk wordt besproken welke acties extra worden ondernomen om het (overmatig) middelengebruik in de gemeente tegen te gaan.

3.1

Preventieve acties om middelengebruik te voorkomen

Drugs D’r Uut! De eerdergenoemde motie “Drugs d’r Uut!” is unaniem aangenomen door de gemeenteraad en vormt de basis voor een symbool waaraan horeca mee kunnen doen. Door het symbool bij de ingang op te hangen kunnen zij gezamenlijk het signaal afgeven dat ze tegen drugsgebruik en -handel in hun lokaliteit zijn. Er heeft overleg met wat afgevaardigden van de horeca plaatsgevonden om het hierover te hebben. Daarbij kwam onder andere naar voren dat het geen loos statement moet worden en dat er daarom enkele activiteiten onder moeten worden gehangen. Dit is bijvoorbeeld: Bewustwordingsbijeenkomst. Er wordt een bewustwordingsbijeenkomst georganiseerd voor de horecaondernemers en medewerkers over hoe drugsgebruik kan worden herkend en waar dit moet worden gemeld indien het wordt gezien. Partijen als Iriszorg hebben ervaring met het geven van zulke bewustwordingsbijeenkomsten. Daarbij biedt Bureau Drugszaken trainingen aan waarbij horecaondernemers- en medewerkers en eventueel boa’s/toezichthouders kunnen oefenen met acteurs. Daarnaast kan de politie aansluiten bij deze bewustwordingsbijeenkomsten om het te hebben over hoe het gemeld moet worden en wat de afspraken hierover zijn. De horeca en de gemeente gaan gezamenlijk in overleg om de uitvoering hiervan vorm te geven. Individuele en collectieve horecaontzegging.

De horecaondernemer heeft op dit moment de mogelijkheid om een persoon een horecaontzegging op te leggen voor de onderneming. Dit kan bijvoorbeeld wanneer er drugsgebruik of ander wangedrag wordt ervaren. Het is ook mogelijk om gebruik te maken van collectieve horecaontzeggingen. Dit betekent dat wanneer er bijvoorbeeld drugsgebruik- of handel wordt gesignaleerd, de persoon in kwestie een collectieve horecaontzegging kan worden opgelegd. Hierdoor kan de persoon in kwestie niet alleen de toegang tot de lokaliteit waar het is gebeurd worden ontzegd, maar ook tot de andere aangesloten horeca. Om te werken met collectieve horecaontzegging moet een systeem worden aangeschaft, waardoor de persoonsgegevens kunnen worden gedeeld op basis van de AVG. Er wordt in samenwerking met de horeca gekeken naar de mogelijkheden voor het werken met collectieve horecaontzegging. Convenant Veilig Uitgaan In het Convenant Veilig Uitgaan hebben de commerciële horeca, politie, het Openbaar Ministerie en de gemeente aanvullend op de regelgeving afspraken vastgelegd gericht op het beperken van middelengebruik. Zo zijn er bijvoorbeeld afspraken over het vermijden van alcohol bevorderende verkoopacties en het maken van reclame daarvoor. Daarnaast zijn er afspraken rondom drugsgebruik vastgelegd in het horecaconvenant.

Zo treedt de horecaondernemer in contact met de politie wanneer er handel of gebruik in soft- of harddrugs zoals bedoeld in de Opiumwet Lijst I en II wordt geconstateerd. Ook verdachte situaties worden gemeld bij de politie. Deze afspraken worden ook door de horecaondernemer opgenomen in de gedrags-en huisregels om laten zien dat drugsgebruik en -handel niet wordt getolereerd. Het horecaconvenant kan worden opgevraagd via de website van de gemeente.

