beleidsregels wonen in de kap
Tekst van het document
Beleidsregels Wonen in de kap December 2023
Inhoudsopgave Beleidsregels Wonen in de kap ................................................................................................................................... 3 1. Inleiding .................................................................................................................................................................. 3 2. Aanleiding .............................................................................................................................................................. 3 3. Bevoegdheid .......................................................................................................................................................... 3 4. Toepassen beleid................................................................................................................................................... 4 5. Definities ................................................................................................................................................................ 5 6. Voorwaarden wonen in de kap ............................................................................................................................. 6 Bijlage(n) ........................................................................................................................................................................
9 Karakteristieke kappen in Groenlo en Lichtenvoorde, quickscan inventarisatie. Gelders Genootschap, 27 maart 2023 ................................................................................................................................................................ 10 Reactienota beleidsnotitie Wonen in de kap, december 2023 ........................................................................... 112
Pagina 2
Beleidsregels Wonen in de kap 1. Inleiding Momenteel is in het bestemmingsplan voor het centrum van Lichtenvoorde opgenomen dat woningen in de kap niet zijn toegestaan. Het gaat dan om gehele zelfstandige wooneenheden en kamerbewoning direct onder de kap van een gebouw. Dergelijke ontwikkelingen zijn niet toegestaan aangezien deze veelal leiden tot onwenselijk situaties. Bij wonen direct onder de kap van een gebouw is de woonkwaliteit lager. Dit komt onder andere door het ontbreken van een buitenruimte. Daarnaast ontbreekt het aan voldoende woonruimte. Dit leidt tot het creëren van nieuwe openingen in de kap, zoals het toevoegen van dakkapellen. Het eindresultaat is een verstoord aanzicht van gebouwen en aantasting van karakteristieke kappen in de centra van Lichtenvoorde en Groenlo. Binnen het huidige bestemmingsplan voor het centrum van Lichtenvoorde bestaat de mogelijkheid af te wijken met een omgevingsvergunning en medewerking te verlenen. Gelet op de realisatie van mogelijke onwenselijke situaties, zoals hiervoor beschreven, wordt hier alsnog terughoudend mee om gegaan. Hetzelfde uitgangspunt wordt toegepast voor gevallen van wonen in de kap in het centrum van Groenlo.
2. Aanleiding In de praktijk is gebleken dat bij steeds meer aanvragen wonen in de kap onderdeel uit maakt van de ontwikkeling. Voor elk van deze gevallen wordt nagegaan of en hoe meegewerkt kan worden. Uit het al dan niet toepassen van dergelijk maatwerk kunnen inmiddels kaders en voorwaarden gedestilleerd worden. Zo blijkt een duidelijk verschil tussen het toestaan van wonen in de kap bij bestaande bouw en bij nieuwbouw. Bij bestaande bouw leidt wonen in de kap eerder tot onwenselijke situaties zoals onvoldoende woonkwaliteit en aantasting van karakteristieke kappen en aanzichten. Bij nieuwbouw kan vaak aan de voorkant rekening worden gehouden met dergelijke voorwaarden. Hieruit blijkt al dat er randvoorwaarden geformuleerd moeten worden om deze twee toepassingen van wonen in de kap af te kunnen wegen. Met voorliggende beleidsnotitie worden voorwaarden gegeven waarbinnen medewerking aan wonen in de kap toegestaan is. Het hiervoor omschreven onderscheid tussen wonen in de kap bij bestaande bouw en wonen in de kap bij nieuwbouw betekent dat ervoor gekozen wordt om bij bestaande bouw terughoudend om te gaan met medewerking (‘nee, tenzij’-houding), terwijl we voor nieuwbouw een meer positieve houding innemen (‘ja, mits’-houding).
3. Bevoegdheid De beleidsregels worden vastgesteld ter uitvoering van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Pagina 3
4. Toepassen beleid Deze beleidsnotitie is een aanvulling/uitwerking van bestaand beleid. Een plan voor het toevoegen van een woning moet in eerste instantie worden getoetst aan het geldende bestemmingsplan. Past het niet in het bestemmingsplan, dan moet eerst worden gekeken of het plan past in het geldende beleid om een extra woning toe te voegen. Wanneer dit het geval is moet aan de voorwaarden uit het beleid worden voldaan om een zelfstandige woonfunctie onder de kap toe te voegen. Deze manier waarop het beleid wordt toegepast, is in afbeelding 1 schematisch weergeven.
Plan voor toevoegen van een
Toetsen aan bestemmingsplan/
woning in de kap
omgevingsplan
Past in bestemmingsplan/
Toetsen aan geldend beleid (zoals Menukaart Wonen)
Past niet in
omgevingsplan?
bestemmingsplan/ omgevingsplan?
Vergunning aanvragen
Komt in aanmerking voor nieuwe woning?
Toetsen aan voorwaarden uit deze beleidsnotitie Afbeelding 1: schematische weergave toepassen beleid
Deze beleidsnotitie is van toepassing op de centra en aanloopstraten van Lichtenvoorde en Groenlo. Het gaat daarbij om zelfstandige wooneenheden in de kap, waarmee bedoeld wordt dat alle ruimten ten behoeve van de woonfunctie zich onder de kap bevinden. Alleen slaapkamers onder de kap wordt dus bijvoorbeeld niet gezien als een zelfstandige wooneenheid in de kap.
Pagina 4
5. Definities In dit beleid gelden de volgende definities.
Definitie (karakteristieke) kap Met een kap wordt bedoeld: een bouwkundige constructie, uitwendig bestaande uit twee of meer hellende dakschilden onder een hellingshoek van elk tenminste 15˚ en ten hoogste 75˚ ten opzichte van het horizontale vlak, bedoeld om een gebouw aan de bovenzijde af te dekken. Voor de definitie van een ‘karakteristieke kap’ wordt gebruikgemaakt van het rapport ‘Karakteristieke kappen in Groenlo en Lichtenvoorde’, d.d. 27 maart 2023, welke als bijlage bij deze beleidsnotitie is gevoegd en als zodanig onderdeel uitmaakt van dit stuk. De definitie van een ‘karakteristieke kap’ luidt als volgt: “Een ‘karakteristieke kap’ is een kap, dat vanwege haar cultuurhistorie of architectuur opvalt en waaraan op lokaal niveau belang wordt gehecht vanwege de verschijningsvorm (beeldwaarde) en/of de cultuurhistorische waarde. De kap heeft een betekenis voor de karakteristiek van het stadse,- dorps- of landschapsbeeld ter plekke. Ze zijn het waard om behouden te blijven en in geval van wijziging verdienen zij voldoende aandacht en een respectvolle behandeling, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige karakteristieken.” Het desbetreffende rapport heeft voor de historische hoofdkernen Groenlo en Lichtenvoorde geïnventariseerd welke kappen van gebouwen als karakteristiek zijn aan te merken.
De inventarisatie heeft geleid tot een tabel met daarin alle kappen in het onderzoeksgebied, waarbij kappen van na 1965 (einde wederopbouwperiode) niet zijn opgenomen. Het rapport, en specifiek de tabel in dat rapport, maakt onderdeel uit van dit beleid en dient ter definiëring van het begrip ‘karakteristieke kap’.
Definitie bestaand Bestaand is ten tijde van inwerkingtreding van het geldende bestemmingsplan (of omgevingsplan).
Pagina 5
6. Voorwaarden wonen in de kap Om te bepalen of er medewerking kan worden verleend aan een zelfstandige wooneenheid in de kap moet een plan getoetst worden aan de volgende voorwaarden.
Is het bestaande bouw of nieuwbouw? Met ‘bestaande bouw’ wordt bedoeld het bestaande pand. Ook als het dak wordt vernieuwd wordt dit nog steeds als bestaande bouw gezien. Bij nieuwbouw gaat het om volledige nieuwbouw; dat wil zeggen (her)bouw van een geheel pand. Voor bestaande bouw ga verder onder A, voor nieuwbouw ga verder onder B. Onder de voorwaarden wordt in een tekstkader een puntsgewijze toelichting gegeven.
A. Bestaande bouw Bij bestaande bouw is wonen in de kap in principe niet toegestaan. Onder strikte voorwaarden is in bepaalde gevallen wonen in de kap alsnog mogelijk. Hiervoor dient vooroverleg met de gemeente plaats te vinden waarbij de volgende punten in ieder geval onderbouwd moeten worden: 1.
Er is geen sprake van een karakteristieke kap, zoals begrepen in het rapport ‘Karakteristieke kappen in Groenlo en Lichtenvoorde’, d.d. 27 maart 2023. Waarbij begrepen dat waar in het rapport aangegeven is dat nader onderzoek noodzakelijk is, er nader onderzoek moet plaatsvinden.
2.
Er is geen sprake van vervanging of vernieuwing van de kap; tenzij het vernieuwing betreft in het kader van duurzaamheid (sedumdaken, isolerende maatregelen, et cetera). De bestaande maatvoering is daarbij leidend, tenzij om zwaarwegende redenen hiervan afgeweken moet worden.
3.
