CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

begroting 2022 oda

Gemeenteraad 9 juni 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Programmabegroting ODA 2022 / Jaarstukken 202010.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

3

Begroting 2022 Meerjarenbegroting 2023 - 2025

1

Begroting 2022 Meerjarenbegroting 2023 - 2025

Datum: 24 februari 2021 Status: Concept © Omgevingsdienst Achterhoek

Elderinkweg 2, 7255 KA Hengelo (Gld) info@odachterhoek.nl www.odachterhoek.nl www.gelderseomgevingsdiensten.nl @odachterhoek /OmgevingsdienstAchterhoek 2

INHOUDSOPGAVE………………………………………………………………………………….. Blz. Aanbiedingsbrief…………………………………………………………………………………………………………………. 4 Inleiding…………………………………………………………………………………………………………………………….…5 I.

DE BELEIDSBEGROTING…………………………………………………………………………………………….6 Programmaplan…………………………………………………………………………………………………………. 6 Uitgangspunten begroting 2021…………………………………………………………………………………6

II.

PROGRAMMA 1 - VERGUNNINGVERLENING……………………………………………………….…..10

III.

PROGRAMMA 2 - TOEZICHT EN HANDHAVING…………………………………………………….… 11

IV.

PROGRAMMA 3 - ADVIES…………………………………..…………………………………………………...14

V.

PROGRAMMA 4 - STELSELTAKEN…………………………………………………………………………….15

VI.

PROGRAMMA 5 - PROJECTEN…………………………………………………………………………………..17

VII.

PARAGRAFEN……………………………………………………………………………………………………………….18 Paragraaf Bedrijfsvoering……………………………………………………………………………………………18 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing……………………………………………….19 Paragraaf Financiering…………………………………………………………………………………………………25 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen…………………………………………………………………….26

VIII.

FINANCIËLE BEGROTING…………………………………………………………………………………………….27 Het Overzicht van baten en lasten……………………………………………………………………………..27 Toelichting op het overzicht van baten en lasten ….…………………………………………………27 Financiële Meerjarenbegroting 2023-2025 ……….………………………………………………………29 Overzicht van baten en lasten per taakveld……………………………………………………………….30 Overzicht Overhead en onvoorzien …..……………………………………………………………………….30 Geprognotiseerde balans……………………………………….…………………………………………………….31

IX.

BESLUIT ALGEMEEN BESTUUR…………………………………………………………………………………….32

Bijlage 1 Bevoorschotting door de partners……………………………………………………………..33

3

Aanbiedingsbrief Voor het komende begrotingsjaar bied ik u de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2025 van de Omgevingsdienst Achterhoek aan. De ODA voert in de Achterhoek voor gemeenten en provincie WABO-taken uit, zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies, met name gericht op milieu. In 2020 werden we geconfronteerd met Corona. Nu, in 2021, bij het samenstellen van deze begroting is deze pandemie nog niet voorbij. De gevolgen voor de samenleving zijn groot en onvoorspelbaar. We hebben geconstateerd dat de economie op bepaalde terreinen zware klappen heeft gehad en op andere vlakken zagen we juist grote ontwikkelingen bij bedrijven. Naast het zoveel mogelijk thuiswerken heeft Corona veel invloed op met name het werk van onze toezichthouders. We hopen dat we na de vaccinatiecampagne weer zicht krijgen op het “normale leven”. In 2020 is besloten dat de invoering van de Omgevingswet, mede door Corona, met een jaar is uitgesteld. Daardoor loopt de voorbereiding op de invoering een jaar langer door. Vooralsnog gaan we uit van de nieuwe invoeringsdatum 1 januari 2022. We zien dat we de extra tijd heel goed kunnen gebruiken om ons samen met onze partners beter voor te bereiden. In de praktijk zal blijken of we daar voldoende in geslaagd zijn.

Ervaring leert dat na invoering van een omvangrijke wetswijziging nog allerlei verbeteringen in de processen en de uitvoering nodig zijn. Dat gaan we in 2022 zien. Bij de invoering van de Omgevingswet gaan provinciale bodemtaken over naar gemeenten en maken deel uit van het basistakenpakket. We bereiden de overdracht met onze partners voor zodat dit in 2022 soepel kan worden overgedragen. De ODA wil op een efficiënte manier bijdragen aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Daarom blijven we ons verdiepen in nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Die ontwikkelingen hebben dikwijls zowel positieve als negatieve kanten. Bijvoorbeeld: het gebruik van nieuwe, veelbelovende materialen of technieken. In eerste instantie prachtige innovaties die later schadelijke effecten hebben voor milieu of gezondheid. Hoe eerder we de schadelijke effecten herkennen, hoe beter we erop kunnen inspelen. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) vragen daarbij steeds meer aandacht, kennis en expertise. De stikstof problematiek en PFAS zijn nog niet opgelost en hebben invloed op de ontwikkelingen die gemeenten willen realiseren. Hoe halen we de doelstellingen voor klimaat, energie en duurzaamheid? Op deze terreinen blijven we ons actief inzetten om vanuit onze rol kennis en expertise in te brengen. Via advisering en toezicht kunnen we bijdragen aan het behalen van de ambities van onze partners.

Bestrijding van milieu- en drugscriminaliteit is een complex vraagstuk, ook omdat hier veel geld in omgaat. We zien dat samenwerken loont. Met het Gelders Stelsel gaan we aan de slag om te investeren in data analyse. Dit gebruiken we om onze capaciteit slimmer en beter in te zetten. Met elkaar en met andere samenwerkingspartners doen we er alles aan om de Achterhoek mooi, gezond en veilig te houden. Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek Petra van Oosterbosch Directeur

4

INLEIDING Bestuursorganen De ODA is opgericht op 7 november 2012, de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van de ODA. De ODA kent twee bestuursorganen namelijk het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur gekozen. Op 1 januari 2021 waren de besturen als volgt samengesteld: Algemeen Bestuur: Lid

Functie

Plaatsvervanger

Functie

Wethouder Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder Wethouder Gedeputeerde

Gemeente/ Provincie Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Lochem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Zutphen Gelderland

T.M.M. Kok J.H.A. van Oostrum W.W. Buunk F.H.T. Langeveld B.J. Groot Wesseldijk W.J.A. Gerritsen B.T.M. Porskamp O.E.T. van Dijk I.T.F. Klein Gunnewiek L.J. Werger P.G.J. Kerris Secretaris P.G.M. van Oosterbosch

M.J. Veldhuizen M.H.H. van Haaren P.L.P.S. Hofman H.G. Bulten S.W. van ‘t Erve O.G. van Leeuwen M.G. Frank S.L. Hiddinga B.J.J. Bengevoord A. De Jonge J.W.M. van der Meer

Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder Gedeputeerde

Directeur

ODA

R. Reinders

Afdelingshoofd

Dagelijks Bestuur: Lid

Functie

Plaatsvervanger

Functie

Gemeente

Burgemeester vz Wethouder Wethouder Wethouder

Gemeente/ Provincie Berkelland Lochem Montferland Bronckhorst

J.H.A. van Oostrum B.J. Groot Wesseldijk W.J.A. Gerritsen W.W. Buunk P.G.M. van Oosterbosch

Directeur

ODA

R. Reinders

Afd.hoofd

ODA

5

DE BELEIDSBEGROTING Het Programmaplan Het programmaplan van de Omgevingsdienst is opgebouwd uit de volgende programma’s:  Programma 1 – Vergunningverlening  Programma 2 – Toezicht en Handhaving  Programma 3 - Advies  Programma 4 – Stelseltaken  Programma 5 - Projecten Overzicht van baten en lasten per taakveld x € 1.000

Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Advies Programma 4 Stelseltaken Eigen stelseltaak Kosten Gelders stelsel van Omgevingsdiensten Programma 5 Projecten Overzichten Overhead Algemene dekkingsmiddelen Bedrag onvoorzien Heffing Vennootschapsbelasting Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Resultaat

Taakveld

Baten

7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer

€ € €

2.027 € 4.957 € 1.297 €

1.053 2.895 952

€

102 € € 4 €

120 701 -

€ € €

2.601 65

8.387 € - € 8.387 €

8.387 8.387

7.4 Milieubeheer

€

0.4 Overhead ondersteuning organisatie 0.5 Treausury 0.8 Algemene baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting € € €

Lasten

Uitgangspunten begroting 2022 Het algemeen bestuur heeft in zijn vergadering van 3 december 2020 de volgende uitgangspunten voor de samenstelling van de begroting 2022 vastgesteld. Outputfinanciering De ODA werkt op basis van outputfinanciering. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de opdrachtgever betaalt voor geleverde producten tegen vooraf bepaalde prijzen. De begroting wordt gebaseerd op een geraamd aantal producten in uren tegen de daarvoor geldende tarieven. Uiteindelijk betalen de partners de door hen daadwerkelijk afgenomen producten en dienstverlening. De afrekening vindt plaats aan de hand van een jaarafrekening waarbij de eerder in rekening gebrachte voorschotten worden verrekend. Beleid en nieuw beleid De begroting 2022 wordt gebaseerd op de begroting 2021 met als vertrekpunt het bestaande beleid 2020. Beleidswijzigingen die consequenties hebben voor de begroting 2021 (en volgende jaren), worden in de begroting 2022 verwerkt dan wel via de eerste begrotingswijziging 2021. Van nieuw beleid is sprake wanneer de OD Achterhoek nieuwe taken krijgt toebedeeld. Voor 2022 kan daarbij worden gedacht aan b.v. de volgende thema’s: Omgevingswet Gemeenten zijn aan de slag met Omgevingsvisies en Omgevingsplannen, waarvoor een beroep gedaan wordt op de expertise van de ODA.

Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid waardoor er verschillen kunnen ontstaan die gevolgen hebben voor de uitvoering. In de eerste jaren worden pieken in de workload verwacht. Ook omdat we naar een andere werkwijze gaan en de regelgeving nieuw is. De nieuwe situatie zal procesmatig, digitaal en organisatorisch moeten worden ingeregeld. Zo zullen Omgevingsplannen weergegeven worden in een GIS viewer. Om de implementatie van de 6

Omgevingswet in 2022 te laten slagen en door te ontwikkelen hebben we eerder afgesproken voor zowel 2021 en 2022 extra middelen te reserveren. Informatiemanagement  Deels openstellen zaaksysteem In verband met de verwachte komst van de Wet Open Overheid verwacht de ODA meer gegevens naar de buitenwereld te moeten openstellen. Dit vergt een aanpassing aan het huidige zaaksysteem.  Doorontwikkeling gegevensmagazijn Een omgevingsdienst is een data gedreven organisatie. Het beschikken en het zorgvuldig beheren van data en informatie is daarom van groot belang voor de ODA. Met de komst van de Omgevingswet levert de ODA informatie aan een aantal gegevenshuizen uit het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet). Hiermee neemt de informatiebehoefte van externen toe. Daarom is het belangrijk dat de ODA zelf haar eigen informatievoorziening op orde heeft en verder ontwikkelt om aan deze toenemende informatiebehoefte te kunnen voldoen. Geluid Op grond van nieuwe wetgeving geluid (Aanvullingswet & aanvullingsbesluit) wordt er extra werk voorzien voor onder andere:  Wegverkeer  Gezoneerde industrieterreinen Bodem Met de komst van de Omgevingswet komt een deel van de bodemtaken van de provincie Gelderland te vervallen. Het beheer van bodeminformatie en het toezicht op bodemsaneringen verschuift naar de lokale overheden (warme overdracht).

Uitzondering hierop vormen de taken met betrekking tot grondwater: deze blijven wel bij de Provincie. Als deze taken onder “basistakenpakket” gaan vallen (waar het naar uit ziet), dan komen deze bij de ODA te liggen. Het is nog onduidelijk hoeveel gelabeld geld er met deze taken voor de gemeenten beschikbaar komt. Begin 2021 brengt de ODA de daarvoor benodigde capaciteit in beeld en vindt er dossieroverdracht plaats. Ook wordt in beeld gebracht wat de extra taken en bevoegdheden aan capaciteit en budget van onze partners gaat vragen (impactanalyse). Branchegericht toezicht in combinatie met de risico & effectgerichte benadering De methodiek voor het uitvoeren van controles uit het branchegericht werken is een aanvulling op het alleen werken met een risico & effectgerichte benadering. Tot nu werkten we met een vooraf in ons VTH-systeem (Open Wave) vastgelegde controlelijst. We gaan vanaf 2021 meer werken op basis van brancheplannen die een vierjarige cyclus hebben. Dit doen we met name om meer contactmomenten te hebben met de bedrijven en het toezicht efficiënter uit te kunnen voeren. Concreet betekent dit dat we naast de reguliere controles ook meer inzetten op aspectgerichte controles gebaseerd op de meest voorkomende overtredingen in een branche, administratieve controles (zelfscans) waarbij bedrijven zelf de benodigde rapporten, certificaten e.d.