3.2

Handhavingsacties om middelengebruik tegen te gaan

Gebruik risicoanalyse bij prioriteitstelling leeftijdsgrenscontrole We willen beter zicht krijgen op de verkoop van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar. Hierdoor kunnen we zorgvuldiger omgaan met de beschikbare middelen. We starten geen uitgebreide handhavingsacties, maar zetten onze handhavingscapaciteit gericht in op vooraf bepaalde hotspots. 14

Voorbeelden van hotspot-locaties zijn: discotheken, (jongeren)cafés, muziekevenementen, sporttoernooien en -evenementen, supermarkten, avondwinkels en slijterijen. Maar dat kunnen ook jongerenketen, ontmoetings- en indrinkplekken zijn. Het bepalen van deze hotspots kan al naar gelang de noodzaak worden aangepast. Bijvoorbeeld als er signalen komen van een hotspot als veelgebruikte hangplek voor jongeren. Op basis van de risicoanalyse zijn de volgende hotspots vastgesteld (zie bijlage I):  evenementen;  ontmoetingsplekken voor jongeren;  sportkantines;  snackbars. Per hotspot worden jaarlijks verschillende locaties bezocht voor een handhavingscontrole. Voor het exact bepalen bij welke inrichtingen en welke evenementen wordt gecontroleerd, vindt overleg plaats. De uitkomsten van de risicoanalyse en eerdere controles dienen als input voor het bepalen van de te bezoeken inrichtingen en evenementen. Aanpak alcoholgebruik In de gemeente Oost Gelre zijn momenteel (per 1 januari 2023) 134 alcoholverstrekkers. Bovendien worden er op jaarbasis circa 60 ontheffingen verleend voor het tijdelijk schenken van alcohol bij evenementen.

Aantallen

Horecainrichtingen 80

Paracommerciele instellingen 31

Slijterijen

Supermarkten

Snackbar

7

9

7

Bij toezicht en handhaving richten we ons op alle branches die alcohol schenken en/of verkopen. De focus zal met name op de horeca, evenementenorganisatoren en (sport)verenigingen liggen. De boa’s die aangewezen zijn als gemeentelijk toezichthouder Alcoholwet zijn bevoegd toe te zien en te handhaven op de Alcoholwet. Vanzelfsprekend worden ook jongeren aangesproken wanneer zij alcohol gebruiken/bij zich hebben in de openbare ruimte. De boa's hanteren – zoals eerder vermeld – de landelijke handhavingsstrategie, dat onderdeel uitmaakt van het lokale handhavingsbeleid. Hieronder een opsomming van de toezicht- en handhavingsactiviteiten en de mogelijkheden om middelengebruik tegen te gaan:  Basiscontrole De zaak moet de vergunningen actueel hebben. Met een basiscontrole wordt periodiek vastgesteld of de vergunning nog op orde is en of er voldaan wordt aan de voorwaarden van de afgegeven vergunning, zoals aanwezigheid van een leidinggevende, eventueel toegangsbeleid, leeftijdsgrenzenaanduiding en inrichtingseisen.  Vrije veldtoezicht Naast het aanbod gestuurde toezicht vindt 'Vrije veldtoezicht' plaats op activiteiten die mogelijk plaatsvinden zonder vergunning, schenken/verkopen alcohol onder de 18, wederverstrekking, doorschenken of drugsgebruik. Soms is dat naar aanleiding van klachten maar ook via signalen die de toezichthouders krijgen van elkaar of van de politie.

 Overige controles  Steekproefsgewijze controles bij evenementen vinden plaats aan de hand van de afgegeven evenementenvergunningen en op basis van ervaringen van de vorige jaren. Indien het een nieuw evenement is, wordt er altijd een controle uitgevoerd.  Controles bij ontmoetingsplaatsen in de openbare ruimte vinden plaats op locaties waarover klachten of signaleringen of meldingen zijn binnengekomen.

