antwoordmemo technische vragen VVD 23-06-2026 oda begroting 2027
Tekst van het document
MEMO Datum
: 22 juni 2025
Van
: wethouder Teselink
Aan
: raadsfractie VVD
Afdeling
:
Zaaknummer
:
Onderwerp
: beantwoording technische vragen Begroting ODA
Door de fractie VVD zijn technische vragen gesteld die hierbij worden beantwoord. Vraag: Op bladzijde 1 van het RV stelt U dat er steeds meer taken vanuit gemeenten worden overgedragen aan de ODA. Waar kunnen wij dit terugvinden in de begroting van onze gemeente? (vrijval/verschuiving kosten van gemeente naar ODA) Antwoord: Vanuit de partnergemeenten worden structureel meer taken en adviesopdrachten uitbesteedt aan de ODA zoals RO-adviezen en milieuvraagstukken maar ook specialistische vraagstukken omtrent bijv. Zeer Zorgwekkkende Stoffen zoals Pfas en stikstof. Dit zijn nieuwe taken die rechtstreeks via de gemeente aan de ODA zijn overgedragen welke dus ook geen effect hebben op onze gemeentelijke begroting. Vraag: Op bladzijde 1 geeft u aan dat de huidige omzet is ca. 12 miljoen is. De begroting moet naar 16,5 miljoen. Er is gekozen de begroting in drie stappen te verhogen. Wat gaat de ODA dan meer doen? Antwoord: Ten eerste is er een structureel verschil tussen begroting en uitvoering, dat al enkele jaren bestaat, wat hiermee wordt gecorrigeerd. Daarmee wordt de begroting weer in overeenstemming gebracht met de feitelijke taken en verantwoordelijkheden van de ODA. Dit wil eigenlijk zeggen dat door de ODA per kalenderjaar meer wordt uitgegeven dan is opgenomen in de vastgestelde begroting, wat weer tot gevolg heeft dat gemeenten achteraf vaak moeten bijbetalen.
Daarnaast heeft het Rijk de afgelopen jaren de Kwaliteitscriteria aangescherpt. De Kwaliteitscriteria geven o.a. aan dat een omgevingsdienst een bepaald minimum aantal toezichthouders en vergunningverleners in dienst hoort te hebben om te kunnen voldoen aan het opgelegde omzetcriterium van 16,5 miljoen euro. De ODA voldoet hier nog niet aan. Door de groei van het aantal medewerkers van de ODA groeit ook de bedrijfsvoering mee. Bijvoorbeeld voor grotere kantoorruimte, meer informatiemedewerkers, extra leidinggevenden en meer ICT-kosten. Ook kost de professionalisering van de organisatie extra geld. Denk daarbij aan het invoeren van een goede tijdschrijfregistratie zodat het voor gemeenten beter inzichtelijk wordt waar de ODA-medewerkers hun tijd aan besteden. Maar ook aan het verbeteren van procesmatigen projectmatig werken. Daarnaast is groei naar 18,1 miljoen euro wenselijk om bij de fusie met de OD Veluwe als gelijkwaardig fusiepartner te kunnen fungeren.
Op pagina 2 van het RV staat vermeld dat de ODA naar een omzet van 18,1 miljoen met groeien om te kunnen fuseren. Kortom: de ODA moet van een omzet van ca. 12 miljoen naar 18 miljoen. Dit is de helft meer dan de ODA nu aan omzet heeft. Vraag: Welke werkzaamheden gaat de ODA doen om de 6 miljoen extra te kunnen verantwoorden? Antwoord: Zie vorige antwoord. Vraag: Waar kunnen wij, als wij voor de ODA meer moeten gaan betalen, de minderkosten in onze begroting terugvinden? Antwoord: Het gaat niet om minderkosten maar om doorlooptijden van producten en diensten en afhandeling hiervan. De kwaliteit en kwantiteit van dienstverlening kan hiermee omhoog. Dit wil niet zeggen dat dit nu onvoldoende is maar het kan altijd beter. Vraag: Op blad 3 geeft u aan dat er door onze gemeente minder diensten zijn afgenomen. Op blad 2 geeft u aan dat ODA niet precies kan aangeven welke diensten onze gemeente heeft afgenomen. Hoe verklaart u dat men de ene keer wel en de andere keer niet weet wat wij hebben afgenomen? Antwoord: Op blz. 3 is aangegeven dat ‘het resultaat op afname van de producten die de ODA levert…..’ wil niet zeggen dat de gemeente minder diensten heeft afgenomen maar is het resultaat van producten die door de ODA zijn afgenomen oftewel in behandeling zijn genomen.
Het gaat hierbij om het collectief in producten in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving alsmede advies en specialismen.
2