CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoordmemo technische vragen OLW OGV 02-12-2025 omgevingsplan molenberg

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Omgevingsplan, Eefseler Esch en Molenberg Groenlo: locatie Molenberg4.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Datum

: 1 december 2025

Van

: wethouder Hoenderboom

Aan

: gemeenteraad

Afdeling

: Ruimte & Economie

Onderwerp

: beantwoording technische vragen omgevingsplan De Molenberg Groenlo

Onderstaand vindt u de antwoorden op de technische vragen van de fractie van OLW en Oost Gelre Vooruit over het omgevingsplan De Molenberg Groenlo. De tekst en vragen van de fractie is zwart en de antwoorden van het college zijn blauw cursief. Vragen OLW: 1. Participatie. Volgens onze gemeentelijk participatiehandleiding Oost Gelre: Betrek de buurt bij de start van uw plan - handreiking valt het plan onder level 3 (intensieve participatie). Dit houdt in “Betrokkenen laten meedenken”, “ideeën van betrokkenen meenemen in het ontwerp”. Met als tools bijvoorbeeld brainstorm, webinair, werksessie, digipanel etc. En houdt ook in dat bij Level 3 belangenverenigingen dienen te participeren. 1a Wij zien dat, ondanks level 3, bovenstaande niet (actief) heeft plaatsgevonden en er dus niet wordt voldaan aan level 3. Waarom niet? Antwoord college: wij delen uw mening over de participatie niet. De omgeving is al vroeg in het proces (2022) voor de plannen voor herontwikkeling van De Molenberg en voor herinrichting van de openbare ruimte betrokken. Onder meer via informatieavonden voor de buurt en voor de raad, via vele 1-op-1 gesprekken met omwonenden en andere belanghebbenden en via nieuwsbrieven van zowel Marga Klompé als gemeente. Via die communicatielijnen en -momenten zijn alle wensen en zorgen opgehaald, die waar mogelijk zijn meegenomen in de plannen.

Het Beeldkwaliteitsplan De Molenberg waarop dit omgevingsplan op gestoeld is, heeft vorig jaar veelvuldig aandacht gekregen en heeft een uitgebreid en zorgvuldig proces doorlopen. 1b Waarom zijn relevante belangenverenigingen (zoals de Paulus Ludgerparochie) niet vooraf actief benadert, terwijl Level 3 dat vereist? Antwoord college: de Parochie is in het verleden als ‘omwonende’ uitgenodigd voor de informatieavonden en staat op de lijst van geïnteresseerden die via de nieuwsbrief op de hoogte worden gehouden. De Parochie is dus wel degelijk actief benaderd en geïnformeerd. Sinds 2024 – de totstandkoming van het beeldkwaliteitsplan De Molenberg – is het onderlinge overleg geïntensiveerd dat nog heel recent heeft geresulteerd in toezeggingen over en weer. 2. In de memo 25 juni 2024 van wethouder Jos Hoenderboom aan de gemeenteraad (Onderwerp : nadere toelichting op BKP De Molenberg n.a.v. raadscommissie 18 juni 2024 en geamendeerd in de daarop volgende raadsvergadering door de VVD) zegt de wethouder: “Ik zie en omarm het belang van cultuurhistorie in deze

gebiedsontwikkeling”. 2a: Als de wethouder dit belang zo omarmt, waarom wijst hij de voorstellen van de Paulus Ludger Parochie/zienswijze, om de parochielaan te herstellen, dan af? Antwoord college: deze stelling staat haaks op hetgeen recent is besproken tussen Parochie, Marga Klompé, De Woonplaats en de gemeente. Partijen hebben daarin naar elkaar uitgesproken samen te onderzoeken of en zo ja hoe een ‘processielaan’ – in feite een langzaamverkeersroute ter hoogte van City Centrum (nabij de Molenweg is het ook een auto ontsluiting om bij het parkeren achter het gebouw van De Woonplaats te komen) – over het voor De Woonplaats beoogde perceel aan de binnenstadzijde gerealiseerd kan worden. City Centrum betrekken we daar ook bij. Partijen wensen hiervoor een