Het toevoegen van dakkapellen, dakopbouwen, loggia’s, (inpandige) balkons en soortgelijke constructies is alleen toegestaan wanneer deze gerealiseerd worden in verhouding tot de kap.
4.
Er moet sprake zijn van een kwalitatief goed woon- en leefklimaat, waaronder in ieder geval begrepen: a.
het plan dient te voldoen aan het Bouwbesluit, waaronder begrepen voldoende daglichttoetreding; en
b.
er dient sprake te zijn van voldoende ruimte onder de kap om een wooneenheid te realiseren;
c.
er dient sprake te zijn van minimaal 50 m² bruto vloeroppervlak (bvo);
d.
in het geval van een schuine kap geldt dat vloeroppervlakte met een vrije hoogte kleiner dan 2100 mm niet meegeteld wordt voor het bruto vloeroppervlak (bvo).
5.
Er mag geen sprake zijn van onevenredige negatieve invloed op de directe leefomgeving, waarbij te denken valt aan inkijk in andere woningen en privacy.
6.
Er moet worden voldaan aan het geldende parkeerbeleid.
7.
De ontwikkeling dient per saldo geen negatief effect te hebben op de ruimtelijke kwaliteit, architectuur en de stedenbouwkundige uitstraling van het plangebied en de omgeving. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan het plan ter bevordering van de kwaliteit op deze punten.
Pagina 6
Toelichting voorwaarden bestaande bouw Hieronder wordt puntsgewijs een korte toelichting op de voorwaarden gegeven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Een zelfstandige woning in de kap is niet wenselijk in een karakteristieke kap, omdat het bij een woning noodzakelijk is openingen in het dakvlak te maken voor voldoende licht en ventilatie. Dit zorgt voor aantasting van de karakteristieke kap. Dit willen we voorkomen. Het is niet de bedoeling dat een kap wordt vervangen of vernieuwd omdat er een woning in gerealiseerd wordt. Uitgangspunt is behoud van de bestaande kap. Het toevoegen van deze elementen zorgt voor aantasting van de kap; deze willen we zo veel mogelijk voorkomen. In Oost Gelre vinden we een goed woon- en leefklimaat belangrijk. Daarom zijn er minimumvereisten opgenomen om tot kwalitatief goede woningen te komen. Bij de beoordeling van een plan is ook de directe omgeving van belang. Bij een extra woning hoort ook een extra parkeerbehoefte. Er moet daarom, net als bij andere bouwplannen, worden voldaan aan het parkeerbeleid. Tot slot wordt een plan, net als andere ruimtelijke plannen, getoetst op ruimtelijke kwaliteit, architectuur en stedenbouwkundige uitstraling. Er mag geen sprake zijn van een negatief effect en een initiatief moet passend zijn in de omgeving.
B. Nieuwbouw Zelfstandige wooneenheden onder de kap zijn toegestaan bij nieuwbouw, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.
Woningen in de kap moeten stedenbouwkundig verantwoord worden uitgevoerd, waarbij in ieder geval naar de volgende punten moet worden gekeken: a.
verhouding kap in relatie tot de rest van het pand;
b.
dat de hoeveelheid dakkapellen, dakramen, loggia’s, (inpandige) balkons, etc. ondergeschikt is aan de kap;
c.
het ontwerp dient passend te zijn in de omgeving;
d.
passend en aansluitend bij het straatbeeld, waarbij de kwaliteit leidend is en niet het aantal wooneenheden.
2.
Er moet sprake zijn van een kwalitatief goed woon- en leefklimaat, waaronder in ieder geval begrepen: a.
het plan dient te voldoen aan het Bouwbesluit, waaronder begrepen voldoende daglichttoetreding en buitenruimte; en
b.
er dient sprake te zijn van voldoende ruimte onder de kap om een wooneenheid te realiseren:
c.
er dient sprake te zijn van minimaal 50 m² bruto vloeroppervlak (bvo);
d.
in het geval van een schuine kap geldt dat vloeroppervlakte met een vrije hoogte kleiner dan 2100 mm niet meegeteld wordt voor het bruto vloeroppervlak (bvo);
e. 3.
de vloer onder een trap of hellingbaan telt wel mee.
Er mag geen sprake zijn van onevenredige negatieve invloed op de directe leefomgeving, waarbij te denken valt aan inkijk in andere woningen en privacy.
4.
Er moet worden voldaan aan het geldende parkeerbeleid.
5.
Versterking van klimaatadaptieve maatregelen op eigen terrein.
6.
De ontwikkeling dient per saldo geen negatief effect te hebben op de ruimtelijke kwaliteit en de stedenbouwkundige uitstraling van het plangebied en de omgeving. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan het plan ter bevordering van de kwaliteit op deze punten.
Pagina 7
Toelichting voorwaarden nieuwbouw Hieronder wordt puntsgewijs een korte toelichting op de voorwaarden gegeven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Een plan wordt getoetst op stedenbouw, waarbij bijvoorbeeld belangrijk is dat de kap en de openingen in verhouding zijn en een initiatief passend is in de omgeving. In Oost Gelre vinden we een goed woon- en leefklimaat belangrijk. Daarom zijn er minimumvereisten opgenomen om tot kwalitatief goede woningen te komen. Bij de beoordeling van een plan is ook de directe omgeving van belang. Bij een extra woning hoort ook een extra parkeerbehoefte. Er moet daarom, net als bij andere bouwplannen, worden voldaan aan het parkeerbeleid. Klimaat is een aspect dat steeds belangrijker wordt in de omgeving. Daarom moet hier bij ieder ruimtelijk plan voor nieuwbouw aandacht aan worden besteed. Tot slot wordt een plan, net als andere ruimtelijke plannen, getoetst op ruimtelijke kwaliteit, architectuur en stedenbouwkundige uitstraling. Er mag geen sprake zijn van een negatief effect en een initiatief moet passend zijn in de omgeving.
Uitzondering Als de ontwikkeling per saldo een groter belang dient in het stedelijk weefsel van het dorp of de stad dan de afwegingen in dit beleid kan Burgemeester en Wethouders afwijken van bovenstaand beleid en toch wonen in de kap toestaan, mits de ruimtelijke kwaliteit en de stedenbouwkundige uitstraling van de locatie bevorderd worden.
Toelichting uitzondering Soms voorziet de beleidsregel niet in het gewenste effect. In dat geval is het van belang dat alsnog een afweging plaats kan vinden buiten de genoemde voorwaarden. Daarvoor is deze uitzondering bedoeld. Daarbij wordt in ieder geval getoetst aan de ruimtelijke kwaliteit en stedenbouwkundige uitstraling. De voorwaarden genoemd onder A en B fungeren daarbij als leidraad.
Pagina 8
Bijlage(n)
Pagina 9
Karakteristieke kappen in Groenlo en Lichtenvoorde, quickscan inventarisatie. Gelders Genootschap, 27 maart 2023
Pagina 10
KARAKTERISTIEKE KAPPEN IN GROENLO EN LICHTENVOORDE QUICKSCAN INVENTARISATIE Mei 2022
1
KARAKTERISTIEKE KAPPEN IN GROENLO EN LICHTENVOORDE QUICKSCAN INVENTARISATIE
DEFINITIEF Datum locatiebezoek en foto’s: 13 januari 2023 Datum eerste conceptrapport: 27 januari 2023 Datum na correctie: 17 november 2023 GELDERS GENOOTSCHAP R.J. (Roy) Oostendorp
Afbeeldingen voorblad: -
Panorama binnenstad Groenlo, ca. 1927, foto vanaf de RK Calixtuskerk, bron beeldbank ECAL Luchtfoto centrum Lichtenvoorde, 1925, bron beeldbank ECAL
© Het Gelders Genootschap, Arnhem, 2023 Het Gelders Genootschap aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
2
1
Inleiding
In het kader van een nieuw te vormen beleidskader voor de realisatie van zelfstandige woon- en verblijfsruimten in bestaande kappen, heeft de gemeente Oost Gelre behoefte aan een inventarisatie van aanwezige karakteristieke daken en kappen in de historische hoofdkernen Groenlo en Lichtenvoorde. Het doel van de inventarisatie is het geven van inzicht in de diversiteit, aantal en kenmerken van de historische dakenlandschappen van beide kernen. Een dakenlandschap bepaald voor een groot deel de identiteit en de afleesbare geschiedenis van een dorp of stad en de geschiedenis van het wonen en werken van de bewoners. Ook de ouderdom van het oorspronkelijke materiaal, de vorm van de kap, de bouwmethode en het vakmanschap van de ambachtsman dragen bij aan de karakteristieken. Het Gelders Genootschap is gevraagd om deze inventarisatie uit te voeren, waarbij de focus met name ligt op de historische kappen en kapconstructie tot ca. 1965 in de historische centra van Groenlo en Lichtenvoorde. Zie hiervoor ook de begrenzingskaarten van beide plaatsen. Voor dit onderzoek is bureau-onderzoek gepleegd en zijn de twee kernen op 13 januari 2023 bezocht. De bevindingen zijn opgenomen en weergegeven in deze inventarisatie. Onder karakteristiek wordt in dit kader verstaan: duidelijk herkenbaar, kenmerkend of typerend.
