antwoordmemo technische vragen OLW NLog 23-01-2024 mjb politie 2024 - 2027
Tekst van het document
MEMO Datum
: 22 januari 2024
Van Aan
: burgemeester : Gemeenteraad
Afdeling
: Ruimte & Economie
Onderwerp
: Beantwoording vragen OLW en NLOG
Inleiding Aankomende dinsdag, 23 januari 2024, vindt behandeling van het Meerjarenbeleidsplan Politie (MJBP) 2024 – 2027 in de raadscommissie plaats. OLW en NLOG hebben vragen gesteld naar aanleiding van het bijbehorende raadsvoorstel en MJBP 2024 – 2027. In deze memo worden de vragen beantwoord die door OLW en Nieuwe Liberalen zijn gesteld Vragen OLW 1. Wat is de rol van de gemeenteraad mbt dit beleidsplan? Wordt er bv verwacht dat de raad gaat toetsen of de politie de juiste (strategische) taken wel gaat uitvoeren de komende jaren? En of de juiste prioriteiten in Oost Gelre worden gesteld? Kan de raad uberhaupt invloed uitoefenen op de taken? Op grond van artikel 38b lid 2 Politiewet dient de burgemeester de gemeenteraad te horen over het ontwerp meerjarenbeleidsplan voorafgaand aan de formele vaststelling. Zwaarwegende reacties van de gemeenteraden kunnen, voor zover daar regionaal draagvlak voor is bij alle gezagsdragers, leiden tot aanpassing van de definitieve tekst. Het kan hierbij gaan over de strategische en reguliere ontwikkelthema’s en of er gewerkt wordt aan de juiste prioriteiten. Opgemerkt dient te worden dat het Meerjarenbeleidsplan Politie een regionaal plan is en er daarnaast ruimte bestaat om lokale prioriteiten aan te pakken die niet persé regio-brede aandacht van de politie vergen.
In het driehoeksoverleg (burgemeester – Politie – Openbaar Ministerie) worden afspraken gemaakt over de lokale prioriteiten en criminaliteitsbestrijding. Voor de dagelijkse aansturing van de politie kan de gemeenteraad de burgemeester wensen meegeven die hij of zij in de lokale driehoek aan de orde kan stellen. De burgemeester is wat betreft sturing op de politie, intermediair voor de gemeenteraad. Behalve het MJP (dat een plan is op eenheidsniveau) worden er ook op het niveau van de basisteams beleidsplannen gemaakt. Voor Oost Gelre is dit het Integraal Veiligheids Plan Achterhoek Oost (IVP) dat vorig jaar door uw raad is vastgesteld en waarin de lokale prioriteiten zijn opgenomen. De in het MJP voorgestelde ontwikkelthema’s zijn in lijn met het IVP Achterhoek Oost.
2. We lezen op blz 11 dat de dienstverlening van de politie onvoldoende in de pas loopt met wensen en verwachtingen van burgers. Wij bemerken ook dat burgers steeds meer het vertrouwen in de politie en ook de BOA’s verliezen. Wat gaat hier nu concreet aan gedaan worden en is de stem van de burger meegenomen als uitgangspunt? Hoe dan? In bovenstaande vraag wordt gesteld dat de dienstverlening van de politie onvoldoende in de pas loopt met wensen en verwachtingen van burgers. Bladzijde 11 van het MJBP vermeldt echter dat de digitale dienstverlening onvoldoende in de pas loopt met de wensen en verwachtingen van burgers. We kunnen aangeven dat uit de Vertrouwen- en reputatiemonitor 2022 blijkt dat het vertrouwen in de politie stabiel blijft. Om het vertrouwen van de burgers in de politie te behouden en te vergroten zoekt de politie steeds de verbinding. De politie focust daarbij onder andere op het versterken van de digitale dienstverlening en het verhogen van de reactiesnelheid op vragen en verzoeken van burgers. Er
zijn verschillende contactkanalen waaruit een burger kan kiezen en die de komende tijd worden doorontwikkeld. (Beeldbellen, chatbot, webcare). Een concreet voorbeeld is de start op 15 januari van de Digitale Meldkamer. Hierbij gaan agenten naar slachtoffers van digitale criminaliteit om hen te ondersteunen/aangifte op te nemen. Dit zorgt voor een verbeterde dienstverlening aan burgers op het gebied van digitale criminaliteit, waardoor snelle en effectieve hulp geboden wordt aan degenen die getroffen zijn. Daarnaast verhoogt deze manier van werken de opsporingskansen en agenten vergroten hun kennis waarbij praktijkervaring hen voorziet van waardevolle inzichten en expertise op het gebied van digitale criminaliteit. Een pilot die voorafging aan deze werkwijze leverde overwegend positieve reacties op van zowel burgers als agenten. Burgers gaven met name aan het persoonlijke contact erg te waarderen. Natuurlijk blijft de politie ook aandacht besteden aan de ‘fysieke’ dienstverlening en het ‘warme contact’ waar dat nodig is. In het bijzonder voor contacten die zich niet voor (volledige) digitalisering lenen en voor contacten met burgers die onvoldoende in staat zijn om van digitale kanalen gebruik te maken. De tevredenheid over het contact met de politie hangt positief samen met het vertrouwen dat burgers in de politie hebben.