intentieverklaring te tekenen. Het college vraagt de raad om hiervoor het bouwvlak in het omgevingsplan ter hoogte van City Centrum 2 meter naar links te verplaatsen. 2b: Hoe rijmt dit afwijzen van deze en andere voorstellen van de Paul Ludger Parochie met de gemeentelijke omgevingsvisie (blz 55), waarin voor Groenlo is opgenomen: 12. We leggen extra focus op het unieke historische karakter van Groenlo. Dit doen we door het faciliteren van evenementen en door het historische karakter leidend te laten zijn in ruimtelijke ontwikkelingen. Het bewaren, beschermen en uitdragen van de rijke cultuurhistorie zorgt enerzijds voor een vitale en aantrekkelijke stad voor haar inwoners, anderzijds versterkt het Groenlo als bestemming voor dagrecreanten en toeristen.

Antwoord college: afwijzen van het voorstel van de Parochie is niet aan de orde. Zie het antwoord onder 2a. 2c: We zien nu aan de stadszijde een groot massief gebouw ingetekend. Op die plek heeft historisch gezien nooit een dergelijk groot massief gebouw gestaan. Hoe rijmt dit met wederom onze omgevingsvisie (“We leggen extra focus op het unieke historische karakter van Groenlo”)? Antwoord college: het genoemde gebouw betreft de nieuwbouw van sociale huur en midden huur appartementen van De Woonplaats. Het bouwvlak in het omgevingsplan is gebaseerd op een plattegrondstudie voor ca. 75 studio’s. Dit bouwvolume past binnen de kaders van het door de raad vastgestelde Beeldkwaliteitsplan De Molenberg (waarin voor de binnenstadzijde in maximaal 3 woonlagen wordt gebouwd). De focus op het historische karakter van Groenlo komt in dit plan tot uiting via de realisatie van de vestingwal, de aanpassing van de gracht en van het vrijspelen van de bestaande kapel en het beter in beeld brengen van de Basiliek. 2d: Wij nemen aan dat de plannen/ideeën suggesties van verschillende stichtingen, zoals genoemd in de brieven en de zienswijze besproken zijn met de erfgoedcommissie? Wat was hun mening hierover? Bijvoorbeeld over (het niet herstellen van) de parochielaan? Graag ontvangen we de gespreksnotities (vanuit bv de bij level 3 vereiste werksessies) daarover.

Antwoord college: de zienswijze (en de beantwoording daarvan) is niet besproken met de erfgoedcommissie. Daarvan zijn dan ook geen gespreksnotities. Wel is de erfgoedcommissie op verschillende momenten bijgepraat over plan De Molenberg. Daarbij is het plan veelvuldig besproken in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van het Gelders Genootschap. In deze commissie is standaard een persoon vanuit de erfgoedcommissie afgevaardigd. En zoals onder 2a aangegeven, gaan partijen samen onderzoeken hoe de ‘processielaan’ in het gebied kan landen. Overigens is bij de totstandkoming van het beeldkwaliteitsplan de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed betrokken geweest. 3. Ondergronds parkeren. 4a) Stel dat er uit de toezegging van de wethouder komt (afgelopen raadsvergadering, vanuit motie ondergronds parkeren) dat ondergronds parkeren een optie in het gebied kan zijn, moet het omgevingsplan dan hier weer op aangepast worden? Of is dit al meegenomen, hoe dan? Antwoord college: het omgevingsplan dat nu voorligt, sluit ondergronds bouwen onder het bouwvlak van de functie Wonen niet uit. Er kan tot 1 meter buiten het bouwvlak ondergronds gebouwd worden. Ondergronds bouwen verder dan 1 m buiten het bouwvlak is niet zonder meer toegestaan, maar daarvoor kan het omgevingsplan herzien worden.