Een ‘karakteristieke kap’ is een kap, die vanwege haar cultuurhistorie of architectuur opvalt en waaraan op lokaal niveau belang wordt gehecht vanwege de verschijningsvorm (beeldwaarde) en/of de cultuurhistorische waarde. De kap heeft een betekenis voor de karakteristiek van het stadse,dorps- of landschapsbeeld ter plekke. Ze zijn het waard om behouden te blijven. In geval van wijziging verdienen zij voldoende aandacht en een respectvolle behandeling, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige karakteristieken. Alle kappen uit de onderzoeksgebieden tot 1965 zijn opgenomen. Jongere gebouwen of oudere gebouwen met een recentere kap, zijn niet opgenomen in de inventarisatie. Ook kappen die nu al verblijfsruimten herbergen zijn meegenomen. De opname is gedaan met behulp van beeldmateriaal (luchtfoto, streetview en obliek) in combinatie met een veldbezoek. Ook al zijn monumenten en hun kap vanwege hun status al beschermd, ze worden in deze inventarisatie wel vermeld. De inventarisatie gaat niet alleen over de (oorspronkelijke) bouwperiode, maar ook over de kapconstructie, de dakvorm, de dakbedekking en de authenticiteit en een combinatie van deze factoren.
Gebiedsbegrenzingen De gemeente heeft aangegeven dat het onderzoek zich primair richt op de historische centra van de hoofdkernen Groenlo en Lichtenvoorde. Hier zijn de meeste karakteristieke gebouwen te vinden en is de druk op het transformeren van bestaande panden ook het hoogst. Voor Groenlo is de begrenzing bepaald aan de hand van de verdedigingsgracht inclusief de ravelijnen voor de drie voormalige stadspoorten. Voor Lichtenvoorde is gekozen voor een begrenzing aan de hand van de historische invalswegen. Hier zijn de Dijkstraat, Patronaatstraat, Varsseveldseweg, Esstraat en de Richterslaan de begrenzende straten. De volgende kaarten geven dit grafisch weer.
3
Groenlo
Figuur 1: De verdedigingsgracht als grens, inclusief de villabouw bij de voormalige stadspoorten
Lichtenvoorde
Figuur 2: de historische nederzetting rond de Varkensmarkt en de uitloopstraten vanaf de huidige Markt
4
Begrippen ➢ Karakteristieke kap: een dak(constructie) die vanwege haar cultuurhistorie of architectuur opvalt en waaraan op lokaal niveau belang wordt gehecht vanwege de verschijningsvorm (beeldwaarde) en/of de cultuurhistorische waarde.
Lessenaarsdak
Zadeldak
Schilddak
Dak met wolfseinden
Gebroken dak (mansarde)
Torendak
Afgeplat (of afgeknot)
➢ Steekkap: ➢ Dwarskap:
Tentdak
Hoek- en kilkepers
Een kap met een lagere nokhoogte die insnijdt op een grotere kap Een kap met een gelijke nokhoogte die haaks op de (hoofd)kap staat
5
2
Geschiedenis en ontwikkeling van de kap
De kern Groenlo De stad Groenlo wordt als Gronlo het eerst vermeld in 1188. In 1236 splitst Groenlo zich af van het gebied van de Heer van Borculo en komt in handen van graaf Otto II van Gelre. De Markt van Groenlo vindt zijn oorsprong al in de twaalfde eeuw. Zo zijn er diverse vondsten uit de twaalfde en dertiende eeuw en later gedaan. In het midden van de dertiende eeuw is er sprake van een parochie met burgers en een schepenbestuur. De stadsrechten dateren van 1277. De nederzetting wordt waarschijnlijk onder Reinoud III (1327-1343) ommuurd werd en in 1548-1555 onder Karel V omvest. Ook is er sprake van een hertogelijke burcht op de plaats van het huidige Noorderbastion, dat met de fortificatie van de stad in het midden van de zestiende eeuw zou zijn afgebroken. Begin zeventiende eeuw, tijdens de Tachtigjarige Oorlog hebben meerdere stadsbranden grote delen van de stad verwoest, getuige het puin in een brandkuil dat uit de dertiende tot de zestiende eeuw stamt en waarop vroeg zeventiende eeuwse huizen en boerderijen zijn gebouwd. Over het algemeen bestond de bebouwing uit stadsboerderijen met een laag of soms twee lagen met een kap.
Figuur 3: Reconstructie Lievelderstraat 13, 16 maart 1977, L. Straaijer. bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / document BT-007399. Op basis van een latere dendrochronologische datering stamt het huis uit ca. 1650.
Aan het eind van de zeventiende eeuw, als Groenlo wordt gedemilitariseerd, breekt een betrekkelijk lange rustige periode aan, die duurt tot het midden van de negentiende eeuw. Het had tot dan toe nog het steeds het karakter van een kleinschalig landstadje. Vanaf dat moment begon Groenlo te groeien. De bolwerken en stadsgracht vormden steeds meer een belemmering voor het groeiende aantal Grollenaren en bedrijven in de stad. De bebouwing langs het middeleeuwse stratenpatroon verdichtte zich en ook de binnenruimte tussen de bebouwingsblokken werd bebouwd en door stegen bereikbaar gemaakt. Vooral de Mattelierstraat, de Beltrumsestraat en de Nieuwestraat verdichtten zich verder. Regelmatig werd de bebouwing vervangen of opgehoogd met een extra bouwlaag. Dit was bijvoorbeeld het geval aan de Lievelderstraat en de Beltrumsestraat. Een deel van de stadsboerderijen, die lang van de binnenterreinen gebruik hadden gemaakt, verdween langzaam en maakte plaats voor woningen en nijverheid. In de stad, maar ook aan de uitvalswegen ontstonden
6
villa’s. De vestingwerken, met uitzondering van de gracht, werden getransformeerd tot weide- of bouwgrond. Het stadhuis uit begin zeventiende eeuw, werd, na een aanvankelijke degradatie, rond 1875 weer vergroot. Tegelijkertijd bouwde men tegenover het stadhuis een eigen postkantoor (1873). Na de aansluiting met het spoor (Winterswijk-Neede) volgden ontwikkelingen elkaar snel op; er ontstond veel industriële activiteiten en maatschappelijke voorzieningen vestigden zich (opnieuw) in Groenlo, waardoor het een sub-regionale functie kreeg. Een gasthuis, scholen, klooster, kantongerecht, gasfabriek, steenfabriek, bierbrouwerij(en), textielfabrieken, een nieuwe RK kerk en een nieuw postkantoor, hadden een enorme impact op het voormalige agrarisch georiënteerde stadje. Ook op de ontwikkeling van nieuwe woonhuizen. Deze bouwhausse bleef aanhouden tot ca. 1915. Het gevolg was dat veel zeventiende- en achttiende-eeuwse bebouwing verdween. Na de Tweede wereldoorlog werd ingezet op het aantrekken van nieuwe industrie, waardoor een nieuwe opleving te zien was. Naast her invulling van leeggekomen fabrieken woedde ook een sterke drang naar vernieuwing, waardoor ook veel historische gebouwen zijn aangetast of gesloopt. Aan alle zijden rond de vesting, maar vooral aan de westzijde van de stad ontstonden uitbreidingswijken.
De jaren 80 en 90 kenmerken zich vooral door grootschalige ontwikkelingen die het kleinstedelijke karakter steeds meer lijkt te verdringen door grotere bouwmassa’s en -hoogten. Zorginstellingen, grootvolumineuze detailhandel, bankinstellingen en woon(zorg)complexen. Daarbij worden eerder verbouwde en dus gecamoufleerde historische woonhuizen steeds meer uit het straatbeeld weggepoetst.
De kern Lichtenvoorde De ontstaansgeschiedenis van de nederzetting Lichtenvoorde is nauw is verbonden met de aanwezigheid van het kasteel en een doorwaadbare plaats in de beek. Lichtenvoorde was bezit van de heren van Bronckhorst en in 1360 werd het verenigd met de heerlijkheid Borculo, maar in 1616 werd Lichtenvoorde weer een zelfstandige heerlijkheid, waarbij ook de oude rechtspraak werd hersteld. Op de oudst bekende kaart van Lichtenvoorde (1650) is het omgrachte kasteelterrein zichtbaar met direct ten zuiden daarvan een eveneens omgracht deel van de nederzetting, de huidige Varkensmarkt en omgeving. De eigenlijke lichte voorde lag in de huidige Rentenierstraat of in de Dijkstraat. De nederzetting was vermoedelijk (gedeeltelijk) omwald; de huidige Bleekwal herinnert daar mogelijk nog aan. In tegenstelling tot Groenlo is Lichtenvoorde niet ommuurd geweest of voorzien van vestingwerken. Ook al is er nauwelijks stadskernonderzoek gedaan; de aanwezige bebouwing tot de negentiende eeuw bestond voornamelijk uit kleine stadsboerderijen van een bouwlaag met kap met mogelijk wat voornamere bebouwing rond de kerk (Rentenierstraat, Varkensmarkt).
