beleid nieuwe woondroebels zienswijzennota
Tekst van het document
Beleid nieuwe woondroebels Nota Inhoud en beantwoording zienswijzen
Inleiding Het beleid voor woondroebels gedurende vier weken voor eenieder van 4 maart t/m 3 april 2021 ter inzage gelegen. Het conceptbeleid was in te zien in het gemeentehuis. Daarnaast was het conceptbeleid in te zien via de gemeentelijke website www.oostgelre.nl. Tijdens de genoemde termijn kon iedereen reageren. Naar aanleiding van het ter inzage leggen van het conceptbeleid is er één zienswijze ingekomen en deze is later inhoudelijk aangevuld. In het volgende hoofdstuk is de ingekomen samengevat weergegeven. De gemeentelijke reactie op de zienswijze is direct na de zienswijze opgenomen. Bij de reactie is aangegeven welke wijzigingen in het beleid zijn opgenomen.
Inhoud en beantwoording zienswijze Zienswijze (ingekomen op 1 april 2021): Door indieners is een zienswijze ingediend welke op 1 april 2021 door ons is ontvangen. De zienswijze is later inhoudelijk aangevuld per mail van 16 april 2021. 1. De eerste reactie van indieners op het conceptbeleid Woondroebels is prachtig. Dit biedt kansen om ook het buitengebied in te zetten voor het klimaatadaptief, ecologisch en circulair bouwen binnen onze gemeente door functie combinatie. De afbeeldingen en tekeningen maken indieners enthousiast. Volgens de mening van indieners liggen in de combinatie Woondroebels met erfdelen van bestaande erven prachtige kansen die meerdere maatschappelijke opgaven gaan dienen. Antwoord: Het beleid is specifiek gericht op een verruiming van het bestaande beleid voor functieverandering waarbij na sloop van voormalige agrarische gebouwen ruimte wordt geboden voor nieuwe woningen. Met de verruimde mogelijkheden wordt het mogelijk om grotere aantallen woningen te realiseren op een erf die bovendien beter aansluiten op de doelgroepen zoals starters. Dit beleid is er niet op gericht om nieuwe woningen mogelijk te maken op locaties zonder sloopopgave. 2. Indieners constateren dat het stuk doorspekt is met (harde) eisen voorwaarden en kaders. Het lijkt erg vanuit stedenbouwkundig/ landschap architectonisch (normatief) denken vorm gegeven te zijn.
Bijvoorbeeld moeten initiatieven - en goedkoop en duurzaam en ingepast en gesloopt worden en mininaam x hectares en inpandig parkeren en ….. Liever zien we dat er meer vanuit integraliteit, cultuurhistorisch besef en maatschappelijke opgave gedacht wordt om zo samen met initiatiefnemers in maatwerk te zorgen dat leefbaarheid, woningvoorraad, klimaat(bewustzijn, biodiversiteit, WMO en zorg, sociale cohesie (naoberschap), energietransitie, lokale voedselproductie, cultuur historie en circulaire- en deeleconomie een boost krijgen. Indieners denken dat dit aanvullend beleidsstuk nog succesvoller kan zijn als er meer vanuit integraliteit lees bedoeling dan vanuit regels naar initiatieven wordt gekeken. De omgevingswet daagt de overheden (en inwoners) uit om minder achter het bureau te ontwerpen en toetsen op basis van theoretische regels en wetten en meer op locatie in gesprek te gaan over de bedoeling. Indieners vragen of in het conceptbeleid Woondroebels een mogelijkheid opgenomen worden voor maatwerk, zodat bijzonder kansrijke initiatieven die om wat voor reden dan ook net niet in het keurslijf van dit beleid passen toch een kans krijgen door minder vanuit de regels en meer vanuit de bedoeling te toetsen?” Antwoord: Maatwerk is eventueel mogelijk indien er sprake is van een aanzienlijk grotere sloopopgave of een aanzienlijk grotere investering in landschappelijke versterking.
Daarnaast is ten opzichte van het conceptbeleid de mogelijkheid opgenomen om in bijzondere situaties maatwerk te leveren wanneer de minimale sloopo van van 4.000 m2 niet wordt gehaald. Dit kunnen bijvoorbeeld situaties zijn waarbij een milieu knelpunt wordt opgelost of wanneer er sprake is van herstel en hergebruik van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Daarbij wordt wel opgemerkt dat één van de hoofddoelen van het beleid bestaat uit de sloop van landschapsontsierende bebouwing. De regeling is niet bedoeld voor historische erven waar geen sprake is van een sloopopgave. In die situaties is er immers enkel sprake van het toevoegen van bebouwing. Daarbij wordt opgemerkt dat er momenteel meer instrumenten en beleid in ontwikkeling is om te voorzien in kleinere (tijdelijke) woningen voor starters. Daarnaast is er een voornemen om de regels voor woningsplitsing te versoepelen.
