CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoordmemo vragenuurvraag bluemink OOG 06-12-2022 stikstofrechten

Raadscommissie 6 december 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Vragenuur1.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VRAGENUUR Art. 43 RvO raad Art. 26 verordening raadscommissie

Vraag voor het vragenuur van de raadscommissievergadering d.d. 6 december 2022 Naam steller

:

Jurgen Bluemink

Fractie

:

OOG

Betreft

:

Stikstofrechten in vergunningsaanvragen van boeren en bedrijven

Beantwoording : Vraag

Schriftelijk

:

Op vrijdag 25 november jl. heeft het kabinet haar maatregelen gepresenteerd om klimaat- en milieudoelen te halen en de stikstofimpasse te doorbreken. Het kabinet wil het voorrangsrecht op stikstofruimte de komende tijd samen met provincies en betrokken sectoren uitwerken. Tot nu toe is het mogelijk om in uitgegeven natuurvergunningen onbenutte stikstofrechten te hebben. Bij nieuwe vergunningsaanvragen wordt het belangrijk om vast te stellen of een boer of bedrijf in een reeds bestaande natuurvergunning nog onbenutte stikstofrechten heeft. 1. Heeft de gemeente Oost Gelre inzicht in hoeveel onbenutte stikstofrechten/ruimte er per uitgegeven natuurvergunning is? 2. Zo nee, heeft de provincie dit inzicht wel? 3. Kunt u een inschatting geven van de omvang van onbenutte stikstofruimte in Oost Gelre? 4. Welk aandeel hebben de bekende top 5 piekbelasters hier in? 5. Hoe vaak in de afgelopen 8 jaar is het in Oost Gelre voorgekomen dat natuurvergunningen zijn ingetrokken van bedrijven en boeren die al waren opgeheven? 6. Heeft Oost Gelre al gebruik gemaakt van stikstofruimte van ingetrokken natuurvergunningen ten behoeve van woningbouw/bouwprojecten? 7. Kunt u een inschatting geven van de gebruikte omvang stikstofruimte ten behoeve van woningbouw/ bouwprojecten, die vrij is gekomen als gevolg van het intrekken van natuurvergunningen? Beantwoording van de vragen.

Context Het college heeft kennis genomen van de brief van 25 november over “Voortgang integrale aanpak landelijk gebied en opvolging uitspraak Raad van State over Porthos”. In deze brief spreekt het kabinet uit voor welke aanpak zij kiest. In deze brief staat onder andere het volgende: Het kabinet zet in op het met voorrang sturen op de gebruiksmogelijkheden van emissieruimte, zolang dit nodig is in het kader van gebiedsprogramma’s, om regie te houden op de inzet van stikstofruimte

VRAGENUUR

die beschikbaar komt bij extern salderen. Op deze manier wordt voorkomen dat partijen vanuit verschillende opgaven en belangen met elkaar concurreren en houdt de overheid regie in het landelijk gebied. De komende periode werkt het kabinet, samen met de provincies en betrokken sectoren, uit hoe dit recht in de praktijk zal worden vormgegeven, bijvoorbeeld via beleidsregels. Daarnaast verkent het kabinet de wettelijke mogelijkheden om een voorkeursrecht te kunnen leggen op grond met een agrarische functie. Dit biedt het Rijk en de provincies de mogelijkheid om te sturen op het gebruik van de agrarische grond, geeft aan de voorkant regie in gebiedsprocessen en over keuzes in het landelijk gebied, bijvoorbeeld ten aanzien van extensivering, en biedt de mogelijkheid om speculatie tegen te gaan. In dezelfde brief wordt ook uitvoerig ingegaan op latente ruimte. Uit de brief kan herleid worden dat actieve plicht komt om latente ruimte uit natuurvergunningen te halen. De minister geeft daarbij het volgende aan; “In plaats daarvan kies ik ervoor om het actualiseren van natuurvergunningen te koppelen aan het moment waarop een initiatiefnemer aanpassingen aan zijn bedrijf wil doen. Daarmee is de actualisatie gericht op het moment dat er latente ruimte in het systeem dreigt te komen.” Deze actualisatie werkt als volgt.