7
Figuur 4: standerdmolen aan de Molendijk. Verplaatst naar Henxel in 1906.. bron: molendatabase, coll. A. Nibbelink
Rond 1830 is Lichtenvoorde aanmerkelijk gegroeid en de grachten van de nederzetting zijn grotendeels gedempt. De Renteniersstraat is doorgetrokken en sluit aan op de Dijkstraat. De meest opvallende uitbreiding is de bebouwing aan weerszijden van de Rapenburgsestraat, waaronder de RK-kerk (1818). De molen aan de Molendijk stond op een verhoogd terrein, met een gracht aan de zuidoostzijde.
Lichtenvoorde; kadastrale minuutplan 1832
Rond het midden van de negentiende eeuw telde Lichtenvoorde ongeveer 150 huizen, twee (kleine) looierijen, schoenfabrieken en ruim 1.100 inwoners. Tot 1900 bleef de ruimtelijke ontwikkeling bescheiden, waarbij er vooral werd gebouwd op nog open plekken binnen de bestaande kom of aan de uitvalswegen. Van grotere planmatige uitbreidingen was nog geen sprake. Voor de verdere ontwikkeling van Lichtenvoorde is de nijverheid van wezenlijk belang geweest. Uit de aanvankelijk kleinschalige bedrijven ontstonden grotere ondernemingen (Sterenborg, Hulshof en later Westerman) die zich in het laatste kwart van de negentiende eeuw sterk ontwikkelden. Behalve fabrieken bouwden deze families op enkele plekken in het dorp hun riante fabrikantenwoningen. Door het toenemende (handels)verkeer werd in 1899 de Markt aangelegd aan het oostelijke uiteinde van de Rapenburgsestraat. Veel panden kenden maar één bouwlaag met kap, maar werden vanaf 1900 met een verdieping opgehoogd of in grotere afmetingen herbouwd. De R.K. gemeenschap drukte in de negentiende en vroege twintigste eeuw een belangrijk stempel op het dorp door de bouw van een klooster (1809), patronaatsgebouw (1906), nieuwe RK kerk en jongensschool (1913), een ULO (1932) en een ziekenhuis (1933).
Tussen 1914 en 1930 groeide de bevolking met maar liefst 40%! Ook na de Tweede Wereldoorlog hield de sterke bevolkingsgroei aan (44% tussen 1945 en 1965 naar 14.000 inwoners). Het centrum werd een winkelgebied met een bovenlokale functie, terwijl rondom het centrum tal van nieuwe woonwijken werden gebouwd. In en rondom het oude centrum werden veel (R.K.) gebouwen en bedrijfspanden gesloopt en heringericht voor nieuwe bebouwing. Daarmee verdween ook veel kleinschalige dorpsbebouwing die het karakter van het dorp sterk heeft veranderd.
8
Ontwikkeling van de kap in Nederland Constructies die bestaan uit onderdelen en toegepaste houtverbindingen, vertellen het verhaal van de kap. In de prehistorie gebruikte men materialen uit de omgeving, zoals hout, riet, stro, hei en plaggen, om mee te bouwen. Er was bijna geen gereedschap. Voor de constructies maakte men gebruik van gegroeide vormen, zoals de vork bij een stam waarop de gording werd gelegd; verder maakte men gaten en van de uiteinden van de stammetjes pennen.
Figuur 5: Reconstructie van een komhut in het geschiedenispark Bärnau-Tachov in Duitsland (bron: wikipedia)
Met een aarden wal of vlechtwerk van takken grensde men een ruimte af. Aan elke van de lange zijden van de ruimte zette men schuin tegenover elkaar rechte, niet te dikke boomstammetjes (spannen, sparren of sporen); deze werden aan de bovenkant met elkaar verbonden en vormden zo een dakvlak. Voor de stevigheid was kort onder de bovenzijde een horizontale verbinding gemaakt, van oudsher haanhout of hanebalk genoemd. In de loop van de eeuwen plaatste men het dak op zijwanden of op een ondersteuningsconstructie, waardoor het hoger kwam. Deze constructie kwam op een stenen fundament te staan, waarbij de stijfheid werd verkregen door langs- en dwarsverbindingen.
9
Figuur 6: Middeleeuws woonhuis
In de steden, die vanwege de veiligheid van de inwoners ommuurd of omwald waren, groeide het aantal inwoners en veel woningen werden op kleine oppervlakken gebouwd en voorzien van verdiepingen. De kappen bestonden niet meer alleen uit sparren en sporen, maar ondersteund door jukken met platen en wurmten (wormen of flieringen).
Figuur 7: Geschematiseerde weergave van een vakwerkhuis met zelfdragend houtskelet. Stijl (A) en een gebintbalk (B) vormen samen een gebint. Tussen de stijl en de gebintbalk zijn korbeels (C) geplaatst. De gebintplaat (D) verbindt de gebinten. Schoren (E) zorgen voor stijfheid. Regels (F) tussen de stijlen van de gebinten vormen de vakken voor wandvulling. Op de gebintplaat staan de sporen van het dak met bovenin een haanhout (G). De hele constructie staat op een voetmuur (H) van baksteen. (Erfgoed 's-Hertogenbosch)
10
Er ontstonden ambachten en gilden voor de bouw van kerken, kloosters, kastelen, stadshuizen en woonhuizen. En dus ook voor steeds verbeterde kapvormen en -bedekkingen. Kappen van woonhuizen en andere kleinere gebouwen volgen ook in de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw de traditie van eeuwen. Over het algemeen zijn de kappen geconstrueerd als gordingenkappen met horizontale gordingen op kapspanten. Op het platteland daarentegen is het dak vaak nog traditioneel en ontbreekt het dakbeschot. De dakbedekking wordt daar gedragen door sporen
Ontwikkeling van de kap in de Oostelijke Achterhoek In de kernen van de Achterhoekse dorpen en steden is het brede, driebeukige hallehuis langer in zwang gebleven dan in de westelijk gelegen IJsselsteden. Het eenbeukige of tweebeukige deelhuistype kreeg in de zestiende en zeventiende eeuw de overhand in plaatsen met smalle bouwpercelen zoals Groenlo, Winterswijk, Bredevoort, Borculo en (in mindere mate ook) Lichtenvoorde. Dit type handhaafde zich naast het ‘west-nederlandse zaalhuis van de renaissanceperiode. Dit zaalhuis was hét woonhuis van de heersende burgelijke klasse. Na ongeveer 1650 werd dit door het naar de straat gerichte en hoogwandige burgerhuis met zij- en middengang afgelost. In Groenlo zijn meerdere diepe en hogere woonhuizen bewaard gebleven, zoals Lievelderstraat 13 en Mattelierstraat 6. Een steil zadeldak met aan twee uiteinden houten topgevels, rustend op de platen van de zijwanden. Op basis van afbeeldingen uit 1743 (serie de Beyer) en de negentiende eeuw kan gesteld worden dat de inheemse vakwerkbouw tussen 1750 en 1850 in de Achterhoek bijna volledig door de baksteenbouw verdrongen. Ten aanzien van de kappen werden de gevoelige topgevels al eerder vervangen door een (groot) wolfseind of een schild aan voor- en of achterzijde.
Figuur 8: De Markt in Groenlo in 1743 (Jean de Beyer). Hier is al goed de overgang te zien tussen de houten topgevels en de aanpassing tot een dakschild.
11
Vanaf 1850 ontstaan er steeds meer (voorname) stadhuizen met een samengestelde kapconstructie van spanten en gordingen met omlopende schilden in een carrévorm of met afgeknot plat middendeel. Op gewone burgerhuizen met een betrekkelijk kleinere plattegrond, blijft het eenvoudige zadeldak de overhand houden. In de twintigste eeuw worden nieuwe architectuurinvloeden in kapvormen en -constructies steeds meer en sneller zichtbaarder in het oosten van het land. Kapvormen als het mansarde (of gebroken) dak, steekkappen of een plat dak met een enkel voorschild verschijnen steeds meer in het straatbeeld. Na de Tweede Wereldoorlog is een duidelijke overgang te zien naar meer eenvoudige kapconstructies en verdere standaardisatie.
Figuur 9: dakconstructie met termen (bron: www.joostdevree.nl)
12
3
Waardering
Om een waardering te kunnen geven per kap (wel of niet karakteristiek), zijn de volgende aspecten meegewogen. •
ouderdom van de bebouwing:
• •
verschijningsvorm van de kap: architectuur:
komt het pand voor in oude archieven / op oude kaarten en is het casco nog in de kern aanwezig hoofdvorm/massa, kapvorm en dakbedekking; totale bebouwing met het daarbij behorende dak, . traditioneel en streekeigen of juist modern en vernieuwend voor de bouwperiode. De esthetische kwaliteit, een bijzonder materiaalgebruik, detaillering of een goed voorbeeld van een bepaalde architectuurstijl.
Maar het kan ook gaan om aspecten van de kap die de indeling, constructie of het interieur betreffen en die zich binnen de gebouwen bevinden, maar wel onlosmakelijk verbonden zijn met de kap. Zoals in de kap bewaard gebleven oorspronkelijke structuren en constructies; (spanten, sporen of gordingen). Binnen de scope van deze inventarisatie is dit laatste aspect niet meegenomen en zal bij nader onderzoek, dan wel per individueel geval moeten worden bekeken en gewaardeerd.
