antwoordmemo technische vragen OOG steunpakket energiekosten
Tekst van het document
EnergieSubsidieregeling22-23OG
Ondersteuningspakket inwoners en verenigingen door gestegen energiekosten Gemeenteraad 1 november 2022
We staan in principe positief tegenover deze subsidieregeling. We hebben eerst nog graag antwoord op de volgende vragen voordat we kunnen instemmen. Voor huishoudens geldt de ‘Voedselbanknorm’. Eigenlijk de Leefgeldnorm, het bedrag je per maand netto overhoudt om van te leven als je de vaste inkomsten en de vaste uitgaven van elkaar aftrekt. Om de energie-subsidie te kunnen krijgen, moet je onder die norm terecht komen door de gestegen energieprijzen. De Leefgeldnorm is nu € 300,- voor één persoon, € 410,- voor tweepersoonshuishouden, € 520,- driepersoonshuishouden enzovoort. Is de subsidie het compensatiebedrag waardoor je weer op de Leefgeldnorm komt of kun je met de energie-subsidie boven de Leefgeldnorm uitkomen? (Bijvoorbeeld 2-persoonshuishouden komt door de gestegen energielasten op een Leefgeld van € 210,- per maand ; dat is € 200,- onder de norm. De energielasten bedragen € 500,- per maand. Welke subsidie wordt uitbetaald? De € 200,- compensatie tot € 410,- of het feitelijk verschuldigde maandbedrag aan energie à € 500,- waardoor men € 300,- boven de Leefgeldnorm komt.) We zitten te denken aan een maximum subsidiebedrag van € 250,- per maand, per huishouden. Om de uitvoering van de regeling niet te complex te maken kijken we voor het bepalen van de hoogte van de subsidie naar de prijsverhoging van de energierekening.
Deze prijsverhoging is de subsidie per maand met een maximum van € 250,-. De voedselbanknorm is niet relevant voor de hoogte van de subsidie, maar enkel relevant voor de vraag of een huishouden voor subsidie in aanmerking komt. We zullen dit uitgangspunt explicieter in de regeling opnemen. Dekking van de beschikbare bedragen.,Dekking subsidieregeling inwoners uit restant energietoeslag is logisch. Dekking subsidieregeling voor maatschappelijke voorzieningen en de uitvoeringskosten in totaal € 590.000,- uit verwachte positieve rekening resultaat van 2022. Dat resultaat wordt geraamd op € € 3.564.000,- . Echter, dat bestaat voor € 7.730.000,- als saldo uit mutaties in de reserves. Die (resterende) reserves zijn bedoeld om alsnog uit te geven. We weten dat het boekhoudkundig zo moet, maar zonder dit boekhouden hadden we gewoon bijna € 900.000,- verlies gezien. De vrij besteedbare reserve (€ 4,5 miljoen) is onderdeel van de algemene reserve en die vrij besteedbare reserve is op zich niet erg groot en is eerder bedoeld om de kapitaallasten van investeringen te voorkomen of te matigen. Dekking van het fonds voor duurzaamheidsinvesteringen moet uit de ‘belegde reserve’ komen. We kennen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en voorzieningen, samen de reservepositie. Wat wordt hier nu precies bedoeld met de ‘belegde reserve’.
En als je uit die ‘belegde reserve’ geld gaat gebruiken, houdt dan dat deel van de beleggingen op en levert het geen geld meer op? De onttrekking van € 1,5 miljoen leidt tot een lager rendement voor het jaar 2023 van € 30.000.
Is met dit eventuele nadeel financieel rekening gehouden? Nee. In de begroting 2023 is met deze wijziging nog geen rekening gehouden. De onttrekking van het bedrag zal leiden tot een verlaging van de post incidentele onvoorziene uitgaven. Hiervoor is ruimte binnen de begroting aanwezig. In deze tijd telkens geld uit reserves halen trekt een wissel op de toekomst. We zouden liever zien dat het bedrag van € 590.000,- uit de exploitatie van 2023 komt. Heeft het college bezuinigingsvoorstellen voor 2023 overwogen om ruimte te maken voor het genoemde bedrag? Nee, onzes inziens is dit niet noodzakelijk, daarbij is sprake van een incidentele uitgave welke prima gedekt kunnen worden door aanwending van de reserve. Tot slot artikel 11.3. Bij afweging van de vraag of subsidie wordt verleend wordt bezien of investeringen in duurzaamheid van een accommodatie eventueel gefinancierd vanuit een gemeentelijk fonds/regeling, doelmatiger kunnen zijn dan een subsidie voor de hogere energielasten. Op zich is dit is een goede insteek voor de middellange termijn. Als op grond van deze afweging besloten wordt geen subsidie toe te kennen op basis van deze regeling, wordt dan meteen een heroverweging gemaakt om de maatschappelijke voorziening op de korte termijn niet failliet te laten gaan door de hogere energielasten? Nee, van een heroverweging is geen sprake.
Wel zullen we uiteraard altijd in gesprek gaan met maatschappelijke voorzieningen, mocht een dergelijke situatie zich dreigen voor te doen, om te kijken welke mogelijkheden de gemeente wel heeft.
30-10-22/HS