15

Aanpak drugsgebruik Het Openbaar Ministerie (OM) is belast met de opsporing en vervolging van onder meer de strafbare gedragingen uit de Opiumwet. Er zijn richtlijnen vanuit het OM als het gaat om strafbaarheid en prioriteiten. Zo moet handel in harddrugs, volgens de richtlijnen, de meeste aandacht krijgen en wordt het strengst bestraft, daarna volgt handel in softdrugs. Minder aandacht is er voor eigen gebruik. Normaal gesproken wordt bezit voor eigen gebruik van zowel harddrugs als softdrugs niet opgespoord en vervolgd. Bezit voor eigen gebruik is 5 gram voor hasj en wiet, een halve gram voor cocaïne en 1 pil voor xtc. In onze gemeente sturen we op een zero tolerance beleid. Dit houdt in dat er door de politie, naast dealen, ook op het gebruik wordt gelet. We hopen op die manier de handel en het gebruik in drugs verder te kunnen tegengaan. Houdt de politie iemand aan met een gebruikershoeveelheid dan worden de drugs in beslag genomen. Hiervoor krijgt de persoon geen boete en wordt hij/zij ook niet vervolgd. Het in beslag nemen wordt wel geregistreerd. Als iemand meer drugs bij zich heeft dan een gebruikershoeveelheid, dan wordt hij/zij als dealer gezien. Dat geldt ook als je 2 soorten drugs bij je hebt, bijvoorbeeld een kwart gram speed en een xtc-pil.

De gemeentelijke toezichthouders en handhavers spelen op verschillende manieren een rol bij de aanpak van drugsgebruik en –handel, namelijk: - Signaleren: de toezichthouders en boa's hebben een signalerende rol bij drugsgebruik- en handel. Indien er signalen van drugsgebruik- en/of handel zijn dan wordt dit direct doorgegeven aan de politie. Afhankelijk van de situatie zal bekeken worden welke acties er volgen. - Handhaven: toezichthouders en boa's zijn bevoegd om te handhaven op drugsgebruik- en handel in de openbare ruimte (APV: 2:74 en 2:74A). Tijdens uitgaansavonden en evenementen zal hier extra aandacht voor zijn. Ook de politie gaat op dit artikel handhaven. -Als het gaat om drugsgebruik- en/of handel op evenementen dan inventariseert de gemeente, samen met de politie, de risicovolle evenementen. De lokale driehoek kan bijvoorbeeld besluiten om van de algemene evenementenbeleidsregels met betrekking tot verdovende middelen af te wijken. Zo wordt bekeken of er acties worden uitgezet om het drugsgebruiken/of handel te kunnen signaleren en aan te kunnen pakken. De aankomende jaren zal hier extra op worden ingezet. -Horecaondernemers en evenementenorganisatoren kunnen, bij het constateren van drugsgebruik en/of -handel, de persoon een horecaontzegging opleggen op basis van hun eigen huisregels. De toezichthouders Alcoholwet en boa's gaan dit onder de aandacht brengen.

Bestuurlijke boete Voor bepaalde overtreding van de Alcoholwet kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Welke overtredingen dit zijn staan in het Alcoholbesluit. Daarin staat ook wat de hoogte van die boete per geval is. In de LHS staat vastgelegd hoe de bestuurlijke boete wordt toegepast. Het repressief inzetten van dit instrument werkt handhavend, maar moet op termijn ook een preventieve uitwerking hebben op het naleven van de regelgeving. Last onder dwangsom Op basis van het overtreden van de artikelen uit de APV met betrekking tot drugsgebruik- en/of handel (APV: 2:74 en 2:74A) kan de burgemeester een last onder dwangsom opleggen. Het doel hiervan is om herhaling van de overtreding te voorkomen. De afgelopen jaren is er een aantal keer een last onder dwangsom opgelegd aan lokale dealers. Ook de aankomende jaren zal hier nog meer de focus opgelegd worden zodat straf- en bestuursrecht naast elkaar wordt ingezet.