13
4
Voorzichtige conclusies uit de inventarisatie
Aantallen Binnen de onderzoeksgebieden stammen er in Groenlo 230 kappen van vóór 1965. Hiervan zijn er 206 als karakteristiek aan te merken en 24 niet. In Lichtenvoorde gaat het om 117 kappen, waarvan er 98 wel als karakteristiek en 19 als niet-karakteristiek worden aangemerkt. Verder valt in Groenlo nog een betrekkelijk groot aantal panden uit de zogenaamde Belle époqueperiode (1870-1915) op. Daarentegen zien we in Lichtenvoorde juist een betrekkelijk grote aanwezigheid van woningen uit het Interbellum (1918-1939) en de latere wederopbouw (19551965). Kapvorm De meest populaire kapvorm in beide gebieden is toch wel het schilddak. Een betrekkelijk onderhoudsvriendelijk daktype zonder onderdelen en details die gevoelig zijn voor weersinvloeden. Dat is niet alleen terug te zien in de oudste kappen, maar ook tot in de jongere bouwkunst. Ouderdom Ten aanzien van de ouderdom zijn er in beide kernen nog betrekkelijk weinig kappen (en panden) van vóór 1850 te vinden. Veelal zijn deze al beschermd als monument, maar er zijn ook exemplaren die buiten het dagelijkse zicht zijn komen te liggen en waar een (her)waardering en bescherming op zijn plaats is. Dat is vooral te zien bij de nieuwe ‘heren’huizen uit de laatste kwart van de negentiende eeuw, die zijn gebouwd op of aan een oudere zeventiende of achttiende eeuwse kern.
Deze stads- of dorpsboerderijen werden daarmee opgewaardeerd en weer ‘passend bij de tijd’ gemaakt. Vaak in de vorm van een voorname lijstgevel, als dan niet met een achterliggend dwarshuis. In sommige gevallen zijn deze panden bij de monumenteninventarisaties uit de 90-er jaren ook niet gezien. Gebruik Binnen de categorie panden met een grote en aparte zolderverdieping, globaal gebouwd tussen 1850 en 1920, zien we duidelijk dat deze zolder niet werd ontworpen als verblijfsruimte. Ze kenmerken zich dan ook door gesloten dakvlakken. Steeds meer en vaker worden deze onbenoemde ruimten ingezet als uitbreiding van de onderliggende woonfunctie of zelfs volledig als zelfstandige woonruimte. Dat kan leiden tot grote aanpassingen aan het uiterlijk en/of de constructie van de karakteristieke kap. Dat geldt in mindere mate ook voor andere kapvormen waar in de kap meer ruimte wordt gezocht in de vorm van dakkapellen of loggia’s. Zolang deze ondergeschikt blijven ten opzichte van het oorspronkelijke dakvlak, kan de karakteristieke waarde behouden blijven. Dakbedekking Op basis van de leeftijd van de panden moet worden geconstateerd dat de oorspronkelijke dakbedekking in een groot deel van de gevallen al is vervangen. Dit kan te maken hebben met de onderhoudsstaat van de dakpannen, calamiteiten als storm, oorlogshandelingen of brand of een renovatie en herbestemming van de kap.
Relatief gezien zijn veel panden voorzien van verbeterde holle pan (VH, sinds 1890) en de opnieuw verbeterde holle pan (OVH, sinds 1928). Dit komt vaak overeen met het bouwjaar van het pand of is het resultaat van de vervanging van de oude holle pan door een verbeterde versie.
5
Advies en aanbeveling
Het onderzoek is slechts een inventarisatie van een deel van de historische bebouwing in beide kernen, primair bedoeld voor nieuw gemeentelijk woonbeleid. Maar het kan ook gebruikt worden voor andere doelen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit.
14
Borging van waarden Om er (meer) zeker van te zijn dan een karakteristieke kap (vorm en materiaal) behouden blijft bij een ontwikkeling zijn er ruimtelijke instrumenten om dat te borgen. Hieronder lichten we deze toe. • • •
• •
•
•
1. (paraplu) bestemmingsplan Regels voor het gebruik van kappen voor de woonfunctie; bijvoorbeeld geen afzonderlijke en zelfstandige woonruimte in de kap; alleen in combinatie met onderliggende woning Vastleggen van de huidige maatvoering ter bescherming van het afwisselende en karakteristieke dakenlandschap; dus geen algemene goot- en nokhoogten meer, maar bestaande maatvoering is leidend. Opnemen dubbelbestemming ‘waarde – cultuurhistorie’ per gebied of per adres om daarmee voortijdige sloop te voorkomen en ruimte te maken voor nader onderzoek en afweging. 2. Welstandsbeoordeling opstellen beeldkwaliteitsplan voor bepaalde gebieden waarin regels over de kwaliteit van nieuwbouw en verbouw. Voorkomt niet dat kappen verdwijnen als dat in het bestemmingsplan is toegestaan. Actualisatie ven de welstandsnota met meer aandacht voor cultuurhistorische waarden bij de beoordeling van plannen 3. Bescherming Door een gebied op grond van de Erfgoedverordening te beschermen als beschermd stads- of dorpsgezicht hecht je expliciet belang aan het behoud van de aanwezige karakteristieken en moet eventuele nieuwbouw zich daaraan confirmeren. Ook geldt er dan een sloopverbod, waardoor sloopmeldingen zijn uitgesloten en alleen met vergunning mag worden gesloopt. Alleen een besluit tot aanwijzing is niet voldoende. De uitvoerende regels moeten in een beschermend bestemmingsplan worden opgenomen.
De monumentenbescherming van een pand op grond van de Erfgoedverordening biedt de meeste zekerheid voor behoud van aanwezige waarden. Maar niet alle panden zijn zo waardevol dat ze die status verdienen, ook al is de kap nog zo karakteristiek. In dat geval kan een gedeeltelijke monumentenbescherming als ‘bouwhistorisch monument’ mogelijk uitkomst bieden. Dit is een monumentenbescherming op onderdelen, zoals kelders, bouwmuren of kappen. Daarmee is er wel meer ruimte om ingrepen te doen, maar blijven de bouwhistorisch waardevolle onderdelen in beeld.
Andere voorbeelden: • Beleid wonen in kappen: gemeente Zutphen • Bouwhistorische monumenten: gemeente Nijmegen Bouwhistorisch stadskernonderzoek Om meer grip op de stedenbouwkundige ontwikkeling en de daarmee gepaard gaande bouwgeschiedenis van de historische kern te krijgen, kan een bouwhistorisch stadskernonderzoek een waardevolle onderlegger voor toekomstige ruimtelijke plannen. Het geeft meer inzicht in de ruimtelijke, economische en sociaal-culturele ontwikkeling van een dorp of stad. In Zutphen en ‘sHertogenbosch is veel onderzoek hier naar gedaan.
15
5 Literatuur en bronnen Hemert, van, R.:
Houtconstructies, handboek voor timmerlieden bij restauratie van monumenten, Nationaal Restauratie Centrum NRC, Amsterdam, 2005
Jans, dr. Everhard;
Burgerhuizen tussen IJssel en Eems, Walburg Pers Zutphen, 1989
Janse, H.;
Houten kappen in Nederland, 1000-1940, Delftse Universitaire Pers / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Amsterdam/Zeist, 1989
Mombers, F.J.H.,
Mombers Dakpannengids, 2000
Afbeeldingen (voor zover niet bij de afbeelding vermeld) -
Streetsmart (Cyclomedia) Erfgoedcentrum Achterhoek Liemers, beeldbank www.scherpinbeeld.nl
16
6
Tabel quickscan-inventarisatie en waardering
Toelichting: - De inventarisatieresultaten zijn geordend op plaats, straat en huisnummer en vervolgens op kaptype, bouwjaar (of -periode) van de kap en eventuele bijzonderheden. De laatste kolom geeft aan of de kap wel of niet karakteristiek is. - Kappen van na 1965 (einde wederopbouwperiode) zijn niet opgenomen. - Bij twijfel over de karakteristieke waarden van de constructie is een nader onderzoek en afweging nodig. - De typering van de aanwezige dakpan is gebaseerd op streetview-foto. Mogelijk kan deze afwijken. Het verschil in type is soms wat lastig af te lezen.
17
GROENLO Adres
Kapvorm constructie
Bouwjaar – periode
bijzonderheden
Karakteristiek: Ja / nee
Barakkenplaats 7
Zadeldak,
1929
Asbest vervangen door sandwichplaat 2020
nee
Bastionstraat 2
Zadeldak met achterschild, rode verbeterde holle pan, sporenkap
XVIII?