op ons verzoek leveren en/ of voorlichting bij bedrijven. Toezicht complexe bedrijven Vanaf 1 januari 2020 is het toezicht & handhaving van alle provinciale complexe bedrijven van alle Gelderse Omgevingsdiensten onder de hoede van een programmamanager. Deze programmamanager is in dienst van de ODRA. De toezichthouders van deze bedrijven zitten in een pool, waarbij ze nog wel in dienst zijn van hun omgevingsdienst. Vanuit de provincie is aangegeven dat zij ook de gemeentelijke complexe bedrijven willen plaatsen onder een programma en mogelijk een pool. Het besluit om dit te doen ligt echter bij de gemeentes zelf. In 2021 wordt bekeken of en hoe dit dan mogelijk zal plaats vinden. Dit zou dan in gaan op 1 januari 2022. Diensten met betrekking tot vergunningen, toezicht en handhaving en specialismen 7

De begrote dienstverlening 2022 (in uren) wordt gebaseerd op de werkelijke productie over 2020. Aanvullingen vinden plaats op beleidsmatige ontwikkelingen of specifieke afspraken met partners. Bovenregionale taken Taken die bovenregionaal worden uitgevoerd, maar inrichting gebonden zijn, zijn opgenomen in ons productenboek. Deze lopen dus gewoon mee in de begrote dienstverlening. De programmatische stelseltaken worden afgerekend op uren op basis van een vastgesteld werkplan met een passende verdeelsleutel, afhankelijk van het onderwerp. Personeelsformatie De personeelsformatie wordt qua capaciteit afgestemd op de begrote productie (in uren). Het verschil tussen de begrote productie en de eigen beschikbare capaciteit in uren wordt ingevuld met de flexibele schil. De flexibele schil beoogt een flexibele inzet met behulp van inhuur derden en externe dienstverlening die kan meebewegen met toe- en afnemende productie. Indexatie Zowel de loonindex als de prijsindex baseren we op de externe berichtgeving aan de hand van de septembercirculaire. Deze geeft voor 2022 een loonindexatie aan van 1,5% en een prijsindexatie aan van 1,5%. Mochten bij nader inzien de indexaties toch duidelijk anders uitpakken dan kunnen deze, zo nodig, in de begrotingswijziging 2022 meegenomen worden.

Deze (mogelijke) begrotingswijziging is een wijziging die, op basis van artikel 28 lid 10 van de GR, niet voor zienswijze naar de gemeenten en de Provincie hoeft. Kortom: De loonindex te bepalen op 1,5 %; De prijsindex te bepalen op 1,5%. Ondersteunende diensten Voor de bestaande ondersteunende diensten zullen de in de begroting 2022 opgenomen bedragen worden geactualiseerd aan de hand van de eind 2020 geldende DVO’s. Weerstandsvermogen/Onvoorzien De relatie tussen weerstandsvermogen en benodigde weerstandscapaciteit is in een verhoudingsnorm weer te geven. In het Algemeen Bestuur van 9 november 2016 is besloten om te streven naar een voldoende weerstandscapaciteit. Tot slot Het blijft de opmaat naar een begroting; gebaseerd op een inschatting naar de kennis van dit moment. Eventuele wijzigingen nemen we mee in de begrotingswijziging 2022. In de partner- en bestuursrapportages zullen we de daadwerkelijke ontwikkeling ten opzichte van afgesproken doelen, kaders en eventuele risico’s inzichtelijk maken. Procedure Voor de aanbieding en vaststelling van de (ontwerp) begroting geldt de volgende procedure. 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting 2022 vóór 15 april 2021 aan provinciale staten en aan de gemeenteraden. 2. Provinciale staten en de gemeenteraden kunnen hun zienswijzen over de ontwerp begroting indienen bij het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst. 3.

Het dagelijks bestuur verzamelt de zienswijzen en biedt de ontwerp begroting voorzien van de zienswijzen aan aan het algemeen bestuur. 4. Het algemeen bestuur stelt de begroting 2022 vervolgens vóór 1 augustus 2021 vast. 5. Onmiddellijk na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur zendt deze de begroting ter kennisname aan provinciale staten en de gemeenteraden. 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval vóór 1 augustus (nieuwe termijn) aan de minister. 8

I.

PROGRAMMA 1 – VERGUNNINGVERLENING

1. Wat willen we bereiken? Vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen afhandelen en dat de verleende vergunningen bijdragen aan een veilige leefomgeving en handhaafbaar zijn. Meldingen worden beoordeeld op juistheid en volledigheid. Vergunningverlening is lastig te plannen omdat dit voor een groot deel afhankelijk is van aanvragen van de bedrijven. De volgende prioriteiten hanteren we:  aanvragen worden op volgorde van binnenkomst opgepakt;  aanvragen krijgen altijd voorrang voor ambtshalve wijzigingen;  bij piekaanbod krijgen reguliere procedures voorrang boven uitgebreide procedures, omdat in de meeste gevallen bij een (korte) reguliere procedure de vergunning na het verlopen van de proceduretermijn van rechtswege van kracht wordt. Daarnaast verliezen door diverse oorzaken afgegeven vergunningen hun actualiteit. Voorbeelden zijn:  jurisprudentie en wijzigingen in wet- en regelgeving;  wijzigingen in de meest milieuvriendelijke technieken die een bedrijf kan toepassen op basis van Europese regelgeving (BREF’s en BBT);  wijzigingen in Nederlandse BBT-informatiedocumenten (best beschikbare technieken); 2. Wat gaan we daarvoor doen?  Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie afgewogen worden.

 De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal.  Het uitvoeren van afspraken met de opdrachtgevers.  Kennis van medewerkers up to date houden  Prioriteiten stellen en het maken van meetbare doelstelling voor vergunningverlening en de actualisatie daarvan  Klanttevredenheidsonderzoek uitvoeren. 3. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 1 Vergunningverlening x € 1.000 Begroting 2022 Baten Lasten Saldo Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening 2.027 1.053 974 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 569 -569 Onvoorzien 14 -14 Saldo van baten en lasten

2.027

1.636

391

9

II.