Wanneer een initiatiefnemer aanpassingen aan zijn bedrijf wil doen, doet hij een vergunningaanvraag bij het bevoegd gezag. Die beoordeelt dan de aanpassing en brengt de natuurvergunning in lijn met de gehele activiteit. Ook kan het bevoegd gezag de natuur- en milieuvergunning meer in lijn brengen met elkaar. De vergunningplicht voor intern salderen maakt het mogelijk om dit te doen. Uit de brief kan herleid worden wat de verwachte aanpak is ten aanzien van het kabinet ten aanzien van voorrang bij aankoop en latente ruimte. Reactie op de vragen 1. De gemeente heeft een agrarische analyse laten uitvoeren. Deze heeft u op 2 december ontvangen. In deze analyse is een eerste verkenning uitgevoerd naar de latente ruimte (verschil melding/vergunning en werkelijk aantal dieren) door de cijfers van de ODA te vergelijken met de cijfers van het CBS. Hierbij zijn de cijfers van de ODA de vergunde aantallen en het CBS baseert zich op cijfers van RVO. In de paragrafen 4.5 en 5.6 is voor de melkveehouderij en de intensieve veehouderij een verkenning uitgevoerd. Hierbij moet worden opgemerkt dat de cijfers een indicatie geven. Cijfers die bij het RVO worden ingediend zijn namelijk momentopnames. De cijfers moeten dus in de juiste context worden bekeken. Grofweg is de latente ruimte bij bedrijven die melkkoeien houden circa 35%.

Bij de intensieve veehouderij komt de vergunde aantal dieren redelijk overeen met werkelijke aantal dieren. 2. Reactie van de provincie; Er bestaat geen overzicht van de hoeveelheid van onbenutte stikstofruimte per Wnb-vergunning. Landelijk is de inschatting dat er gemiddeld genomen ongeveer 30% aan latente ruimte in een Wnb-vergunning zit. De Kamerbrief over de voortgang van de integrale aanpak van het landelijk gebied en de opvolging van de Porthosuitspraak van de Raad van State 'Beschouwingen op de omvang van latente ruimte in Wnbtoestemmingen: Inventarisatie aan de hand van beschikbare literatuur latente ruimte in Wnbtoestemmingen' (Beschouwingen op de omvang van latente ruimte in Wnb-toestemmingen | Rapport | Rijksoverheid.nl) bevat nadere informatie. 3. Zie hiervoor de reactie op de vragen 1 en 2. 4. Wij kunnen niet aangeven welk aandeel de top 5 piekbelasters hierin hebben. 5. Reactie van de provincie; Dat is niet bekend. Een bedrijf dat is gestopt kan zijn natuurvergunning nog bewaren, maar de inzet daarvan wordt met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker. Zonder bedrijf zijn er immers geen emissies meer en hoe langer dit duurt, hoe groter de kans dat het opnieuw in gebruik nemen van een vergunning (bij voorbeeld voor extern salderen) leidt tot een feitelijke toename van emissies, die niet kan worden vergund. 6.

De gemeente heeft tot op heden geen gebruik gemaakt van stikstofruimte ten behoeve van woningbouw/bouwprojecten, omdat de noodzaak daarvoor ontbrak.

VRAGENUUR

7. Als gemeente hebben wij geen inzicht in stikstofruimte die vrijgekomen is als gevolg van het intrekken van natuurvergunningen. Aanvullend heeft de provincie het volgende aangegeven; Er bestaat geen overzicht van de hoeveelheid van onbenutte stikstofruimte per Wnbvergunning. Landelijk is de inschatting dat er gemiddeld genomen ongeveer 30% aan latente ruimte in een Wnb-vergunning zit. Zie hierover uitvoeriger de bijlage bij de Kamerbrief over de voortgang integrale aanpak landelijk gebied en opvolging Porthos-uitspraak RvS 'Beschouwingen op de omvang van latente ruimte in Wnb-toestemmingen: Inventarisatie aan de hand van beschikbare literatuur latente ruimte in Wnb-toestemmingen' (Beschouwingen op de omvang van latente ruimte in Wnb-toestemmingen | Rapport | Rijksoverheid.nl).

VRAGENUUR

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12350506/1