antwoordmemo technische vragen OLW 08-04-2025 beleidsdocument grote windmolens
Tekst van het document
MEMO Datum
:
7 april 2025
Van
:
Wethouder Gerjan Teselink
Aan
:
Gemeenteraad
Onderwerp
: Beantwoording technische vragen OLW over beleidsdocument grote windmolens
Hieronder treft u mijn beantwoording in blauw cursief op de vragen van OLW. Wij stellen een aantal nieuwe vragen, en vragen die verder in gaan op eerdere antwoorden van het college. Eerder stelde OLW schriftelijke vragen over de beschermde status “weidevogelgebied” in/ rondom zoekgebied K. Er kwam echter geen duidelijk antwoord waarom, en door wie de status “weidevogelgebied” in 2018 met succes bij PS is aangevochten. • Nu blijkt echter dat in 2018 een zienswijze is ingediend is bij PS door Energiepark de Slinge, vertegenwoordigd door een grondeigenaar in zoek gebied K (zie rood hieronder). • De provincie noemt vervolgens "een actieve groep weidevogelbeschermers". Die zijn, zover OLW weet, destijds niet gekend of geïnformeerd... • Deze informatie blijkt door navraag van de weidevogelgroep (n.a.v. de bijeenkomst over Themasessie Natuur en Landschap Zoekgebied K) boven water te zijn gekomen 1.
Vragen: •
•
•
Waarom heeft het College de raad over deze belangrijke feiten rondom Energiepark de Slinge niet geïnformeerd / info niet toegevoegd aan de raadsstukken? Zelfs niet na vragen van OLW? Antwoord: het college zag geen directe relatie tussen een door Energiepark de Slinge in 2018 bij Provinciale Staten ingediende zienswijze en het nu voorliggende beleidsdocument grote windmolens. Zoekgebied K is in december 2021 in de RES 1.0 aangewezen als zoekgebied voor grote windmolens. In het kader van de genoemde procedure schrapte de provincie in 2018 de beschermde status van het Beltrumse Veld als weidevogelgebied. Later is dat ook in de bestemmingsplanprocedure van Berkelland in 2021 in het bestemmingsplan buitengebied geschrapt (zie ons antwoord op vraag 8 in de raadsmemo van 21 maart jl.). Wat vindt het college van de handelwijze van de Provincie in 2018? En dat de weidevogelgroep, die notabene in de zienswijze genoemd wordt door de provincie, hierover over niet is gekend voor-na het besluit? Antwoord: de provincie heeft binnen haar eigen bevoegdheden gehandeld. Het college heeft hierover geen mening. Hoe denkt het College dat de Weidevogelvereniging zich nu voelt door deze handelswijze? Antwoord: die vraag kunnen wij niet beantwoorden. Vraagsteller kan zich daarvoor het beste wenden tot de Weidevogelvereniging.
• •
Zijn er contacten tussen de gemeenten (geweest) met “Energiepark de Slinge”? Zoja wat is er besproken? Welke grondeigenaren en ontwikkelaar zit hier achter? Antwoord: Energiepark De Slinge is voor ons een onbekende partij. Is het college het met OLW eens dat hier een landeigenaar(en) op een oneigenlijke manier de waarde van zijn grond heeft verzilvert, ten koste van een beschermd weidevogelgebied? Antwoord: om hierover een uitspraak of zelfs waardeoordeel te geven, weten wij te weinig van dit dossier dat in een andere gemeente speelt.
2. Is er bij een toekomstige aanvraag een wijziging van het bestemmingsplan nodig? En wat is de bevoegdheid van de raad bij een aanvraag van een groot windmolen(park)? Antwoord college: de verwachting is dat een aanvraag voor een windpark zich zal richten op gronden met een agrarische bestemming. Binnen die bestemming is een windpark niet toegestaan. Om een windpark mogelijk te maken, is een ruimtelijke procedure nodig. Dat kan een wijziging van het omgevingsplan zijn (raad) of een omgevingsvergunningprocedure (college). Vervolgvraag: wat is bepalend m.b.t. of het een collegebesluit, of een raadsbesluit wordt? Kan de raad invloed uitoefenen of het een omgevingsplan- of procedure wordt? Vervolgantwoord: hiervoor verwijs ik u naar Adviesrecht gemeenteraad bij afwijkingen van het omgevingsplan (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR714261/1) onder 5.1. Bij het realiseren van windmolens heeft uw raad adviesrecht. 3. Blz 16: “Gebied ten zuiden van Neede valt af vanwege buisleiding”. Maar door gebied K lopen toch ook meerdere buisleidingen? Antwoord college: paragraaf 3.1 van het beleidsdocument gaat in op de totstandkoming van zoekgebieden K en I voor grote windmolens in de RES 1.0 Achterhoek en hoe de gemeente Berkelland daarmee omgaat. Als er meerdere buisleidingen lopen, zal een initiatiefnemer voor een windpark daarmee rekening moeten houden.