Zoals eerder toegelicht in de raad naar aanleiding van vragen is daartoe aanleiding als uit het lopende verkeers- en parkeeronderzoek en het daarop volgende parkeerbeleid volgt, dat ondergronds parkeren in deze gebiedsontwikkeling wenselijk is. Het bouwvlak in het voorliggende omgevingsplan staat aan deze nader te onderzoeken mogelijkheid niet in de weg. 4b) We lezen dat het college ondergronds parkeren te duur vindt. Wij nemen echter aan dat het college ook hecht aan andere belangen, zoals behoud van groen/biodiversiteit, klimaatadaptatie en erfgoedwaarden. Hoe weegt het college dit mee, en wat is dan “te duur”? Antwoord college: ondergronds parkeren onder de gebouwen van De Woonplaats en/of Marga Klompé is voor hen een te grote investering. Houd rekening met een bandbreedte van al gauw € 40.000 tot € 60.000 per gebouwde ondergrondse parkeerplaats. Daarnaast is er impact op het ruimtegebruik voor hellingbanen om een parkeergarage in en uit te rijden. Een parkeergarage die wordt gerealiseerd en geëxploiteerd door de gemeente legt in die situatie een groot beslag op de gemeentefinanciën. Dat betekent mogelijk ook dat er parkeerkosten moet worden betaald en daarmee in de binnenstad Groenlo

2

betaald parkeren zou moeten worden ingevoerd. Daaraan vooraf gaat natuurlijk eerst de vraag of zo’n parkeervoorziening nodig is. Zoals in de nota zienswijzen aangegeven, moet daarvoor eerst het parkeeronderzoek in Groenlo worden afgerond, voordat daar conclusies aan kunnen worden verbonden. Pas als duidelijk is wat de parkeeruitdagingen zijn, kan gezocht worden naar oplossingen binnen en/of buiten de gracht. 4. Besluitvormingstraject en planning. Hoe ziet dit er uit? Graag een grove planning, inclusief de datums, tm realisatie van beide gebouwen. Antwoord college: de indicatieve planning en fasering voor sloop en nieuwbouw is hieronder verbeeld (oude ondergrond).

3

5. Er is onderzoek gedaan naar toepassing van WKO en aquathermie. De uitkomsten kunnen ook belangrijk zijn voor toekomstige aardgasvrije ontwikkelingen. Graag ontvangen wij dit onderzoek met bijbehorende conclusies (dit mag ook na de commissie / raadsvergadering. Ps: wij nemen aan dat er aardgasloos hergebouwd gaat worden. Anders graag een reactie. Antwoord college: in 2022 is in opdracht van de gemeente door Haskoning een verkenning naar aquathermie uitgevoerd. Zie het rapport van 21 juli 2022 in de bijlage. In opdracht van Marga Klompé is onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van geothermie. Zie het rapport van maart 2023 van Energie Verbeke in de bijlage. 6. Het college vindt circulair bouwen belangrijk. Is het dan passend dat hier alle bestaande gebouwen gesloopt gaan worden? Worden anders dan i.i.g. bepaalde sloopmaterialen hergebruikt? Antwoord college: hiervoor is navraag gedaan bij Marga Klompé. De bestaande gebouwen zijn grotendeels in betonbouw gerealiseerd. Dat betekent dat bij sloop vooral puin vrijkomt. Over het hergebruik hiervan wordt inderdaad nagedacht. Echter, de sloper én de aannemer moeten nog geselecteerd worden door Marga Klompé en zij willen de sloper en aannemer hierin betrekken. Voor Marga Klompé staat voorop: waar het kan, zijn er mogelijkheden, maar moeten de mogelijkheden wel afgewogen worden tegen haar financiële kader. 7.

De grachtbeschoeiing zal over een behoorlijke lengte weggesloopt moeten worden. Bekend is dat deze beschoeiing o.a. de waterkwaliteit en dus de biodiversiteit in de Gracht niet benadeeld (zie blauwalgonderzoek). Wordt er gekeken naar alternatieve grachtkanten, en is een eventuele meerkostenpost meegenomen? Wie is verantwoordelijk voor (kosten van) de aanleg van de beschoeiing? Antwoord college: de gemeente realiseert de vestingwal en is verantwoordelijk voor de aanleg van de beschoeiing. Voor de vesting hanteren we: daar waar het de binnenzijde van de gracht betreft, plaatsen we beschoeiing terug. Zo ontstaat een strakke vesting. Aan de buitenzijde gaan we bij planvorming uit van natuurvriendelijke oevers. Daarmee ontstaat er ruimte voor waterplanten en bevorderen we de waterkwaliteit. 8. Op diverse plekken in het land kampen verpleeghuizen met leegstand. Soms is er zelfs op hele verdiepingen niemand te vinden. Verpleeghuizen zijn er niet gerust op. De leegstand is volgens voorzitter Bianca Buurman van V&VN een gevolg van het beleid om ouderen langer thuis te laten wonen met passende zorg. Het RIVM en ministerie van Volksgezondheid doen onderzoek naar de toenemende leegstand in ouderenzorginstellingen. Heeft Marga Klompe last van deze (toekomstige) leegstand? Zo nee, waarom niet? Antwoord college: ook hiervoor is navraag gedaan bij Marga Klompé.

