antwoordmemo technische vragen OLW 18-06-2024 bp smidshof
Tekst van het document
MEMO Datum
: 17 juni 2024
Van
: Wethouder Hoenderboom
Aan
: gemeenteraad
Onderwerp
: Beantwoording vragen OLW fractie – Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde, ’t Smidshof’
Geachte leden van de raad, Door de OLW fractie zijn schriftelijke vragen gesteld over Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde, ’t Smidshof’ Hieronder per vraag onze reactie. Vragen: 1) Document “ toelichting bestemmingsplan Smidshof “: Hier staat op blz 10 een kaart als uitsnede van het landschapsplan . Op deze kaart is te zien dat er 9 bomen worden gekapt, 2 bomen eventueel in een later stadium alsnog gekapt, 7 bomen blijven behouden en 11 bomen kunnen naar eigen goeddunken worden gedund. Verder: “Niet behoudenswaardig zijn een niet nader genoemd aantal dennen, walnoot en coniferen aan zowel de zuidkant als oostzijde”. De impact op zowel flora als fauna is ons inziens stevig. Vraag: Welke redenen zijn er om bomen en struiken als niet behoudenswaardig te benoemen? Reactie: Bomen kunnen gewaardeerd worden aan de hand van verschillende criteria. Dit kunnen zijn: - Onderdeel groenstructuur - Cultuurhistorisch waardevol - Ecologisch waardevol - Dendrologisch waardevol - Levensverwachting - Veiligheid - Ziektes en aantasting 2) In bijlage 6 van het natuurwaarde onderzoek wordt op blz 28 onder het kopje “Zorgplicht voor dieren en planten” gesproken over de wettelijk erkende intrinsieke waarde van in het wild levende soorten dieren en planten. De genoemde niet strafbare zorgplicht kan wel door bestuursdwang worden gehandhaafd.
Vragen: Hoe is deze zorgplicht gedurende werkzaamheden op het terrein geregeld? Welke maatregelen worden genomen? Is er toezicht op en handhaving van deze zorgplicht c.q. navenant genomen maatregelen? Reactie: Natuurbank Overijssel is betrokken geweest bij het onderzoek naar flora en fauna alsmede de Bomenwacht bij het beoordelen van de houtopstand. Beide instanties zijn ook adviseurs tijdens de uitvoering van het project om ervoor te zorgen dat te behouden bomen en planten zoveel als mogelijk worden beschermd tijdens de bouwfase. De hinder die kan optreden tijdens het broedseizoen wordt grotendeels ondervangen doordat bijvoorbeeld de voorbereidende werkzaamheden voorafgaand aan de bouwfase in de herfst en winter plaatsvinden. 3) Nota inhoud en beantwoording Zienswijze en ambtelijke wijziging: In een reactie van de gemeente op de samenvatting van Zienswijze 1, blz 3, geeft deze aan dat de afstand van beoogde woning tot aan het
perceel van appellant 30 meter bedraagt en er dus geen sprake is van onaanvaardbare aantasting van de privacy. Vraag: Welke objectieve maatstaven worden hier gehanteerd? Reactie: Er zijn geen vaste objectieve maatstaven, zeker niet in de bebouwde kom tussen woningen onderling. De beoordeling daarvan is altijd situationeel. 4) Op blz 4, Zienswijze 2, geeft de gemeente in haar reactie aan met betrekking tot communicatie en participatie dat zij het bestemmingsplan heeft voorbereid conform de Algemene Wet Bestuursrecht. Ook wordt gesproken over advies geven aan initiatiefnemers, als hoofdverantwoordelijke in deze. Uit diverse gesprekken met zienswijzeindieners blijkt dat meerdere malen door deze aan zowel initiatiefnemer als gemeente is gevraagd om overlegmomenten. Hieraan is niet voldaan. Vraag: kan de gemeente, buiten de formeel juist gevolgde procedure, zelf initiatieven richting betrokkenen ondernemen? Zo ja, waarom gebeurde dat hier volgens buurtbewoners dan niet of onvoldoende? Reactie: Dat kan. In deze procedure is er door initiatiefnemers in verschillende stadia van de procedure regelmatig overleg gevoerd met de omwonenden. Ook vanuit de gemeente zijn betrokkenen diverse keren (telefonisch) geïnformeerd over het proces, de rol van initiatiefnemer, participatie en de te volgen ruimtelijke procedure. Naar onze mening is dit voldoende gebeurd.
De indieners van de zienswijzen kijken anders aan tegen het doorlopen proces. 5) In de originele zienswijzen van o.a. indieners Zienswijze 2 wordt gesproken over verwarrende, elkaar tegensprekend groen- en beeldkwaliteitsplan, maar in de nota wordt hier vervolgens niet op ingegaan. Vraag: waarom wordt hier door het college niet op ingegaan? Reactie: Op pagina 8 van de “Nota inhoud en beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijziging” is aangegeven dat bijlage 3 (Groenplan) en bijlage 1 (Beeldkwaliteitsplan) naar aanleiding van de zienswijzen zijn aangepast.
2