16

3.3

Regionale samenwerking

Eind 2017 hebben de Achterhoekse gemeentes een samenwerkingsconvenant getekend dat onderlinge uitruil van toezichthouders en boa’s mogelijk maakt. In dit convenant zijn afspraken gemaakt over de wijze van samenwerking en de voorwaarden waaronder dit plaatsvindt. Onderlinge samenwerking heeft een aantal voordelen:  delen van kennis en ervaring van boa’s onderling;  minder kwetsbaar door gezamenlijk optreden;  inzet van boa’s die niet lokaal bekend zijn voorkomt dat ondernemers deze boa’s vroegtijdig herkennen.

17

4. Evaluatie In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we het PenH-plan evalueren. We doen dit aan de hand van de volgende acties: Risicoanalyse Jaarlijks maken we een risicoanalyse ten aanzien van handhaving rondom alcoholgebruik dat we bijwerken aan de hand van de actuele situatie. De focus ligt hierbij op de verschillende settingen (denk aan evenementen, detailhandel, uitgaansgelegenheden etc.) en risicokenmerken zoals het wel of niet naleven van de leeftijdsgrens. De uitkomsten hiervan gebruiken we voor het toezicht op de naleving van de Alcoholwet. Monitoring In 2024 en 2025 verwachten we nieuwe resultaten van de gezondheidsmonitors. De cijfers zullen we vergelijken met de vorige gezondheidsmonitors. Opvallende verschillen, toenames of afnames kunnen leidend zijn in (prioritering van) de inzet van activiteiten. Door middel van de gezondheidsmonitors bekijken we tevens of we mogelijke resultaten van onze inzet kunnen constateren. Evaluatie bij afloop PenH-plan Voorafgaand aan de afloop van het PenH-plan volgt een evaluatie waar zowel naar de effecten van het beleid als achterliggende indicatoren wordt gekeken. De evaluatie van dit plan zal gelijktijdig lopen met de evaluatie van het lokaal Jeugd- en gezondheidsbeleid. Ook de bevindingen vanuit de handhavingsacties worden meegenomen bij de evaluatie.

We stellen daarbij vast welke beleidsinterventies (mogelijk) goed hebben gewerkt en welk niet. Op basis daarvan kan het plan worden bijgesteld. In bijlage 2 is een evaluatie ten aanzien van de doelstelling uit het vorige PenH-plan (2016) opgenomen.

18

Bijlage 1 Bepalen van Hotspots Bepalen hotspots door risicoanalyse Het is van belang om te bepalen wat de “hotspots” binnen de gemeente zijn. Dit zijn locaties waar veel jongeren komen en proberen alcohol te kopen. Voorbeelden van hotspotlocaties zijn: - discotheken, jongerencafés, muziekevenementen, sporttoernooien en -evenementen, ontmoetingsplekken, supermarkten en slijterijen. Voor het bepalen van de hotspots is een risicoanalyse uitgevoerd. Van de locaties waar alcohol verkocht wordt, is allereerst een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat een jongere onder de 18 alcohol kan kopen. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de nalevingsonderzoeken in de gemeente. Die kans is beoordeeld van:  zeer klein (1)  klein (2)  gemiddeld (3)  hoog (4)  zeer hoog (5). Vervolgens is gekeken naar de negatieve effecten van het schenken van alcohol aan jongeren:  Aantasting leefbaarheid/hinder (1)  Verstoring openbare orde (1)  Gezondheidsrisico’s door toename alcoholgebruik (1) De eventueel aanwezige negatieve effecten worden bij elkaar opgeteld, met een score van maximaal 3. Tot slot is de score van de kans dat jongeren alcohol kunnen kopen (K) en de score van de negatieve effecten die mogelijk kunnen ontstaan (NE) met elkaar vermenigvuldigd. Hierdoor ontstaat een risicoscore (R).