Om inzicht te krijgen in de mate van tevredenheid over het contact met – en het vertrouwen in de politie maakt de politie gebruik van de ‘Vertrouwen- en reputatiemonitor’. Een extern jaarlijks onderzoek naar het vertrouwen dat burgers in de politie hebben en hoe zij tegen de politie aankijken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een representatieve steekproef onder de Nederlandse bevolking. De inzichten worden gebruikt om de dienstverlening door de politie zo goed mogelijk af te stemmen op de lokale context. 3. RV, blz 2: Het DVO heeft besloten om basisteam Veluwe extra te compenseren tkv de andere basisteams. Waarom is de verdeelsystematiek niet dusdanig dat er schijnbaar steeds een oneerlijke verdeling uit de bus komt? In 2018 is het herziene budget verdeelsysteem van de eenheid Oost-Nederland vastgesteld voor acht jaar, met een tussenevaluatie van de werklast na vier jaar. De verdeling van de sterkte binnen de regionale eenheden wordt conform de Politiewet, vastgesteld door de burgemeesters en de hoofdofficier op voorstel van de politiechef. In 2018 bleek dat enkele basisteams door deze verdeling moesten krimpen. Binnen het district Noord- en Oost-Gelderland is toen besloten dat teams die mochten groeien capaciteit zouden inleveren ten behoeve van onder andere basisteam Achterhoek-Oost.
Om nu iets ‘terug te doen’ is door de burgemeesters besloten wederom basisteams binnen het district Noord- en Oost-Gelderland die moeten krimpen te compenseren. Omdat de huidige sterkteverdeling het beste is afgestemd op het werk dat op de politieteams afkomt, wordt geadviseerd om een volgende periode niet opnieuw te compenseren. Vragen NLOG In de aanleiding geeft NLOG aan dat de politie Oost-Nederland de komende jaren wordt versterkt met extra politiemensen. Basisteam Achterhoek Oost krijgt een uitbreiding van 2,8 FTE. Echter uitstroom is hoger dan instroom. Gevolg, eerstkomende jaren geen capaciteitsuitbreidingen. Vooraf een opmerking over de aanleiding voor de gestelde vragen. De politie herkent zich niet in bovenstaande conclusie. Het basisteam Achterhoek-Oost zit op dit moment boven de formatieve sterkte en is niet zwaar onder bezet. Er stromen agenten uit, maar er komen nog steeds nieuwe agenten bij. 1. Is het met de huidige politiecapaciteit in de eerstkomende jaren nog steeds te doen om een arrestant ’s avonds dan wel ’s nachts naar een cellencomplex in Elst of Borne te brengen? Blijft er tijdens het overbrengen van een arrestant voldoende mankracht beschikbaar voor spoedeisende gevallen? Als het gaat om één aanhouding waarbij een arrestant moet worden overgebracht naar een arrestantencomplex, blijven altijd eenheden achter binnen het bewakingsgebied.
Als het gaat om meerdere aanhoudingen kan ervoor gekozen worden om de arrestanten eerst tijdelijk op te houden op het politiebureau in Winterswijk, om zo de gebiedsdekking te blijven waarborgen. Mochten zich tijdens het overbrengen van
2
arrestanten incidenten voordoen dan kan gebruik gemaakt worden van eenheden uit aangrenzende basisteams.
2. Kunnen we de eerstkomende jaren nog steeds voldoen aan de wettelijke aanrijtijden? De reactierijtijden die de politie hanteert zijn streeftijden en geen wettelijke voorgeschreven reactie- of aanrijtijden. De reactietijd is de tijd vanaf het eerste contact met de meldkamer tot aan het ter plaatse zijn bij een melding. In Oost Gelre is de politie in ongeveer 80% van de prio 1 meldingen binnen 15 minuten ter plaatse en de politie verwacht hier de komende jaren niet onder te komen. Bij een prio 1 melding (spoedmelding) zet de politie alles op alles om binnen 15 minuten ter plaatste te zijn. Dat zal ook niet veranderen. Bij de meldkamer is zichtbaar welke politie-eenheden(voertuigen) beschikbaar zijn en welke eenheid zich het dichtst bij een incident bevindt. Het kan dus zijn dat een politie-eenheid uit een ander basisteam als eerste binnen 15 minuten ter plaatse is. In veel gevallen wordt bij prio 1 meldingen naast politie ook een andere hulpdienst, zoals ambulance of brandweer, gestuurd naar hetzelfde incident. Het kan dus ook voorkomen dat een andere hulpdienst (ambulance of brandweer) er eerder dan de politie en binnen 15 minuten aanwezig is om hulp te bieden.
3