Gemeentelijk monument GL01
ja
Bastionstraat 3
Zadeldak, rode muldenpan
1850 (BAG)
Gerenoveerd, mogelijk oude kern
ja
18
Bastionstraat 5
Zadeldak met voorschild/groot wolfseind, rode oude holle pan
1850 (BAG)
Mogelijk oude kern,
ja
Beltrumsestraat 1-1a
Schilddak afgeplat, gesmoorde holle pannen (een dakvlak rood)
XIX
Trapeziumvormige plattegrond
Ja
Beltrumsestraat 3-5a t/m e
Schilddak aaneengeschakeld met zakgoot, gesmoorde kruispannen
1888
Gemeentelijk monument GL02, onderdeel van gelijktijdige ontwikkeling van nummer 3 t/m 11 uit 1888
Ja
Beltrumsestraat 7
Zadeldak, grijze betonpan
1888
onderdeel van gelijktijdige ontwikkeling van nummer 3 t/m 11 uit 1888
Ja
19
Beltrumsestraat 9-11
Schilddak aaneengeschakeld met zakgoot, gesmoorde kruispan
1888
Beltrumsestraat 13 (Koningssteeg 5)
Schilddak, dwars, rode muldenpan
XIXd
Beltrumsestraat 15
Platdak met voor- en achterschild, gesmoorde kruispan
1916
Gemeentelijk monument GL04. Bouw aanbesteed 30-12-1915, architect H. Wiegerinck,
Ja
Beltrumsestraat 19
Zadeldak met steekkap, rode xxx pan
1950 (BAG)
Door verbouw mogelijk aangetast,
Nee
20
onderdeel van gelijktijdige ontwikkeling van nummer 3 t/m 11 uit 1888
Ja
Ja
Beltrumsestraat 21
Zadeldak(en) met achterschild
Oude kern, mogelijk XVIII?
Oude kern met vermoedelijk historische constructie, aangetast
Nee
Beltrumsestraat 23
Schilddak, met dwarskap aan voorzijde, sporenkap
XVIII / XIXB
Oude kern met vermoedelijk historische constructie, bruine VH-pan
Ja
Beltrumsestraat 33-33a
Schilddak afgeplat, gesmoorde kruispan
XIXB (1850?)
Gemeentelijk monument GL07
Ja
21
Beltrumsestraat ‘35’ (nummer opgeheven, hoort bij 33)
Schilddak afgeplat, gesmoorde kruispan
XIXB
door verbouw/aanbouw 1988 mogelijk aangetast
Ja
Beltrumsestraat ‘45’ (nummer opgeheven, hoort bij 33)
Schilddak afgeplat, gesmoorde muldenpan
XIXB
Gemeentelijk monument GL10, door verbouw 2022/aanbouw 1988 mogelijk aangetast
Ja
Beltrumsestraat 47
Schilddak met snijdende vlakken, afgeplat, blauwe muldenpan
Kap geheel vernieuwd
Kap geheel vervangen/aangepas t, ca. 2005
nee
22
Beltrumsestraat 49 / Lepelstraat 36-38
Zadeldak met steekkap en enkel zijschild, blauwe muldenpan en bruine ovh-pan
XIXB, verbouw jaren 50
Kap achterhuis vervangen jaren 50
Ja
Beltrumsestraat 51
Schilddak afgeplat, gesmoorde oude holle pannen
Ca. 1900
Gemeentelijk monument GL??, Trapeziumvormige plattegrond
Ja
Beltrumsestraat 4
Schilddak met steekkap, sporenkap, kapgebinten met kromstijlen, rode muldenpan
XVII / XIXB
Monumentenbeschri jving 1994, niet aangewezen
Ja
Beltrumsestraat 6
Schilddak
XIX
23
Ja
Beltrumsestraat 8
Zadeldak met wolfseind, rode muldenpan
XIX
ja
Beltrumsestraat 10
Zadeldak met wolfseinde, rode muldenpan
XIX
ja
Beltrumsestraat 12
Zadeldak met wolfseind, gesmoorde muldenpan
1860 / oudere kern
Monumentenbeschri jving 1994, niet aangewezen
ja
Beltrumsestraat 14
Schilddak, afgeplat. Gesmoorde kruispan
Ca. 1880
Gemeentelijk monument GL03
ja
24
Beltrumsestraat 16
Schilddak, afgeplat. Gesmoorde kruispan
Ca. 1880
Beltrumsestraat 24
Schilddak met dakhuis op hoek en steekkap aan zijstraat, rode ovhpan
ca. 1880, oudere kern, steekkap jaren 50
Beltrumsestraat 26-28
Schilddak met drie schilden, afgeplat, gesmoorde muldenpan (vh friese cementpan) voor, rest rode muldenpan
1907
Rijksmonument en gemeentelijk monument (bakkerij), GL06
ja
Beltrumsestraat 30
Schilddak, afgeplat, ovh-pan (nieuw), vh oude holle pan
Ca. 1900
Monumentenbeschri jving 1994, niet aangewezen
ja
25
Gemeentelijk monument GL05, Parallellogramvormi ge plattegrond
ja
ja
Beltrumsestraat 34-34b
Schilddak afgeplat met snijdende steekkap, gesmoorde friese golfpan
1904
Beltrumsestraat 42
Schilddak met doorlopend achterschild, gesmoorde oude holle pannen
1900
Gemeentelijk monument GL08
ja
Beltrumsestraat 44-46
Schilddak aaneengeschakeld met zakgoot, gesmoorde verbeterde holle pan
Ca. 1870
Gemeentelijk monument GL09
ja
Beltrumsestraat 52
Schilddak met drie schilden, afgeplat, gesmoorde muldenpan
Oude kern, ca. 1900, verbouwd ca. 1930
26
ja
ja
Beltrumsestraat 54
Zadeldak met dwarskap, gesmoorde kruispan
Ca. 1910
Boompjeswal 1-3
Schilddak, gesmoorde verbeterde holle pan, schoorstenen
1930
ja
Boompjeswal 5
zadeldak
1933
ja
De Dael 1
Zadeldak, gesmoorde vebeterde holle pan
1900
nee
27
Gemeentelijk monument GL11
ja
Eibergseweg 1
Schilddak, afgeplat, geglazuurde gesmoorde romaanse pan
1906
Ganzenmarkt 3
Schilddak, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1958
Ganzenmarkt 5
Schilddak, verbeterde holle pan
1958
Trapeziumvormige plattegrond
nee
Ganzenmarkt 7
Schilddak, afgeplat, gesmoorde oude holle pan (achterschild rood)
1904
Gemeentelijk monument GL17, aanbesteed 1904, architect Gantvoort en Streek
ja
28
Gemeentelijk monument GL15
ja
nee
Ganzenmarkt 4
Tentdak, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1930
Ganzenmarkt 6
Zadeldak met wolfseind en snijdend zadeldak, rode opnieuw verbeterde holle pan
XVIII/XIX
Gasthuisstraat 10
Zadeldak met steekkap, rode verbeterde holle pan
1965
nee
Gasthuisstraat 12
zadeldak
1965
ja
29
ja
Gemeentelijk monument GL16
ja
Gasthuisstraat 14
Zadeldaken, rode en rood genuanceerde verbeterde pan
1949
ja
Goudsmitstraat 1-1b
Zadeldak, dakpan onbekend
1936
nee
Goudsmitstraat 3
Zadeldak, afgeplat met zijschild en steekkap, gesmoorde muldenpan
1951
nee
Goudsmitstraat 3a of 5
Zadeldak, afgeplat met alleen voorschild, gesmoorde muldenpan
1914
nee
30
Goudsmitstraat 7-9
Zadeldak, afgeplat, rode verbeterde holle pan (gedeeltelijk)
1910
nee
Goudsmitstraat 11
Zadeldak, rode oude holle pan
1927
ja
Goudsmitstraat 13
Zadeldak, gesmoorde (links), rode muldenpan (rechts)
1927
ja
Goudsmitstraat 15
Zadeldak, rode geengobeerde opnieuw verbeterde holle pan
1950
ja
31
Goudsmitstraat 17
Schilddak, rode opnieuw verbeterde holle pan
1901
Goudsmitstraat 6
Schilddak afgeplat, gesmoorde kruispan
1883
Gemeentelijk monument GL18
ja
Goudsmitstraat 10
Zadeldak afgeplat, gesmoorde friese golfpan
1897
Gemeentelijk monument GL19
ja
Goudsmitstraat 14
Schilddak, rode muldenpan
XIX
Achterzijde aangepast/ uitgebreid
ja
Goudsmitstraat 16
Zadeldak met wolfseinden, rode muldenpan (in 2022 zwart gecoat tbv PVpanelen!)
XVIII/XIX
Goudsmitstraat 18-26: zie Lepelstraat 6,8
32
ja
ja
Houtwal 44
Schilddak, rode geengobeerde(?) verbeterde holle pan
XIXd
Houtwal 46-48
Schilddak, rode verbeterde holle pan
XIXd/XXa
Kerkstraat 1-3
Mansardedak, gesmoorde muldenpan
1933
ja
Kerkstraat 5
Schilddak, gesmoorde romaanse pan
1960
ja
Kerkstraat 9-11
Zadeldak, bruine betonpan romaans
1900
nee
33
ja
Trapeziumvormige plattegrond
ja
Kerkstraat 13
Schilddak, gesmoorde muldenpan
1920
ja
Kerkstraat 2-4
Zadeldak, gesmoorde verbeterde holle pan
1930
ja
Kerkstraat 8
Zadeldaken, schilddaken, torendaken, snijdende kappen, leien in maasdekking
1906-1908
rijksmonument
ja
Kevelderstraat 1
Zadeldak afgeplat, alleen nog voorschild, gesmoorde opnieuw verbeterde oude holle pan
1865 / vernieuwd 1995
Gemeentelijk monument GL21, alleen voorgevel, achtergevel en delen verdiepingsvloeren, gehandhaafd bij verbouwing 1995.