Marga Klompé ervaart weinig leegstand; waar plekken tijdelijk niet bezet zijn, komt dit vooral door complexe cliëntsituaties of personeelstekorten. Door langere thuiszorg en kortere verblijfsduur wordt bij de nieuwbouw van De Molenberg gekozen voor vervanging van capaciteit, niet voor uitbreiding. De demografische druk in Oost Gelre groeit sterk: de behoefte aan verpleeghuiszorg stijgt tot 70% in 2040, terwijl het aantal 85plussers verdubbelt. Tegelijk neemt het arbeidsmarkttekort fors toe. Daarom worden 75 zorggeschikte woningen aan de stadszijde ontwikkeld, waar zorg via de Wet langdurige zorg (modules of volledig) kan worden geleverd. Technologie, andere werkmethoden en samenredzaamheid moeten capaciteit vrijmaken. Zo ontstaat een woonzorgzone waar ouderen langer zelfstandig kunnen wonen.

4

Vragen Oost Gelre Vooruit: 9. Bijlage ETFAL, ruimtelijke motivering omgevingsplan Molenberg mist vanaf bladzijde 55 alle 13 bijlagen. Waar zijn die en kunnen ze alsnog toegevoegd worden? Antwoord college: vanaf bladzijde 55 beginnen de bijlagen behorend bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Zoals in het raadsvoorstel te lezen is onder ‘Bijlagen’ (bladzijde 6) wordt voor wat betreft de ongewijzigde bijlage behorend bij de ETFAL verwezen naar ‘Overzicht documentenbijlage van het ontwerp-omgevingsplan’. Deze bijlage vind je hier: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-384734.html#cmp_II. Gewijzigde en nieuwe bijlage zijn wel als aparte bijlage toegevoegd aan het raadsvoorstel. 10. Participatie Op 24 september 2025 was er een inloopavond bij City Centrum Groenlo over het nu voorliggende raadsvoorstel. Waarom geen plenaire bijeenkomst? Waarom is Level 3 van de participatiewijzer van Oost Gelre niet gevolgd? Waar is het participatieverslag van de bijeenkomst 25 oktober 2025? Antwoord college: Marga Klompé en de gemeente hebben de goed bezochte informatieavond van 24 september jl. in de vorm van een inloopavond gehouden. Er stonden panelen met daarop informatie over het bouwplan van de architect voor de nieuwe Molenberg, over het inrichtingsplan van de openbare ruimte en over het omgevingsplan.

Deze vorm is laagdrempelig en biedt bezoekers de gelegenheid 1 op 1 in gesprek te gaan met de vertegenwoordigers van Marga Klompé en de gemeente bij de diverse panelen. Er is geen verslag gemaakt van de inloopavond van 24 september. Wel heeft die avond informatie opgeleverd over en weer. 11. De Paulus en Ludger parochie hebben 3 oktober 2025 en 17 november 2025 een brief gestuurd naar de wethouder. Waarom zitten deze niet bij de stukken? De parochie noemt in haar brief verzoek om herstel van de “processielaan”. Wanneer is tijdens de planvorming dit verzoek bij de gemeente op de radar gekomen? Antwoord college: de genoemde brieven van de Parochie maken formeel geen deel uit van de besluitvorming over het omgevingsplan (het betreft immers geen zienswijze op het omgevingsplan). Vanzelfsprekend zijn deze brieven wel behandeld en is naar aanleiding overleg geweest met de Parochie (op 27 oktober en 24 november). Het idee van de Parochie voor een processielaan is in die periode concreet in beeld gekomen. Eerder was de veronderstelling dat het om een zichtlijn op de basiliek zou gaan. Partijen hebben 24 november afgestemd over de processielaan en naar elkaar uit gesproken dit samen nader te onderzoeken en hiervoor een intentieverklaring te tekenen. 12. Bijlage: Link naar verbeelding via Regels op de kaart.