In de zienswijze wordt gevraagd om integraal te kijken naar diverse opgaven. Het belang hiervan wordt gedeeld. Momenteel wordt gewerkt aan een Omgevingsvisie waarin dit vorm zal kijken. Het beleid voor woondroebels heeft een meer sectoraal karakter gericht op een enkele doelen, waaronder: - het bieden van extra bouwmogelijkheden voor woningen voor de doelgroep; - sloop van landschapsontsierende bebouwing; - versterking van landschappelijke- en natuurlijke waarden; - verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; - het versterken van lokale routestructuren. 3. Indieners missen een integrale aanvliegroute in deze beleidsnotitie. De notitie en met name de uitganspunten, waaraan een initiatief eerst moet voldoen om verder te kunnen, zijn sterk vanuit het ruimtelijk aspect opgebouwd. Er liggen grote maatschappelijk opgaven op het gebied van gezondheid, welzijn, zorg, duurzaamheid, energietransitie, klimaat en biodiversiteit en daarmee leefbaarheid. Waarom worden die niet bovenaan de toets gezet en is de ruimtelijke vertaling daarvan een afgeleide. Het zogenaamde werken vanuit de bedoeling. Antwoord: In het beleid wordt inderdaad uitvoerig stilgestaan bij ruimtelijke aspecten. Dit is mede ingegeven doordat het in beleid bestaat uit een aanpassing en aanvulling op het bestaande beleid voor woningbouw in het buitengebied dat is opgenomen in het geldende bestemmingsplan “Buitengebied”.
In de inleiding van het beleidsdocument is een aanvullende paragraaf opgenomen waarin de doelstelling van de regeling verder is uitgewerkt. Hierin wordt ook ingegaan op de maatschappelijke opgaven waarin de uitvoering van deze regeling een bijdrage kan leveren. 4. Indieners vinden het lastig om het doel of beter nog de bedoeling van deze beleidsnotitie te achterhalen. Dat maakt het ook lastig om een zienswijze op te bouwen zonder te vervallen in het oneens zijn over de regels en criteria. Antwoord: Zoals bij het vorige antwoord aangegeven is het doel van de regeling verder uitgeschreven. 5. Indieners vragen waarom er harde ruimtelijke en landschappelijke uitgangspunten nodig zijn om iets op een verantwoorde manier in te passen. Waarom wordt er niet van uit de bedoeling gekeken naar een initiatief. Maatwerk op locatie. Dit is toch ook de strekking van de omgevingswet? Antwoord: Bij het formuleren van het beleid voor nieuwe woondroebels is gezocht naar een evenwicht tussen enerzijds het bieden van rechtszekerheid aan initiatiefnemers/omwonenden en het voorkomen van willekeur in de medewerking aan initiatieven en anderzijds het bieden van ruimte voor maatwerk. Daarbij is bovendien als uitgangspunt genomen dat er sprake moet zijn van een redelijke afname van bebouwd oppervlak in het buitengebied.
Door voorwaarden te stellen aan de omvang van de te slopen bebouwing en nieuw op te richten bebouwing wordt verzekerd dat er sprake is van een afname van bebouwing. Door in het beleid landschappelijke uitgangspunten op te nemen wordt voorkomen dat landschappelijke versterking te willekeurig en subjectief wordt. Binnen de regels is nog voldoende ruimte voor maatwerk. Ruimte voor lokaal maatwerk is één van de doelstellingen van de nieuwe Omgevingswet. De wet beoogd een versterking van onder andere de gemeentelijke overheid door ruimte te bieden aan gemeenten om regels op te stellen. Lokaal maatwerk betekent dus vooral het opstellen van regels die goed aansluiten bij de lokale situatie. Dit beleid voor nieuwe woondroebels beoogt juist dit lokale maatwerk aangezien het goed aansluit op de lokale situatie met de kenmerkende ervenstructuur.
6. Indieners zijn onaangenaam verrast dat de notitie meldt dat de locatie in Harreveld, Lievelde en Vragender kansrijk lijken. Indieners begrijpen uit de gesprekken dat dit het gevolg is van initiatieven die zich bij het schrijven van dit stuk reeds bij de gemeente gemeld hadden. Deze zin geeft ons echter het gevoel dat anderen locatie minder kansrijk zijn. En dat is bijzonder in de wetenschap dat Droebels in Zieuwent al bestaan en dat deze met relatief kleine aanpassingen tot een woondroebel kunnen worden getransformeerd. Antwoord: Deze passage is verwijderd. Er bestaat geen intentie om nabij Harreveld, Lievelde en Vragender op een andere wijze met initiatieven om te gaan dan bij de overige kernen. 7. Er wordt van de ontwikkeling van woondroebels een substantielel woonprogramma beoogd, die kan voorzien in lokale behoefte aan woningen. Zijn er locaties doorgerekend op haalbaarheid met inachtneming van alle eisen en de daaraan gekoppelde kosten? Zo ja zijn deze voor ons in te zien en zijn daar ook bestaande droebels in meegenomen? Antwoord: Op basis van de uitgangspunten is een fictieve berekening uitgevoerd. Hieruit bleek dat op basis van de verwachte opbrengsten, bouw-, sloop- en inrichtingskosten projecten haalbaar zijn. Deze berekening is ook in te zien. Door of in opdracht van de gemeente is er niet gerekend aan specifieke locaties.
Bestaande droebels zijn niet onderzocht aangezien hier veelal geen grote sloopopgave ligt.