Dit heeft geleid tot het volgende overzicht van locaties/type inrichtingen waar alcohol wordt verkocht met de daarbij behorende score van de risicoanalyse: Soorten horeca / Alcohol schenken café

4

Negatieve Effecten 3

café/restaurant

2

2

4

restaurants

2

1

2

sportkantines

4

2

8

buurthuizen

2

1

2

Ontheffing artikel 35 evenementen Alcoholwet Alcoholverkoop voor gebruik elders

5

3

15

Commerciële vergunning Geen alcoholvergunning nodig

slijterijen

2

1

2

snackbar

4

2

8

supermarkten

2

2

4

ontmoetingsplekken

4

3

12

Commerciële vergunning

Paracommerciële vergunning

Kans

19

Risico 12

Van bovengenoemde soorten horeca scoren evenementen het hoogst, gevolgd door ontmoetingsplekken en cafés. In iets mindere mate scoren ook sportkantines en snackbars hoog. We willen op deze locaties vooral investeren in preventie en communicatie. Daarbij worden ze aangemerkt als hotspots voor regulier toezicht en handhaving.

20

Bijlage 2 Evaluatie Preventie en Handhavingsplan 2016- 2020 In 2016 hebben we een aantal doelstellingen opgesteld aan de hand van percentages verkregen uit de gezondheidsmonitor Jeugd. De percentages hebben we vergeleken met de meest recente cijfers om zo te bepalen in hoeverre de doelstelling zijn behaald. Het gaat om de volgende doelstellingen: Het aantal 2e klassers dat in de afgelopen vier weken alcohol heeft gedronken, daalt van 8% in 2015 naar 5% in 2019. Dit is een daling van 37,5%. In 2019 was het percentage 2e klassers dat in de afgelopen 4 jaar alcohol gedronken heeft 7%. Het percentage was ten opzichte van 2015 gedaald. In 2021 was het percentage 2e klassers dat in de afgelopen 4 jaar alcohol heeft gedronken 19%. Er is dus sprake van een forse stijging. 

Figuur 2: aantal 2e-klassers dat in de afgelopen vier weken alcohol heeft gedronken

Het aantal 4e klassers dat in de afgelopen vier weken alcohol heeft gedronken, daalt van 69% in 2015 naar 64% in 2019. Dit is een daling van 7%. Het percentage was in 2019 gedaald naar 62%. Dit betekent dat deze doelstelling was behaald. De cijfers van de gezondheidsmonitor uit 2021 laten echter zien dat 68% van de 4e klassers in de afgelopen vier weken alcohol heeft gedronken. 

Figuur 3: aantal 4e-klassers dat in de afgelopen vier weken alcohol heeft gedronken

21

Het aantal 2e klassers dat bingedrinkt, daalt van 5% in 2015 naar 4% in 2019. Dit is een daling van 20%. Het percentage was in 2019 gedaald naar 4%. Echter is het percentage 2e klassers dat in 2021 deed aan bingedrinken gestegen naar 11%. Dit betekent dat de doelstelling in eerste instantie wel gehaald is, maar het percentage in 2021 heel erg stijgt, zoals ook kan worden gezien in onderstaande grafiek. 

Figuur 4: aantal 2e-klassers dat bingedrinkt

Het aantal 4e klassers dat bingedrinkt, daalt van 54% in 2015 naar 46% in 2019. Dit is een daling van 15%. Het aantal 4e klassers dat in 2019 deed aan bingedrinken was 54%. In 2021 ging dit om een percentage van 61%. 

Figuur 5: aantal 4e-klassers dat bingedrinkt

22

Het aantal ouders dat volgens de 2e klassers het alcoholgebruik van hun zoon of dochter goed vindt of er niets van zegt, daalt van 5% in 2015 naar 3% in 2019. Dit is een daling van 40%. De meest recente cijfers (2019) laten zien dat 8% van de ouders niets van het alcoholgebruik van hun zoon of dochter zegt. 

