CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoordmemo technische vragen OLW 19-03-2024 bp lindeboomweg 26 26a

Raadscommissie 19 maart 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre, locatie Lindeboomweg 26 en 26a en Aagtemanweg 9722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Datum

: 18 maart 2024

Van

: college B&W

Aan

: gemeenteraad Oost Gelre

Onderwerp

: technische vragen agendapunt 8 bestemmingsplan Lindeboomweg 26 en 26a en Aagtemanweg 9

Aanleiding De fractie OLW (Onafhankelijke Lijst Wallerbos) heeft vragen gesteld voor de raadscommissie van 19 maart 2024. De vragen zijn ingediend met betrekking tot agendapunt 8: bestemmingsplan Lindeboomweg 26 en 26a en Aagtemanweg 9. De gemeenteraad wordt gevraagd het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Hieronder worden de vragen van OLW herhaald en vervolgens van antwoord voorzien.

1. Zijn beide agrarische bedrijven nog volop in bedrijf of zijn ze al afgeschaald? Beide agrarische bedrijven zijn nog volop in bedrijf. Aan de Lindeboomweg 26 en 26a is nog sprake van een varkenshouderij met 3.137 varkens. Aan de Aagtemanweg 9 is sprake van een gemengde opzet met voornamelijk varkens, namelijk: 678 varkens, 100 schapen, 10 zoogkoeien en 10 stuks jongvee. 2. Pag. 7 Toelichting. “De initiatiefnemers hebben de mogelijkheid……fors uit te breiden”. Is er in de meer dan 600 pagina’s dikke dossier een plaatje of beschrijving te vinden hoe groot de latente (fysieke) ruimte nog is? De varkenshouderij aan de Lindeboomweg 26 en 26a heeft momenteel nog een vergunning voor de bouw en het gebruik van drie varkensstallen. Met de vergunning neemt het mogelijk aantal te houden varkens toe van 3.137 naar 6.500 (+107%). De vergunning is uit 2019, maar, mede vanwege de plannen voor een woondroebel, nog niet uitgevoerd. Gezien er nog steeds geen gebruik van de vergunning is gemaakt, is al aangegeven bij de vergunninghouder dat we voornemens zijn de vergunning in te trekken. In overleg met de vergunninghouder hebben we afgesproken hiermee te wachten totdat het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Als de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt en deze vervolgens na de inzagetermijn onherroepelijk wordt, zal de vergunning voor de bouw en het gebruik van drie varkensstallen worden ingetrokken.

3. Als raad dienen we volgens OLW te beoordelen of dit plan proportioneel en fair is tov van de initiatiefnemer en geen precedentwerking schept. Kun u globaal aangeven of er balans is tussen aan de ene kant het opheffen van het agro-bedrijf en verlies aan jaarlijkse inkomsten, wellicht schulden bij de bank, en aan de andere kant de “winsten” die voor de initiatiefnemer hier uit voortvloeien, zoals verkoop van woningen, verkoop stikstof- en dierenrechten, meerwaarde grond door wijziging bestemmingsplan etc? En waar ligt die balans en is er niet bv gekozen voor 5 of 20 woningen? Oftewel hoe bepaalt het college of er een evenwichtige “deal” wordt gemaakt? De balans waarnaar gevraagd wordt is opgemaakt in het woondroebelbeleid dat door de raad is vastgesteld. In het beleid is doorgerekend wat eerlijke spelregels zijn zodat er met een ontwikkeling sprake is van balans. Deze spelregels zien onder andere toe op het aantal te realiseren woningen in de lagere

prijsklasse en de gevraagde uitstraling van een woondroebel. Zo dient circa 50% van het woningbouwprogramma te bestaan uit woningen in een lagere prijsklasse. Verder geldt dat de ontwikkeling de uitstraling van een woondroebel moet behouden. Dat betekent dat het woningbouwprogramma afgestemd moet worden op de specifieke locatie. Dat leidt tot een maximaal aantal woningen dat voor de locatie passend is. Dit maximum aantal woningen samen met de voorwaarde dat circa 50% van die woningen in de lagere prijsklasse moeten vallen, zorgen mede voor een gebalanceerde invulling van een locatie. In voorliggend plan heeft dit geleid tot de keuze om maximaal 10 woningen toe te voegen. Hiervan worden 4 woningen gerealiseerd in een lagere prijsklasse, namelijk met een V.O.N.-prijs van € 275.000 exclusief keuken en sanitair. Op grond van het beleid waren meer woningen op de locatie niet wenselijk, gezien de balans tussen omvang en uitstraling dan niet behouden kon blijven.

4. Wat gebeurt er met de stikstofrechten? Neemt de gemeente die over? Zo ja waar worden deze rechten dan voor ingezet? Stikstofrechten vallen onder de bevoegdheid van de provincie en zijn opgenomen in de Wnb-vergunning van de initiatiefnemer. De provincie heeft beleid voor stikstofrechten. Zo kan de vergunninghouder bij het stoppen van het bedrijf stikstofruimte van de vergunning overdragen aan een ander. Dan mag maximaal 70% van het totaal worden gebruikt. De overige 30% wordt als het ware afgeroomd. Zo vermindert de totale hoeveelheid stikstofruimte. Het is aan de vergunninghouder te besluiten de stikstofrechten al dan niet over te dragen.

Einde

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13938302/1