Kunnen raadsvoorstellen kant en klaar aangeleverd worden? We zien hier een zoekopdracht. Graag voor 2 december 2025 het benodigde kaartmateriaal bij de stukken voegen. Antwoord college: het omgevingsloket (voorheen o.a. ruimtelijkeplannen.nl) werkt alleen met een digitaal systeem. Een verbeelding zoals we deze voorheen kenden, bestaat niet meer onder de nieuwe wetgeving. We hebben deze link, als extra service, toegevoegd om de belangrijkste werkingsgebieden zichtbaar te maken in 1 kaart. Er zit echter een omissie in de link in de bijlage. Bij deze de werkende link. Druk met de rechtermuisknop op de link en kies dan ‘Hyperlink openen’: https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/documenten/_akn_nl_act_gm1586_2020_omgevingsplan_akn_nl_bill_gm1586_2025_besluit6efc8

0d681544079a3189538180f1e67/plekinfo?locatie-stelsel=RD&locatie-x=238034&locatiey=450555&geldigOp=2025-12-13&selecties=nl.imowgm1586.gebiedengroep.a58e46aab83f4ac088f680174a7555ba,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.6b73f5757c424db7a356a967a7c7c3e3,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.a8c36df1efa54bc0a4f67b88a5a159e4,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.5211dc12b1a5442db7f8ddd8658a10fe,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.97c71cb944e94a24be0ac3b8f067abe2,1,nl.imowgm1586.gebied.b7b7f4cc893b41d4a6eaec1182aecf64,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.5662b473bf8a42c78f362fbe90c00bab,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.36c4abe605b04858900c3c395de1b20a,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.059c39dfdf8b4261a75e8c3189d1179f,1,nl.imow-

5

gm1586.gebiedengroep.9082f59666204f4da1debe262bf89e1e,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.adc51a9b0af64f3385879aa49431f323,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.2504757287644c4397fec7ba94eac131,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.5887757136d44aa18b1d39511d81f9da,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.3f774f1d82844a8298ca2d5d12637767,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.1a9a8f2d95824a96a813b0156b827404,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.00c10ed08b404d61bc892df596a632dc,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.be1eeb39756b4ef89bb28c67ff6db4eb,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.be84969b0fee4d95aa952e08328c84aa,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.3e7766a43d2c44a1be134dc6ad17aa29,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.c6a4816fed1f44d9a2625f30dd2b85c6,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.da919a09914749b5985e193c44e3dff6,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.630271128aab4286baea0476ece9501c,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.cdb10ea584bb4e87b8524bea04cba012,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.d680583a1c12421294a86f0e581a5d1b,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.17d2bba9b62b45fab8606058693d1b1f,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.3949b026883d4d3da33f3d61df2f63f2,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.5a28cb3f1b1f4e06b6ffe25d6d1fcd92,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.dcb2630535eb4b4080347f157d140af5,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.0a1266ad9ad946e4aa714657bbaaf13d,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.5eeb772fc6c3468a8fc0918f21a07534,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.7d8c6d67dcf44b17ae4c522f9d7fe569,1,nl.imowgm1586.gebiede

ngroep.1c739f97a01845abb68cae26b66c38a1,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.29f452fdf5da49dbb814622ef01f26b5,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.3eaeeea4b5b04708ac90eb85f7189e75,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.1ef7c06b2aa244378e8dfef9a2114d65,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.5aa9e4e0f5a944c2a0881426e783363d,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.d16728dbb1ab40b8887549a6406e0311,1,nl.imowgm1586.gebiedengroep.4b75f94599f34852a0be675e1cb0ced7,1&annotatie=nl.imowgm1586.gebiedengroep.5211dc12b1a5442db7f8ddd8658a10fe&session=3e5d301c-b094-4da8-850140940d25aaa1

6

‘t Lindeke 13 B-8880 Sint-Eloois-Winkel T +32 (0)56 54 93 10 energie@verbeke.com www.energie-verbeke.com

O.Ref.: 22-0961 U.Ref.: Project: TRT Groenlo Datum: 14/03/2023

Betreft: Rapport van de geothermische respons test te Groenlo

Beste,

In bijlage vindt u het verslag van de geothermische respons test uitgevoerd te Groenlo.