Nee
Kevelderstraat 9
Schilddak met steekkap (T-vorm) en achterschild, rode opnieuw verbeterde holle pan
XVII/XIXd
Jonger voorhuis met oudere kern mogelijk 17e eeuw
ja
34
Kevelderstraat 15
Schilddak met steekkap (t-vorm) en aangebouwd zadeldak met achterschild, rode muldenpan
XVII/XIXd
Gemeentelijk monument GL22, jonger voorhuis met oudere kern, 17e eeuw
ja
Kevelderstraat 17-19 (nummers opgeheven)
Zadeldak met voorschild, gesmoorde muldenpan voorschild, rode muldenpan zadeldak
XIX/XXa
Mede van belang wegens naastgelegen monument
Ja
Kevelderstraat 21-23
Schilddak met doorlopende lessenaar aan achterzijde, gesmoorde muldenpan
XIXd
Gemeentelijk monument GL23
ja
Kevelderstraat 25
Schilddak met steekkap (t-vorm) en achterschild, rode verbeterde holle pan
XVII/XXA
Jonger voorhuis, oudere kern, mogelijk 17e eeuw
ja
Kevelderstraat 27
Schilddak, geengobeerde romaanse pan
1949
35
Ja
Kevelderstraat 12
Zadeldak met voorschild, rode opnieuw verbterde holle pan
1931, 1948 of 1956?
Ja
Kevelderstraat 14
Schilddak, gesmoorde ? pan, achterschild rode opnieuw verbeterde holle pan
Ca. 1900
ja
Kevelderstraat 16
Zadeldak, rode verbeterde holle pan
1948
ja
Kevelderstraat 18
Schilddak, rode holle pan (zijschilden) en betonpan (voor- en achterschild), eiken sporenkap met spanten
XVII
36
Monumentenbeschri jving 1989, niet aangewezen
ja
Kevelderstraat 28
Schilddak (met kleine nok), gesmoorde muldenpan
Ca. 1930
ja
Kloostersteeg 1, Nieuwstad 10
Mansardekap met schilden, rode muldenpan
Ca. 1900
Ja
Kloostersteeg 5
Zadeldak, afgeplat, rode tuil-du-nord pan, aangebouwd
1932
Ja
Kloostersteeg 8
Zadeldak met snijdende vlakken, vlakke pan (vernieuwd 2017)
Ca. 1900 (verbouwd ca. 2004)
nee
Kloostersteeg 10
Zadeldak, rode geengobeerde opnieuw verbeterde holle pan
1961
nee
37
Lepelstraat 1
Schilddak, gesmoorde oude(?) holle pan
Ca. 1900
Ja
Lepelstraat 3
Schilddak met steekkap (zadeldak) en wolfseind, gesmoorde muldenpan
1963 (voorzijde), 1952/1953 (achterzijde)
Ja
Lepelstraat 5
Schilddak, rode muldenpan
1965, oudere kern
Lepelstraat 7
Zadeldak met dwarskap en achterschild, gesmoorde verbeterde holle pan
1930
38
Gevels vernieuwd in 1965, kap vernieuwd in 2023
Ja
ja
Lepelstraat 9
Schilddak, rode oude holle pannen
XIX
Lepelstraat 17
Zadeldak, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1954
ja
Lepelstraat 19
Zadeldak, gesmoorde verbeterde holle pan
1924 (verbouw 2021)
Ja
Lepelstraat 21
Schilddak, gesmoorde oude holle pan
XIXc
39
Oude kap, 19e eeuw of ouder
Gemeentelijk monument GL21, trapeziumvormige plattegrond
Ja
ja
Lepelstraat 2-4
Schilddak, dakhuis met steekkap, gesmoorde muldenpan
Ca. 1927
Lepelstraat 6-8 (vernummerd Goudsmitstraat 18-26)
Schilddak afgeplat, gesmoorde muldenpan (vernieuwd 2012)
Ca. 1900
ja
Lepelstraat 12
Schilddak, afgeplat, rode opnieuw verbeterde holle pan
XXa
ja
Lepelstraat 20
Schilddak, rode muldenpan
1920
Lepelstraat 22-24a
Schilddak, gesmoorde verbeterde holle pan
1961-1962
40
Parallellogramvormi ge plattegrond
Parallellogramvormi ge plattegrond
ja
ja
ja
Lepelstraat 30
Schilddak, rode opnieuw verbeterde holle pan
1930
ja
Lepelstraat 32
Schilddak, omlopend, gesmoorde muldenpan
1960
ja
Lievelderstraat 3
Schilddak, gesmoorde verbeterde holle pan
1965
Trapeziumvormige plattegrond
nee
Lievelderstraat 11
Zadeldak, rode muldenpan, sporenkap
XVII
Monumentenbeschri jving 1994, niet aangewezen
ja
Lievelderstraat 13, 13a
Schilddak, gesmoorde verbeterde holle pan
1650
Gemeentelijk monument GL28
ja
Lepelstraat 36, 38: zie Beltrumsestraat 49
41
Lievelderstraat 15-15b
Schilddak, rode verbeterde holle pan
1956
Lievelderstraat 17, 19
Zadeldak, afgeplat, rode muldenpan
Ca. 1920
Lievelderstraat 27
Zadeldak, rode oude holle pan
XVII/XVIII
Lievelderstraat 29
Zadeldak, gesmoorde muldenpan (renovatie 2022)
XXA
ja
Lievelderstraat 31
Schilddak, gesmoorde opnieuw verbeterde pan (vernieuwd)
1963
nee
42
Mede vanwege het naastgelegen vakwerkmonument (constructies lopen in elkaar over)
ja
ja
Gemeentelijk monument GL30
ja
Lievelderstraat 33
Schilddak met steekkap, gesmoorde verbeterde holle pan
1938
ja
Lievelderstraat 35, 35a
Schilddak, gesmoorde verbeterde holle pan
1930/1935?
ja
Lievelderstraat 37, 37a
Schilddak afgeplat, gesmoorde verbeterde holle pan
1935
ja
Lievelderstraat 39
Gebroken dak met voor en achterschild, rode kruispan
1915
ja
Lievelderstraat 47
Schilddak, met aangebouwd zadeldak, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1924 (oudere kern 1870)
ja
43
Lievelderstraat 49
Schilddak afgeplat, gesmoorde holle pan
XIXc
Lievelderstraat 2, 2a
Schilddak, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1957
ja
Lievelderstraat 6
Schilddak, gesmoorde verbeterde holle pan
1938
ja
Lievelderstraat 8
Schilddak met doorlopend achterschild, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1961
Ja
Lievelderstraat 10
Schilddak, rode verbeterde holle pan
XVII / 1964
Lievelderstraat 12: zie Rabeldersteeg 5-15
44
Gemeentelijk monument GL32
Historische kap is in de 20e eeuw Ingekort
ja
ja
Lievelderstraat 18
Schilddak, rode muldenpan
1956
Lievelderstraat 20
Schilddak, rode muldenpan
1957 / XVII
Lievelderstraat 22
Schilddak, gesmoorde muldenpan
1923
Lievelderstraat 26
Schilddak, rode tuiledu-nord pan
1929
Lievelderstraat 28
Zadeldak met wolfseind (schild), rode verbeterde holle pan
XXa
45
ja
Gemeentelijk monument GL29, Oudere kern en kap
ja
ja
trapeziumvormige plattegrond
ja
ja
Lievelderstraat 30
Schilddak, rode oude holle pan (voorschild gesmoord)
XXa
ja
Lievelderstraat 32
Schilddak, gesmoorde oude holle pan
XVIII/XIX
ja
Lievelderstraat 34a, zie ook Nieuwstad 37
Schilddak met steekkap, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1953
ja
Lievelderstraat 38
Gebroken schilddak, gesmoorde friese golfpan
1905
ja
Lievelderstraat 40
Schilddak met steekkap, gesmoorde kruispan
1922
46
Gemeentelijk monument GL
Ja
Lievelderstraat 46
Schilddak met opgewipte dakvoet, gesmoorde muldenpan
1925?
Lievelderstraat 48
Schilddak met steekkappen, gesmoorde oude holle pan
1867
Maliebaan 4,6
Schilddak, gesmoorde tuil-dunord met vlakke wel
1932
Maliebaan 8
Schilddak afgeplst met steekkap, gesmoorde tuile-dunord pan
1907
47
Ja
Gemeentelijk monument GL
Ja
Ja
rijksmonument
Ja
Maliebaan 12
Zadeldak met steekkap, rode verbeterde holle pan
Ca. 1925
ja
Markt 1
Zadeldak met knik, gesmoorde verbeterde holle pan
1952
ja
Markt 3
Zadeldak met voorschild, gesmoorde tuile-dunord pan
Ca. 1900, Oude kern?