PROGRAMMA 2 – TOEZICHT EN HANDHAVING

1. Wat willen we bereiken? Toezicht De ODA houdt toezicht op de naleving van milieuregelgeving. Hiervoor worden milieubelastende activiteiten gecontroleerd aan de hand van omgevingsplannen (bij invoering van de Omgevingswet), een omgevingsvergunning of een melding. Als er voor de betreffende activiteit geen benodigde vergunning is verleend of wanneer er geen benodigde melding is ingediend, wordt erop toegezien dat dit alsnog gebeurt. Maar nog belangrijker: we zien er op toe dat bedrijven de (landelijke) regels op het gebied van milieu naleven. Naast het toezicht op bedrijven worden in het uitvoeringsprogramma 2022 ook andere aspecten van toezicht meegenomen. Hierbij moet je denken aan bodemtoezicht, toezicht op evenementengeluid, toezicht op asbestsloop en toezicht op aspecten zoals vuurwerk en energiebesparing. Verder blijft ook ondermijning de komende jaren een grote rol spelen bij onze werkzaamheden. Milieuklachten- en meldingen De ODA neemt door burgers en/of bedrijven ingediende milieuklachten in behandeling en geeft daar een vervolg aan. Het indienen van klachten gaat via het provincieloket. Dit kan zowel telefonisch als digitaal. Handhaving, bezwaar en beroep De inzet vanuit de ODA is met name gericht op toezicht met daarin het bewustmaken van het naleven van de regelgeving. Maar helaas leidt alleen toezicht niet altijd tot het beoogde resultaat.

Dan moeten we de naleving van de regels afdwingen door gebruik te maken van bestuursrechtelijke en/ of strafrechtelijke handhavingsinstrumenten. De afhandeling van de in dit kader ingediende bezwaar- en beroepschriften wordt ook door de ODA verzorgd. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Risico- en naleefgericht toezicht op bedrijven Deze aanpak is nog niet veranderd, maar staat onder invloed van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van het branchegericht werken, data-gestuurd handhaven en de Omgevingswet. Alle drie geven hun eigen kansen en beperkingen op de uitdagingen om een goede risicoanalyse en daarmee planning te maken. Landelijk en vanuit het Gelders stelsel is hier de nodige aandacht voor. Waarschijnlijk zal er in de loop van 2021 meer duidelijkheid komen over de te maken keuzes. De Omgevingswet zal hierop van grote invloed zijn. Hieronder staat de frequentiematrix die gebruikt wordt als basis van de keuzes voor het uitoefenen van toezicht op bedrijven. Toezicht en handhaving is bij het ene bedrijf namelijk minder omvangrijk en complex dan bij het andere bedrijf. Door specialisten van de ODA in samenspraak met de partners is de frequentiematrix bepaald. Door de bedrijven volgens deze matrix te bezoeken wordt geborgd dat de toezichthouders van de ODA het bedrijf de aandacht kunnen geven die nodig is.

Op basis van deze gezamenlijk bepaalde uitgangspunten voor risico– en effectgericht toezicht wordt ook het uitvoeringsprogramma 2022 gemaakt.

10

Projectmatige en niet geplande werkzaamheden Naast het uitvoeren van regulier werk worden taken soms projectmatig opgepakt. Deze projecten hebben bijvoorbeeld betrekking op de branchegerichte aanpak of op stelseltaken zoals ketentoezicht. Daarnaast vinden waar nodig ook niet geplande werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden ontstaan als gevolg van wensen van onze partners op dat moment, landelijke ontwikkelingen, klachten en/ of onvoorziene voorvallen/ incidenten. Ons uitvoeringsprogramma is daarom flexibel opgesteld, waardoor waar nodig ook verschuivingen van werkzaamheden binnen de ODA plaats kunnen vinden. Werken met brancheplannen Zoals bij de uitgangspunten begroting 2022 al aangegeven werken we vanaf 2021 meer op basis van brancheplannen die een vierjarige cyclus hebben. Dit geldt echter alleen nog voor de branches veehouderij, automotive, horeca, voeding, sport & recreatie en metaalrecycling, waarvoor al een brancheplan aanwezig is. De overige brancheplannen worden in 2022 en de jaren er op nog gemaakt. Daarvoor is in deze begroting ook ruimte gemaakt. Ondersteuning bij het voorkomen en bestrijden van ondermijning Ondermijning is de vermenging van de onderwereld met de bovenwereld. In de Achterhoek hebben wij er ook regelmatig mee te maken.

Denk daarbij aan de drugslabs en hennepkwekerijen die zijn aangetroffen en waar lozingen of dumpingen van (gevaarlijke) afvalstoffen op bodems, in mestkelders, etc. hebben plaatsgevonden. Daar wordt o.a. de expertise van de ODA met betrekking tot handhaving en het veilig stellen van de omgeving in de praktijk gebracht. De ODA helpt verder door de ogen en oren te zijn voor het signaleren van dit soort zaken en het meegaan met de politie en gemeentes naar verdachte situaties en bedrijven. Landelijke HandhavingStrategie (LHS) In ons werkproces is de LHS geïmplementeerd. Deze werkwijze is onze basis voor de inzet van handhaving, waarbij we rekening houden met het mogelijk aanwezige specifieke handhavingsbeleid bij onze partners. Deze handhaving kan zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk met behulp van onze BOA’s zijn. Programmasturing complexe bedrijven: Zoals bij de uitgangspunten begroting 2022 al aangegeven wordt in 2021 bekeken of de gemeentelijke complexe bedrijven vanaf 1 januari 2022 geplaatst worden onder een gezamenlijk Gelders programma.

11

Overheveling bodemtoezichtstaken van provincie naar gemeenten: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuiven enkele nu nog provinciale bodemtaken van provincie naar gemeenten. Gemeenten zijn straks o.a. ook verantwoordelijk voor een adequaat toezichtproces bij de uitvoering van bodemsaneringen en het beheersen van verontreinigde locaties. Dit naast de bodemtaken die gemeenten al hadden, zoals het toezicht op meldingen grondverzet. De decentralisatie van bevoegdheden heeft dus consequenties voor de werkzaamheden op het gebied van bodemtoezicht van de gemeenten en de ODA. Want deze taken behoren tot het Basistakenpakket en worden dus bij invoering van de Omgevingswet bij de ODA uitgevoerd. Het betreft ca. 1 fte aan extra toezichtswerk binnen de ODA. 3. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 2 Toezicht en Handhaving x € 1.000 Begroting 2022 Baten Lasten Saldo Programmaplan Programma 2 Toezicht en Handhaving 4.957 2.895 2.062 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 1.504 -1.504 Onvoorzien 38 -38 Saldo van baten en lasten

4.957

4.437

520

12

III.

