bijdrage spreekrecht nijhuis
Tekst van het document
Geachte voorzitter, raadsleden, Mijn naam is Liz Nijhuis en samen met mijn vriend Lau van Hal, onze zoon Daan van 2 ½ jaar en over een aantal dagen/ weken onze tweede zoon of dochter wonen wij aan de Oostendorperdiek 8, direct in de nabijheid van het bedrijf van meneer Woolderink (ongeveer 80 meter afstand). Wij spreken vandaag in vanwege het voorgenomen bestemmingsplan waarin het onder andere mogelijk wordt gemaakt om visvoer te produceren en te drogen op deze locatie. In de praktijk betekent dit dat er processen plaatsvinden waarbij (dode) visresten worden bewerkt en gedroogd. Wij hebben een aantal jaar geleden zelf ervaren wat dit doet met onze leefomgeving: het veroorzaakt een zeer indringende en aanhoudende geur. Deze geur is niet te vergelijken met een normale “vislucht”, maar is penetrant, echt misselijkmakend en blijft langdurig hangen. Op momenten dat deze productie plaatsvindt, zijn wij genoodzaakt ramen en deuren gesloten te houden, kunnen wij onze tuin niet gebruiken en was niet buiten drogen. Dit heeft een directe impact op ons woon- en leefklimaat. Waar wij in een woonomgeving verwachten normaal buiten te kunnen zijn, worden wij, op het moment van goedkeuren van het bestemmingsplan geconfronteerd met structurele overlast. Daarnaast willen wij uw aandacht vragen voor de onderbouwing van de aanvraag zelf.
De aanvraag voor de bestemmingsplanwijziging omvat maar liefst 667 pagina’s. Vanaf pagina 593 zijn er geurcontouren opgenomen, weergegeven met cirkels. Wat daarbij opvalt, is dat deze berekeningen uitsluitend betrekking hebben op de viskwekerij en de scharrelvarkens. De activiteiten waar het in de praktijk juist om gaat — het produceren en drogen van visvoer — zijn hierin niet meegenomen. Juist deze processen veroorzaken de sterke geurhinder waar wij mee te maken hebben. Daar komt bij dat in de weergegeven kaart de geurcontour precies tot aan onze voordeur loopt. Dat roept bij ons een fundamentele vraag op: hoe realistisch is het dat geurhinder exact op die grens stopt? Voor ons bevestigt dit dat de huidige onderbouwing geen volledig en betrouwbaar beeld geeft van de werkelijke geurbelasting. Tot slot willen wij nog een punt maken over de manier waarop dit plan tot stand is gekomen. De aanvraag dateert uit eind 2023 en omvat inmiddels 667 pagina’s aan onderzoeken en onderbouwingen. Het is een omvangrijk dossier, dat grotendeels gebaseerd is op berekeningen en modellen vanuit veehouderij en niet vanuit de productie van visvoer. Tegelijkertijd is de praktijkervaring anders. Wij hebben vóór 2023 (tussen 2021 en 2023) al geurhinder ervaren van activiteiten op het terrein.
Wat ons zorgen baart, is dat de meest geurintensieve activiteit — het produceren en drogen van visvoer — niet aantoonbaar in de praktijk is getest. Voor zover wij begrijpen, is de beoordeling vooral gebaseerd op theoretische modellen. Zelfs de omgevingsdienst heeft de geur in de praktijk niet daadwerkelijk kunnen waarnemen. Dat roept bij ons een fundamentele vraag op: hoe betrouwbaar zijn deze uitkomsten als de praktijk niet is getoetst? Juist bij geur is bekend dat beleving en werkelijkheid sterk kunnen afwijken van berekeningen. Wij vinden het daarom niet zorgvuldig om op basis van uitsluitend theoretische aannames een besluit te nemen dat grote impact heeft op ons woon- en leefklimaat. Wij vragen u daarom om dit voorstel niet zomaar vast te stellen, maar zeer kritisch te kijken naar de gevolgen voor omwonenden. Dank u wel.