Markt 5, 7
Schilddak afgeplat, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
XIXd
ja
Markt 11
Schilddak met insnijdende hoek, gesmoorde verbeterde holle pan
XIXd
ja
48
Na WOII verlengd
ja
Markt 2, 2a
Schilddak (dwarshuis), gesmoorde oude holle pan
1900/ XVIII
Gemeentelijk monument GL24
ja
Markt 4-6
Zadeldak(en) met dwarskap, gesmoorde kruispan
1904-1907
rijksmonument
ja
Mattelierstraat 1
Schilddak, geglazuurde verbeterde holle pan
1935
ja
Mattelierstraat 3
Schilddak, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
XVII/XVIII
ja
49
Mattelierstraat 5
Zadeldak met lessenaarsdaken, torenspitsen en koorsluiting. Lei in rijndekking
1500
Mattelierstraat 7, 7b
Schilddak, gesmoorde oude holle pan
1873
ja
Mattelierstraat 7a
Schilddak, gesmoorde oude holle pan
1878
ja
Mattelierstraat 19
Schilddak, afgeplat, gesmoorde friese golfpan
1905
50
rijksmonument
Gemeentelijk monument GL40
ja
ja
Mattelierstraat 25
Zadeldak met wolfseinden, dubbel dakhuis met schilden, gesmoorde muldenpan
1924, oudere kern?
Mattelierstraat 31
Zadeldak, gesmoorde muldenpan
1648
Gemeentelijk monument GL41
Ja
Mattelierstraat 33
Schilddak, afgeplat, gesmoorde ?opnieuw verbeterde holle pan
1882
Gemeentelijk monument GL42
ja
Mattelierstraat 35
Schilddak, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1955
51
ja
ja
Mattelierstraat 2
Schilddak, bruin geengobeerde opnieuw verbeterde holle pan
1875, vernieuwd 1977
Gemeentelijk monument GL35
ja
Mattelierstraat 6
zadeldak met wolfseinden, gesmoorde muldenpan
XVII
Gemeentelijk monument GL39
ja
Mattelierstraat 8
Schilddak met wolfseind voor, rode muldenpan
XVII/XVIII
Gemeentelijk monument GL39
ja
Mattelierstraat 8’a’
Schilddak met wolfseind, rode muldenpan
XIX
Gemeentelijk monument. Trapeziumvormige plattegrond
ja
52
Mattelierstraat 14-16b
Gebroken zadeldak, gesmoorde muldenpan (vernieuwd 2015)
Ca. 1915 (renovatie 2015)
nee
Mattelierstraat 18
Schilddak, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1957
ja
Mattelierstraat 36
Schilddak met steekkap, gesmoorde (geglazuurde?) tuiledu-nord pan
1936
ja
Nieuwestraat 3
Zadeldak met wolfseinden, rode muldenpan
XVII/XVIII
Gemeentelijk monument GL45
ja
Nieuwestraat 5
Zadeldak met voorschild, rode oude holle pan
XIXd
Gemeentelijk monument GL46
ja
53
Nieuwestraat 21-21b
Schilddak met dwarskap, rode muldenpan
XIXd
Nieuwestraat 29
Gebroken zadeldak, moderne gesmoorde vlakke pan (vernieuwd)
XXa
nee
Nieuwestraat 6
Zadeldak met wolfseind, rode opnieuw verbeterde holle pan
XIX
ja
54
Trapeziumvormige plattegrond
ja
Nieuwestraat 8
Schilddak, rode muldenpan
Ca. 1900
ja
Nieuwestraat 14
Zadeldak met wolfseinden, gesmoorde en rode muldenpan
XVII/XIX
ja
Nieuwestraat 20
Zadeldaken evenwijdig, gesmoorde en rode oude holle pan
Ca. 1620/XVIIIa
rijksmonument
ja
Nieuwestraat 22
Zadeldak met wolfseind en achterschild, rode oude holle pan
Ca. 1620
rijksmonument
ja
55
Nieuwestraat 26
Zadeldak, gesmoorde muldenpan
Ca. 1900
nee
Nieuwstad 1
Zadeldak met dwarskap met schilden, rode opnieuw verbeterde holle pan
1924
ja
Nieuwstad 3
Schilddak met steekkap, rode muldenpan
1905
56
Gemeentelijk monument GL45
ja
Nieuwstad 7
Schilddak afgeplat, gesmoorde muldenpan
XXa (verbouw 1962)
nee
Nieuwstad 11
Schilddak, rode opnieuw verbeterde holle pan
1935
ja
Nieuwstad 13
Zadeldak, gesmoorde oude holle pan
Ca. 1890
Gemeentelijk monument GL48
ja
Nieuwstad 15
Gebroken schilddak met steekkap, betonpan (sneldek)
XIXd
Gemeentelijk monument GL49
ja
57
Nieuwstad 17, 17a
Schilddak, rode oude holle pan
XIXd
ja
Nieuwstad 19
Gebroken schilddak met steekkappen, gesmoorde muldenpan
Ca. 1920
ja
Nieuwstad 25-35
Zadeldaken, gesmoorde (verbeterde) holle pan
1953
Nieuwstad 37,37a (Lievelderstraat 34a)
Schildak met dwarskap, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1953
Nieuwstad 2
Schilddak, gesmoorde verbeterde holle pan
Ca. 1900
58
Gemeentelijk woningbouwcomplex
Ja
Ja
Veelhoekige plattegrond
Ja
Nieuwstad 4
Schilddak, gesmoorde verbeterde holle pan
1954
ja
Nieuwstad 6
Schilddak, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1954
ja
Nieuwstad 8
Geboken schilddak met dwarskappen, betonpan (oude holle vervangen in 1997)
XIXd/XXa
Nieuwstad 10
Schilddak met steekkap, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
1939
Nieuwstad 12
Tentdak met steekkap en schilddak afgeplat en zadeldak met eindschild, lei in maasdekking
1933
59
Gemeentelijk monument GL47
Ja
Ja
Rijksmonument
Ja
Nieuwstad 14-60
Diverse kapvormen, samengesteld complex, gesmoorde kruispan en opnieuw verbeterde holle pan
1866-18901932
Notenboomstraat 3
Schilddak, gesmoorde verbeterde holle pan
Ca. 1900
ja
Notenboomstraat 3a, 5
Zadeldak afgeplat, rode muldenpan
Ca. 1900
ja
Notenboomstraat 7
Zadeldak afgeplat, rode muldenpan
Ca. 1900
ja
Notenboomstraat 9
Zadeldak met voorschild, rode muldenpan
Ca. 1900
ja
60
Gemeentelijk monument GL50
Ja
Notenboomstraat 13
schilddak, rode muldenpan
XVIIa/b
Gemeentelijk monument GL52
ja
Notenboomstraat 15
Zadeldak met achterschild, rode oude holle pan
1625
rijksmonument
ja
Notenboomstraat 19
Schilddak, gesmoorde tuile-dunord pan
1934
Notenboomstraat 21-25
Schilddak met dwarskap, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan (21-23) en rode muldenpan (25)
XVII
61
ja
Gemeentelijk monument GL54 (alleen nr 21)
ja
Notenboomstraat 29
Gebroken schilddak met dwarskap, rode tuile-du-nord pan
1928
ja
Notenboomstraat 37
Zadeldak, gesmoorde tuile-dunord pan
1930
ja
Notenboomstraat 39
Zadeldak met wolfseind, gesmoorde verbeterde holle pan
XIX
ja
Notenboomstraat 8
Zadeldak, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan
ca. 1910
ja
62
Notenboomstraat 10
Zadeldak met wolfseinden, rode muldenpan
XVII
Notenboomstraat 12
Zadeldak met wolfseinden, gesmoorde muldenpan
XIX
Notenboomstraat 14
Zadeldak met wolfseind en achterschild, rode verbeterde holle pan
XIXd (kern 1624)
Notenboomstraat 16
Zadeldak met wolfseind en achterschild, gesmoorde opnieuw verbeterde holle pan (2002)
Herbouw 2002 (kelder 1624)
63
Gemeentelijk monument GL51
Ja
ja
Gemeentelijk monument GL53
Ja
ja
Notenboomstraat 18
Zadeldak met dwarskap (schilddak), rode oude holle pan en gesmoorde oude holle pan
XVII/XIXc
Rijksmonument
ja
Notenboomstraat 20-22
Schilddak afgeplat, bitumen leien vervangen voor natuurleien (2023)
XIXc
verduurzaming en aanpassing kap 2023,
ja
Notenboomstraat 24
Schilddak afgeplat, gesmoorde kruispan
XIXc
ja
Notenboomstraat 28-30
Zadeldak met zijschild, gesmoorde muldenpan
Ca. 1900
ja
64
Notenboomstraat 34
Zadeldak, roden klein romaanse pan
1931
Ja
Notenboomstraat 36-38
Schilddak, rode pan, type onbekend
1931
ja
Notenboomstraat 42-44
Schilddak, gesmoorde friese golfpan
Ca 1900
ja
Notenboomstraat 46
Gebroken tentdak met steekkap, gesmoorde vlakke pan (vernieuwd)
1927
Notenboomstraat 48
Schilddak, rode verbeterde holle pan