Figuur 6: ouders dat niets zegt over het zegt over het alcoholgebruik of alcoholgebruik goedkeurt (2e-klassers)

Het aantal ouders dat volgens de 4e klassers het alcoholgebruik van hun zoon of dochter goed vindt of er niets van zegt, daalt van 40% in 2015 naar 35% in 2019. Dit is een daling van 12,5%. In 2019 zei 40% van de ouders niets over het alcoholgebruik van hun zoon of dochter. 

Figuur 7: ouders dat niets zegt over het zegt over het alcoholgebruik of alcoholgebruik goedkeurt (2e-klassers)

Conclusie De cijfers laten zien dat er in bepaalde periodes sprake is geweest van een daling van het alcoholgebruik onder jongeren. Echter waren de cijfers nog steeds hoog. De meest recente cijfers (2021) laten zien dat er sprake is van vele stijgingen van de percentages. De gezondheidsmonitor Jeugd 2021 was een extra monitor die is uitgevoerd naar aanleiding van de coronacrisis. Door de gegevens van deze extra meting te vergelijken met voorgaande metingen van de gezondheidsmonitor Jeugd krijgen we een beeld van de mogelijke impact van corona op de gezondheid van jongeren. 23

In hoeverre corona een directe invloed heeft gehad op bijvoorbeeld de percentages rondom alcoholgebruik is lastig om met gehele zekerheid te stellen. Wel is het raadzaam om bij het beoordelen van de evaluatie hiermee rekening te houden. Evaluatie handhavingsacties De afgelopen jaren is binnen de gemeente ervaring opgedaan met toezicht en handhaving op de horecaregelgeving. Vele evenementen zijn bezocht door de handhaver DH-wet net als de meeste horecagelegenheden waar jongeren bij elkaar komen. Wat naar voren komt uit de bevindingen is dat bij evenementen de directe verstrekking aan de bar lijkt te verbeteren, omdat organisaties inmiddels goed op de hoogte zijn van de wettelijke regels. De wederverstrekking, te weten het kopen van alcohol door volwassenen dat bestemd is voor jongeren, gebeurt veelvuldig tijdens evenementen en in uitgaansgelegenheden en blijkt een lastig probleem. In de 2e helft van 2016 zijn alle paracommerciele instellingen binnen de gemeente bezocht door de handhaver DH-wet. Deze bezoeken hadden als insteek om de verenigingen te informeren over de horecaregels en er zijn administratieve controles uitgevoerd (bv. is de vergunning nog actueel, hebben de barvrijwilligers een Instructie Verantwoord Alcohol Schenken gevolgd). Daarnaast blijkt ook het fenomeen “blurring” binnen onze gemeente zich voor te doen.

Dit houdt in dat winkeliers hun activiteiten combineren met horeca-activiteiten. Te denken valt aan bijvoorbeeld een wijntje bij de kapper. Deze vormen van horeca zijn niet toegestaan volgens de Alcoholwet. Effect van onze inzet De vraag die voorligt is of onze inzet van de afgelopen jaren effect heeft gehad. We zien in bepaalde periodes een daling in de cijfers van de gezondheidsmonitor Jeugd. Deze daling zouden we kunnen toeschrijven aan ons beleid (zowel landelijk als lokaal), omdat onze inzet is gebaseerd op effectief bewezen interventies die zich inzet op meerdere settings zoals voorlichting, handhaving, herhaling en een lange inzet1. We kunnen echter niet voor elke activiteit afzonderlijk aangeven of de inzet effect heeft gehad. Gezien de recente stijgingen in de cijfers en de huidige trends en ontwikkelingen zetten wij ons ingezette beleid, gericht op een preventieve aanpak en daling van het middelengebruik, onverminderd voort en scherpen dit aan voor wat betreft drugsaanpak.

1

Gebaseerd op informatie vanuit de GGD NOG. Projectleider alcoholmatiging. 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12733503/1