PROGRAMMA 3 – ADVIES

1. Wat willen we bereiken? Het verstrekken van (milieu)advies over het ontwikkelen, inrichten en beheren van een duurzame leefomgeving. Enerzijds zijn de adviezen een onderdeel van de vergunning- en handhavingsprocedures en anderzijds zijn de adviezen gericht op ruimtelijke processen waarbij voor alle relevante aspecten een beoordeling wordt gegeven over de (on)mogelijkheden van een ruimtelijke ontwikkeling. Het betreft adviezen op het gebied van archeologie, constructie, geluid, bodem, lucht, geur, licht, externe veiligheid, milieueffectrapportage, milieuzonering, natuurbeschermingswet, water, en juridische ondersteuning. 2. Wat gaan we daarvoor doen?  Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie in het oog worden gehouden.  Het verstrekken van gevraagde specialistische en juridische adviezen aan in- en externe opdrachtgevers.  De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal.  Binnen afgesproken termijnen leveren van advies dat voldoet aan gevraagde en/of geformuleerde afspraken  Kennis van medewerkers up to date houden.  Met de komst van de Omgevingswet gaat een deel van de bodemtaken van de provincie Gelderland vervallen.

Daaronder valt het beheer van bodeminformatie en het beheer van complexe locaties zoals stortplaatsen (warme overdracht). De provincie is voornemens om een subsidieregeling beschikbaar te stellen. Begin 2021 brengt de ODA de benodigde capaciteit in beeld en vindt er dossieroverdracht plaats. Ook wordt in beeld gebracht wat de extra taken en bevoegdheden aan capaciteit en budget van onze partners gaat vragen (impactanalyse). 3. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 3 Advies x € 1.000 Begroting 2022 Baten Lasten Programmaplan Programma 3 Advies 1.297 952 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 528 Onvoorzien 13 Saldo van baten en lasten

1.297

1.493

Saldo 345

-528 -13 -196

13

IV.

PROGRAMMA 4 – STELSEL TAKEN

Inleiding De individuele Gelderse omgevingsdiensten zijn niet voor alle opgedragen taken voldoende “robuust”. Om die robuustheid wel te garanderen, is een Gelders stelsel ontwikkeld. Omgevingsdiensten waar bovenregionale taken zijn belegd, zorgen voor de uitvoering daarvan ten behoeve van alle Gelderse omgevingsdiensten. De volgende bovenregionale taken zijn als volgt belegd: Bovenregionale taak

Belegd bij

Kwaliteit en coördinatie Gelders stelsel Ketentoezicht Portaal en kenniscentrum

Omgevingsdienst De Vallei (ODDV) Omgevingsdienst Rivierenland ODR) Omgevingsdienst Veluwe en IJssel ODVIJ) Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)

Complexe vergunningverlening Complexe handhaving, meetdienst en bezwaar en beroep Personeel en Organisatie BSBm (Bestuurlijke Straf Beschikking milieu)

Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) Omgevingsdienst Noord Veluwe (ODNV)

1. Wat willen we bereiken? In Gelderland hebben gemeenten en provincie gekozen voor een samenhangend stelsel van uitvoeringsdiensten waarin nabijheid, samenhang, kwaliteit en efficiency belangrijke uitgangspunten zijn. De keus om zo veel mogelijk in de regio en daarmee in de eigen organisatie te blijven werken, maakt samenwerking tussen de uitvoeringsdiensten nodig en gewenst. Nodig omdat niet in alle regio’s de uitvoering van alle taken robuust en volgens de landelijk opgestelde en vereiste kwaliteitscriteria 2.2 mogelijk is. Samenwerking is gewenst omdat het een goede manier is om kwalitatief goede producten tegen een redelijke prijs te leveren. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Kwaliteit en coördinatie Gelders stelsel Om het Gelders stelsel van zeven uitvoeringsdiensten blijvend, op een kwalitatief goed niveau te laten functioneren, is het van groot belang duurzaam met elkaar in gesprek te zijn. De uitvoeringsdienst De Vallei voert daarover de regie. Jaarlijks bepalen de uitvoeringsdiensten samen op grond van welke indicatoren de kwaliteit wordt gemonitord. Ketentoezicht De regio Rivierenland is verantwoordelijk voor de analyses, de keuze van de ketens en de uitvoeringsplanning. De ketenprogramma’s worden uitgevoerd in samenwerking met de medewerkers van de verschillende omgevingsdiensten. In overleg met de ODR worden projecten bepaald voor de inzet op ketentoezicht.

Hiervoor is vanuit de ODA capaciteit beschikbaar gesteld. Portaal en kenniscentrum De Omgevingsdienst Veluwe-IJssel (OVIJ) fungeert als portaal en kenniscentrum. De OVIJ verzorgt de gemeenschappelijke contacten vanuit het stelsel met andere organisaties zoals het OM. Daarmee hebben deze organisaties in Gelderland één aanspreekpunt. Vanuit het kenniscentrum wordt ondersteuning geleverd aan het Gelders stelsel op het gebied van opleidingen. Zij krijgen hiervoor input vanuit de expertgroep HRM. Uitgangspunt is de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten. Complexe vergunningverlening Sinds 1 januari 2018 ligt het mandaat voor vergunningverlening bij provinciale bedrijven bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Op het grondgebied van de ODA liggen ook complexe gemeentelijke inrichtingen. Binnen het stelsel is afgesproken dat de ODRN over de complexe industriële vergunningen adviseert aan de ODA. De ODA coördineert het vergunningenproces, onderhoudt alle contacten en doet de administratieve afhandeling. 14

Complexe handhaving Complexe handhaving op het gebied van provinciale bedrijven (zie ook bij beleidsbegroting), vuurwerk en het toezicht op bodemsaneringen worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). De ODA is voor de complexe handhaving bij gemeentelijke bedrijven robuust en voert deze taken zelf uit. We maken daarbij waar nodig wel gebruik van de meetdienst van de ODRA. Personeel en Organisatie Bij de oprichting van de Gelderse Omgevingsdiensten is afgesproken dat de taken en voorzieningen op het gebied van HRM zoveel mogelijk voor alle zeven omgevingsdiensten gemeenschappelijk worden geregeld. Het gaat er daarbij niet alleen om dat beleid en instrumenten zoveel mogelijk gelijk zijn, maar ook dat gezamenlijk en gecoördineerd wordt gemanaged op loopbaanontwikkeling. In brede zin moeten we denken aan: evaluatie van bestaande regelingen (o.a. reiskosten, IKB), arbeidsmarktcommunicatie en de gesprekkencyclus. Onze gemeenschappelijke arbeidsvoorwaarden liggen vast in de lokale arbeidsvoorwaardenregeling Gelderse Omgevingsdiensten (LAGO) en het Arbeidsvoorwaardenreglement Gelderse Omgevingsdiensten (AvR). De ODA fungeert als trekker van de stelseltaak HRM. Vanuit deze rol coördineren we het Centraal Lokaal Overleg (CLO) en leveren we de ondersteuning voor het CLO. Door de inwerkingtreding van de WNRA ligt hier ook een rol grotere rol voor de OR.