Wij hopen hiermee aan uw verwachtingen te hebben voldaan en zijn altijd beschikbaar voor verdere uitleg.

Met vriendelijke groeten,

F. Barnoud

M. Lowe

Directeur Energie Verbeke

Operationeel Manager

‘t Lindeke 13 B-8880 Sint-Eloois-Winkel T +32 (0)56 54 93 10 energie@verbeke.com www.energie-verbeke.com

O.Ref.: 22-0961 U.Ref.: Project: TRT Groenlo Datum: 14/03/2023

RAPPORT GEOTHERMISCHE RESPONS TEST GROENLO

Theoretische beschrijving De warmte-eigenschappen van de bodem zijn één van de meest kritische parameters bij het ontwerp van een bodemwarmtewisselaarssysteem. Daarbij zijn ze ook nog eens moeilijk met grote nauwkeurigheid in te schatten.

De warmte-eigenschappen kunnen worden geschat op basis van literatuurwaarden, maar de spreiding van die bodemtype specifieke literatuurwaarden kan groot zijn. Ook moeten de bodemtype specifieke waarden vertaald worden naar een waarde die geldig is voor de specifieke bodemopbouw op de locatie. De beste methode is daarom om de warmteeigenschappen van de bodem en de in de bodem geïnstalleerde warmtewisselaar vast te stellen is deze eigenschappen direct te meten.

In Zweden (Gehlin, 1998) en ook in de USA (Austin, 1998) zijn de eerste mobiele testopstellingen ontwikkeld. Deze In Situ Thermische Respons Tests zijn gebaseerd op het lijnbronmodel en gebruiken elektrische verwarmingselementen, waarbij de opwarming van de bodem als gevolg van een warmte-injectie wordt gemeten. Later zijn ook testmethodes ontwikkeld op het cilinderbronmodel, of waarbij de resultaten numeriek geanalyseerd worden. Vergelijkende studies tonen geen significant verschil tussen de resultaten van de verschillende modellen (Gehlin, 2003).

In de praktijk wordt met een geothermische respons test de ‘respons’ van de bodemtemperatuur gemeten op een warmte-injectie of -extractie. Hoe sneller immers de temperatuur van de bodem stijgt bij een zekere warmte-injectie, hoe slechter de warmtegeleiding van de bodem moet zijn. In de verschillende theoretische modellen is uitgaande van dit idee en Fouriers basiswet van warmtegeleiding, een wiskundig verband gezocht tussen de warmtegeleiding van de bodem en de stijging (of daling) van de brijntemperatuur bij een constante warmte-injectie (of -extractie).

Indien dus een constant vermogen in de bodem geïnjecteerd wordt, zal de gemiddelde temperatuur van het brijn na een zekere tijd volgend verloop vertonen:

Tf =

Q   4at   QR b ln  −  + + Tsur 4H   r0 ²   H

(1)

Hierbij is: Tf Q  a C H r0 Rb Tsur

gemiddelde temperatuur van het fluïdum [°C] geïnjecteerd vermogen [W] warmtegeleidingscoëfficiënt van de bodem [W/K/m] thermische diffusiviteit van de bodem = λ/C [m²/s] warmtecapaciteit van de bodem [J/K/m³] diepte bodemwarmtewisselaar [m] straal boorgat [m] boorgatweerstand [mK/W] ongestoorde gemiddelde bodemtemperatuur over de diepte van de VBWW [°C]

Op basis van kan de meetgegevens kan dus heel nauwkeurig de warmtegeleidingscoëfficiënt van de bodem en ook de boorgatweerstand berekend worden. De invloed van de grondwaterstroming wordt niet numeriek bepaald, maar is geïntegreerd in de warmtegeleidingscoëfficiënt en kan uit de metingen afgeleid worden. Ook de warmtecapaciteit van de bodem kan afgeleid worden. De testopstelling kan daarnaast ook gebruikt worden om de bodemopbouw en de gemiddelde (onverstoorde) bodemtemperatuur te bepalen. De verticale bodemwarmtewisselaar kan naderhand opnieuw gebruikt worden voor het finale project.

