antwoordmemo technische vragen OLW 06-05-2025 beleidsplan licht in de openbare ruimte
Tekst van het document
MEMO
Datum
: 1 mei 2025
Van
: Wethouder Gerjan Teselink
Aan
: fractie OLW
Afdeling
: Ruimte & Economie, team Infrastructuur, Beheer & Onderhoud
Zaaknummer
:
Onderwerp
: vragen 2 OLW beleidsplan Licht in de openbare ruimte
De raadsfractie van OLW heeft technische vragen gesteld naar aanleiding van het beleidsplan Licht in de openbare vragen. Na beantwoording hiervan heeft OLW aanvullende vragen gesteld. In deze memo de 1e vraag en het antwoord plus de tweede vraag en het antwoord daarop van Wethouder Teselink aan de fractie van OLW. Beleidsplan 1. Blz. 4: “nieuwe verlichting standaard dimbaar”. Wat is de definitie van nieuwe? Nieuwe lamp, armatuur, paal? Worden dus bestaande verlichting niet omgebouwd naar dimbaar? Antwoord college was: Bij het verledden worden de conventionele armaturen vervangen door nieuwe armaturen met een ledmodule. Tevens worden de armaturen voorzien van een connector die connectiviteit maakt met het besturingssysteem waarmee het armatuur op afstand bestuurbaar is. Bestaande conventionele armaturen kunnen ook ge-retro-fit worden. Hier kiezen wij niet voor omdat dit in theorie duurzamer lijkt maar in de praktijk zoveel problemen geeft dat het eindresultaat lang niet altijd daadwerkelijk duurzamer is. Aanvullende vraag: uit het antwoord wordt ons niet duidelijk of straks alle led-verlichting eventueel gedimd kan worden, bv omdat dat wenselijk wordt geacht door straatbewoners. Antwoord: alle verlichting wordt gedimd met een standaard dimprotocol. We willen het zo gestandaardiseerd mogelijk houden om een uniform beeld te houden en het beheersbaar te houden. 2. Blz.
5, 2.3: Definitie lichtvervuiling: gaat toch niet alleen om “boven” maar ook bv. vanaf de zijkant van een gebied? Wilt u de definitie aanpassen? Antwoord college was: Nee, we passen de definitie niet aan. De definitie is correct. Aanvullende vraag: dit antwoord begrijpen wij niet. Wat is dan de definitie van lichtvervuiling vanuit de zijkant? Bv. van lichtreclame wat je horizontaal waarneemt? Antwoord: u bedoelt lichthinder in plaats van lichtvervuiling. De definitie van lichthinder staat in de eerste regel van de paragraaf namelijk: “We spreken van lichthinder als een lichtbron hinder veroorzaakt voor bijvoorbeeld bewoners.” 3. In de kernen van centra wordt licht gebruikt om het gebied aantrekkelijk te maken. Bv warme kleuren. Wij vinden dat de nieuwe ledverlichting in de buitenwijk wel heel ongezellig wit is t.o.v. de oude “gele” verlichting. Deelt u die mening? Antwoord College: Nee, de huidige generatie ledverlichting is voorzien van de lichtkleur die als meest veilig en prettig wordt ervaren. Dit is tussen 2700 en 3000 Kelvin. Hierbij zijn gezichten van medeweggebruikers herkenbaar en worden kleuren goed weergegeven. Bij de conventionele “gezellige” gele (of rode) SOX lampen worden gezichten onherkenbaar en worden kleuren (van bv kleding en auto’s) gemanipuleerd door het gele licht.
Aanvullende vraag: hoeveel Kelvin wordt dan in het winkel/ stads/dorpscentra aangehouden? Antwoord: in het centrum van Groenlo is 2700 Kelvin (extra warm wit licht) toegepast. Voor de rest houden we bij verledden altijd 3000 Kelvin (warm wit licht) aan. 4. Blz.12: Led-displays: “we zijn terughoudend” Vraag: er staan een aantal leddisplays oa. bij de Laarberg langs de oude n18 en in Lichtenvoorde langs de N18. Stel een ondernemer wil er meer plaatsen, welke proces doorloopt hij dan? Vergunningsplichtig bv?
Antwoord: Daar zijn strenge regels aan met betrekking tot de verkeersveiligheid omdat een te fel LED display de weggebruiker afleid en dus de verkeersveiligheid in het geding is. Er wordt eveneens getoetst aan de Welstandsnota waarin voorwaarden zijn opgenomen voor reclame. 5. Blz.14. 3.14: Waar kan en mag dan op gehandhaafd worden? Wat staat dan waar over vermeld qua jurisprudentie en welke handhavingsinstrumenten hebben we/ zijn er? Antwoord college was: Deze vraag gaat over stallen (en kassen). In zowel onze bestemmingsplannen buitengebied of de Welstandsnota staat niets vermeld over verlichting van stallen (en kassen). We hebben dus geen handhavingsinstrumenten. Aanvullende vraag: gemeente gaat dus altijd eerst in gesprek met staleigenaar. Antwoord: alleen als daar aanleiding voor is door bijvoorbeeld een klacht of melding Maar als deze niet wil meewerken hebben we dus geen enkele mogelijkheid tot handhaving? Antwoord: nee, inderdaad. Mogelijk dat de ODA nog handhavingsinstrumenten heeft maar die zijn bij ons niet bekend. 6. Recent gaf het college na vragen van OLW toe dat er fouten zijn gemaakt: in veel straten zijn bij de vervanging naar LED te transparante kappen geplaats, waardoor de verlichting fel wit is. Sommige bewoners hebben vervolgens zelfs de kap mat gespoten.