Ook coördineren we de taken van de Expertgroep HRM. Deze expertgroep is gezamenlijk verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering van P&O-taken. We worden hierbij ondersteund door een arbeidsjurist. Het grote voordeel van deze gezamenlijke aanpak is dat niet elke Omgevingsdienst “het wiel hoeft uit te vinden”. Kosten (vooral personele inzet) die hiervoor door de ODA worden gemaakt, worden verdeeld over de zeven omgevingsdiensten. Bestuurlijke Straf Beschikking milieu (BSBm) De stelseltaak coördinatie BSBm is belegd bij de Omgevingsdienst Noord-Veluwe. Dit gaat om de ‘grijze’ BSBm en de aansturing en coördinatie van de ‘grijze’ boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) die in dienst zijn van de Gelderse omgevingsdiensten. Voor deze taak wordt gebruik gemaakt van een centrale registratie. Ook de afstemming met het Openbaar Ministerie wordt door de ODNV gedaan. Daarnaast is er een vervangingspoule voor inzet en continuïteit bij de Gelderse omgevingsdiensten. 3. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 4 Stelseltaken x € 1.000 Begroting 2022 Baten Lasten Programmaplan Programma 4 Stelseltaken 102 821 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead 0 Onvoorzien 0 Saldo van baten en lasten

102

821

Saldo -719

0 0 -719

15

V.

PROGRAMMA 5 – PROJECTEN

Inleiding In dit programma staan projecten die een incidenteel karakter hebben. 1. Wat willen we bereiken? Projecten worden meestal gestart om een impuls te geven aan nieuwe onderwerpen of zaken die onvoldoende zijn geborgd in het primaire proces. Vooralsnog hebben we voor 2022 alleen nog maar de Omgevingswet als project. Hier kunnen natuurlijk later nog altijd projecten bijkomen. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Omgevingswet Naar verwachting zal de Omgevingswet wet op 1 januari 2022 in werking treden. Gemeenten zijn aan de slag met Omgevingsvisies en Omgevingsplannen, waarvoor een beroep gedaan wordt op de expertise van de ODA. In de eerste jaren worden pieken in de werkbelasting verwacht. Ook omdat we naar een andere werkwijze gaan en de regelgeving nieuw is. De nieuwe situatie zal procesmatig, digitaal en organisatorisch moeten worden ingeregeld. Zo zullen Omgevingsplannen weergegeven worden in een GIS viewer etc. Om de implementatie van de Omgevingswet in 2022 te laten slagen en door te ontwikkelen hebben we eerder afgesproken voor zowel 2021 en 2022 extra middelen te reserveren. Resultaten:  Landelijk wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ingericht. Diverse ODA systemen en applicaties worden hierop aangesloten.  Inhoud en kennis: - medewerkers onderhouden hun kennis en blijven bij met de ontwikkelingen.

- waar mogelijk ondersteunen we partners met kennis over ons vakgebied - we kunnen input leveren bij omgevingsvisie- en planvorming.  De interne- en externe werkprocessen van de ODA zijn geoptimaliseerd. Dit gaat om de eigen werkprocessen en ook de gezamenlijke werkprocessen met (keten)partners. 3. Wat mag het kosten? Om de implementatie van de Omgevingswet in 2022 te laten slagen en door te ontwikkelen is besloten om een projectbudget Omgevingswet van 2% van de loonsom vrij te maken voor 2 jaar ter dekking van de algemene kosten van de ODA zelf. De werkzaamheden waarvoor de partners een beroep doen op de ODA, zoals het gezamenlijke project omgevingswet, worden via Programma 3, advies, bij de partners in rekening gebracht.

16

VI.

DE PARAGRAFEN

Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de omgevingsdienst Achterhoek. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen achterwege gelaten. De volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: 1. Bedrijfsvoering 2. Risicobeheer en weerstandsvermogen 3. Financiering 4. Onderhoud kapitaalgoederen 1. PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING Kwaliteit Voor de beoordeling van kwaliteit zijn de kwaliteitscriteria 2.2 de uitgangspunten. Periodiek worden zowel de procescriteria als de criteria voor de kritieke massa (op basis van capaciteit, kennis en ervaring van de medewerkers) gemonitord. Daaruit blijkt dat we aan veel maar niet altijd alle kwaliteitscriteria volledig voldoen. We hebben ons als doel gesteld om robuust te zijn op alle deskundigheidsgebieden waarvoor de ODA aan de lat staat. Daarnaast streven we ernaar dat onze medewerkers zoveel mogelijk individueel voldoen. Ons opleidingsplan en andere acties zijn daarop gericht. Informatiebeleid en ICT De ODA heeft een aantal systemen in gebruik. Voorbeelden van deze systemen zijn een vergunningen, toezicht- en handhavingssysteem), een systeem waar documenten worden opgeslagen en een systeem die de informatie van de ODA op de kaart toont.

Al deze systemen staan in verbinding met elkaar. De komst van de Omgevingswet en de huidige AVG wetgeving stellen specifieke eisen aan enerzijds gegevensuitwisseling en anderzijds aan het beheer van gegevens. Om aan de regelgeving te kunnen voldoen zijn er regelmatig aanpassingen aan de systemen nodig. Binnen het Gelders Stelsel is er een kernregistratie waarmee we binnen Gelderland informatie over bedrijven uitwisselen. Dit centrale systeem kan ook gebruikt worden voor koppelingen met bijvoorbeeld landelijke gegevensbanken, zoals Inspectieview Milieu (IVM). Bij de aanschaf van een nieuw systeem wordt ook steeds gekeken naar wat er gezamenlijk binnen het stelsel kan worden opgepakt. Organisatieondersteuning De ondersteuning is nu deels belegd bij 4 partners. Dit is vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten met een relatief korte looptijd. Dit om telkens te beoordelen of de samenwerking met de huidige partners nog wel de beste keuze is. Een korte looptijd houdt andere opties voor de toekomst open.

17

PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING De wereld om ons heen verandert snel. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Neem als voorbeeld de corona. Deze ontwikkelingen kunnen geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegenvallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het algemeen Bestuur van de ODA heeft daartoe in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen. Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit, risico en weerstandsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve.

Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen. Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA, de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA. Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd: Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden, kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld: Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen Groter dan 2,0 Groter dan 1,4 maar kleiner dan 2,0 Groter dan 1,0 maar kleiner dan 1,4 Groter dan 0,8 maar kleiner dan 1,0 Groter dan 0,6 maar kleiner dan 0,8 Kleiner dan 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Bepaling weerstandscapaciteit ODA De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Binnen de ODA kan de beschikbare weerstandscapaciteit uit twee posten worden berekend:  Post onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit, begroting 2022: € 65.000) 

Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit, stand 1-1-2020: € -389.000); Conform AB-besluit is over 2020 een bedrag toegevoegd aan de algemene reserve. Hierdoor bedraagt de actuele algemene reserve € 107.000. 18

Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid? Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel:

Klasse 1 2 3 4 5

Omvang €0-€25.000 €25.000-€75.000 €75.000-€200.000 €200.000-€500.000 > €500.000

Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet? Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kans-klasse indeling:

Klasse 1 2 3 4 5

Waarschijnlijkheid Zeer klein Klein Gemiddeld Groot Zeer groot

Kans 10% 30% 50% 70% 90%

Referentiebeeld 1 keer per 10 jaar of > 1 keer per 5-10 jaar 1 keer per 2-5 jaar 1 keer per 1-2 jaar 1 keer per jaar of <

Inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening over en weer voor de taakuitoefening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiency-doelstellingen onder druk zetten of kan leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere ’OD’s juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren noodzakelijk zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans hierop risico verkleind. Het risico schatten we op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijkheidsverzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. Het volgen van de werkprocessen verkleint het risico. We schatten de omvang op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein) Calamiteit bij bedrijf De ODA kan verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld, nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit.

Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaats vond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af; schadeclaims en negatieve pers. Voor financiële consequenties zie taakuitvoering. Als beheersingsmaatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communicatieplan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten, praktijksituaties simuleren, kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil. Rechtmatigheid 19

Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig, d.w.z. overeenkomstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de accountantscontrole en de accountantsverklaring. We schatten het (rest)risico op nihil. Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het rijk bezuinigt op provinciale- en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verrekensystematiek zijn onder meer afspraken gemaakt, hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Het (rest)risico voor de ODA schatten we daarmee op nihil. Loon- en prijsontwikkelingen Hoe de daadwerkelijke salarisontwikkeling in 2022 zal zijn is nog niet duidelijk en dat geeft dan een risico. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld).

Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigen risico drager voor de ziektewet, ww en premiedifferentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premiedifferentiatie indien een medewerker ziek wordt, verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50.0000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld) Ziekteverzuim In de berekening van de productieve uren is rekening gehouden met 5,4% ziekteverzuim. Dit betreft alle ziekteverzuim, dus niet alleen het langdurig, maar ook het kortdurende ziekteverzuim. We volgen het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 5,4%; bron CBS We schatten het risico voor langdurig zieken op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. De zogenaamde vrije loonruimte waarbinnen de ODA belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen mag doen is voor 2021 becijferd op ca. € 50.000.

Mocht dit "forfait" worden overschreden dan is over elke € 1.000 overschrijding € 800 (80%) belasting verschuldigd. Bij de invoering van het IKB zijn er afspraken gemaakt op basis waarvan de ODA deels kan sturen op de benutting van de vrije ruimte. We schatten het risico in op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld). BTW Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil 20

Vennootschapsbelastingplicht Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de Omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is. Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Aanbestedingen Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europese en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen zijn benodigd voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. In 2017 zullen de nodige stappen worden gezet, zodat de risico’s op onrechtmatige aanbestedingen zullen worden verkleind. De stappen bestaan uit het verkennen van de mogelijkheden van de inhuuroptie op werkeningelderland.nl en het participeren in een Europees aanbestedingsinitiatief van de gemeente Putten. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein). Outputmodel (medewerkers) Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewoon zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen. Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten, incidenteel maar wellicht ook structureel.

Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeenkomt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt, kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Gelders Stelsel Op dit moment vindt er onderzoek plaats vanuit de cie Van Aartsen. Mogelijk leidt dat tot verbeterplannen en/of maatregelen voor het Stelsel wat tot extra kosten kan leiden voor de ODA. We schatten het risico op € 12.500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot). Omgevingswet De invoering van de omgevingswet kan tot een andere taakverdeling tussen gemeenten, provincie en de ODA leiden. Het is zowel mogelijk dat dit tot meer als tot minder taken voor de ODA leidt. Het risico schatten we daarom op nihil.

21

Datalekken Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat persoonsgegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein) Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten. Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend. Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal.

Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In de tabel kwantificering risico’s zijn de eerder genoemde risico’s gekwantificeerd. Risico

Geschatte omvang

Geschatte kans Financieel (in %) effect van de risico's

Afspraken dienstverleningsovereenkomsten

€ 50.000

30%

€ 15.000

Taakuitvoering

€ 12.500

10%

€ 1.250

Calamiteit bij bedrijf

nihil

0

€0

Rechtmatigheid

nihil

0

€0

Bezuinigingen bij de deelnemers

€0

0%

€0

Loon- en prijsontwikkelingen

€ 137.500

50%

€ 68.750

Eigen risico voor werknemersverzekeringen

€ 50.000

50%

€ 25.000

Ziekteverzuim

€ 50.000

50%

€ 25.000

W erkkostenregeling

€ 12.500

30%

€ 3.750

BTW

nihil

€0

Vennootschapsbelastingplicht

nihil

€0

Productenboek

€ 50.000

30%

Automatisering

€ 12.500

50%

€ 6.250

Aanbestedingen

€ 137.500

10%

€ 13.750

Outputmodel

€ 50.000

30%

€ 15.000

Gelders Stelsel

€ 12.500

70%

€ 8.750

Omgevingsw et

€0

0%

€0

€ 137.500

10%

€ 13.750

Datalekken Totaal

€ 15.000

€ 211.250

In de becijfering is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Het gaat dan om de individuele risico’s en de kans dat dit (individuele) risico zich periodiek voordoen. De kans dat alle risico’s zich op enig moment tegelijkertijd voordoen is o.i. aanzienlijk lager. Daartoe hanteren we een dempingfactor van 0,5. Het totaal van de financiële risico’s komt daardoor op € 106.000. We verwachten overigens dat (een deel van) de geformuleerde risico’s de komende jaren afnemen waardoor de ratio / het weerstandsvermogen zal toenemen. Weerstandsvermogen Zoals hierboven becijferd, beloopt de benodigde weerstandscapaciteit € 106.000. 22

De beschikbare weerstandscapaciteit is € 172.000. Gebruiken we de formule en waarderingstabel (zie hiervoor) dan ziet dit er als volgt uit: Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit ------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit

In bedragen: € 172.000 / € 106.000 = 1,62 Waarderingscijfer: B Betekenis: Ruim Voldoende Uit de analyse blijkt dat het weerstandsvermogen Ruim Voldoende is. Kengetallen

Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel van deze kengetallen is inzicht te verschaffen of de begroting structureel en duurzaam in evenwicht is. Kengetallen (in procenten)

2020

2021

2022

Jaarrek

Begroting

Begroting

1a. Netto schuldquote

-3

4

4

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-3

4

4

2. Solvabiliteitsrisico

25

9

12

3. Structurele exploitatieruimte

-1

0

0

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit

De netto schuld quote en de netto schuld quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geven inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODA in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage is relatief laag. Dit komt met name door een hoog bedrag aan kortlopende passiva en een laag eigen vermogen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Aangezien de geraamde structurele lasten in evenwicht zijn met de geraamde structurele baten is er geen structurele exploitatieruimte.