Boorstaat

Uitvoering Meting Na aansluiting van de testwagen op de verticale bodemwarmtewisselaar, werd het brijn gecirculeerd door de sonde bij een debiet van 1,2 m³/h. dit voor maximaal 30 minuten om opwarming door middel van de circulatiepomp te vermijden. Op deze manier kon de onverstoorde bodemtemperatuur opgemeten worden.

Principe – opstelling:

Meetinstellingen Onderstaande formule geeft het verband weer tussen het geïnjecteerd vermogen gedurende de test in functie van het debiet, de warmtecapaciteit en het verschil in temperatuur tussen de inkomende en uitgaande vloeistof.

Pth = ( D / 3600 ).C Pf .T Het geïnjecteerde vermogen Pth dient constant te zijn gedurende de volledige test. De debietwaarden en DT worden vastgelegd voor de test wordt gestart. Deze instellingen worden in onderstaande tabel weergegeven.

Parameters Vloeistof

100% water

C pf

4,186 MJ/kg.K

Debiet D

1,20 m3/h

T

6,00 K

Geïnjecteerd vermogen P th Totale testduur

8380,00 W 98 h

Tab.3. Parameters van de test

Het slagen van de thermische responstest wordt bepaald door de stabiliteit van het geïnjecteerde vermogen, en dus ook van de stabiliteit van het debiet en temperatuurverschil van de inkomende en uitgaande vloeistof. Figuur 2 geeft het debiet, ΔT en het geïnjecteerde vermogen weer in functie van de tijd gedurende de test te Groenlo. Hieruit blijkt dat aan deze voorwaarden voldaan wordt.

Fig.2. Evolutie van debiet (m³/h), ΔT (K) en geïnjecteerd vermogen (KW) gedurende de test

Resultaten Ongestoorde bodemtemperatuur Alvorens warmte toe te voegen aan de vloeistof werd de initiële bodemtemperatuur op het terrein bepaald. Het resultaat hiervan wordt weergegeven in onderstaande tabel (nauwkeurigheid +/- 0,1°C)

Initiële bodemtemperatuur T0 Initiële bodemtemperatuur

14,29 °C

Tab.4. Resultaat van de initiële bodemtemperatuur

Temperatuursverloop Figuur 3 geeft de evolutie weer van de vloeistoftemperatuur in functie van de tijd bij het binnenkomen en uitgaan van de vloeistof in de verticale sonde, vastgesteld tijdens het verloop van de test.

Fig.3. Temperatuursverloop van de vloeistof bij binnengaan en uitkomen uit de sonde

Gemiddeld temperatuursverloop Volgend op de theorie van het lijnbronmodel moet de gemiddelde vloeistoftemperatuur in de geothermische sonde, eenmaal stationair, een logaritmisch verloop kennen in functie van de tijd. Met andere woorden : Eenmaal het stationair verloop is bereikt, dient de gemiddelde temperatuurcurve een rechte lijn te zijn. Dit temperatuursverloop TF gedurende de test is weergegeven in logaritmische schaal op onderstaande grafiek.

Fig.4. Gemiddeld temperatuursverloop TF gedurende de test (logaritmische schaal)

Logaritmische trendlijn Gedurende de test gebeurt de warmteoverdracht in hoofdzaak radiaal langs de sonde. De evolutie van de gemiddelde vloeistoftemperatuur TF kan worden weergegeven door een logaritmische kromme, na de veronderstelling van een lineaire energiebron. Figuur 5 geeft deze trendlijn weer gesupponeerd op de meetwaarden. De trendlijn heeft een typische vergelijking : Y(t)= k.ln(t) + C. De waarden van k en C zijn berekend op basis van de effectieve meetresultaten.

Fig.5. Bepalen van de logaritmische trendlijn

Logaritmische trendlijn Vergelijking

1,60 ln(t) + 7,67 (tijd in seconden) Tab.5. Logaritmische trendlijn

Bepalen van de warmtegeleidingscoëfficiënt Eénmaal de logaritmische trendlijn werd vastgelegd en het constant geïnjecteerde vermogen is gekend kan de gemiddelde warmtegeleidingscoëfficiënt in de bodem worden bepaald m.b.v. formule (1). De waarde die wordt bekomen is terug te vinden in tabel 6.