Wat gaat er aan gebeuren? Antwoord college was: Er zijn legio armaturen verkrijgbaar in de markt met legio verschillende kappen. Keuze voor een bepaald armatuur met heldere of diffuse of half diffuse kap is elke keer een afweging. Elke verandering van licht valt op en geeft voor sommige mensen direct reden tot reactie. Na een poosje gewenning horen we nauwelijks iets meer over de heldere kappen. Het licht is ook niet fel wit maar circa 3000 Kelvin. Het algemene “nadeel” van LED is dat als je vanuit een bepaalde hoek in de leds kijkt, dit scherp aan de ogen is. Een meter verderop is zie je het niet meer. Dit scherpe kijken in de leds wordt vaak verward met hoge lichtsterkte of veel lumen (licht) op de grond. Aanvullende vraag: dus de foutieve kappen worden niet hersteld? Worden de overige nog te verledde lampen dan wel voorzien van een juiste diffuse kap? Antwoord: Zoals vaker bij verlichting zijn er verschillende meningen en speelt smaak een belangrijke rol. Smaak is niet goed of fout. Er zijn dus ook geen foutieve kappen. We gaan recente aangebrachte armaturen of kappen niet vervangen. Uiteraard willen het liefst zo weinig mogelijk reactie van bewoners na verandering door verledden dus proberen we ook altijd zo neutraal mogelijk te doen. Daarom is in het laatste verleddingsproject gekozen voor een diffuse kap. Per project wordt een zorgvuldige afweging gemaakt. 7.
Algemeen: We missen een satellietfoto van Oost Gelre bij nacht, en dat vanuit daar acties worden ondernomen. Kan dit worden toegevoegd? Antwoord college; We beoordelen eventuele lichthinder niet vanuit satellietfoto’s. We stemmen de hoeveelheid licht af op de te verlichten openbare ruimte. Aanvullende vraag: waarom vindt het college dit geen goed idee? Er zijn gemeenten die met een satellietof luchtfoto kijken naar waar lichthinder is en daarop acties uitvoeren. Zie bv. https://www.atlasleefomgeving.nl/nieuws/mag-dat-licht-uit%3F-dan-zien-we-straks-de-sterren-weer%21 Antwoord: we hebben niet gezegd dat we dit geen goed idee vinden. Dat wil echter niet zeggen dat we deze techniek ook direct zelf gaan toepassen. 8. Algemeen: We missen de regel dat er bij bv nieuwbouw of nieuwe lichtobjecten eerst een natuuronderzoek wordt gedaan. Bv. dat er geen vleermuizen route wordt verstoord. Of een broedplaats van een uil. Is dit ook geen verplichting vanuit de natuurwet? Een voorbeeld wat conflicterend kan is o.a. felle ledverlichting langs de inlaat van de gracht ten hoogte van de Jumbo (is beide foerageerroute vleermuizen) te Groenlo. Of de ledverlichting zijkant brug Lievelderstraat, Groenlo. Antwoord : We moeten ons altijd houden aan de Nederlandse wetgeving dus ook de natuurbeschermingswet. Aanvullende vraag: dit is geen antwoord op onze vraag.
Wordt er dan door de gemeente vereist dat er onderzoek naar overlast voor de natuur wordt gedaan? Is dat onderzoek bv bij de bovenstaande casussen uitgevoerd? Antwoord: bij verledden vervangen we in principe alleen de lichtbron en wijzigen we niets of zo weinig mogelijk aan de lichtsterktes en de gelijkmatigheid van het licht. Daarom doen we geen specifiek natuuronderzoek. U noemt felle ledverlichting langs inlaat van de gracht achter de Jumbo. Ook hier is met het verledden dezelfde lichtsterkte en lichtkleur toegepast als het vervangene had. Het felle wat u noemt is
2
waarschijnlijk het vanuit een bepaalde hoek in de ledjes kijken. Er is voor het verledden geen speciaal natuuronderzoek gedaan. U noemt tevens de ledverlichting zijkant brug Lievelderstraat. U bedoelt waarschijnlijk brug Mattelierstraat? Deze brug is al zeker 10 jaar oud. We hebben geen speciaal natuuronderzoek mbt de verlichting van deze brug gevonden.
Factsheets 9. Blz. 27: Monumentenverlichting: wij zouden graag zien dat bij vergunningverlening van (nieuwe objecten of nieuw te verlichten objecten zoals) monumenten ook verlichtingseisen meegenomen worden als criteria. Antwoord college: Alle vergunningsaanvragen worden getoetst. Het is aan de vergunningsverlener de taak om de volledigheid van de aanvraag te beoordelen, om advies te vragen bij welstand en specialisten en wel of geen vergunning te verlenen voor het geheel of onderdelen ervan. Aanvullende vraag: wordt er dan door de gemeente getoetst bij vergunningaanvragen of er sprake is van lichthinder / verstoring van de natuur? En of de aanvrager daar onderzoek naar heeft gedaan? Graag dan een voorbeeld waarbij dat gedaan is. Antwoord: Lichthinder wordt getoetst door de gemeente. Er zijn echter geen concrete voorbeelden bekend van aanvragen voor monumentenverlichting. Dit komt bijna niet voor. Verstoring van de natuur is een verantwoordelijkheid van de provincie. De gemeente heeft wel de plicht de aanvrager te attenderen op de regels die de provincie kan opleggen.
3