Vervolgvraag: wij begrijpen dit antwoord niet. Door beide gebieden lopen buisleidingen. Waarom valt het genoemde gebied in Neede dan wel af, en gebied K niet? Vervolgantwoord: het in de vraag genoemde ‘gebied ten zuiden van Neede’ ligt in de gemeente Berkelland en zij koos er voor alleen zoekgebied K in de RES 1.0 Achterhoek op te nemen. In het algemeen geldt dat de haalbaarheid van een concreet windpark getoetst wordt aan o.a. de ligging van buisleidingen. 4. Klopt het dat weidevogels alleen maar beschermd zijn tijdens het broedseizoen? En dat dus de windmolenbouw niet mag plaats vinden tijdens het broedseizoen en dat vervolgens na in werkingstelling de weidevogels vergoed zijn verjaagd? Kortom de aanwezigheid van weidevogels is nauwelijks een belemmering, dit i.i.t. een wespendief. Waar zit hier het verschil qua natuurbescherming? Antwoord college: in het algemeen geldt bij nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw, windpark etc. een algemene zorgplicht. Dat kan concreet bij de bouw van een windpark betekenen, dat de bouwer rekening moet houden met bijv. het broedseizoen van (weide)vogels. Niet naleving van deze zorgplicht kan strafbaar zijn. Vraag: het antwoord is ons inziens niet volledig. Nogmaals: klopt het volgens de wet dat weidevogels alleen maar beschermd zijn tijdens het broedseizoen? Waar zit hier het verschil qua natuurbescherming m.b.t.
een wespendief, waarvoor in het leefgebied wel een windmolenverbod geldt? 2
Antwoord: weidevogels zijn niet uitsluitend beschermd tijdens het broedseizoen, maar hun bescherming is wel het meest stringent en specifiek geregeld in die periode vanwege hun kwetsbaarheid. De bescherming van weidevogels valt onder de Wet natuurbescherming (inmiddels onderdeel van de Omgevingswet). De wetgeving geldt het hele jaar door, maar de praktische toepassing en handhaving richten zich vooral op het broedseizoen, dat loopt van ongeveer 15 maart tot 15 juli afhankelijk van de soort en omstandigheden. De wettelijke bescherming voor de Wespendief kan anders zijn, maar de specifieke situatie rondom de Hoge Veluwe is door de provincie bepaald door een zone rondom dat natuurgebied uit te sluiten voor windmolens ten gunste van de Wespendief. 5. Compensatie Door windmolens in gebied K zal onherroepelijke schade worden gebracht aan de weidevogelstand. Wat mag hier juridisch gezien van (financiële of natuur) compensatie worden verwacht van de ontwikkelaar? Hoe wordt en wie bepaalt dit schadebedrag? Dit ook in relatie tot Zienswijze OG14: waar wordt op dit punt een antwoord gegeven aan de indiener? Antwoord college: of bij een initiatief voor een windpark sprake is van schade aan de weidevogelstand moet aangetoond worden met ecologisch onderzoek naar specifiek de weidevogels. Dat onderzoek moet de initiatiefnemer uitvoeren.
In het beleidsdocument eisen wij van een initiatiefnemer een landschapsontwikkelings- en natuurcompensatieplan. Hiermee pogen wij de impact van een windpark op landschap en natuur ten minste te compenseren en waar mogelijk te versterken (een plus). Vervolgvraag: hoe denkt het college (of de stelt de wetgeving), dat bij verlies van weidevogelgebied, een ontwikkelaar dit zou moeten gaan compenseren? En nogmaals de vraag: in relatie tot Zienswijze OG14: waar wordt op dit punt een antwoord gegeven aan de indiener? Ps: wij willen benadrukken dat tijdens de bijeenkomst over Natuur en Landschap door natuurkennis, ingeschakeld door de gemeente, ook duidelijk werd aangegeven dat windmolens grote negatieve effecten hebben in een weidevogelgebied. Vervolgantwoord: het gaat bij een ecologisch onderzoek naar weidevogels concreet om de mogelijke gevolgen voor weidevogels als gevolg van een windpark. Zo’n onderzoek moet aantonen dat eventuele negatieve effecten voor de vogels binnen de wet- en regelgeving vallen en voldaan kan worden aan die wetten en regels. Zo niet, dan moet de initiatiefnemer onderbouwen hoe hij wel kan voldoen (bijv. met een ontheffing van de provincie (omgevingsvergunning flora en fauna activiteit) al dan niet in combinatie met compenserende maatregelen).
Als daarvoor geen mogelijkheden zijn, kan blijken dat een windpark niet uitvoerbaar is en een initiatiefnemer met zijn plan terug moet naar de tekentafel. 6. Door een politiek partij werd tijdens de commissie gesteld dat “80% van de burgers geen windmolens wil”. Op blz. 117 wordt inderdaad dit getal genoemd. Maar dit is toch maar een stelling die werd geponeerd door een burger tijdens de participatie? En geen feit? Klopt het getal 80%? Antwoord: op blz. 46 van het Participatieverslag als bijlage bij het beleidsdocument staat inderdaad als inhoudelijke opbrengst op de informatiemarkt van december 2023: ’80 % van de inwoners wil geen windmolens’. Deze opmerking is gemaakt door een bezoeker van de informatiemarkt.
3