CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoordmemo technische vragen oog overschot beschermd wonen

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemming ontvangen financiële middelen Overschot beschermd wonen 2015-2018966 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Datum

: 21 januari 2021

Van

: Jos Hoenderboom

Aan

: Raad

Afdeling

: Onderwijs, Welzijn en Zorg

Zaaknummer

:

Onderwerp

: Vragen OOG m.b.t. regionale gelden beschermd wonen

De fractie van OOG heeft in de commissievergadering van 26 januari 2021 een aantal vragen gesteld m.b.t. het besluit m.b.t de regionale gelden beschermd wonen. In deze memo beantwoord ik de vragen. Vraag 1 De gemeente Doetinchem is regiogemeente voor de taken maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Zij ontvangt voor het uitvoeren van deze taken het budget. Kwam deze bijdrage van het Rijk of vanuit de 8 gemeenten? Antwoord: De gemeente Doetinchem is regiogemeente en ontvangt van het rijk de gelden voor het uitvoeren van deze twee taken. Vraag 2 In 2015 bleken de cijfers over het aantal cliënten dat overging naar de Wmo niet te kloppen. Wie was verantwoordelijk voor het aanleveren van deze cijfers? Antwoord: In 2015 hebben alle gemeenten, ook Doetinchem, de cijfers ontvangen van het CIZ. Vraag 3 Door de administratieve onduidelijkheid in de eerste jaren heeft het lang geduurd voordat de periode 2015-2018 financieel definitief in beeld was. Veroorzaakt door? Had de Raad hierover niet eerder geïnformeerd moeten worden? Antwoord: De overdracht van beschermd wonen naar de centrumgemeente heeft administratief en organisatorisch tijd gekost. De lijst met cliënten die Doetinchem van het CIZ kreeg bleek niet altijd te kloppen. Het betrof wel een honderdtal mensen die allemaal gezien moesten worden.

Pas nadat ze gezien zijn was in beeld welke indicatie er was, of er gebruikt gemaakt werd van een vijfjarig overgangsrecht of dat er een nieuwe indicatie afgegeven werd. Het was dus lang onduidelijk hoe de financiële middelen die ontvangen werden zich verhouden tot de kosten die gemaakt moesten worden. Daarnaast ontving Doetinchem ook de financiële middelen voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang. Ook hier was geen ervaring mee en moest gekeken worden of de middelen voldoende waren om de taak uit te kunnen voeren. Daarnaast heeft ook de interne uitvoering en de kosten die dat met zich meebracht tijd gekost om op orde te krijgen. Denk hierbij aan hoeveel generalisten er bijvoorbeeld bij het Buurtplein (uitvoering intake ondersteuningsvragen) incidenteel en structureel nodig waren om de taken te kunnen uitvoeren. Uiteindelijk was het beeld in 2019 compleet. Vervolgens zijn er regionaal gesprekken gestart hoe met het overschot dat er bleek te zijn om te gaan. Mede omdat er inmiddels gesproken werd over de doordecentralisatie naar de lokale gemeenten van beschermd wonen. Hieruit is uiteindelijk de beslissing voortgekomen om het totale overschot te verdelen op basis van het aantal cliënten beschermd wonen woonachtig in de gemeente en het geld niet bij Doetinchem te laten om eventuele kosten voor de doordecentralisatie van te betalen.

Het betreft budget van de gemeente Doetinchem. Zij moesten beslissen over de verdeling van de gelden. Nadat wij de gelden ontvangen hebben, hebben we het voorstel voor lokale besteding aan u voorgelegd.

Vraag 4 Vervolgens is er een voorstel voor verdeling van het financiële overschot gemaakt. De verdeling zal plaatsvinden op basis van het gemiddelde aantal cliënten beschermd wonen dat in een gemeente woonde gedurende de periode 2015-2018. Voor Oost Gelre zijn dat er ongeveer 50. Dat is 6% van het totaal aantal cliënten. Voorgesteld wordt om deze verdeling ook op de verdeling van het financieel overschot 2019 en 2020 toe te passen. Wanneer wordt duidelijk om welk bedrag het gaat? Wordt de Raad hierover op tijd geïnformeerd? Antwoord: Doetinchem maakt voorjaar 2021 een overzicht van de kosten gemaakt voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Een overzicht hiervan, inclusief de ontvangen gelden, leggen zij eerst ambtelijk ter bespreking voor. De verwachting is dat medio dit jaar duidelijk is om welk bedrag het gaat. Wij zullen u daarover weer informeren. Vraag 5 Voorgesteld wordt om het ontvangen bedrag (2015-2018) toe te voegen aan de reserves Sociaal Domein en hiervan € 200.000,- te oormerken voor het betalen van de kosten die in 2021 gemaakt moeten worden ter voorbereiding van de doordecentralisatie van beschermd wonen van de regiogemeenten naar de lokale gemeenten.

Waarom is hiervoor gekozen en niet het totale bedrag € 481.291,- vastleggen; het budget was toch bedoeld voor beschermd wonen? Antwoord: In regionaal verband zijn wij bezig met de voorbereiding van de doordecentralisatie van de taak beschermd wonen. Hiervoor is o.a. een overzicht gemaakt welke eenmalige kosten wij moeten maken om ons ook lokaal goed voor te bereiden. De inschatting is dat hiervoor maximaal € 200.000,nodig is. Daarom is het voorstel gedaan om € 200.000,- toe te voegen aan de reserves Sociaal domein zodat deze kosten daaruit betaald kunnen worden. Voor het uitvoeren van de taak beschermd wonen is dus niet het totale bedrag nodig. Het betreft eenmalige financiële middelen. Voor de uitvoering van de structurele nieuwe taak beschermd wonen ontvangen wij t.z.t zelf de financiële middelen van het rijk. Wij zullen dan moeten kijken of wij voldoende ontvangen om deze taak structureel te kunnen uitvoeren. Voor structurele uitvoering zetten wij geen incidentele middelen in. Wij maken dan de keus deze middelen toe te voegen aan de algemene middelen. Vraag 6 Hoe kan het dat in al deze jaren niemand heeft ingegrepen? Elke gemeente komt gigantisch tekort in het sociaal domein en er ligt hier een overschot van 8,1 miljoen? Antwoord: Zie mij antwoord op vraag 3.

Het heeft tijd nodig gehad om deze nieuwe, complexe taak waarbij de informatievoorziening vanuit het CIZ dus niet betrouwbaar was, financieel helder te krijgen. Het betreft de duurste Wmo cliënten die ook nog recht hadden op een overgangstermijn van hun indicatie van 5 jaar. Het feit dat er uiteindelijk, toen de cliënten werden gesproken, soms aanzienlijke veranderingen in de indicaties konden plaatsvinden heeft mede bijgedragen aan het opbouwen van het overschot. Overigens zien wij het afgelopen jaar de instroom bij beschermd wonen toenemen.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9685682/1