23

2. PARAGRAAF FINANCIERING Treasuryfunctie De wet Financiering decentrale overheden (FIDO) verplicht de gemeenschappelijke regeling richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan zijn verbonden. De treasuryfunctie maakt onderdeel uit van de ondersteunende financiële diensten die de gemeente Berkelland voor de Omgevingsdienst Achterhoek verricht. Risicobeheer De ODA heeft een eenvoudige rol op treasurygebied. De behoefte is:  het aantrekken van langlopende geldleningen voor investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering;  het overbruggen van de mate van bevoorschotting door de deelnemers. Zodra grotere investeringen in de bedrijfsvoering worden gedaan ontstaat behoefte aan een langlopende financiering. Ook de ODA heeft te maken met het zogenaamde “schatkistbankieren”. De rekeningcourant tegoeden van de ODA bij de Bank Nederlandse Gemeenten worden dagelijks afgeroomd ten gunste van ’s-Rijks kas. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het totaal van de lasten van de primitieve begroting. De totale lasten belopen € 8.387.000. De kasgeldlimiet bedraagt voor 2021: € 688.000.

24

3. PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN De paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” heeft tot doel aan te tonen hoe de ODA de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Kapitaalgoederen zijn aankopen die een meerjarig gebruik dienen en die we meestal aanduiden als investeringen. Artikel 3 van de financiële verordening bepaalt dat nieuwe investeringen in de begroting moeten worden vermeld. Voor het up-to-date houden van software zijn zoveel mogelijk onderhoudscontracten afgesloten met de leveranciers. De hieraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de vergoeding welke de ondersteunende partner ontvangt van de ODA. Voor investeringen hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen. hardware: 3 jaar software: 5 jaar dienstvervoermiddelen: 7 jaar Overigens bepaalt de financiële verordening (artikel 7) dat materiële vaste activa met economische waarde lineair worden afgeschreven.

25

VII.

DE FINANCIËLE BEGROTING

Overzicht van lasten en baten Onderstaand de financiële begroting 2022 van de ODA met toelichting. Omschrijving x € 1.000

2020

2021

2022

Realisatie

Begroting

Begroting

LASTEN 1

Personele kosten/Inhuur en diensten derden

6.007

5.937

6.029

2

Organisatiekosten

557

643

713

3

Organisatieontwikkeling en SPP

47

105

107

4

Bovenregionale taken

651

813

821

5

Organisatie ondersteuning

656

630

652

6

Algemene lasten Totaal Lasten

0

64

65

7.918

8.192

8.387

BATEN 21

Bijdragen van derden

374

108

106

25

Bijdragen deelnemers

8.082

8.084

8.281

Totaal Baten

8.456

8.192

8.387

538

0

0

0

0

538

0

0

Resultaat voor bestemming 26

Mutaties reserves Resultaat na bestemming (+ is voordelig)

Toelichting financiële begroting LASTEN Conform de vastgestelde begrotingsuitgangspunten zijn de salarislasten verhoogd met 1,5%. De overige kosten zijn eveneens geïndexeerd met 1,5%. Overige mutaties ontstaan vanuit ontwikkelingen die hieronder verder toegelicht worden. 1. Personeelskosten/Inhuur derden (€ 6.029.000) De loonsom bestaat uit de loonsommen van het management, de managementondersteuning en van de primaire processen vergunningverlening, advies en toezicht en handhaving. Daarnaast bestaan de kosten uit de externe inhuur en diensten derden, de zgn. flexibele schil. Deze flexibele schil hebben we nodig om verschillen in de vraag te kunnen opvangen voldoen en daarin flexibel mee te bewegen. In de kosten is rekening gehouden met een afname van werkzaamheden (0,5 fte) agv de overgang complexe handhaving. Naast de indexatie is rekening gehouden met toe te kennen periodieken.

2. Organisatiekosten (€ 713.000) De organisatiekosten bestaan uit personele organisatiekosten (opleidingen, bedrijfskleding, personeelsbijeenkomsten enz.) en bedrijfsvoeringskosten (verzekeringen, accountant, abonnementen, ICT licenties). Naast de indexatie zijn de kosten verhoogd voor software licenties gevelcontroles en verplichte aansluitkosten inspectieview.

26

3. Organisatieontwikkeling en strategische personeelsplanning (€ 107.000) Betreft het beschikbare budget voor organisatieontwikkeling voor 2022. Het betreft budget voor verbetering van werkprocessen, veelal ICT gerelateerd. De gezamenlijke projectkosten I-GO, worden hieruit gedekt. 4. Bovenregionale taken (€ 821.000) Een aantal bovenregionale taken is belegd bij verschillende omgevingsdiensten. Hieronder een overzicht welke taken dit betreffen en welke omgevingsdiensten die taken uitvoeren. Bovenregionale taken x € 1.000

2020

2021

Realisatie

2022

Begroting

Begroting

OD De Vallei - Kwaliteit en coördinatie stelsel

22

21

21

OD Rivierenland - Ketentoezicht

75

76

77

OD Veluwe en IJssel - Portaal en kenniscentrum

59

81

83

OD Regio Nijmegen - Complexe vergunningverlening

208

306

326

177

172

159

9

10

10

OD Achterhoek - Personeel en Organisatie

98

122

119

Diversen

3

25

25

651

813

821

OD Regio Arnhem - Complexe handhaving, meetdienst en bezwaar en beroep OD Noord Veluwe - Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu

Totaal

De bijdrage voor de stelseltaken liggen in lijn met de begroting 2021. De kosten voor de ODRN en een gedeelte van de ODRA (bouwtaken) worden op basis van daadwerkelijk afgenomen diensten doorbelast aan de partners. 5. Organisatie ondersteunende diensten (€ 652.000) Ondersteunende dienst x € 1.000 Berkelland - Financieel (beheer) Bronckhorst - Facilitair, Huisvesting en Telefonisch Informatie Punt Doetinchem - Informatisering en automatisering en archief Lochem - Personeel (salarisadministratie en organisatie) Totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10245516/1