Gemiddelde warmtegeleidingscoëfficiënt l in de bodem warmtegeleidingscoëfficiënt

2,09 W/m.K

Tab.6. Resultaat : gemiddelde warmtegeleidingscoëfficient  op het terrein te Groenlo

Warmtecapaciteit De warmtecapaciteit van de bodem Cp wordt geschat uit geologische gegevens verzameld tijdens de boorbewerking en de literatuurswaarden. . Omdat de warmtecapaciteit van de bodem slechts een kleine invloed heeft op het temperatuursverloop bij een geothermische respons test, is de nauwkeurigheid hier iets minder groot. Voor de dimensionering van een geothermisch systeem is ze ook minder van belang.

Warmtecapaciteit van de bodem Warmtecapaciteit

2,38 MJ/m3.K

Tab.7. Gemiddelde warmtecapaciteit van de bodem Cp.

Boorgatweerstand Met behulp van de logaritmische trendlijn en formule (1) kan de gemiddelde boorgatweerstand van de sonde worden berekend.

Boorgatweerstand Boorgatweerstand

0,152 K/W.m-1 Tab.8. Boorgatweerstand R b.

Samenvatting De resultaten van de geothermische responstest te Groenlo worden weergegeven in onderstaande tabel.

Resultaten Ongestoorde bodemtemperatuur T0 Gemiddelde warmtegeleidingscoëfficiënt 

14,29 °C 2,09 W/m.K

Gemiddelde warmtecapaciteit Cp

2,38 MJ/m3.K

Boorgatweerstand Rb

0,152 K/W.m-1 Tab.9. Samenvatting

Resultaten en bespreking Onderstaande tabel geeft enkele richtwaarden (vetgedrukt) voor de warmtegeleidbaarheid en de warmtecapaciteit van verschillende afzettingen, alsook minimale en maximale waardes.

bodem leem of klei (droog) zand (waterverzadigd) klei (waterverzadigd) zandsteen kalksteen schiste kwartsiet mergel krijt

warmtegeleidbaarheid 0,4 - 0,4 - 1,0 W/mK

warmtecapaciteit 1,5 - 1,6 - 1,6 MJ/m³K

1,8 - 2,3 - 5,0 W/mK

2,1 - 2,5 - 2,9 MJ/m³K

0,9 - 1,6 - 2,2 W/mK 2,3 - 2,3 - 6,5 W/mK 1,5 -2,3 - 3,3 W/mK 2,5 - 6,6 W/mK 3,6 - 6,6 W/mK 1,8 - 2,2 - 3,5 W/mK 1,5 - 2,2 - 3,3 W/mK

1,6 - 2,4 - 3,4 MJ/m³K 2,1 - 2,5 - 5,0 MJ/m³K 2,1 - 2,2 - 5,5 MJ/m³K ± 2,2 MJ/m³K ± 2,1 MJ/m³K ± 2,3 MJ/m³K 2,1 - 2,2 - 5,5 MJ/m³K

Tabel 1: thermische eigenschappen van verschillende bodems en water

-

-

-

De gemeten waarde voor de warmtegeleidbaarheid ligt hoger maar nog steeds in de lijn van de verwachtingen voor een bodem samengesteld uit zand en klei. Dit is te wijten aan de hoge zand concentraties en is goed voor de uitwisseling van het systeem met de bodem. De waarde voor de boorgatweerstand bedraagt 0,152 K/W.m-1 De boorgatweerstand wordt door veel parameters bepaald, zoals de boorgatdiameter, de eigenschappen van de boorgatvulling, de afstand tussen de buizen en het stromingsregime in de buizen. Gemiddeld ligt de boorgatweerstand tussen 0,12 en 0,15 mK/W. De boorgatweerstand is in dit geval dus in lijn met de gemiddelde vastgestelde waarden. De initiële gemiddelde bodemtemperatuur is hoger dan wij hadden gedacht voor de regio, maar wij hebben geen referentiemetingen in de buurt om dit mee te vergelijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16338086/1